Tag Archives: taalgebruik

Aanbevelingsbrieven: hoezo is ‘zorgzaam’ een negatief etiket?

Top, als je ergens een leuke stage of baan had, en een leidinggevende wil een aanbeveling schrijven om je volgende sollicitatie kansrijker te maken. Maar veel van zulke aanbevelingen hebben een problematische kant. Uit analyses van zulke stukken blijkt dat aanbevelingsbrieven voor mannen langer, krachtiger en wervender zijn dan voor vrouwen. Mannen kunnen het, vrouwen… ehm… misschien?

Vrouwen krijgen kortere brieven, die bovendien veel vaker dan die voor mannen opmerkingen bevatten over hun persoonlijke leven, of hun mate van zorgzaamheid en collegialiteit. Gekoppeld aan bewuste en onderbewuste stereotypen leidt dat tot een drempel voor vrouwen. Ze komen over als harde werkers, maar niet geniaal. Etiketten zoals zorgzaam of vriendelijk leiden daarnaast tot aannames als ‘dan is ze niet assertief genoeg voor deze baan’/risico van een voetveeg.

Opstellers van aanbevelingsbrieven zouden daarom ”mannelijk” taalgebruik moeten bezigen om vrouwen een fatsoenlijke kans te bieden, adviseren onderzoekers. Er bestaat zelfs voor het Engelse taalgebied een calculator om het seksisme gehalte in zulke brieven te analyseren en de inhoud bij te stellen.

Onder andere Helen De Cruz is blij met de aandacht voor seksistische stereotypen, maar maakt zich tegelijkertijd zorgen wat het betekent als ”vrouwelijke” kwaliteiten gelden als zwakker en minder. Wat zegt dit over ons als cultuur als een kwalificatie als ‘zorgzaam’ een handicap is, vooral voor vrouwelijke kandidaten? Willen we dan geen fatsoenlijke collega’s, die sociaal vaardig zijn, kunnen samenwerken en verder kijken dan hun eigen ikje groot en lang is? Voor de academische wereld en het wervingsbeleid van universiteiten stelt ze:

Our practices of hiring someone who is a single-minded researcher, thinking only of their qualities as a researcher, without any regard for how they might be among students or colleagues are problematic. They do not reflect our lived reality in the workplace, where we do in fact care about colleagues being at least minimally decent. Worse, some instances I have heard of people who were hired who were known to be problematic, for instance, among female students, but it was overlooked because they were such excellent researchers. Given this, maybe we should re-evaluate practices whereby compassion, kindness and other qualities are coded by search committee readers as feminine and where they can hurt a candidate.

In plaats van een eigenschap als zorgzaam of collegiaal naar beneden te halen, zou De Cruz veel liever zien dat er ook bij mannen gekeken wordt naar hun sociale, dienstverlenende eigenschappen. Ook bij mannelijke kandidaten zou een woord als ‘zorgzaam’ in een aanstellingsbrief moeten komen, of een alinea over zijn vaardigheden bij het samenwerken in een team. Dan lukt het hopelijk vaker om te voorkomen dat een egoïstische streber de situatie in een hele groep verziekt.

Taal en gender blijft zoektocht

Wat een mooi stuk van Annieke Kranenberg, de ombudsvrouw van De Volkskrant. In een analyse over taal, gender en de aanduiding van beroepen (is het ombudsman of ombudsvrouw, als een vrouw die functie vervult?) maakt ze overduidelijk hoe moeilijk het is om aanduidingen echt neutraal en gelijkwaardig te laten klinken in het Nederlands:

,,Ik zou het vreemd vinden om ombudsman te heten, hoewel ombudsvrouw de sekse erg benadrukt terwijl dat er nou juist niet toe doet”

Briljant! Dit illustreert precies het probleem. Ombudsman klinkt neutraal, terwijl dat woord de sekse van de functionaris net zo erg benadrukt als het woord Ombudsvrouw.  Alleen valt dat bijna niemand op, omdat we volstrekt automatisch de man en het mannelijke als norm hanteren in de Nederlandse taal en in ons wereldbeeld.

