Tag Archives: tweede kamer

Zo ziet politiek in Nederland er uit

Campagneleiders woonden een loting van de NOS bij, om te weten welke fractieleider met wie in debat mag in de aanloop naar de verkiezingen van maart aanstaande. Zo ziet dat er uit:

Wie gaan deze blanke mannen adviseren? Welnu, andere blanke mannen. Want dit is hoe het huidige landschap partijleiders eruit ziet. Zo:

Wie voeren deze blanke mannen aan? Meer blanke mannen. Want dat is het profiel van de kandidaten op de lijsten van de politieke partijen: hoogopgeleid, randstedelijk, blank, man.

Dit is dus de politieke situatie in Nederland: blanke mannen die blanke mannen promoten. Je kunt het zien. Of we het met ons allen ook wíllen zien… Of we het willen weten….? In ons conservatieve kikkerlandje vrees ik grote weerstand. Kwaliteit komt vanzelf bovendrijven. Vrouwen en mensen met een gekleurde huid willen zelf niet, die hebben geen ambitie, stellen andere prioriteiten, vinden hun gezin of de situatie in hun thuisland misschien belangrijker dan het land besturen. Ach, nog een jaartje of vijftig wachten en dan hebben vrouwen en minderheden die achterstand vanzelf ingelopen. Geen harde maatregelen nodig hoor. Da’s dwang en dwang vinden we heeeeel naar. De politiek reguleert zichzelf wel. Het is gewoon een kwestie van geduld. Alles komt vanzelf goed. Vanzelfsprekend.

Echt, ik kan deze riedel dromen. Ik lees dit iedere keer opnieuw zodra structurele discriminatie open in beeld komt en mensen zich alleen met veel moeite kunnen onttrekken aan dat wat voor je neus gebeurt. Maar de bewijzen stapelen zich op, mensen. Zo ziet politiek in Nederland er uit. Willen we beweren dat vrouwen en mensen met een gekleurde huid niet kunnen en niet willen? Serieus?

SGP en ChristenUnie wakkeren stigma rond abortus aan

Leve de website openbare bekendmakingen.nl. Je vindt daar allerlei stukken van de Tweede Kamer, waaronder de verslagen van debatten. Zoals een debat over Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Ook abortus kwam aan de orde, en wat religieus-politieke partijen zoals SGP en ChristenUnie daar begin november over zeiden is niet mals.

Allereerst blijkt uit het verslag dat de SGP gestaag doorgaat met het aanwakkeren van stigma’s en taboes als het gaat om het afbreken van een ongewenste zwangerschap. De partij was onder andere actief tijdens een door religieus rechts georganiseerde ‘week van het leven’, inclusief het aanwakkeren van de mythe als zouden vrouwen regelmatig spijt krijgen van hun beslissing. Feit: vrouwen voelen zich massaal opgelucht en als ze al lijden ervaren, komt dat juist door taboes en hindernissen rond abortus.

Lees mee met de uitwisseling in het debat van november:

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

De heer Van der Staaij begon met de nood die vrouwen kunnen ervaren en hoe moeilijk vrouwen het kunnen hebben als ze ongewenst zwanger zijn. Dan ben ik echter wel benieuwd wat hij vindt van het radiospotje dat gemaakt is in het kader van de Week van het Leven. Ik neem aan dat dat met goedkeuring van de SGP is gebeurd. Hierin wordt gezegd dat de keuze of je op vakantie naar Frankrijk of een ander land gaat eigenlijk net zoiets is als de keuze voor abortus of niet. Die vergelijking wordt gemaakt in het spotje. Ik zou graag van de heer Van der Staaij willen weten wat hij daarvan vindt.

De heer Van der Staaij (SGP):

Ik vind het spotje uitstekend, juist omdat het mensen aan het denken zet over dit onderwerp. Dat is wat je wilt bewerkstelligen.

Toe maar. Weekje op vakantie? Abortus? Ach, één pot nat, volgens de SGP. Deze manier van praten over abortus geeft (niet voor het eerst) blijk van een enorme minachting voor vrouwen. De SGP schildert vrouwen af als onverantwoordelijke losbollen (en volgt daarmee het voorbeeld van anti-abortus fanaten uit de V.S., zoals deze man). Dit is geheel in lijn met hun houding tijdens eerdere discussies over abortus, maar het blijft tenenkrommend om dit soort praat aan te moeten horen.

Daarnaast spreekt de ChristenUnie openlijk over de nauwe banden tussen deze politieke partij, Siriz en het VBOK, de Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind. In dit weblog heb ik eerder geschreven over de geschiedenis van het VBOK als club van anti-abortus fanaten, de doorstart als Siriz, de allesbehalve neutrale hulp die deze organisatie biedt, en de innige banden tussen deze groep reli-hulpverleners en de ChristenUnie.

Alles draait nog steeds om het uitoefenen van druk op vrouwen, om de zwangerschap door te zetten. De ChristenUnie vindt al die emotionele chantage prima:

Afgelopen week, aan de vooravond aan de Week van het Leven, heeft de ChristenUnie samen met de VBOK (Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind) het tienermoederfonds gelanceerd. Dat fonds springt eigenlijk in het gat dat de overheid laat vallen. We willen deze meiden en hun kinderen de helpende hand bieden, zowel financieel als praktisch. Als je zo jong onbedoeld zwanger bent, staat je wereld op zijn kop. Het is belangrijk dat er dan een plek is waar je naartoe kunt gaan voor een luisterend oor en keuzehulp. […] Kennis en kunde van Siriz mogen wat ons betreft niet door een dwangmatige decentralisatie op het spel worden gezet.

Nauwelijks een woord over FIOM, een instantie die wél neutraal opereert. De ChristenUnie trekt samen op met de VBOK en kijkt, als het gaat om hulpverlening, vooral naar Siriz. Met de ChristenUnie hebben deze twee organisaties een springplank, rechtstreeks de Tweede Kamer in. Het ontbreekt er nog aan dat mevrouw Dik-Faber buttons van deze clubjes op haar revers gaat spelden.

