Tag Archives: vrouwenbrein

Wetenschap: mannenbrein/vrouwenbrein is een mythe

Nadat het fenomeen ‘konninginnen-bij’ naar het rijk der fabelen werd verwezen, is het nu de beurt aan zogenaamde mannelijke en vrouwelijke hersenen. Die bestaan niet. Onderzoek aan het brein laat nauwelijks verschillen zien. Dat meisjes en vrouwen zich op een bepaalde manier gedragen, komt vooral door de opvoeding en diverse vormen van seksisme. Waarbij subtiel seksisme trouwens even schadelijk is als openlijke minachting voor vrouwen.

Lise Eliot, onderzoekster bij het Rosalind Franklin University of Medicine and Science, doet al jaren onderzoek naar menselijke hersenen. Ze verbaast zich over het gemak waarmee mensen vergaande uitspraken doen over ‘de’ man en ‘de’ vrouw. Hou je je aan de regels van verantwoord uitgevoerd onderzoek, dan blijft er van vermeende verschillen nauwelijks iets over. Het ziet er steeds meer naar uit dat het ‘mannenbrein’ en ‘vrouwenbrein’ een mythe zijn.

Dat zulke verhalen toch hardnekkig rondzingen, verklaart Eliot aan de hand van culturele vooroordelen:

“Sex differences in the brain are irresistible to those looking to explain stereotypic differences between men and women,” said Eliot. “And they often make a big splash. But as we explore multiple data sets and are able to coalesce very large samples of males and females, we find these differences often disappear or are trivial.”

Eliot’s studie wint aan kracht omdat haar onderzoeksresultaten terugkomen in andere studies, uitgevoerd door andere mensen, in andere periodes, los van haar onderzoek. Dat anderen het resultaat kunnen herhalen, is een teken van betrouwbare wetenschap. Het fenomeen ‘praktijken koppelen aan manieren waarop hersenen in elkaar zitten’ komt bovendien breder voor dan alleen in het geval van gender.

Het blijft echter lastig om mensen te overtuigen met harde wetenschappelijke resultaten. Mensen krijgen zoveel genderpropaganda over zich heen, dat de ‘jongens stoer-meisjes lief’ tweedeling diep doordringt in de beeldvorming. Dat heeft gevolgen. Zo maken meisjes rekensommen in de praktijk vaak beter dan jongens. Anoniem beoordeeld krijgen ze hogere cijfers. Zodra de docent hun sekse weet, krijgen diezelfde meisjes opeens lagere cijfers. Want tsja, jongens zijn nou eenmaal geschikter voor wiskunde, heet het – zie onder andere de hersenen.

Enfin, kennis is macht. Meer lezen en weten? Dit boek van Cordelia Fine maakt grondig gehakt van stereotypen en slecht uitgevoerde onderzoeken. Of luister naar de kinderen die nog niet bedorven zijn door de roze en blauwe ghetto’s:

‘Hoi hema ik ben Julia ik ben 10 jaar en een stoer meisje. Daarom vind ik dat er ook stoere onderbroeken moeten zijn voor meisjes,’ schrijft Julia op de Facebook-pagina van Hema. Ze stoort zich aan het overwegend roze assortiment van de winkel. ‘Volgens mij is er niet heel veel verschil tussen jongens en meisjes. Hopelijk komt er verandering,’ sluit ze af.

Vrouwen willen win-win situatie, maar krijgen backlash

”Zij wilde win-win, hij ervoer: lose, loser.” Deze ware woorden schreef Marjam Schöttelndreier in De Volkskrant (artikel zit achter een betaalmuur, dus helaas geen link). Samen met Wieteke van Zeil reageert zij op het succes van de roman Ventoux van Bert Wagendorp, en dan vooral op de van stereotypen doordrenkte odes aan de mannenvriendschap die op deze publicatie volgden. Van Zeil en Schöttelndreier plaatsen vraagtekens bij dit machodiscourse. Ze brengen die kritiek beleefd, maar wat ze eigenlijk beschrijven is een backlash tegen vrouwenemancipatie.

Blijkbaar raakt het boek een gevoelige snaar, suggereren beide vrouwen. De tweede feministische golf bracht grote veranderingen in het leven van veel vrouwen. Vrouwen wilden eerlijker delen, benadrukt onder andere ook hoogleraar Tonkens:

“Een van de misverstanden over feminisme is, dat het alleen gaat om de belangen van vrouwen. Het gaat om het bestrijden van sekse-ongelijkheid, en dat is in het belang van iedereen. Mannen hebben ook baat bij een gevarieerder gedragsrepertoire en bij het nemen van taken die zogenaamd vrouwen toebehoren.” Nou, ja, zegt Tonkens erbij, afgezien van het huishouden dan. “Dat is gewoon vervelend, maar dat moet wel gebeuren.”

Vandaar dat het feminisme in Nederland begon met de Man-Vrouw Maatschappij, brengt Schöttelndreier in herinnering. Veel vrouwen vonden dat mannen moesten ophouden met de baas zijn. In plaats daarvan hadden ze liever een gelijkwaardige partner, zowel in huis als op het werk. Volgens Schöttelndreier viel dat echter verkeerd bij de mannen. Ophouden de baas te zijn betekende een verlies. Het verzoek om een evenwichtigere verdeling was iets waar de meeste mannen niet graag aan mee wilden werken.

Van Zeil verklaart daar de ophef over en het succes van Ventoux mee:

,,Zo enthousiast, opgelucht bijna. Mannenvriendschap! Wij praten niet, wij doen! Alsof ze met z’n allen voor het eerst in tijden kunnen uitademen. Al die jaren tiptoe-en om de vrouw en haar eisen, begrip tonen, adem inhouden. En ja, dan komt ’t er natuurlijk met gebrul uit.”

Wagendorp zelf zet de toon, door een stuk over mannenvriendschap te schrijven voor Volkskrant Magazine (van 15 juni j.l.). Daarin komt hij met allerlei cliché’s op de proppen. De masculiene vriendschap kenmerkt zich volgens hem door meer stilte en meer ‘samen dingen doen’. Verder komt het vooral neer op ‘niet-vrouwelijk’, merkt Schöttelndreier: niet toegankelijk voor vrouwen, en waarschijnlijk diepgaander dan vrouwenvriendschappen. Met een ronde bak met klei als middelpunt. Daar leefden de jongens zich uit in zwijgzame mannenvriendschappen. Die bak was voor hen. Meisjes kleiden niet.

Ja hallo zeg, reageert Wieteke van Zeil. Dat is wel een heel selectief beeld van het verleden. Van Zeil kan zich niet herinneren dat meisjes in de jaren zeventig bedolven werden onder de roze prinsessenspullen, zoals nu wel het geval is. Ze herinnert zich dat meisjes destijds relatief ongestoord konden spelen zoals ze wilden, en wel degelijk ook kleiden. De tijd van de grote Verschillen is volgens Van Zeil nu pas aangebroken. Tegenwoordig moet ze haar vijfjarige zoon uitleggen dat zijn zusje ook piloot kan worden. Dat gaat er bij die jongen nauwelijks in, merkt ze. Kijk maar naar Lego: piloot zijn is iets voor jongens.

Naast het ‘je afzetten tegen vrouwen door het mannelijke op te hemelen’ en de huidige roze en blauwe scheidslijnen, is er nog iets anders aan de hand. De opkomst van het neuroseksisme, waar de Zesde Clan al vaker aandacht aan besteedde. Schöttelndreier noemt dit hersenfundamentalisme, en vindt het geen toeval dat hun denkbeelden aan invloed winnen nu mannen vermoeid raakten door het gelijkheidsstreven. Met verwijzingen naar wetenschappelijk klinkend geleuter over mannen en vrouwenbreinen kan hij weer in zijn eentje gaan vissen, terwijl zij kan kwetteren op de Libelle zomerweken, constateert ze.

Dit zijn allemaal tekenen van een conservatiever wordende maatschappij, denkt De Zesde Clan. We zitten nu al vier jaar in een economische crisis, de onzekerheid neemt toe, en wat is er dan fijner om in ieder geval de orde tussen de seksen weer te herstellen? Hij maakt de plannen, zij het eten. Dat is een backlash, lieve lezers… Je zult dit woord in geen van beide artikelen tegenkomen, maar dit is precies wat Schöttelndreier en Van Zeil in kaart brengen. Doodzonde!

Elsevier verklaart de wereld

Ah, daar gaan we weer. Omdat mannen en vrouwen in de oertijd dit of dat deden, ligt dat voor eeuwig vast in de hersenen, en dus heb je een mannen en een vrouwenbrein, en toevallig zijn die breinen goed in precies die dingen die we anno 2012 verwachten van ‘echte’ mannen en ‘echte’ vrouwen. Het rijtje eigenschappen kunt u zelf invullen, want we zijn allemaal getraind in het aannemen van het roze en blauwe keurslijf. Deze keer is het weekblad Elsevier die een neurowetenschapster volop ruimte geeft om dit type denkbeelden te verkondigen. Het verschil tussen man en vrouw verklaard, schreeuwt de cover. Nou nee.

Blijkbaar kunnen wetenschappers van de Mars en Venus universiteit tijdreizen. Want ze beweren exact te weten hoe mannen en vrouwen in de oertijd leefden. Wat ze precies deden, dat het om heel verschillende werkzaamheden ging, en dat er dús verschillende hersenen ontstonden. Opvallend, want andere wetenschappers bezitten die kennis niet. Als ze eerlijk zijn en kritisch onderzoeken wat écht op een wetenschappelijk verantwoorde wijze bewezen kan worden, eindigen ze met enorme onwetendheid. Meer vragen dan antwoorden. Daarmee valt de basis voor zulke mannen- en vrouwenbrein theorieën meteen weg. Maar daar hoor je Elsevier niet over.

Daarnaast vertellen die neurowetenschappers in de media wel vanalles, maar op het gebied van de hersenen zie je hetzelfde fenomeen als bij onderzoek naar de steentijd. Er is veel, heel veel, wat we niet weten over de hersenen. Iedereen die doet alsof-ie alles al weet over man en vrouw, verkondigt sappig nieuws waar tijdschriften graag op inspringen in deze onzekere tijden. Maar het zijn hypothesen en mogelijke verklaringen, geen vaststaande feiten. Grote kans dat we het hoofdartikel van Elsevier nummer 31 over vijftig jaar even belachelijk vinden als theorieën dat je het van masturberen aan je ruggemerg krijgt.

Als de redactie van Elsevier iets breder had rondgekeken voordat ze op hun cover gingen blaten over mannen en vrouwenbreinen, hadden ze dat dat zelf ook al kunnen weten. En misschien afgezien van boude uitspraken over dé man en dé vrouw.