Tag Archives: vrouwen in de journalistiek

Mensen zoeken nog steeds heks als zondebok

Gaat het om heksen? Of heb je het eigenlijk over binnenlandse vluchtelingen, van huis en haard verdreven omdat op drift geraakte gemeenschappen een zondebok zoeken? Journaliste Karen Palmer neigt naar dat laatste. Ze deed jarenlang onderzoek naar het fenomeen van heksen in Ghana, en kwam tot schokkende ontdekkingen. Zowel zijzelf als recensenten zien parallellen met de heksenvervolgingen in Europa. Als mensen het moeilijk hebben, richten ze zich al snel tegen tweederangs mensen, die niet terug kunnen vechten. Zoals vrouwen. In Europa, en in Afrika.

Vrouwen worden in West Afrikaanse landen nog steeds massaal in verband gebracht met schadelijke, bovennatuurlijke praktijken. Als ze de woede van dorpsgenoten al overleven, rest hen niks anders dan een geïsoleerd bestaan in een heksen-vluchtelingenkamp. Ze kunnen pas terug als ze bewezen hebben dat ze echt geen heks zijn. In de praktijk lukt dat zelden. Dus ontstaan permanente kampen vol vrouwen en een paar mannen.

Palmer bezocht Ghanese kampen waar vrouwen alleen overleefden door na een markt graankorrels van de grond op te rapen. Ze praatte met mensen die economische activiteiten probeerden op te zetten. Dat mislukte. Niemand wil goederen of etenswaren van heksen kopen.

Andere kampen ontvangen wél hulpgoederen van liefdadigheidsorganisaties. Dat leidt tot ironische effecten. Vrouwen in de kampen die hulp krijgen, zijn daar soms beter af dan bij hun eigen gezin en familie:

So abject is the position of women in traditional Ghanaian society — where they are treated like chattel — that one of the few successfully repatriated witches Palmer reports on looked much thinner, older and sicker after being reunited with her family.

Uit talloze interviews en bezoeken aan heksenkampen kon Palmer een profiel destilleren van vrouwen die in de problemen raakten. Daaruit komt het zondebokfenomeen duidelijk naar voren. Het ging opvallend vaak om vrouwen die geen kinderen meer konden krijgen, en geen invloedrijke mannelijke familieleden hadden om hen te beschermen.  Vrouwen die zich te assertief en mondig gedroegen. Vrouwen die succes wisten te boeken als ondernemer, en zodoende jaloezie opwekten en/of geld leenden en daarna schulden wilden innen.

De omgeving kan makkelijk naar vrouwen wijzen, omdat die nauwelijks meetellen in de samenleving. Hun status is zo laag dat een vrouw die alleen dochters heeft gebaard, als kinderloos te boek staat. Bovendien hebben bepaalde groepen mannen baat bij het voortbestaan van beschuldigingen van hekserij:

The regional chief at Gambaga has the reputation of being able to control witches; that’s why the women sought sanctuary in his territory, where they would not be regarded as a threat. In exchange for his protection, he gets to rent out their labor and charges their families for room, board and purification rituals. Other witch doctors make a good living by detecting witches and selling counterspells. Naturally, it’s in the best interests of these men that witchcraft accusations continue.

Zolang vrouwen beschouwd worden als tweederangs wezens lopen ze het risico als zondebok misbruikt te worden. Goed dat er in ieder geval journalisten als Palmer zijn, die deze situatie in kaart brengen en het nieuws hierover verspreiden.

Internet en haat vormen een giftige cocktail

Hoeveel vrouwen zouden zijn afgehaakt op internet, vanwege voortdurende haat? Die vraag komt aan de orde in verschillende artikelen in Engelstalige media. Steeds meer mensen pleiten ervoor online haat serieus te nemen als een probleem rondom mensenrechten. Want als het digitale klimaat zo giftig is dat vrouwen afvallen, heeft dat ingrijpende gevolgen voor werk, inkomen, je sociale leven en het uiten van je creativiteit.

De impact op werk, deel kunnen nemen aan het publieke debat, je veilig voelen, dat alles zijn redenen waarom Amanda Hess internethaat definieert als een mensenrechten-probleem. De haat komt neer op discriminatie en bekrachtigt het beeld van de vrouw als de geminachte Ander, die op moet zouten:

On the Internet, women are overpowered and devalued. […] ..when anonymous harassers come along—saying they would like to rape us, or cut off our heads, or scrutinize our bodies in public, or shame us for our sexual habits—they serve to remind us in ways both big and small that we can’t be at ease online. It is precisely the banality of Internet harassment, University of Miami law professor Mary Anne Franks has argued, that makes it “both so effective and so harmful, especially as a form of discrimination.” The personal and professional costs of that discrimination manifest themselves in very real ways.

De vraag naar de precieze concrete schade blijft een vraag, omdat onderzoek meestal ontbreekt. We moeten het doen met individuele anekdotes. Bestaand onderzoek steunt de teneur van die persoonlijke ervaringen echter. Wie zich bijvoorbeeld met een vrouwennaam op een chatsite meldt, krijgt 25 keer zoveel zooi naar haar hoofd geslingerd dan een als mannelijk geïdentificeerde deelnemer. En in de V.S. blijkt uit onderzoek dat het percentage deelnemers aan discussiefora daalde van 28 naar 17 procent. Die daling kwam bijna geheel voor rekening van vrouwelijke internetgebruikers. Een plus een is….