Niet vreemd dus, dat mensen moeite hebben om een goede koers te varen. Kranenberg noemt een paar typische problematische situaties:

  • Bij ombudsman of ombudsvrouw krijgt het beroep meestal een andere ‘sekse’, afhankelijk van de situatie. Internationaal gezien kent echter niemand de term ombudsvrouw, en duiden mensen Kranenberg ‘dus’ als ombudsman aan
  • Soms zijn woorden zo ingeburgerd dat het raar klinkt als een vrouw de ‘mannelijke’ vorm krijgt. Dat geldt bijvoorbeeld voor termen uit de culturele sector of de sport. Een vrouw is geen acteur (raaaarrrrr) maar een actrice
  • ”Vrouwelijke” beroepsnamen kregen een neutrale vorm toen mannen het werk vaker gingen doen. Verpleegster werd verpleegkundige bijvoorbeeld
  • Omgekeerd veranderden beroepsnamen niet toen vrouwen het werk vaker gingen doen. Artsin? Hooglerares? Kranenburg signaleert dat zulke woorden mal klinken

Daarnaast verwijst Kranenberg impliciet naar de Wet van Sullerot. Deze Franse econome stelde in de jaren zeventig al vast dat beroepen in status dalen als meer vrouwen toetreden. Kranenberg ziet dit ook in taalgebruik om die banen te omschrijven:

uit onderzoek is gebleken dat een vrouwelijke benaming statusverlagend werkt. Bij een directrice denkt kennelijk niemand aan een CEO van een multinational.

Dat directrice kan slaan op een CEO van een multinational, en dat hooglerares net zo normaal zou kunnen zijn als lerares, lukt pas als wij mensen een gelijkwaardiger beeld krijgen van de seksen en de beroepen die ze uit kunnen oefenen. Zolang we vrouwen in onze beeldvorming automatisch zien als minder, de uitzondering, de lagere in rang en de vreemde eend in de bijt, blijft het worstelen met beroepsaanduidingen….

Meer lezen over taal, gender en (on)bewuste vooroordelen? Zie onder andere dit leuke interview met Dr. Ingrid van Alphen, waarin ze mythes over sekse en taalgebruik ontkracht. Of dit artikel van Tolk- en Vertaalcentrum Nederland, over de manieren waarop taal de ongelijkheid tussen man en vrouw in stand kan houden en zelfs versterken. Zo vergroot grammaticaal seksisme aantoonbaar de loonkloof. De Zweden begonnen daarom te experimenteren met sekseneutraal taalgebruik in hun streven om man en vrouw een meer gelijkwaardige positie in de samenleving te geven. Tot slot: acht woorden die het seksisme in de Engelse taal zichtbaar maken.

Leesvoer: essays van Rebecca Solnit

Ik zal Rebecca Solnit eeuwig dankbaar zijn voor het essay dat leidde tot het woord ‘mansplaining‘. Dankzij die term beschikten ik opeens over een instrument om te verwoorden wat zo vaak gebeurde, maar waar ik geen taal voor had: de onaangename situatie waarbij een man dingen uit gaat leggen die je allang weet, of zelfs beter weet dan hij, maar waar hij over praat omdat hij vindt dat hij het beter weet. Gewoon omdat hij de man is, en jij ‘slechts’ een vrouw.

Solnit schrijft met veel humor over allerlei onderwerpen. Gender en situaties die maken dat je als vrouw in de marge verdwijnt, maken deel uit van een grotere productie over onderwerpen als milieuvervuiling, politiek gekonkel, de situatie van links in de V.S. De Zesde Clan stelt echter vrouwen centraal, dus ik concentreer me op de essays die de situatie van en rondom vrouwen behandelen.

Steeds opnieuw keert Solnit terug naar taal, naar de manier waarop woorden een beeld van de werkelijkheid scheppen, en hoe je vanuit die basis de wereld opnieuw kunt bekijken. Zoals het essay over mannen die dingen aan haar uitleggen. Dit essay maakte veel los bij lezeressen. Net als ik leerden ze het woord ‘mansplaining‘ en konden ze beter omgaan met een tenenkrommende situatie, omdat ze nu over de taal beschikten om het fenomeen aan de kaak te stellen:

I finished this book and immediately wanted to buy all the author’s other works. In future, I would like Rebecca Solnit to Explain Things to Me.

