Tag Archives: roze prinsessen

Engeland heft roze en blauwe ghetto’s op

Steeds meer Engelse speelgoedketens verlaten de strikte scheiding in roze en blauw. Met Marks&Spencers, die vanaf volgend jaar de tweedeling in jongens-en meisjesspeelgoed opheft, heeft inmiddels 60% van de ketens een genderneutraal aanbod. Dat winkels in Nederland nog steeds roze en blauwe ghetto’s promoten, is een keuze. Het kan ook anders, en onder andere Engeland toont dat aan.

Misschien helpt dit eenvoudige schema Nederlandse speelgoedwinkels bij de indeling van hun aanbod?

Grote ondernemingen zoals Boots en Hamley’s gingen Marks&Spencers voor. In persberichten gaven deze ketens aan dat zij reageerden op kritiek van consumenten. Want die kritiek bestaat en zwol aan. Onder andere ouders verenigden zich en kwamen collectief in actie om de stereotiepe behandeling van jongens en meisjes tegen te gaan. Ze zetten campagnes op zoals Pink Stinks en Let Toys be Toys.

Wie er ook campagne voeren, allemaal pleiten ze voor een genderneutraal aanbod, omdat stereotypen schade toebrengen. Kinderen kunnen niet meer vrij spelen en fantasiewerelden opbouwen. In plaats daarvan leren jongens dat ze met elkaar moeten vechten, dat ze op avontuur mogen gaan, hun hersenen gebruiken, anderen leiden en de wereld veroveren. Meisjes leren mooi zijn en mama helpen met kinderen verzorgen en schoonmaken.

Vooral meisjes worden sterk ingeperkt door dit soort boodschappen. Voor hen geen leiderschap of op avontuur gaan. Wetenschap is voor jongens, strijken jij! In plaats van zelfstandig besluiten nemen, krijgen ze roze prinsessenjurken voorgeschoteld. Veel mensen maken zich terecht zorgen over de manier waarop meisjes als individueel persoon verdwijnen in een niemandsland van roze tule. ‘Assepoester vrat mijn dochter op’, signaleren betrokkenen.

De beelden waar kinderen mee opgroeien hebben gevolgen voor later, als vrouwen ambities proberen te ontwikkelen. Veel vrouwen merken dat ze uiteindelijk stuk lopen op een combinatie van maatschappelijke structuren, seksisme en verinnerlijkte belemmeringen. Kort door de bocht gezegd: als je bent opgevoed in een samenleving, die je vanaf je babytijd al hult in roze rompertjes met het commando ‘lief’, wordt het later lastig om assertief op te treden en te onderhandelen over een hoger salaris. Dan vinden mensen je al snel bazig en bitcherig. En straffen je daarvoor.

Dat Engelse winkels tot inkeer komen, gebeurt onder druk van maatschappelijke verontwaardiging. Zou dat in Nederland ook kunnen? In ons land hoor je kritiek, maar het debat wordt gedomineerd door conservatieve Mars en Venusdenkers, die onzin verkopen over jongens- en meisjesbreinen en gescheiden onderwijs willen invoeren.

Vlak over de grens, in buurland België, gaan pedagogen en onderwijzers heel anders om met gender. Daar willen ze zich concentreren op de individuele kwaliteiten van kinderen, en willen ze seksestereotypen zo min mogelijk invloed geven. Het gaat hier dus niet om een natuurwet, maar om Nederlands conservatisme. Het gaat niet om biologie, maar om keuzes maken en prioriteiten stellen. België gaat anders om met sekse dan Nederland, omdat ze daar alerter zijn op sociale constructies en wat dat met kinderen doet.

