Tag Archives: topvrouwen

Reorganisaties versterken overwicht mannen

Fusies en verschuivingen binnen Vlaamse politieke departementen blijken funest voor de toch al broze beweging om meer vrouwen in de top te krijgen. Na veranderingen verdwijnen de topvrouwen, en komen er mannen voor hen in de plaats. Dat constateert diversiteitsambtenaar Alona Lyubayeva in een inmiddels veelbesproken opiniestuk. Ze roept op tot meer aandacht voor diversiteit en het bijsturen van deze uittocht van vrouwelijke topambtenaren.

gender_discrimination_resized

Seksisme, het is een hardnekkig verschijnsel. Je denkt veranderingen te bewerkstelligen, maar als je even niet oplet draaien we de klok weer terug. Lyubayeva dacht zelf ook dat vrouwen er goed voor stonden. Waar hebben we het feminisme nog voor nodig:

Ik ben één van die vrouwen die jarenlang heeft beweerd dat er geen probleem meer is. […] Er zijn meer hoogopgeleide vrouwen dan ooit voorheen. Ook een vrouw kan probleemloos – zo dacht ik twee jaar geleden nog – de top van de Vlaamse administratie bereiken als ze er naar streeft. Nee, twee jaar geleden kon je mij niet betrappen op enige feministische strijdlustigheid. De strijd is al gestreden, vond ik. We zijn toch gelijk? Toch?

Nee dus. Nu departementen fuseren en verdwijnen, en de groep topmensen inkrimpt, blijkt dat mannen procentueel gezien geen schade lijden, terwijl het percentage topvrouwen drastisch daalt. ”Vrouwelijke leidinggevenden worden vervangen door mannen, mannen niet door vrouwen”, constateert Lyubayeva. Dat staat haaks op het personeelsbeleid van de Vlaamse departementen. Bij gelijke geschiktheid zou de kandidaat van een ondervertegenwoordigde groep voorrang moeten krijgen. Alleen gebeurt dat niet tijdens een stoelendans in tijden van reorganisatie.

Dit fenomeen kennen feministen. Een ander blank mannenbolwerk, Wall Street, maakte een paar jaar geleden een harde saneringsgolf door. Daar gebeurde precies het zelfde. Buitenproportioneel veel (top)vrouwen ‘vloeiden af’. Dit bleef niet onopgemerkt. Het leidde tot koppen als ‘alleen mannen overleven’. De onevenredige ontslaggolf onder vrouwen leidde inmiddels tot diverse rechtszaken, onder andere bij Citigroup.

Tot rechtszaken is het in België nog niet gekomen. Lyubayeva houdt het op een pleidooi voor meer alertheid op de onderliggende mechanismen van seksisme. Je kunt formeel je personeelsbeleid op orde hebben en mooie woorden spreken, maar als de onderliggende cultuur niet verandert, heb je nooit gelijke geschiktheid – onbewust vinden we mannen beter. En die neem je vervolgens aan, denkend dat je volstrekt eerlijk gehandeld hebt. Nee dus:

dan is dat net onze valkuil: dat we het sluipende probleem niet meer bekijken, verblind door enkele successen. Dat we niet zien hoe ongelijkheid zich post na post weer naar binnen werkt. Dat we feminisme passé of irrelevant vinden.

Of de wake up call van Lyubayeva helpt, is op dit moment niet bekend. Ze signaleert in ieder geval dat departementen bij de acht eerstvolgende aanstellingen een vrouw moeten kiezen, willen ze het percentage topmannen op maximaal zeventig procent houden. Wil je terug naar zestig procent topmannen, dan moeten de sollicitatiecommissies nog wat langer doorgaan met louter vrouwen aannemen. Of dat zal gebeuren????

Onderzoek Brekelmans legt vinger op zere plek

De media staan er bol van: kijk, vrouwenquotum mislukt  – iets wat ik al aankondigde in 2011 – en vrouwen willen zelf ook geen quotum om ervoor te zorgen dat besturen van beursgenoteerde bedrijven voor 30 procent uit vrouwen bestaan. Onder andere de Tros Nieuwsshow nodigde onderzoekster Roos Brekelmans deze zaterdag uit om te vragen hoe dat zit. Waarna Brekelmans de vinger op de zere plek legde: vrouwen proberen te overleven in mannenbastions, en als je niks doet behalve een quotum invoeren, kan dat problemen veroorzaken. Ook bij vrouwen onderling.

De presentatoren van de Tros Nieuwsshow begonnen meteen grapjes te maken: ‘oh, dus het ligt aan de mannen’ dat vrouwen geen vrouwenquotum zouden willen. Inderdaad, zei Brekelmans met een over de luidsprekers hoorbare glimlach. Bedrijven zijn vaak door mannen opgezet en opereren met de man als norm, gaf ze aan. Als vrouwen zo’n bedrijf betreden, komen ze terecht in een wereld met een managementstijl en cultuur die niet bij hen passen. In plaats van een glazen lift, zoals voor de mannen, stuiten ze op plakkende vloeren en glazen plafonds. (Als ze al binnenkomen.  En niet zwanger raken op een ongelukkig moment.)

Hoe hoger in de hiërarchie je als vrouw komt, hoe groter de druk. Je moet onder andere spitsroeden lopen. Te vrouwelijk gedrag en je bent ongeschikt, te mannelijk gedrag en je bent een bitch. Als een topvrouw in dat klimaat vrouwen een kans wil geven, vinden mensen je bovendien incompetent – je krijgt sociaal straf. Voor mannelijke bazen geldt dat niet. Die zijn top!

In dat vijandige klimaat kan promotie op basis van een quotum voor vrouwen aanvoelen als een devaluatie van hun positie, schreef Brekelmans in een opiniestuk in de Volkskrant. (Een positie die toch al wankel is – ze zijn immers de vreemde eend in de bijt.) Op Radio 1 lichtte Brekelmans dat verder toe: vrouwelijke leiders willen geloven in een eerlijke wereld. Als zij zelf alle obstakels kunnen overwinnen, zouden andere vrouwen dat ook kunnen doen.

Als je de mannencultuur in organisaties intact laat, en daar alleen een vrouwenquotum bovenop gooit, vreest Brekelmans dat een vrouwenquotum negatieve effecten kan hebben. Het zou bijvoorbeeld de spanningen tussen vrouwen onderling kunnen vergroten. De zittende vrouwen zien zoals gezegd hun positie aangetast, en nieuwkomers lijden onder seksistische aannames dat ze daar alleen zitten vanwege een quotum. Bonuspunten als degene die een vrouw dat verwijt maakt, een man is die zelf alleen op zijn plek zit vanwege het mannenquotum waar niemand over wil praten.

