Tag Archives: Rotterdam

Moord op meisje past in horrorpatroon

Wat de 16-jarige scholiere in Rotterdam overkwam heeft bij feministen een naam: femicide. Het woord is afgeleid van genocide, volkerenmoord. Alleen betreft het hier exclusief de vrouwelijke helft van het volk. Overal ter wereld, ook in Nederland, vermoorden mannen vrouwen omdat zij een vrouw is (en zij ”dus” moet doen wat de man wil of verwacht). De mannelijke agressie heeft grote gevolgen voor alle vrouwen, of het nou uitloopt op moord of niet: angst, beperkingen in onze bewegingsvrijheid, de talloze voorzorgsmaatregelen die we nemen om zo veilig mogelijk te zijn.

De redenatie om als man een vrouw te doden kan verschillen, maar komt in de kern op hetzelfde neer. Ze is ”zijn” partner of ex-partner, en als man wil hij haar blijven domineren. De dood vormt relatief vaak het slot van een geschiedenis vol huiselijk geweld. En/of de moord vindt plaats op het moment dat de vrouw de relatie verbreekt, aankondigt te willen scheiden, of al weg is (waarna hij haar doodt of eerst een tijd lastig valt en dan doodt).

In andere gevallen kent de moordenaar de vrouw in kwestie niet persoonlijk, maar staat haar sekse alsnog centraal. Zo vonden in de V.S. en Canada verschillende moordpartijen plaats waarbij de dader in verklaringen aangaf woede te voelen. Vrouwen moesten niks van hem hebben, dus moesten meisjes en vrouwen dood. Dit gebeurde onder andere in de Canadese stad Toronto. Dit soort algemene vrouwenhaat was ook het motief voor de zogenaamde Isla Vista moordenaar uit de V.S. Om maar een paar voorbeelden te noemen – er zijn er vele.

Het algemene publiek, inclusief journalisten, heeft de neiging zulke moorden af te doen als incidenten. Het gaat om een onbegrijpelijk fenomeen, een trieste gebeurtenis, het was ‘zinloos’. De man had het moeilijk en ‘opeens sloegen de stoppen door’. Dat is een geruststellend verhaal, analoog aan de mythe van de onhandige man, om een groot maatschappelijk probleem te verhullen en mannelijke agressie te negeren. Als er al iets mis is, ligt de oorzaak bij de vrouw: hij was wel agressief, maar zij wimpelde de politie af.

Hoe gaat het patroon? We zien het mechanisme in een mildere vorm al bij straatintimidatie. Mannen bewijzen, vaak in groepjes, aan elkaar hun mannelijkheid, door vrouwen lastig te vallen. De man is in dit wereldbeeld ‘dé man’ en beheerst de straat. Vrouwen zijn daar te gast en moeten zich gesis, geroep, achterna lopen, ongewenste betastingen en erger laten welgevallen. Wil een meisje of vrouw niet meewerken aan dit vertoon van macho gedrag, dan grijpen de daders in en gaan over tot agressie. Neem dit voorbeeld uit Utrecht, waarbij vier jongens een meisje uitdaagden en, toen ze protesteerde, in elkaar sloegen. Of straatintimidatie die overgaat in seksueel geweld, zoals een aanranding.

In ernstigere vorm zie je dat ook bij de dode vrouwen. De meeste vrouwen, circa driekwart, kennen hun moordenaar. Het is meestal hun partner of ex partner, en in veel van de overgebleven andere gevallen een mannelijk familielid. Dit zie je nu ook bij de moord op de 16-jarige Rotterdamse scholiere  De dader kende haar en bronnen spreken van ”een relatie”. In hoeverre dat het juiste woord is voor iets tussen een 31-jarige man en een tiener, met in mijn optiek duidelijke elementen van geobsedeerdheid en stalking, moet nog blijken. Getuigen en veel media noemen de man in ieder geval de ex van het meisje. Volgens de media wilde zij van hem af en begon hij daarna met dreigen. Zodra de tiener hem bij haar school zag staan probeerde ze nog te vluchten, maar helaas, zijn kogels waren sneller dan zij.

