Tag Archives: psychologie

Psychologen: macho mannelijkheid is een ziekte

Mannen die zich laten leiden door klassieke opvattingen over mannelijkheid, hebben een ziekelijke aandoening die hen beschadigt. Dat stelt de American Psychological Association (APA), één van de grootste en belangrijkste vakverenigingen van psychologen in de V.S. De APA heeft voor het eerst in haar geschiedenis richtlijnen opgesteld. Psychologen kunnen die leidraad gebruiken om betere zorg te verlenen aan jongens en mannen. MET UPDATE.

Daar willen we dus vanaf.

UPDATE: hoe fragiel het macho mannelijk ego is, en hoe snel zulke mannen over gaan tot verbaal geweld en vrouwenhaat, blijkt wel uit de ophef rond een nieuwe reclame voor scheermesjes. Een grote groep mannen lijkt er problemen mee te hebben dat mannelijkheid volgens deze reclamespot ook de vorm kan krijgen van goed vaderschap, opkomen voor zwakkeren,  en vrouwen met respect behandelen. Dat je dan juist een held bent, en een voorbeeld voor je kinderen.

Je zou de reclamespot kunnen zien als een ode aan alle mannen die goede mensen willen zijn. Maar nee, er zijn verrassend veel holbewoners die graag ongestoord vrouwen tussen de benen willen grijpen en om zich heen slaan. Iedereen die daar kritiek op heeft, is een mietje en/of een jood (homofobie en antisemitisme gaan goed samen met racisme en seksisme, blijkt).

Waar hebben we het over als je omschrijvingen hanteert als macho mannelijkheid? De APA definieert zulk soort schadelijk mannelijk gedrag als:

a particular constellation of standards that have held sway over large segments of the population, including: anti-femininity, achievement, eschewal of the appearance of weakness, and adventure, risk, and violence.

Mannen die zich gedragen volgens deze macho opvattingen lopen een groter risico op verwondingen door roekeloos gedrag, hebben een grotere kans om zelfmoord te plegen en kunnen zichzelf in gevaar brengen omdat ze veel te laat medische of psychologische zorg vragen. De APA baseert definitie en richtlijn op veertig jaar wetenschappelijk onderzoek naar gender en de (schadelijke) effecten van opvattingen over gender, mannelijkheid en vrouwelijkheid.

Ik zou bijna zeggen ”uiteraard” is wat de APA doet voor feministen niets nieuws. Feministen bekritiseren de oude rolpatronen al eeuwenlang omdat dit gender keurslijf schadelijk is voor zowel vrouwen áls mannen. We gaven er woorden aan, zoals toxic masculinity/giftige mannelijkheid. We brachten in kaart wat die vorm van macho mannelijkheid teweeg brengt, zowel bij mannen als bij vrouwen die met zulke macho mannen in aanraking komen. We zeggen dat feminisme voor iedereen is, en steeds meer mannen beginnen zelf ook in te zien dat ze baat hebben bij meer feminisme.

Bij het ontmantelen van macho mannelijkheid hoort ook dat mannen in moeten zien dat ze niet beter of belangrijker zijn dan vrouwen. Zo sprak Gerda Lerner, een historica die vrouwengeschiedenis op de kaart zette in de V.S., over het schadelijke effect op jongens van een geschiedenis waar alleen mannelijke heersers macht hebben. Jongens worden op die manier arrogante, over het paard getilde betweters die neerkijken op meisjes en alles wat riekt naar ”vrouwelijkheid”:

The effect on men has been very bad too, of the omission of women’s history, because men have been given the impression that they’re much more important in the world than they actually are, and that’s not a good way to become a human being. It has fostered illusions of grandeur in every man that are unwarranted. If you can think, as a man, that everything great in the world and in civilization was created by men, then naturally you have to look down on women, and naturally you have to have different aspirations for your sons than for your daughters, and I don’t think that’s good for men either.