Solnit ageert ook tegen de manier waarop anderen vrouwen insluiten in hun verhaal. Neem haar meest recente artikel, in Harper’s Magazine: The Mother of all Questions. Dit essay begint met een lezing over Virginia Woolf. Voordat Solnit ‘engel in het huis’ kan zeggen, begint de zaal vragen te stellen over de gezinssituatie van Woolf. Had ze kinderen? Waarom kreeg ze geen kinderen? Zou ze niet véél gelukkiger zijn geweest als ze kinderen had gekregen?

Solnit moest moeite doen om haar publiek uit die groef te krijgen. Het leidt tot een mooi verhaal over de stortvloed aan vaak vermanende verhalen die vrouwen over zich heen krijgen, om hen te vertellen hoe ze het beste hun leven moeten leiden. Waarbij vrouwen opvallend vaak een en hetzelfde recept krijgen voorgeschreven:

Happiness is understood to be a matter of having a great many ducks lined up in a row — spouse, offspring, private property, erotic experiences — even though a millisecond of reflection will bring to mind countless people who have all those things and are still miserable. We are constantly given one-size-fits-all recipes, but those recipes fail, often and hard. Nevertheless, we are given them again. And again and again.

Net als de revolutionaire term mansplaining biedt dit essay inzichten die lezeressen koesteren. Bijvoorbeeld omdat Solnit de ondermijnende aard van een bepaald soort vragen herkent, erkent en in detail beschrijft. Zodat het je opeens opvalt als iemand niet aan mannen, maar wél aan vrouwen vraagt of ze wel gelukkig zijn en hoezo heb je geen kinderen (of wel kinderen, en zorg je dan wel goed genoeg voor ze.) En andere keuzes kunt maken. Zoals de keuze om een tegenvraag te stellen, of te beseffen dat er niet één script is waarmee je het als vrouw gaat redden in deze samenleving.

Met andere woorden, Solnit’s zorgvuldig beargumenteerde essays veranderen wereldbeelden, zoals de schrijfster zelf ook veelvuldig hoort van lezers. Haar stukken zetten je aan het denken, helpen je om je eigen koers te bepalen en onderweg de taal te hebben om obstakels aan de kant te zetten. Ga weg, mansplainer. Nee, vrouwenglossy, vrouw zijn staat niet gelijk aan moeder en als mijn gezin maar gelukkig is. We zijn hier om de boeken van schrijfster X te bespreken, niet haar relaties of baby’s. Enzovoorts.

Hulde dus voor Rebecca Solnit. Meer lezen?

Maar Solnit zwijgt niet. Gelukkig!

Overheid moet blijven letten op gender en etniciteit

Overheid, schrap het gebruik van het woord allochtoon. Dat adviseerde de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling onlangs. Uiteraard volgden de reacties snel. In een commentaar schreef dagblad Trouw bijvoorbeeld dat de overheid deze term pas kan laten varen als ook de samenleving zover is. De Zesde Clan wil verder gaan. Alleen door zaken als gender en ras expliciet te blijven benoemen, kun je bewuste en onbewuste vooroordelen in beeld houden en er maatregelen tegen nemen.

Het is een mooi ideaal, iedereen gelijke kansen, iedereen zelf verantwoordelijk, iedereen zelf aan de slag op een gelijk speelveld. Helaas is dat een utopie. De rechtvaardige wereld, waar iedereen op waarde wordt geschat en krijgt wat hij/zij verdient, bestaat niet. Wil je weten wat er speelt, dan moet je blijven letten op het ingewikkelde samenspel van ras, sociale klasse en sekse. Je moet alert blijven op intersectionaliteit, het begrip waar de Zesde Clan in een vorig artikel aandacht aan besteedde.

