Tag Archives: vrouwengeschiedenis

Er staat een vrouw in de tuin

We práten maar door over Eva die de mensheid uit een paradijselijke tuin verdreef. Maar waarom horen we zelden iets over de paradijzen die sindsdien door vrouwen worden gecreëerd? Met die vraag dook Anna Mieke Backer de Nederlandse geschiedenis in en schreef het boek Er Stond een Vrouw in de Tuin – over de rol van vrouwen in het Nederlandse landschap. Er gaat een wereld voor je open.

Voor zover ik weet is dit het eerste boek wat zo diep ingaat op de rol van vrouwen bij de aanleg, het onderhoud en de architectuur van tuinen in Nederland en omgeving. Veel werken concentreren zich op de formele opdrachtgevers, de makers van gesigneerde plattegronden en officiële tuinarchitecten. Backer noemt dit een Bermudadriehoek, waarin vrouwen spoorloos verdwenen omdat het formele circuit tot het domein van de mannen behoorden. Pas begin 1700 duikt de eerste tekening van een tuinontwerp op, waar duidelijk een vrouwennaam bij staat.

Wil je weten wat vrouwen deden, dan moet je de archieven induiken, brieven van vrouwen uit die tijd lezen, je verdiepen in de geschiedenis van adellijke families en de activiteiten van de vrouwen van. Dat is precies wat Backer deed, en het levert een fascinerend relaas op. Het NRC loofde het boek terecht met complimenten zoals een prachteditie. De auteur kreeg op 29 juli 2016 ook ruimte op radioprogramma Vroege Vogels om te vertellen over haar speurtocht naar het aandeel van vrouwen in de tuinarchitectuur

Op de site van de uitgeverij, HEF Publishers, staan bijlagen bij het boek. Zoals een kort overzicht van belangrijke vruchtbaarheidsgodinnen, een lijst Myriaplanten, gerangschikt naar kleur en bloeiwijze én zoals in 1591 in kaart gebracht en een overzicht van de tuinen van Marie de Brimeu.

Enfin, aarzel niet. Koop dit boek 😉

Advertenties

Spare Rib biedt historische goudmijn

Betty Friedan, Germaine Greer, Margaret Drabble en Alice Walker publiceerden stukken in het Engelse feministische magazine Spare Rib (1972-1993). Maar het blad bood ook een platform aan ‘gewone’ vrouwen, wiens stemmen in de jaren zeventig en tachtig nauwelijks een plek kregen in de doorsnee media. Dankzij een ambitieus project van de nationale Britse Bibliotheek staan alle 239 uitgaven nu online. Een goudmijn voor iedereen met belangstelling voor moderne geschiedenis en feminisme.

Volgens onderzoekster Marloes Hülsken kwam de publicatie van vrouwenbladen in Nederland relatief laat op gang. Laat staan feministische tijdschriften. Wil je oude nummers inzien van bijvoorbeeld Onze Roeping, dan kun je onder andere terecht bij de archieven van kenniscentrum Atria. Vaak kun je echter alleen online opzoeken wat er is. Daarna moet je nog steeds afreizen naar bijvoorbeeld Amsterdam, om een nummer fysiek in te zien.

Dat je met één muisklik daadwerkelijk een gedigitaliseerd nummer kunt lezen, komt zelden voor. Dat maakt het Engelse project extra bijzonder. Klik op een uitgave van Spare Rib, en je belandt midden in de debatten, polemieken, analyses en oproepen tot actie van destijds.

Polly Russell, de curator van de Britse Bibliotheek, vond het opvallend hoeveel kwesties akelig actueel bleven. Vrouwen ondervinden nog altijd veel nadelen van moederschap. Verbaal en fysiek geweld tekent nog steeds vele vrouwen. Abortus blijft een heikel punt, en als je als vrouw nog een tweede marginaliserende eigenschap hebt, zoals een niet-blanke huidskleur, zijn de rapen helemaal gaar. Toen de krant The Guardian Russell ruimte gaf om haar tien favoriete artikelen  uit te zoeken, koos ze dan ook voor stukken uit Spare Rib die dit soort kwesties behandelden.

Spare Rib stopte in 1993. Twintig jaar later, in 2013, probeerde Charlotte Raven, één van de oorspronkelijke oprichtsters, een nieuwe versie van het blad op te zetten. Na veel gedoe zag ze af van het gebruik van de oude titel Spare Rib en doopte het project Feminist Times. Deze poging mislukte echter. De site staat nog online, maar Feminist Times stopte halverwege 2014.

Inmiddels kent Engeland een levendige feministische mediasector, grotendeels in de vorm van weblogs en andere digitale platforms. In de top vijf staan The F-Word, Bad Reputation, The Vagenda, Everyday Sexism en Rarely Wears Lipstick. Een andere site, UK Feminista, richt zich sterk op opinievorming en activisme. Of neem de site van journaliste Laurie Penny, ook een aanrader vanwege haar scherpe feministische analyses. Op die manier verandert internet in je eigen feministische huiskamer.

Vrouwen eren op 4 mei

Historici richtten zich in hun geschiedenis over het verzet in Nederland, tijdens de Tweede Wereldoorlog, voornamelijk op de daden van mannen. Vrouwen bleven te vaak onzichtbaar, betoogt hoogleraar vrouwengeschiedenis Marjan Schwegman.

Monument ‘Vrouwen in het Verzet’, onthuld in 1999.

Natuurlijk zijn er altijd mannen, zoals historicus Coen Hilbrink, die vinden dat het allemaal wel meevalt. Hij gaat echter nauwelijks in op de argumenten van Schwegman. Ook negeert hij de context. Vrouwengeschiedenis staat pas sinds begin jaren tachtig van de vorige eeuw op de kaart. Voor die tijd hadden geschiedschrijvers er algemeen een handje van om de daden van vrouwen te negeren.

Ook de periode van de tweede wereldoorlog ontkwam niet aan een mannelijke blikvernauwing. Ja, Hannie Schaft kunnen de meeste mensen nog wel noemen. Maar voor de rest? Truus Menger-Oversteegen, zegt u dat wat? Jacoba van Tongeren? ‘Tante Riek‘? De zusjes Truus en Freddie Oversteegen? Siet Tammens? Dirigente Frieda Belinfante?

Mannen schetsten hét beeld van dé verzetsheld. Dat beeld was op het mannelijke gericht:

Het gangbare beeld van het verzet tijdens WO II draagt tot op de dag van vandaag sterk de sporen van Van Randwijks verbeelding van het verzet: het gaat meestal om mannen die dappere, spectaculaire daden verrichtten, die ze soms met hun leven moesten bekopen.

Vrouwen kwamen in deze visie hooguit in beeld als ondersteuner van deze dappere mannen. Het is geen toeval dat anno nu de Soldaat van Oranje centraal staat, in de succesvolle musical naar de succesvolle film over een mannelijke verzetsheld. Hij is de norm. Als de werkelijkheid afweek van dit ideaal, pasten geschiedschrijvers de beeldvorming aan:

Tegelijkertijd weten we ook dat het optreden van vrouwen, als dat afweek van datgene wat passend werd geacht voor vrouwen, in de naoorlogse reconstructies van verzetsgeschiedenissen nogal eens is weggeretoucheerd en ingepast is in patronen die wel passend werden geacht. Zo reduceerde de Friese verzetsstrijder en geschiedschrijver Pieter Wijbenga de rol van Esmée van Eeghen in het Friese verzet tot de rol van koerierster. In werkelijkheid werkte Esmée van Eeghen op voet van gelijkheid met KP leider Krijn van den Helm.

Ook zeer bekende vrouwen kregen te maken met deze inpassing in stereotiepe rollenpatronen. Zo schilderden mannelijke historici koningin Juliana af als een tevreden huismoeder die in Canada braaf voor haar gezinnetje zorgde, en zelf ook niets lievers wilde dan dat. We moesten wachten tot Jolande Withuis. Deze historica bracht aan het licht dat Juliana lezingen hield, lobbyde, bij de Amerikanen om hulp vroeg en er vanuit het buitenland alles aan deed om Nederland bij te staan tijdens de Tweede Wereldoorlog. Niks geen passieve huismoeder dus, maar een actieve politica.

Behalve gender kon ook de politiek in de weg zitten. Zo speelden communisten een grote rol in de illegaliteit. Waaronder veel vrouwen. Na 1945 namen de spanningen met Rusland echter snel toe en begon de Koude Oorlog. Niemand wilde in die situatie iets weten van dappere communistes. Pas toen dit smeulende conflict afnam, ontstond er weer enige belangstelling voor het aandeel van linkse vrouwen in het verzet.

Ook andere verhalen komen langzaam tevoorschijn. Na zeventig jaar kwam er bijvoorbeeld eindelijk aandacht voor Groep 2000, een verzetsorganisatie onder leiding van Jacoba van Tongeren. En in 1999 – ja, toen pas – vond in Heerhugowaard de onthulling plaats van een monument ‘Vrouwen in het Verzet’, met op de sokkel de namen van 21 vrouwelijke verzetshelden die omkwamen in de concentratiekampen Ravensbrück en Auschwitz.

’t Is moeilijk om te accepteren dat we vooroordelen hebben. Maar we zijn allen seksistisch, in onze van seksisme doordrenkte samenleving. Het enige wat we kunnen doen is ons bewust worden van blinde vlekken, en op 4 mei expliciet ook verzetsvrouwen eren, naast alle slachtoffers van oorlogsgeweld.

