Tag Archives: Rotterdam

Mannen ontkennen straatintimidatie

Voor mannen blijkt het erg moeilijk om vrouwen serieus te nemen als die aangeven te maken te hebben met straatintimidatie. Dat bleek weer eens toen de Amerikaanse radiopersoonlijkheid John Williams sociale media benutte om een vrouwelijke collega, Amy Guth, te dissen. Zij vertelde te zijn lastiggevallen door een onbekende man die haar uit het niets aansprak en erover begon dat hun kinderen razendknap zouden zijn, als ze die zouden maken. Onzin, vond Williams. Zoiets komt toch niet voor? Als het al was gebeurd, zou ze het moeten zien als een compliment, iets onschuldigs. Twitter ontplofte.

De hele Twitterdraad is een goudmijn voor sociologisch onderzoek. Allereerst biedt het ’t zoveelste bewijs voor de vele manieren waarop vrouwen gebukt gaan onder mannelijk wangedrag. Vrouwen en een paar mannen melden dat mannen hen lastig vallen. De mannen opereren alleen, op momenten waarop hun slachtoffer ook alleen en/of kwetsbaar is, of bewegen zich in groepjes en gebruiken hun numerieke overwicht om de situatie te domineren. (Als je de meldingen van vrouwen niet vertrouwt kun je gelukkig steeds meer onderzoeken vinden. Zo gebeurt in de gemeente Rotterdam 60% van de straatintimidatie in groepsverband en heeft 94% van de 1200 ondervraagde vrouwen nare dingen meegemaakt op straat.)

Tegelijkertijd geven veel mensen aan dat mannen geen idee hebben dat dit allemaal gebeurt. Vrouwen en een paar mannen geven in de twitterdraad prachtige voorbeelden van hoe dat werkt. Een man schrijft dat hij pas doorhad hoe vrouwen spitsroeden lopen op straat, toen hij in drukke New Yorkse straten gescheiden raakte van zijn vriendin. Hij volgde haar en merkte opeens dat vreemde mannen regelmatig vervelende opmerkingen tegen haar maakte en zich aan haar opdrongen. Een vrouw maakte dezelfde situatie mee en rapporteert ook dat toen mannen erachter kwamen dat ze met haar vriend was, ze zich prompt verontschuldigden – tegenover hém, niet tegenover haar.

Als ze navraag doen, tonen deze mannen zich geschokt over de antwoorden die ze van vrouwen krijgen. Het is veel. Het is constant. Het is ernstig. Omgaan met die schok en schrik is lastig. Het zijn negatieve emoties waar we als mens automatisch voor terugdeinzen. Het is verleidelijk om blind te blijven voor de vele intimiderende incidenten die vrouwen meemaken – en als man kun je dat makkelijk doen want de daders richten zich voornamelijk op vrouwen.

Als wegkijken niet lukt, kun je altijd je toevlucht nemen tot ontkennen, zoals Williams deed. Maar wat is waarschijnlijker, vragen de vrouwen Williams in hun reacties op zijn Twitterbericht. Dat de halve mensheid liegt, of dat mannen zoals Williams de ervaringen van vrouwen niet willen horen?

Een tweede barrière is dat het bij straatintimidatie gaat om opvattingen over mannelijkheid, iets waar alle leden van die sekse mee te maken hebben. Mannen kunnen nog zo hard roepen dat de meeste mannen fijne mensen zijn die vrouwen met het allergrootste respect behandelen, maar onderzoek na onderzoek wijst uit dat er een zeer sterk verband bestaat tussen opvattingen over de rol van mannen en seksueel geweld. Wie roept ‘niet alle mannen‘ zodra het probleem van mannelijke agressie op tafel komt, ontkent de rol van mannelijkheid en blijft onderdeel van het probleem. Dat is voor een man niet leuk om te horen. En biedt een nieuwe stimulans om de kwestie te ontkennen of af te wentelen op vrouwen.

Kortom de situatie is nog steeds zoals feministe Jane Gilmore in 2015 zo puntig samenvatte:

Ondertussen melden alle vrouwen in de Twitterdraad rond Williams dat zij geen enkele vrouw kennen die NIET te maken heeft gehad met straatintimidatie. De leverancier van de agressie was altijd een man. Vrouwen melden in hun twitterberichten dat het eerste incident plaats vond toen ze tussen de 12 en de 16 jaar oud waren. Oftewel het begon zodra ze niet duidelijk meer een kind waren. De mannelijke dader(s) waren in alle gevallen ouder en/of met meer, dus die eerste ervaring kwam meestal behoorlijk bedreigend over op de jonge tienermeiden.