In Nederland sterven tussen de 30 en de 40 vrouwen per jaar op een manier die in dit patroon past. In 2016, een op zich ”rustig” jaar, waren het er bijvoorbeeld 34. Onderzoek voor moorden in de periode 2010-2015 wijst uit dat de vrouwenmoordenaar in iets meer dan de helft van de gevallen een intieme relatie had met het slachtoffer. Hij was haar partner of ex. In de meeste gevallen pleegde de man de moord met een steekwapen of wurgde hij de vrouw.

De percentages komen overeen met andere onderzoeken. In Engeland, met een grotere bevolking, staat de teller voor 2017 op 139. 109 daarvan, 76%, kende de man in kwestie. In bijna de helft van de gevallen was de dader hun partner of een ex, vergelijkbaar met Nederland. In de andere gevallen betrof het een mannelijk familielid of een zoon. Bijna de helft kwam om het leven door een scherp voorwerp, zoals een mes – dit is in Nederland zoals we zagen ook zo.

Welk wapen of welke manier een man gebruikt, hangt af van de cultuur. Zo telde de V.S. in 2016 ruim 1800 vrouwenmoorden, waarbij de man de vrouw in 56% van de gevallen doodde met een vuurwapen. Dat hangt samen met de wapencultuur in dat land. In andere culturen kunnen fenomenen zoals eerwraak een rol spelen en de kans vergroten dat de dader een mannelijk familielid van de vrouw is. Maar de kern blijft hetzelfde: een vrouw doet iets wat een man niet wil, en ze betaalt voor de vermeende wandaad met haar leven.

In 42% van de gevallen was er volgens de Engelse onderzoeksgegevens bij de femicide sprake van overkill. Zo stak een man een vrouw 175 keer. In een ander voorbeeld sloeg de man zo lang, vaak en hard op een vrouw in, dat haar gezicht voor de nabestaanden totaal onherkenbaar was. Dit soort gevallen van overkill zie je ook terug in Nederland. In het geval van de 16-jarige scholiere vuurde de dader volgens door journalisten opgetekende verklaringen zeven tot acht schoten af, waarvan vier van zeer nabij. Of de man die ”zijn” vriendin en dochter wurgde, de dochter verkrachtte, (onduidelijk in welke volgorde dit gebeurde) en de lichamen daarna verborg in de kruipruimte van hun woning. Of deze man, die 99 keer instak op de vrouw.

De forse mate van geweld maakt duidelijk dat er extra emotie in het spel is in veel gevallen waarin mannen vrouwen doden. In Engeland houdt Ingala Smith zich al jaren bezig met femicide. Zij stelt dat deze felheid aangeeft dat het hier niet gaat om onschuldige, aardige mannen die door pech en toeval opeens een misstap begaan. Het zijn mannen die vrouwen haten:

Ingala Smith, the chief executive of the domestic violence charity Nia, said: “The use of excessive violence or desecration after death challenges narratives of momentary loss of control that are especially prevalent in relation to domestic violence. “Instead it highlights the brutality and misogyny that men bring to their violence against women whether dead or alive and challenges benign rationales given by men which are often accepted and repeated in media coverage of the killings of women.”

Femicide. Onthoudt die term. En neem eens een kijkje bij de diverse overzichten en tellingen van al die dode vrouwen. Zoals het Engelse Counting Dead Women. Of deze Canadese inventarisatie. Of deze Spaanse telling uit 2017. Of de moorden op vrouwen die de Moordatlas verzamelt, tussen uitgaansgeweld onder mannen en afrekeningen in het criminele circuit door. Dan zie je het vanzelf.

Mannen ontkennen straatintimidatie

Voor mannen blijkt het erg moeilijk om vrouwen serieus te nemen als die aangeven te maken te hebben met straatintimidatie. Dat bleek weer eens toen de Amerikaanse radiopersoonlijkheid John Williams sociale media benutte om een vrouwelijke collega, Amy Guth, te dissen. Zij vertelde te zijn lastiggevallen door een onbekende man die haar uit het niets aansprak en erover begon dat hun kinderen razendknap zouden zijn, als ze die zouden maken. Onzin, vond Williams. Zoiets komt toch niet voor? Als het al was gebeurd, zou ze het moeten zien als een compliment, iets onschuldigs. Twitter ontplofte.