Maar het is fijn dat wat feministen al decennia bestuderen en bevechten, nu een officiële plek heeft gekregen in de psychologie. Meer disciplines zouden er beter op worden als ze inzichten uit de feministische wetenschap integreren. Zo vertonen economische theorieën over de toenemende kloof tussen arm en rijk mankementen, doordat ze gender buiten beeld houden. Onderzoekers denken dat ze neutrale, abstracte standpunten innemen, maar gebruiken eigenlijk witte mannen als standaard. Die blinde vlek zorgt ervoor dat hun probleemanalyse eenzijdig blijft en dat ze een deel van de oorzaak van de toenemende ongelijkheid missen. Zodoende missen ze ook een deel van de oplossingen.

Top daarom, dat onder andere psychologen oog krijgen voor de schade die mannen oplopen als ze zich willen houden aan opvattingen waarin mannen agressieve wezens zijn die geen zwakheden mogen tonen. Mannen zijn gewoon mensen, zeggen feministen. Misschien kunnen psychologen jongens en mannen met de nieuwe leidraad helpen om zichzelf evenwichtiger te ontwikkelen. Dan wordt het voor hen makkelijker hulp te vragen als er iets is, kunnen ze vrijere beroepskeuzes maken (de verpleging, kinderzorg, ook prima beroepen voor mannen), en het ‘vrouwelijke’ in zichzelf respecteren. Dan worden ze hopelijk ook verlost van de stress van een fragiele mannelijkheid, met een ego wat al in elkaar klapt als ze één keer de wc schrobben.

De Gereedschapskist: D.A.R.V.O.

Agressie en geweld? Geen probleem, je doet gewoon een DARVO-tje. DARVO staat voor Deny, Attack, Reverse Victim and Offender – oftewel ontkennen, aanvallen, rol van dader en slachtoffer omkeren. Slachtoffers de schuld geven is een zeer bekende tactiek, eeuwenoud, maar onder andere professor Jennifer J. Freyd van de universiteit van Orgenon ziet dat daders steeds vaker ook de rolomkering inzetten om onder de gevolgen van wangedrag en criminaliteit uit te komen. Recent deed de Amerikaanse rechter Brett Kavanaugh dat nog, toen zijn benoeming tot het Hoogste Gerechtshof in gevaar kwam door beschuldigingen van seksuele agressie. In die situatie vond hij zichzelf het grootste slachtoffer, en hij was woedend.

DARVO komt uit de koker van de sociale wetenschappen en de psychologie. Onder andere Louise F. Fitzgerald,  professor emeritus van de University of Illinois, en Jennifer J. Freyd, van de University of Oregon, denken en schrijven erover. Zij zien het als een verdedigingsmechanisme van daders. Die willen geen negatieve gevolgen ondervinden van hun wangedrag of misdaden, en nemen daarom hun toevlucht tot ontkennen. Als ontkennen niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat er opnames bestaan van hun misdrijf, gaan ze over tot het slachtoffer de schuld geven. Werkt ook dat onvoldoende, dan zetten ze de stap naar een rolomkering. Eigenlijk zijn zij zelf het ware slachtoffer in de hele situatie. Mensen moeten met hén medelijden hebben, niet met dat gluiperige ”slachtoffer”.

Freyd kwam op het begrip DARVO nadat ze zag hoe Anita Hill in de jaren negentig het nauw raakte, op het moment dat ze kandidaat opperrechter Clarence Thomas beschuldigde van seksueel wangedrag. In de daarop volgende periode kreeg zij de ene na de andere aantijging voor haar kiezen, terwijl de beschuldigde buiten schot bleef. Uiteindelijk moest zij zwaar beschadigd afdruipen. Thomas kreeg zijn benoeming en mocht zijn succesvolle carrière voortzetten.

