Tag Archives: tweede wereldoorlog

Sheldon en de pijn van een tweederangs status

Eindelijk kwam ik er deze vakantieperiode aan toe de biografie te lezen van Alice Sheldon, een SF schrijfster die onder de naam James Tiptree jr. furore maakte in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Julie Philips dook in het leven van deze auteur. Haar prijswinnende biografie brengt haarscherp in beeld hoezeer Sheldon aanbotste tegen haar tweederangs status als vrouw. Het duurde jaren voordat ze haar eigen stem vond en een reeks fascinerende verhalen schreef, die anno 2016 nog steeds actueel zijn.

In Nederland brak Tiptree/Sheldon nooit echt door met haar werk, concluderen twee recensenten in hun bespreking van de biografie. Inez van der Spek, die haar proefschrift aan Tiptree wijdde, speculeert dat fantasievolle verhalen over aliens en ruimtereizen niet passen bij de nuchtere Nederlandse volksaard. Wil je bijvoorbeeld haar in het Nederlands vertaalde verhalenbundel ”10.000 lichtjaren van huis” vinden, dan moet je goed zoeken in tweedehands winkels.

Ook het Engelstalige publiek bleef lang verstoken van goede herdrukken van haar verhalen. Pas met de bundel ‘Her Smoke Rose Up Forever‘ kon het brede publiek weer makkelijk toegang krijgen tot Sheldon’s werk. Nieuwe lezers merken meteen de impact van de verhalen. Misschien ligt het niet alleen aan de nuchtere Nederlandse volksaard dat Sheldon/Tiptree niet echt doorbrak in ons land. De auteur zette angstaanjagende scenario’s neer, vol ‘wat als’ ideeën die op een verontrustende manier logisch zijn:

It reads like “The Handmaid’s Tale” crossed with “28 Days Later” and distilled it through the femicides in Juarez into the most psychologically brutal 22 pages imaginable. And the horrible part is that it is absolutely imaginable – hardly even a stretch. (“Isn’t it strange how we do nothing? Just get killed by ones and twos.”) I only made it through because I was eating a maple glazed doughnut at the time.

In haar biografie maakt Philips inzichtelijk dat die grimmigheid diepe wortels heeft in de levensgeschiedenis van Sheldon. Ze werd geboren in 1915 en was het enige kind van twee zeer succesvolle ouders, die het voor hun eigen gemoedsrust nodig hadden dat Sheldon gelukkig en kalm leek. Haar hele jeugd moest ze alle emoties inslikken die haar ouders verontrustend vonden. Dat liet psychologisch diepe sporen na.

Al snel kwam Sheldon er vervolgens achter dat ze vrouwen zeer aantrekkelijk vond. Dat was in de jaren dertig, veertig en vijftig van de vorige eeuw volstrekt onbespreekbaar. Ook merkte ze dat vrouwen thuis bij de kinderen behoorden te blijven. Ze maakte mee hoe het Amerikaanse leger de talenten en kwaliteiten van vrouwen verkwanselde, hoe de overheid en de media vrouwen na de tweede wereldoorlog terug de keuken in joegen, en je als vrouw ondanks je ambities bleef vastplakken aan de vloer.

Sheldon worstelde enorm met die tweederangs status als vrouw. Hoe moest zij leven, in de verkeerde tijd, op de verkeerde locatie, met de verkeerde sekse? Hoe moest ze als vrouw omgaan met menselijke agressie, in het bijzonder de overal zichtbare en voelbare mannelijke agressie tegen vrouwen? Welke wegen kon zij bewandelen om recht te doen aan haar eigen, individuele persoonlijkheid? Ze worstelde met zelfhaat, de woede die het logische gevolg is van stelselmatige discriminatie, depressies, haar onmogelijke voorliefde voor vrouwen.

Pas door symbolisch een mannelijke identiteit aan te nemen, kon ze ontsnappen aan alle vooroordelen, beperkingen en verwachtingen, stelt Philips in haar biografie over Sheldon. Ze vond haar stem en maakte na haar debuut, in 1968, meteen furore. Bijna tien jaar lang dacht iedereen met een man van doen te hebben. Pas toen Sheldon’s moeder stierf en haar naam in het openbare overlijdensbericht voorkwam, telden vrienden een plus een bij elkaar op en ontdekten dat ze eigenlijk een vrouw was.

Niet verrassend als je dit levensverhaal leest, neemt gender zowel in haar leven als in haar verhalen een belangrijke plaats in. Ze zet de boel op losse schroeven, vat Van der Spek kernachtig samen:

niemand kon nog serieus volhouden dat mannelijkheid en vrouwelijkheid feiten zijn. Tiptrees optreden, stelt Phillips, confronteerde zowel mannen als vrouwen met hun medeplichtigheid als lezers. Tot de onthulling van Tiptrees identiteit werden zijn/haar verhalen vaak geprezen om hun ‘mannelijke stijl’, maar paradoxaal genoeg ook om hun inlevingsvermogen in het lot van vrouwen. Phillips:‘Zoals in andere passing stories bevestigt de onthulling van Tiptrees identiteit de “gendergrens” in fictie maar blaast deze tegelijkertijd ook op. Aan de ene kant wordt van een persoon in vermomming verwacht dat ze na de ontmaskering teruggaat naar haar eigen mensen, haar eigen gender. Maar de categorie gender zelf is twijfelachtig geworden: welke is wat? Wie zijn de “wij” en de “zij”?

Ook in ”onze tijd” hebben we Sheldon hard nodig. We leven nog steeds in een wereld waar (blanke) mannen dé autoriteit zijn, waarna deze poortwachters zelfverzekerd teksten uitspreken zoals

“I read a piece of writing and within a paragraph or two I know whether it is by a woman or not. I think [it is] unequal to me.” The author, who was born in Trinidad, said this was because of women’s “sentimentality, the narrow view of the world”.

