Tag Archives: sociologie

De Gereedschapskist: ‘aversive sexism’ en de empathie-kloof

Twee begrippen voor de prijs van één. Aversive sexism, oftewel ‘Vermijdend seksisme’ en de empathie-kloof. In beide gevallen gaat het om termen die sociologen in eerste instantie gebruikten voor kwesties die te maken hebben met racisme en andere vormen van discriminatie op basis van etniciteit. Maar ze zijn ook prima toepasbaar op genderkwesties.

De empathiekloof heeft te maken met beeldvorming. Wiens verhalen vinden we belangrijk, wie horen we niet of nauwelijks? Als je een witte man bent zie je vooral jouw verhalen terug in films, romans en videogames. Je kunt je makkelijk identificeren als de hoofdrol wordt vertolkt door iemand die veel op jou lijkt. Komt er opeens een ander perspectief, dan is het flink slikken. Je bent dat niet gewend, het voelt vreemd aan, misschien zelfs wel ongemakkelijk.

Die empathiekloof stak bijvoorbeeld de kop op in heisa om vrouwelijke voetbalcommentatoren. In landen als Engeland en Duitsland, waar vrouwen WK wedstrijden live versloegen, liepen vooral mannen te hoop tegen hun optreden. Ze vonden de stemmen van vrouwen te schril, wat wisten zij nou van voetbal, en konden die vrouwen niet beter thuis in de keuken blijven en vrouwendingen doen, zoals vloeren dweilen? Kortom nul sympathie voor deze hardwerkende professionals.

Vermijdend seksisme (aversive sexism) steekt de kop op bij mensen die zichzelf liberaal en eerlijk vinden. Ze keuren seksisme in principe af. Als ze iemand anders openlijk seksistische dingen horen zeggen, zoals ‘vrouwen zijn te hysterisch om een land te regeren’, stuit dit hen tegen de borst. Maar stiekem vinden ze vrouwen aan de top ook he-le-maal niks.

Feministisch blad Ms publiceert regelmatig stukken over de analyses van de Gender Watch, en voegt daar eigen analyses aan toe. Zo meent Melanye Price dat een vorm van ontkennend seksisme een rol speelt bij de intense haat die Clinton bij teveel mensen oproept. Ms geeft drie checks om te achterhalen of vermijdend seksisme een rol speelt bij je afkeer van een vrouwelijke leider of een andere vrouw die ergens opduikt waar ze volgens seksistische normen niet thuishoort:

  • Val je haar hard aan maar vind je een mannelijke leider die precies dezelfde dingen deed en zei nog steeds een toffe gast? Zo ja, dan kan vermijdend seksisme een factor zijn in je hekel aan de vrouw die macht heeft of macht wil
  • Haatte je haar eerst en zocht je pas daarna naar argumenten om die haat te rechtvaardigen? Zo ja, dan kan vermijdend seksisme een factor zijn.
  • Reken je haar genadeloos af op beslissingen, waar je andere politici die precies hetzelfde besloten allang voor vergaf? Zo ja, dan kan vermijdend seksisme een factor zijn.

Het kost moeite om je kunstmatige haat af te leren. Russ Belville kan erover meepraten. Hij begon pas kritisch over zijn eigen houding na te denken nadat hij een vraag las aan iemand die Hillary Clinton aanviel toen zij streed om het presidentschap. Wat had ‘die bitch Hillary’ de klager eigenlijk aangedaan? Belville, die zijn artikel publiceerde voordat Ms Magazine de analyse van vermijdend seksisme op internet zette, vertelt over zijn houding en noemt daarbij precies de soorten irrationele weerzin die het feministische blad opsomde. Hillary afrekenen op kwesties waar anderen net zo goed een aandeel in hadden. Van iedere mug een olifant maken:

Maybe Hillary Clinton is what she is because only those qualities and decisions would propel a woman far enough against the current of institutionalized sexism to make it to the presidency. Maybe the grandstanding lies and the political calculations only seem so heinous when they’re done “backwards and in heels”. Hillary Clinton is still not a politician I can say I like, but I think I’m beginning to see her now as simply a compromised corporate-owned centrist Democrat (like a lot of them) and not as evil incarnate.

