Tag Archives: recensies

Meer diversiteit in vier eenvoudige stappen

Van een filosofisch vakblad met maximaal 21% vrouwelijke auteurs en 0% mensen met een gekleurde huid, naar een vakblad met 54% vrouwelijke auteurs en 11% auteurs met een gekleurde huid. In een paar jaar tijd. Vooruitgang kán, toont Rebecca Kukla aan. Deze professor Filosofie aan de Georgetown University werd hoofdredactrice van het Kennedy Institute of Ethics Journal en maakte het tot haar missie meer diversiteit te bereiken. Dat lukte door vier stappen consequent door te voeren.

Rebecca Kukla

Toen Kukla het roer van het tijdschrift voor Ethiek over nam, trof ze een traditioneel blank mannelijk landschap aan. Stap 1 was dan ook: het net verder, dieper en breder het water in gooien en actief op zoek gaan naar filosofen uit andere hoeken. Dat lukte door een aantal themanummers uit te brengen over actuele onderwerpen. Zo besteedde het Ethics Journal aandacht aan de Amerikaanse verkiezingen. Trump levert een goudmijn op als je het wil hebben over ethiek, en niet alleen de geijkte vaste waarden in de filosofie schreven over de gang van zaken in 2016. Via de themanummers kon de redactie een jonger, diverser auteursbestand opbouwen.

Stap 2 was de introductie van boekrecensies. Kukla en haar medewerkers besloten bewust op zoek te gaan naar publicaties vanuit gemarginaliseerde groepen, met onderwerpen op het gebied van ras, etniciteit, feminisme, (politieke) repressie, anti-fascisme enzovoorts. De redactie kan zelf kiezen wie de recensies schrijft en zorgde ervoor dat uitnodigingen terecht kwamen bij andere deskundigen dan de geijkte blanke mannennamen van de standaard namenlijstjes.

Stap 3: het landschap zelf veranderen. Tot Kukla’s komst kondigde het blad zichzelf aan als een publicatie op het gebied van ethiek, met in ieder nummer gangbare filosofie op dat terrein. In overleg veranderde Kukla dit echter in ‘toegepaste filosofie’, een veel breder begrip, met een grotere nadruk op de praktijk, op wat er in de wereld gebeurt, en op actuele thema’s. Door deze verbreding kon ook de auteurspool breder en diverser worden.

Tot slot stapte het blad af van een ingewikkeld systeem van anoniem inzenden. Normaal gesproken zijn er drie lagen van anonimiteit, waarbij ook de hoofdredactrice niet weet wie welk stuk in zond. De filosofie wereld is echter behoorlijk klein. Zodra iemand een niet gangbaar onderwerp heeft of een herkenbare eigen schrijfstijl, heeft anoniem inzenden en behandelen nauwelijks zin. Iedereen die ingevoerd is in het wereldje, snapt meteen dat als het over onderwerp X gaat, het stuk hoogstwaarschijnlijk van Y afkomstig is, want Y is de enige in haar vakgebied die zich met X bezig houdt. Anonimiteit is dan een mythe. Leuk in theorie, maar in de praktijk werkt het niet altijd.

Om die reden zorgt Kukla er tegenwoordig voor dat redacteuren artikelen zoveel mogelijk anoniem beoordelen, maar dat zijzelf wél weet wie het schreef. Dat stelt haar in staat kritiek te voorzien van een context, en soms te verwerpen omdat onbewuste vooroordelen een rol zijn gaan spelen. Daarnaast kan ze auteurs de helpende hand toesteken. Soms heeft een stuk enorme kwaliteiten, maar komt het niet goed uit de verf omdat het taalgebruik niet op niveau is. In dat geval adviseert ze auteurs om een native speaker Engels te raadplegen en met die persoon de taal te fatsoeneren. Iemand kan het stuk dan opnieuw indienen en wie weet keurt de redactie het nu wel goed. In 85% van de gevallen komen artikelen niet door de ballotage heen, signaleert Kukla, dus de kwaliteit blijft hoog. Maar auteurs met achterstanden krijgen een eerlijkere kans.

Dit alles laat ook zien dat er een vijfde ingrediënt nodig is. De wil om te veranderen, om ook het werkterrein fundamenteel te veranderen, zodat meer mensen kansen krijgen. En dat volhouden en blijven waken voor de terugkeer van conservatieve denkpatronen, waardoor je terug kunt vallen in het standaard blank mannelijke repertoire. Daarover meer in een volgend stuk.