Ondertussen hoopt Fleur Agema van de PVV op een grote winst van haar partij:

Wij hadden al een brexit, wij krijgen POTUS Trump en in maart ga ik voor premier Wilders, want zeg nou zelf, als het gaat om de ouderenzorg, dat kan dit land zo veel beter.

Dat zouden SGP en ChristenUnie geweldig vinden, want ook de PVV wil abortus zo moeilijk mogelijk maken. Dit in een klimaat waarbij progressieve partijen zorgelijk opmerken dat de sfeer rondom abortus guurder wordt in Nederland. GroenLinks zegt hierover:

….zelfbeschikking om eigen keuzes te maken is wat GroenLinks betreft een belangrijke pijler als het gaat om de kwaliteit van leven. De Week van het Leven is echter geen initiatief dat deze diversiteit viert, maar een initiatief om vrouwen die voor de moeilijke keuze staan hoe om te gaan met een ongewenste zwangerschap, juist nog meer in het verdomhoekje te zetten. De indruk wordt immers gewekt dat Nederlandse vrouwen de afgelopen jaren massaal hebben gekozen voor abortus en dat ze de keuze hiervoor net zo makkelijk vinden als de keuze voor de kleur van hun auto. Dat terwijl het precies andersom is. Deze vrouwen hebben het de afgelopen jaren alleen maar moeilijker gekregen. Recent onderzoek van Rutgers toont aan dat de taboe op abortus is toegenomen. Vrouwen hebben het idee dat de keuze hiervoor fout is, iets waarover je niet met je omgeving kunt praten. GroenLinks vindt het van belang om het recht op zelfbeschikking weer actief te koesteren. Het lijkt erop dat we er de afgelopen jaren te weinig aandacht aan besteed hebben en het misschien ook wel voor lief hebben genomen, met als gevolg dat taboegevoel rondom abortus.

Inderdaad, progressieve partijen, wordt wakker! Nederland maakte abortus pas na heel veel strijd legaal in de jaren tachtig. Het is absoluut geen gelopen race dat vrouwen dit zelfbeschikkingsrecht kunnen en mogen behouden. Sterker nog, het klimaat verslechterd dus (zie hierboven).

Als rechts populistische partijen zoals de PVV flink winnen, kunnen zij de handen ineen slaan met diverse christelijke partijen en vrouwen weer terugduwen in de situatie van tweederangs burgers die maar te baren hebben. Ze hebben de macht en bovengenoemd guur klimaat aan hun zijde. Aanhangers doen niet voor niets oproepen dat Christenen vrij zijn om op de PVV te stemmen, onder andere omdat de standpunten rondom abortus mooi overeenkomen.

Het is belangrijk dat partijen die vrouwen wél als volwaardige mensen zien, hier een krachtiger tegengeluid over ontwikkelen en de hypocriete houding van veel anti-abortus politici aan de kaak stellen.

Hoe houd je als vrouw je interesse voor Nederlandse politiek levend?

Denkend aan vrouwen, macht en de situatie in de Nederlandse politiek, denk ik dat we sinds de zogenaamde Gouden Eeuw geen stap verder zijn gekomen. Nog steeds zijn het de mannen die aan tafel de macht verdelen, terwijl ze vriendelijk gedogen dat twee echtgenotes (= vrouwen die steunen en redderen voor hun man of De Zaak) aan de zijlijn toekijken. Mijn neiging om op die stoel in te dommelen en de boel de boel te laten is groot. Maar de gevolgen daarvan kunnen te erg voor woorden zijn. Hoe blijf je als vrouw wakker en geïnteresseerd in de Nederlandse politiek?

Nederland lijkt, als het gaat om genderbewustzijn, blind lijkt te zijn voor de vele belemmeringen die vrouwen ondervinden om van die stoelen af te komen en een plek aan tafel te veroveren. We zijn daar niet uniek in, zie dit stuk van Jane Caro, maar het niveau van het seksedebat is hier echt om te huilen. We blijven steken in de riedel dat mannen domineren, maar da’s geen punt want het is vanzelfsprekend dat het zo gaat en als vrouwen echt willen kunnen ze ook meedoen, dus wat zeuren we.

Het eindresultaat is dat mannen het debat bepalen. Dat heeft gevolgen voor mijn mate van betrokkenheid – en ook bijvoorbeeld die van jongeren en iedereen met een niet-blanke huidkleur, zoals hoogleraar Albert Meijer terecht opmerkt. Maar dit weblog stelt vrouwen centraal. Vrouw = mens = wordt beïnvloed als blanke mannen het debat domineren en alles een ver-van-je-bed-show lijkt. Als vrouw heb ik een grote neiging om te denken: ‘het zal me worst zal wezen of Samson of Asscher partijleider bij de PvdA wordt. Het is hetzelfde laken een pak. Het gaat niet over mij. Gaaaaap!’

Toch is die neiging toto desinteresse gevaarlijk. Het speelt de mannen in de kaart die het debat graag blijven domineren en die de macht stevig in handen houden. Het zorgt ervoor dat de status quo gehandhaafd blijft. Je moet hoop houden om de passiviteit van je af te werpen, stelt Rebecca Solnit:

The status quo would like you to believe it is immutable, inevitable, and invulnerable, and lack of memory of a dynamically changing world reinforces this view. […] One of the essential aspects of depression is the sense that you will always be mired in this misery, that nothing can or will change. … Things don’t always change for the better, but they change, and we can play a role in that change, if we act. Which is where hope comes in, and memory, the collective memory we call history.

Of, als hoop niet helpt, boos worden, adviseert journaliste Masha Gessen. Redenen genoeg om boos te worden en verandering te eisen. Zo ijvert PvdA-leider Samson opeens voor een vrouwelijke premier. Bart Zuidervaart wijst er in dagblad Trouw fijntjes op dat hij daar een beetje laat mee is:

In 2012 had Samsom ook de kans om de nummer twee op de lijst, Jetta Klijnsma, voor te dragen als vice-premier. Hij koos voor Asscher. De partijtop bestaat al vier jaar lang uit enkel mannen, onder leiding van diezelfde Samsom.