Impliciet seksisme nekt artikel over rolbevestigende foto’s

De Zesde Clan schoot oprecht in de lach bij het lezen van een artikel in dagblad Trouw. Een verslaggever sprak met sociologe Niraï Melis over de resultaten van haar onderzoek naar foto’s in kranten. Dat beeldmateriaal bevestigt vooral ouderwetse rolpatronen, toonde ze  aan. Waarop de journalist van Trouw in zijn berichtgeving precies laat zien waar het mis gaat. Te beginnen met zijn opmerking ,,De cijfers zullen een gruwel zijn voor feministen”.

Melis maakt keihard duidelijk dat mannen veel vaker zichtbaar zijn in de media dan vrouwen. Mannen staan in 65% van de gevallen op de foto. In 70% van de gevallen als flitsende carrièreman, tegen 7% van de vrouwen. Als er al een vrouw in beeld komt, laat de foto een huiselijke omgeving zien. Bijna alle vrouwen lachen of kijken sexy, terwijl de heren ernstig in de lens staren. Mannen komen in beeld als sporter, vrouwen als knap model. Enzovoorts.

De Trouw-verslaggever, Joost van Velzen, sprak met Melis en legde een deel van die uitwisseling vast in zijn stuk. Na wat inleidende open vragen gooit hij er stellingen tegenaan van het type: ”Kranten moeten de werkelijkheid tonen. En die is dat mannen vaker topposities bekleden en dus vaker het nieuws bepalen.” Aldus Van Velzen.

Dat is meer dan alleen een interviewtechniek. Van Velzen haakt aan bij een van de essentiële doelen van journalistiek: objectief verslag geven. Daarbij sluit hij echter tegelijkertijd aan bij een veel gebruikte redenering om de onzichtbaarheid van vrouwen goed te praten. Neem geschiedenisboeken. Daarin wemelde het van de mannen, want die deden alle belangrijke dingen terwijl vrouwen het huishouden deden. Sorry, dames, zo was het nou eenmaal.

Er waren kritische historici voor nodig om deze ”werkelijkheid” bij te stellen en het aandeel van vrouwen aan het licht te brengen. In Nederland verricht onder andere Els Kloek belangrijk werk op dit terrein. In de V.S. was Gerda Lerner een pionier op dit gebied. Laat je vrouwen wél meetellen, dan heeft dat ingrijpende gevolgen voor het algemeen geaccepteerde beeld van de werkelijkheid. Dan blijkt bijvoorbeeld dat je de geschiedenis in hele andere periodes in zou moeten delen. Ook kom je er dan achter hoe vaak vrouwen actief uit de geschiedenis werden geschreven. Tot op de dag van vandaag schrijven journalisten rustig dat mannen internet uitvonden, of dat een Brit voor het eerst in 77 jaar Wimbledon won.

Het enige positieve van die riedel over de werkelijkheid tonen, is dat Melis Van Velzen kan confronteren met feiten:

Volgens mij is 47 procent van de werkende bevolking vrouw. Dat zie ik in kranten niet terug.[…] Mijn voorlopige conclusie is dat vrouwen er in kranten hier minder goed vanaf komen dan in veel andere Europese dagbladen. […] het aantal vrouwen dat in Nederland bijvoorbeeld ‘nadenkend’ op de foto staat is 0,4 procent, terwijl dat in Europese kranten 6 procent is.

Van Velzen bekent nog meer kleur met zijn opmerking dat zulke cijfers feministen een gruwel zullen zijn. Waarom een gruwel? Waarom voelen feministen dat, en blijkbaar geen enkele andere groep in de samenleving? (Even een persoonlijke noot: Als feministen bij ieder voorbeeld van seksisme ‘o gruwel’ zouden roepen, zouden we geen leven meer hebben, want dan kunnen we de hele dag wel weeklagen. Feministen lopen eerder het risico dat ze afstompen. Vandaar dat in de lach schieten – een cynisch lachje, dat dan weer wel…)

Wat de journalist hier impliciet doet, is een bekend vijandbeeld oproepen. Feministen, dat weten we allemaal, zijn een irritante minderheid, bestaande uit onredelijke types met dogmatische overtuigingen die ze te pas en te onpas opdringen aan normale mensen. Het woord ‘gruwel’ heeft bovendien Bijbelse connotaties. Iets is De Here God een gruwel. Waarna het zwavel regent en steden verwoest worden. Dat versterkt de negatieve indruk. Die feministen denken zeker dat ze God zijn, en iedereen hun wil kunnen opleggen, desnoods met geweld. Eng, heeeeel eng!

Van Velzen’s taalgebruik is gekleurd, en met zijn impliciete seksisme geeft hij ‘de werkelijkheid’ een draai. Daarin staat hij niet alleen. Veel mensen nemen klakkeloos de conservatieve Nederlandse mentaliteit over. Het is het water waarin we zwemmen, met belegen rolpatronen die overal als vanzelfsprekend aanwezig zijn. Wie niet oplet, neemt klakkeloos allerlei aannames en mythen over, om ze vervolgens door de herhaling te versterken.

Journalisten zouden zichzelf, juist vanwege de uitgangspunten van hun vak, kritisch onder de loep moeten nemen. Wat maakt dat ze kiezen voor een foto van een man op kantoor en een vrouw thuis?  Welk nieuws missen ze door vrouwen in woord en beeld te marginaliseren en buiten beschouwing te laten?  Door welke lens kijk je en welke effecten heeft dat? Wiens werkelijkheid geef je weer? Waarom? Op basis van wat? Kan het ook anders?

Dat zijn vragen die niet alleen feministen aangaan, met huidige uitkomsten die niet alleen feministen ”een gruwel” zouden moeten zijn. Dat zijn kwesties waar  juist verslaggevers, fotografen en eindredacteuren zich mee bezig zouden moeten houden. Dan had Van Velzen vast een ander artikel geschreven.

UPDATE: Ook een door de eigen redactie gemaakte infographic maakt duidelijk dat Trouw een nogal specifiek beeld van dé werkelijkheid heeft. Bij een artikel over de zorg draagt hij een groenig-witte jas. Hij staat wijdbeens, met papier en pen in een borstzakje. Hij maakt zich breed – hij mag dat – en straalt uit: ‘hier ben ik’. Zij daarentegen staat met een handje op haar heup bevallig op hakken en is gekleed in een blauw soort pyjama. Als je haastig kijkt zou je denken dat zij de patiënt is, maar wellicht is ze een schoonmaker of zo? En dat terwijl het personeelsbestand in de zorg voor het overgrote deel uit vrouwen bestaat….

Kenau werft mensen voor haar leger

Wil je meisjes ondersteunen, zodat zij op kunnen groeien tot sterke vrouwen? Sluit je dan aan bij Kenau’s leger. Met deze campagne slaat Plan Nederland twee vliegen in één klap. Aansluiten bij de aanzwellende populariteit van de biografie en de verfilming van het verhaal van Kenau Simonsdochter Hasselaer, die de Spanjaarden klop gaf tijdens het beleg van Haarlem in de zestiende eeuw, én de situatie van meisjes verbeteren. Ook Nederlandse vrouwen kunnen baat hebben bij de rehabilitatie van Kenau.

Wereldwijd verkeren veel meisjes in een lastige positie. Culturele, sociale en religieuze factoren maken dat meisjes minder vrijheden hebben dan jongens, vaker niet naar school gaan, en blootstaan aan schendingen van het lichaam. Zoals bij de genitale verminking van meisjes.

Plan Nederland zamelt daarom al jaren geld in voor projecten die specifiek op meisjes gericht zijn. De vele activiteiten rondom Kenau bieden de organisatie dit jaar nieuwe mogelijkheden om mensen te betrekken bij de strijd om meisjes een beter leven te geven. De organisatie maakt daarbij onder andere gebruik van serious gaming, een methode om via computerspelletjes serieuze zaken aan te kaarten en bewustwording te creëren,

Dit alles gebeurt nu omdat Kenau, de heldin van de tachtigjarige oorlog, midden in de belangstelling staat. Historica Els Kloek schreef een dubbelbiografie over de Haarlemse zakenvrouw en haar tijdgenoot, Magdalena Moons. Beide vrouwen streden tegen de Spanjaarden en golden als heldinnen. Dat veranderde pas in de negentiende eeuw, een tijdperk waarin onze samenleving in versterkte mate geen geduld had met vrouwen die iets anders deden dan moeder en huisvrouw zijn. Kenau werd een scheldwoord voor een agressief manwijf, en Moons stond opeens te boek als een hoer.

Pas nu beginnen mensen door die vijandige mythes heen te prikken. Kloek ontdeed Kenau’s levensverhaal van het stof en de misverstanden, en herstelde de reputatie van Moons. Bovendien staat Kenau centraal in een film, die op 6 maart de Nederlandse bioscopen bereikt. Op 7 maart reikt Haarlem de Kenau Hasselaerpijs 2014 uit aan mensen en organisaties die zich verdienstelijk hebben gemaakt op het gebied van emancipatie. Vanaf 6 april kunnen mensen naar een opera over Kenau, en exposities bezoeken. Teveel om op te noemen.