Je ziet het vermijdend seksisme ook terug in de huidige Democratische race, waar kandidaat Elizabeth Warren gestaag meer steun verzamelt. In 2016 betreurden veel mensen het feit dat Hillary Clinton de Democratische kandidaat voor het presidentschap was geworden. Ze wezen op allerlei minpunten en haastten ze zich om te zeggen dat ze niets tegen een vrouwelijke kandidaat hadden, maar Clinton… Waarom niet iemand anders gekozen, zoals Elizabeth Warren? Die was veel sympathieker en toegankelijker en vriendelijker.

Nu, drie jaar later, doet Warren mee en zoals gezegd doet ze het tot nu toe goed in de race om de Democratische afgevaardigde voor de presidentsverkiezingen te worden. Prompt staan diezelfde mensen op om te betreuren dat Warren kans maakt. Ze hebben op zich niks tegen vrouwelijke kandidaten, maar Warren…. was er nou echt geen andere vrouw? Journalist Ashton Pittman verzamelde een hele reeks voorbeelden van politici, opiniemakers en andere influencers die zich op deze manier in bochten wringen. Ze zijn niet tegen vrouwen, alleen deze ene vrouw. Zo houden ze hun zelfbeeld intact, terwijl ze vrouwen in machtsposities nog steeds in de praktijk afkeuren. Geen enkele vrouw is in hun ogen goed genoeg.

Doe er je voordeel mee…

De Gereedschapskist: D.A.R.V.O.

Agressie en geweld? Geen probleem, je doet gewoon een DARVO-tje. DARVO staat voor Deny, Attack, Reverse Victim and Offender – oftewel ontkennen, aanvallen, rol van dader en slachtoffer omkeren. Slachtoffers de schuld geven is een zeer bekende tactiek, eeuwenoud, maar onder andere professor Jennifer J. Freyd van de universiteit van Orgenon ziet dat daders steeds vaker ook de rolomkering inzetten om onder de gevolgen van wangedrag en criminaliteit uit te komen. Recent deed de Amerikaanse rechter Brett Kavanaugh dat nog, toen zijn benoeming tot het Hoogste Gerechtshof in gevaar kwam door beschuldigingen van seksuele agressie. In die situatie vond hij zichzelf het grootste slachtoffer, en hij was woedend.

DARVO komt uit de koker van de sociale wetenschappen en de psychologie. Onder andere Louise F. Fitzgerald,  professor emeritus van de University of Illinois, en Jennifer J. Freyd, van de University of Oregon, denken en schrijven erover. Zij zien het als een verdedigingsmechanisme van daders. Die willen geen negatieve gevolgen ondervinden van hun wangedrag of misdaden, en nemen daarom hun toevlucht tot ontkennen. Als ontkennen niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat er opnames bestaan van hun misdrijf, gaan ze over tot het slachtoffer de schuld geven. Werkt ook dat onvoldoende, dan zetten ze de stap naar een rolomkering. Eigenlijk zijn zij zelf het ware slachtoffer in de hele situatie. Mensen moeten met hén medelijden hebben, niet met dat gluiperige ”slachtoffer”.

Freyd kwam op het begrip DARVO nadat ze zag hoe Anita Hill in de jaren negentig het nauw raakte, op het moment dat ze kandidaat opperrechter Clarence Thomas beschuldigde van seksueel wangedrag. In de daarop volgende periode kreeg zij de ene na de andere aantijging voor haar kiezen, terwijl de beschuldigde buiten schot bleef. Uiteindelijk moest zij zwaar beschadigd afdruipen. Thomas kreeg zijn benoeming en mocht zijn succesvolle carrière voortzetten.

Freyd ziet dat DARVO op dit moment een ontwikkeling door maakt in de V.S. Mede onder invloed van de president nemen daders steeds vaker hun toevlucht tot stap 3, de rolomkering, signaleert ze. Die rolomkering vindt op dit moment ook steeds vaker plaats in de #metoo beweging. Die beweging stuit na een succesvol eerste jaar op steeds meer verzet. Niet vrouwen zijn slachtoffers van machtsongelijkheid en structurele seksuele intimidatie, nee, mannen zijn de echte slachtoffers. Ze kunnen niks meer doen of zeggen, of hun carrière wordt al vernietigd door een wraakzuchtige horde vrouwen die ‘te ver gaan’.