Laten we vooral doorgaan met alle maatregelen die mannenquota doorbreken en vrouwen een eerlijkere kans geven. Want op de radio wezen Brekelmans en de beide Trospresentatoren er gelukkig op dat er echt iets moet gebeuren. Anders blijf je kampen met bedrijven vol mannen op plekken waar een uitstekende vrouw had moeten zitten. In een rechtvaardige wereld zouden vrouwen allang zitten op de plek die ze verdienen. Maar helaas, we leven niet in een rechtvaardige wereld. Tijd om dat in te zien en passend te handelen. Ook al voelt dat raar aan.

Queen bee syndrome is een leugen

Queen bees, topvrouwen die hun eigen unieke positie verdedigen en andere vrouwen buiten de deur houden, zijn een favoriet cliché in managementboeken. Auteurs baseren zich daarbij op een studie uit 1973waaruit zou blijken dat topvrouwen kritischer zijn op seksegenoten. De verhalen over deze zogenaamde koninginnebij zijn echter leugens. Sterker nog: de mythe over zulke topvrouwen levert een mooi voorbeeld op van projectie. Want het zijn juist de topmannen die vrouwen buiten de deur houden.

De Columbia Business School (CBS) analyseerde teams van topmanagers in 1.500 bedrijven over een periode van twintig jaar. Ze merkten dat veel besturen een ongeschreven quotum hanteren en hooguit 1 vrouw in hun gelederen op willen nemen. Daardoor blijven topbesturen exclusieve mannenclubs. De weinige vrouwen die zulke informele quota overwinnen, doen daar niet aan mee. Zij zijn juist geneigd meer vrouwen een kans te geven.

De uitslag van de studie van de CBS biedt een mooi staaltje projectie. Immers, het zijn de topmannen die vrouwen buiten de deur houden, concluderen de wetenschappers. Zij willen de macht niet delen met vrouwen. Als topmannen dit feit zouden erkennen, geeft hen dat echter een slecht gevoel. Zij gedragen zich immers als discriminerende seksisten. Bovendien benadelen ze hun onderneming: bedrijven met vrouwen in de top presteren beter. (Vrouwen, meervoud: ideaal is drie of meer.)

In plaats van verantwoordelijkheid te nemen voor hun gedrag, te weten systematische achterstelling van vrouwen en dom beleid, schuiven mannen de hete aardappel af op de gemarginaliseerde Ander. Opeens houden vrouwen andere vrouwen buiten de deur. Probleem opgelost! Mannen kunnen opgelucht adem halen en zich goed voelen over zichzelf. Bonus: vrouwen worden ondermijnd – het is hun eigen schuld, het zijn nou eenmaal jaloerse krengen, enzovoorts.

In werkelijkheid passen de conclusies van de CBS bij eerdere onderzoeken. Een studie uit 2012 wees uit dat werkneemsters baat hebben bij een vrouwelijke mentor. 73 procent van de vrouwelijke mentors richtte zich specifiek op het ontwikkelen van vrouwelijk potentieel. Bij mannelijke mentoren nam slechts 30% vrouwelijk talent serieus. Ook buiten het commerciële bedrijfsleven blijken vrouwen andere vrouwen kansen te gunnen. Zo geven regisseuses vrouwen zowel voor als achter de filmcamera’s ruim 20% meer werk.

Het wordt hoog tijd dat we het idee van de queen bee loslaten. Het is een mythe, een leugen, een projectie van mannen die vrouwen minachten, en dit soort verhalen besmeuren het blazoen van vrouwen onterecht. Waar vrouwen de positie hebben om invloed uit te oefenen op wat er gebeurt, staan ze wel degelijk klaar voor hun seksegenoten. Hoera!

PS: een kleine herinnering. Mensen die nu met persoonlijke anekdotes en individuele voorbeelden aan komen zetten om duidelijk te maken dat vrouwendiscriminatie wel meevalt, en kijk, die ene bazin, wat was dat een bitch enz enz: er zijn altijd uitzonderingen die de regel bevestigen. Ik zet het er maar even expliciet bij voordat het in commentaren weer wemelt van de Not My Nigel toestanden en ‘feministen zoeken iets om boos over te worden‘ en al dat andere standaard geneuzel van mensen die feminism 101 niet hebben gelezen. Als je commentaar niet openbaar op dit weblog verschijnt, weet je weer waarom.

Lean In minder erg dan gedacht

Facebook topvrouw Sheryl Sandberg kreeg er ongenadig van langs toen het nieuws uitlekte van Lean In, een boek over hoe vrouwen vooruit kunnen komen in het werk, met bijbehorende website vol tips en voorbeelden. Ze zou teveel privileges hebben om te weten waar ze over sprak, een bitch zijn, niet weten wat vrouwen tegenkomen op de werkvloer, enzovoorts. Nu het boek in de schappen ligt en mensen haar verhaal eindelijk lézen, blijkt het mee te vallen. Sandberg verandert de wereld niet, maar ze heeft wel degelijk nuttige adviezen. Misschien waren al die aanvallen een tikkeltje oneerlijk…?

Katha Pollit van The Nation vergelijkt Sandberg met iemand die net het feminisme heeft ontdekt, en haar enthousiasme deelt met vrienden:

She cites study after study showing that the deck is stacked against women: discrimination is real, the old boy network is real, the difficulties of raising children while working full time are real. She constantly talks about the need for men to be equal partners at home and to support women at work. Yes, Sandberg emphasizes individual initiative: Given the pervasiveness of sexism, how can women help themselves? Her critics don’t want to hear from psychology, and yet it’s true enough that women put themselves down in order to be liked, don’t speak up in public, wait to be asked. Much of what she says struck me as applicable to many women I know, including myself.

Wired wijst erop dat Sandberg de voorbarige hoon zelf al voorspelde:

Most of the attacks centered on Sandberg’s persona rather than the content of the book, and some alleged that the Lean In was more about building up the “Sheryl Sandberg” brand than starting a genuine a conversation about women at work. What was so, so disappointing, as Anna Holmes notes at The New Yorker, is that several of the writers lashing out at Sandberg hadn’t even read the book. To her credit, Sandberg predicted the backlash in the very beginning of Lean In. “I have heard these criticisms in the past and I know that I will hear them — and others — in the future,” she writes. “My hope is that my message will be judged on its merits.”