Dat, vrienden, is kul.

Leven Alice Sheldon, en leve Julie Philips die haar leven zo prachtig in kaart bracht.

Seksisme alarm: troostmeisjes

Japan biedt excuses aan voor troostmeisjes, kopt het AD. Japan en Zuid-Korea sluiten akkoord over troostmeisjes, kopt NRC Handelsblad. Voormalige troostmeisjes ontevreden over deal met Japan, meldt De Volkskrant. Ook Nederlandse troostmeisjes willen nu excuses, bericht de NOS. De afgelopen dagen staan de media bol van het woord, meestal tussen aanhalingstekens: ‘troostmeisjes’. Wat gebeurt hier, en waarom schaar ik dit in de categorie seksisme alarm?

Het woord troostmeisjes komt oorspronkelijk uit het Japanse en Chinese taalgebied. Het betreft een samentrekking van woorden voor vrouw/echtgenote (fu) en i an (troosten, verzachting bieden) tot ian-fu of Ianfu, wat weer vertaald wordt naar  het engelse comfort women en ‘troostmeisjes’.

In de oorspronkelijke taal was ian-fu al een eufemisme, voor prostituee.  Vervolgens gebruikte het Japanse leger dat eufemisme tijdens de tweede wereldoorlog weer als eufemisme voor iets nog ergers: seksslavernij. Want dat is het, als je meisjes en vrouwen gevangen zet en Japanse soldaten op hen afstuurt voor potjes serieverkrachtingen.

Als je, als mens en/of als media, het woord ‘troostmeisjes’ overneemt, al dan niet met die kommaatjes om aan te geven dat het een soort citaat is, doe je drie dingen. 1. Je neemt het taalgebruik van de dader over, en gaan daarmee akkoord met diens standpunt of visie. 2: door dit dader-taalgebruik verhul je wat er eigenlijk speelt. Dat leidt tot 3: het bagatelliseren van de situatie, het wegkijken bij het leed van de vrouwen die het slachtoffer werden van dit systematische seksuele geweld in oorlogstijd.

Om al die redenen hebben de vrouwen om wie het gaat, het woord altijd verworpen:

De naam die ze kregen was die van ‘comfort women’. Maar die benaming is volstrekt verkeerd, aldus Jan Ruff-O’Herne. “Want comfort women veronderstelt iets zachts en warms en vertrouwds. Dat was absoluut niet het geval. We waren de gevangenen van de Japanners, die ons bruut verkrachtten.’

Ad van Liempt deed in 2010 als journalist, van binnen uit, een poging om het gebruik van het woord ‘troostmeisje’ tegen te gaan. Ook hij wilde benadrukken waar het eigenlijk om gaat:

Het woord ‘troostmeisje’ is op zich al een gruwel – het is een totaal misplaatst eufemisme. Een veel te licht woord voor wat het moet uitdrukken: weerloze vrouwen die zijn verkracht en misbruikt, om het moreel van de Japanse troepen hoog te houden.

Blijkbaar heeft dat allemaal niet geholpen. Een verklaring, die ik wel eens heb gehoord in een gesprek over troostmeisjes, is dat kranten graag korte, aansprekende woorden voor hun koppen willen. Daarom keert die term steeds terug in koppen boven artikelen. Ook dan klopt er echter geen moer van dit taalgebruik. ‘Troostmeisje’ telt dertien letters. Seksslavin telt slechts tien letters – drie letters minder, zeker weten een factor voor gehaaste koppenmakers. En minstens even duidelijk.

Maar misschien is dat wel het probleem. Seksslavin is té duidelijk. Té naar. Té recht voor z’n raap. Stel je voor dat je tot je door laat dringen dat het gaat om seksueel geweld. Om massale verkrachtingen in oorlogstijd. Om oorlogsmisdrijven. De meeste mensen deinzen daarvoor terug. Liever wegkijken en eufemismen gebruiken, dan bescherm je jezelf en kun je blij aan je volgende boekje over positieve psychologie beginnen.

Wie je daar ook mee steunt, niet het slachtoffer. Pas in 1992 kregen de slachtoffers officieel het woord, in het zogenaamde Tokio Tribunaal. Nog dit jaar, in 2015 dus, klaagden Japanners over berichten over dwang. De vrouwen zouden destijds uit vrije wil seks hebben gehad met Japanse soldaten, beweerden deze aanhangers van het woord ‘troostmeisje’. Zulke ideeën kunnen alleen voort blijven bestaan door misdaden niet te benoemen en de hele smerige toestand toe te dekken met een eufemistisch, gezellig klinkend woord.

Laten we het T-woord aub niet meer gebruiken. Laten we zeggen waar het om gaat: om seksueel geweld, een oorlogsmisdrijf, seksslavernij. Dan weten we tenminste waar we over praten.

Fury biedt schoolvoorbeeld van giftige mannelijkheid

Kort geleden zag ik de film Fury. Ik vond het een fascinerende rolprent. Eén van de beste voorbeelden van giftige mannelijkheid die ik ooit gezien heb, inclusief een verkrachtingsscene waar recensenten opvallend over zwijgen. De hele film draait om Brad Pitt, ook wel Wardaddy, die het commando heeft over een tank genaamd Fury/woede. Hij maakt deel uit van de opmars van het Amerikaanse leger op weg naar Berlijn, in april 1945. Als hij er een onervaren rekruut in zijn tank bij krijgt, zit er maar één ding op. Hij zal van die melkmuil wel eens even een man maken.

Wardaddy wil melkmuil Norman dwingen een ongewapende Duitse krijgsgevangene dood te schieten, want dat maakt een man van hem.