Uit onderzoek blijkt dat daders DARVO toepassen omdat het werkt. Maar machtsmisbruik daargelaten heeft de strategie op individuele mede-mensen alleen het door de dader gewenste succes zolang anderen deze tactiek niet als zodanig herkennen. Zodra mensen informatie krijgen over de tactiek en situaties op de drie stappen analyseren, valt de DARVO-gebruiker door de mand en heeft de strategie minder effect. Mensen trappen er niet meer in. Dat ziet Freyd als de grote winst van het huidige klimaat rond #metoo en toenemende debatten over racisme en antisemitisme:

We can begin to put an end to DARVO by calling it out when we see it. We can not only prevent it from working but also use it as a valuable indication that the man in question is addicted to power, incapable of apology, and afflicted with such narcissism that he cannot bear to be out of control. Such a response to accusations or disclosure is itself a behavior for which men must be held accountable. If the accusation is true, a man who is not addicted to “masculine” power will apologize. If it isn’t true, he can just state the facts.

De Gereedschapskist: de ontbrekende traptrede

Wel eens gehoord van de sociologische term “de ontbrekende traptrede”? Dit beschrijft een groepsdynamiek waarbij iedereen weet welke persoon niet deugt, maar iedereen laat hem/haar ongemoeid. Het is aan de potentiële slachtoffers om te vermijden dat ze het slachtoffer worden van de rotte appel in de groep. Als ze toch ten val komen is het ‘ja duh, je wist toch dat hij zo is, kijk dan toch beter uit, wat deed je dan ook daar, op dat tijdstip, in die kleding” enz.  Deze symbolische ontbrekende-traptrede situatie zie je ook terug in de verhalen die nu naar buiten komen over mannen die jarenlang ongestraft vrouwen lastig vielen.

Bij de groepsdynamiek met de ontbrekende traptrede horen omgevingen die rotte appels de hand boven het hoofd houden, en mensen die hun uiterste best doen om te overleven. Omdat niemand de rotte appel direct aanspreekt, laat staan maatregelen neemt, kunnen mensen zoals Harry Weinstein doorgaan.

Vanwege het ontbreken van formele kanalen om het probleem aan te pakken, nemen potentiële slachtoffers hun toevlucht tot allerlei informele manieren om pijnlijke valpartijen te vermijden. Bijvoorbeeld de  zogenaamde ”fluister netwerken”, kringen van vrouwen die elkaar waarschuwen voor nare mannen. Medewerksters in de Londense politiek gebruiken een WhatsApp groep om elkaar te waarschuwen voor bepaalde grijpgrage mannen. Medewerkers in bepaalde Engelstalige media stelden een worddocument samen, met de titel Shitty Media Men. Studentes van Amerikaanse universiteiten benutten hun contacten om mede studentes te waarschuwen voor mentoren en professoren die hen aanranden tijdens veldwerk.

Zulke fluister-netwerken helpen vrouwen echter maar gedeeltelijk. De daders gaan gewoon door en maken nieuwe slachtoffers, want niemand stopt hen. Bovendien komt de informatie niet bij alle vrouwen terecht. Jonge vrouwen die net beginnen en nog niet beschikken over een goed netwerk, missen de informatie nodig om de ellendeling te ontwijken, en kunnen alsnog het slachtoffer worden.

Zelfs als de namen van seksuele roofdieren wél bekend worden, en vrouwen de openbaarheid opzoeken, blijft het voor een groep lastig om echte veranderingen door te voeren. SF-auteur Jim C. Hines publiceerde bijvoorbeeld op zijn blog een kritisch stuk over een conventie, Odyssey Con. De organisatoren besloten een bekende vrouwenhater op te nemen in hun bestuur. Een van de mensen die deze man lastig viel, was een vrouw die de organisatoren graag als eregast in hun show wilden hebben. Zij trok zich terug omdat ze zich niet veilig voelt met deze man in de buurt. ”Maar hij is zo vriendelijk! Ik zag hem nooit iemand lastig vallen! Hij is al jaren verbonden aan deze conventie!” Dat en meer waren de smoezen om deze man de hand boven het hoof te houden, ook na de onthullingen van de vrouw.

