Tag Archives: vrouwen in de geschiedenis

New York Times eert vergeten vrouwen

Wat hebben dichteres Sylvia Plath, schrijfster Charlotte Brontë en mesnenrechtenactiviste Ida B. Wells met elkaar gemeen? Alledrie leverden grote prestaties, maar geen van hen kreeg een overlijdensbericht van de redactie van de New York Times (NYT). In de geschiedenis van de krant kwamen vrouwen nooit verder dan 15 tot 20% van het totale aantal. Hoog tijd om die bevooroordeelde blik bij te sturen, vond NYT-journaliste Amisha Padnani. Zij zette Overlooked op, een project om vergeten vrouwen alsnog een plek in de krantenkolommen te gunnen.

The New York Times is een grote, gezaghebbende landelijke krant in de V.S. Dat betekent dat keuzes die de redactie maakt, een grote invloed hebben. Als de redactie je een officieel overlijdensbericht gunt, heb je het gemaakt. Je leven en werk waren en zij  zo belangrijk, dat journalisten tijd en moeite steken in een artikel over je bestaan. Je behoort tot de canon.

En, verrassing (niet), die canon ziet er zeer blank en zeer mannelijk uit, berekende de redactie. In 1858, het eerste jaar waarin de New York Times artikelen op een systematische manier registreerde, haalden 24 overleden mannen de krant, tegen drie vrouwen. Tussen 1926 en 1936 ging 90% van de ruimte naar blanke mannen. Vanaf 1936 nam het aantal officiële overlijdensberichten enorm toe, maar mannen kregen nog steeds 80 tot 85% van de aandacht, aldus de NYT redactie.

De mannelijke dominantie treft zelfs sectoren waar vooral vrouwen werken, zoals het bibliotheekwezen. In de negentiende eeuw was bibliothecaresse één van de weinige geaccepteerde beroepen voor (ongetrouwde) vrouwen. Anno nu bekleden vrouwen 85% van alle posities in bibliotheken. Ondanks dat numerieke overwicht ging de aandacht ook hier uit naar mannen. Met hun circa 15% namen ze 64% van alle overlijdensberichten van de NYT in beslag.

Padnani werd alert op deze onbalans toen ze toetrad tot de Overlijdensredactie – ja, bij de NYT heb je daar gespecialiseerde journalisten voor – en een artikel wilde schrijven over tennispionier Mary Ewing Outerbridge:

I wondered if she had received a Times obituary when she died in 1886. I checked our digital newspaper archives. She had not. After that, anytime I came across an interesting person who died years ago, I searched our archives for an obit. Those who didn’t get one were, not surprisingly, largely women and people of color. I started talking about my research with colleagues, friends and relatives, all of whom began sending me more names.

Padnani stapte met haar signaal naar Jessica Bennett, kersvers aangenomen als de eerste gender-redacteur van de NYT. Bennett zag onmiddellijk een kans om twee dingen te doen: de bewustwording vergroten rond processen die ervoor zorgen dat we vrouwen en mensen met een gekleurde huid over het hoofd zien, én tegelijkertijd de balans te herstellen door vrouwen alsnog een redactioneel overlijdensbericht te geven. De twee vrouwen leiden nu project Overlooked, ”over het hoofd gezien”,  een initiatief om vergeten vrouwen alsnog een officieel overlijdensbericht in de krant te geven.

Het initiatief slaat enorm aan. De krant nodigde lezers bij de start uit om namen in te sturen van vrouwen die alsnog een overlijdensbericht zouden moeten krijgen. In een paar dagen tijd kwamen 1400 inzendingen binnen. Lezers dragen onder andere hun oma’s en overgrootmoeders voor. Het gaat om vrouwen die in hun tijd, de negentiende en begin twintigste eeuw, allerlei sociale barrières doorbraken en prestaties neerzetten, maar daar indertijd weinig erkenning voor kregen. Zo schreef een lezer over haar oma, Dr. Marguerite Rush Lerner (1924-1987):

My grandpa Aaron B. Lerner received a New York Times obituary in 2007, but my grandma never received similar recognition, though they worked as a team and she had incredible achievements in her own right. I think their relationship dynamic is what allowed both to achieve great things together.

