Tag Archives: sociale media

Vrouwelijke chirurgen laten zich zien

Een door een vrouw getekende cover van tijdschrift The New Yorker inspireert vrouwen wereldwijd om trots en zelfverzekerd zichzelf te laten zien. Het gaat om een illustratie van de Franse kunstenares Malika Favre, van een paar vrouwelijke chirurgen die zich over een patiënt buigen. De tekening inspireerde ”echte” vrouwelijke chirurgen om zichzelf op dezelfde manier op de foto te zetten en deze beelden te delen via Twitter en andere sociale media.

Vrouwelijke professionals voelen zich geïnspireerd en verbonden met elkaar, door deze actie:

Dr. Haneen Gomawi, of Saudi Arabia, who posted a photo (above) with two of her female colleagues, told us, via Twitter, “We (lady surgeons) face lots of challenges, in the surgical field & in life; despite the difference in countries.” It felt “empowering, bonding & reassuring” to participate in the challenge

Dat is belangrijk, want zoals Gomawi al aanhaalt hebben vrouwen het niet makkelijk. Chirurgie geldt als een macho mannenberoep. Ook in Nederland. Ons land telde rond 1900 slechts dertien vrouwelijke artsen, onder andere omdat vrouwen eeuwenlang niet mochten studeren aan universiteiten. Nadat Aletta Jacobs via de regering toegang tot de universiteit afdwong, nam het aantal vrouwelijke artsen langzaam toe. Maar tot op de dag van vandaag blijven mannen een vak als chirurgie domineren. Hun aandeel schommelt rond de 90%.

Vrouwen die door weten te dringen tot de beroepsgroep, zijn als absolute minderheid een ”token”. Zoals W. Mulder en E. de Jong samenvatten in hun onderzoek naar vrouwelijke chirurgen betekent dit dat de veelal mannelijke collega’s vrouwen zien als een vertegenwoordigster van haar sekse. Ze moet zich gedragen zoals de rest van de beroepsgroep maar tegelijkertijd krijgt ze allerlei signalen dat ze de kat in het vreemde pakhuis is. Als uitzonderingsgeval is ze bovendien kwetsbaar voor stereotypering. Mulder en De Jong onderscheiden onder andere rollen als moeder, verleidster, mascotte of ijzeren maagd.

Daarnaast zijn mannen bang dat het aanzien van hun beroep en de kwaliteit van het werk afnemen als er ”teveel” vrouwen komen. Zijn vrouwen wel gebouwd op het werk? En wat als ze ziek, zwanger en misselijk worden? Dat ondervond onder andere Anne Marie Knot-ten Belt, die in een interview vertelde:

‘De heren daar vonden mijn zwangerschappen erg onhandig en vervelend. Dat vond ik tamelijk kinderachtig, want ik heb tot twee weken voor mijn bevallingen diensten gedraaid.’ Knottenbelt is geen meegaand type. ‘Ik ga ervan uit dat je van elkaar kunt leren. Maar de heren algemeen-chirurgen stonden daar niet voor open. Je hoort het te doen zoals zij het gewend zijn, ambitieuze mannen van in de veertig waren het vervelendst.’ Door haar slechte ervaringen besloot ze een opleiding voor plastisch chirurg te doen, een vak dat ze aanvankelijk graag had willen combineren met de algemene chirurgie. […] ”waren mijn ervaringen beter geweest, dan was ik all round chirurg geworden.”

Kortom, in zo’n klimaat vol vijandigheid, twijfel en angst dat vrouwen de boel verpesten, is het des te belangrijker dat vrouwen zichtbaar worden en elkaar kunnen inspireren en aanmoedigen. Vrouwen kunnen prima opereren, op mensen en dieren, en vaak wordt de kwaliteit van de patientenzorg er juist beter van. Zo wijst onderzoek uit dat een borstkankerpatiënte vaker de juiste behandeling krijgt als haar chirurg een vrouw is. Dat er nog maar veel vrouwelijke chirurgen mogen volgen!

Gastbijdrage: De nieuwe feministen, deel 2

Deel 1 vind je hier.

Door Lonneke van der Ark

De speech van actrice Emma Watson op 22 september 2014, werd met groot applaus ontvangen bij de Verenigde Naties en ging binnen no time viraal. In haar toespraak benadrukt Watson dat mannen naar voren moeten stappen in de strijd tegen ongelijkheid.