Doe je dat, dan kun je door middel van onderzoek veelzeggende patronen in kaart brengen. Neem de Canadese onderzoekers die vijf jaar lang de loopbanen van meer dan 20.000 personeelsleden van een groot concern volgden. Uiteraard meende het bedrijf dat de afdeling P&O eerlijk en objectief te werk ging en op basis van objectieve criteria kandidaten in functies plaatste. Niets bleek minder waar. Keiharde cijfers toonden aan dat de promoties gingen naar de blanke mannen. Allochtone mannen bleven steken in het middenkader. Allochtone vrouwen kwamen niet van de plakkende vloer af. De enige vrouwen die een kansje maakten, waren blank en hadden zoveel uitzonderlijk talent dat niemand hen met goed fatsoen van een topfunctie af kon houden.

Dit soort onderzoek wordt onmogelijk gemaakt als je niet meer mag kijken naar iemands achtergrond of geslacht. Je ziet de patronen dan niet meer, en kunt niet meer zien hoe verborgen vooroordelen inwerken op mensen en organisaties. Dat gaat verder dan  het kunnen benoemen van acute problemen, bijvoorbeeld spanningen rondom allochtone jongeren in bepaalde buurten en wijken. Het betreft hier onderliggende structuren, vastgeroeste gewoonten, de stille uitsluiting van alles wat niet blank, mannelijk, fysiek gezond en tussen de 25 en 40 jaar is.

Kunnen meten wat er gebeurt wordt de komende maanden en jaren alleen maar urgenter. We zitten nog steeds midden in een economische crisis, en de regering wil bezuinigen. Volg je de volautomatische patronen, dan zul je net als in Engeland zien dat de rekening terecht komt bij vrouwen, gehandicapten en kwetsbare senioren. Dat is niet rechtvaardig. Het zou fijn zijn als we kunnen blijven beschikken over de cijfers en feiten om dat te onderbouwen.

De Gereedschapskist: discourse analyse

Taal vormt ons en geeft ons een manier om de wereld om ons heen te beschrijven. Daarom is het analyseren van teksten een machtig wapen. Woorden kunnen namelijk aangeven wie de macht heeft, taal drukt uit wat we belangrijk vinden en wat niet. Omdat zoveel denkbeelden vrouwen beperken en reduceren, is het voor feministen extra belangrijk om duidelijk voor ogen te hebben wat er speelt. Dat geeft bewustwording. Het mooie is: jij kunt het ook. Aan de hand van discours analyse.

Wat is discourse analyse? Dat  is:

een interdisciplinaire stroming die op het einde van de jaren 60 en in het begin van de jaren 70 van de vorige eeuw is ontstaan als een kruisbestuiving tussen linguïstiek, literatuurstudie, antropologie, semiotiek, sociologie, psychologie en communicatiewetenschap (Van Dijk, 1988). In discoursanalyse worden taaluitingen bestudeerd en gerelateerd aan een ruimere context. Zowel gesproken woord (radioteksten, interviews, groepsgesprekken) als geschreven tekst (krantenartikels, dagboeknota’s, beleidsbrieven) worden daarbij als vindplaats van discours beschouwd.

Het gaat dus niet om een of andere super abstracte taaltheorie, maar om wat mensen in het echt zeggen en schrijven. Die uitingen kun je gericht analyseren. Welke woorden gebruikt iemand? Welke elementen in het verhaal krijgen de nadruk? Welke aspecten verdwijnen uit beeld? Gebruikt de auteur vergelijkingen en metaforen en zo ja, wat zeggen die over de ideologische kleur van de tekst? Hoe verhouden de resultaten van zo’n discourse analyse zich tot jezelf en andere kwesties die in de samenleving spelen?

Een van de manieren om een discourse analyse te verrichten is om de gebruikte woorden in kaart te brengen. Zo onderzocht een Amerikaan met softwareprogramma Word Cloud de termen die reclamemakers gebruiken om speelgoed te verkopen aan jongens en meisjes. De verschillen in woordgebruik spraken boekdelen. Voor meisjes:

Voor jongens zag deze ‘taalwolk’  er heel anders uit, namelijk zo:

Door woordgebruik te analyseren zie je precies hoe reclamebureau’s en commerciële bedrijven bestaande rolpatronen bevestigen en versterken. Meisjes zijn, jongens doen. Meisjes houden zich bezig met liefde, jongens met vechten. Meisjes bevinden zich in een magische wereld waar ze lekker kunnen kletsen, jurken showen en voor babypoppen zorgen. Jongens bouwen, veroveren en wedijveren met elkaar wie de sterkste is. Dat is nogal wat. Ben je zes jaar, slaat de commercie je al om de oren met rolpatronen uit de jaren vijftig.