Andere partijen bewijzen niet eens die vriendelijke, galante lippendienst door, zoals weblog Powervrouwen dat zo mooi samenvat, een vegenpiet in te vliegen om te verdoezelen dat mannen de lakens uitdelen. Neem de SGP, waar vrouwen bewust ontbreken en de kieslijst dezelfde mannen als altijd bevat. De meeste andere partijen doen alsof gender niet bestaat, zwijgen over macht, zetten een paar vrouwen bij de eerste tien namen. Als iemand zo onaardig is om een probleem te signaleren wijzen mensen met het vingertje naar vrouwen zelf. Moeten ze maar ambitie tonen, of kunnen ze het niet.

Die vrouwen bij de eerste tien kandidaten lijken niet serieus mee te tellen. Een vrouwelijke nummer twee betekent bijvoorbeeld niet dat die vrouw meegaat naar formatiebesprekingen. Net als bij de keuze van een vice-premier gaan de topmannen bijna altijd voor een mannelijk maatje. Vrouwen zijn op die manier in Nederland al decennia de grote afwezigen bij formatiebesprekingen, waar de toekomst van de politiek voor vier jaar wordt vastgelegd.

Bovendien zou het zomaar kunnen dat de winst van Trump types zoals Geert Wilders en Jan Roos steun en moed geeft. Als dat soort Trump-light mannen en hun rechts populistische partijen aan invloed winnen, kunnen vrouwen het schudden. Stel dat veel kiezers in maart 2017 naar de PVV overlopen. Die partij wil abortus moeilijker maken. Weet dat partijen als CDA, ChristenUnie en SGP van harte mee zullen werken aan zulke maatregelen. Inclusief dezelfde minachting en hardvochtige stellingnames, gebaseerd op de mythe van de frivole abortus en onverantwoordelijke, domme vrouwen.

Jan Roos op zijn beurt kiest met de VNL de weg van de gepikeerde mannenrechtenactivisten. Neem een kijkje bij Wij joegen op Mammoeten om een idee te krijgen van die wereld. Roos’ VNL kraait bijvoorbeeld dat blanke mannen worden gediscrimineerd. Ze moeten onterecht het veld ruimen omdat de overheid vrouwen en allochtonen positief discrimineert. Opstand! Weg met die politieke correctheid, alle hens aan dek om de man te redden! Geloof maar dat VNL hier werk van maakt, hoe idioot je hun standpunt ook vindt:

Asserting that programs designed to counteract decades of systematic discrimination are proof that Straight White Males are not operating on the lowest difficulty setting in the game of life is not the winning argument you apparently believe it is. I’ll let you try to figure out why that is on your own.

Dan hebben we nog Thierry Baudet, die van zijn denktank Forum voor Democratie een politieke partij maakt en in maart mee wil doen aan de verkiezingen. Baudet toont zich al jaren een groot fan van de ‘dating’adviezen van Julien Blanc en pleit openlijk voor verkrachting, signaleerde HP/De Tijd in 2014:

In zijn laatste opiniestuk ‘Julien Blanc heeft volkomen gelijk,’ woensdag verschenen op The Post Online, stelt Baudet dat vrouwen in bed niet met respect behandeld willen worden. Jonge vrouwen, volgens Baudet de wreedste diersoort op aarde, bedoelen eigenlijk ‘ja’ als ze ‘nee’ zeggen. Ze willen overrompeld, overheerst en overmand worden. In Nederland noemen we dit overigens, tenzij er sprake is van een erotisch machtsspel, gewoon verkrachting.

Inderdaad. Willen we zulke seksistische mannen stemmen en macht geven  in de tweede kamer? Willen we mannenrechtenactivisten zoals Roos en Baudet de kans geven in Nederland te doen wat Trump en consorten voor de V.S. in petto hebben?

Enfin. Maart 2017. Verkiezingen. Lees de standpunten van de partijen. Breng je stem uit, ook als je denkt dat er weinig te kiezen valt. Stem als het kan op een vrouwelijke kandidaat, om in ieder geval een voet tussen de deur te houden. En mannen, stop met vrouwen afdoen als een wrede diersoort of handige opklapstoel, en maak eens écht ruimte aan die tafel van jullie.

Nederland kan eeuwen wachten op vrouwelijke premier, als de genderdiscussie zo primitief blijft

De verkiezingen in de V.S. leveren scherpe analyses over gender op, vanwege het seksistische gedrag van Donald Trump en het feit dat de strijd om het hoogste ambt gaat tussen een man en een vrouw. Hoe zit het in Nederland met het emancipatoire bewustzijn? Niet goed, blijkt uit allerlei incidenten. Dat is vervelend, want inzicht in de situatie rondom gender is cruciaal om te begrijpen waarom mannen in de politiek de macht blijven houden. Zonder kritische discussies over die situatie kunnen we nog eeuwen langer wachten op een vrouwelijke premier in Nederland.

Politiek in Nederland blijft, praktisch en symbolisch, iets van blanke mannen. Vrouwen zijn een minderheid in de politiek. Als het er echt op aan komt houden mannen de touwtjes strak in handen. Zo lieten twee mannelijke partijleiders bij de vorige formatiebesprekingen hun vrouwelijke nummer twee thuis. In plaats daarvan namen ze blanke mannelijke vertrouwelingen mee naar de onderhandelingen. Ook blijven de zwaarste/machtigste posten stevig in het mannelijk kamp, inclusief het premierschap.

Na de verkiezingen in maart 2017 is de kans op herhaling groot. Ten eerste omdat alleen al het constateren van het feit dat vrouwen ontbraken bij de vorige formatie, destijds zorgde voor een golf van vijandige ‘terug in je hok’ reacties. Mensen wilden er niet over praten. Vrouwen moesten niet zeuren. Met zo’n houding leer je niks en doen mannen bij de volgende formatie weer hetzelfde.