Om dieper in te gaan op mannen die andere mannen blijven beschermen, ongeacht alle bewijzen dat het grensoverschrijdende seksisten zijn, bood Hines na zijn stuk een platform aan Brianna Wu. Zij schreef een kritische overdenking over de vele mannen die vrouwen lastig vallen en de sfeer verpesten met seksistisch, handtastelijk gedrag, in de SF wereld maar ook in de ICT-sector, en daarna vrolijk een tweede, derde en vierde kans krijgen. Maakt niet uit wat de vrouwen daar van vinden. Sterker nog, die vrouwen moeten niet zeuren want mannen verdienen een nieuwe kans. Nou nee, zegt Wu: ,,You can either have a community where the Jim Frenkels are thrown out, or you can just admit all the talk about gender equality is window dressing.”

Voor die keuze staan we nu. Laten we daders vrolijk doorgaan terwijl we de slachtoffers uitmaken voor hysterische zeurpieten die beter hadden moeten weten? Of beginnen bedrijven, organisaties en politieke instanties de groepsdynamiek daadwerkelijk bij te sturen, met maatregelen, boetes en andere acties voor de daders?. Ik opteer voor deze tweede optie. Met daarbij een serieuze discussie over machtsverhoudingen, hoe mannen denken over mannelijkheid, en wat mannen doen om hun seksegenoten een halt toe te roepen. Het is de hoogste tijd.

 

De Gereedschapskist: symbolische vernietiging

Symbolische vernietiging…. Oei, dat klinkt eng. En dat is het tot op zekere hoogte ook. In het echte leven verdwijnen vrouwen bij de vleet, bijvoorbeeld door geweld of omdat hun bijdrage niet meetelt in officiële cijfers. Symbolisch gebeurt dit echter ook, bijvoorbeeld in culturele uitingen. Zo sneuvelden de vrouwelijke personages van Amerikaanse televisieseries bij bosjes in de afgelopen weken. De meeste sterfgevallen vormden het eindpunt van een toenemende marginalisatie van hun rollen in deze series.

ead2e-girlgamer1

De term symbolische vernietiging komt uit de sociologie en kreeg in 1976 de volgende definitie:

“Representation in the fictional world signifies social existence; absence means symbolic annihilation.” (Gerbner & Gross, 1976, p. 182)

Het gaat om een opvallende ondervertegenwoordiging van een bepaalde groep. Vrouwen treft dit lot opvallend vaak. Ze verdwijnen op verschillende manieren. Je ziet ze niet of nauwelijks, of ze zijn er maar ze vertegenwoordigen een beschadigend stereotiep cliché, anderen reduceren hen tot een seksobject en/of ze doen alleen mee om mannelijke figuren te versterken. Wat de methode ook is, het resultaat is dat vrouwen verdwijnen als zelfstandige mensen met complexe karakters.

Meest recente voorbeelden: Rey ontbreekt in een set StarWars speelgoedfiguren. Sneeuwwitje valt buiten de boot in haar eigen film. Filmscenario’s geven mannen 75% van de tijd het woord. Jongens en mannelijke dierenfiguren domineren in kinderboeken. In jeugdfilms komen vrouwelijke personages slechts in de marge voor, terwijl toffe vaders en zonen domineren.

Andere keren worden vrouwen wel zichtbaar, maar op een stereotiepe manier. Voorbeelden: Moeders zijn opvallend vaak dood in Nederlandse jeugdfilms. Als er vrouwen in een positie van autoriteit voorkomen in een verhaal, krijgen een negatieve lading. Zoals de rotjuf die Mees Kees probeert te beknotten in zijn vrijheden.

Journalisten veroorzaken op een andere manier een symbolische vernietiging. Bijvoorbeeld als ze schrijven over de benoeming van een vrouw in een toppositie, en daarbij vooral aandacht besteden aan haar uiterlijk en haar gezinsleven. Ze schrappen in die beeldvorming alles wat niet hoort bij moeder de vrouw die haar eerste verantwoordelijkheid heeft in keuken, kinderen en een aantrekkelijk uiterlijk.

Tegenwoordig kun je hoopvolle tekenen van verandering zien. Mensen beginnen te protesteren. Ze signaleren het als teveel televisieseries te vaak vrouwelijke personages naar de zijlijn verwijzen en dan zinloos dood laten gaan. Ze zorgen voor bewustwording door het begrip ‘vrouwen in de koelkast’ te introduceren – een term die verwijst naar de dood van vrouwelijke personages met als enige doel om het verhaal van de mannelijke personages diepgang te geven.