Sterker nog, omdat ze de hoon voorspelde, doet ze erg haar best op haar persoon gerichte kritiek voor te zijn. Ze is geen wetenschapper, ze kan niet voor iedere vrouw spreken, ze heeft hier en daar inderdaad geluk gehad. The Globe and Mail werd zelfs een beetje moe van al die excuses, maar ziet hierin terug dat vrouwen het inderdaad nooit goed kunnen doen:

She falls into the very trap she cautions her readers to watch out for: worrying too much about being popular, to the detriment of their ambitions. I don’t care if I like Sandberg, I want to read what she has to say. I don’t want her to waste words feeling awkward for being talented and lucky. Why do we expect successful women to speak for every woman? That’s impossible. […] The reaction to her book proves her thesis – women are stuck either way. If Steve Jobs (the last guy to have worried about his likeability factor) had offered to guide a mentorship program, the crowds would have lined up.

Dit mechanisme valt op. Zelfs een massamedium als CNN besteedt inmiddels aandacht aan de dubbele moraal. Een machtige man, prima, maar een vrouw? Dat zijn enge uitzonderingen. Als ze opvallen (wat ze doen, want het is nog steeds niet normaal een vrouw op een hoge post tegen te komen) krijgen ze vooral negatieve reacties – ze zijn onbetrouwbaar. Het klopt niet, een machtige vrouw. Geen kunst om vanuit dat soort vooroordelen alles af te kraken wat iemand als Sandberg eventueel zou willen zeggen.

Terwijl CNN dit probleem uitdiept, zet zakenblad Forbes in een grote kop ronduit dat Sandberg gelijk heeft. Je mag vrouwen best aanmoedigen om zich minder als bescheiden muurbloempjes te gedragen, en meer ruimte in te nemen. Niks mis mee, want Sandberg plaatst die oproep in de context van systematische achterstelling. Ze besteedt expliciet aandacht aan seksisme en machtsongelijkheden, en wil gegeven die situatie vrouwen aanmoedigen er het maximale uit te halen.

Het verhaal van Sandberg en andere buitenlandse deskundigen is heel anders van toon en aard dan de zure Nederlandse opgeheven vingertjes. Wat bij ons vaak gebeurt is dat vrouwen losgekoppeld worden van hun omgeving,  de samenleving. Vervolgens ontstaat ongegrip en volgen er berispingen omdat ‘ze’ het er bij laten zitten – vrouwen zouden niet ambitieus zijn, niet willen, liever thuis voor kinderen willen zorgen. Goh, hoe zou dat komen… Zulke veroordelingen zijn veel lastiger als je vrouwen wél plaatst in een context van een vijandige omgeving en een dubbele moraal. Je moet eerlijk zijn over de obstakels die je tegenkomt, puur omdat je de verkeerde sekse hebt.

Deze discussie blijft van levensbelang. Nederland bungelt niet voor niets onderaan als het gaat om vrouwen op machtige posities. Als het gaat om topvrouwen in het bedrijfsleven kunnen we alleen Saudi Arabië en Japan achter ons laten, bleek onlangs. Ook in de wetenschap toont Nederland zich behoorlijk ouderwets. Binnen die feodale situatie moeten vrouwen er het beste van maken. Daar mag je ze best bij aanmoedigen en inspireren. Maar de rest moet wél mee willen veranderen. Want de enkeling kan niet de hele groep veranderen. Erken je dat niet, dan bouw je het falen al in…

P&O goeroes geven Sap trap na

Jolande Sap, de afgetreden partijleider van GroenLinks, krijgt in de Volkskrant een trap na van twee P&O goeroes. In een stuk over vrouwen in topfuncties zeggen ze dat vrouwen best moedig zijn, en zeker wel kwaliteiten hebben, maar daarmee redden ze het niet. Zie het voorbeeld van Sap. Die was ‘emotioneel en te weinig opportunistisch’ om partijleider te kunnen blijven. Een man had het wel gered.

Voormalig headhunter Rochus van der Meer en P&O directeur Ans Knape -Vosmer geven blijk van een nogal apart wereldbeeld. Volgens hen staat niks, helemaal niks, vrouwen in de weg om de top te bereiken. Alleen al hieruit blijkt dat ze hun eigen vakliteratuur of ervaringen van collega’s  negeren.

Daarnaast gaat het duo uit van een onveranderlijke aard van dé man en dé vrouw, en een bedrijfscultuur die is zoals die is. Het enige mogelijke economische model is het model zoals Van der Meer en Knape-Vosmer dat kennen. Met mensen die pas vooruit komen als ze 80 uur per week betaald werk verrichten, bij de gratie van een huisvrouw thuis. Dat dit model gebaseerd is op normen en waarden die werkende vrouwen structureel in het nadeel brengen, vergeet het duo voor het gemak even.

Vanuit al die zogenaamd vaststaande feiten, en genderongelijkheid negerend, moet het daarom volgens deze P&O goeroes wel aan vrouwen liggen dat ze de top meestal niet halen. Geen Stijl vat de vele oordelen die ze vellen mooi samen:

De vrouw “hecht aan haar ‘comfortzone’“. De vrouw “heeft te veel interesses“. Vrouwen “ambiëren geen leiderschap op een macroschaal“. Vrouwen “zijn emotioneel en te weinig opportunistisch“. De vrouw “zal bereid moeten zijn af te wijken van haar emotionele voorkeur“. En natuurlijk “beperkt de prioriteitenbalans van vrouwen hun inzet“. Concluderend: “De marsroute [naar de top] wordt bepaald door de prioriteitstelling van de vrouw zelf. Zij zal concessies moeten doen op terreinen die haar na aan het hart liggen.” Volgens R&A maakt het dus niet uit hoeveel positieve vrouwendiscriminatie je verzint, vrouwenquota opwerpt en succesvolle mannen + grote bedrijven de schuld geeft. Deze emotionele, breed geïnteresseerde, beperkt inzetbare en ambitieloze wezens met nesteldrang zijn hun eigen grootste tegenstander op weg naar de top.

Ja, het is echt 2012, en dit zijn letterlijke citaten.

Vanuit dit wereldbeeld is het voor hen vanzelfsprekend dat de situatie rond Sap bepaald werd door haar vrouw zijn. Als er een man had gezeten, zou die volgens Van der Meer en Knape-Vosmer nog steeds partijleider van GroenLinks zijn. Omdat een man op deze positie ‘rationeler en minder moedig’ was geweest. Toe maar! Vrouw emotioneel, man rationeel. Hoe seksistisch wil je het hebben?