Ten tweede omdat alle berichten over werving en selectie rieken naar een verkokerde blik, waarbij mannen in eigen kring op zoek gaan naar soortgelijke mannen, middels een proces waar Marieke van den Brink uitgebreid promotie-onderzoek naar deed. Het veld van partijleiders zal in 2017 opnieuw bijna geheel blank en mannelijk zijn, zelfs als nog niet duidelijk is hoe de strijd uitpakt, zoals bij de PvdA. Uit een opinieonderzoek van EenVandaag blijkt dat vrouwen zulke praktijken eerder signaleren en problematisch vinden dan mannen. Maar dat mannen vooral naar vrouwen wijzen als schuldige:

Onder mannen is een derde het eens met de stelling dat partijen liever mannen dan vrouwen kandideren, onder vrouwen de helft. En misschien gaat het verder: met de stelling dat vrouwen worden gediscrimineerd door partijen is 30 procent van de mannen het eens, maar een grotere groep van 44 procent van de vrouwen vermoedt discriminatie. […] het ligt, zo is de indruk, ook aan wat vrouwen zelf zouden doen en laten, al zijn het vooral mannen die het antwoord op de schuldvraag bij de vrouwen zelf zoeken. [vetgedrukt door red.]

Die blindheid voor het structurele machtsvoordeel van mannen maakt dat allerlei mechanismen onzichtbaar blijven, die ervoor zorgen dat de hiërarchie tussen de seksen intact blijft. Kiezers beginnen bijvoorbeeld de man over- en de vrouw onder te waarderen.  Wint een vrouw alsnog, dan gebeurt dat vaker in situaties waarbij een partij er slecht voor staat en laten partijgenoten haar bij tegenslag sneller vallen. De vrouwelijke partijleider ruimt zodoende eerder het veld dan mannelijke collega’s.

Ten derde omdat het mannelijk overwicht een machocultuur in stand houdt. Het problematische haantjesgedrag van mannelijke parlementariërs was al in 1997 onderwerp van kritische stukken in de kranten. Ruim tien jaar later schreef Femke Halsema over dat machogedoe in haar politieke memoires en anno nu vertonen de heren nog steeds masculien machtsvertoon op een apenrots vol alfamannetjes.

Deze machocultuur koppelt mee met algemeen onbehagen zodra een vrouw té zichtbaar wordt in een mannenbolwerk. Dat onbehagen over een verstoring in de hiërarchie zorgt voor weerstand. Die weerstand uit zich onder andere in taalgebruik en ‘grapjes’ met een snijdende ondertoon. Zo heeft de vooral uit vrouwen bestaande Commissie Zorg de bijnaam ‘de commissie van de kijvende wijven’. En als twee politici met elkaar in debat gaan, kopt een landelijk dagblad ‘Bitchfight in de ministerraad’.

Al deze factoren leiden tot een seksistisch denkraam waarbinnen mannen gelden als de stevige debaters en vrouwen hysterisch zijn. Vervolgens wordt het logisch dat mannen voor mannen kiezen en dat vrouwen denken ‘ik kan het niet, ik maak geen kans’ en het niet eens meer proberen. Vervolgens kun je vrouwen daar dan op afrekenen en is de vicieuze cirkel weer rond.

Het kritische debat over dit seksistische klimaat staat in Nederland nog in de kinderschoenen. Analyses blijken steken op een  neerbuigend ‘zie je wel, vrouwen willen niet, ze liggen te slapen’. Zie hier voor een voorbeeld van zo’n analyse, waarbij vrouwen niet alleen verantwoordelijk gesteld worden voor hun eigen marginalisering, maar ook nog de veeg uit de pan krijgen dat ze sowieso niet goed genoeg zijn.

Een ander voorbeeld: vrouwen krijgen in ons land, nota bene van collega’s zoals Kamerlid Marith Volp, nog steeds het advies wat Margaret Thatcher al kreeg (en wat niet werkte want je ontkomt niet aan je sekse): zacht en laag praten. Ja, doei! Het probleem is meestal dat de omgeving meer waarde hecht aan wat een man zegt. Hoe hij het zegt maakt niet uit. En zij? Zij moet haar kop houden. Zegt of doet ze toch iets, dan is ze een bitch of een manwijf of een kenau of, zoals Trump uitriep, een nasty woman.

We horen steeds ‘het komt wel goed’. ‘We moeten geduld hebben’. ‘Hopelijk meldt zich op een gegeven moment een vrouw’. Als de feministische analyse blijft steken op het niveau ‘vrouwen willen niet‘ (maar waaróm ”willen” ze niet?), of ‘we moeten geduld hebben, dan komt het vanzelf goed’, blijven mannen aan de macht in de Nederlandse politiek omdat we vrouwen buiten sluiten.

Willen we dat echt?

Kamers hebben vertrouwen in vrouwelijke voorzitter

Zowel de Eerste als de Tweede Kamer beschikken over een vrouwelijke voorzitter. Geen idee of dit eerder is voorgekomen in de parlementaire geschiedenis. De Zesde Clan ervaart het in ieder geval als een primeur voor Nederland. De leden van de Eerste Kamer kozen Ankie Broekers-Knol (VVD) gisteren tijdens een democratische, openbare stemming. Eerder benutte de Tweede Kamer eenzelfde openbare verkiezing om Anouchka van Miltenburg tot voorzitter te kiezen.

Blijkbaar hebben beide parlementaire instanties vertrouwen in vrouwen. Het vertrouwen dat zij onpartijdig en eerlijk vergaderingen leiden, niemand voorrang geven en de orde handhaven. Broekers beloofde in ieder geval ‘weerstand te geven aan druk van buitenaf’, berichtte de Volkskrant. Ze legde een grote nadruk op haar onafhankelijkheid en onpartijdigheid.

Daar doet ze goed aan. Want vertrouwen komt te voet, maar gaat te paard, en vooral vrouwen krijgen in dat laatste geval een bijzonder venijnige behandeling. Zo hoonde de onderbuik van Nederland Van Miltenburg op bijzonder seksistische wijze weg, toen die eerder dit jaar in de problemen kwam. Onder andere vanwege beschuldigingen dat ze niet onpartijdig genoeg zou zijn.