Naast meisjes helpen en geld inzamelen is deze ontwikkeling nog vanwege een andere reden belangrijk. Woorden betekenen iets en drukken een wereldbeeld uit. Kenau geldt als een scheldwoord om ‘manwijven’ mee te diskwalificeren. Dat doet iets met vrouwen. Het perkt onze vrijheid in om te zijn wie we zijn. Het scheldwoord bekrachtigd namelijk een welbekende dubbele moraal. Hij is een krachtige leider, zij is bazig. Hij is assertief, zij is agressief. Hij krijgt ruimte, zij moet zich in allerlei bochten wringen omdat mensen haar anders niet meer aardig vinden. Hij blijft een individu, zij krijgt het etiket ‘Kenau’ opgeplakt als ze zich niet gedraagt zoals het hoort.

Voor gemarginaliseerde groepen, zoals vrouwen, kan het herdefiniëren van scheldwoorden een krachtig wapen zijn in de strijd om zulke conservatieve mores aan te pakken. Het scheldwoord verandert in dat geval in een geuzennaam, waar je kracht aan kunt ontlenen. Eerder gebeurde dit bijvoorbeeld met het scheldwoord slet. Toen een Canadese politieman openlijk zei dat vrouwen erom vragen verkracht te worden, als ze zich kleden als sletten, leverde dat een wereldwijde protestbeweging op. Vrouwen organiseerde slettenmarsen en gebruikten het scheldwoord om de verkrachtingscultuur aan te klagen:

Slet is sinds kort namelijk niet alleen een scheldwoord, maar ook een nieuwe geuzennaam voor vrouwen die er genoeg van hebben te worden afgerekend op hun uiterlijk. En daar ben ik er één van.
Na Toronto, Londen, Seoul en New Delhi gingen afgelopen zaterdag ook in Berlijn vrouwen de straat op voor de Slutwalk. Zo’n duizend zelfbenoemde sletten liepen mee in korte rokjes, kousen en sommigen zelfs naakt, om te protesteren tegen het wijdverbreide idee dat sexy geklede vrouwen “er zelf om vragen”.

De positieve aandacht voor Kenau helpt om een vijandig vrouwbeeld bij te schaven. Als campagnes rondom Kenau ook nog leiden tot meer financiële steun voor meisjes, is dat helemaal prachtig. Doneer en sluit je aan bij Kenau’s leger. Want Kenau, dat zijn we allemaal!

Monuments Men verwijdert vrouwen uit geschiedenis

Laat het aan Hollywood over om vrouwen te negeren. Niet alleen krijgen actrices slechts eenderde van de rollen, ook in de verhalen die verteld worden komen ze nauwelijks aan bod. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij The Monuments Men, een film die op dit moment in Nederlandse bioscopen draait. Deze op historische feiten gebaseerde rolprent schrijft vrouwen uit de geschiedenis.

Clooney’s beeld van het verleden: een zaak voor blanke mannen.

The Monuments Men speelt zich af tijdens en na de tweede wereldoorlog. Eigenlijk gaat het om de Monuments, Fine Arts and Archives Section – een naam die op geen enkele manier vrouwen buiten sluit. De V.S. namen het initiatief om dit team op te richten, met als doel kunstwerken te beschermen en door de Nazi’s geroofde kunst terug te vinden. Uiteindelijk namen 300 mensen uit dertien verschillende landen deel aan deze missie. Onder hen ook vrouwen.

Niet dat je dat zou weten als je de film ziet. George Clooney verzamelde zijn maatjes om zich heen en concentreert zich op de acties van een groep mannen. De New York Times vond het terecht nodig het beeld uit de film te corrigeren. De krant wijst op personen zoals Ardelia Ripley Hall, Rose Valland, Anne Olivier Popham Bell, vrouwen die dezelfde dappere daden verrichten als de mannen die Clooney en zijn maten portretteren. Alleen actrice Cate Blanchett komt kort in beeld als Rose Valland, een lid van het Franse verzet. Voor de rest lijkt het alsof alleen mannen ooit iets noemenswaardige deden.

Website Women & Hollywood zoekt de verklaring voor het negeren van vrouwen in de houding van George Clooney, en wijst op de sociale gevolgen van zijn gedrag:

It’s not surprising that Clooney, a powerful industry player who’s prone to juvenile pranks and likes to star in movies with all of his best buds, would create such a testesterone-choked film. But he does contribute to the ongoing erasure of women from the screen — “the fictitious villages and jungles and kingdoms and interplanetary civilizations [in the movies] nearly bereft of female population” that Geena Davis recently described as Hollywood’s norm. Except this time, Clooney’s blotting out real women from our shared history.

Het ergste is dat dit keer op keer gebeurt. In films zoals Argo, over een gijzelingsdrama in het Iran van de jaren zeventig. Vrouwen waren in werkelijkheid wel degelijk betrokken bij het geheel, maar ze zijn nagenoeg afwezig in de artistieke verbeelding van de geschiedenis. Argo draait om blanke Amerikaanse mannen en lijdt behalve onder seksisme ook aan racistische stereotypen.

Maar het gebeurt ook in de realiteit. In die zin sluiten verbeelding en patronen uit het dagelijks leven naadloos op elkaar aan. We zouden helemaal niets weten over dertiende-eeuwse koninginnen van het Mongoolse volk als het aan de kroniekschrijvers had gelegen. En in het Victoriaanse Engeland bewaarden adellijke families de correspondentie van mannen, maar de brieven van vrouwen vernietigden ze, signaleerde Amanda Foreman in haar biografie over de Duchess van Devonshire. In Nederland doen historica Els Kloek en collega’s verwoede pogingen om de vrouwengeschiedenis van ons land terug in het collectieve geheugen te brengen.

Iemand als George Clooney zou zijn verantwoordelijkheid moeten nemen. Hij heeft een groot platform en kan veel invloed uitoefenen op de filmproducties waar hij bij betrokken is. Hij zou vrouwen als volwaardige mensen deel kunnen laten nemen aan een film als The Monuments Men. Dat hij dat niet doet, is een gemiste kans en versterkt patronen waar we als samenleving vanaf zouden moeten willen.

 

Vrouwen en whisky, een verborgen geschiedenis

Drinken vrouwen eigenlijk whisky? Niet als je door de meest recente folder van Gall&Gall bladert. De enige afbeelding van een vrouw, in de speciale editie ‘Whisky&’, staat bij een oproep om drank te serveren. Verder mogen er twee vrouwen opdraven bij een reclame op de achterflap. Ze staan in sexy toverkol-outfit geheimzinnig te doen om een bepaald merk een mystiek aura te geven. Voor de rest is het mannen, mannen en mannen wat de klok slaat.

Vergeleken met een paar honderd jaar geleden lijkt er weinig veranderd. Vrouwen blijven onzichtbaar of worden als heks afgeschilderd. Ook in Nederland reageerden mannen vijandig op de combinatie ‘vrouw en whisky’:

‘Mijn dochter eet ook biefstuk, als je er maar heel veel mayonaise en ketchup op kwakt.’ Met deze zin wilde Bert Dijkstra, columnist bij de Telegraaf, ooit illustreren dat vrouwen niet kunnen proeven en alleen whisky lusten als ze bijvoorbeeld een chocoladetoon hebben. Whisky zou namelijk een mannendrank zijn die niet aan vrouwen is besteed.

Fred Minnick nam geen genoegen met die herhaling van ‘whisky is alleen voor mannen’. Hij dook de geschiedenis en en struikelde al snel over de vrouwen. Ze waren en zijn overal actief in de whiskywereld. Je moet ze alleen wel willen zien. Sterker nog, waarschijnlijk zou niemand tegenwoordig kunnen genieten van een goed glas single malt zonder essentiële bijdragen van vrouwen. Dat betoogt hij in zijn boek Whisky Women – the untold story of how women saved bourbon, Scotch and Irish Whiskey.

Hij schreef daarmee de allereerste whiskygeschiedenis die vrouwen een ereplek geeft. Met recht, zegt hij in interviews:

From Augusta Dickel’s shrewd business move, to the American women who were enlisted to bottle the spirit because they were “more nimble and less clumsy” than men, to the female mind behind the Maker’s Mark red-wax bottle seal, Minnick wrote his new 232-page book because he wanted thought the contributions of such whiskey women deserved their due. “There were all these headlines and comments like, ‘Wow, women drink whiskey, too.’ And women have been around whiskey all along. I thought it was sexist,” he says.

In zijn zoektocht naar het whiskyverleden merkte Minnick al snel dat het niet bij een gebrek aan erkenning bleef. Als ze whisky stookten, liepen vrouwen bijvoorbeeld het risico om als heks verbrand te worden.

(Dat geeft die reclame achterop de Gall&Gall folder trouwens met terugwerkende kracht een naar smaakje. We doen tegenwoordig wel luchtig over de heksenvervolging, maar ondertussen is die erfenis van femicide niet vergeten. Het werkt psychologisch en cultureel door. Onder andere bij de gezondheidszorg aan vrouwen en in de reputatie van vrouwelijke soldaten in oorlogstijd. En toen staatshoofd Thatcher overleed, kraaiden sommige mensen blij dat de heks eindelijk dood was.)

Enfin, Minnick maakt meer dan duidelijk dat whisky nooit een mannendrank was, nu geen mannendrank is en het ook nooit zal zijn, want talloze vrouwen zijn actief in de productie en de consumptie van dit heerlijke vocht. Sterker nog, de afgelopen jaren namen vrouwen topfuncties in bij belangrijke destilleerderijen, het zijn vrouwen die whisky in Japan promoten, en vrouwen brengen hun eigen whisky op de markt, zoals Brenne.