Fascinerend. Mannelijkheid. Feministen gaven al langer aan dat dit een problematisch etiket is, omdat mannelijkheid te vaak leidt tot vormen van agressie en geweld. Dat zegt inmiddels ook de wetenschap: mannen die twijfelen aan hun mannelijkheid, vervallen vaker in agressief gedrag. Wat daar zo erg aan is, is dat het grotendeels gaat om aangeleerd gedrag. In de context van deze film: je bent geen man, nee, het leger maakt een man van je. In de persoon van een oorlogsvader.

Pitt speelt een rasechte patriarch. In het mini-universum van de tank is Wardaddy’s woord wet. Maar ook in een bredere context wordt duidelijk dat we hier van doen hebben met een Leider. Superieuren sneuvelen verdacht snel, waarna Wardaddy het bevel op zich moet nemen. Alleen Wardaddy en zijn mannen kunnen omsingelde soldaten redden. Zij alleen zijn in staat om een strategisch kruispunt in te nemen en ‘de rots te zijn, waar vijandelijke legers op stuk slaan’.

Als patriarch moet hij de nieuweling, Norman, snel leren hoe het hoort. De andere bemanningsleden van de tank helpen hem daarbij. Achtereenvolgens

  • sleept Wardaddy de nieuweling naar een gevangen genomen soldaat die om zijn leven smeekt, en wil hem dwingen deze Duitser dood te schieten. Een worsteling volgt
  • beledigen zijn maten Norman omdat hij niet rookt en te weinig zuipt
  • beledigt iedereen hem omdat hij niet op kinderen wil schieten – hij moet leren dat hij moet doden voordat anderen hem en zijn maten doden, dus hup
  • onder druk naar bed met een vrouw- de maten hebben iets geregeld, een vrouw betaald, ze ligt klaar, hij hoeft er alleen maar bovenop te springen. Ze komen er pas daarna achter dat Wardaddy ze voor was en een ‘schone’ vrouw voor Norman regelde. Zie hieronder

De nieuweling leert inderdaad zuipen, doden en seks hebben met een vrouw. Vervolgens krijgt hij een bijnaam: Machine. Want hij is nu een vecht- neuk en zuipmachine, verklaren zijn maten. Het toppunt van ontmenselijking. Hij krijst er nu op los terwijl hij Duitsers bij de vleet doodt.

Vrouwen komen in deze patriarchale oorlogswereld alleen voor als slachtoffer en gebruiksvoorwerp. De tanksoldaten spreken vol minachting over Duitse vrouwen, die voor een reep chocola op hun rug gaan liggen. Je kunt ze ook sigaretten geven, maar geen heel pakje: vier sigaretten zijn genoeg, instrueren de mannen Norman. Over de situatie van de vrouwen (waarschijnlijk honger, angst en wanhoop) geen woord. Het zijn gewoon hoeren en daar mag je intens op neerkijken.

Een lange scène halverwege de film betreft Wardaddy en Machine, die binnendringen in de woning van een vrouw. Zij blijkt haar jongere nichtje verstopt te hebben in de slaapkamer. Bedreigd door de wapens van de twee Amerikanen zitten de vrouwen sidderend van angst op een bank. Daarna volgen ze bevelen op: warm water op, kook eten. Ook al leggen de soldaten hun wapens aan de kant, de dreiging die van hen uitgaat blijft steeds voelbaar en de vrouwen lopen zichtbaar op eieren.

Tenslotte gaat Norman met het nichtje naar bed. Het scenario stelt dit voor als een min of meer wederzijdse wens. Twee minuten zingen en piano spelen lijken voor de jonge vrouw genoeg om van daaruit meteen de koffer in te duiken. Met een onbekende. In het conservatieve Duitsland van de jaren veertig. In de context van mannen met wapens die je woning binnendringen in tijden van oorlog. Met Norman die zijn beide wapens meeneemt naar de slaapkamer – zijn geweer en zijn pik.

Dit is gewoon verkrachting. Waarom hier zo moeilijk over doen? Deze film deinst er niet voor terug om te tonen hoe kanonskogels hoofden afrukken en tanks lijken in de modder pletten , maar alleen in dit specifieke moment moet er opeens een roze strik om de horror gewikkeld worden. Recensente Carla Meyer noemt deze scène terecht een 

movie ruiner. That is, a scene or sequence so ill-advised and offensive that it calls into question all that comes before and after it.

Dus, daar heb je het. Giftige mannelijkheid die zich uit in allerlei vormen van geweld. Opvallend is dat de film vervolgens veel moeite doet om die agressie goed te praten. Over het geweld en de bijbehorende afstomping van Amerikaanse soldaten moeten we niet zeuren, want Nazi’s Zijn Slecht. De bemanningsleden kennen alle bijbelteksten uit hun hoofd die bevestigen dat zij de uitverkorenen zijn. Ze doen verder alleen wat ze moeten doen. Over vrouwen verkrachten zwijgt het verhaal. Bovendien was het geen verkrachting he? Zij wilde best! Echt!

Kortom, een fascinerende studie van de manier waarop een jongen in oorlogstijd een man wordt. Je moet er wat voor doen, maar dan heb je ook wat.

Vrouwen eren op 4 mei

Historici richtten zich in hun geschiedenis over het verzet in Nederland, tijdens de Tweede Wereldoorlog, voornamelijk op de daden van mannen. Vrouwen bleven te vaak onzichtbaar, betoogt hoogleraar vrouwengeschiedenis Marjan Schwegman.

Monument ‘Vrouwen in het Verzet’, onthuld in 1999.

Natuurlijk zijn er altijd mannen, zoals historicus Coen Hilbrink, die vinden dat het allemaal wel meevalt. Hij gaat echter nauwelijks in op de argumenten van Schwegman. Ook negeert hij de context. Vrouwengeschiedenis staat pas sinds begin jaren tachtig van de vorige eeuw op de kaart. Voor die tijd hadden geschiedschrijvers er algemeen een handje van om de daden van vrouwen te negeren.