Doorwrochte commentaren heeft De Zesde Clan op dit moment nog niet gevonden op de unieke situatie met twee vrouwelijke voorzitters. Op Twitter komen in ieder geval al de eerste directe reacties binnen. Die leggen vooral de nadruk op Broekers als frisse tante, en indirecte verwijzingen naar catfights. Gelukkig is er ook een partijgenoot die zijn volste vertrouwen uitspreekt in haar capaciteiten als voorzitter:

Xander van der Wulp ‏@XandervdWulp17u Als ze een voorzitter zoeken die niet teveel op de voorgrond treedt… Dan wordt het Broekers. #EersteKamer pic.twitter.com/nQrVYsS980 en Xander van der Wulp ‏@XandervdWulp11u Ik vind Ankie Broekers, de nieuwe voorzitter vd Eerste Kamer, een frisse VVD-tante. Een korte kennismaking: straks in Late Journaal. #Ned1
Jan Hoedeman ‏@JanHoedeman15u Bloemen Van Miltenburg naar Broekers… Het gevecht kan beginnen! pic.twitter.com/HbyzM5HHsc
Ard van der Steur @ArdvanderSteur16u Vol spanning wachten we op uitslag verkiezing Eerste Kamer. Met Ankie Broekers werkte ik samen op de universiteit. Zij kan voorzitten!

Enfin, we gaan het merken. Ondertussen heffen we hier het glas. Vrouwelijke voorzitters in de Eerste én de Tweede Kamer…Een unicum!

Nederland ziet uittocht van vrouwelijke politici

Ineke van Gent. Nebahat Albayrak. Gerdi Verbeet. Allemaal gaven ze aan op te stappen. Nederland ziet, net zoals opinieblad Opzij ook al signaleerde in 2006, een uittocht van vrouwelijke politici. Op zich een logisch moment. De verkiezingen komen eraan, en als je wil stoppen is dit het juiste moment. Partijen weten dan waar ze aan toe zijn, wie ze wel op kandidaatlijsten kunnen zetten en wie niet. Toch valt het op dat er zoveel vrouwen zijn die vertrekken.

Ineke van Gent is één van de vrouwen die de tweede kamer voor gezien houden.

Dat opvallen kan verschillende redenen hebben. Theorie A houdt in dat vrouwen er met media-aandacht bekaaid vanaf komen en bij wijze van spreken pas nieuwswaardig zijn als ze weggaan. Theorie B houdt in dat het extra opvalt als vrouwen vertrekken, omdat ze sowieso een minderheid vormen – een van zes trekt meer de aandacht dan een van zesentwintig. Theorie C zou kunnen zijn dat vrouwen massaler opstappen dan mannen. Dat leidt automatisch tot vervolgvragen, zoals is dat inderdaad zo, en waarom vertrekken vrouwen.

Tijd en geld voor jarenlang wetenschappelijk onderzoek heeft De Zesde Clan niet. Over de vraag ‘waarom vertrekken ze’ kunnen we hier en daar wel iets lezen. De rode draad lijkt ‘het is tijd voor iets anders’. Ineke van Gent in de Volkskrant:

‘Ik doe het werk met passie en plezier. Maar ik zit 25 jaar, bijna de helft van mijn leven, in de politiek. Eerst in de gemeenteraad in Groningen, de laatste jaren in de Tweede Kamer. Dat is helemaal mijn ding, maar het is tijd voor heel iets anders. Wat, dat weet ik nog niet.’

Nebahat Albayrak, volgens de NOS:

Ze vindt het tijd voor andere dingen. “Op een moment als dit moet je je afvragen of je nog eens vier jaar wilt blijven en dat is bij mij niet het geval,” zegt Albayrak. Ze weet nog niet wat ze na september gaat doen.

Gerdi Verbeet, in Metro:

“Het voorzitterschap van de Kamer is een buitengewoon eervol, uitdagend en boeiend ambt. Maar het is ook een zware functie, lange dagen in woelige tijden”, stelt Verbeet in een verklaring. “Ik heb mij met alles wat ik in mij heb, ingezet om voor alle leden een goede voorzitter te zijn.” Verbeet wil zich niet verplichten om opnieuw vier jaar lang beschikbaar te zijn als volksvertegenwoordiger. Daarom stelt zij zich niet opnieuw kandidaat voor de Tweede Kamer.

Opzij zocht in 2006 ook naar een mogelijke achterliggende reden voor het opstappen van vrouwelijke politici. Het blad schreef:

Misschien plakken mannen meer aan het pluche, wachten ze even af of de partij hen nog wil hebben voor zij afscheid nemen. Karimi heeft al in januari – ver voordat er van een kabinetscrisis sprake was – aan Femke Halsema gemeld dat ze geen derde periode in de Kamer wilde. ‘Acht jaar zijn slopend, zeker bij een kleine fractie. Je maakt werkweken van 80 uur, hebt haast geen privé-leven. Ik vond het tijd voor iets anders. Ik ben nu een boek aan het schrijven over Afghanistan.’

De woorden ‘tijd voor iets anders’ keren ook nu weer terug.

Tijd voor iets anders geldt niet alleen voor personen, maar ook voor partijen. Onder andere de PvdA grijpt de gelegenheid van aanstaande verkiezingen aan om de kieslijst om te gooien. Bij monde van Hans Spekman liet de partij weten af te willen van het systeem van om en om een man en een vrouw op de kieslijst. De eerste drie namen op de lijst kunnen straks van hetzelfde geslacht zijn.

Gezien het culturele klimaat in Nederland voorspelt De Zesde Clan nu al dat het eerder drie mannen dan drie vrouwen zullen zijn. We zijn niet de enigen die onze wenkbrauwen optrekken. Ook De Jonge Socialisten reageerden kritisch op dit nieuws:

…dit toont alleen maar aan dat als de partij deze strikte regel opeens loslaat er ruimte is voor het beleid waar andere partijen zich dus al jaren mee bezighouden: zeggen dat je absoluut gelooft in de emancipatie van de vrouw, maar ondertussen vooral mannen op je lijsten zetten. […] …een verheffingspartij als de PvdA kan er toch geen genoegen mee nemen dat slechts een paar vrouwen die goed hun mannetje staan in de politiek uiteindelijk echt carriere maken in dit wereldje? Juist een partij als de PvdA moet staan voor een ander politiek klimaat waarin die ‘mannelijke’ eigenschappen minder nadrukkelijk naar voren hoeven te komen en waarin juist ook de kwaliteiten van vrouwen ook als waardevol en essentieel worden gezien. Om dit te verkrijgen moet je je nu wel aan de quota houden.