Jammer dat de marketingafdeling van Gall&Gall dat niet doorheeft en er nog steeds voor kiest vrouwen te negeren en seksistische stereotypen te herhalen. Gemiste kans!

Boek 1001 Vrouwen nu al toe aan tweede druk

Het boek 1001 Vrouwen is nog niet uit, of uitgeverij VanTilt kan al een tweede druk van de persen laten rollen. Het project van historica Els Kloek om vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis aan de vergetelheid te ontrukken, is aan alle kanten een succes. Crowdfunding bracht 76.000 euro in het laatje om het boek te bekostigen. Behalve een tweede druk verschijnen bovendien zes vrouwenportretten op een serie speciale postzegels.

De postzegels tonen de ontdekkingsreizigster Alexandrine Tinne, de schrijfster Belle van Zuylen, de Utrechtse heldin uit de Tachtigjarige Oorlog Trijn van Leemput, de schilderes Maria van Oosterwijck, de landsvrouwe Maria van Bourgondië en de theologe Anna Zernike. Prinses en straks koningin Máxima neemt het eerste setje zegels in ontvangst.

Dat iemand als Máxima de postzegels ontvangt, tekent de populariteit en de hoge aaibaarheidsfactor van 1001 Vrouwen. Niet alleen kan projectleidster Els Kloek rekenen op steun in woord en daad van talloze donateurs, maar het project biedt ook een explosie aan creativiteit. Zo zijn de postzegels een ontwerp van Roosje Klap, terwijl Irma Boom tekende voor het bijzondere design van het boek. Zij bedacht onder andere het gebruik van licht roze gekleurd papier en de bijzondere belettering op de rug van het boek.

1001 Vrouwen zorgde ook voor een uitstapje naar de mode. Mensen kunnen bijvoorbeeld een speciale editie van het boek kopen, die je als een handtasje mee kunt nemen. Bovendien ontwierpen Arlette van Laar en Yolet Wefers Bettink een aantal papieren jurken op basis van het ontwerp van boek en expositie.

Wie meer wil weten kan tot en met 14 mei 2013 terecht bij een serie lezingen van Els Kloek en collega’s, in steden zoals Amsterdam, Nijmegen en Bergen. Sprekers behandelen thema’s zoals vrouwen in de politiek, of individuele vrouwen, zoals architecte Margaret Staal Kropholler (13 mei 2013) en verzetsheldin Kenau Hasselaar, over wiens leven momenteel een film in de maak is. De tentoonstelling 1001 Vrouwen loopt nog tot 20 mei 2013 (Bijzondere Collecties, Oude Turfmarkt in Amsterdam).

De lezing van… Renée Römkes

Ter gelegenheid van de lancering van Atria, het nieuwe kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis, hield hoogleraar Renée Römkes een bevlogen openingstoespraak. Stel je voor, een wereld waarin verschillen tussen mannen en vrouwen er niet toe doen:

Een wereld waarin het sekseverschil uiteraard bestaat, maar niet meer als maatschappelijk ordeningsprincipe dat vrouwen en mannen insnoert en patronen in stand houdt die per saldo leiden tot ongelijkheid. Een wereld waarin mannelijkheid en vrouwelijkheid een continuüm van sekseverschillen is. Een wereld waarin de ons steeds vaker voorgeschotelde Venus-vrouwen en Mars-mannen moeten worden gezien als wat ze zijn: een historisch en sociaal construct.

Dat zou mooi zijn… De Zesde Clan ziet het voor zich. Nooit meer angst voor ontslag omdat je het waagde zwanger te worden. Nooit meer te horen krijgen dat het een probleem is als meisjes goede schoolcijfers halen. Nooit meer sociale druk voelen om je wensen en ambities op te geven zodra je een kind baart. Geen statusverschil meer tussen activiteiten die mannen en vrouwen ondernemen, of cultuuruitingen waar iets meer vrouwen dan mannen van genieten. Dat zou fijn zijn!!!

Römkes verwacht dat Nederland de komende tijd een sprong voorwaarts kan maken. Zonder overigens de bestaande verschillen uit het oog te verliezen:

De sprong voorwaarts die ons voor ogen staat, brengt voor ons werk een inspirerende paradox mee: want de ongelijkheid die we willen opheffen, is tegelijkertijd ons vertrekpunt. Om voorbij te komen aan een denken in sekseverschillen dat vrouwen en mannen klem zet, moeten we de verschillen in maatschappelijke belangen tussen vrouwen en mannen wèl onder ogen zien. Daarbij moeten we de complexiteit van verschillen niet versimpelen.

Enfin, lees vooral haar speech…

Gerda Lerner, pionier in de vrouwengeschiedenis

Geschiedenis? Ridders! Koningen! Oorlogen, waarbij de ene koning de andere koning bevecht! Oh, en kerkvaders, filosofen, ontdekkingsreizigers. Op de een of andere manier allemaal mannen. Vrouwen zorgden thuis voor de kindjes en verder niks. Toch? Nou nee, vond Gerda Lerner. Deze historicus zette eigenhandig het vak Vrouwengeschiedenis bij Amerikaanse universiteiten op het lesrooster. Niets was daarna meer hetzelfde. Op 2 januari 2013 overleed ze, na een lang en productief leven.

Lerner voelde zich persoonlijk aangesproken door het ‘probleem’ van vrouwen in de geschiedenis. In het standaardwerk The Creation of a Feminist Consciousness bracht ze in kaart wat het betekent om geen verleden te hebben:

The discovery that predominates and appears to have contributed to the structure of her work is that women have exhausted themselves and wasted their time continuously repeating earlier efforts, largely because they were unaware that they were not breaking new intellectual ground each time they addressed questions of gender.

Dit niet-weten kwam onder andere door een gebrek aan mogelijkheden en middelen om kennis van de ene generatie door te geven aan de andere, en door culturele omstandigheden die het voor vrouwen onmogelijk maakten een traditie te vormen. Slechts geïsoleerde eenlingen of kleine groepjes wisten hier en daar boven het maaiveld uit te steken, waarna er weer een tijdje niets kwam. Een volgende persoon of groepje moest weer van voren af aan beginnen.

Desondanks bleven vrouwen het proberen, met alle mogelijkheden die ze hadden:

the author describes women’s various attempts to “authorize” themselves through mysticism, heretical religious practices, alternative modes of thought, and motherhood. She laments the talent lost by the repression of women, illustrated by the wasteful and repetitive nature of women’s Biblical criticism–which, deprived of a written tradition, each generation had to start anew.

Lerner schreef openlijk over verlies en vergetelheid. In The Creation of Patriarchy analyseerde ze bijvoorbeeld op basis van kleitabletten uit Mesopotamië hoe de status van vrouwen door de eeuwen heen verslechterde, totdat vrouwen niets meer waren dan een wormvormig, dienstbaar aanhangsel van mannen. Pijnlijke informatie, kan de Zesde Clan je verzekeren. Maar het leidde tot een schat aan informatie en een levenslange verdere zoektocht.

Wat Lerner deed was vragen stellen, zoals:

it is a fact that has been acknowledged by every historian of slavery that the first slaves in every civilization that we know were women and children. But other historians have stated that fact, but they have never asked the simple question, well, why was that so? What does it signify?

Van daaruit kwam ze niet alleen op analyses van nederlagen, maar ook vasthoudendheid, doorzettingsvermogen, successen, goede voorbeelden, bijdragen van vrouwen aan de geschiedenis. In essays pleitte ze voor het letten op gender, om de bijdragen van vrouwen in de geschiedenis duidelijk te maken. Ze was één van de eersten die aandacht gaf aan het werk van ‘zwarte’ vrouwen. Ze stond aan de basis van feministische organisatie NOW en besteedde veel tijd aan activisme. Vrouwen organiseren, ze hun gemeenschappelijke kracht laten ontdekken, en veranderingen afdwingen.

Lerner kon op die manier een link leggen tussen heden en verleden. Dat werd soms persoonlijk. Vrouwen die in de middeleeuwen een boek probeerden te schrijven, kregen bergen kritiek. Lerner merkte dat die vijandigheid tot op de dag van vandaag voortleeft, en ze ervoer zelf dat dit op haar persoonlijk een negatief effect had:

Get the token woman to have to take a determined stand in a strong position, then harass her and heckle her, and when she responds the way any man would, sit back and grin. ‘Abrasive, unfeminine, aggressive, just as we thought.’  Well, you can’t expect to make a serious critique of the male academic bastion without them howling and kicking back. But I guess I’m tired of being the one up front.”

Desondanks liet Lerner zich niet het zwijgen opleggen, net zo min als de illustere voorgangers die ze eigenhandig van de vergetelheid redde. Ze schreef verder, bleef activistisch, en zorgde ervoor dat talloze universiteiten vrouwengeschiedenis op een fatsoenlijke manier een plek geven in het onderwijsprogramma.

Lerner stierf op 92-jarige leeftijd. Maar haar erfenis leeft voort, want:

She is survived by a daughter, son and four grandchildren. As well as thousands of students like myself whose lives were forever altered by her work, her intellect and her activism.

In an interview with the New York Times after the publication of Fireweed in 2002, Lerner was asked whether women’s studies were still needed. She replied to the interviewer with a laugh, saying, “For 4,000 years men have defined culture by looking at the activities of other men. The minute we start questioning it, the first question was, ‘Well, when are you going to stop separating yourself out and mainstream? Give us another 4,000 years and we’ll talk about mainstreaming.”