In het licht van al die feiten is het des te erger, dat allerlei mensen blijven ontkennen dat er een probleem is. Iedereen heeft toegang tot internet, niemand verbied je om iets te publiceren, als je afhaakt was dat omdat je dat zelf wilde, dus waar gaat het over. Bovendien gaat het om een virtuele vorm van intimidatie. Je hebt niet te maken met een verkrachter die zich onder je bed schuil houdt, dus wat is het probleem? Om die reden halen autoriteiten vaak hun schouders op. Agenten weten niet wat ze met zulke situaties aan moeten.

De aard van internetintimidatie maakt dat je pas merkt hoe erg het is, als je het zelf ervaart. Ook Conor Friedersdorf zegt in The Atlantic dat hij in eerste instantie niet snapte waarom vrouwen zich zo druk maakten. Als man kreeg hij ook vanalles over zich heen, inclusief doodsbedreigingen. Hij kon daar tegen, dus wat zeuren die vrouwen? Pas toen hij een tijdje een journalistiek weblog van een vrouwelijke collega bijhield, en de commentaren las die zij dag in dag uit ontving, begreep hij dat vrouwen een speciaal soort reacties over zich heen krijgen.

Friedersdorf schrok van de zeer persoonlijke, hypergeseksualiseerde uitingen van blinde haat. Reacties die, ook als je ze probeert te negeren, een onevenredig grote belasting vormen. Hij had zelf geen idee dat het zo erg was, omdat hij dit type reactie normaal gesproken niet zag. Nu pas begreep hij bepaalt gedrag van vrouwelijke collega’s. De zelfcensuur, bijgestelde ambities en inperkingen, zoals stoppen met een politiek weblog. En kreeg hij een idee van de schade:

This is the very time that people like Matt Yglesias and Ezra Klein were building the personal blogs from which they would become successful national pundits. One wonders how many equally talented women we missed out on reading due to misogynists hurling vile invective at rising female journalists.

Kortom, pas als mensen met privileges zelf ervaren hoe de wereld eruit ziet voor iemand die afwijkt van de norm, krijgen ze door hoe ingrijpend internaathaat is. Dat maakt de aanpak lastig. Keer op keer moeten de ogen van een individueel persoon geopend worden. Tot die tijd krijg je vooral minachting of bagatelliserende opmerkingen over je  heen, als je de haat aan de kaak wil stellen.

Doen alsof er geen probleem is, tovert het probleem niet weg. Doorgaan met een gestructureerde bewustwordingscampagne is het enige wat er op zit. Omdat het gaat om een mensenrechtenprobleem. En omdat de digitale haat samen hangt met praktijken uit de dagelijkse realiteit:

The men screeching at you online to shut up—or condescending to you about how cute it is that you think you have an opinion—aren’t outliers. They reflect reality. They just do so in a way that’s more direct, because the social structures that allow sexism in real life to be more subtle haven’t really taken hold on the internet. The fact of the matter is these kinds of pressuring tactics do work to silence women’s voices, and that alone is reason enough to take them seriously.

Nederland komt moeiteloos aan eigen bingokaart

Vrouwen moeten niet zeuren. Sekse doet er niet toe, we letten alleen op kwaliteit. Dat kreeg politicologe Malou van Hintum te horen toen ze kritiek had op een debat over journalistiek in De Balie, waar louter mannen het woord voerden. Ze sloeg terug met een prachtige column in de Volkskrant om dat soort hersenloze reacties terug te verwijzen naar de prullenbak. Maar je moet de mensen de kost geven die zulke dingen zeggen. Nederland komt moeiteloos aan een geheel eigen bingokaart.

Die bingokaarten ontstonden op internet, in kringen van Engelstalige feministes, omdat iedereen die machtsverhoudingen aan de orde stelt zo vaak dezelfde kreten hoort. In die zin is het gereedschap om bijvoorbeeld seksisme aan de kaak te stellen:

Generally speaking, meeting one square on a bingo card is not necessarily a sign of a problem, but meeting several either in one comment or when explaining your position over several comments, is considered a sign of either a concern troll or allies who need more feminism 101 background reading or a privilege check.

In Nederland kun je bijna geen discussie voeren over gender. Mensen voelen zich meteen ongemakkelijk en schieten automatisch in het defensief. Vrouwen zeuren! Alleen kwaliteit telt! Vrouwen willen het zelf niet! Vrouwen moeten geduld hebben! We letten niet op sekse! We wilden wel, maar we kunnen vrouwen zo moeilijk te vinden! Het gaat maar door.

Volgens Van Hintum hebben we zodoende in Nederland een fors probleem. Want met dit soort smoesjes maken we vrouwen onzichtbaar:

In Nederland bestaat veel weerstand tegen de boerka, het kledingstuk dat vrouwen onzichtbaar maakt en aan ieders ogen onttrekt. Dat vinden we vrouwonterend. Vrouwen discrimineren kan namelijk veel subtieler en dus beter. […] Je slaat ze gewoon over. Je doet alsof ze er niet zijn. Je doet alsof de wereld enkel bestaat uit capabele mannen, en vervolgens hekel je de zeurende mutsen die niet begrijpen waarom geen van de capabele vrouwen die ze kennen aan het woord komen. Want ja, sekse doet er niet toe! En als sekse er niet toe doet, nodig je alleen maar mannen uit. Hartstikke logisch, toch?

Kortom, hoog tijd voor een eigen Nederlandse bingokaart. Het begin is er.