Je seksistische, racistische verleden opbiechten en met daden laten zien dat je de situatie wil verbeteren, kan op de complimenten en goedkeuring rekenen van allerlei journalisten, opiniemakers en media. Andere media, zoals The Intercept, zijn kritisch. The Intercept signaleert dat de NYToverlijdensberichten nog steeds voor 88% uit de koker van mannen komen, omdat de redactie diversiteit mist. Deze mannelijke journalisten schrijven vooral over overleden mannen. Daarnaast kreeg The Intercept van de NYT redactie te horen dat de krant vasthoudt aan de staande criteria wat nieuwswaardig is en wat niet – precies de criteria die leiden tot 85% aandacht voor blanke mannen:

“You have to do the people who really demand to be done. If you get a United States senator who’s a white man, but he was a United States senator and he, you know, enacted or proposed legislation that affected people’s lives, you have to do that obit and if you don’t do that obit, you will be criticized.” That may have been the logic behind the Times obit last week of former Alabama Rep. John H. Buchanan. One might say a Southern member of Congress with an unmemorable record isn’t worth the resources, especially considering the people the Times has missed — not in the distant past, but in the last year. Days before Buchanan’s obit was published, University of California, Berkeley professor and groundbreaking Muslim feminist scholar Saba Mahmood died, but no obituary appeared for her in the Times.

Kortom het blijft zoeken, uitproberen en moeizaam toewerken naar meer diversiteit. Hoe dan ook biedt project Overlooked nieuwe kansen. De reeks leidt tot het problematiseren van de status quo en zet andere mensen aan tot nadenken. En bewijst sommige overleden vrouwen alsnog de eer die hen toekomt.

Archeologie geeft vrouwen hun geschiedenis terug

Archeologen hebben de afgelopen tijd verrassende ontdekkingen gedaan, die een tipje van de sluier oplichten over het leven van onze voormoeders. Zo kende Nederland al in de achttiende eeuw een tijdschrift voor een specifiek vrouwelijk lezerspubliek. Legden mensen in kleitabletten de rechten van vrouwen in de Turkse staat Kanesh vast. En kregen Aboriginals in Australië een veel gevarieerder dieet toen vrouwen dingo’s inzetten voor de jacht. Sowieso blijken vrouwen de beste vriend te zijn van hond-achtigen 😉 Zo zijn er meer belangwekkende vondsten…

Beautiful brunette and her dog

Archeologische vondsten bewijzen dat dingo’s en honden de beste vriend van vrouwen waren. 

Vrouwen, wat mogen ze wel en niet? Vragen die mensen letterlijk al duizenden jaren bezig houden, blijkt uit opgegraven kleitabletten uit de Turkse staat Kanesh. Volgens de teksten van circa 4000 jaar geleden konden vrouwen zelfstandig handel drijven, met hun eigen zegels, hadden dochters even veel recht op erfenissen als zonen, en konden vrouwen zelf naar de rechter stappen, bijvoorbeeld om van een agressieve man af te komen. Archeologen vonden ook een brief van een vrouw die over haar schoonmoeder klaagt, en een liefdesbrief van een vrouw aan haar man.

Franse archeologen voerden een noodopgraving uit in een klooster, waar straks een congrescentrum verrijst. Ze troffen maar liefst 800 graven aan, met in vijf daarvan een loden grafkist. In één van die ‘luxe graven’ troffen ze de resten aan van Louise de Quengo, Vrouwen van Brefeillac, een weduwe die 350 jaar geleden overleed. De nonnen begroeven haar in haar habijt, met kap, beenwarmers en schoenen. Dat we haar naam weten komt omdat ze een chique reliek droeg. Dat voorwerp bevatte het hart van haar echtgenoot en een opschrift met hun namen.

Bij toeval trof onderzoekster Adrienne Mayor in een slaperig museum in de Amerikaanse stad Mississippi een vaasje of potje uit de Griekse oudheid aan, met een afbeelding van een krijgsvrouwe die op het punt staat om een Griekse tegenstander in een lasso te verstrikken. Ze houdt een strijdbijl gereed om deze man naar de andere wereld te helpen. Wat doet zo’n afbeelding op zo’n pot? Mayor heeft daar wel ideeën over en speculeert:

“The vase would have held a Greek woman’s intimate make-up or jewelry. The images on the box suggest that women enjoyed scenes of Amazons getting the best of male Greek warriors,” Mayor said. According to the researcher, the suspenseful scene of a Greek male about to be lassoed by a powerful foreign warrior woman was exotic and also subversive, a surprising twist on traditional Greek women’s roles.