NB Voor Nederland: Vrouwenstudies begonnen aan een opmars in de jaren zeventig. In 1983 erkende de Vrije Universiteit van Amsterdam vrouwengeschiedenis als een officieel bijvak. Daarnaast verschenen vanaf 1980 Jaarboeken voor de Vrouwengeschiedenis. Het 32ste jaarboek gaat onder andere in op de Slutwalks en op gender als theatrale constructie. Ook organisaties als Aletta, het instituut voor vrouwengeschiedenis, houden deze wetenschappelijke discipline levend.

Adopteer een vrouw

Een unieke sponsoractie brengt de uitgave dichterbij van een boek met portretten van Nederlandse vrouwen uit het verleden. Historica Els Kloek maakt gebruik van internet en sociale media om de publicatie te bekostigen door middel van crowdfunding. Veertig procent van het benodigde bedrag is al binnen. Nu de resterende zestig procent nog. Jij kunt ook meedoen. Adopteer een vrouw, wordt haar peter of meter, en draag bij aan de uitgave van het boek waar haar biografie in staat!

Judith Leyster zoekt een peter of meter… Word jij dat?

Het boek 1001 Vrouwen zou je kunnen zien als de schriftelijke weerslag van jaren historisch onderzoek voor een digitaal Vrouwenlexicon. Onder leiding van Kloek werkten 250 deskundige auteurs aan profielen van vrouwen die op de een of andere manier een rol speelden in de politiek, de kunsten en de economie en wetenschap. De website voorziet zodoende in unieke kennis over een vergeten deel van de Nederlandse geschiedenis.

Supporters die het project en het bijbehorende boek steunen, sponsorden al een aantal vrouwen. Met motivaties als:

“Zij trok zich niets aan van conventies en ging geheel haar eigen weg.”

“Het werk van haar is schitterend, leerzaam en een pioniersactiviteit.”

Zij heeft veel voor de ontwikkeling van de kinderpsychologie betekend en in de oorlog joodse kinderen verborg en daarmee bewees dat zij stond voor bepaalde principes.”

“Omdat Judith Leyster een belangrijke vrouwelijke kunstenaar uit de Hollandse 17e eeuw is en nog teveel in de schaduw staat van haar mannelijke collega-schilders.”

Kortom, allemaal vrouwen die erkenning verdienen. Je kunt de publicatie van 1001 vrouwen al steunen vanaf vijftien euro, en krijgt dan als dank een uitnodiging voor de boekpresentatie en gratis toegang tot een bijbehorende tentoonstelling.

Vergeten heldinnen in de ruimte en op aarde

Valentina Tereshkova? Ooit van gehoord? Vast niet, tenzij je een voorliefde hebt voor alle details uit de geschiedenis van de ruimtevaart. Tereshkova was de eerste Russische vrouw die als burger de ruimte in ging. Haar carrière speelde zich af in de tijd dat Rusland en de V.S.met elkaar streden – wie heeft de grootste raket, en wie krijgt die raket het snelste de lucht in enzovoorts. De site Jalopnik kan het dan ook niet nalaten te vermelden dat Tereshkova de Amerikaanse ruimtevaarder Sally Ride twintig jaar voor was.

Valentina Tereshkova, eerste Russische burgeres in de ruimte.

Zowel Tereshkova als haar collega, Svetlana Savitskaya, kampten met denigrerende reacties van hun omgeving:

”Even though she was the first woman to walk in space, and her performance there on the space station Salyut 7 earned her praise from her fellow cosmonauts as being “as good as a man”, she was nevertheless presented with a floral apron and “invited” to be the hostess at their evening meal. And today, for some reason, you can buy an apron with her and her crew mates on it. Flying and living in space is hard enough, but to do it while putting up with that kind of crap takes some really massive ovaries.”

Gezien de koude oorlog zou je verwachten dat de Amerikanen grote moeite zouden doen om de gehate vijand bij te benen. Maar zoals je al kon lezen gingen er twintig lange jaren voorbij voordat een Amerikaanse vrouw de dampkring kon verlaten. Vreemd, want in de tijd van Tereshkova was er een ruimteprogramma, speciaal gericht op vrouwen. En stond er een ploeg van dertien astronauten klaar om de ruimte in te gaan. Die ambitie strandde echter: ze hadden het foute geslacht.

Margaret A. Weitekamp legde hun ervaringen vast in een interessant boek en bracht in kaart wat er gebeurde met dertien talentvolle vrouwen, die alle fysieke tests doorstonden en helemaal klaar waren voor hun ruimterit:

you light the fuse of what promises to be spectacular fireworks, stand back ready to admire—and absolutely nothing happens. No launch, no dazzle, no show. You don’t know what to make of it. Did it fizzle? Is it a dud? Is it dangerous? Will it explode without warning? What do we do with it?

Niks. De omgeving was nog niet klaar voor hen. Het speciale programma, nota bene gefinancierd door een succesvolle zakenvrouw en pilote, stierf een zachte dood. De dertien deelneemsters konden terug naar huis, de keuken in.

De verwarring over wat te doen met die ambitieuze astronauten kwam op allerlei manieren tot uiting, niet alleen in de manier waarop hun ambities in de kiem gesmoord werden, maar ook in het taalgebruik in de media:

The US played catch-up when it came to the first object in space, the first animal, the first human, the first to orbit, the first rendezvous, the first space walk, and other challenges, but when it came to matching the first woman in space, the US said it wasn’t interested. The domestic confusion over a female space traveler was evident in the weird list of euphemisms appearing in the news: “astro-nette”, “astronautrix”, “feminaut”, and the popular “space girl.”

Jaaaa, ruimtemeisje, dat klinkt gezaghebbend! Feminaut. Toe maar. Je moet er maar op komen. Het lijkt het Oude Egypte wel, waar de taal alleen het woord voor koning kende, en geen enkele term had voor koningin. Eén van de eerste vrouwelijke leiders, Hatsepsut, moest zich daarom in allerlei bochten wringen om een geschikte titel te vinden. Ze deed een beroep op een woord voor Het Grote Huis – in de zin van het koninklijk paleis – om zichzelf aan te duiden. Dit woord kennen we nu als Farao. Zo zie je maar weer, hoe de tijd kan verstrijken zonder dat het er voor vrouwen beter op wordt. Maar goed, dat is iets voor een ander artikel.

Andere stemmen in Europa

Feminist Philosophers, een favoriete website van de Zesde Clan, maakte ons attent op de website The Other Voices in Europe. De site ontstond op initiatief van de universiteit van Chicago, later gevolgd door de universiteit van Toronto, en verzamelt werken van vrouwen uit Europese landen, ontstaan in de periode tussen 1400 en 1700. Naast zeer bekende werken, zoals het Boek van de Stad der Vrouwen van Christine de Pisan, maakten deze Amerikaanse universiteiten ook werken toegankelijk van haast vergeten schrijfsters.

Feminist Philosophers lazen de introductie tot de serie en signaleerden het volgende:

The Introduction is profoundly disturbing.  It describes the attitudes toward women from the days of Aristotle onwards through the period of the series.  This is not a story of any progression.  Nonetheless, it does explain why so much of women’s writing at this time is devoted to arguing for women’s right to an education and her equality more generally.

Kortom, het feminisme heeft wortels die zeer diep reiken en teruggaan tot ver in de geschiedenis. Alleen dat is al belangrijk om te weten. Dat je niet alleen staat, dat vele vrouwen je voor gingen, en dat je je niks inbeeldt. Nog steeds, tot op de dag van vandaag, ziet de wereld er anders uit voor vrouwen, en zijn talent en kennis absoluut geen garantie dat je een kans maakt op een betere toekomst. Hun gedachten zijn nu digitaal verkrijgbaar, geschikt voor je e-reader, voor zeer schappelijke prijzen. Veel plezier bij de kennismaking met stemmen uit het verleden, de andere stem van Europa, voor vrede, vrijheid en menselijke ontwikkeling….

Historica vergeet verleden in stereotiep verhaal over mannelijke beschermers

En weer staat er iemand op om via een opiniestuk in een landelijke krant noodkreten te slaken. Veranderingen in de samenleving en de opmars van vrouwen hebben de echte mannelijkheid beschadigd. De man als heldhaftige beschermer en leider is weg! Nu verloederen we en zijn vrouwen verloren!! Terwijl er zware tijden komen en dan hebben we echte mannen hard nodig!!! Er staat nog net niet ‘Bekeert u eer het te laat is’.

Wie zegt dit? We moeten het doen met de mededeling dat de auteur, historica Angela Crott, promoveerde op onderzoek naar het beeld van jongens in de opvoedingsliteratuur. Verder valt De Zesde Clan meteen op dat haar verhaal grote overeenkomsten heeft met een andere hel en verdoemenis schreeuwer: Wim Kuiper. Deze voorzitter van de Christelijke Besturenraad vond ook al dat jongens (en mannen) in het nauw gebracht zijn, onder andere door de vooruitgang van meisjes en vrouwen. Hij hanteerde daarbij dezelfde cliché’s over mannen en vrouwen die Crott nu aanhaalt. En net als Kuiper grossiert Crott op haar beurt in verwijzingen naar de aard van mannen en vrouwen, en verwijzingen naar hoe het vroeger was.

