Tag Archives: werk zoeken

Werkgevers discrimineren rustig verder

Of het nou gaat om een grote werkgever als Van der Valk, of een schoonmaakbedrijf, de uitkomst blijft hetzelfde: werkgevers discrimineren massaal zwangere vrouwen. Het kan zelfs riskant zijn om te laten blijken dat je een kinderwens hebt – dan gaat de baan aan je neus voorbij (ook al zag het College voor de Rechten van de Mens in dit specifieke geval discriminatie niet hard genoeg aangetoond.)

Een vrouw solliciteerde voor een administratieve baan bij een schoonmaakbedrijf. Tijdens het gesprek vroeg de werkgever naar haar kinderwens. Ze zei die wens te hebben, waarna de werkgever de procedure opeens niet verder voortzette. Discriminiatie of niet? Lastig:

Het College vindt de vraag naar een kinderwens om die reden niet relevant en dus ongepast. Maar dat is niet voldoende om aan te nemen dat de kinderwens een rol speelde bij de afwijzing. Partijen verschillen daarover van mening. Het College kan daarom niet vaststellen of de kinderwens in deze zaak een rol speelde bij de afwijzing van de vrouw.

Discriminatie hard genoeg aantonen lukt vooral als een vrouw daadwerkelijk zwanger is en de werkgever haar contract met een verdachte timing, namelijk na de aankondiging, ‘opeens’ niet verlengt of in haar nadeel verandert.

Zo tikte het College voor de Rechten van de Mens (CVRM) Van der Valk op de vingers. Locatie Zwolle nam een vrouw aan met een tijdelijk contract, in principe voor een jaar. Tijdens de twee maanden proeftijd meldde de vrouw dat ze zwanger was. Prompt wijzigde Van der Valk het contract naar vijf maanden. Zodoende viel het einde van het dienstverband bijna samen met het begin van het zwangerschapsverlof. Een nieuw contract kon de vrouw wel vergeten.

Het omzetten van een arbeidsovereenkomst is volgens Van der Valk niet gebruikelijk, meldt het CVRM in haar vonnis: ”Hieruit leidt het College af dat er een vermoeden is dat dat de zwangerschap de reden is geweest voor de omzetting.” Beleefde taal voor: betrapt, stelletje vrouwenhatende eikels!

Ook een bedrijf als Zorg voor Mensen Huishoudelijke Hulp BV wil best voor mensen zorgen, maar niet als het om zwangere vrouwen gaat. Net als Van der Valk greep deze onderneming de proeftijd aan om een vrouw te ontslaan, die tijdens de eerste twee maanden van haar jaarcontract aangaf dat ze zwanger was.

Zorg voor Mensen ontkende dat de zwangerschap een rol speelde. De onderneming verwees naar  ‘bedrijfseconomische omstandigheden’, zoals bezuinigingen op de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, als de ontslagreden. Een paar dagen later plaatste het bedrijf echter een nieuwe vacature voor thuiszorgmedewerkers. De bedrijfseconomische omstandigheden waren blijkbaar al weer opgelost. Discriminatie, oordeelde het CVRM.

Ook de NDC Mediagroep BV ziet zwangere vrouwen liever gaan dan komen. De directeur van dit bedrijf zocht een nieuwe manager en was in gesprek met een veelbelovende kandidate. In het zesde gesprek gaf de sollicitante aan dat ze zwanger was. Prompt begon het gelazer: ,,De directeur vindt dat de vrouw zijn vertrouwen schendt door pas aan het einde van het gesprek, waarin de planning aan de orde is, te vertellen dat ze zwanger is.”

De beste man vergeet even dat vrouwen helemaal niet aan hoeven te geven dat ze zwanger zijn. Werkgevers mogen er ook niet naar vragen. De reden? Het werkt discriminatie in de hand. Zoals de directeur zelf bewijst, want meteen na het nieuws ziet hij prompt af van een contract voor de kandidate. Verboden direct onderscheid op grond van geslacht vanwege zwangerschap, oordeelt het CVRM.

Zomaar weer een greep uit zaken waar vrouwen onomstotelijk bewezen banen en inkomens mislopen, omdat werkgevers massaal en systematisch discrimineren. Wil je de loonkloof dichten, dan zal de regering hier werk van moeten maken.

Werkgevers laten vrouwen links liggen

Vrouwen vallen bij veel werkgevers af omdat ze niet flexibel genoeg én van het foute geslacht zijn. Dat blijkt uit een onderzoek over de aansluiting van werklozen op banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Het rapport kwam in het nieuws vanwege een harde brief aan de Kamer van staatssecretaris De Krom (m). Daarin schreef hij dat veel werkzoekenden alleen een baan willen waar ze ‘zin in hebben’ en niet te lang willen reizen naar hun werk. Zelfs de Telegraag kopte dat hij overdrijft.

De rapportage van het Leidse onderzoeksbureau Astri wijst uit dat de groep met WW nogal verschilt van de groep met bijstand. De WW-er is vaker man en van oudere leeftijd. Tweederde heeft een partner met een inkomen. De groep met bijstand bestaat uit meer vrouwen en veel meer allochtonen. Tweederde is alleenstaand, waaronder een grote groep alleenstaande ouders. Dat betekent in de praktijk: moeders, want in 2010 vormden zij volgens het CBS 83% van de eenoudergezinnen. Wie in de bijstand zit, staat er dus financieel meestal slechter voor dan wie WW ontvangt. Betaald werk zou beter zijn. Hoe zit het met de aanbodkant?