Vikingvrouwen reisden de wereld rond in de periode van 793 tot 1066 Na Christus, ontdekten archeologen. Uit DNA-monsters blijkt dat vrouwen uit Noorwegen zich vestigden in streken die de Vikingen koloniseerden, zoals de Zwarte Zee en Canada, en hun genen doorgaven aan hun nageslacht aldaar. De genetische erfenis toont ook aan dat vrouwen van de Orkney-eilanden en Western Isles deel uitmaakten van de kolonisten die zich in IJsland vestigden. Zie ook: Invasie van de Vikingvrouwen.

Nederland kende al in de achttiende eeuw een tijdschrift, specifiek gericht op vrouwen. Een medewerker vond het blad, ”De Recensent voor Vrouwen”, per toeval in een depot van de Universiteit Utrecht. Volgens de universiteit staan er serieuze recensies van boeken in, maar ook human interest verhalen. Bijvoorbeeld een artikel over een Parijse vrouw die haar 19e kind krijgt.

De Australische cultuur maakte 4000 jaar geleden een opvallende ontwikkeling door. Opeens treffen archeologen veel gevarieerdere etensresten aan dan daarvoor. Ze denken nu de reden voor die plotselinge culinaire explosie te hebben gevonden: 4000 jaar geleden namen mensen uit Zuid-Oost Azië dingo’s mee in hun vaartuigen. Ze vermeerderden zich snel. Aboriginal vrouwen temden dingo’s en gebruikten ze voor de jacht op kleinere dieren. Voilà, meer eten, meer variatie in het dieet, betere kansen om te overleven.

Behalve met dingo’s namen vrouwen ook het voortouw om honden te temmen en bij zich te houden. Dat blijkt uit de vondst van een bepaalde parasiet in lichamen, aangetroffen in de buurt van het Baikalmeer (Siberië). Je kunt de parasiet alleen oplopen als je in nauw contact staat met honden, dus het betekent iets dat archeologen dit vooral bij vrouwen aantroffen. De Leidse osteoarcheoloog dr. Andrea Waters-Rist denkt dat vrouwen roedels honden beheerden om te gebruiken bij het hoeden van vee, en voor de jacht. Net als hun Australische zusters dus. De hond, de beste vriend van de vrouw!

Lees vrouwen: zeg me wie ik ben

De Spaanse auteur Julia Navarro oogstte veel succes met ‘Zeg me wie ik ben’, vertaald door Marjan Meijer. Vorig jaar kwam de roman zelfs in een Engelse vertaling uit als audioboek, zodat nog veel meer mensen zich in het verhaal kunnen storten van een journalist, Guillermo Albi, die het leven van zijn overgrootmoeder Amelia Garayoa probeert te ontrafelen. Ook ik begon te lezen, maar ik legde het boek op pagina 835 weg met gemengde gevoelens – net niet helemaal uitgelezen. Ik werd het zat. Hoe kan dat?

Voor Lees Vrouwen 2015 was deze roman voor mij een makkelijke keuze. De uitgangspunten van Zeg me wie ik ben klinken uitstekend. Een vrouwelijke hoofdpersoon, die opgroeit in het Spanje van de jaren twintig en dertig, en die betrokken raakt bij alle grote conflicten van de vorige eeuw – de Spaanse Burgeroorlog, de Tweede Wereldoorlog, de koude oorlog. Inclusief romantiek en spionage. Klinkt spannend en veelbelovend, kom maar op!

Ik worstelde echter met dit boek. Uiteindelijk kom ik erop uit dat de structuur van het verhaal mij tegenstaat. Navarro neemt de journalist als leidraad. Hij krijgt opdracht van familieleden om het levensverhaal van Amelia te ontdekken en te beschrijven. Ze stellen als voorwaarde dat hij alles in chronologische volgorde moet doen. Die instructie geven ze ook aan personen waarmee de journalist contact opneemt: ze vertellen hem alleen wat er op dat moment speelde.

Dat betekent ten eerste dat Guillermo van hot naar her reist. Amelia is drie weken in Londen. Hij naar Londen. Ze gaat een maandje terug naar Spanje. Hij vliegt ook terug naar Spanje. Amelia ging indertijd weer terug naar Engeland. Hup, Guillermo stapt ook weer in het vliegtuig terug naar Engeland. Zo stuitert Guillermo in het rond, en de lezer met hem.

Het is net alsof Navarro ook wel doorheeft dat dit omslachtig is. Verschillende keren laat ze een personage zeggen: ‘ja, Guillermo, ik begrijp dat je dit niet leuk vindt, maar de afspraak is nou eenmaal dat je alles stapje voor stapje zelf moet ontdekken. Kom maar terug als Amelia hier weer terug kwam, dan praat ik ook weer verder’.

Ten tweede betekent deze structuur dat het verhaal van Amelia op een afstandelijke manier, met onderbrekingen, tot je komt. Anderen vertellen over Amelia. Net als je die afstand overbrugt hebt en lekker in haar verhaal zit, gooit Navarro je er weer uit. Dan verplaatste Amelia zich en moet Guillermo ook weer op reis. Dat leidt tot saaie passages over reisarrangementen, hotels en korte, vlak geschreven introducties van nieuwe informanten. Ik ervoer dat als hinderlijke onderbrekingen.

Daar komt bovenop dat ik me als lezer ergerde aan verschillende personages. Navarro maakt bijvoorbeeld een karikatuur van Guillermo’s moeder. Ze zeurt, foetert hem uit omdat hij zijn loopbaan als journalist volgens haar te grabbel gooit, en vraagt daarna of haar jongen wel gezond eet. Getver. Ook maakt Guillermo cynisch gebruik van de diensten van zijn moeder en andere vrouwen (eten, seks, de was). Want hij is zo jongensachtig sexy en onweerstaanbaar dat ze hem alles vergeven, schrijft Navarro verschillende keren. Nou, als ik een van zijn vriendinnen zou zijn, had ik die egoïstische Guillermo allang mijn huis uit geschopt.

Tenslotte had ik moeite met de verschillende vormen van melodrama in het boek. Redelijk aan het begin van het verhaal blijkt bijvoorbeeld dat Amelia haar huwelijk ontvluchtte en daarbij haar zoontje achter liet. Deze keuze achtervolgt haar en ze doet steeds opnieuw pogingen weer contact te krijgen met haar zoon.

Het ligt aan de lezer wat die met zulke passages doet. De een vindt dat Navarro op een pure en prachtige manier beschrijft hoe Amelia worstelt met haar rol als moeder, en probeert haar zoon te zien. Ikzelf vond deze passages juist tenenkrommend. Als lezer voelde ik veel meer sympathie voor de familie, die Amelia afraadt contact te zoeken omdat het toch steeds weer eindigt in fysieke worstelingen, gejank en geruzie. Wat ook inderdaad iedere keer gebeurt.

Beide leeservaringen zijn ok. Het betekent vooral dat dit niet mijn boek was. Uiteindelijk gaf ik de worsteling op. Misschien kan ik ooit nog de moed opbrengen die laatste 200 pagina’s te lezen, maar ik ben er even klaar mee. Zeg me wie ik ben: waarschijnlijk een cynische lezer, die weinig geduld heeft met de onlogische opzet van Guillermo’s speurtocht, en die niet goed tegen vrouwen kan die huilend uitroepen ‘maar ik ben toch je moeder’.

Vrouwelijk verleden komt tot leven dankzij archeologische vondsten

Op twee verschillende plekken in Italië ontdekten archeologen resten van tempels van godinnen onder de fundamenten van katholieke kerken. In Rome vonden ze, onder de Sant’Omobono kerk, de resten aan van een aan Fortuna gewijde tempel. In Milaan bleek de kathedraal een tempel gewijd aan Minerva te verbergen. Tot slot ontdekte een papyroloog twee nieuwe gedichten van de dichteres Sappho.

Resten van een oude papyrusrol onthullen twee nieuwe gedichten van Sappho.

Archeologen brengen een verborgen, vrouwelijke geschiedenis aan het licht. In Milaan staan ze nog aan het begin van de werkzaamheden. In Rome zijn ze al wat verder. Daar groeven archeologen de resten op van wat waarschijnlijk de oudste tempel van de stad was. In die tijd, de zevende eeuw voor Christus, stroomde de Tiber vlak langs de locatie van de tempel en de huidige Sant’Omobono kerk. De rivier vormde op die plek een natuurlijke haven. De tempel van Fortuna was zodoende het eerste belangrijke gebouw dat zeelieden zagen als ze aan wal gingen.

De locatie is geen toeval. Archeologen hebben vaker gezien dat tempels gewijd aan Fortuna een specifieke functie hadden. Op symbolische wijze heette de godin vreemdelingen welkom. Ze zag ook toe  op een eerlijk verloop van de handel.

Nog meer goed nieuws uit de zevende eeuw voor Christus: in die tijd werkte de dichteres Sappho aan haar indrukwekkende oeuvre. Veel van haar werken gingen in de loop der eeuwen verloren. Onlangs ontdekte een deskundige echter twee nieuwe gedichten.

De eigenaar van een papyrusrol consulteerde Dirk Obbink van de universiteit van Oxford. Hij ontdekte dat de teksten kopieën zijn van gedichten van Sappho. Het eerste gedicht handelt over de zeereis van een man, waarschijnlijk een broer van Sappho. Het tweede gedicht is gericht aan de godin Aphrodite. De papyrusrol dateert van de tweede of derde eeuw na Christus, en werd waarschijnlijk vervaardigt in de Egyptische stad Oxyrynchus. Daar woonde in die tijd een grote groep Grieken.

De Oxyrynchus-rollen zijn op meer manieren van belang. Ze leveren niet alleen nieuwe gedichten van Sappho op, maar werpen ook licht op een periode waarin godinnen door veel mensen aanbeden werden. Onder andere Sophia, symbool van wijsheid, nam een belangrijke plek in. De rol van godinnen verdween pas naar de achtergrond toen het Christendom zich ontwikkelde tot een geïnstitutionaliseerde religie. Op dat moment kreeg een mannelijk godsbeeld de overhand:

Up until 1400BC, citadel settlements are stable. Goddesses – notably in charge of fertility and learning – have a crucial role to play. But as civilisation gets greedy and society more militaristic, these wise women are edged to the sidelines in favour of a thundering, male warrior god. Just the kind of chap to lead raids on neighbouring citadels – a historical fact we witness in the brutalised archaeology and stockpiles of traumatised human remains

Wat archeologische onderzoeken zoals deze ons leren, is dat het goddelijke een vrouwelijke gedaante had en dat iedereen dat normaal vond. Aan godinnen gewijde tempels namen een belangrijke plek in. En bijna drieduizend jaar geleden schreven vrouwen al zulke indrukwekkende gedichten, dat hun werk tot op de dag van vandaag harten sneller doet kloppen. Leve de archeologie, die ons onze geschiedenis terug geeft!

Twee essays die het feminisme vooruit hielpen

Eén van de dingen die de Zesde Clan graag doet is de originele teksten publiceren van werken die belangrijk zijn (geweest) voor het feminisme. Deze teksten zitten soms diep weggestopt in de krochten van het internet, en verdienen een bredere distributie. De Zesde Clan neemt je graag mee naar twee essays. Over de ‘male gaze‘, films die beelden tonen vanuit de optiek van een hetero man, en hoe indelingen in de geschiedenis veranderen als je de vrouw als norm neemt.

De mannelijke blik, ook in comics…

Laura Mulvey was degene die het begrip ‘male gaze’ introduceerde. Ze deed dat in haar essay visual pleasure and narrative cinema. Met psychoanalyse als uitgangspunt stelde Mulvey dat in een ongelijke wereld, de vrouw een object is waar je naar kijkt. De vrouw is passief, de man actief. Hij geeft betekenis aan de beelden van en over de vrouw, en hij bepaalt wat belangrijk of sexy is en wat niet.

Film biedt een uniek platform om de toeschouwer mee te nemen in die mannelijke kijk op de wereld. Met de cameravoering, door beelden weg te snijden, close ups te gebruiken, belichting, muziek, en andere technieken kan een film de kijker ongemerkt meevoeren in een visie die eigenlijk grote groepen mensen buiten sluit. Feminism 101 geeft een mooi overzicht van de male gaze in de moderne tijd, en wijst erop dat Mulvey’s essay nog steeds actueel is:

Mulvey states that in film women are typically the objects, rather than the possessors, of gaze because the control of the camera (and thus the gaze) comes from factors such as the as the assumption of heterosexual men as the default target audience for most film genres. While this was more true in the time it was written, when Hollywood protagonists were overwhelmingly male, the base concept of men as watchers and women as watched still applies today, despite the growing number of movies targeted toward women and that feature female protagonists.

Dan de geschiedenis. Historici zijn gewend de wereld op te delen in periodes, maar daarbij gaan zij vaak uit van mannen. Neem je de vrouw als uitgangspunt, dan kun je je afvragen of de klassieke indeling wel klopt. Zo vroeg Joan Kelley-Gadol zich in 1977 af: Hadden vrouwen eigenlijk wel een Renaissance? Ze komt erop uit dat de renaissance die mannen meer kansen bood, voor vrouwen juist achteruitgang betekende. Zij kregen pas een soort renaissance in de negentiende en begin twintigste eeuw.

Sinds 1977 heeft de wetenschap enorme sprongen vooruit gemaakt, maar haar tekst blijft een belangrijke mijlpaal. Het was één van de eerste keren dat een onderzoekster geschiedenis bestudeerde vanuit een feministisch perspectief, rekening houdend met gender. Anderen, zoals Gerda Lerner, behoorden ook tot die groep pioniers. Ze maakten de weg vrij voor geweldige studies zoals Women’s Work, the first  20.000 years, of gespecialiseerde onderzoeken, zoals invloedrijke courtisanes in het Frankrijk van de negentiende eeuw, of de gesloten wereld van gouvernantes, in ‘Tussen salon en souterrain’.

Hoe staat het tegenwoordig met gender/feminisme in de wetenschap? Buiten de wereld van vrouwenstudies blijkt het klimaat vaak guur. Bijvoorbeeld bij Criminologie, de wetenschap die misdaad wil onderzoeken en verklaren. Dat was lang een tak van sport van mannen, door mannen, over mannen. Vrouwen kwamen hooguit aan bod als willoos slachtoffer. Hoogleraar De Haan van de universiteit van Groningen pleitte in een essay voor meer aandacht voor gender in de criminologie. Nederland loopt volgens hem achter:

Terwijl het feminisme in de criminologie in vrijwel de gehele Westerse wereld als een invloedrijk en vernieuwend per- spectief wordt beschouwd, heeft het in Nederland eigenlijk alleen buiten de criminologie zijn wetenschappelijke sporen achter gelaten’ (p. 262). Hierbij valt onder meer te denken aan vrouwenstudies op het gebied van het recht. Binnen de Nederlandse criminologie zien we slechts een eclips van het genderperspectief. Als verklaring noemt Van Swaaningen onder meer dat juist in de tijd dat elders de feministische criminologie in opkomst was ‘in Nederland sterk op de criminologie bezuinigd werd, waardoor van enige wetenschappelijke vernieuwing lange tijd geen sprake kon zijn’.

Vanwege die omstandigheden bleef criminologie in Nederland een wetenschap die gender negeerde en de helft van de bevolking niet meenam in analyses, onderzoeksvragen en studies naar misdaad en straf. De Haan ervoer dit aan den lijve. Je zou, gezien onze seksistische cultuur, verwachten dat De Haan als man meer gewicht in de schaal zou leggen, maar zelfs hem lukte het niet gender bespreekbaar te maken:

Zo hebt ik bijvoorbeeld kunnen constateren dat in de hele maatschappelijke discussie over geweld op straat aan de relatie tussen mannelijkheid en geweld vrijwel onbespreekbaar was. Telkens wanneer ik in publieke discussie de kwestie ter sprake bracht, ontstond er onmiddellijk een wat ongemakkelijke, lacherige sfeer waarin geen moment serieus op argumenten werd ingegaan. Niet alleen onder beleidsmakers, publiek en politiek, ook onder criminologen en strafrechtswetenschappers is de relatie tussen gender en (gewelds)criminaliteit vaak een blinde vlek.

Dat leidt tot verarming en blinde vlekken. Om nog maar te zwijgen over wetenschap van een slechtere kwaliteit. inzicht in gender kan cruciaal zijn voor een goed begrip van een tijdperk of problematiek. Mis je dat, dan mis je feiten en vertonen je analyses leemtes en onjuistheden. Pioniers zoals Mulvey en Kelley-Gadol verdienen daarom volgens de Zesde Clan lof en eer. En mensen zoals De Haan alle aanmoediging om gender te blijven meenemen in wetenschappelijk onderzoek.