De hele Twitterdraad is een goudmijn voor sociologisch onderzoek. Allereerst biedt het ’t zoveelste bewijs voor de vele manieren waarop vrouwen gebukt gaan onder mannelijk wangedrag. Vrouwen en een paar mannen melden dat mannen hen lastig vallen. De mannen opereren alleen, op momenten waarop hun slachtoffer ook alleen en/of kwetsbaar is, of bewegen zich in groepjes en gebruiken hun numerieke overwicht om de situatie te domineren. (Als je de meldingen van vrouwen niet vertrouwt kun je gelukkig steeds meer onderzoeken vinden. Zo gebeurt in de gemeente Rotterdam 60% van de straatintimidatie in groepsverband en heeft 94% van de 1200 ondervraagde vrouwen nare dingen meegemaakt op straat.)

Tegelijkertijd geven veel mensen aan dat mannen geen idee hebben dat dit allemaal gebeurt. Vrouwen en een paar mannen geven in de twitterdraad prachtige voorbeelden van hoe dat werkt. Een man schrijft dat hij pas doorhad hoe vrouwen spitsroeden lopen op straat, toen hij in drukke New Yorkse straten gescheiden raakte van zijn vriendin. Hij volgde haar en merkte opeens dat vreemde mannen regelmatig vervelende opmerkingen tegen haar maakte en zich aan haar opdrongen. Een vrouw maakte dezelfde situatie mee en rapporteert ook dat toen mannen erachter kwamen dat ze met haar vriend was, ze zich prompt verontschuldigden – tegenover hém, niet tegenover haar.

Als ze navraag doen, tonen deze mannen zich geschokt over de antwoorden die ze van vrouwen krijgen. Het is veel. Het is constant. Het is ernstig. Omgaan met die schok en schrik is lastig. Het zijn negatieve emoties waar we als mens automatisch voor terugdeinzen. Het is verleidelijk om blind te blijven voor de vele intimiderende incidenten die vrouwen meemaken – en als man kun je dat makkelijk doen want de daders richten zich voornamelijk op vrouwen.

Als wegkijken niet lukt, kun je altijd je toevlucht nemen tot ontkennen, zoals Williams deed. Maar wat is waarschijnlijker, vragen de vrouwen Williams in hun reacties op zijn Twitterbericht. Dat de halve mensheid liegt, of dat mannen zoals Williams de ervaringen van vrouwen niet willen horen?

Een tweede barrière is dat het bij straatintimidatie gaat om opvattingen over mannelijkheid, iets waar alle leden van die sekse mee te maken hebben. Mannen kunnen nog zo hard roepen dat de meeste mannen fijne mensen zijn die vrouwen met het allergrootste respect behandelen, maar onderzoek na onderzoek wijst uit dat er een zeer sterk verband bestaat tussen opvattingen over de rol van mannen en seksueel geweld. Wie roept ‘niet alle mannen‘ zodra het probleem van mannelijke agressie op tafel komt, ontkent de rol van mannelijkheid en blijft onderdeel van het probleem. Dat is voor een man niet leuk om te horen. En biedt een nieuwe stimulans om de kwestie te ontkennen of af te wentelen op vrouwen.

Kortom de situatie is nog steeds zoals feministe Jane Gilmore in 2015 zo puntig samenvatte:

Ondertussen melden alle vrouwen in de Twitterdraad rond Williams dat zij geen enkele vrouw kennen die NIET te maken heeft gehad met straatintimidatie. De leverancier van de agressie was altijd een man. Vrouwen melden in hun twitterberichten dat het eerste incident plaats vond toen ze tussen de 12 en de 16 jaar oud waren. Oftewel het begon zodra ze niet duidelijk meer een kind waren. De mannelijke dader(s) waren in alle gevallen ouder en/of met meer, dus die eerste ervaring kwam meestal behoorlijk bedreigend over op de jonge tienermeiden.

Veel vrouwen melden daarnaast dat situaties snel kunnen escaleren, als ze niet reageren naar de zin van de mannen. Als ze niet blij en flirterig reageren, als ze nee zeggen, gaan de mannen angstwekkend snel over tot verbaal en fysiek geweld. Ze schelden vrouwen uit, achtervolgen hen, gooien stenen of bierflesjes naar ze, of pakken hen fysiek aan zodat een vrouw zich letterlijk los moet worstelen.