Ook de periode van de tweede wereldoorlog ontkwam niet aan een mannelijke blikvernauwing. Ja, Hannie Schaft kunnen de meeste mensen nog wel noemen. Maar voor de rest? Truus Menger-Oversteegen, zegt u dat wat? Jacoba van Tongeren? ‘Tante Riek‘? De zusjes Truus en Freddie Oversteegen? Siet Tammens? Dirigente Frieda Belinfante?

Mannen schetsten hét beeld van dé verzetsheld. Dat beeld was op het mannelijke gericht:

Het gangbare beeld van het verzet tijdens WO II draagt tot op de dag van vandaag sterk de sporen van Van Randwijks verbeelding van het verzet: het gaat meestal om mannen die dappere, spectaculaire daden verrichtten, die ze soms met hun leven moesten bekopen.

Vrouwen kwamen in deze visie hooguit in beeld als ondersteuner van deze dappere mannen. Het is geen toeval dat anno nu de Soldaat van Oranje centraal staat, in de succesvolle musical naar de succesvolle film over een mannelijke verzetsheld. Hij is de norm. Als de werkelijkheid afweek van dit ideaal, pasten geschiedschrijvers de beeldvorming aan:

Tegelijkertijd weten we ook dat het optreden van vrouwen, als dat afweek van datgene wat passend werd geacht voor vrouwen, in de naoorlogse reconstructies van verzetsgeschiedenissen nogal eens is weggeretoucheerd en ingepast is in patronen die wel passend werden geacht. Zo reduceerde de Friese verzetsstrijder en geschiedschrijver Pieter Wijbenga de rol van Esmée van Eeghen in het Friese verzet tot de rol van koerierster. In werkelijkheid werkte Esmée van Eeghen op voet van gelijkheid met KP leider Krijn van den Helm.

Ook zeer bekende vrouwen kregen te maken met deze inpassing in stereotiepe rollenpatronen. Zo schilderden mannelijke historici koningin Juliana af als een tevreden huismoeder die in Canada braaf voor haar gezinnetje zorgde, en zelf ook niets lievers wilde dan dat. We moesten wachten tot Jolande Withuis. Deze historica bracht aan het licht dat Juliana lezingen hield, lobbyde, bij de Amerikanen om hulp vroeg en er vanuit het buitenland alles aan deed om Nederland bij te staan tijdens de Tweede Wereldoorlog. Niks geen passieve huismoeder dus, maar een actieve politica.

Behalve gender kon ook de politiek in de weg zitten. Zo speelden communisten een grote rol in de illegaliteit. Waaronder veel vrouwen. Na 1945 namen de spanningen met Rusland echter snel toe en begon de Koude Oorlog. Niemand wilde in die situatie iets weten van dappere communistes. Pas toen dit smeulende conflict afnam, ontstond er weer enige belangstelling voor het aandeel van linkse vrouwen in het verzet.

Ook andere verhalen komen langzaam tevoorschijn. Na zeventig jaar kwam er bijvoorbeeld eindelijk aandacht voor Groep 2000, een verzetsorganisatie onder leiding van Jacoba van Tongeren. En in 1999 – ja, toen pas – vond in Heerhugowaard de onthulling plaats van een monument ‘Vrouwen in het Verzet’, met op de sokkel de namen van 21 vrouwelijke verzetshelden die omkwamen in de concentratiekampen Ravensbrück en Auschwitz.

’t Is moeilijk om te accepteren dat we vooroordelen hebben. Maar we zijn allen seksistisch, in onze van seksisme doordrenkte samenleving. Het enige wat we kunnen doen is ons bewust worden van blinde vlekken, en op 4 mei expliciet ook verzetsvrouwen eren, naast alle slachtoffers van oorlogsgeweld.

Lees vrouwen: zeg me wie ik ben

De Spaanse auteur Julia Navarro oogstte veel succes met ‘Zeg me wie ik ben’, vertaald door Marjan Meijer. Vorig jaar kwam de roman zelfs in een Engelse vertaling uit als audioboek, zodat nog veel meer mensen zich in het verhaal kunnen storten van een journalist, Guillermo Albi, die het leven van zijn overgrootmoeder Amelia Garayoa probeert te ontrafelen. Ook ik begon te lezen, maar ik legde het boek op pagina 835 weg met gemengde gevoelens – net niet helemaal uitgelezen. Ik werd het zat. Hoe kan dat?

Voor Lees Vrouwen 2015 was deze roman voor mij een makkelijke keuze. De uitgangspunten van Zeg me wie ik ben klinken uitstekend. Een vrouwelijke hoofdpersoon, die opgroeit in het Spanje van de jaren twintig en dertig, en die betrokken raakt bij alle grote conflicten van de vorige eeuw – de Spaanse Burgeroorlog, de Tweede Wereldoorlog, de koude oorlog. Inclusief romantiek en spionage. Klinkt spannend en veelbelovend, kom maar op!

Ik worstelde echter met dit boek. Uiteindelijk kom ik erop uit dat de structuur van het verhaal mij tegenstaat. Navarro neemt de journalist als leidraad. Hij krijgt opdracht van familieleden om het levensverhaal van Amelia te ontdekken en te beschrijven. Ze stellen als voorwaarde dat hij alles in chronologische volgorde moet doen. Die instructie geven ze ook aan personen waarmee de journalist contact opneemt: ze vertellen hem alleen wat er op dat moment speelde.

Dat betekent ten eerste dat Guillermo van hot naar her reist. Amelia is drie weken in Londen. Hij naar Londen. Ze gaat een maandje terug naar Spanje. Hij vliegt ook terug naar Spanje. Amelia ging indertijd weer terug naar Engeland. Hup, Guillermo stapt ook weer in het vliegtuig terug naar Engeland. Zo stuitert Guillermo in het rond, en de lezer met hem.

