Tag Archives: prehistorie

Vergeten vrouwen komen terug in beeld

Decennia lang stonden de vrouwen anoniem op foto’s van opgravingen van het prehistorische dorp Skara Brae. Het waren toeristen, heette het. Dagjesmensen die het leuk vonden om de beroemde archeoloog Gordon Childe aan het werk te zien.  Nu pas, anno 2019, krijgen de vrouwen een naam. En blijkt dat zij net als Childe archeoloog waren, en als professionals meewerkten aan de opgravingen.

Professor Dan Hicks, van de universiteit van Oxford, gebruikte social media om de vrouwen op de foto’s een identiteit te geven. Via Twitter vroeg hij of iemand de vrouwen herkende. Dat beroep op collectieve wijsheid werkte. Familieleden gaven de namen: Margaret Simpson, die genoemd wordt door Childe in zijn verslag van het onderzoek naar Skara Brae, Margaret Mitchell en Mary Kennedy, afgestudeerde archeologen, en Dame Margaret Cole, die als archeologe werkte voordat ze begon aan een carrière als schrijfster van misdaadromans.

Dat de vrouwen weggezet werden als toeristen is opmerkelijk, omdat de foto’s duidelijke aanwijzingen geven dat ze aan het werk waren. Verblind door de overtuiging dat alleen mannen als archeoloog meewerkten aan de opgravingen van 1929, zag iedereen over het hoofd dat een van de vrouwen gereedschap vasthoudt. En dat er een laag modder op hun stevige schoenen zit, zodanig dat ze overduidelijk dag in dag uit in de kuil hadden gestaan.

Dit geval van ziende blind zijn staat helaas niet op zichzelf. Zo gingen archeologen er decennia lang klakkeloos vanuit dat het skelet in een Vikinggraf van een man moest zijn, als er een zwaard bij lag. Zwaard = man, duidelijk. Pas toen jaren later serieus onderzoek plaats vond naar de skeletten, bleek ongeveer de helft van de graven met zwaard van een vrouw te zijn. Opeens kantelde het beeld – de helft van de stoere Vikingkrijgers was vrouw. Vrouwen deden gewoon mee aan invasies.

Hetzelfde gebeurde in versterkte mate met een beroemde vondst uit Zweden. In de late negentiende eeuw vonden archeologen het graf van een overduidelijk belangrijk persoon. Het skelet lag begraven met twee paarden, prachtig bewerkte schilden, een strijdbijl, zwaarden, pijl en boog. Dit moest wel een grootse Vikingleider (m) zijn geweest. Rond 1970 vond botonderzoek plaats en ontstond voor de eerste keer twijfel. