Tag Archives: vrouwen in de middeleeuwen

Vrouwen geven vrouwen een plek in de geschiedenis

Leve historica Nancy Goldstone. Ze schreef een boeiend boek over Yolande van Aragon, heerseres, diplomate en hoogstwaarschijnlijk de grote vrouw achter Jeanne d’Arc. Ze zette vier zussen in het zonnetje, die als koninginnen een grote rol speelden in het 13e-eeuwse Europa. Goldstone onttrok ook de middeleeuwse koningin Joanna van Napels aan de vergetelheid. Op die manier is ze een voorbeeld van iemand die vrouwelijk leiderschap in ere hersteld, en vrouwen hun plek in de geschiedenis teruggeeft.

Geschiedenis roept bij de meeste mensen automatische beelden op van generaals en koningen die rijken besturen en oorlog voeren. Maar het wemelt van vrouwelijke leiders. Veel mensen weten dat niet. Desgevraagd komen ze misschien op de proppen met Nefertiti, die mooie vrouw, je-weet-wel, van die beeldjes, en dat is het dan. Maar er is zoveel meer. Ook al moet je soms moeite doen om hun verhalen te vinden, en zie je sporen van moedwillige censuur, tóch komen ze steeds meer naar voren.

Vrouwen spelen een belangrijke rol bij die toenemende zichtbaarheid van vrouwen in de geschiedenis. Goldstone past in het rijtje Johanna Naber, Gerda Lerner, Els Kloek, Jolande Withuis, en al die andere vrouwen die een of meer vrouwen als onderwerp van hun studies kozen.

Goldstone maakt inzichtelijk hoeveel moeite vrouwen moesten doen om zich te handhaven in de samenlevingen van hun tijd. Vaak kregen ze geen eer van hun werk. In het geval van Joanna besloot de Paus bijvoorbeeld om haar om hem moverende redenen te excommuniceren. Zodoende kreeg deze koningin na haar dood geen graf. Toch hield deze vrouw bij leven met grote moed haar land bij elkaar, redde de economie verschillende keren, en schiep een gunstig klimaat voor vrouwen om te studeren en bijvoorbeeld het beroep van arts uit te oefenen.

Een extra handicap vormde de noodzaak om als koningin een echtgenoot naast zich te hebben. Die echtgenoot moest onder andere het leger leiden:

Joanna, as Goldstone shows, was an accomplished politician and a resilient leader, dedicated to the advancement of her kingdom, but she could not lead an army to defend her territories. Instead, her marriage was used as a means of fending off the Hungarian threat – only to find that the uncertain status of a reigning queen’s husband served to precipitate the conflict to new heights.

Koningen hadden dit soort handicaps niet, en ze hoefden ook geen vooroordelen te overwinnen van het type ‘vrouw aan het stuur, bloed aan de muur’. Dat Joanna ondanks dit type beperkingen zo succesvol was als koningin, pleit extra voor haar. Fijn dat Goldstone haar verhaal aan de vergetelheid onttrok en lezers de kans geeft kennis te maken met deze en andere machtige vrouwen.

Seksisme alarm: ”Emo’s reis” van prof. dr. De Boer

Emo’s Reis, van prof. dr. Dick E.H. de Boer. Toen ik dat boek uit 2011, over de pelgrimage van de dertiende eeuwse abt Emo, in de bieb aantrof bij de nieuwe boeken, nam ik het gelijk mee. Middeleeuwse handschriften! Kerkelijke kunst! Pelgrimages! Prachtig uitgegeven, vol foto’s, waaronder beelden die De Boer maakte toen hij de route van Emo reconstrueerde. Wat kon er mis gaan met zo’n mooi, geleerd boek?

Nou, veel. Allereerst de manier waarop De Boer en zijn uitgever het boek positioneren, en wat er in het echt gebeurt. Volgens de tekst op de achterflap schetst Emo’s reis het landschap en de samenleving in het Europa van het begin van de dertiende eeuw. In zijn inleiding licht De Boer toe dat hij de microscoop van Emo’s leven gebruikt als een telescoop ”om de grote wereld daarbuiten waar te nemen”. Hij ziet zijn werk als ”een perfecte gids om het Europa van de vroeg 13e eeuw te leren kennen” (pagina 43).