Het is net alsof Navarro ook wel doorheeft dat dit omslachtig is. Verschillende keren laat ze een personage zeggen: ‘ja, Guillermo, ik begrijp dat je dit niet leuk vindt, maar de afspraak is nou eenmaal dat je alles stapje voor stapje zelf moet ontdekken. Kom maar terug als Amelia hier weer terug kwam, dan praat ik ook weer verder’.

Ten tweede betekent deze structuur dat het verhaal van Amelia op een afstandelijke manier, met onderbrekingen, tot je komt. Anderen vertellen over Amelia. Net als je die afstand overbrugt hebt en lekker in haar verhaal zit, gooit Navarro je er weer uit. Dan verplaatste Amelia zich en moet Guillermo ook weer op reis. Dat leidt tot saaie passages over reisarrangementen, hotels en korte, vlak geschreven introducties van nieuwe informanten. Ik ervoer dat als hinderlijke onderbrekingen.

Daar komt bovenop dat ik me als lezer ergerde aan verschillende personages. Navarro maakt bijvoorbeeld een karikatuur van Guillermo’s moeder. Ze zeurt, foetert hem uit omdat hij zijn loopbaan als journalist volgens haar te grabbel gooit, en vraagt daarna of haar jongen wel gezond eet. Getver. Ook maakt Guillermo cynisch gebruik van de diensten van zijn moeder en andere vrouwen (eten, seks, de was). Want hij is zo jongensachtig sexy en onweerstaanbaar dat ze hem alles vergeven, schrijft Navarro verschillende keren. Nou, als ik een van zijn vriendinnen zou zijn, had ik die egoïstische Guillermo allang mijn huis uit geschopt.

Tenslotte had ik moeite met de verschillende vormen van melodrama in het boek. Redelijk aan het begin van het verhaal blijkt bijvoorbeeld dat Amelia haar huwelijk ontvluchtte en daarbij haar zoontje achter liet. Deze keuze achtervolgt haar en ze doet steeds opnieuw pogingen weer contact te krijgen met haar zoon.

Het ligt aan de lezer wat die met zulke passages doet. De een vindt dat Navarro op een pure en prachtige manier beschrijft hoe Amelia worstelt met haar rol als moeder, en probeert haar zoon te zien. Ikzelf vond deze passages juist tenenkrommend. Als lezer voelde ik veel meer sympathie voor de familie, die Amelia afraadt contact te zoeken omdat het toch steeds weer eindigt in fysieke worstelingen, gejank en geruzie. Wat ook inderdaad iedere keer gebeurt.

Beide leeservaringen zijn ok. Het betekent vooral dat dit niet mijn boek was. Uiteindelijk gaf ik de worsteling op. Misschien kan ik ooit nog de moed opbrengen die laatste 200 pagina’s te lezen, maar ik ben er even klaar mee. Zeg me wie ik ben: waarschijnlijk een cynische lezer, die weinig geduld heeft met de onlogische opzet van Guillermo’s speurtocht, en die niet goed tegen vrouwen kan die huilend uitroepen ‘maar ik ben toch je moeder’.

Engelse schrijfster vertelt Nederlands verhaal

Kom je binnenkort in een boekhandel, of zoek je via internet naar een interessante titel? Kijk dan eens naar Isabel Wolff en haar roman Ghostwritten. Deze Engelse auteur besloot een verhaal te schrijven over een Nederlands meisje in een Japanse interneringskamp op Java, tijdens de tweede wereldoorlog. Ze vertelt daarmee een Nederlands verhaal, over een periode in de geschiedenis waar Nederlandse schoolkinderen tot op de dag van vandaag weinig over horen.

Wolff besloot dit verhaal te vertellen omdat ze het opvallend vond hoezeer historici, filmmakers en auteurs het perspectief van vrouwen en kinderen negeren. Als je al iets hoort over Nederlands-Indië ten tijde van de tweede wereldoorlog, staan bijna altijd soldaten en mannelijke krijgsgevangenen centraal. Hoogste tijd om een vergeten groep meer aandacht te geven en ook hún verhaal een plek te geven, vond Wolff.

Recensenten beoordeelden haar tiende en nieuwste roman zeer positief. Bijvoorbeeld:

Wolff has written a string of contemporary rom-coms but Ghostwritten, an immaculately researched and emotive story about painful memories and confronting the past, moves into new and impressive territory. This is a classy, compelling exploration of women imprisoned both literally and mentally, and a bleak reminder of the terrible privations suffered by Europeans during the Japanese occupation of the former Dutch East Indies, now Indonesia.

Of deze enthousiaste recensie:

To say this novel has great depth would be an understatement. The plot and subplots unfold with rich layers, and is like peeling the skin from an onion – with every layer, come more dark secrets, surprises, and revelations. […] Incredibly raw, horrific, but lush descriptions make this novel one not to miss. Prepare yourself for a wonderfully complex plot, an emotional roller coaster ride, and plenty of jaw-dropping scenes that mesmerize.

Isabel Wolff’s werk is tot nu toe diverse keren vertaald in het Nederlands. Wie Engels lezen minder prettig vindt, kan terecht bij titels als Villa Vintage, en De Speurtocht van Tiffanny Trott. Hopelijk zien uitgevers voor haar nieuwste roman ook een markt, gezien de Nederlandse invalshoek, en komt Ghostwritten binnenkort eveneens in vertaling uit.

Nieuwsronde

Sociale media zijn een tweesnijdend zwaard. Facebook helpt vrouwen zich te organiseren, maar mensen maken ook misbruik van dit medium door vrouwen als hoer af te schilderen. Nieuws over India en de situatie van vrouwen in dat land blijft de krantenkolommen vullen. Ondertussen telt ook onze eigen hoofdstad circa twee slachtoffers van seksueel geweld per dag. En twee indrukwekkende vrouwen overleden, maar mogen niet vergeten worden. Dat en meer in deze nieuwsronde.