Is Kukla er nu? Nee. Van 0 naar 11% is een mooie stap, maar ze vindt het aantal gepubliceerde artikelen van mensen met een gekleurde huid nog veel te laag. Daar is nog werk aan de winkel. Ook mag er nog wel wat meer ruimte komen voor auteurs met een handicap, of auteurs die zichzelf identificeren als transgender. Maar nu ze deze vier ontwikkelingen tot staande praktijk heeft gemaakt, is er een veel grotere kans dat méér mensen óók toegang krijgen tot het podium van een gerenommeerd vakblad. En dat is heel mooi.

VIDA telling toont lichte vooruitgang

Vrouwen kopen en lezen meer romans, maar als het gaat om recensies schrijven en bepalen welk boek hét boek is, hebben mannen het nog steeds voor het zeggen. Dat blijkt uit de meest recente telling van VIDA, een organisatie die de genderverhoudingen bijhoudt in Engelstalige literaire bladen en krantensupplementen. Wel ziet VIDA lichte vooruitgang.

Soortgelijk onderzoek van Opzij toonde in Nederland dezelfde oververtegenwoordiging van mannen aan. Evenals een steekproef van dit weblog. Boeken van vrouwelijke auteurs delven nog steeds het publicitaire onderspit. Wie weet krijgen ook wij vooruitgang te zien, nu na VEERTIEN JAAR eindelijk een schrijfster het boekenweekgeschenk mag leveren. Esther Gerritsen is de gelukkige.

Terug naar de Engelstalige wereld. VIDA nam 2014 door en kan gelukkig melden dat verschillende bladen moeite deden om de verhouding tussen de seksen meer in evenwicht te brengen. Zo lukte het The New Republic om het vrouwelijke aandeel te laten stijgen van 7% in 2013 naar 29% in 2014. Harper’s zat in 2013 al op 29% en wist dat vorig jaar op 40% te brengen.

Daar tegenover staat dat onder andere de London Review of Books vrouwen juist minder ruimte gaf dan in voorgaande jaren. En bij The Times Literary Supplement stagneert het al jaren. Vrouwelijke recensenten komen daar niet verder dan rond de 28%. Ook The Nation blijft al jaren hangen op circa 20 procent.

Webmagazine Slate benadrukt bij dit alles dat het niet alleen gaat om de cijfers. Die geven structurele achterliggende problemen aan:

The cultural default is to treat men as voices of authority and wisdom while relegating women to the role of mere consumers whose opinions are given little weight. That problem is not easily reducible to numbers.

Het gaat om een mentaliteit, en dan gaan veranderingen langzaam. Toch is er wel wat veranderd. In 1978 vroegen feministen voor het eerst aandacht voor seksistische literaire kritiek. Op enkele uitzonderingen na doen recensenten tegenwoordig hun best om mannelijke en vrouwelijke auteurs op dezelfde manier te bespreken. Vooruitgang.

Daarnaast krijgen auteurs die een neerbuigende houding jegens vrouwen vertonen, steeds vaker tegenwicht. Ook dat is een verbetering ten opzichte van vroeger, toen handelsonbekwame vrouwen het meestal niet in hun hoofd haalden om mannen  publiekelijk tegen te spreken.

Zo besloot Kristien Hemmerechts haar pen op te nemen tegen machoschrijvers, die tot in de details opschrijven hoe op leeftijd geraakte mannelijke hoofdpersonen minderjarige meisjes al dan niet met geweld penetreren. En toen een mannelijke auteur de vrouwtjes opriep gewoon betere boeken te tikken, dan volgen de prestigieuze literaire prijzen vanzelf (ha!), fileerden vrouwen zijn drogredenen en blinde vlekken genadeloos.

Zelfs mannen beginnen zich ongemakkelijk te voelen bij de dominantie van hun sekse: ,,Het hele waardensysteem van de literatuur is in Nederland opgehangen rondom mannen van middelbare leeftijd, van recensenten tot uitgevers,” signaleerde auteur Phillip Huff. Ook dertien blanke mannelijke boekenweekgeschenk-schrijvers op een rij stuitte op steeds meer kritiek. Dat zijn goede tekenen….