Want vroeger, ja, toen waren mannen nog echte mannen. Bij Crott: dappere ridders, mannelijke leiders die zich opofferen, vrouwen beschermen en als enige de sociale normen van de samenleving in stand houden. Vervolgens ging het mis. De samenleving veranderde (help!), vrouwen begonnen zich te ontwikkelen en werden assertief (iek!) en mannen werden daardoor sukkels en watjes (apocalypse!). Met als dieptepunt de jaren zeventig van de vorige eeuw. Toen raakte de maatschappij de weg kwijt, aldus de historica.

Laat nou net in dat decennium de tweede feministische golf spelen, met vrouwen die de ‘natuurlijke rol’ van dé man en dé vrouw compleet zat waren, streden voor verandering, en ruim veertig jaar later blijk geven van een enorme ontwikkeling. Het is geen toeval dat Crott de ondergang van de samenleving in dat tijdperk situeert en de huidige situatie zo betreurt. Haar stuk is gewoon de meest recente uiting van de  aloude conservatieve en seksistische riedel dat vooruitgang voor vrouwen automatisch ten koste zou gaan van de man, gecombineerd met geweeklaag over de ondergang van de samenleving en oproepen om  terug te keren naar vroeger.

Vreemd, dat je bij Crott & co niks leest over jongensachtige meiden die liever kampvuurtjes stoken en in bomen klimmen. Je leest ook niks over verlegen jongens die liever met een goed boek op de bank zitten. Past niet bij het plaatje.

Vreemd, ook, dat je zo weinig leest bij Crott (of Kuiper, of anderen uit deze stroming) over datzelfde verleden. Hoe passen uitgangspunten over echte mannen en echte vrouwen bij de enorme verscheidenheid aan culturen en omstandigheden? Vrouwen hebben eeuwenlang weten te overleven in poolwoestenijen, jungles, steppen en bossen. Het leven van de een leek in niks op dat van de ander, en de grote diversiteit leidde tot een grote diversiteit aan gedrag. Waar is de echte man dan? Of de echte vrouw? Dat is gewoon een mens die zich aanpast aan wat er is.

Laten we ook even kijken naar mannelijke bescherming door de eeuwen heen. Als vrouwen vroeger bescherming van mannen nodig hadden, was dat vaak omdat andere mannen oorlog voerden, verkrachtten, slaven kwamen halen, huiselijk geweld pleegden. Daarnaast schreven mannen eeuwenlang  religieuze of wetenschappelijke tractaten waarin vrouwen werden afgeschilderd als vuile verleidsters die je alleen met de meest strenge wetgeving onder controle kon houden. Of, de andere kant van de medaille: zwakke, instabiele wezens die een sterke man nodig hadden om hen te behoeden voor onheil. Onheil zoals door diezelfde mannen gedefinieerd.

De ‘mannelijke bescherming’  kwam zodoende meestal neer op vrouwen inperken, hen autonomie ontzeggen, uit het openbare leven houden, van scholen en universiteiten weren, en bovenal controle houden over hun vruchtbaarheid. Dit alles vanuit een houding van welwillend paternalisme (ik weet wat goed voor je is, daar hoef jij je onschuldige hoofdje niet over te buigen) danwel minachting (vrouwen zijn te zwak en te eng). Met als uitschieter regelrechte haat voor vrouwen, opvallend vaak uit religieuze hoek. Als het aan die groepen lag was de mensheid beter af zonder vrouwen.

Daar horen we Crott niet over. Zij vermijdt zorgvuldig alles wat niet in haar verhaal past en kijkt niet verder dan haar neus lang is. Crott en consorten, het zou jullie sieren als jullie het onderzoek van de Radbouw Universiteit Nijmegen eens doornamen, een studie naar de schoolprestaties van jongens en meisjes. Het boek ‘waarom we allemaal van Mars komen’, van Cordelia Fine is ook een aanrader, omdat het gehakt maakt van aannames over echte mannen en echte vrouwen.

Neem ook even de geschiedenis van minachting voor vrouwen erbij. Gerda Lerner’s  boek over het ontstaan van een feministische bewustwording, een klassieker, maakt duidelijk dat onderdrukkende stereotypen over de seksen al eeuwenlang bestaan. En de strijd van vrouwen voor verandering ook. Joshi’s In Her Place is ook een aanrader, met een bundel wetenschappelijke artikelen van in hun tijd gezaghebbende medici, psychologen en wetenschappers. Het seksisme is hilarisch, ware het niet dat het gedachtengoed in mildere vorm voortleeft tot in de huidige tijd. Of Karen Armstrong, het Evangelie volgens de Vrouw, met alle christelijke redeneringen waarom vrouwen beperkt moesten worden tot echte vrouwelijkheid, zodat mannen echte mannen konden blijven.

Wil je daar echt naar terug, mevrouw Crott?

UPDATE: iets later dan de Zesde Clan reageerde ook columniste Malou van Hintum op het artikel van Crott. Inderdaad, vrouwen kunnen die mannelijke beschermer missen als kiespijn

Feministing begint serie over vrouwenstudies

Overal ter wereld bestaan universiteiten met een faculteit vrouwen- of genderstudies. Helaas is soms wat onduidelijk hoe hun onderzoeken actuele discussies kunnen voeden, signaleert de feministische website Feministing. Om de link tussen universiteit en dagelijks leven duidelijker te maken, begon de site met een serie. Op gezette tijden interviewen redacteuren van de site een wetenschapster en vragen hem of haar: wat doe je, en wat betekent je werk voor kwesties die nu spelen in of rondom de feministische beweging?

Kate Eichhorn.

Kate Eichhorn heeft de eer om de eerste aflevering te verzorgen. Zij heeft de primeur in de serie The Scholarly Feminist. Eichhorn is een assistant-professor bij Cultuur en Media Studies bij de  New School for Liberal Art. Op dit moment houdt ze zich bezig met feministische archieven. Ze rolde bijna vanzelf in dit onderwerp, omdat ze bijna ongemerkt zelf een hele verzameling op had gebouwd met uitingen van de transgender- en ‘ queer’  tegencultuur. Ze wilde haar archief graag onderbrengen op een veilige plek, en kwam er toen achter dat ze niet de enige was die de geschiedenis veilig wilde stellen:

It was quite amazing to me that a zine produced by fifteen-year-old queer girl in 1994 in a print run of 30 or so copies could find its way, only a decade later, to a rare book library half way across the continent. There’s no history of such girls’ voices being remembered or valued, so how were their zines suddenly showing up in rare book libraries and archives? That’s where this project begins—I was interested in exploring why women of my generation, women who grew up during the second wave feminist movement—had not only carefully collected the documentary traces of their activism and cultural production but were, only a decade later, donating their collections to established archives.

Die drang om de geschiedenis vast te leggen en veilig te bewaren is op zichzelf een studie waard, maar Eichhorn vindt het ook belangrijk hier aandacht aan te besteden, omdat de media steeds opnieuw artikelen schrijven over een kloof tussen de generaties. Zure verhalen over conflicten tussen feministen van het eerste, tweede en derde uur zijn even talrijk als de rapportages die al zo’n jaar of dertig hoopvol verklaren dat het feminisme nu toch echt dood is.

Nou nee. Eichhorn’s onderzoek toont juist aan dat vrouwen hun best doen om de fakkel aan elkaar door te geven. Net als in Nederland. We hebben hier onder andere Aletta, het instituut voor Vrouwengeschiedenis (voorheen IIAV), waar alles bewaard wordt wat te maken heeft met de vrouwenbeweging in de breedste zin van het woord. Iedereen kan hier originele materialen inzien en toegang krijgen tot het verleden.

Enfin, Feministing is van plan in ieder geval tweewekelijks een feministische wetenschapster te interviewen. De moeite waard om af en toe een kijkje te nemen. De Zesde Clan houdt het ook in de gaten en besteedt aandacht aan interviews die onze aandacht trekken. Enjoy!

Vrouwenstreken haalt vergeten schilderessen voor het voetlicht

De Zesde Clan kan een nieuwe rubriek beginnen: XYZ [vul in] krijgt of krijgen eerherstel. Vrouwelijke wetenschappers, politici, leiders, filosofen, kunstenaressen, ze hebben altijd bestaan maar kregen vroeger zelden erkenning of bekendheid. Pas de afgelopen decennia richten onderzoekers hun blik op de bijdrage van vrouwen, en dan blijken vrouwen veel meer gedaan te hebben dan ‘men’ dacht. Zoals schilderessen uit de Lage Landen. In het pas verschenen boek Vrouwenstreken geeft hoogleraar Kunstwetenschappen Katlijne van der Stighelen een beeld van hun leven en werk.

Kunstenaressen, schilderessen, het is voor veel mensen een onbekende wereld. De website deredactie.be verhaalt het volgende:

Bob Van den Broeck, raadgever gelijke kansen bij Minister Smet, had op het kabinet een steekproef gehouden: noem voor de vuist enkele Vlaamse hedendaagse schilders? De uitslag: Michaël Borremans, Luc Tuymans en Bruno Vekemans. Geen enkele vrouw. Hij vroeg door, wilde namen van vrouwelijke kunstenaars horen. Resultaat: Liliane Vertessen (die niet werd opgenomen in het boek). En hij stelde zich de (retorische) vraag waarom zo weinig vrouwelijke kunstenaars gekend en bekend zijn? En dat ondanks de vaststelling dat dit jaar 66% van de leerlingen in het deeltijds kunstonderwijs vrouw is.