Feministen wereldwijd leken even opgelucht adem te halen: nu een publiek figuur als Emma Watson – overal bewonderd en gewaardeerd – zo haar mening verkondigde, moest er wel wat gaan veranderen. ‘Ik weet alleen niet echt wat ik er van moet vinden,’ zegt Pajor. ‘Het is echt goed wat ze gedaan heeft, maar ik twijfel aan de campagne HeforShe. Ze heeft volkomen gelijk dat mannen ook bij het gesprek betrokken moeten worden, maar het stuit me tegen de borst dat ze zegt dat we het zonder mannen niet zouden kunnen. HeforShe geeft me het idee dat we als vrouwen alleen niet succesvol kunnen zijn. De reactie erop maakt echter wel meteen duidelijk dat we nog steeds in een patriarchale maatschappij leven.’

Na haar speech ontving Watson niet alleen gejuich, maar ook doodsbedreigingen. Hackers dreigden ook naaktfoto’s van de actrice te lekken, hoewel dat waarschijnlijk een bluf was: de foto’s zijn nooit naar buiten gebracht. ‘Dat is een typische, veelvoorkomende reactie,’ vertelt Pajor. ‘Een vrouw komt op voor haar rechten en spreekt zich erover uit en dan is er een groep mensen die vindt dat ze naar beneden moet worden gehaald. Alsof ze terug op haar plek moet worden gezet, zoals zij het zien.’

Van Amelsfort ziet vooral problemen in de manier waarop media over de speech berichtten. Na de toespraak schreef ze een uitgebreid stuk over de manier Watson na afloop door de media werd neergezet. ‘Ze reduceren vrouwen tot hun emoties en hun lijf. Emma Watson kan zelfs de VN toespreken, maar dat maakt niet uit. Haar emoties en mogelijke naaktfoto’s zijn veel belangrijker.’

‘En het verkeerd rubriceren en marginaliseren van berichtgeving over vrouwen, ook zo’n structureel fenomeen,’ gaat ze verder. ‘Waarschijnlijk omdat Watson een actrice is, stond het nieuws over haar speech meestal in rubrieken van het type Entertainment. Of, nog erger: ‘Achterklap’. Op die manier krijgt de berichtgeving een lage status – haar speech is slechts vermaak, niet serieus, niet politiek. Terwijl het bijna niet politieker en scherper kan, wat ze zei.’

Invloed van sociale media

Zowel Pajor als Van Amelsfort werkt vanuit een sociale bloggersomgeving; de eerste via Tumblr, de ander via WordPress. Dat internet en sociale media een steeds grotere rol spelen in het verspreiden van het feministisch gedachtegoed, zien ze allebei.

‘Het neemt een steeds belangrijkere plek in als middel om informatie te delen, standpunten te bepalen en aan agendavorming te doen,’ zegt Van Amelsfort. ‘Onder andere Twitter en Facebook worden steeds belangrijker voor feministisch activisme. Internet levert een nieuw strijdtoneel op.’

Pajor ziet dat de kracht van sociale media steeds sterker wordt. ‘Tijdens de rellen in Ferguson zei een woordvoerder van de politie dat hij baalde van sociale media, omdat daar allerlei verschillende standpunten te lezen waren. Ik dacht toen: mooi, dat moeten we juist hebben!’

Het uitlokken van een reactie ziet Van Amelsfort als een overwinning. ‘Feminisme wekt altijd weerstand op. Dat type kritiek moeten we omarmen: als mensen feministen eng vinden, doen we het goed. Dan morrelen we aan de status quo, stellen we privileges aan de kaak en vragen we mannen om hun verantwoordelijkheid te nemen.’

Nog niet perfect

Hoewel het feminisme de goede kant op gaat, zegt Pajor nog veel problemen te zien binnen de stroming. ‘We moeten ons echt richten op alle problemen die we voor ons hebben en niets afdoen als onbelangrijk. Daarbij moet je heel goed bekijken waar een individu of een groep zich druk om maakt. Bijvoorbeeld door te bepalen hoe iets invloed heeft op vrouwen van verschillende culturen.’