De enige onderbouwing voor dit alles is dit: ‘onze gezamenlijke werkervaring in het personeelsmanagement en in de werving en selectie’. Dat klinkt leuk. Ze hebben gezien wat ze hebben gezien. Dat zal best, maar het probleem is dat individuele mensen een gekleurd wereldbeeld hebben. Het vergt kritisch, verantwoord uitgevoerd onderzoek om vooroordelen, blinde vlekken en automatische aannames uit te sluiten en het effect van onbewuste discriminatie aan het licht te brengen.

Doe je dat, dan blijkt dat mensen niet door hun biologische aard bepaald worden. Zie onder andere hierhier en hier. Machtsverhoudingen, culturele normen en waarden, historisch gegroeide ongelijkheden en verwachtingen spelen een minstens zo grote rol in het ontstaan van zichtbaar gedrag, wie wel gezien wordt als kandidaat voor de top en leverancier van kwaliteit, en wie niet. Zie onder andere hierhier en hier.

Als het gaat om betaalde arbeid en de doorstroom van vrouwen naar topfuncties, zijn het juist P&O functionarissen en headhunters die een grote rol spelen bij het in stand houden van een ongelijk speelveld op de werkvloer. Zulke functionarissen maken deel uit van een cultuur die, om maar eens wat te noemen, vrouwen structureel een lager loon geeft dan mannen voor hetzelfde werk.

Erger nog, hoe harder mensen roepen dat ze alleen letten op kwaliteit, niet op gender, hoe groter de kans dat ze zich in hun werving en selectie laten leiden door vooroordelen. Zie onder andere hier, hier en hier. Oh, en deze, ook een leuk voorbeeld van het zogenaamde gelijke speelveld voor mannen en vrouwen.

Het is heel kwalijk dat Van der Weg en Ans Knape-Vosmer hun seksistische praat presenteren als neutrale feiten. De werkelijkheid, zoals zichtbaar in aantoonbare patronen en getallen, laat echt iets anders zien dan hun subjectieve beleving doet vermoeden. Als ze hun eigen tekst nog eens goed lezen, gaan ze dat misschien zelf ook inzien.  

Automatische herbenoemingen houden vrouwen tegen

Tsja, dat was te verwachten. EU commissaris Reding begint over een vrouwenquotum in de top van grote beursgenoteerde ondernemingen, en prompt komen invloedrijke netwerken in verzet. Ook Nederland liet de EU weten niet gediend te zijn van een quotum. Ondertussen blijkt uit onderzoek dat een quotum voor geen enkele organisatie problematisch ligt. Het enige wat beursgenoteerde bedrijven moeten doen, is automatische herbenoemingen stop zetten.

EU Commissaris Reding stelde een vrouwenquotum voor.

Prof.dr. Mijntje Lückerath-Rovers, universitair hoofddocent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en hoogleraar Corporate Governance aan Nyenrode Business Universiteit, zocht het uit en kwam vorig jaar al tot de conclusie dat 98 procent van de bedrijven aan de voorgestelde EU-norm kan voldoen. Als deze ondernemingen de bijna volautomatische herbenoemingen na elke periode van vier jaar afschaffen, kan het aantal vrouwen in de Raad van Commissarissen voor 2016 op peil zijn.

Klinkt als een fluitje van een cent, maar het betekent wel dat zittende mannen het veld moeten ruimen voor iemand anders, hoogst waarschijnlijk een vrouw. Dat is balen voor hen. Zij hadden die automatische herbenoeming verwacht. Logisch dat mannen, meer dan vrouwen, de hakken in het zand zetten zodra vraagstukken van gender-gelijkheid op tafel komen:

Although the opponents of gender equality efforts include women, too, the majority of its most vocal opponents seem to be men. The opposition of men to gender equality efforts has been studied for instance by Ingrid Pincus (1997) in Sweden, and ways of overcoming this resistance have been sought in the literature on practical methods relating to men and gender equality (see footnote 1 in section 4).

Die weerstand lijkt opnieuw succesvol te zijn. Deskundigen verwachten dat Reding’s voorstel het niet gaat halen en dat ze opnieuw naar de tekentafel moet om te kijken hoe vrouwelijk talent behouden kan blijven voor het bedrijfsleven. Toch heeft de discussie over vrouwen in de top een positief effect. Opeens beginnen mannen te pleiten voor maatregelen om vrouwen op andere manieren dan met een quotum door te laten stromen.

Dat is geweldig. De Zesde Clan zou nu graag zien dat deze heren daad bij het woord voegen. We verwachten dat beursgenoteerde ondernemingen massaal het convenant Talent naar de Top ondertekenen en goed, sluitend, solide beleid maken om oude structuren op te schudden en de organisatie te veranderen. We verwachten dat als hooggeplaatste vrouwen zelf, als ervaringsdeskundigen, maatregelen voorstellen, bedrijven luisteren en handelen, in plaats van het rapport in een la weg te stoppen zoals nu gebeurde, en dan negatief in het nieuws te komen omdat vrouwen je bedrijf ontvluchten (en dan voor een hoger salaris bij je concurrent aan de slag gaan).

Kortom, we verwachten geen loze oproep, waarna er weer een oorverdovende stilte volgt. Al die directeuren die tegen een quotum zijn, zijn het aan hun stand verplicht de daad bij het woord te voegen en te komen met concrete voorstellen en maatregelen in de praktijk. Want echt, lieve mensen, bedrijven waar diversiteit zichtbaar is, waar werknemers bestaan uit mannen en vrouwen, mensen met een kleurtje, mensen met verschillende achtergronden, doen het beter. Alleen al om die economische reden zou een fatsoenlijk bedrijf de monocultuur aan de top moeten willen doorbreken. Niet morgen, maar nu.

Man veegt vrouwenquotum van tafel op basis van…. ja, wat eigenlijk?

Errol Keyner werkt als adjunct-directeur en krijgt via Z24, met links via dagbladen zoals Volkskrant en Trouw, een podium om zijn afkeer van een vrouwenquotum te ventileren. Op persoonlijke titel, haast hij zich erbij te vertellen. Keyner voelt zich geprikkeld omdat Eurocommissaris Reding nu echt ernst wil maken met het invoeren van een quotum voor vrouwen aan de top. Dat kan en mag niet, vindt Keyner. De Zesde Clan besteedt graag aandacht aan zijn redenaties, want hij geeft een goed inkijkje in de mentaliteit die vrouwen op hun plek houdt.

Vrouwenquota hebben bewezen effect. Nog een reden voor Keyner om erg bang te worden….