Taal zegt ook iets over machtsverhoudingen. Een mooi voorbeeld van de toepassing van discoursen analyse in langere teksten staat in de afstudeerscriptie ‘Macht en Kennis in de discoursen rondom het Nederlandse Emancipatiebeleid‘  van Maartje Meuwissen. Meuwissen analyseerde onder andere teksten uit de Emancipatiemonitor. Deze monitor besteedt aandacht aan allerlei kwesties, waaronder geweld. Bij dit hele hoofdstuk over huiselijk geweld, verkrachting, prostitutie etc, zeggen de auteurs vooral veel over de slachtoffers. Er ontbreekt iets in het discourse. Meuwissen:

[Zoals]… de Nota zelf al concludeert, speelt bij geweld ‘de sekse van het slachtoffer respectievelijk de dader een rol’. Opvallend is dan ook dat Nota alleen ingaat op het feit dat vrouwen slachtoffers zijn en niet op het feit dat mannen daders zijn, zoals de hoofddoelstelling van het hoofdstuk al aangeeft: ‘geweld tegen vrouwen’. Hierdoor komt het discours rondom veiligheid tot stand. De titel had ook kunnen luiden ‘geweld door mannen’.

Waarom is dat? De onderzoekster hoorde van haar gesprekspartners later dat het weglaten van mannen een bewuste keuze was:

Haar verklaring voor het feit dat mannen in het narratief over geweld ontbreken is de volgende: ‘Het is belangrijk je terminologie zo te kiezen dat je mensen niet voor het hoofd stoot en toch de essentie weergeeft’.

Mannen identificeren als dader is problematisch in een samenleving waarin mannen meer macht hebben dan vrouwen. We hebben een kabinet vol mannelijke ministers die het misschien niet zo leuk vinden als hun sekse in verband gebracht wordt met seksueel geweld. Dat kan bedreigend zijn, onaangenaam, en een verdedigende reactie oproepen. Wil je voor elkaar krijgen dat de overheid geld geeft voor projecten en organisaties die de slachtoffers helpen, dan is het strategisch gezien slim en beter om de rol van de man te verdoezelen en een boodschap te brengen die acceptabeler is: er zijn slachtoffers en die hebben hulp nodig.

Hoe begrijpelijk ook, dit discourse is problematisch. Het past namelijk in een patroon waarbij de focus ligt op de vrouw en de man uit beeld verdwijnt. Neem bijvoorbeeld de dominante verhalen over vrouwen die op de een of andere manier (mede) schuldig zouden zijn aan hun eigen verkrachting. Vrouwen hadden iets wel moeten doen, zoals zich netter moeten kleden, of iets niet moeten doen, bijvoorbeeld naar een café gaan.

Deze boodschap zit er zo diep ingeramd dat de helft van de Britse vrouwen desgevraagd aangaf dat het de eigen schuld van vrouwen is als ze verkracht worden. Bijna een kwart van de vrouwen zou zelf nooit aangifte doen van verkrachting. Uit schaamte, en uit schuldgevoel omdat ze deze misdaad waarschijnlijk zelf uitgelokt had. Over de mannelijke dader ondertussen geen woord.

Net als bij het discourse van de emancipatiemonitor ligt de focus ook in deze verhalen op het slachtoffer, de vrouwen. In beide gevallen blijven mannen buiten beeld. Het gaat niet om hen, we zien niet wat zij doen, en daardoor weten we ook niet precies hoe we de situatie van mannen moeten analyseren. Terwijl zij toch echt de basis van het probleem vormen. Het zijn in overgrote meerderheid mannen die vrouwen en andere mannen molesteren. In Nederlandde V.S., etc.

