Tag Archives: zeven zonden

Mona Eltahawy: woede is slechts het begin

Woede. Deze bij vrouwen alom sociaal afgekeurde emotie beleefde de afgelopen tijd een feministisch eerherstel. Verschillende auteurs, zoals Soraya Chemaly, Rebecca Traister en Brittney Cooper, publiceerden kort na elkaar boeken waarin ze vrouwen opriepen boosheid te omarmen en te gebruiken als energie voor verandering. Nu komen daar zes noodzakelijke zonden bij, uit de koker van auteur Mona Eltahawy. Want woede is niet genoeg, stelt ze. Wil je als vrouw knellend seksisme doorbreken, dan heb je meer nodig. Zoals ambitie, lust en vulgariteit.

Eltahawy’s nieuwe boek De Zeven Noodzakelijke Zonden voor Vrouwen, verschijnt deze week en is in zekere zin een vervolg op haar eerdere werk, in het Nederlands vertaald met de titel Hoofddoek en Maagdenvlies. In haar boek over de Arabische Lente en een broodnodige seksuele revolutie, stelde Eltahawy dat zulke bewegingen vrouwen vaak in de kou laten staan, omdat die vastzitten in een drietrap van patriarchale systemen: de staat, de straat, en thuis.

Op al die terreinen botsen vrouwen aan tegen taaie structuren die hun stem smoren, hen kansen ontnemen, hun vrijheid beknotten, en veel persoonlijk leed veroorzaken, bijvoorbeeld in de vorm van huiselijk en seksueel geweld. Wil je op die drie terreinen iets bereiken als vrouw, dan heb je drie D’s nodig: ”defy, disobey, and disrupt”, zoals ze het zo mooi samenvat in magazine Electric Literature. Oftewel: weerstaan, overtreden, en verstoren.

In haar nieuwe boek doet Eltahawy een beroep op de getallen zeven en acht. Inclusief woede ziet Eltahawy zeven noodzakelijke zonde voor vrouwen, om, geconfronteerd met die drietrap van onderdrukking, meer vrijheid af te dwingen. Inderdaad, dwingen, want Eltahawy denkt dat noodzakelijke revolutie voor vrouwen niet vanzelf op gang komt.

Zo krijgen vrouwen vaak te horen dat ze met een zachte stem, lieve glimlach en veel geduld vanzelf zullen bereiken wat ze willen. Waarna vrouwen decennia vastzitten in gesprekken die niets opleveren, wachten, wat ook niets oplevert, en toenemende frustratie, waar je geen uiting aan mag geven want dan verander je in een enge boze heks en meppen mensen je terug in je hok als je niet uitkijkt. Zie de taaie strijd voor het vrouwenkiesrecht, voor een voorbeeld van die dynamiek. Op een gegeven moment was het genoeg en moesten vrouwen wel over gaan tot hardere acties, om een democratisch basisrecht te veroveren.

Eltahawy stelt in interviews dat dat moment voor het feminisme nu ook (weer) gekomen is. Ze is klaar met geduld, lief zijn, en wachten. Het is wat haar betreft hoog tijd voor het inzetten van zeven emoties of eigenschappen, die samenlevingen meestal veroordelen in vrouwen. Zoals de zonde van vulgariteit. Vrouwen behoren beleefd te blijven en rekening te houden met gevoelens van anderen. Schelden en vloeken kan écht niet, foei! Op die manier werkt de eis van lief/beleefd zijn als een knevel, die voorkomt dat vrouwen openlijk zeggen wat ze bedoelen en met de vuist op tafel slaan als het moet. Omarm je vulgariteit, dan kan dat alles veranderen, stelt Eltahawy in een opiniestuk voor NBC News:

…whenever I stand at a podium to give a lecture, I begin with my declaration of faith: “F**k the patriarchy.” Whether I am lecturing on feminism in Lahore, Pakistan or Dublin, Ireland or Johannesburg, South Africa or New York City, my declaration never changes. […] In my experience, almost nothing can match the power of profanity delivered by a woman at a podium, unapologetically. Because how many women — not to mention women of color — are ever even invited to the podium? And of those, how many, when they get on stage, still begin almost as if they are asking for permission to speak? I say f**k to honor the power of “radical rudeness,” as perfected by Ugandan scholar and feminist Stella Nyanzi.