Wat roept Keyner over vrouwenquota? Welnu, achtereenvolgens dit:

  • Quota discrimineren capabele mannen ten faveure van minder competente vrouwen
  • Er zijn veel meer mannen dan vrouwen die de ambitie, ervaring, kennis en talenten hebben om de rol van commissaris zinvol te vervullen
  • discriminatie speelt wel een rol, maar een ondergeschikte
  • Het lijkt dan een kwestie van geduld alvorens de goed opgeleide meisjes geboren rond 1960 rijp zijn voor een commissarispositie
  • De top is alleen haalbaar als rücksichtslos alles wordt opzijgezet voor dat ene. […] Op Reding na, begrijpt ieder zinnig mens dat de top vrijwel onhaalbaar is wanneer je er een decennium tussenuit piept om je grotendeels op het moederschap te richten.
  • als uiteindelijk de top wordt gehaald, heeft de commissaris geen last van het stigma dat ze die positie aan quota te danken heeft.

Dat zijn nogal wat beweringen. Waarop baseert hij zich? Verder dan dat ‘ieder zinnig mens’ dit alles wel weet, komt hij niet. Onderzoeksresultaten, cijfers, uitkomsten van kwalitatieve analyses, het ontbreekt. Geen idee waar Keyner al deze wijsheden vandaan haalt. Het hoofdargument blijkt ‘ik moet er niks van hebben omdat het slecht is en ik er niks van moet hebben’. Lekkere logica van deze meneer.

Daarnaast vertoont zijn verhaal enorme gaten. Zo spreekt Keyner van keuzes zonder de context mee te nemen. Niemand maakt keuzes in het luchtledige. Culturele normen en waarden, randvoorwaarden zoals belastingstelsel en kinderopvang, de manier waarop de economie is ingericht, het speelt allemaal mee. Door dat allemaal weg te laten is het lekker makkelijk om problemen van tafel te vegen. Als er al een probleem is, is dat haar schuld, had ze maar beter moeten kiezen.

Keyner stapt ook heel gemakkkelijk over discriminatie heen. Hij erkent wel dat er iets structureels scheef zit, maar schuift dat weg als zijnde niet zo belangrijk:

Toegegeven, dat zou betekenen dat een kwart in plaats van de huidige 14 procent van de commissarissen vrouw zou moeten zijn. Discriminatie speelt zonder twijfel een kwalijke rol. Voor de goede orde: een ondergeschikte rol.

Punt. Daar houdt het op. Maakt u zich geen zorgen, dames, niks aan de hand, het valt echt reuze mee met de loonkloof tussen mannen en vrouwen, de discriminatie van vrouwen die het wagen zwanger te worden, de structurele onderwaardering van vrouwen en het vrouwelijke, de manier waarop blanke mannen blanke mannen benoemen en talentvolle vrouwen niet eens zien. Als dat en meer al een rol speelt zal dat echt niet zoveel invloed hebben op uw loopbaan, hoor.

Keyner grossiert ook in beladen taalgebruik. Minder netjes gezegd: stemmingmakerij. Zo moet Eurocommissaris Viviane Reding het ontgelden. Ze ‘heeft het op haar heupen’. Nou, als een vrouw het op haar heupen heeft, dan weten we het wel, he?!? Volgens Keyner lijdt ze ook aan ‘blind doorzettingsvermogen’ en ‘frustraties’. Keyner spreekt daarnaast van het ‘door de strot duwen’ van een quotum, bedrijven ‘het mes op de keel’ zetten. Toe maar. Het is nog net niet de Derde Wereldoorlog en de Totale Ondergang van het Bedrijfsleven.

Het is het oude liedje. We moeten vooral geduld hebben, heel veel geduld, dan komt het vanzelf wel goed. Op miraculeuze wijze. Als die domme vrouwtjes maar slimmere keuzes maken, zelf zorgen voor een echtgenoot die hen steunt, familieleden die de kinderen willen opvangen, niet zo zeuren over dat tikkeltje discriminatie, en zonder veranderingen te eisen zichzelf aanpassen aan de manier waarop je volgens Keyner carrière behoort te maken. Namelijk door alles opzij te zetten en je tweehonderd procent in te zetten voor je werk, je werk en nog eens je werk.

Keyner toont zich daarmee een conservatieve man van de oude stempel. Geen woord over de beweging om de arbeidscultuur kritisch te onderzoeken, te pleiten voor een inrichting van de economie en de maatschappij zodat mensen zorg en betaalde arbeid kunnen combineren zonder zichzelf als arbeidskracht te diskwalificeren. Iets waar feministe Joke Smit al in de jaren zeventig voor streed.

Nee, van Keyner moet alles hetzelfde blijven. Voor hem is het vanzelfsprekend dat een topfunctie alleen is weggelegd voor mensen die de vereiste tachtig urige werkweken kunnen draaien omdat er thuis iemand is die voor al het andere zorgt. Waarbij die persoon aan de top toevallig bijna altijd een man is, en degene die thuis de boel draaiende houdt geheel toevallig bijna altijd een vrouw. Toeval, echt waar.

Ondertussen, in de echte wereld. Noorwegen voerde een vrouwenquotum in en bleef gewoon bestaan. Sterker nog, het gaat economisch goed met het land. Feit.

Cultuur Britse banken houdt vrouwen tegen

De macho cultuur in het Britse bankwezen houdt de doorstroom van vrouwen naar de top tegen. Dat wijst nieuw onderzoek uit. Het Instituut voor Leiderschap en Management (ILM) ziet niet zozeer een glazen plafond, als wel een vastgeroeste houding bij het hoger management, waardoor vrouwen in iedere fase van hun loopbaan aan de kant gezet worden en wegvloeien.

Aanvullend onderzoek van een recruteringsfirma wees uit dat er geen licht aan het einde van de tunnel zit. Het aantal vrouwen aan de top is redelijk stabiel gebleven, maar in de lagen daaronder is het aantal vrouwelijke professionals afgenomen met 2,2%. Na stagnatie zal daardoor achteruitgang volgen, omdat er minder vrouwen ‘voorradig’ zijn om door te stromen naar de hoogste functies.

Deze berichten komen bovenop eerdere signalen dat de grootste bedrijven in Engeland er niet in slagen vrouwen door te laten stromen naar invloedrijke functies. Met name in macho organisaties zijn vrouwen, naast allerlei andere obstakels, sowieso de klos als ze het wagen zwanger te worden:

I write from a deep sense of frustration. For more than 35 years it has been unlawful discrimination to treat a woman unfavourably because of her pregnancy or maternity leave. For more than 15 years, week after week, I have been advising senior female executives who have lost their jobs because of pregnancy or maternity leave. Often a woman returns from leave to a downgraded job with changed reporting lines, so she is forced out – after many years of commitment to the company. From meteoric rise to meteoric fall; nothing changes.