Als je dit ziet, kun je vragen gaan stellen. Wat maakt dat mannen buiten beeld blijven? Wat houdt ons tegen mannen aan te spreken op hun gedrag en hun rol in het geheel te onderzoeken?  Zulke vragen leiden tot inzichten, en inzichten leiden tot bewustwording. Vrouwen kunnen zich dan makkelijker losmaken van de dominante verhalen. Dat kan erg bevrijdend zijn. Als  de man een misdaad begaat, waarom moet de vrouw dan boeten? Wie sloeg hier eigenlijk, wie ging over tot verkrachting? Dat maakt het voor vrouwen hopelijk makkelijker te vertellen wat hen overkwam en aangifte te doen.

Meer lezen? Zie onder andere dit stuk over strijkbouten voor mannen en meisjes, en met welke boodschap fabrikanten dit voorwerp aan de man/vrouw brengen. Of lees dit artikel over de principes van discourse analyse, van Teun van Dijk van de Universiteit van Amsterdam. De krant lezen zal nooit meer hetzelfde zijn 😉

Chrome toevoeging zorgt voor omgekeerde wereld

Eén van de beste methoden om seksisme in teksten zichtbaar te maken is het woord vrouw vervangen door iets anders, zoals het woord neger, jood, of man, en dan te kijken hoe het klinkt. Klinkt het racistisch of gewoon idioot? Dan was de oorspronkelijke tekst hoogstwaarschijnlijk seksistisch of idioot. Je kunt deze techniek nu nog makkelijker toepassen, meldt webmagazine Jezebel.

Een slimme vrouw heeft namelijk een Google Chrome applicatie gemaakt, die de woorden voor je omdraait. Vrouw wordt man, man wordt vrouw, etc. Een heuse genderomkering. Danielle Sucher bouwde de applicatie met een duidelijk doel voor ogen:

When it’s installed, everything you read in Chrome (except for gmail, so far) loads with pronouns and a reasonably thorough set of other gendered words swapped. For example: “he loved his mother very much” would read as “she loved her father very much”, “the patriarchy also hurts men” would read as “the matriarchy also hurts women”, that sort of thing. This makes reading stuff on the internet a pretty fascinating and eye-opening experience, I must say. What would the world be like if we reversed the way we speak about women and men? Well, now you can find out!

De resultaten in de Engelse taal zijn hilarisch en verontrustend. Neem bijvoorbeeld het populaire mars en venus denken, de manier waarop iemand als John Gray over mannen en vrouwen schrijft, en kijk wat er gebeurt als je het omkeert:

“We need to talk.” For a woman, few words are as menacing as those four — especially when a man is the one saying them and she’s on the receiving end. Those four words can mean only two things to women: either we did something wrong or, worse, you really literally just want to talk.

Inderdaad, een horrorfilm is er niks bij 😉

Seksisme: geef het beestje een naam

Na de truc ‘verander het woord vrouw overal in het woord neger’ is er nu een nieuwe methode om na te gaan hoe seksistisch een tekst is: de piramide van walgelijk taalgebruik. De Amerikaanse organisatie Name it, Change it, zette allerlei termen op een rij en classificeerde ze. Van vrouwenhatend, in de top van de piramide, tot aan een berg algemeen seksistische opmerkingen in de basis.

Scheldwoorden zoals ‘hoer’ of ‘slet’ vallen onder vrouwenhatend taalgebruik. Wie zogenaamd gekscherend opmerkt dat het wel weer ‘die tijd van de maand’ zal zijn, belandt in de middenmoot. En politici vooral beschrijven in termen van ‘wat heeft ze nou met haar kapsel gedaan’ staan onderaan. Dit lijken wel onschuldige opmerkingen, maar ondertussen ondermijnen ze vrouwen omdat het gaat om haar uiterlijk in plaats van om haar visie en prestaties.

Iedereen kan de piramide aanvullen en er nieuwe termen bij zetten. Zoiets zouden we ook voor het Nederlands moeten hebben! Maar in de tussentijd kan iedereen een kijkje nemen bij het Amerikaanse voorbeeld. En tsja, in de V.S. gebruiken ze het woord bitch, en in Nederland ook. Dus we redden het wel.