Freyd ziet dat DARVO op dit moment een ontwikkeling door maakt in de V.S. Mede onder invloed van de president nemen daders steeds vaker hun toevlucht tot stap 3, de rolomkering, signaleert ze. Die rolomkering vindt op dit moment ook steeds vaker plaats in de #metoo beweging. Die beweging stuit na een succesvol eerste jaar op steeds meer verzet. Niet vrouwen zijn slachtoffers van machtsongelijkheid en structurele seksuele intimidatie, nee, mannen zijn de echte slachtoffers. Ze kunnen niks meer doen of zeggen, of hun carrière wordt al vernietigd door een wraakzuchtige horde vrouwen die ‘te ver gaan’.

Uit onderzoek blijkt dat daders DARVO toepassen omdat het werkt. Maar machtsmisbruik daargelaten heeft de strategie op individuele mede-mensen alleen het door de dader gewenste succes zolang anderen deze tactiek niet als zodanig herkennen. Zodra mensen informatie krijgen over de tactiek en situaties op de drie stappen analyseren, valt de DARVO-gebruiker door de mand en heeft de strategie minder effect. Mensen trappen er niet meer in. Dat ziet Freyd als de grote winst van het huidige klimaat rond #metoo en toenemende debatten over racisme en antisemitisme:

We can begin to put an end to DARVO by calling it out when we see it. We can not only prevent it from working but also use it as a valuable indication that the man in question is addicted to power, incapable of apology, and afflicted with such narcissism that he cannot bear to be out of control. Such a response to accusations or disclosure is itself a behavior for which men must be held accountable. If the accusation is true, a man who is not addicted to “masculine” power will apologize. If it isn’t true, he can just state the facts.

Mannenliteratuur vertekent het vrouwbeeld

Onderzoek op basis van duizenden romans over een periode van 200 jaar wijst uit, dat mannelijke auteurs vrouwen meestal niet zien staan. Ze geven vrouwelijke personages maximaal dertig procent van de ruimte – meestal minder. Er zit geen vooruitgang in: mannelijke auteurs uit de Victoriaanse tijd schreven zelfs vaker over vrouwen dan nu. Dit draagt bij aan beeldvorming waarbij we de wereld zien door de ogen van mannen. Slecht nieuws voor vrouwen. Die zien zichzelf nauwelijks terug in verhalen, of worden geconfronteerd met gaslighting.

Gaslighting is een term voor een vorm van psychologische ondermijning. Door een genderbril bekeken: mannen die vrouwen aan zichzelf laten twijfelen door hen constant te vertellen dat ze niet weten wat ze weten, niet voelen wat ze voelen, dat ze zich dingen inbeelden, overreageren, slechte intenties hebben. Zie voor een Nederlands voorbeeld de SF serie Missie Aarde, waarin haar mannelijke collega’s het enige vrouwelijke bemanningslid van een ruimteschip mentaal door de mangel halen, net zolang totdat ze zelf ook gaat geloven in bepaalde vrouwvijandige mythes.

Sarah Churchwell schrijft in een mooi essay dat mannelijke auteurs in hun romans vaak terugvallen op gaslighting van vrouwen via vrouwelijke personages. Ze definiëren de wereld zoals hen dat als man goed uitkomt en reduceren vrouwen tot hysterische domme karikaturen en/of hulpjes van de man. Hun verwrongen vrouwbeeld steekt in verhevigde mate de kop op tijdens periodes, waarin vrouwen in het openbare leven protesteren tegen hun tweederangs status en meer ruimte opeisen. Dat levert bijvoorbeeld personages op die zichzelf feministisch noemen maar de mannelijke held tegeljkertijd op een vernederende manier dwingen om zittend te plassen, beschrijft Churchwell. Huuuu, enge feministen….