Uit het deze maand gepubliceerde onderzoek van ILM, onder 800 betrokkenen in het bankwezen, blijkt dat slechts eenderde van de mannelijke collega’s vindt dat vrouwen om deze en andere redenen tegengehouden worden in hun loopbaan. Als het gaat om het herkennen van achterhaalde opvattingen bij het hogere management zien de cijfers er beter uit. Dan ziet de helft van het aantal mannen in dat er iets scheef zit in de cultuur van de banken (bij vrouwen ziet tweederde dit in).

Eén van de verantwoordelijken voor het onderzoek, Charles Elwin, sprak tegenover The Guardian zijn zorgen uit:

“It is in danger of being really quite a dreadful waste if you are losing very, very competent people all the way through the process, several steps before the board,” he said. “It is bad for the organisation, bad for the country and bad for society.” […] Elvin said the government should lead the way by training the managers in government-funded organisations to “manage flexibly” across both genders – focused on “achieving objectives rather than sitting in your seat” – and to make sure employees are hired and retained on the basis of merit. Flexible working should apply to both men and women. “It is completely inappropriate for people to look at a person of child-bearing age in a different way,” he added.

Voor een Hollands tintje bij dit artikel: vrouwen werkzaam bij ING (of liever gezegd voorheen werkzaam bij ING) schreven een rapport over de uitstroom van vrouwen binnen deze financiële organisatie. Ook zij maakten duidelijk hoe werkneemsters, ondanks hun ambitie, vastliepen op een taaie cultuur en uiteindelijk vertrokken. De vrouwen begonnen voor zichzelf, of gingen tegen een hoger salaris aan de slag bij de concurrent. ING verloor dus niet alleen talent, maar kreeg er meer concurrentie bij. De organisatie deed helaas weinig tot niets met de kritiek en de adviezen.

Duitse journalisten eisen quotum

Een grote groep Duitse journalisten is het zat. Er zijn genoeg vrouwelijke journalisten, maar op de banen met status zitten bijna alleen mannen. En het schiet niet op – vrouwen stromen niet door en blijven hangen aan een plakkerige werkvloer. Dus eisen ze een quotum van dertig procent vrouwen op invloedrijke functies. De maatregel moet als breekijzer fungeren om een einde te maken aan de ouwe jongens krentenbrood machocultuur op Duitse redacties.

De journalisten van dagbladen, tijdschriften en internetredacties stuurden een brief naar 250 uitgevers. In hun oproep schrijven ze onder andere dat het niet meer van deze tijd is alleen mannen aan de top te hebben, en dat vrouwen geen probleem zijn, maar de oplossing. Eén van de ondertekenaars:

Sandra Maischberger, a prominent TV presenter, said of the quota: “A few years ago, I was still completely convinced that it was only a matter of time before the glaring absence of women in the executive class in our industry would be rectified. In some areas – for example, at [public broadcaster] ARD, which is now run by a woman – some things have changed. But there is lot still to be done. Sometimes, when a new replacement is being sought for a position you do shake your head thinking, why not bring a capable woman into the team rather than always opting for the typical type of man who promises the moon?”

De vrouwen vatten moed nadat een aantal publicaties aan de slag gingen om meer diversiteit te krijgen. Onder andere het gerespecteerde financiële dagblad Handelsblatt voerde een quotum van dertig procent in. Het linkse blad Taz heeft inmiddels goede ervaringen opgedaan met een quotum. Ines Pohl, één van de leidinggevenden van deze krant:

It’s often precisely in institutions and companies with seemingly level playing fields that men are able to settle in all the key positions: the less hierarchy and formal structure, the more open space for big egos. […] At my newspaper, it took a strike by female employees to force through a quota. That was 25 years ago: today, few of the people in our office would doubt that this solution works out well for everyone. It helps women because it guarantees that their perspective, their expectations and individual problems are given due consideration. And it’s a plus for most of the men, too, that the work culture of our newspaper is now shaped by both sexes: even more introvert men now get a word in.

Zoals Pohl opmerkt werkt haar blad al een kwart eeuw met een quotum. De kwaliteit is er niet door achteruitgegaan, integendeel, en de krant is ook niet failliet gegaan of wat dan ook. Dus doemdenkers die beweren dat een quotum zorgt voor kwaliteitsverlies omdat excuustruzen de baantjes van capabele mannen inpikken, kregen in woord, daad en cijfers ongelijk. Het is eerder andersom: het stilzwijgende mannenquotum van 95 procent zorgt ervoor dat middelmatige mannen de functies inpikken van goede vrouwen.

Cultuur houdt vrouwen tegen

Zouden vrouwen uit Oost-Europa genetisch anders in elkaar zitten dan vrouwen uit West-Europa? Dat lijkt De Zesde Clan sterk. Als vrouwen in landen als Litouwen en Bulgarije bijna de helft van het aantal hoge functies kunnen bekleden, moet dat elders in Europa ook kunnen. De conclusie van een onderzoek naar topvrouwen is dan ook duidelijk: cultuur, en niet natuur, werpt obstakels op.

Met dit ideaalbeeld weet je zeker dat je onderaan bungelt bij ieder onderzoek naar het aantal vrouwen in topfuncties.

In Nederland praten we dan vooral over de deeltijdcultuur. Die is funest voor de doorstroom van vrouwen, signaleert Jurgen van den Brink van adviesbureau Mercer. Voor veel hoge functies geldt nog steeds dat ze niet in drie dagen te behappen zijn. En drie dagen betaald werken is het maximale waar een moeder zich van driekwart van de Nederlanders aan mag bezondigen. De sociale druk om aan die norm te voldoen is hoog.

Ook  landen zonder deeltijdcultuur komen soms niet verder dan een kwart topvrouwen. Mercer:

“De redenen daarvoor zijn cultureel en sociaal, maar soms is het discriminatie. Dit laatste gebeurt vaak onbewust; topmannen vinden het nu eenmaal fijn om mensen aan te nemen die op henzelf lijken. Dat patroon is erg moeilijk te doorbreken zonder helder beleid.”

Dat cultuur en discriminatie een grote rol spelen, blijkt ook uit de ontwikkelingen in Oost-Europese landen zoals Bulgarije  en Litouwen. Lange tijd heerste daar het politieke beleid vrouwen en mannen gelijk te behandelen. De ons kent ons cultuur verminderde en vrouwen konden doordringen tot hoge functies. Bulgarije kent nu 43% topvrouwen en Litouwen zelfs 44%. Rusland zit met 40% ook warmpjes in de topvrouwen.