Hierbij wijst ze onder meer op de ongelijkheid in het salaris van mannen en vrouwen. Een blanke vrouw in de VS verdient 77 cent op de dollar die een man verdient, maar een zwarte vrouw zit daar nog verder onder. ‘Als we anderen niet binnenlaten en de problemen vanuit verschillende standpunten bekijken, zullen we nooit succes boeken.’

Van Amelsfort sluit zich daarbij aan: ‘Blanke, goed opgeleide feministes zouden zich meer bewust moeten worden van hun privileges ten opzichte van vrouwen met een getinte huidskleur. Dit kunnen ze onder andere laten zien door veel meer te doen met intersectionaliteit, door huidskleur mee te nemen in analyses en vrouwen bewust uit te nodigen en ruimte geven om hun verhaal te doen. Het zijn nu nog te vaak gescheiden werelden. Ik snap het wel, die huiver om kritisch naar jezelf te kijken. Feministen opereren in een guur en vijandig klimaat en veel mensen zijn er als de kippen bij om te zeggen ‘zie je wel, rare feministen, ze deugen zelf niet’. Dus het ligt gevoelig om je eigen vuile was buiten te hangen. Dat zie je bij bijna alle gemarginaliseerde groepen, dus ook feministen. Wij zijn net mensen…’

Gastbijdrage: De nieuwe feministen, deel 1

Wil je als samenleving vrouwenrechten serieus nemen, dan is journalistieke aandacht onontbeerlijk. Of we willen of niet, de media hebben invloed. Weblog De Zesde Clan behoort tot de digitale voorzieningen die ruimte geven aan nieuws over gender, vrouwenrechten, mensenrechten en feminisme. Deze keer gebeurt dat in de vorm van een gastbijdrage van Lonneke van der Ark:

Voor mijn afstudeerportfolio voor de opleiding Journalistiek in Tilburg wilde ik een artikel schrijven voor een online omgeving.  Alle gebeurtenissen rondom het feminisme waren goede redenen voor dit verhaal. Ik vond het vooral interessant om het te bekijken vanuit de online actieve feministen, die niet beroemd zijn. Marie Claire kwam eerder dit jaar met een artikel over alle bekende koppen die zich feminist noemen, en ik wilde juist de minder bekende kant van het activisme laten zien. Hoewel ik afstudeer aan de hogeschool Journalistiek, liggen mijn toekomstplannen in de boekenbranche.

‘ALS MENSEN FEMINISTEN ENG VINDEN, DOEN WE HET GOED’ 

Twee online activisten over het nieuwe feminisme

Door Lonneke van der Ark

‘If not me, who? If not now, when?’ Met die woorden sloot Emma Watson haar speech bij de Verenigde Naties af. De actrice sprak over feminisme en zette met haar toespraak vrouwenrechten weer hoog op de agenda.

Een nieuwe generatie feministen is opgestaan en ze hebben een voordeel wat hun voorgangers niet hadden: het internet. Via het web wordt teruggevochten tegen het aanhoudende seksisme, geweld naar vrouwen en ongelijke behandeling.

Sociale media zijn een grote speler in het feministisch debat. Via bijvoorbeeld Twitter komen de onderwerpen op de feministische agenda naar voren en worden ze opgepakt door de mainstream media. Het heeft ervoor gezorgd dat feminisme weer in de spotlight staat. De hashtag #yesallwomen werd in het leven geroepen nadat de 22-jarige Elliot Rodger twee jonge vrouwen neerschoot bij een universiteit in Santa Barbara, Californië. Nog voordat hij gearresteerd kon worden, pleegde hij zelfmoord.

In een video op Youtube, die na de aanslag online kwam, zei Rodger dat zijn daad een straf naar vrouwen was, omdat hij nog steeds maagd was en nooit een vriendin had gehad. Met #yesallwomen wilden vrouwen wereldwijd duidelijk maken dat ze allemaal wel eens te maken hebben gehad met seksisme en geweld, puur omdat ze een man afwezen. Binnen vier dagen was de hashtag 1,2 miljoen keer gebruikt.

Online activisme

Ongeveer twee jaar geleden begon het online feminisme meer voeten in de aarde te krijgen. Politieke ontwikkelingen in de Verenigde Staten waren daarbij een belangrijke oorzaak, zegt Samantha Pajor (28), freelance journaliste en feminist uit Chicago. Op haar blog, genaamd I write about feminism, schrijft ze dagelijks over actuele situaties.