Uit het rapport blijkt dat werkgevers veelal binnen een maand iemand vinden om hun vacature voor laaggeschoold werk te vervullen. Ze letten vooral op betrouwbaarheid, motivatie, lichamelijke fitheid. Twintig procent van de werkgevers vindt een bepaald geslacht ‘heel belangrijk’, nog eens tien procent noemt sekse een beetje belangrijk. (p. 61) Verderop op dezelfde pagina noteert het rapport:

Man-vrouw, oud-jong, ervaren of groen: als ze het maar goed doen, dan doet het er minder toe. Overigens blijken werkgevers in de praktijk voor het merendeel jonge mannen aan te nemen (zie bijlage tabellen B3.7 t/m B3.9).

De sociaal wenselijke praat komt dus niet terug in de harde cijfers van aangenomen werkzoekenden. Het gewenste geslacht is veelal: man. Vrouwen beginnen dus al met een achterstand, want voor de werkgever zijn zij van het verkeerde geslacht.

Daarnaast vinden werkgevers motivatie belangrijk. Die motivatie leiden ze onder andere af aan de bereidheid om offers te brengen. Flexibele werktijden, onregelmatige werktijden, lange reistijden voor lief nemen. Reistijden zijn breed een probleem, omdat bussen bijvoorbeeld pas vanaf zes uur ’s ochtends rijden, waardoor je te laat komt, of omdat er nauwelijks openbaar vervoer is naar de arbeidsplek. Dit laatste speelt vooral in het Westland. Bovendien is het OV duur. Veel mensen kunnen de reiskosten niet ophoesten.

Vrouwen kunnen daarnaast minder goed aan eisen van flexibele inzetbaarheid voldoen dan mannen, bijvoorbeeld omdat ze voor kinderen moeten zorgen en vast zitten aan de roosters van de kinderopvang. Hun klantmanagers erkennen deze problematiek of weigeren bepaalde moeders zelfs:

”Die dienstroosters zijn met name een belemmering voor moeders: overdag kan kinderopvang, maar dat kan niet makkelijk in het weekend of in de avond in deze gemeente. In Amsterdam kan dat misschien, maar hier niet”. […]  Een consulent bij een werkgeversservicepunt zegt heel kordaat dat ze mensen die kinderopvang via familie of vrienden geregeld hebben afwijst, omdat ze uit ervaring weet dat dit vaak niet voor een langere periode stand houdt.

Daarnaast vinden vrouwen het lastig om voltijds werk aan te nemen, of te beginnen aan een tijdelijke baan. Opnieuw komt dit doordat vrouwen, vaker dan mannen, zorgtaken hebben. Vaak voor kinderen, maar soms ook voor zieke ouders of andere familieleden. Ze redden een fulltime baan niet. Voor hen speelt daarnaast terecht de vraag of zij er op vooruitgaan als ze een deeltijd baan accepteren. Of, erger, een deeltijdbaan met een tijdelijk contract. Loopt zo’n contact af, dan moeten ze daarna opnieuw een uitkering aanvragen. Ze moeten vaak twee tot drie maanden wachten voordat de uitkering begint.

Deze blanke man uit stoere taal in verkiezingstijd. Jammer dat hij zo slecht rapporten leest.

Veel vrouwen hebben geen geld om die wachttijd te overbruggen. Driekwart van de klantmanagers schatten in dat dit voor hun cliënten hoge drempel opwerpt. Dat blijkt ook uit interviews van onderzoeksbureau Astri met uitkeringsgerechtigden:

Ik heb geen (spaar)geld om de maanden te overbruggen voordat ik weer een uitkering heb. Ik ben ook bang voor de gevolgen voor huur- en zorgtoeslag. Ik wil gewoon inkomen hebben, want ik ben bang dat ik anders uit huis wordt gezet. (vrouw, 1 kind, vluchteling met apothekersassistent diploma uit eigen land).

Ik ben erg bang voor de gevolgen die dit soort werk kan hebben voor mijn uitkering. Ik ben erg bang dat ik dan geen uitkering meer krijg en dat ik dan daarna de uitkering opnieuw aan moet vragen. Ik weet ook eigenlijk niet hoe dit moet, dus ik wil dit sowieso niet hoeven doen. (vrouw, 2 kinderen, mbo-opleiding)

Terwijl ze echt wel betaald werk willen verrichten:

Het is fijn om te werken. Ik wil ook graag werken, maar ik kan helaas alleen parttime werken in verband met mijn gezondheid en de zorg voor mijn dochter. Daarom kan ik niet uit de uitke- ring komen. (vrouw, 1 kind, 10 uur per week schoonmaakwerk)

Werken is altijd prettig. Het is veel bevredigender om zelfvoorzienend te zijn dan om alleen maar je handje op te houden. (vrouw 2 kinderen, werkt 21 uur per week in de zorg)

Ik heb bij mijn werk gezegd dat ik meer wilde gaan werken. Dit kon eerst niet en toen ben ik iets anders gaan zoeken. Toen ze op mijn werk erachter kwamen dat ik misschien ontslag wil- de gaan nemen, wilden ze mij toch houden dus nu mag ik ook meer gaan werken binnenkort. (vrouw, 2 kinderen, werkt nu nog 9 uur per week in huishoudelijke zorg)

Het gaat hier om een groep in een moeilijke situatie. Allerlei factoren maken het voor deze vrouwen lastig om aansluiting te vinden op de arbeidsmarkt. Het is daarom zuur dat De Krom zo’n negatief beeld schetst. Dat is niet terecht, vinden allerlei organisaties en gemeenten. De Krom snapt niks van uitkeringsgerechtigden.

De Zesde Clan raadt De Krom aan werkgevers aan te spreken op hun houding en gedrag, in plaats van bijstandsgerechtigden neer te sabelen. Ook kan hij beter ijveren voor een ruimer aanbod in de kinderopvang, en bureaucratische rompslomp aanpakken die het niet lonend maakt om tijdelijke banen te aanvaarden.