Naast het pedagogische klimaat bevindt ook het Nederlandse marketingklimaat zich nog in het stenen tijdperk. We grossieren in bier voor hem, en caloriearm fruitwater voor haar. Unilever hamert er met de opvolgmelk al op dat het babymeisje hooguit ballerina kan worden. Wetenschap beoefenen en bergen beklimmen is voor de babyjongen, als hij later groot is. En een op zich serieuze uitgever brengt hier zonder enige kritiek een marketingboek vol ongefundeerde beweringen over vrouwen op de markt. Waarbij de auteurs vrouwelijke consumenten zonder met hun ogen te knipperen een prinsessenbrein aanmeten. Dat ziet er zo uit:

De hersenen van een vrouw zijn te vergelijken met een Amsterdamse loft aan de gracht. Het is niet groot, maar alles is aanwezig in een grote open ruimte. [..] Overal liggen werkspullen en fotoboeken vol herinneringen. Eigenlijk is het gewoon een ongeregeld zooitje.

Toe maar. En de meerderheid slikt dit voor zoete koek. Rare wezens, die vrouwen, hahahaha.

De weinige mensen in ons land die openlijk kritiek leveren, krijgen vijandige commentaren van het type

Met alle respect, maar heeft ze niets beters te doen? Wie is Hanna Bervoets eigenlijk?

Wat een tut madam om hier over te gaan zeuren. Jongens spelen met jongens speelgoed, meisjes met meisjes speelgoed, dat is zo en niemand kan dat ontkennen. Gender neutraal ? Gewoon je reinste onzin.

Jongetjes wordt het handtasje en het gejank over de gescheurde nagel en meisjes de tuinbroek en het pottenkapsel opgedrongen door de Geeperreetbrigades die ongemerkt onze gehele samenleving aan het overnemen zijn.

Zolang Nederland in de ban blijft van het Mars en Venusdenken, schiet het niet op en blijven we jongens en meisjes in een keurslijf persen. Bij ons domineert het taaie ‘moeder de vrouw’-denken van Calvinistische mannenbroeders. Ketens als Bart Smit voelen in die cultuur geen enkele noodzaak hun roze en blauwe afdelingen op te heffen.

Daarom helpt het om te weten dat steeds meer Engelse winkelketens hun beleid wel degelijk kunnen veranderen en kinderen vrij laten spelen met alles wat er is. We weten nu dat het kan. Als je maar wil. Dat biedt mogelijkheden!

UPDATE: Ook Zweden laat zien dat het anders kan. Toys R Us heft de tweedeling in speelgoed voor jongens en meisjes op. Onder andere de superstore in Stockholm gaat gewoon speelgoed voor kinderen verkopen. De grootste aanbieder van het land reageert hiermee op druk van buitenaf. Sinds 2008 protesteerden zelfs kinderen van dertien jaar al tegen de seksistische marketing van onder andere Toys R Us.

Vrouwen willen win-win situatie, maar krijgen backlash

”Zij wilde win-win, hij ervoer: lose, loser.” Deze ware woorden schreef Marjam Schöttelndreier in De Volkskrant (artikel zit achter een betaalmuur, dus helaas geen link). Samen met Wieteke van Zeil reageert zij op het succes van de roman Ventoux van Bert Wagendorp, en dan vooral op de van stereotypen doordrenkte odes aan de mannenvriendschap die op deze publicatie volgden. Van Zeil en Schöttelndreier plaatsen vraagtekens bij dit machodiscourse. Ze brengen die kritiek beleefd, maar wat ze eigenlijk beschrijven is een backlash tegen vrouwenemancipatie.

Blijkbaar raakt het boek een gevoelige snaar, suggereren beide vrouwen. De tweede feministische golf bracht grote veranderingen in het leven van veel vrouwen. Vrouwen wilden eerlijker delen, benadrukt onder andere ook hoogleraar Tonkens:

“Een van de misverstanden over feminisme is, dat het alleen gaat om de belangen van vrouwen. Het gaat om het bestrijden van sekse-ongelijkheid, en dat is in het belang van iedereen. Mannen hebben ook baat bij een gevarieerder gedragsrepertoire en bij het nemen van taken die zogenaamd vrouwen toebehoren.” Nou, ja, zegt Tonkens erbij, afgezien van het huishouden dan. “Dat is gewoon vervelend, maar dat moet wel gebeuren.”