Ze vertelt waardoor ze feminist geworden is: ‘De Republikeinen hebben er heel wat werk van gemaakt om alle geboekte vooruitgang in vrouwenrechten weer terug te draaien, vooral als het gaat om het recht op abortus en anticonceptie. Het heeft ervoor gezorgd dat mensen een actieve houding tegen die besluiten gingen nemen.’

De Amerikaanse gebruikt voor haar activisme het bloggersplatform Tumblr, waar feminisme lang en breed is geaccepteerd. Antifeministische stromingen hebben haast geen kans op doorbreken en als ze dat wel lukt, zijn ze vaak met een paar weken weer weg vanwege aanhoudende kritiek.

Pajor realiseerde zich pas tijdens haar activisme dat ze een feminist was. ‘Hoe meer iemand over zo’n onderwerp leert en zich realiseert hoe het hun persoonlijk beïnvloed, hoe meer mensen bereid zijn zich in te zetten voor hun rechten. Uiteindelijk zorgt het uitvoeren van feministisch gedachtegoed dat iemand zichzelf feminist gaat noemen.’

Pajor herinnert zich dat ze tijdens haar opleiding niet echt een mening had over de stroming en pas toen ze journalist werd en meer over het onderwerp ging schrijven, ze erachter kwam dat ze zich als feminist identificeerde. ‘Het was echt persoonlijk.’

Ingrid van Amelsfort is in 2010 de feministische blog De Zesde Clan gestart. De naam verwijst naar een vrouwenbeweging in Somalië, waar de dienst werd uitgemaakt door vijf clans waarin alleen mannen het woord hadden. De vrouwen uit de gemeenschap richtten daarop een zesde clan op, om zo ook hun mening te kunnen geven.

Debat

Van Amelsfort vertelt dat ze vooral met de blog is begonnen uit onvrede. Volgens haar is er in de mainstream journalistiek haast geen aandacht voor feministische kwesties en is er verdacht veel ruimte voor ‘feminisme is slecht’- verhalen. ‘Nederlanders blijven ook verstoken van de buitengewoon interessante debatten die feministen in onder andere België, Engeland en de V.S. voeren. Ik zag een rol voor een Nederlands feministisch weblog.’

Dat haar blog en activisme iets uithaalt, merkt Van Amelsfort: ‘Ik gebruik mijn weblog als een plek waar mensen achtergronden krijgen bij het nieuws, of een voorbeeld van ‘kijk, zo werkt het in de praktijk’. Zo probeer ik bewustwording te bevorderen.’ Wel heeft ze inmiddels een beleid als het gaat om negatieve en soms zelfs bedreigende reacties. ‘Zo’n negentig procent van de negatieve reacties die ik krijg, bestaat uit gescheld. Die negeer ik, ik opereer dan vanuit het principe ‘don’t feed the trolls’.’

Haar artikelen lokken ook veel kritische reacties uit, maar daar is Van Amelsfort alleen maar blij mee. ‘Die bevorderen een open en eerlijk debat, geven stof tot nadenken, of leveren een welgemeend commentaar. Dat soort bijdragen plaats ik graag.’

In deel twee: alles over Emma Watson

Technologie helpt vrouwen vooruit

Actrice Geena Davis ontvangt 1,2 miljoen dollar van Google om software te ontwikkelen. Het programma zal in staat zijn om de beeldvorming rondom vrouwelijke personages te analyseren in media gericht op kinderen. Denk aan televisieprogramma’s en jeugdfilms. In plaats van langdurig en voor een deel handmatig turven, krijgt het Geena Davis Instituut straks binnen een paar uur de harde feiten op tafel.

Deze analytische software is één van de manieren waarop technologie vrouwen vooruit helpt. Want iedere keer als mensen seksisme aan de kaak willen stellen, volgen de minachtende opmerkingen. O hou toch op, je beeld je iets in, zo erg is het niet. Zo erg is het wel? Bewijs het. Bewijs het! En dat is precies wat Davis doet, en over een jaar of twee nog beter kan doen:

“If we’re able to have a software tool, that means we’re able to speed up a manual, and time-intensive process of assessment and data collection,” Di Nonno said in an interview with Wired. “Why we think this is important is because that only by having the facts can we put a spotlight on how females are portrayed.”