Die literaire traditie levert vooral verliezers op, signaleert Churchwell. Verhalen hebben effecten op mensen. Mannen verliezen iets als ze niet lezen of alleen boeken kiezen van mannen, over stoere mannen die oorlog voeren en sexy vrouwen veroveren. Lezeressen vervallen in een totaal gevoel van vervreemding als ze vooral verhalen lezen waarin ze niet voorkomen, of waarin de enige rol die is van een bordkartonnen hatelijk stereotype. De standaard canon vol boeken van blanke mannen die vrouwen negeren of vertekend weergeven is zodoende vooral een lijst van boeken die geen vrouw zou moeten willen lezen. (Tenzij je als schrijfster een studie van hun seksisme wil maken, om de vrouwenhaat daarna te ontmantelen in je eigen romans).

Daarnaast heeft het ook psychologische effecten op schrijfsters, als onze cultuur de beeldvorming uit de kokers van mannen aanneemt voor neutraal en universeel:

Here’s playwright Alison Croggon on the effect such bias can have on the confidence of a writer: “The woman who begins with talent but who finds herself struggling to gain notice simply because she is a woman, can find her ambitions dwindling, her possibilities shrunken, in a continually amplifying feedback loop. Just as success breeds confidence, so the lack of it breeds uncertainty. If millions of reinforcing signals say a woman’s work is less significant, something will eventually begin to stick. This kind of intensifying feedback, which begins at birth, is very difficult to track and even more difficult to combat.”

Dat verzet is echter broodnodig om de dominante beeldvorming te veranderen. Gelukkig komt de zaak steeds meer in beweging. Onderzoeken zoals VIDA tonen in overduidelijke cijfers aan dat het werk van mannen nog steeds onevenredig veel aandacht krijgt in literaire media. Dat leidt tot bewustwording en debat, met hier en daar een verbetering. Vrouwelijke auteurs zoeken ook steeds vaker zelf hun weg, waarbij internet en sociale media zeer behulpzame kanalen zijn. En er kwamen campagnes zoals Lees Vrouwen. In inspirerende artikelen vertellen lezers hoe ze hun leesgewoonten aanpasten en ruimte maakten voor verhalen  van en vaak ook over vrouwen. Churchwell juicht deze ontwikkelingen toe. Het vormt een noodzakelijk cultureel tegenwicht en biedt mogelijkheden om onszelf anders te laten kijken en denken.

Verder lezen: Zie voor de mannelijke dominantie in de Nederlandse literatuur de bevindingen van de Lezeres des Vaderlands. In haar artikelen duikt ze ook regelmatig in de inhoud van romans en zie je dat vrouwelijke personages er ook in Nederland bekaaid vanaf komen. Zoek je geloofwaardige vrouwelijke personages, dan moet je bij de schrijfsters zijn, want hun mannelijke collega’s blijven steken in slachtoffers of hoeren. Zie verder een artikel over de vooroordelen rond hun werk, waar schrijfsters nog steeds mee geconfronteerd worden. Of deze mooie beschouwing van auteur Niña Weijers, of deze analyse van Sanne van Oosten, of dit artikel over de manier waarop ons literatuuronderwijs vrouwen buiten sluit. Kortom nog genoeg werk te doen….

Zelfhaat, het vervolg

De gereedschapskist-aflevering over zelfhaat prijkt sinds de publicatie in 2013 dagelijks op de lijst van veel gelezen artikelen. Kerstvakantie, hoogzomer, weekeinde, een anonieme dinsdag, maakt niet uit, dagelijks zijn er mensen die dit stuk vinden, lezen, en doorklikken naar de informatie achter één of meerdere links in het artikel. Blijkbaar heb ik een gevoelige snaar geraakt.

Allereerst, voor de anonieme lezer die informatie over zelfhaat opzoekt: welkom. Hopelijk is het artikel je tot steun. Weet dat je niet alleen bent. De situatie waarin vrouwen verkeren vergroot het risico op traumatisering en zelftwijfel. Dat maakt je vervolgens kwetsbaar voor die volgende stap, zelfhaat.