Van der Stighelen heeft wel een idee. Vrouwen met talent kregen lange tijd geen kans. Ze mochten niet leren, of ze mochten wel leren maar moesten er niet mee te koop lopen, en uiteindelijk was hun bestemming  trouwen en kinderen baren. Als er andere kunstenaars in de familie waren, konden vrouwen soms als een soort verborgen hobby wat tekeningen of kleine schilderijtjes maken. Wie hun werk zag toonde vaak een enorme verbazing – a la kijk, het hondje kan dansen, wow! Het moest vooral niet gekker worden.

Ondanks die ontmoedigende omstandigheden waren er tóch vrouwen die serieus schilderden. Van der Stighelen ging naar die uitzonderingen op zoek en traceerde diverse vergeten kunstenaressen uit de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. Ze werkten in de periode van 1550 tot heden en slaagden erin om een eigen beeldtaal te ontwikkelen. Knap, want de gangbare beeldtaal richtte zich op mannen en wat zij leuk vonden, zodat ze het werk kochten en de schilder een inkomen had. Zodoende kreeg je cliché’s zoals een vrouw voor een spiegel, als symbool voor een spel van echt en onecht. Of  geïdealiseerde vrouwenlichamen in mooie landschappen, waar hetero mannen eens lekker naar konden kijken.

De vrouwen sloegen andere wegen in. Zo portretteerde Catharina van Hemessen zichzelf in de zeventiende eeuw achter de schildersezel met een penseel in de hand. Een vrouw die zelfbewust het kunstenaarschap opeist en uitdraagt. Bijna drie eeuwen later schilderde Maria Verdurmen mannen met vrouwentrekjes. Ze projecteerde het feminiene op mannelijke modellen.

Dat is nog eens andere koek. Meer weten? Vrouwenstreken lezen!

Wat mannen en vrouwen deden in de prehistorie? Rennen!

In het boek De Onzichtbare vrouw ontmantelden wetenschappers zoals J. Adovasio de mythe van de prehistorische Man de Jager. De Amerikaanse essayiste Barbara Ehrenrech gaat een stuk verder. Mensachtigen en daarna de eerste mensen waren miljoenen jaren lang geen jager maar prooi, en die lange periode als lekker hapje van de sabeltandtijger heeft diepe sporen nagelaten, betoogt zij in ‘Blood Rites, origins and history of the passion of war‘.

Zoals de ondertitel aangeeft, gaat Ehrenreich in op het vraagstuk van oorlogen, waarom oorlogen zo’n hardnekkig verschijnsel zijn en waarom mensen daar zo opgewonden van raken. In dit artikel laat de Zesde Clan dat interessante vraagstuk even links liggen. Voor dit artikel concentreren we ons op de genderaspecten van het verhaal. Want daar zegt ze interessante dingen over, die voor een deel overeenkomen met de theorie van Adovasio en co.

Net als Adovasio toont Ehrenreich aan dat Man de Jager in de prehistorie niet bestond. Het is een mythe uit de koker van mannelijke wetenschappers die zagen wat ze wilden zien. Mensen zwierven eeuwenlang rond, verzamelden planten en noten en kwamen aan vlees door aas te eten, achtergelaten door roofdieren. Maar Ehrenreich gaat verder. Het viel haar in de vakliteratuur op dat wetenschappers collectief stil staan bij jagen, maar niet bij gejaagd worden.  Terwijl dat waarschijnlijk miljoenen jaren een zeer groot probleem was. TOEVOEGING 22 mei 2015: Ook Neanderthalers leden al onder roofdieren.

Mensen zijn relatief kwetsbaar: één flinke mep en we zijn dood. We hebben geen harnas of scherpe klauwen, en erg hard rennen kunnen we ook niet. Voor iedere leeuw of poema waren mensen een smakelijk hapje.  Ehrenreich trof in allerlei boeken verwijzingen aan naar die angstige periode. Zoals schuilplaatsen van sabeltandtijgers, waar botten van dieren en mensen door elkaar lagen: restanten van de maaltijden van het roofdier. Dus wat deden mannen en vrouwen in de prehistorie? Rennen, bij elkaar in een groep blijven, en als er eentje valt en opgegeten wordt door een leeuw blij zijn en je schuldig voelen omdat de ander werd opgegeten, en niet jijzelf.

Pas met de komst van nieuwe technieken, zoals speren, knuppels etc, konden mensen zich beter verweren tegen roofdieren en kreeg je collectieve vormen van verdediging en jacht. Bezigheden waar zowel mannen als vrouwen bij betrokken waren. Langzamerhand nam het aantal roofdieren af, meestal door een combinatie van drijfjachten en klimaatverandering. Op een gegeven moment waren er zo weinig dieren over dat het geen zin meer had om collectief op jacht te gaan. Jagen werd een bezigheid voor kleine groepjes die urenlang stilletjes door een landschap moesten trekken om een prooi te vinden.

Die bezigheid verhield zich slecht met het dagelijkse leven en de aanwezigheid van soms lawaaierige kinderen. Jagen werd een bezigheid voor selecte groepjes mannen. En het gaf status, want je kon terugkeren van je lange tocht en verhalen vertellen over je activiteiten. Totdat het aantal prooidieren uiteindelijk zoveel afnam dat de meeste mannen de jacht op moesten geven. Weg status en weg spannende verhalen vertellen.

Wat te doen? Nou, oorlog voeren dan maar. Er ontstond een krijgerscultuur, laat Ehrenreich zien. Het werd een elitair fenomeen, want wapens en overige uitrusting waren erg kostbaar. Slechts een beperkte groep mannen kon dat opbrengen en krijger worden. Zij ontleenden daar status aan en gaven die status door van vader op zoon.

De schermutselingen zorgden ervoor dat iedereen werd meegezogen in die ontwikkeling. Als anderen jou aanvallen kun je dat niet negeren, je zult dan zelf ook een legertje op moeten richten om je te verdedigen. Is dat leger er eenmaal, dan kun je uit wraak de ander weer aanvallen, die daardoor genoodzaakt is het eigen leger te versterken. Voordat je het weet beland je in een negatieve spiraal van oorlog en wraak waaruit nieuwe oorlogen en wraakexpedities voorkomen.

Er ontstonden feodale maatschappijen. Vrouwen en de gewone man werkten zich kapot om de krijgers te onderhouden. Voor ‘de gewone man’ was dit slecht nieuws.  Mannen moesten op het land van de feodale heer werken, en liepen een grote kans ingelijfd te worden in de legers van de elite. Daar stierven ze massaal, als kannonnenvoer. Ehrenreich toont aan dat de gewone man daar meestal weinig zin in had. Veel legers werkten met een draconische discipline om te voorkomen dat soldaten aan het muiten sloegen, en nog ruim in de negentiende eeuw mochten Duitse generaals geen kamp opslaan bij een woud, want dan was de kans groot dat de manschappen ’s nachts de benen namen en zich in het bos verscholen.

Ehrenreich laat zien dat vrouwen er echter nóg slechter vanaf kwamen. Mannen konden toegang krijgen tot wapens en de krijgscultuur, ook al was dat als kanonnenvoer. Ze konden profiteren van het positieve beeld van de man als de sterkere, de heer der schepping. Vrouwen echter werden gezien als zwak, zowel van lichaam als van geest. Ze werden de prooi van de man: mannen moesten hen ‘veroveren’ en daarna ‘verschalken’. De getemde vrouw was daarna voornamelijk goed voor hard werken in de huishouding en het baren van kinderen: de volgende generatie arbeiders en soldaten.

Deze dynamiek werkt door tot op de dag van vandaag. Onder andere modefotografie heeft de neiging om vrouwen af te beelden als een begeerlijke (seksuele) prooi. Vaak valt dat niet op, omdat we gewend zijn aan zulke beelden. Zet echter een man neer in zo’n zelfde pose, en de ware aard van de situatie wordt pijnlijk duidelijk:

Last year, Petter Lindqvist, co-owner of a Swedish clothing company, recreated one of American Apparel’s notoriously sexist adverts, with startling results. On all fours, naked from the waist down, head turned away from the camera, the photo suddenly looked less like an ad for a denim shirt – more like a person posed as prey.

Kortom, dit is een verhaal over macht, technologie, en als dominante groep omgaan met je trauma van mens-als-prooidier door de status van prooi af te schuiven op je mindere, de vrouw, en jezelf te verschuilen achter harnassen en de mythe van Man de Jager. Het is een verhaal over cultuur. Het zegt niks over individuele mannen en vrouwen, en het verklaart al helemaal niet waarom vrouwen anno 2010 nog steeds ‘vanwege hun biologie’ het huishouden moeten runnen terwijl mannen de wereld voor hun rekening nemen.

Aletta wil erfgoed migrantenvrouwen behouden

Eerste generatie migrantenvrouwen in Nederland, waar komen ze vandaan? Wat hebben ze meegemaakt? Aletta, centrum voor vrouwengeschiedenis, wil het erfgoed van deze vaak vergeten groep behouden. Zeker nu deze generatie op leeftijd komt en er straks niet meer is. En wat is nou een beter moment om levensverhalen te vertellen, dan wanneer je met z’n allen aan tafel zit en geniet van lekker eten? Voilà, project Back in a Bite is geboren.