Die kracht en duidelijkheid zijn hard nodig, want het patriarchaat is hardnekkig. Eltahawy ziet dat stelsel als een octopus, met acht verschillende tentakels. Die tentakels hebben namen zoals racisme, homofobie en kapitalisme, maar ze komen voort uit hetzelfde zenuwcentrum, het patriarchaat, signaleert ze.

Dit soort verbanden, tussen patriarchaat en andere onderdrukking, is al langer bekend. Daarom zijn vrouwen ook zo boos, signaleert auteur Kate Harding:

everybody just keeps acting like all of this is brand new, because they don’t want to listen to women. Which is, in a nutshell, why we’re so angry.

En waarom mensen zoals Eltahawy blijven proberen de situatie open te gooien en verandering te bewerkstelligen. Dan ga je vanzelf patronen herkennen. Zoals bijvoorbeeld de link tussen vrouwenhaat en rechts-extremisme.  Of neem een conservatieve populist zoals Bolsonaro in Brazilië, die vrouwenhaat, vermengd met racisme, inzet om het Amazonegebied vrij te geven voor mijnbouw, houtkap en grootschalige commerciële landbouw. Smaakjes verschillen, maar de mannelijke leiders van dit soort regimes hebben met elkaar gemeen dat ze vrouwen niet voor vol aanzien en hun baarmoeder willen beheersen, signaleert Eltahawy. Leiders uit totaal verschillende landen en culturen vinden elkaar bijzonder makkelijk, om ‘echtgenotes van’ te beledigen of geweld tegen vrouwen makkelijker te maken.

Weerstaan, overtreden en verstoren is een gepaste reactie, als je geconfronteerd wordt met zo’n octopus.

Naar Nederlandse begrippen kan haar boodschap overkomen als ‘te radicaal’. Eltahawy heeft in ons land geen goede pers gekregen, bijvoorbeeld toen ze in april dit jaar een debat in De Balie afzegde. De Balie vond dat ze dat om verkeerde redenen deed, en op Twitter piekten de anonieme trollen die het etiket ‘aandachtshoer’ op haar voorhoofd plakten. Wat columniste Meredith Greer tot de opmerking bracht dat het wel erg vreemd is, dat alleen vrouwen uitgescholden worden voor aandachtshoer. Ons land telt allerlei mannen die aandacht willen en ophef veroorzaken, maar over hen geen onvertogen woord:

Mona Eltahawy wil aandacht. Ze schrijft boeken en gaat daarmee op tournee. Slavoj Žižek schrijft ook boeken en wil ook aandacht. Jordan Peterson ook. Brett Easton Ellis ook. Wat is dan het verschil tussen een aandachtshoer en iemand die aandacht wil? […] …geen van die mannen kreeg er een standje voor. Geen van hen hoefde in rare kronkels te wringen om maar aardig en bescheiden over te komen. Niemand heeft Theo van Gogh bijvoorbeeld ooit een aandachtshoer genoemd.

Kortom, een dubbele moraal. Om dan te kunnen zeggen ‘fuck the patriarchy’ kan een enorme opluchting zijn. En ja, ook in Nederland hebben we dat nodig. In Nederland morrelen Christelijke partijen aan het zwaar bevochten recht van baas in eigen buik. Hebben we rechtspopulisten zoals Geert Wilders en Thierry Baudet, die vrouwen vooral zien als instrument om tot hun witte, mannelijke heilstaat te komen. Plaatsen partners, werkgevers en familieleden vrouwen onder zware sociale druk om zich te schikken in de rol van halve in het anderhalfverdienersmodel. En beschikken we nog steeds niet over een goede aanpak van seksueel geweld. Zo blijft verkrachting zo vaak onbestraft, dat je kunt stellen dat daders vrij spel hebben. En neem je in het openbaar ruimte in, dan krijg je spreekkoren van het type ‘daar moet een piemel in’.

In zo’n klimaat is een stevigere reactie absoluut gepast. In Nederland en in de rest van de wereld. De eerste recensies van de Zeven Noodzakelijke Zonden voor Vrouwen zijn dan ook lovend. Kirkus Review noemt het boek bijvoorbeeld ‘A striking anti-patriarchal manifesto‘. Dus, neem eens een kijkje in je plaatselijke boekhandel. En uitgeverijen, zorg aub voor een vertaling in het Nederlands. Wat je ook van Eltahawy vindt, haar boodschap is prikkelend, uitdagend en taboedoorbrekend. Je zult je niet vervelen met haar boek 😉