Ik ben net zo gevoelig voor zelftwijfel als andere gemarginaliseerde mensen. Indertijd kostte het me bijvoorbeeld de grootste moeite om dat artikel te publiceren. Wie was ik om over dit onderwerp te schrijven? Ik wikte, woog, schrapte, voegde toe, streepte weg, en drukte uiteindelijk op de publiceer-knop omdat het er anders nooit van zou komen.

Eén van de redenen waarom ik schrijven over zelfhaat destijds zo moeilijk vond, was omdat het een kwetsbaar onderwerp is en er een harde geluidsband meeliep met ‘niet zeuren, huuuuh negatieve energie, je moet je met positieve dingen bezig houden, je bent toch een sterke moderne vrouw, nou dan, doe niet zo slap!’ Met als extra bonus de slechte beeldvorming rondom feministen. ‘Komen ze weer hoor, die verzuurde zeurpieten. Wat hebben ze nou weer te zeiken? Ach gut, lijden ze weer eens ergens aan?’

Zelftwijfel en het maatje zelfhaat komen ergens vandaan. Eén hele duidelijke reden voor zelfhaat zijn de vele ondermijnende situaties waarin vrouwen te vaak verzeild raken. Denk aan seksueel geweld, mishandeling, problematische bevallingen, structurele discriminatie van het type onderbetaling en ontslag na de aankondiging dat je zwanger bent (vaak met de smoes dat je niet goed zou functioneren).

Mensen zouden van minder van slag raken. Het enige voordeel is dat dit soort misstanden wat makkelijker zichtbaar kunnen worden. Ze zijn duidelijker. Ik denk dat naast dit type traumatisering twee sluipmoordenaars een rol spelen bij de ontwikkeling van zelftwijfel en zelfhaat. Voortdurende micro-agressies, en het ontbreken van een vrouwvriendelijke omgeving waarin je, als ‘tweede sekse’, je eigen ervaringen gespiegeld ziet zodat je weet dat je waarnemingen kloppen.

Ik begin met het laatste en verwijs je graag naar het werk van professor Saba Fatima. Als immigrantenvrouw met een gekleurde huid vertegenwoordigt zij een duidelijke minderheid in academische kringen. Ze merkte dat ze, als enige Ander in een ruimte, haar eigen ervaringen nauwelijks een plek kon geven. ‘Ze beeldt het zichzelf in’, heet het al snel. In haar eigen woorden:

As women of color, we are greatly underrepresented in academia. This adversely impacts our ability to speak about our experiences with an expectation of understanding such encounters by our allies. And when one is constantly given alternate banal explanations for their ‘overly-sensitive’ perceptions, one loses the epistemic ground they stand on. They cease to give credibility to their own perceptions.

Pas met de komst van internet, weblogs en digitale fora kwam ze in contact met vrouwen die in dezelfde positie verkeerden, die dezelfde ervaringen hadden, en die haar geleefde werkelijkheid konden bevestigen en van een context voorzien. Opeens kreeg ze benen om op te staan. Het ging niet om incidenten, waar ze ‘te overgevoelig‘ op reageerde. Het gaat om vele incidenten die samen een patroon van uitsluiting en marginalisering vormen, en die haar treffen omdat ze niet voldoet aan de standaard norm van heteroseksuele blanke academische man.

Toen ze dat inzag, kon Fatima zich weer ”normaal” voelen. Let wel: je kunt daarna nog steeds gelden als de enige hysterica in de kamer (met dank aan Masha Gessen voor die omschrijving), maar je begrijpt in ieder geval waar dat vooroordeel vandaan komt en kunt besluiten of je je erdoor laat beïnvloeden, of niet.

Bij dit alles spelen machtsrelaties een grote rol. Wie heeft het voor het zeggen? Wie wordt automatisch gelooft en wie niet? Wie kijkt, wie wordt bekeken? Filosofe Sandra Lee Bartky, die in 2016 helaas overleed, schreef belangrijke stukken over de situatie van vrouwen, de moeilijkheid van bewustwording, en de gevoelens van zelfhaat en minachting voor jezelf die het gevolg zijn van de situatie waarin we als samenleving vrouwen als mens onzichtbaar maken. Die situatie voorzien van context en gedeelde ervaring uitwisselen is van levensbelang, zeker voor een geminachte groep als feministen. Het persoonlijke is politiek…..

Wat me brengt op de tweede sluipmoordenaar: de micro agressies. Micro agressie staat voor op het oog kleine voorvallen. Van die speldenprikken die je in eerste instantie zelf nauwelijks opmerkt, laat staan anderen in je omgeving. Maar er volgt een tweede speldenprik, en een derde. De tiende voel je. De twintigste doet pijn. Tegen de tijd dat de dertigste komt krimp je bij voorbaat al in elkaar.

Micro agressie is één van de manieren waarop een samenleving vrouwen in een bepaalde hoek drijft. Kom uit je hok en je krijgt gedonder. Blijf in je hok, want elders is er geen plek voor je. Zo ontbreken we bijvoorbeeld in schoolboeken, worden we onderbetaald en moeten we in vergaderingen aparte technieken aanwenden om gehoord te worden.

Micro-agressies woekeren op allerlei manieren door in vrouwenlevens, maar zodra vrouwen over dit soort situaties beginnen tekent zich een tweedeling af. Herkenning van veel vrouwen, maar minstens de helft van de mannen ziet het probleem niet. Zelf zouden ze vrouwen nooooit zo respectloos behandelen. Vaak ontstaat ook verontwaardiging bij de not my Nigel-groep. Deze mannen en vrouwen zeggen maar wat vaak dat vrouwen niet moeten zeuren of overdrijven. We moeten vooral positief blijven en hooguit een vorm van ‘gezellig’ feminisme uitoefenen, anders schrikken we potentiële medestanders af.

Netwerken, online en offline, beginnen langzaam voor een kanteling te zorgen. Zoals Fatima merkte kun je als vrouw via die wegen herkenning en erkenning voor onze ervaren werkelijkheid vinden. Daardoor neemt de zelftwijfel af. Nee, wij zeuren niet, wij overdrijven niet. Wij benoemen een probleem, we verzamelen feiten en uit die stapel studies en ervaringen komt vanzelf een patroon naar voren. Wie zijn die anderen, om te zeggen dat het geen probleem zou zijn? Wiens belang dient ontkennen? Voor wie werkt stilte positief, omdat ze dan ongestoord door kunnen met wat ze doen?

Collectief kunnen vrouwen de stilte doorbreken en de status quo aanpakken, die hen tot voor kort dwong om zichzelf te verloochenen en zich bescheiden terug te trekken. Ik probeer daar met dit weblog een klein steentje aan bij te dragen. Door problemen te benoemen, door patronen zichtbaar te maken, door te verwijzen naar het vele werk van vele vrouwen, die ieder op hun manier feminisme uitdragen en thema’s aansnijden die belangrijk zijn voor ons.

Maar het begint bij het ontwikkelen van genderbewustzijn en een gezond gevoel van eigenwaarde. En het lezen van feministische vakliteratuur, want kennis is een vorm van macht en als vrouw kunnen we ieder sprankje macht goed gebruiken.

Lezeressen, ik sluit af met een wens. Een gezond, bezield 2017 vol moed, kracht en inspiratie! 

De gereedschapskist: projectie

Eigenlijk zou iedere vrouw het psychologische mechanisme van ‘projectie’ moeten kennen. Want als groep projecteren mannen allerlei negatiefs op vrouwen. Dat heeft grote gevolgen. Ook al hebben vrouwen tegenwoordig meer macht, als ze buiten de lijntjes van de vigerende denkramen kleuren, hebben ze nog steeds een probleem. Dat los je niet op met een cursus ‘onderhandelen voor vrouwen’ of tijdschrift Happinez lezen. Ken uw projectie…

Wat is projectie? In de psychologie geldt het als een afweermechanisme. Het fenomeen kan optreden tussen individuen, maar ook tussen groepen. Het psychologisch woordenboek geeft als voorbeeld van projectie deze scène:

Chagrijnige man tegen zijn nietsvermoedende vrouw: “Oh nee, ben je weer chagrijnig? Dat wordt weer een leuke avond dan?” Ziedaar een staaltje projectie. Bij psychologische projectie verdringt of ontkent iemand eigen negatieve kenmerken of gevoelens door ze aan een ander toe te schrijven. De verantwoordelijkheid voor de narigheid wordt zo naar buiten geprojecteerd.

Projectie betreft vaak alles wat een individu of groep zelf niet kan, wil, of mag. In Jungiaanse kringen noemen mensen dat ‘de schaduw’. Vrouwen zijn als groep, in de woorden van Jungiaans analyticus Karen Signel, dragers van een collectieve schaduw. Je kunt dat projectiemechanisme heel lang terug in de tijd volgen. De Oude Griekse filosofen, allen man, bedachten bijvoorbeeld een simpel schema: ‘man = goed, vrouw = slecht’.

Mannen stonden in dit schema voor eenheid, heelheid, het eeuwige en alles wat waardevol was, zoals intellect. Alles wat niet in dat ideale plaatje van hooggewaardeerde eigenschappen en kwaliteiten paste, ging naar vrouwen. In de optiek van de Oude Grieken waren dat gemankeerde, mislukte mannen. Met hun vieze, lekkende lijven en instabiele emoties brachten vrouwen slechts aftakeling en dood. Je kon beter zonder ze. Jammer dat dat niet lukte: wilde je kinderen krijgen en dus voortbestaan, dan moest je alsnog met die zwakke wezens in zee. Ellende!

Onder andere de r.k. kerk borduurde voort op deze traditie. Hete aardappels om op De Ander te projecteren waren ruim voor handen. Zo bepaalden mannen dat geestelijken celibatair moesten en moeten leven. Helaas behielden veel van die mannen lustgevoelens. Een zware last, maar geen nood, want ze konden hun pijlen richten op vrouwen. Adam deed niets. Hij was goed en onschuldig. Die duivelse Eva stortte hem in het verderf! Vrouwen zijn net als Eva. Ze gaan allemaal seksueel en anderszins loos zodra ze een beetje vrijheid krijgen. Voilà, de neurotische haat voor vrouwen en hun lichaam kreeg een nieuwe impuls.

God geeft Eva de schuld terwijl Adam net doet alsof hij er niet bij hoort.

Waarom projecteren? Welnu, degene die projecteert heeft er baat bij. Als mannen als groep emoties zwak en eng vinden, kunnen ze zeggen: emoties zijn iets voor vrouwen. Vervolgens kunnen ze zichzelf opvoeren als verstandig en rationeel, en op basis daarvan macht en status claimen. Mannen zijn rationeel en kunnen topbanen aan. Vrouwen? Die zijn te emotioneel voor zulke functies. De echte leider is een stoere, rationele man, geen emotioneel vrouwtje.

Projecteren is nog tot daar aan toe, maar als groep zijn (blanke) mannen dominant in de samenleving. Gezien die buitenproportioneel grote macht heeft hun doen en laten grote gevolgen. Op basis van hun projecties vormen mannen (en vrouwen die in deze projecties geloven) een vijandige, negatieve karikatuur van vrouwen. Feministen vatten dat ook wel samen als: seksistische denkbeelden, of vrouwenhaat.

Die seksistische denkbeelden vertalen zich vervolgens in gangbare sociale codes en wetgeving. Beiden pakken vaak nadelig uit voor vrouwen. Bij sociale codes kun je bijvoorbeeld denken aan het gangbare ‘gesprek’ rondom verkrachting. Wat had zij aan? Had ze alcohol gedronken? Zei ze wel duidelijk genoeg nee? Wat deed ze op dat tijdstip op die plek? Je zou bijna denken dat de vrouw de dader is, en schuld heeft aan haar eigen verkrachting.

Als het gaat om wetgeving vertalen projecties zich onder andere in dwingende kledingvoorschriften, het inperken danwel afschaffen van reproductieve rechten, vrouwen uitsluiten van bepaalde banen, regelingen afschaffen of veranderen in het nadeel van vrouwen, enz. Ook in Nederland gebeurt dit. Zo moeten vrouwen zich van onze regering schuldig voelen omdat ze teveel op de zak van mannen zouden teren.

Op die manier ontstaat een vijandbeeld. De vrouw als liegende parasiet. De vrouw als zwak, gemankeerd wezen. De te emotionele vrouw die banen met status niet aankan. Vandaar is het een kleine stap naar maatregelen. Zoals in het geval van de vrouw als parasiet: minder vaak alimentatie voor gescheiden vrouwen. Als vrouwen al alimentatie krijgen, gaat het vaak om lagere bedragen.

Projecties, met bijbehorende vijandbeelden, hebben schadelijke gevolgen. Ze leiden tot denkbeelden waarin vrouwen het nooit goed kunnen doen en structureel gemaand worden aan zichzelf te werken. Ze confronteren vrouwen constant met situaties van het type ‘de klos als je het doet, de klos als je het niet doet.’  Vrouwen zijn, vanwege hun socialisatie, geneigd dit soort hatelijke minachting en veroordelingen te verinnerlijken (zie Nelleke Nicolai). Ze voelen zich inderdaad schuldig en tekort schieten. Ze gaan inderdaad verwoede pogingen doen om zichzelf aan te pakken.

Projecties, met bijbehorende denkbeelden, maken het ook onmogelijk om misstanden aan te pakken. Ze versluieren de echte problemen en onderliggende mechanismen die onrecht in stand houden. Neem de loonkloof. Die is heel eenvoudig het gevolg van vrouwen die verkeerde keuzes maken, slecht onderhandelen, niet strategisch genoeg opereren en/of te weinig ambitie vertonen. Kortom, vrouwen, verbeter jezelf! Doe beter je best! Komt het dan nog niet in orde, dan kun je altijd zeggen dat vrouwen domweg niet goed genoeg zijn. Of dat vrouwen moeten vertrouwen op karma en de mantra datwie het echt verdient, vanzelf promotie en een hoger salaris zal krijgen.

Ander voorbeeld: vanwege het 1 kind beleid, gekoppeld aan een sterke voorkeur voor jongensbaby’s, kent China een enorm mannenoverschot. Je zou zeggen dat je dan een maatschappelijk probleem hebt met alleenstaande mannen. De Chinese overheid kiest er echter voor met het vingertje naar alleenstaande vrouwen te wijzen. Zíj vormen het probleem. De regering veroordeelt hen als kieskeurige, egoïstische ‘overgebleven vrouwen’. Zij moeten hun leven snel beteren, want als je op je 27ste nog niet getrouwd bent kun je maar beter dood gaan, zo nutteloos ben je dan. Over mannen geen woord. Wel zo makkelijk. Voor mannen.

De lezing van… Nancy Etcoff

Kan kleding mensen beter in staat stellen om te veranderen? Niet alleen het uiterlijk, maar ook de manier waarop we voelen en de wereld om ons heen beleven? Op die vraag ging de Amerikaanse psychologe Nancy Etcoff in tijdens de Premsela lezing van mei dit jaar. In Nederland kennen we haar van de documentaire Beperkt Houdbaar, waarin het vrouwbeeld en het verlangen om mooier te zijn uitgebreid aan de orde kwamen.

Nancy Etcoff.

Wie op de link klikt komt op de site van de Premsela lezing terecht. Aan de rechterkant kan de bezoerker kiezen en een audiobestand downloaden, of het PDF bestand met de Nederlandse vertaling van de door Etcoff uitgesproken tekst.