Enfin, de politiek blijft in beweging. Benieuwd hoeveel vrouwen later in 2012 de Tweede Kamer halen….en hoeveel daarvan vanuit de gewijzigde kieslijst van de PvdA komen.

UPDATE: Ook GroenLinks kamerlid Mariko Peters vertrekt en gaat iets anders doen, net als Kathleen Ferrier van het CDA, Mirjam Sterk, CDA, en haar partijgenote Sabine Uitslag.

Regering laat slachtoffers huiselijk geweld in de kou staan

De Zesde Clan las dit verslag over huiselijk geweld. Wat de tweede kamerleden bespraken stemde de Zesde Clan treurig. Bergen papier weten niet te voorkomen dat opvanghuizen vrouwen en kinderen de deur moeten wijzen als ze op de vlucht slaan voor een gewelddadige partner, voor kinderen is er een budget beschikbaar van 1 euro, en instanties werken langs elkaar heen. Oppositiepartijen pleiten voor het instellen van een nationale rapporteur voor huiselijk geweld, om de aanpak te verbeteren en het geweld terug te dringen.

De zorgelijke situatie ligt niet aan de goede bedoelingen. Rapporten en plannen te over. PvdA kamerlid Arib merkt echter dat het vooral bij bergen papier blijft:

We worden echt met de stukken om de oren geslagen. Ik heb van verschillende departementen een stapel stukken meegenomen, beleidsbrieven, nota’s en actieplannen, waarin allerlei goede voornemens staan, maar er is geen samenhang en er vindt geen samenwerking plaats tussen de verschillende departementen als het gaat om de aanpak van huiselijk geweld, zowel in het veld als op het niveau van de landelijke en gemeentelijke overheden.
 
Ondertussen blijkt uit het verslag dat het aantal slachtoffers toeneemt. In 2009 vielen er 45 dodelijke slachtoffers. In 2010 waren dat er tot en met september van dat jaar al 44. Met de cijfers over het laatste kwartaal erbij kom je hoger uit dan het jaar daarvoor, een stijgende lijn waar je liever een dalende lijn ziet.
 
Als de situatie te erg wordt, moeten mensen een veilig heenkomen kunnen zoeken. Helaas lukt dat lang niet altijd. Tijdens het overleg haalden kamerleden een brief aan van de Federatie Opvang die aan duidelijkheid niets te wensen over laat:
 
Daarin staat dat de vrouwenopvang nog steeds kampt met een structureel gebrek aan capaciteit. Elke dag worden verzoeken van vrouwen afgewezen, omdat er geen plek is. De federatie wees op een willekeurige dag in oktober, al zal dat niet zo willekeurig zijn geweest. Op die dag moest opvang worden geweigerd aan 59 vrouwen en 52 kinderen wegens capaciteitsgebrek. Dat was een bijzondere dag, maar de federatie verzekert ons dat elke dag sprake is van capaciteitsproblemen.
 
Weet je wel een veilige plek te vinden, dan blijkt vervolgens dat er bijna niets is geregeld voor de kinderen die de vrouwen op hun vlucht meenamen. ChristenUnie kamerlid Wiegman-van Meppelen Scheppink bezocht in de periode voor de vergadering een opvanghuis, en viel van de ene verbazing in de andere:
 
Vorige week vrijdag was ik nog in een vrouwenopvangcentrum. Het geluid dat ik daar hoorde en waardoor ik bijna van mijn stoel viel van verbazing, was dat er eigenlijk nauwelijks oog is voor kinderen in de opvang. Toch moeten ook kinderen die in de opvang zitten, als cliënt worden gezien. Ik heb begrepen dat er nu slechts €1 beschikbaar is voor kinderen. Of je als vrouw nu met een of meer kinderen binnenkomt, er is slechts €1 beschikbaar voor de kinderen. Dat is echt te weinig. Bureau Jeugdzorg wordt er wel bij betrokken, maar dat heeft vaak geen geld beschikbaar voor kinderen van buiten de regio. Als er wat wordt verstrekt, dan gebeurt het pas na weken.
 
Kortom, je bent de klos en de kinderen met jou.
 
 
Vanuit minister Opstelten kwamen vervolgens vooral veel woorden, woorden en nog eens woorden, waaruit zou moeten blijken dat de regering versnippering tegen wil gaan, goed wil samenwerken met gemeenten, en overleg voert om overal tussen de oortjes te krijgen dat huiselijk geweld echt een enorm en urgent probleem is. Als het gaat om de kinderen in de opvang zegt Opstelten het volgende:
 

De vrouwenopvangvoorzieningen worden gefinancierd door de 35 centrumgemeenten. Er is geen algemeen beeld beschikbaar welk deel van het budget bestemd is voor de hulp en de opvang aan en van kinderen. Daarnaast kan het zijn dat de kinderen wel problemen hebben waarvoor een indicatie van jeugdzorg nodig is. Ingeval van crisis wordt er meteen hulp geboden. In veel gevallen gaat dat goed, en soms is sprake van een wachtlijst. Dan moet worden bekeken hoe in de tussentijd het kind zo goed mogelijk kan worden geholpen. We zetten in op een integrale aanpak op lokaal en regionaal niveau. Met de stelselwijziging jeugd in het vooruitzicht wordt de gemeente op termijn eerstverantwoordelijke voor de gehele jeugdketen. Dat zeg ik allemaal namens de staatssecretaris van VWS.

De gemeenten worden dan dus verantwoordelijk. Zou dat helpen? Want tot nu toe blijkt meestal dat de landelijke overheid wel de taken overdraagt naar gemeenten, maar niet het bijbehorende geld. Dat maakt het voor lokale overheden lastig om goed werk te verrichten.

Het is vanwege dit soort ontwikkelingen dat onder andere D66 (Berndsen) en PvdA (Arib) pleiten voor het instellen van een nationale rapporteur. Beide parlementariërs kennen de toegevoegde waarde die zo’n ‘ombudsman’ kan hebben. Dit was echter een van de punten waarover diezelfde woordenbreiende Opstelten echter volkomen helder was: nee. Daar beginnen we niet aan.