De laatste jaren stagneert de vooruitgang echter. Niet omdat vrouwen er opeens achter komen dat ze al die jaren onnatuurlijk gedrag vertoonden, oeps, sorry, maar vanwege economische ontwikkelingen:

Vrouwen in de top van het bedrijfsleven in communistische landen werden destijds enorm gestimuleerd. Echter, nu de markt is opengebroken, blijkt het moeilijk daarmee door te gaan en wordt het verschil helaas weer groter. De buitenlandse bedrijven die de Oost-Europese markt betreden, stellen toch weer mannen aan op topposities.

Percentage topvrouwen in Europa. Nederland staat onderaan.

Als je inzoomt op bepaalde landen of gebieden komt de cultuur ook steeds terug als een factor die vrouwen tegenhoudt. Zo ontstond er enige ophef toen België erachter kwam dat het algemene ambtenarenkorps inmiddels voor de helft uit vrouwen bestaat, maar het houdt op zodra functies boven een bepaald niveau uitkomen. Het aantal vrouwelijke topambtenaren bij de federale overheid bleef steken op 14 procent.

Dat lag niet aan een gebrek aan ambitie bij vrouwen, signaleert De Morgen. De universiteit van Leuven constateerde in een onderzoek uit 2007 dat vrouwen toen 49% uitmaakten van de sollicitanten op topfuncties in de ambtenarij. Ze werden echter in veel mindere mate aangenomen dan mannen. De Morgen:

Wat vrouwen écht nodig hebben, zijn organisaties die niet vastgeroest zijn in een bepaalde manier van functioneren en selecteren, vaak in het voordeel van mannen. Een open geest van flexibiliteit en vertrouwen, verantwoordelijkheid geven en opnemen zullen meer talentvolle vrouwen doen doorstromen naar de top.

Rijksoverheid vormt bijna een afspiegeling van de bevolking

Vrouwen maken gemiddeld 47% van de medewerkers van de rijksoverheid uit. Dat blijkt uit het sociaal jaarverslag 2010 van de rijksoverheid. De overheid vormt hiermee bijna een afspiegeling van de Nederlandse bevolking. Voor de top geldt dat nog niet. De hoogste salarisschalen tellen tachtig procent mannen en twintig procent vrouwen. Het enige positieve hier aan is dat de overheid het daarmee een stuk beter doet dan het bedrijfsleven. Daar mag je al erg blij zijn met negen procent topvrouwen.

Problemen zijn er ook, blijkt uit het jaarverslag. Het aandeel vrouwen in het topmanagement stagneert en neemt zelfs heel licht af, van 21,4 naar 21,2%. Ook doet de rijksoverheid sinds de komst van het kabinet Rutte niet meer aan voorkeursbeleid voor vrouwen of allochtonen.

Het jaarverslag meldt dit in een kleine bijzin, maar de kwestie komt ook naar voren in een speciaal voor het jaarverslag gemaakt interview met Marc Sieval, een afdelingshoofd bij Rijkswaterstaat. Op de vraag ‘maar geen positieve discriminatie?’ antwoordt hij geheel volgens het nieuwe beleid:

Nee. Je kunt nog zoveel bedenken, maar uiteindelijk geldt: de juiste kandidaat op de juiste plek. 2 van de 3 personen die we selecteerden voor een vervolggesprek hadden een biculturele achtergrond. Toch is het de autochtone sollicitant geworden. We zochten voor deze functie naar een extravert persoon met een open vizier naar buiten en gevoel voor bestuurlijke verhoudingen. Deze vaardigheden zag ik niet bij de andere 2 kandidaten. Jammer, want hun cv’s waren wel goed.

De juiste kandidaat op de juiste plek. Hmmm, ja, we zagen hoe dat in het geval van de nieuwe regering Rutte uitpakte. Die koerswijziging belooft niet veel goeds voor alles wat niet blank en mannelijk is.

Misschien dat het jaarverslag daarom benadrukt dat de overheid er alles aan doet om vrouwen door te laten stromen. Een intern programma voor de ontwikkeling van topmanagers telt evenveel mannen als vrouwen (14 om 14). En ook bij de trainees, waarvan circa driekwart binnen twee jaar een reguliere baan bij de overheid krijgt, hielden mannen en vrouwen elkaar in evenwicht. Of dat genoeg is? We zullen het zien in het jaarverslag van 2011…

Frankrijk zet vaart achter meer topvrouwen

Frankrijk wil af van de eenzijdige blanke mannelijke samenstelling van de top in het bedrijfsleven. Afgelopen donderdag nam de regering een wet aan die grote bedrijven verplicht binnen drie jaar tijd veertig procent vrouwen in leidinggevende posities te hebben. Het land volgt daarmee het voorbeeld van Noorwegen, waar dit al langer het beleid is. Dat land is sinds de invoering van het quotum niet veranderd in een rokende puinhoop, alle doemverhalen ten spijt. Dus wie weet gaat het in Frankrijk ook wel goed. 

De Franse wetgeving gaat gelden voor bedrijven met meer dan 500 werknemers en een omzet van meer dan vijftig miljoen euro per jaar. Op dit moment zitten er in de top veertig van grote bedrijven maar zeven ondernemingen die aan de eis voldoen. Er valt nog een wereld te winnen als het land vrouwelijk talent beter gaat benutten. Met zeven ondernemingen steekt Frankrijk overigens nog gunstig af ten opzichte van bijvoorbeeld Nederland. Daar is de overheid goed bezig, maar benoemden grote bedrijven volgens Management Team vorig jaar nauwelijks topvrouwen.

De lezing van… Birgit Donker

Aletta, instituut voor vrouwengeschiedenis, vierde eind vorig jaar het 75-jarig jubileum. Onder andere Birgit Donker hield een toespraak om het feestje nog feestelijker te maken. Donker was onder andere hoofdredacteur van NRC Handelsblad en heeft veel ervaring met topvrouwen in en bij de media. De titel die ze haar speech meegaf zegt al genoeg: ‘Vrouwen in de top? Ik wist niet dat je dat kon…”

In haar lezing ging Birgit Donker in op haar ervaringen en opgedane inzichten. Hoe het is om als enige vrouw temidden van de mannen te functioneren, perikelen rondom werving en selectie, en de reacties die je als vrouw in Nederland tegenkomt als je blijk geeft van enige ambitie. Ze gaat ook in op een van de oorzaken van het gebrek aan vrouwen in de top:

Zelf heb ik helaas soms ook moeten vaststellen: ze willen er geen meisjes bij. Mannen benoemen nog altijd gemakkelijker mannen, want die kennen en herkennen ze. Toen ik in een bestuur een derde vrouw wilde benoemen, was de reactie: nee hè, toch niet weer een vrouw. Terwijl die vrouw gewoon de meest geschikte kandidaat was en ze is dus ook benoemd. Het is kennelijk toch bedreigend als vrouwen de overhand hebben. Terwijl niemand ervan opkijkt als er in een bestuur alleen maar mannen zitten – dat is immers de staande praktijk.