Aletta merkt dat overal ter wereld eten delen een manier is om vreedzaam samen te zijn en je met een ander te verbinden. Daarom kiest het kenniscentrum voor deze ingang. Het centrum gaat vrouwen interviewen terwijl ze hun favoriete maaltijd bereiden. Op die manier wordt de orale geschiedenis van deze groep vastgelegd in beeld en geluid, voor het nageslacht. Op de website van Back in a Bite verzamelt Aletta alle recepten en levensverhalen.

Tot en met 15 november kan iedereen een persoon aanmelden die een bijzonder migratieverhaal te vertellen heeft. De eerste veertig inzenders krijgen dan een Masterclass Oral History en een workshop hoe maak ik een filmpje. Voor meer informatie: info@aletta.nu of telefoon 020-6650820

Huisvrouw werpt lange schaduw

Els Kloek staat op de longlist voor de Libris Geschiedenisprijs 2010 voor haar boek De Vrouw des Huizes, een cultuurgeschiedenis van de Hollandse huisvrouw. Wat mij betreft wint ze, want ik heb zelden zo’n gedegen en tegelijkertijd toegankelijk geschreven geschiedenisboek gelezen over zo’n belangrijk onderwerp.

Kloek probeert de vroegste sporen van de huisvrouw terug te vinden, maar dat is moeilijk. Net als nu zien veel mensen het als iets volstrekts vanzelfsprekends dat vrouwen de toiletten schoonmaken en de was doen. Daar praat je niet over, het is niet belangrijk. Dé huisvrouw komt pas in historische bronnen naar voren vanaf de zestiende eeuw, als Nederland zich langzaam begint te vormen. Vrouwen beginnen dan aangeduid te worden als huisvrouw, om aan te geven dat zij getrouwd waren.

Anna Fels zou het werk van Kloek met instemming lezen, want Kloek geeft nauwkeurig weer hoe vrouwen zich volgens de samenleving dienden te gedragen. Of de stem nu van de kansel kwam, of van de wetgever, de boodschap was hetzelfde: vrouwen moesten trouwen en zich opofferen voor man en gezin. Wat zijzelf wenste was niet belangrijk. Veel onderwijs was ook niet nodig, want ze zou toch trouwen. De wet erkende haar alleen als een soort inwonend huishoudster in dienst van de heer des huizes. In de praktijk viel het soms wel mee met die ondergeschiktheid, maar zodra er problemen ontstonden had de vrouw niks in de melk te brokkelen.

Pas in de negentiende eeuw beginnen vrouwen zich luid en duidelijk te verzetten tegen het bestaan van huisvrouw. Het verzet komt uit bepaalde kringen: ongetrouwde vrouwen die geen kant op kunnen in de heersende gezinsideologie, en vrouwen uit eerst welgestelde maar nu verarmde families, voor wie het niet respectabel was om betaald werk te verrichten maar die dat toch moesten doen omdat het gezin anders verhongerde.

Zo stichtten vrouwen als Anna Barbara van Meerten Schilperoort een kostschool voor meisjes, die in de eerste helft van 1800 uitgroeide tot een gerenommeerd instituut. Ook ontstonden toen verenigingen als Arbeid Adelt, met verkoop tentoonstellingen van vrouwenarbeid. Op die manier konden vrouwen anoniem handwerk verkopen en een klein inkomen verdienen, zonder dat iedereen schande sprak van hun activiteiten.

Rond 1900 begon de strijd om het stemrecht voor vrouwen. Die kwestie was al eens besproken in 1793, toen Nederland eindelijk bevrijd was van de Franse overheersing en er een Nationale Vergadering kwam. Mannen met een bepaald inkomen mochten stemmen, maar vrouwen niet. Want, zo zei de eerste voorzitter van deze nieuwe club, de jurist Pieter Paulus: politieke rechten waren voorbehouden aan ieder onafhankelijk lid van de samenleving, en daar behoorden vrouwen niet toe.

Plus, er waren nog andere redenen om vrouwen buiten de deur te houden: vrouwen zouden de vergaderingen veranderen in vrolijke bijeenkomsten en met hun geflirt de mannen kunnen beïnvloeden ‘in hun zo serieuze afwegingen’. [Noot van de Zesde Clan: ook in 1793 heerste er dus al angst dat vrouwen de kwaliteit van het werk omlaag zouden halen. Alleen de argrumenten verschillen. Er is niets nieuws onder de zon, Groene Amsterdammer!]

Enfin, vrouwen kregen uiteindelijk na veel strijd het kiesrecht. Na de eerste en tweede wereldoorlog, tijdens de wederopbouw, beleefde de huisvrouw nog een moment van glorie. Zij was het fundament van de samenleving en vormde het hart van het herstel. Niets leek erop te wijzen dat een deel van de vrouwen opnieuw of nog steeds tabak had van het geïsoleerde leven als vrouw des huizes. Totdat Joke Smit in 1967 de knuppel in het hoenderhok gooide en het menszijn van de huisvrouw aan de orde stelde.

Dat was het begin van de Man Vrouw Maatschappij, de Dolle Mina’s, de vraag ‘wie haalt thuis het haardotje uit de afvoerput’. De wettelijke en juridische handelingsonbekwaamheid van vrouwen verdween dan wel, maar er kwam pas in 1970 een einde aan de formele status van de man als hoofd van het gezin. In 1980 volgde daarop nog de Wet Gelijke Behandeling.

Gezien de lange geschiedenis van de vrouw als onzelfstandig lid van de samenleving, de huisvrouw, gebeurde dit allemaal pas gisteren. En zoals Els Kloek terecht concludeert: culturele tradities zijn taai.

Haar stoepje veegt ze niet meer zo vaak, maar nog steeds hecht ze aan orde en regelmaat, laat ze zich niet koeieneren en vindt ze haar gezin minstens even zo belangrijk als haar loopbaan. Zo lijkt de Hollandse huisvrouw zich opnieuw te hebben aangepast aan de tijd: ze noemt zich liever geen huisvrouw meer, maar ‘thuisblijfmoeder’ of ‘halfverdiener’.

Wat mannen en vrouwen deden in de prehistorie? Geen idee

Mannen zijn agressief, kunnen beter inparkeren en gaan vaker vreemd, want tsja, in de oertijd moesten ze op mammoeten jagen. Dus ze zijn nu eenmaal zo.  Aaaah, heerlijk, vaststaande feiten die keihard bewezen zijn door de evolutiepsychologie. En vrouwen….KADENG! Valt er opeens een boek op je bureau wat al die zogenaamd harde feiten genadeloos onderuit haalt. De onzichtbare vrouw – de rol van mannen en vrouwen in de prehistorie, van Olga Soffer, Jack Page, en J. Adovasio.

De auteurs doen in hun boek iets wat tegelijkertijd knap en frustrerend is. Heel knap en aansprekend nemen ze populair wetenschappelijke ideeën, plaatsen die in het toenmalige tijdsbeeld, en laten zien hoeveel daarvan bestaat uit fantasie. Het resultaat is schrikbarend. Man de jager? Een leuk idee waar mannelijke wetenschappers flink opgewonden van werden, maar archeologische en antropologische onderzoeken laten keer op keer zien dat de jacht vaak een gezamenlijke aangelegenheid was, waar vrouwen en kinderen zich net zo goed in mengden.

En die mooie grottekeningen dan, in Frankrijk en Spanje? Die moeten wel door mannen zijn gemaakt, klonk het lange tijd. Helaas. Er is niets wat er op wijst dat alleen mannen toegang zouden hebben tot die grotten. Met evenveel wetenschappelijke overtuiging zou je kunnen zeggen dat vrouwen die schilderingen maakten. Maar dat zou dan een nieuw fantasieverhaal opleveren, want we weten het niet. UPDATE: nieuw onderzoek wijst erop dat vrouwen wel degelijk schilderden op de wanden van grotten.

En dat is dan meteen het frustrerende aan het boek. Frustrerend op een goede manier. Want ze halen de fantasie onderuit, en dan zit je met een gat. Wat moeten we dan denken? De auteurs gaan niet in op die behoefte aan een vervangende mythe. Er is heel vaak geen goed gefundeerde nieuwe theorie, er is helaas heel veel wat we niet weten. En juist daarom is het niet zo slim om fantastische verhalen te verzinnen over dé man en dé vrouw in de oertijd, want die missen iedere onderbouwing.

Wat de auteurs wel doen, is aandacht besteden aan terreinen die voorheen onderbelicht bleven. Met nieuwe technieken is het tegenwoordig iets makkelijker om onderzoek te doen naar vergankelijke materialen, zoals textielresten. Daaruit blijkt dat vrouwen niet alleen maar passief op de kindertjes pasten terwijl Man de Jager zijn mythische mammoet verschalkte. Vrouwen produceerden veel, en speelden een rol van betekenis.

Neem weven of vlechten. Een touwtje produceren lijkt vaag, maar betekende voor primitieve samenlevingen dat ze meer eten konden vervoeren, betere kleding kregen om zich te beschermen tegen de kou, gereedschappen en bouwwerken konden maken, en  met meer succes konden vissen. Zie ook women’s work, the first 20000 years.

Mijn beeld nu? Het leven in de oertijd was meestal hard en moeilijk. Mannen en vrouwen hadden elkaar nodig om te overleven, en iedereen moest meehelpen om eten en beschutting te vinden. Wie wat deed weten we meestal niet. En totdat er meer onderzoeksmateriaal voorhanden is, ben ik het er helemaal mee eens om het daarbij even te laten. Tot die tijd parkeer ik snel mijn auto even in, dank u wel.