Beate Gordon.

  • Vrouwen om niet te  vergeten: Beate Gordon en Rita Levi-Montalcini. Gordon zorgde er na de tweede wereldoorlog eigenhandig voor dat vrouwenrechten een plek kregen in de nieuwe Japanse grondwet. Ze was de enige vrouw in een team van tientallen mannen en schreef de passages die vrouwen rechten geven op het gebied van huwelijk, erfenissen en bezit van eigendommen. Ze nam ook het artikel op dat discriminatie van vrouwen in brede zin verbiedt. Daarnaast overleed Nobelprijs winnares Rita Levi-Montalcini. Ze werkte als arts en deed belangrijke ontdekkingen op het gebied van cellen en celdelingen – nuttig voor het begrijpen van ziektes als kanker en Alzheimer.
  • Dagelijks melden zich in Amsterdam twee vrouwen omdat ze het slachtoffer werden van seksueel geweld. Vooral de Bijlmer en in de Slotervaart komen aanranding, verkrachting en andere vormen van agressie relatief vaak voor. Probleem….
  • Onbekenden misbruikten Facebook om dertig jonge vrouwen uit Antwerpen te kijk te zetten als hoer. ,,Meer dan vierduizend bezoekers geven aan dat ze de pagina leuk vinden en bediscussiëren het uiterlijk en privéleven van het slachtoffer. Ook plaatsen zij de naam van het meisje en een link naar haar Facebookprofiel. Een minderheid neemt het op voor de slachtoffers en roept de beheerders, die anoniem blijven, om de pagina te verwijderen,” meldt De Morgen. Een veelzeggende verhouding. Ondanks de dominante positie van de ‘slut-shamers‘ is de Facebook pagina inmiddels toch verwijderd.
  • Een stukje geschiedenis. Engeland vocht mee in de eerste wereldoorlog en iemand moest thuis het werk blijven doen. Dus trokken onder andere de Spoorwegen duizenden vrouwen aan, die allerlei taken op zich namen die voorheen aan mannen voorbehouden waren. Het Nationale Spoormuseum in York lanceerde een database met alle gegevens en besteedt in een tentoonstelling permanent aandacht aan het aandeel van vrouwen.
  • India blijft de gemoederen bezig houden. Het aborteren van ongewenste, want waardeloze meisjesfoetussen, en de daaropvolgende vrouwenhandel om de tekorten aan te vullen. De woede om uitspraken van een religieuze leider die vindt dat de 23-jarige studente die stierf na een verkrachting in Delhi zelf schuldig is. De voortdurende protesten tegen verkrachting en seksuele intimidatie op straat. In India maar ook elders op de wereld, want ook in een zogenaamd beschaafd land als de Verenigde Staten kunnen slachtoffers van verkrachting nog steeds rekenen op hoon, minachting en ongeloof. Kortom, (seksueel) geweld tegen vrouwen staat op de agenda….
  • Ondertussen, in filmland: de manische pixie droomvrouw huppelt nog steeds vrolijk rond op het witte doek. Op zich is er niks mis met een vrolijk vrouwelijk filmpersonage, maar scriptschrijvers maken zich er wel heel erg makkelijk vanaf. The Guardian geeft een overzicht van films die dit stereotype vertonen.

Kunstenaars aan het front

Een man en een vrouw zitten dicht bij elkaar. Zij geeft hem een vuurtje zodat hij kan roken. De omgeving is in duisternis gehuld. Het enige licht komt van de lucifer. Het vlammetje werpt een warm schijnsel op hun gezichten. Het ziet er knus uit. Totdat je beseft: hij ligt op een brancard en draagt een uniform. Zij is verpleegster. Het is de eerste wereldoorlog en dagelijks sterven duizenden mensen.

Olive Mudie-Cooke’s schilderij In an Ambulance is één van de werken die het Imperial War Museum in Londen tot 8 januari 2012 toont in de expositie Women War Artists. Heb je plannen voor een bezoek aan Londen, dan loont het de moeite hier ook even langs te gaan. Lukt dat niet, dan is er niks aan de hand. Het museum bracht een prachtig boek uit, Women War Artists van Kathleen Palmer, en dat kun je gewoon via internet bestellen.

De Zesde Clan bezocht de expositie vorige week en werd getroffen door de indrukwekkende beelden. De expositie telt vier zalen. Dat lijkt niet veel, maar toch waren we ruim een uur zoet. Sommige schilderijen en tekeningen zijn zo heftig dat je er gerust een kwartier naar kunt kijken. Zoals ‘Human Laundry’ van Doris Zinkeisen. Zij was erbij toen het Britse leger concentratiekamp Bergen Belsen bereikte. De soldaten dwongen Duitse artsen en verpleegkundigen om de overlevende gevangenen te verzorgen. Zinkeisen schilderden hen terwijl de Duitsers de weggeteerde mensen wasten.

Andere bijdragen zijn veel kleiner en verstilder, maar daarmee niet minder heftig. Zo hangt in een vitrine een rouwkrans, gemaakt van allemaal verschillende witte handschoenen. Vrouwen droegen dit soort handschoenen van dun leer of kant in de jaren twintig, bijvoorbeeld tijdens hun huwelijk. Maar er sneuvelden zoveel mannen in de eerste wereldoorlog, dat talloze vrouwen hun verloofde nooit meer terugzagen, of geen man vonden om mee te trouwen. Met ‘Pale Armistice’ wil kunstenares Rozanne Hawksley aandacht besteden aan het stille verdriet van al die anonieme vrouwen.