De Zesde Clan snapt dat wel. Want zo’n rapporteur zou jaarlijks een overzicht kunnen geven, en kunnen concluderen dat het nog steeds spaak loopt bij de aanpak van huiselijk geweld, en net als de nationale rapporteur mensenhandel met gezaghebbende aanbevelingen kunnen komen. Waar de regering dan weer iets mee moet doen. Iets concreets, iets wat resultaat oplevert. En dat is heeeeeeeel lastig.

Directe verkiezingen pakken gunstig uit voor vrouwen en allochtonen

Goed nieuws uit Den Haag: de Tweede Kamer vormt steeds meer een redelijke afspiegeling van Nederland. Hier zitten de meeste vrouwen, bijna veertig procent, en ook meer dan tien procent allochtonen. Dat blijkt uit een onderzoeksrapport van het Huis voor Democratie en Rechtsstaat. Uit de tellingen van Eerste en Tweede Kamer en provincies blijkt verder dat directe verkiezingen gunstig zijn voor de diversiteit. Zulke verkiezingen leveren meer vrouwen en allochtonen op.

Vrouwen en politiek, een enorme stap voorwaarts...

In het bij het rapport behorende persbericht meldt de organisatie dat ook de Eerste Kamer meer vrouwen telt. Sinds 23 mei zitten hier naast 48 mannen ook 27 vrouwen. Topleveranciers van vrouwelijke eerste kamerleden zijn GroenLinks en PvdA. Het aantal allochtonen in de Eerste Kamer daalde daarentegen licht ten opzichte van de vorige verkiezingen. Het blijft hier een nogal blanke bedoening.

Het huis voor Democratie en Rechtsstaat keek ook naar de ontwikkelingen in de provincie. Het aantal vrouwelijke statenleden daalde licht met 2%. Het percentage vrouwen in het provinciebestuur staat nu op 34%. Allochtonen maken gemiddeld 4% uit van de provinciale staten.

Dat is een gemiddelde, want er zijn dieptepunten en uitschieters. Tot de uitschieters behoort de provincie Noord Holland. Die heeft vijftig procent vrouwelijke gedeputeerden en biedt hiermee een evenredige representatie van mannen en vrouwen. Noord-Holland en Noord Brabant hebben ook de meeste vrouwen algemeen. In beide gevallen 42%. De provincie Utrecht doet het goed met het aandeel allochtonen. Utrecht heeft 11,8% allochtonen in de bevolking, en telt 9% allochtonen in het provinciebestuur. Dat komt dicht bij een evenredige vertegenwoordiging.

Waar komen de allochtonen en vrouwen vandaan? Gerekend over alle provincies en gekeken naar de zeven grootste partijen komt de diversiteit vooral van de partijen PvdA, GroenLinks en D’66. Heb je een provincie met een sterke aanwezigheid van VVD of PVV, dan wordt het meteen een stuk minder met de diversiteit. Zo komen Zeeland en Limburg niet verder dan 18 en 21% vrouwelijke statenleden, en is in beide provincies geen enkele gedeputeerde vrouw.

Wat is de rode lijn bij dit alles? Het rapport concludeert:

We kunnen [ook] constateren dat de organen waarvan de leden worden gekozen door directe verkiezingen, namelijk de Tweede Kamer en de Provinciale Staten, meer divers zijn dan de Eerste Kamer of de Gedeputeerde Staten. De gemeenteraden vormen hierop een uitzondering, want daar is het percentage vrouwen lager dan in de Gedeputeerde Staten of de Eerste Kamer. Als het gaat om allochtonen zien we wel dat bij directe verkiezingen (gemeenteraden, Provinciale Staten en Tweede Kamer) het aandeel allochtonen hoger is. Ten slotte kunnen we constateren dat er meer diversiteit is als het gaat om het aandeel vrouwen bij landelijke instituties (Eerste en Tweede Kamer) in vergelijking met het percentage vrouwen op provinciaal of lokaal niveau

Het Huis hoopt dat er meer onderzoek wordt gedaan naar diversiteit in de politiek. Want hoe komt het dat vrouwen beter varen in de landelijke politiek, terwijl ze lokaal of provinciaal nog op achterstand blijven? Wat is het effect van directe verkiezingen op diversiteit? Interessante vragen…. Wie weet wat nadere studies ons nog brengen.

Vrouwen komen in de knel door strenge regels

Vrouwen die op de vlucht zijn voor hun partner, kunnen steeds minder vaak terecht in geheime opvanghuizen. Gemeenten eisen namelijk dat de opvanghuizen alleen vrouwen uit de eigen regio opnemen. Ze moeten vrouwen uit andere gebieden weigeren. Dit is gevaarlijk, want de vrouw heeft in haar eigen woonplaats een veel grotere kans haar ex alsnog tegen te komen. Ze zou beter af zijn in een opvanghuis aan de andere kant van het land. Steeds meer gemeenten weigeren echter hier aan mee te werken.

De kwestie kwam op 29 maart aan de orde tijdens het vragenuurtje van de tweede kamer. Uit het verslag hiervan blijkt dat mevrouw Arib van de PvdA de problemen in de vrouwenopvang aan de orde stelde. Zij benadrukt dat de eisen van de gemeenten in strijd zijn met de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Die wet regelt dat de vrouwenopvang een landelijke functie heeft. Iedere vrouw die in gevaar verkeert, moet toegang hebben tot de opvang, waar ze ook woont en waar het opvanghuis staat.

Minister Opstelten probeerde zich in eerste instantie onder de vragen van Arib uit te worstelen. Volgens het verslag antwoordde hij:

Bij ons zijn die signalen nog niet in alle scherpte binnengekomen, maar ik neem ze buitengewoon serieus, alleen al omdat mevrouw Arib dat zei. Ik heb natuurlijk ook de kranten gelezen. Het gaat erom dat men met de landelijk gefinancierde vrouwenopvang en hulpverlening vrouwen moet opvangen in een plaats, een centrumgemeente of een regio. Als men daar eigen financiering aan toevoegt, mag men eigen voorwaarden stellen. Wij hebben die signalen als zodanig nog niet hard gekregen, maar als iemand niet wordt geplaatst, is er het landelijk meldpunt open plekken, dat crisisplekken regisseert.