Mensen komen ook in actie. Ze grijpen onder andere naar twitter om de poortwachters van de populaire cultuur ter verantwoording te roepen. Zoals #WheresRey#WeWantLeia en #wheresGamora. Ook komen er meer onderzoeken die feitelijk zichtbaar maken op welke manieren wij, als cultuur, vrouwen laten verdwijnen in de marge. Die feiten roepen terechte vragen op en brengen discussies op gang.

Dat alles maakt symbolische vernietiging zichtbaar – en dan kun je dit fenomeen bekritiseren en tegengaan. Hoog nodig!

Laten we een mannenquotum instellen

Oei, Niraï Melis kreeg de wind van voren. Ze schreef in Trouw dat een vrouwenquotum voor topfuncties wel eens zeer nuttig zou kunnen zijn: het dwingt mannen tot uitblinken. Ze krijgen namelijk meer concurrentie, en dat betekent dat de zesjes onder de mannen vaker plaats moeten maken voor een vrouw die wél gekwalificeerd is.

Sorry, dit is zooooo 2013!

 

Dat had ze niet moeten zeggen. Het regende kritiek, vaak op de persoon gericht:

Uniekalias – Zou Naraï Melis deze stelling ook kunnen onderbouwen met feiten of wilde ze gewoon lekker uithalen naar die gemene mannen die er de schuld van zijn dat zij nog niet eenzaam aan de top staat? Oh, wacht, sociologe… Laat maar.

Of van de categorie vrouwen de schuld geven:

Sisyphus Lacht – Laat de politiek, mevrouw Bussemaker voorop, maar eens laten zien hoe het moet dan. Voorlopig hebben ALLE vrouwen in het kabinet gewoon braaf toegelaten dat op elke lijst de hoogste vrouw pas op 2 kwam. Allemaal braaf genoegen genomen met een 2e plaats.

Spartuijn – Het zijn inderdaad meestal vrouwen die er voor zorgen dat de man moet uitblinken op zijn werk….Voor de meeste vrouwen zelf hoeft dat allemaal niet zo…Kinderen opvoeden en het huishouden doen verdragen ook geen zesjes cultuur….

Toch komt Melis’ idee niet uit de lucht vallen. Onder andere magazine The Atlantic besteedde onlangs aandacht aan quota, met de kop: heeft de politiek een mannenquotum nodig? Het opinieblad citeerde Rainbow Murray, een politicoloog van de Queen Mary University in London. Ook hij stelt dat het probleem ligt bij de oververtegenwoordiging van mannen. Het zijn er teveel. En net als Melis signaleert hij dat daardoor onder andere teveel matige mannen een plekje krijgen en houden. Murray:

“We cannot automatically assume that men are present in these proportions because they were the best representatives available,” Murray said. “Anthony Weiner? Todd Akin?  Did those guys really get elected because they were the best society had to offer?”

Een mannenquotum heeft volgens Murray nog een ander effect. Bij praten over een vrouwenquotum geldt de man impliciet als norm. Hij is er, niks aan de hand. Vrouwen zijn de buitenstaanders, waar je al dan niet iets mee ‘moet’. Een mannenquotum keert die beeldvorming om. Er moet iets met mannen gebeuren, er is iets met hen aan de hand – en er is iets aan de hand met het systeem waardoor mannen steeds opnieuw mannen benoemen, en vrouwen buiten de deur houden. Zie hier, hier, hier, hier…. enz.

De Engelse krant The Guardian wijdde zelfs een Van de Redactiestuk aan het idee van een mannenquotum. Dat lijkt ondenkbaar, maar deze krant vindt het hoog tijd om het eens te hebben over de bizarre oververtegenwoordiging van blanke mannen. Die dominantie effectief aanpakken met harde quota is volgens steeds meer mensen de enige manier om het bolwerk van al die omhooggevallen old boys-netwerkers open te breken. Vrijwilligheid hielp namelijk niet.

Kortom, verlaag het huidige mannenquotum van 90%. Maak van de huidige papieren tijger regeling in Nederland – een lachertje, zegt het bedrijfsleven zelf – een serieuze maatregel. En heren en dames politici, ga in godsnaam eens aan het werk. Ook al is de huidige regeling zo slap als wat, ook die moet je handhaven:

“Misschien moeten we dáár eerst eens mee beginnen”, zegt hoogleraar Lückerath. “Als de wet zegt dat bedrijven het moeten uitleggen als zij het streefgetal niet halen, moet de wetgever ervoor zorgen dat die wet wordt nageleefd.”