Zowel de expositie als het boek gaan ook in op de context waarin vrouwen hun werk moesten doen. Vanwege hun sekse waren en zijn vrouwen onderworpen aan allerlei beperkingen. Zo stond de marine Linda Watson in 1982 niet toe op een oorlogsschip mee te varen naar de Falkland eilanden. De officieel door de regering aangestelde oorlogskunstenares moest het leger achterna varen in een civiel schip. Eigenlijk mocht ze zich ook niet aan de frontlinie begeven, maar dat verbod lapte ze aan haar laars. Ze trok met de Engelse troepen op naar alle eilanden waar Engeland oorlog voerde met Argentinië, en maakte onder gevaarlijke omstandigheden schetsen en tekeningen.

De beperkingen zorgden ervoor dat de oorlogskunstenaressen andere thema’s behandelden dan hun mannelijke collega’s. Minder directe beelden van de strijd, en juist meer over de verzorging van gewonden, achtergelaten verwoestingen, burgers in nood. De opgeworpen obstakels zorgden er ook voor dat de kunstenaressen een onafhankelijke positie hadden. Omdat ze minder officiële opdrachten kregen, moesten ze vaker in hun eentje op pad gaan, los van het leger of de overheid.

Ze hoefden zich daardoor ook niet te houden aan de officiële propaganda. Dat leverde soms wrijving op tussen overheid en kunstenaar. De Britse regering wilde soldaten graag zien als stoere mannen van de actie, of heldhaftige martelaren voor de goede zaak. Dan valt het niet zo goed als iemand als Eleanor Hudson soldaten afbeeldt die lekker zitten te relaxen in een militaire kantine. Of Evelyn Dunbar die fijntjes duidelijk maakt dat de burgerbevolking weinig te eten had vanwege diezelfde heldhaftige oorlog.

Enfin, mooi boek, belangrijke expositie. Aanbevolen!

Proces in Nüremberg, Laura Knight.

Verzetsheldinnen eren op 4 mei

Hannie Schaft kennen de meeste Nederlanders nog wel. Die vrouw die in het verzet zat, aanslagen pleegden op Duitsers, en vlak voor het einde van de tweede wereldoorlog geëxecuteerd werd. Ben Verbong maakte ‘Het meisje met het rode haar’ op basis van haar levensverhaal, en de meesten zullen die film wel gezien hebben. Maar Reina Prinsen Geerligs? Tilly de Vries? Elisabeth ten Boom? Geen idee. Terwijl dit toch ook vrouwen waren die in verzet kwamen. Hannie Schaft is slechts het topje van de ijsberg.

Verzetsheldin Reina Prinsen Geerligs.

Het duurde lang voordat vrouwen erkenning kregen voor hun activiteiten. Sterker nog, die activiteiten werden soms helemaal niet gezien. De Hannie Schaft Stichting opent de homepage van de site met de mededeling dat Duitsers vrouwen vooral zagen als moeders en huisvrouwen. Ze konden zich niet voorstellen dat vrouwen in verzet zouden komen, en al helemaal niet dat ze de wapens op zouden pakken. Terwijl beide gebeurde.

Ook de NPS signaleert dat vrouwen en verzet een lastige combinatie bleek in de hoofden van mensen. In de serie De Oorlog signaleert de omroep dat Nederlanders bijvoorbeeld het verbergen van onderduikers niet zagen als een daad van verzet. Daardoor kregen vrouwen die onderduikers hielpen, nauwelijks respect. Wat mensen zich niet realiseerden was dat het helpen van onderduikers 24 uur per dag doorging en levensgevaarlijk was. Wie betrapt werd kon rekenen op een enkeltje gevangenis en/of concentratiekamp.

Daarnaast kregen vrouwen die in het verzet gingen, te maken met opvattingen over de ‘natuurlijke aard van de vrouw’.  De NPS:

Vrouwen hielpen met het vervalsen van Persoonsbewijzen, het drukken, verspreiden en redigeren van illegale bladen, met spioneren, met distributie van bonkaarten, het zoeken naar onderduikadressen en secretarieel werk. Dat was volgens velen ook ‘natuurlijk’: de vrouw was emotioneler en daardoor minder  geschikt voor  leidinggevende functies dan de meer rationeel ingestelde man, kon beter verzorgen en steunde en stimuleerde haar echtgenoot.

Binnen dat conservatieve klimaat, met zulke strikte rolpatronen, zochten Nederlandse vrouwen zich een weg. Op hun manier vochten ze tegen de bezetter. Sommigen overleefden het. Eén vrouw, Jos Mulder-Gemmeke, ontving zelfs de hoogste militaire onderscheiding voor haar werk: de Willemsorde. Dat was de erkenning voor jarenlang verzetskranten rondbrengen, en tussen vijandelijke troepen heen fietsen met microfiches vol strategische informatie. Ze overleed vorig jaar op haar 88ste.

Anderen stierven. Zoals Reina Prinsen Geerligs. Ze sloot zich aan bij een Amsterdamse verzetsgroep en pleegde aanslagen, onder andere op een hooggeplaatste Nederlandse politieman die verzetsstrijders verraade. De Duitsers wisten de verzetsgroep op te rollen. Ze transporteerden Geerligs naar kamp Sachsenhausen en executeerden haar daar in 1943. Ze was toen pas 21 jaar oud.

Oorlogsmonument Vrouwen uit het Verzet. Reina Prinsen Geerligs is één van de 21 namen op de sokkel.

De laatste jaren komt er steeds meer aandacht voor de rol van vrouwen in het verzet tijdens de tweede wereldoorlog. Deze moedige groep heeft eindelijk een monument gekregen, gelegen in de Aletta Jacobstuin in Heerhugowaard. Behalve de NPS besteedt ook Omroep Gelderland aandacht aan vrouwen. In een programma waarbij de oorlog herdacht wordt vanuit een nieuw perspectief komen ze eindelijk aan bod: de vrouwen die onderduikers hielpen, de vrouwen die als koerier werkten, Truus Oversteegen die in dezelfde verzetsgroep zat als Hannie Schaft en net als Schaft geëxecuteerd werd door de Duitsers.