Na aandringen van Arib beloofde Opstelten dat hij de problemen zal bespreken met de staatssecretaris van VWS en met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Vrouwen geven het stokje aan elkaar over

Wat een bijzonder gezicht, gisteren. Femke Halsema die aftreedt als partijleider, en haar opvolgster aan Nederland presenteert. De ene vrouw die het stokje overgeeft aan de andere vrouw. Het is een zeldzaamheid in de door blanke mannen gedomineerde politiek.

Jolande Sap, het nieuwe gezicht van GroenLinks.

Niet alleen hebben we een regering die voornamelijk uit die monocultuur put, maar ook binnen politieke partijen draait het vaak om de mannen. De Volkskrant wees er in een artikel van 18 oktober op: ook als je als vrouw zeer hoog op de kieslijst staat, wil dat nog niet zeggen dat je binnen je partij door kunt groeien naar invloedrijke posities. De titel van het stuk zei eigenlijk alles al: de vrouw op nummer twee is er voor de sier en de stemmen. Waarna  er allemaal voorbeelden volgden van vrouwen die door hun partij op nummer twee waren gezet, en vervolgens vrolijk gepasseerd werden door mannen op lagere plaatsen in de kieslijst zodra het ging om het verdelen van baantjes als fractievoorzitter of minister.

Niet bij GroenLinks. Daar stonden op de kieslijst in de top tien zes vrouwen. Daar hebben mensen oog voor talent en leiderschap, en kreeg Jolande Sap de kans door te groeien. Dankzij haar komst als nieuwe leider van GroenLinks blijft het aantal vrouwelijke partijleiders in de tweede kamer op twee staan. Dat is misschien wel een opluchting voor Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren, die anders in haar uppie de helft van de bevolking had moeten vertegenwoordigen.

Sap heeft goede kaarten: van huis uit econome, gekozen tot politiek talent van het jaar, en ze weet hoe het er in het leven aan toe kan gaan, getuige een lang interview met haar van De Volkskrant. Zie ook een veel recenter portret van haar in dagblad Trouw. De Zesde Clan wenst haar veel succes.

Anti abortus beweging ziet kansen schoon

Een hulpbisschop stuurde kamerleden een brief om te pleiten voor een stop op abortussen, en deed er een foetuspopje bij om zijn boodschap kracht bij te zetten. De timing is niet toevallig: de anti abortusbeweging heeft bij een rechtse conservatieve regering veel meer te halen dan bij een centrum of links kabinet. De beweging gebruikt daarbij tactieken die in de Verenigde Staten gemeengoed zijn.

De Verenigde Staten en in mindere mate Canada hebben zo’n radicale ‘pro life’ beweging, dat politici  niet meer over abortus durven te praten. Zo waren er onlangs verkiezingen in Canada, maar de Globe and Mail meldde dat alle kandidaten het onderwerp vermeden als de pest. Want voordat je het weet staan er gillende mensen in je voortuin met bebloede foetussen te zwaaien en je met de dood te bedreigen.

Cultureel antropologe Marijke Naezer heeft de tactieken van de gedwongen zwangerschapsbeweging onder de loep genomen, en constateert dat de activisten vooral op de emotie inspelen en de foetus centraal stellen. Zelfs als het nog maar een klein klompje cellen is doen de activisten alsof het gaat om een mens met alles erop en eraan. Daarna kennen ze er waarden aan toe: dit nieuwe leven is lief, onschuldig, heeft al allerlei dromen en verlangens, zoals geboren worden en daarna een groot sportman te worden of zoiets eervols.

En dan komt er opeens een boze buitenwereld om de hoek kijken. Op dit punt aanbelandt gaan de meeste anti abortus activisten voluit. Vergelijkingen met Hitler, de abortus arts als psychopatische moordenaar, alles is geoorloofd en hoe meer emotioneel beladen de gebruikte termen zijn, hoe beter het is. De medische wetenschap staat de boodschap alleen maar in de weg, dus daar zwijgen de gedwongen zwangerschapsmensen meestal over. Dramatiek, bloederige foto’s en dreigementen krijgen alle ruimte. Zelfs schoolkinderen worden aan dit proces onderworpen, meldde de Guardian.

Zelfs als mensen of schoolkinderen snappen dat ze gemanipuleerd worden, weten anti abortus activisten mensen te raken met zo’n bombardement op de emoties. En geconfronteerd met zoveel verbaal geweld vallen de meeste mensen stil. Maar het ergste van dit alles vindt Naezer nog de manier waarop zulke activisten met vrouwen omgaan:

Het meest schrijnende kenmerk van de strategieën van de anti-abortusbeweging is wel het
gebrek aan erkenning van vrouwen als volwaardige individuen. Om dit gebrek aan erkenning
 te benadrukken presenteert de website theonion.com in een satirisch artikel de zogenaamde
UR-86, een ‘anti-abortuspil’. Deze pil zou het leven van de zwangere vrouw beëindigen,
terwijl de foetus in leven blijft. Zelfs aan een eventuele (mannelijke) partner van de vrouw is
gedacht: om zijn levensstijl, de verzorging van zijn was en zijn favoriete maaltijden veilig te
stellen, bestaat er een ‘verplichte bedenktijd’ van vijf dagen voor het kopen van de pil.

Mocht je geconfronteerd worden met zo’n type: ze vinden dat ze groot gelijk hebben en staan alleen op ‘zenden’. Het heeft geen zin om met ze in discussie te gaan want ze luisteren toch niet. Laat ze vrolijk uitrazen, ga nergens op in, en zeg alleen: Vertrouw vrouwen. Want vrouwen zijn verantwoordelijke, weldenkende mensen, die, als ze ongewenst zwanger zijn, hun uiterste best doen om een goede afweging te maken. En ze verdienen het respect en de ruimte om dat in alle rust te kunnen doen.