Veel vrouwen melden daarnaast dat situaties snel kunnen escaleren, als ze niet reageren naar de zin van de mannen. Als ze niet blij en flirterig reageren, als ze nee zeggen, gaan de mannen angstwekkend snel over tot verbaal en fysiek geweld. Ze schelden vrouwen uit, achtervolgen hen, gooien stenen of bierflesjes naar ze, of pakken hen fysiek aan zodat een vrouw zich letterlijk los moet worstelen.

De aanhoudende ongewenste opdringerigheid en agressie is uitputtend voor vrouwen, signaleert Guth:

“We don’t keep track in the same way that might be expected because it’s so frequent, and began prior to puberty for many of us, so it’s part of the female experience unfortunately,” Guth wrote in an email.[…] “As a woman, any level of dismissal in any workplace is part of a cultural pattern of behavior that falls under the ‘death by a thousand cuts’ phenomenon,” Guth said. “Incidents or transgressions may be like paper cuts, but they certainly add up over time.”

Dat doorgaan alsof er niets aan de hand is, alsof mannen niks te maken hebben met het probleem, dát moet veranderen. Zolang mannelijke daders ongestraft wegkomen met hun gedoe, zolang mannen hun seksegenoten hun gang laten gaan, zolang zijn straten en huizen onveilig voor vrouwen en worden wij vrouwen ernstig gehinderd in onze bewegingsvrijheid, onze mogelijkheden om iets leuks te doen, onze levensvreugde. Mannen, aan de slag.

Advertenties

Jongenswerk ontdekt meisjes

Het meidenwerk komt naar je toe! De organisatie Meiden Inc hield op 22 juni voor het eerst een bijeenkomst van wethouders en andere professionals die als ambassadeurs voor meisjes willen optreden. Ze hebben drie doelen: meidenwerkers met elkaar verbinden, het belang en de resultaten van meidenwerk zichtbaar maken, en bij gemeenten pleiten voor een eerlijke verdeling van geld en middelen, zodat het jongenswerk ook iets gaat doen voor meisjes.

Apart aandacht besteden aan meisjes, is dat niet heel erg jaren zeventig? De Amsterdamse Vrouwenmonitor 2011 stelt de vraag, maar heeft er ook een duidelijk antwoord op. De nota constateert dat Amsterdam 57.000 meisjes en jonge vrouwen tot 24 jaar telt, maar dat er voor die grote groep slechts drie zelforganisaties zijn die zich specifiek op meiden richten. Van het professionele jongerenwerk hebben ze niets te verwachten. Dat gaat alleen maar achteruit:

Nu het stadsbrede Meidenplaza van Stedelijk Jongerenwerk (SJA) dreigt te verdwijnen, moeten de stadsdelen begrijpen dat er dringend behoefte is aan seksespecifiek jongerenwerk. Dit lijkt contra-emancipatoir, maar de ervaring leert dat de meiden anders op de tweede plek komen.

Zo simpel ligt het dus. Doe je niks, dan verdwijnen de meiden onmiddellijk uit beeld. VNG Magazine kopte in maart nog dat je beter van jongenswerk kunt spreken. De neutrale term jongerenwerk versluiert de realiteit dat jongerenwerk eenzijdig op jongens gericht is.

Daar is een al even simpele reden voor, meldt de Vereniging van Nederlandse gemeenten in haar magazine: ,,Gemeentelijk jeugdbeleid is voor een belangrijk deel gericht op de bestrijding van jongerenoverlast, en dat is in de praktijk vooral jongensoverlast. Meisjes zijn veel minder in beeld als ‘probleemjongeren’. En daardoor krijgen ze niet de aandacht van de gemeente die ze verdienen – en waar ze ook behoefte aan  hebben.”

Dit moet veranderen, en de VNG staat daar niet alleen in. Het punt kwam eerder al aan de orde in een rapport van het Nederlands JeugdInstituut. Het instituut vindt dat het jongerenwerk moet emanciperen. Sindsdien is de zaak in beweging gekomen. De oprichting van Meiden Inc volgde, om meidenwerk op de kaart te zetten, in maart kwam de hoofdstad met de Amsterdamse Vrouwenmonitor 2011, en een grote gemeente als Rotterdam werkte aan een visienota op meidenwerk die vorige maand het levenslicht zag.

De ambassaseurs van het meidenwerk zullen in Rotterdam en Amsterdam vast een warm onthaal krijgen. Wie volgt?