De Zesde Clan wil deze vierde mei uiteraard aansluiten bij de algemene herdenking. Maar we zouden de Zesde Clan niet zijn als we daarbij niet extra letten op de vrouwen. Want ook die toonden leeuwenmoed.

Documentaire onthult geschiedenis van vrouwelijke computerdeskundigen

Duizenden Amerikaanse vrouwen leerden tijdens de tweede wereldoorlog hoe ze de baan van granaten en ander afweergeschut moesten berekenen. Uit die groep kwamen de eerste vrouwelijke computerprogrammeurs voort. Ze programmeerden onder andere de ENIAC, de eerste machine die complexe berekeningen kon uitvoeren. Jarenlang was er geen aandacht voor het werk van deze vrouwen. Een nieuwe documentaire onthult voor het eerst hun geschiedenis, bericht CNN.

Aan de basis van de documentaire staat een vrouw, regisseuze LeAn Erickson. Dat het bestaan van deze computerprogrammeurs zo lang niet erkend werd, verbaasd haar niet:

“I’m an amateur women’s historian, but I’d never heard about this — white-collar women who worked doing math and science under the radar? I didn’t know.” […] “We just don’t pay attention to what women do,” Erickson said. “Despite the fact that women helped the war effort, we don’t know.”

Erickson zelf kwam bij toeval achter het bestaan van de vrouwen, toen ze voor een andere documentaire twee mensen sprak die dit werk in de tweede wereldoorlog deden. Het leger huurde hen in om de banen van projectielen te berekenen, zodat de mannen vaker raak konden schieten. In de volksmond stonden ze bekend als de Rosies. Na afloop van de oorlog stroomden sommige Rosies door naar projecten om de eerste computers te ontwikkelen. De apparaten werden door mannen gemaakt, maar vrouwen zorgden voor de benodigde software en programmeerden het systeem om daadwerkelijk iets te doen.

Zelfs toen ze na de oorlog in de openbaarheid hun werk deden, merkten de vrouwen al dat hun bijdrage niet op waarde werd geschat. Erickson sprak vrouwen die hun programmering demonstreerden aan een delegatie. Ze werden echter niet uitgenodigd voor het diner na de demonstratie, en kwamen erachter dat de bezoekers dachten dat ze waren ingehuurd als model, net zoals auto’s tentoongesteld worden met een knappe vrouw ernaast.

Aan die scheve situatie komt nu een einde. Erickson ging op zoek naar oud-medewerkers, spoorde deze vroege computerprogrammeurs op, en verwerkte hun ervaringen in een documentaire. Haar film is inmiddels uitgebracht op dvd. Daarmee gaat ze onder andere op tournee langs scholen, met een educatief project om scholieren kennis te laten maken met vrouwelijke wiskundigen en computerprogrammeurs. Erickson hoopt dat jongens en meisjes op die manier leren dat computers en vrouwen elkaar niet uitsluiten. Integendeel. Wie weet kan dit meisjes inspireren om in de voetsporen van de Rosies te volgen….

Enige verzetsheldin met Willemsorde overleden

Nederland kende maar twee vrouwen ooit de Willemsorde toe, de hoogste militaire onderscheiding. Koningin Wilhelmina, en Jos Mulder-Gemmeke. Koningin Wilhelmina is al overleden en vandaag werd bekend dat Mulder-Gemmeke afgelopen maandag stierf. Ze werd 88 jaar.

Jos Mulder-Gemmeke.

In de meeste landelijke kranten kreeg haar overlijden circa twaalf regels tekst. Wie was Mulder-Gemmeke, en waarom kreeg zij de Willemsorde? Aanspraak, het blad van de pensioen en uitkeringsraad, interviewde haar voor het nummer van maart 2009. Mulder-Gemmeke was toen 86 jaar en sprak openlijk over haar leven en de besluiten die ze nam toen de tweede wereldoorlog uitbrak.

Mulder-Gemmeke was woest toen Nederland capituleerde, en wilde wat doen.Ze kwam via vrienden en kennissen in contact met mensen van het verzet en zat al snel volop in de illegale activiteiten. Vanuit het Vredespaleis in Den Haag bracht ze een blad uit, Je Maintiendrai, dat uiteindelijk een oplage zou bereiken van 25.000 stuks. Ze begon brieven, strategische informatie en spullen voor onderduikers door het hele land rond te brengen. In 1944 fietste ze dwars door de vijandelijke linies naar België, waar Prins Bernhard zat te wachten op belangrijke informatie over de militaire situatie in Nederland en de stand van zaken rondom het verzet. Het lukte haar die gegevens af te leveren.

Na die missie keerde ze voorlopig niet terug naar Nederland. Ze reisde via Brussel door naar Engeland, waar ze door de Britse geheime dienst een verkorte opleiding tot geheim agente kreeg. Begin 1945 keerde ze terug naar Nederland: in het diepste geheim sprong ze uit een vliegtuig en landde per parachute in een weiland bij Nieuwkoop. Ze had allerlei spullen bij zich voor het verzet: medicijnen, wapens, radiozenders en geld. Daarmee kon het verzet de laatste oorlogsmaanden doorkomen.

Mulder-Gemmeke heeft altijd last gehouden van de oorlog:

“Ik ben altijd alert gebleven. Waar ik ook ben, ik ga altijd strategisch zitten, met mijn rug naar de muur en goed zicht op de uitgang, zodat ik iedereen in de gaten kan houden. Dat blijf je houden. Mijn onderrug is door de klap bij die verkeerde parachutesprong permanent beschadigd. Bij iedere pijnscheut word ik aan die sprong herinnerd. Maar dat is niets vergeleken bij wat anderen hebben moeten doorstaan. Veel verzetsstrijders hebben een veel hogere prijs betaald. […]  Je deed het gewoon en ik zou het zo weer doen als het moest!”