De cijfers en percentages die al wel bekend zijn, wijzen uit dat meisjes en vrouwen er slecht vanaf komen in medialand. Ze krijgen hooguit eenderde van de spreektijd en komen vaak voor in stereotiepe, geseksualiseerde rollen. Dit is iets wat je min of meer objectief kunt turven – script analyseren, wat zeggen personages, beelden bekijken. Met software kan dit proces sneller en nauwkeuriger plaats vinden. Zo ontstaat er minder wantrouwend gezeur over de cijfers en percentages die zulke analyses tonen.

Hoeveel moeilijker is alledaags seksisme aan te tonen? Die opeenstapeling van kleine voorvalletjes, die twijfel genereren – probeert iemand je nou te dissen of ben je overgevoelig? Dat laatste is moeilijk vol te houden als je via internet honderden gelijksoortige incidenten leest. Dan worden opeens patronen zichtbaar. Dankzij zo’n digitale database kun je aantonen  dat je te maken hebt met een omgeving vol mensen met privileges, die vrouwen naar de marge drukken en soms niet eens door hebben dat ze dat doen.

Dat gebeurt ook in omgevingen waarvan je zou denken goh, daar zouden toch de meer verlichte types rond moeten lopen. Helaas, nee hoor, kun je lezen bij een site vol ervaringen van studenten en professoren op universiteiten. Opnieuw patronen, patronen. Zo’n opeenstapeling leidt tot bewustwording, bewustwording leidt in dit geval vaak tot woede, en goed gekanaliseerde woede kan als motor fungeren voor effectieve acties.

In dat ‘we pikken het niet meer’ stadium aangekomen, spelen sociale media opnieuw een grote rol. Sociale media zouden wel eens net zo revolutionair kunnen zijn als de komst van voorbehoedsmiddelen, schat Jane Caro in op de Australische website Crickey:

Far from feminism being dead, as was so confidently stated by so many until very recently, social media and the power it gives women to voice their opinions and band together to offer encouragement and support, has brought it roaring back onto the agenda.

Denk aan de Arabische Lente, die voor een deel via Facebook tot stand kwam – een platform waar vrouwen net zo actief waren als mannen, en dat zegt wat gezien het macho klimaat in veel landen. Denk aan de Amerikaanse presidentskandidaat Romney, die met zijn ‘multomappen vol vrouwen’ door de mand viel als neerbuigende mannelijke baas die niks met vrouwen op de werkvloer kan, en via memes genadeloos werd afgestraft voor zijn blindheid.

Of denk aan effectieve Twitter acties, waarbij Twitterberichten duidelijk maken hoe de situatie ervoor staat en wat de kern van het probleem is. Ook dat leidt tot bewustwording, en tot actie. In die zin is de hashtag machtiger dan het zwaard. Het feminisme gaat onder andere via sociale media vrolijk verder op de ingeslagen weg.

De lezing van …. Femke Halsema

Wat hebben mensenrechten en technologie met elkaar te maken? Veel, maakte politica Femke Halsema op 11 april dit jaar duidelijk in een boeiende lezing ter gelegenheid van de Vrede van Utrecht Leerstoel. Activisten gebruikten Facebook om de Arabische Lente te lanceren. Dankzij de internettechnologie en sociale media konden ze snel grote groepen gericht inzetten om in allerlei landen duidelijk te maken dat ze het oude regime niet meer zagen zitten en meer democratie wilden.

Femke Halsema tijdens haar oratie voor de Universiteit Utrecht.

Het omgekeerde gebeurt ook – dat dictators technologie inzetten om burgers beter te controleren. Desondanks is Halsema optimistisch:

In de strijd tussen utopisten en sceptici heb ik me de afgelopen maanden vaak afgevraagd tot welke groep ik dan behoor. Ik ben me ervan bewust dat terwijl ik spreek staten, terreurgroepen en bedrijven telkens ingenieuzer middelen vinden om ons, burgers, te controleren en te censureren. Ik vind dat dit dwingt tot oppassendheid en een zekere mate van scepsis. Tegelijkertijd hebben wij, mensen, ook het internet uitgevonden, dat in de stem die het geeft aan de kwetsbaren en de onderdrukten historisch en fantastisch is. Als wij in staat zijn om internet uit te vinden en te ontwikkelen dan moeten wij ook in staat zijn om het aan te wenden voor democratie en mensenrechten.

Enfin, lees vooral haar hele betoog….