Bij alle discussies en debatten rondom quota zeer interessant leesvoer…. Integraal gepubliceerd op TalktoAletta, het blog van het instituut. Veel leesplezier!

SCP onderzoekt uitstroom topvrouwen

Fijn, vrouwen benoemen in hoge posities, maar blijven ze dan ook? Of stromen ze net zo hard weer uit? Het Sociaal Cultureel Planbureau onderzocht dit en werkt nu hard aan een rapport. Mocht blijken dat organisaties topvrouwen niet weten te behouden, dan wil het SCP vervolgonderzoek doen naar de reden van de uitstroom. De Zesde Clan houdt het voor je in de gaten.

Erkenning opent de deur voor vrouwen

Erken vrouwen als werknemer en professional. Erken hun inzet, en de kwaliteiten die als ‘vrouwelijk’ worden gezien. En heb oog voor de combinatie van werk en privé. Dat zijn de belangrijkste voorwaarden die onderzoekster Riëlle Nij Bijvank van de Universiteit Utrecht ziet om vrouwen door te laten stromen in bedrijven. Zij deed onderzoek naar de situatie bij de technische onderneming DHV, omdat deze firma meer diversiteit in de top wil.

DHV gaat serieus aan de slag om ervoor te zorgen dat vrouwen ook door kunnen stromen in het bedrijf.

DHV kwam er volgens dagblad Trouw achter dat 26 procent van de werknemers vrouw is, maar dat slechts 8 procent door stroomde naar de top. Wat hield al die andere vrouwen dan tegen? DHV liet het onderzoeken door de Universiteit Utrecht, en de uitkomsten waren duidelijk. Een zeer masculiene bedrijfscultuur zorgde ervoor dat de selectie voor promoties gebaseerd was op ‘mannelijke’ eigenschappen. En vrouwen konden zich wel enigszins aanpassen, maar ze konden hun sekse niet verhullen. Ze zijn geen man. En dus vielen ze vaak buiten de boot.

Volgens Nij Bijvank zorgen masculiene normen ervoor dat alles wat gezien wordt als vrouwelijk, de neiging heeft om uit beeld te verdwijnen. Om dat automatisme tegen te gaan, zouden bedrijven gericht aandacht en erkenning moeten geven aan dat wat ‘vrouwelijk’ heet. Zodat empathisch vermogen niet als zwakte wordt gezien, maar als een kwaliteit waar je hechtere teams mee kweekt. DHW wil in ieder geval in 2013 bereiken dat eenvijfde van de top vrouw is. Het bedrijf nam om te beginnen een vrouw aan als financieel directeur. Om te laten zien dat het DHV ernst is.

Hoe belangrijk het werkklimaat in een bedrijf is, blijkt keer op keer. Zo opende het blad Accountant in maart dit jaar een artikel over de positie van vrouwen in de accountancy met de kop ‘Cultuur, cultuur, cultuur’. En vorig jaar kwam de bank ING uitgebreid in het nieuws omdat topvrouwen massaal vertrokken. De vrouwen stelden samen met de Radboud Universiteit Nijmegen een rapport op om te pleiten voor meer diversiteit en meer aandacht voor de positie van vrouwen in het bedrijf. Want dat de vrouwen stopten bij ING lag voor een groot deel aan de kille werksfeer, gebrek aan mentors, tegenwerking en het gevoel in een vacuüm te opereren.

Dat klimaat zorgde ervoor dat in twee jaar tijd, de periode 2004-2006, maar liefst één op de vijf vrouwen in de subtop ING vaarwel zeiden en hun heil elders zochten. Terwijl ze op één na graag bij ING hadden willen blijven. Ze stopten ook niet met werken: sommigen begonnen een eigen bedrijf, anderen gingen aan de slag bij de concurrent. In eenzelfde of hogere functie, en altijd met een beter salaris. De ING-vrouwen vonden dit slecht voor hun bedrijf. Daarom stelden ze hun onderzoek in.

Helaas had de Volkskrant geen positief nieuws over de ontvangst van het rapport. Ondanks de positieve insteek en de opbouwende aanbevelingen en tips deed ING volgens de krant weinig tot niks:

De afdeling personeelszaken heeft in 2008 na eerste lezing van het rapport verhinderd dat het werd doorgestuurd naar de raad van bestuur van ING Groep. De afdeling nam wel enkele aanbevelingen uit het rapport over, maar is daar door bezuinigingen inmiddels weer deels mee gestopt. De cultuur van ING is volgens de topvrouwen ‘verpolitiekt, kil, weinig menselijk en weinig open’. Er is ook weinig ruimte voor ‘kritiek, eerlijke benadering, gezonde samenwerking en authenticiteit’. ING zegt in een reactie dat het rapport een zeer eenzijdig beeld geeft over een periode van inmiddels twee jaar geleden en stelt daarna allerlei maatregelen te hebben genomen.

Zo schiet het niet op. Ook De Accountant kwam mooie staaltjes van struisvogelpolitiek tegen. Allerlei bedrijven die weinig tot niks doen voor de groep vrouwen in hun gelederen. Terwijl dat juist nodig is. Zoals Jacobina Brinkman van KPMG ondervond:

“Het was een mannenwereld. Voor mij geen punt. Met vrouwennetwerken wilde ik me niet bezighouden. Dat veranderde toen ik als partner verantwoordelijk werd voor de HR in mijn groep. Daarin zat een aantal getalenteerde vrouwen van wie ik wilde dat ze doorstroomden. Maar na een jaar waren ze allemaal weg. Pas toen zag ik hoe essentieel het is om niet alleen in de individuele begeleiding maar ook breder in de organisatie daar mee aan de slag te gaan.” In het vervolg zei ze daarom ja op ‘vrouwendingen’. Als jonge vrouwelijke partner is ze een voorbeeld voor andere vrouwen binnen KPMG.
Kortom, een brede aanpak, een cultuuromslag, en meer erkenning voor vrouwen. Als mens en als professional. Het klinkt niet moeilijk. Maar in veel bedrijven is er nog een lange weg te gaan.