Vandaar dat het feminisme in Nederland begon met de Man-Vrouw Maatschappij, brengt Schöttelndreier in herinnering. Veel vrouwen vonden dat mannen moesten ophouden met de baas zijn. In plaats daarvan hadden ze liever een gelijkwaardige partner, zowel in huis als op het werk. Volgens Schöttelndreier viel dat echter verkeerd bij de mannen. Ophouden de baas te zijn betekende een verlies. Het verzoek om een evenwichtigere verdeling was iets waar de meeste mannen niet graag aan mee wilden werken.

Van Zeil verklaart daar de ophef over en het succes van Ventoux mee:

,,Zo enthousiast, opgelucht bijna. Mannenvriendschap! Wij praten niet, wij doen! Alsof ze met z’n allen voor het eerst in tijden kunnen uitademen. Al die jaren tiptoe-en om de vrouw en haar eisen, begrip tonen, adem inhouden. En ja, dan komt ’t er natuurlijk met gebrul uit.”

Wagendorp zelf zet de toon, door een stuk over mannenvriendschap te schrijven voor Volkskrant Magazine (van 15 juni j.l.). Daarin komt hij met allerlei cliché’s op de proppen. De masculiene vriendschap kenmerkt zich volgens hem door meer stilte en meer ‘samen dingen doen’. Verder komt het vooral neer op ‘niet-vrouwelijk’, merkt Schöttelndreier: niet toegankelijk voor vrouwen, en waarschijnlijk diepgaander dan vrouwenvriendschappen. Met een ronde bak met klei als middelpunt. Daar leefden de jongens zich uit in zwijgzame mannenvriendschappen. Die bak was voor hen. Meisjes kleiden niet.

Ja hallo zeg, reageert Wieteke van Zeil. Dat is wel een heel selectief beeld van het verleden. Van Zeil kan zich niet herinneren dat meisjes in de jaren zeventig bedolven werden onder de roze prinsessenspullen, zoals nu wel het geval is. Ze herinnert zich dat meisjes destijds relatief ongestoord konden spelen zoals ze wilden, en wel degelijk ook kleiden. De tijd van de grote Verschillen is volgens Van Zeil nu pas aangebroken. Tegenwoordig moet ze haar vijfjarige zoon uitleggen dat zijn zusje ook piloot kan worden. Dat gaat er bij die jongen nauwelijks in, merkt ze. Kijk maar naar Lego: piloot zijn is iets voor jongens.

Naast het ‘je afzetten tegen vrouwen door het mannelijke op te hemelen’ en de huidige roze en blauwe scheidslijnen, is er nog iets anders aan de hand. De opkomst van het neuroseksisme, waar de Zesde Clan al vaker aandacht aan besteedde. Schöttelndreier noemt dit hersenfundamentalisme, en vindt het geen toeval dat hun denkbeelden aan invloed winnen nu mannen vermoeid raakten door het gelijkheidsstreven. Met verwijzingen naar wetenschappelijk klinkend geleuter over mannen en vrouwenbreinen kan hij weer in zijn eentje gaan vissen, terwijl zij kan kwetteren op de Libelle zomerweken, constateert ze.

Dit zijn allemaal tekenen van een conservatiever wordende maatschappij, denkt De Zesde Clan. We zitten nu al vier jaar in een economische crisis, de onzekerheid neemt toe, en wat is er dan fijner om in ieder geval de orde tussen de seksen weer te herstellen? Hij maakt de plannen, zij het eten. Dat is een backlash, lieve lezers… Je zult dit woord in geen van beide artikelen tegenkomen, maar dit is precies wat Schöttelndreier en Van Zeil in kaart brengen. Doodzonde!