De aanhoudende ongewenste opdringerigheid en agressie is uitputtend voor vrouwen, signaleert Guth:

“We don’t keep track in the same way that might be expected because it’s so frequent, and began prior to puberty for many of us, so it’s part of the female experience unfortunately,” Guth wrote in an email.[…] “As a woman, any level of dismissal in any workplace is part of a cultural pattern of behavior that falls under the ‘death by a thousand cuts’ phenomenon,” Guth said. “Incidents or transgressions may be like paper cuts, but they certainly add up over time.”

Dat doorgaan alsof er niets aan de hand is, alsof mannen niks te maken hebben met het probleem, dát moet veranderen. Zolang mannelijke daders ongestraft wegkomen met hun gedoe, zolang mannen hun seksegenoten hun gang laten gaan, zolang zijn straten en huizen onveilig voor vrouwen en worden wij vrouwen ernstig gehinderd in onze bewegingsvrijheid, onze mogelijkheden om iets leuks te doen, onze levensvreugde. Mannen, aan de slag.

Jongenswerk ontdekt meisjes

Het meidenwerk komt naar je toe! De organisatie Meiden Inc hield op 22 juni voor het eerst een bijeenkomst van wethouders en andere professionals die als ambassadeurs voor meisjes willen optreden. Ze hebben drie doelen: meidenwerkers met elkaar verbinden, het belang en de resultaten van meidenwerk zichtbaar maken, en bij gemeenten pleiten voor een eerlijke verdeling van geld en middelen, zodat het jongenswerk ook iets gaat doen voor meisjes.

Apart aandacht besteden aan meisjes, is dat niet heel erg jaren zeventig? De Amsterdamse Vrouwenmonitor 2011 stelt de vraag, maar heeft er ook een duidelijk antwoord op. De nota constateert dat Amsterdam 57.000 meisjes en jonge vrouwen tot 24 jaar telt, maar dat er voor die grote groep slechts drie zelforganisaties zijn die zich specifiek op meiden richten. Van het professionele jongerenwerk hebben ze niets te verwachten. Dat gaat alleen maar achteruit:

Nu het stadsbrede Meidenplaza van Stedelijk Jongerenwerk (SJA) dreigt te verdwijnen, moeten de stadsdelen begrijpen dat er dringend behoefte is aan seksespecifiek jongerenwerk. Dit lijkt contra-emancipatoir, maar de ervaring leert dat de meiden anders op de tweede plek komen.

Zo simpel ligt het dus. Doe je niks, dan verdwijnen de meiden onmiddellijk uit beeld. VNG Magazine kopte in maart nog dat je beter van jongenswerk kunt spreken. De neutrale term jongerenwerk versluiert de realiteit dat jongerenwerk eenzijdig op jongens gericht is.

Daar is een al even simpele reden voor, meldt de Vereniging van Nederlandse gemeenten in haar magazine: ,,Gemeentelijk jeugdbeleid is voor een belangrijk deel gericht op de bestrijding van jongerenoverlast, en dat is in de praktijk vooral jongensoverlast. Meisjes zijn veel minder in beeld als ‘probleemjongeren’. En daardoor krijgen ze niet de aandacht van de gemeente die ze verdienen – en waar ze ook behoefte aan  hebben.”

Dit moet veranderen, en de VNG staat daar niet alleen in. Het punt kwam eerder al aan de orde in een rapport van het Nederlands JeugdInstituut. Het instituut vindt dat het jongerenwerk moet emanciperen. Sindsdien is de zaak in beweging gekomen. De oprichting van Meiden Inc volgde, om meidenwerk op de kaart te zetten, in maart kwam de hoofdstad met de Amsterdamse Vrouwenmonitor 2011, en een grote gemeente als Rotterdam werkte aan een visienota op meidenwerk die vorige maand het levenslicht zag.

De ambassaseurs van het meidenwerk zullen in Rotterdam en Amsterdam vast een warm onthaal krijgen. Wie volgt?