Tag Archives: verschillen

Nederland ontdekt het werk van Cordelia Fine

Leve uitgeverij Terra Lannoo. De onderneming liet het boek Delusions of Gender van Cordelia Fine in het Nederlands vertalen. Onder de titel ‘Waarom we allemaal van Mars komen’  kan heel Nederland nu kennis maken met Fine’s genadeloze afrekening met slecht wetenschappelijk uitgevoerd onderzoek naar mannen, vrouwen en de eventuele verschillen tussen de seksen.

Dankzij haar boek kunnen we stereotypen uit de oertijd verruilen voor de nieuwste inzichten: dat mensen in de praktijk veel mogelijkheden hebben voor flexibel gedrag én nieuw gedrag aanleren. Van fundamentele verschillen tussen de seksen blijft bij nader inzien nauwelijks iets over.

Cordelia Fine heeft de afgelopen jaren een goede reputatie opgebouwd als onderzoekster. In ‘Waarom we allemaal van Mars komen’ gaat ze in op de denkbeelden over vrouwen in de wetenschap, en hoe die vooroordelen vervolgens de wetenschap beïnvloedden. Zo bleken meisjes in een studie naar speelgoed te vaak een voorkeur te tonen voor een als mannelijk gekwalificeerd voorwerp. Prompt verwijderden de geleerden dit jongensspeelgoed uit de selectie voorwerpen waaruit de meisjes mochten kiezen. Niet zo gek dat er dan opeens uitkomt dat meisjes een voorkeur geven aan poppen. Goddank, het stereotype is bevestigd, onderzoek gered, media aandacht verzekerd.

Als studies niet wetenschappelijk verantwoord zijn, wat blijft er dan overeind van de claims dat mannen en vrouwen ‘van nature’ vast zouden zitten aan stereotiepe gedrag uit de steentijd? Niet zoveel, blijkt als je wat verder kijkt dan je neus lang is. Fine neemt de lezer mee naar een hele reeks verantwoord uitgevoerde studies die gehakt maken van de bekende claim dat mannen en vrouwen nou eenmaal anders zijn omdat híj in de oertijd de jager was, en zíj moeder de vrouw. (Plus: dat híj in de oertijd de jager was is ook een mythe).

Waarom we allemaal van Mars komen verschijnt in april dit jaar.

Wij lezen de Emancipatiemonitor zodat u dat niet hoeft te doen: inkomen

 Tussen mannen en vrouwen bestaat anno 2011 nog steeds een loonverschil van gemiddeld 9%. Dit verschil kan niet verklaard worden uit factoren zoals deeltijdwerk, mate van ervaring of opleiding. En het verschil neemt iets toe: in het jaar 2000 was het twee procent lager. In de bouwnijverheid is de situatie het ergst: daar is het niet te verklaren beloningsverschil maar liefst 22%. Dat blijkt uit de nieuwste cijfers van de Emancipatiemonitor 2010.

Niet alleen krijgen vrouwen binnen een bepaalde beroepsgroep niet hetzelfde loon voor hetzelfde werk, ze worden ook nog eens ernstig benadeeld vanwege een scherpe seksescheiding op de arbeidsmarkt. Je hebt zeer duidelijke mannen- en vrouwenberoepen, en vrouwenberoepen worden stelselsmatig lager gewaardeerd. Vanwege die apartheid verdient een alleenstaande fulltime werkende vrouw anno nu nog steeds maar 80% van het gemiddelde salaris van een alleenstaande werkende man.

Het bestaan van dit laag betaalde roze ghetto van verkoopsters en schoonmaaksters verklaart ook waarom vrouwen overheersen in de laagste inkomensgroepen: de eerste drie laagste inkomens in Nederland bevatten respectievelijk 60, 80 en bijna 70% vrouwen. De hoogste salarisgroep bestaat voor meer dan 80% uit mannen.

Dit klinkt vervelend en dat is het ook. Gelukkig ziet de Emancipatiemonitor wel lichtpuntjes. Zo blijven steeds meer moeders betaald werk verrichten na de komst van het eerste kind. Ook verbeterde de positie op de arbeidsmarkt van alleenstaande moeders. Wat betreft economische zelfstandigheid gaat het ook goed: van de groep vrouwen tussen de 30 en 55 jaar kan zestig procent zichzelf redden.

Daarmee is het streefdoel van de overheid bereikt. Dat het gemiddelde percentage economisch zelfstandige vrouwen toch nog lager ligt dan de beoogde zestig procent, komt vooral door de groep vrouwen van boven de 55 jaar. Zij groeiden op in de tijd dat vrouwen moesten stoppen met werken na hun huwelijk, en zijn daardoor minder zelfstandig dan de jongere generaties.

Mannen en vrouwen even goed in wiskunde

Lang leve Sara Lindberg en Janet Hyde van de Madison school of Medicine and Public Health. Ze analyseerden talloze studies naar de wiskundige vaardigheden van jongens en meisjes, mannen en vrouwen, en voilà: er zit zo weinig verschil tussen de seksen dat het onderscheid betekenisloos wordt. Wij zijn even goed in wiskunde als de jongens.

Dat er in de praktijk toch verschillen ontstaan in de aantallen jongens en meisjes die wiskunde kiezen en van zichzelf vinden dat ze daar goed in zijn, is te wijten aan culturele factoren, zegt preofessor Hyde in Science Daily:

The idea that both genders have equal math abilities is widely accepted among social scientists, Hyde adds, but word has been slow to reach teachers and parents, who can play a negative role by guiding girls away from math-heavy sciences and engineering. “One reason I am still spending time on this is because parents and teachers continue to hold stereotypes that boys are better in math, and that can have a tremendous impact on individual girls who are told to stay away from engineering or the physical sciences because ‘Girls can’t do the math.'”

Uit allerlei psychologisch onderzoek is bekend dat zulke negatieve stereotypen invloed hebben op de prestaties. Meisjes die voor een wiskunde test te horen kregen dat ze er waarschijnlijk minder goed in zijn dan jongens, halen daadwerkelijk lagere punten. Waarna iedereen weer kan roepen ‘zie je wel, ze kunnen het niet.’  Hyde wijst erop dat uit allerlei indirecte bewijzen blijkt dat vrouwen wiskunde juist prima aankunnen. Zo heb je het vak hard nodig bij de studie geneeskunde, maar studentes vliegen door die studie heen en slagen met goede cijfers. Het kan dus best. 

Daarnaast blijkt uit de analyse van diverse onderzoeken (dus onderzoek doen naar onderzoeken) dat er een patroon zit in de landen waar meisjes slechter presteren op het gebied van wiskunde dan jongens. Drie factoren speelden een rol. Keer op keer bleek dat hoe meer meisjes naar school gaan, hoe meer vrouwen wetenschappelijke onderzoeksfuncties bekleden en hoe meer vrouwen er in de regering zitten, des te gelijkwaardiger de prestaties van jongens en meisjes in de wiskunde zijn.

“Mannen en vrouwen even goed in wiskunde’, het is geen kop die je vaak tegenkomt in kranten, tijdschriften of populaire werkjes van twijfelachtig allooi. Want verschillen verkopen. Maar met wetenschap heeft zulke kretologie niks van doen. Wel met omzet en winst. Goed om even in je achterhoofd te houden als mannen en vrouwen allebei weer eens niet van planeet aarde zouden komen.