Dat klinkt universeel en algemeen menselijk. Maar Emo studeerde aan de universiteiten van Oxford en Parijs. Instituten die vrouwen expliciet uitsloten (zegt De Boer er niet bij.) Als abt bewoog Emo zich bovendien in kerkelijke kringen. De machtselite tolereerde vrouwen daar alleen als zwijgende maagd of moeder (zegt De Boer er niet bij). Vanuit dat standpunt bekijkt de professor niet ‘de samenleving’. Als lezer krijg je geen algemeen en universeel, maar ‘fallocentrisch‘ beeld – een term uit de koker van Hélène Cixous en Luce Irigaray om aan te duiden dat de helft vergeten wordt.

Ik wilde mijn innerlijke feministe sussen en gewoon genieten van Middeleeuwse cultuur. Toch had ik het aan het slot van de circa veertig pagina’s tellende inleiding alsnog helemaal gehad met De Boer. Dat hij met Emo centraal van de ene naar de andere man wandelt, soit. Maar die paar keer dát hij dan eindelijk een vrouw opvoert, doet bij dat op een manier die neerkomt op grammaticaal seksisme.

Grammaticaal seksisme? Ja. Dat gaat zo (vetgedrukte woorden van mij):

  • pagina 19, de eerste vrouw die de Boer noemt. Context: Emo, een neef van abt Emo, wil op het terrein van zijn boerenhoeve een kloostertje stichten. ”Zijn vrouw scheidde van hem vanwege zijn plannen”, schrijft De Boer. Even later: ”Bovendien stribbelden de echtgenoten van Emo’s zusters tegen”.
  • Man man man, nog meer mannen. Dan schrijft De Boer op pagina 25 over de Hollandse graaf Albrecht van Beieren, die in 1370 naar Praag reisde ”om zijn dochter uit te huwelijken”.
  • pagina 37 ”Voor Lotharius’ carrière was bepalend dat zijn moeder stamde uit het Romeinse patriciaat”
  • pagina 39, over keizer Hendrik VI. Die overlijdt. Daarna, schrijft De Boer, ”bleef zijn weduwe achter met hun pas 2,5 jaar oude zoontje Frederik”
  • Zelfde pagina: ,,…dus koos Philips voor een Byzantijnse bruid – een dochter van de keizer Isaak Angelos”

Alleen Hildegard van Bingen ontsnapt aan deze praktijk, en ”ene Thecla” die De Boer vluchtig aanhaalt in een stukje over middeleeuwse pelgrimages, waar verder vooral mannelijke pelgrims uitgebreid aan bod komen.

Ik kan me voorstellen dat je als geschiedkundige moeite hebt om de namen van de zusters van een neef van je hoofdpersoon te vinden. Misschien waren die inderdaad onbekend. Maar de hoogste adel leverde vele bronnen op, waar ook de vrouwen in voorkomen. Zoals de weduwe van keizer Hendrik VI. Het gaat om Constance van Sicilië. De Boer móet haar naam weten, maar hij neemt de moeite niet om haar in zijn tekst een identiteit te geven. Hij doet haar af met ‘zijn weduwe’.

Dit taalgebruik is een schoolvoorbeeld van het routinematig en als vanzelfsprekend marginaliseren van vrouwen. Mensen doen zoiets vaak onbewust. De Boer stond er vast niet bij stil dat hij, in een context die vrouwen toch al marginaliseert, vrouwen nog verder in de marge drukt. Maar onbewust seksisme is ook seksisme. Met dit type taal reduceert hij vrouwen tot anonieme aanhangsels van een man. ”Een van de beste werken over de Middeleeuwen”, zoals de achterflap Het Parool citeert, past zodoende in een lange traditie van mannen die over mannen schrijven en vrouwen niet eens een naam waardig achten. Doodzonde.

BONUS Wil je wél over met name genoemde vrouwen lezen? Probeer dan eens Travels with a Medieval Queen, waarin Taylor Simeti de reis reconstrueert die Constance van Sicilië in 1194-95 ondernam om haar aanspraak op de Siciliaanse troon veilig te stellen. Of lees dit artikel over vrouwen en mystiek in de dertiende eeuw, de beweging waarvan vrouwen als Hildegard van Bingen en Hadewijch deel uit maakten. Of naslagwerken, zoals het deel over de middeleeuwen uit de reeks De Geschiedenis van de Vrouw en 1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis.