Tag Archives: vrouwelijke politici

Amerikaanse Congres telt 100 vrouwen

Voor het eerst in de geschiedenis van de Verenigde Staten telt het Amerikaanse Congres honderd vrouwen. De eer van het honderdste congreslid gaat naar Alma Adams, uit de staat North Carolina. De Democrate versloeg haar partijgenoten in een interne verkiezing voor een vacant gekomen zetel. Ze kreeg steun van Emily’s List, een initiatief van de Democraten om meer vrouwen in de politiek te krijgen.

Alma Adams wordt de honderdste vrouwelijke senator van de V.S.

De combinatie Democrate en Emily’s List is geen toeval. Het initiatief om de kandidatuur van vrouwen te bevorderen speelt een grote rol bij het stijgende aantal vrouwelijke congresleden. Decennia lang bleef het cijfer schommelen tussen de 11 en de 20. In 1985 begon Emily’s List. Vier jaar daarna begon het aantal vrouwelijke kandidaten sterk te stijgen – en ze begonnen ook zetels te winnen. Het aantal vrouwen in de Senaat steeg naar 31 in 1989. Daarna ging het snel: 54 vrouwen in 1993, 73 vrouwen in 2001, en nu dus 100.

De Republikeinen leveren wel een aantal vrouwen, maar de stijging komt bijna geheel voor rekening van de Democraten. Dat feit geeft meteen aan dat de historische piek voorlopig een piek blijft. Democraten verloren massaal de huidige tussentijdse verkiezingen. Bij drie van de meest intense campagnes ging de strijd tussen een Democratische vrouwelijke kandidaat en een mannelijke Republikeinse kandidaat. In alle drie de gevallen won de Republikeinse man. Onder andere Wendy Davis, die in Texas en daar buiten furore maakte in haar strijd tegen Republikeinen die de reproductieve rechten van vrouwen tot een lachertje wilden maken, beet in het stof.

Amerikaanse media juichten in de aanloop naar de tussentijdse verkiezingen dat vrouwen eindelijk het glazen plafond in de politiek zouden doorbreken. Helaas een nogal premature conclusie. Als de uitslagen van de verkiezingen effectief worden, begin 2015, zullen Democratische vrouwen het veld moeten ruimen, ten gunste van Republikeinen. En aangezien de Republikeinen niks weten aan te vangen met vrouwelijke kandidaten, zijn dat vooral mannen.

Advertenties

Het onbehagen rond vrouwelijke leiders

Er bestaat nog steeds geen duidelijke landkaart voor vrouwen in de politiek, stelt The Guardian.  Als samenleving zijn we zoekende om denkbeelden over vrouwen te verenigen met denkbeelden over hoe een krachtige leider eruit ziet. Die worsteling is zowel zichtbaar in fictie (films, tv-series), als in de behandeling van vrouwelijke leiders in de realiteit, met seksisme en vooroordelen als extra nadelige factor. Zelfs een ‘vrouw van’ is niet veilig voor kritiek, tonen de debatten over de status van Michelle Obama aan.

In het geval van Michelle Obama treden zelfs twee enge fenomenen in werking. Ze is vrouw, én zwart, en is zelf dan wel geen president, maar wel de echtgenote van een president. Daarmee heeft ze een indirecte macht die haar eng maakt. Allerlei media schuiven haar zonder pardon in het kamp van de Boze Zwarte Vrouw. Obama zelf heeft inmiddels verklaard dat ze doodmoe wordt van dit stereotype. Ze is niet de enige die hier niet goed van wordt. Veel zwarte vrouwen zoeken naar een goede manier om psychologisch gezien uit dit hokje te ontsnappen:

There’s plenty to be angry about – the fact that black women in America are three times more likely to die in childbirth than white women, the race-baiting, anti-abortion billboard campaign in America that claims that black women’s wombs are the most dangerous place for black babies, the way that poverty is only worthy of discussion now that white, middle-class people are feeling the pain. My father used to say that if a person isn’t angry then they aren’t paying attention. I say that if you aren’t angry, the odds are you are one of the people pissing me off.

Zonder de complicerende factor van ras is het al lastig genoeg, schrijft The Guardian. Want de man is de norm in de politiek:

With politics, business, the media, and most major industries still male-dominated, there is a recognised approach available to the small group of privileged men who reach the top. There is a uniform: grey suit, shirt, tie. There is a debating style: apparently straightforward, often slippery, with a tendency towards the adversarial. There is an attitude; an air of confidence and absolute certitude. Power is theirs for the taking, and they have gone right ahead. […] If male is the default position, women will always be judged against it. Too masculine, and we’re threatening; too feminine, and we’re airheaded.

Dat maakt politieke campagnes erg lastig. Journalist en politiek commentator Anne Kornblut volgde de campagnes van Hillary Clinton en Sarah Palin en maakt inzichtelijk dat beide vrouwen onder andere verloren omdat hun sekse hen in de weg zat. Clinton’s campagneteam had bijvoorbeeld geen idee hoe ze haar vrouwelijkheid in moesten passen. Moesten ze benadrukken dat ze een vrouw was? Moest ze zich presenteren als een soort ere-man? Clinton zelf wilde haar sekse het liefste negeren, ze wilde niet als vrouw maar als professional, op haar eigen merites, beoordeeld worden.

Nobel, maar daardoor miste haar campagne cruciale kansen, schrijft Kornblut. Clinton boekte historische overwinningen, als vrouw, maar niemand besteedde er enige aandacht aan. Barack Obama’s team riep het juist van de daken als hij, als zwarte man, iets unieks bereikte. Clinton’s campagneteam verzuimde ook om met name jonge vrouwen voor haar kandidatuur te winnen. Ze gingen er vanuit dat vrouwen automatisch voor een vrouw zouden stemmen. Dat is echter geen natuurwet.  Jonge vrouwen liepen massaal over naar Barack Obama. Ironisch genoeg had hij, als man, voldoende vrijheid om zijn ‘zachte’ kant tonen. Dat viel erg in de smaak bij de kiezers.

Obama profiteerde ook van het seksisme in de Amerikaanse maatschappij. Clinton kreeg een ongenadig vijandige media over zich heen. Ze werd aangevallen op haar ‘kakelende’ lach, op het pimpen van haar dochter ten behoeve van haar campagne, haar kledingkeuze, haardracht. Team Obama kleedde zich ijverig in t-shirtst met seksistische teksten zoals ‘bros before hos’ en Clinton kreeg te horen dat ze overhemden moest gaan strijken. Die systematische vrouwenhaat bracht schade toe aan haar campagne en verminderde haar kansen. (Latere wetenschappelijke studies bevestigden deze vermoedens en onderbouwde de waarnemingen met harde cijfers.)

Het enige wat we kunnen doen is blijven proberen, iedere keer opnieuw leren van ervaringen, in kaart brengen wat wel werkt en proberen te vermijden wat schadelijk is. En ondertussen werken aan een mentaliteitsverandering. Want zolang vrouw nog steeds automatisch geassocieerd wordt met dat wat minder is, de niet-mannelijke, de vreemde uitzondering, blijven we dit probleem houden.

UPDATE Heet van de naald: een studie waarom zo weinig vrouwen in de V.S. zich kandidaat stellen voor een politieke functie. Vrouwen hebben haarscherp door dat zij aanlopen tegen vooroordelen en een vijandige pers. Daarnaast of als gevolg daarvan hebben ze meer dan mannen de neiging op zeker te spelen, niet teveel risico’s te nemen, en twijfelen ze aan hun eigen capaciteiten. Ook krijgen vrouwen weinig stimulans om zich kandidaat te stellen. Mannen krijgen uitnodigingen en bemoedigende opmerkingen, vrouwen bijna nooit.

Seksistische opmerkingen schaden kansen vrouwelijke politici

Vrouwelijke kandidaten voor politieke functies raken beschadigd door seksistische aanvallen. Als ze in de media worden afgeschilderd als gemeen, een kille tante, of als er openlijke beschuldigingen komen dat ze zich hoerig zou gedragen, jaagt dat een kwart van de stemmers weg. Zulke sneren ondermijnen namelijk haar geloofwaardigheid en geven kiezers de indruk dat ze incompetent is. Dit blijkt uit Amerikaans onderzoek onder 800 stemgerechtigden.

Onder andere Women’s Media Center en een paar andere organisaties ondervroegen 800 kiezers en ging na hoe zij zouden stemmen op een mannelijke en een vrouwelijke kandidaat. De beschrijvingen van de kandidaten verschilden. In het ene geval kreeg de politica alleen kritiek op inhoudelijke, politieke gronden. In het andere geval werd haar persoonlijkheid erbij gesleept, en kwamen er kwalificaties van het type kil en gemeen bij. Het resultaat: 41% zou op de vrouw stemmen, na inhoudelijke kritiek daalde dat naar 33%, maar na seksistische opmerkingen zakte dat naar 21%.

USA Today sprak met een van de samenstellers van de enquête:

“I was stunned at the magnitude of the effect of even mild sexism,” says Democratic pollster Celinda Lake, who did the survey. “Right now campaigns tend to be silent and try to tough it out, and this opens up a whole new strategy of responding.”

Uit de vragenlijst blijkt namelijk dat de aanvallen negeren en hopen dat ze stoppen, geen effectieve strategie is. Het beste wat een politica volgens kiezers kan doen, is direct en open reageren, en het beestje bij de naam noemen. Oftewel, als het seksistisch is kun je dat gewoon zo benoemen. En het kan geen kwaad op te merken dat mensen die anno 2010 zo over vrouwen praten, zich moeten schamen.

Goed om te weten, want er staan in de V.S. weer verkiezingen voor de deur. En in de media is het klimaat voor politica’s zo guur, dat Name it Change it zonder enige moeite een top 50 kon samenstellen, van de meest seksistische opmerkingen over vrouwen. Politici hebben dus volop kansen om te oefenen beter met dit soort sneren om te gaan zonder kiezers te verliezen.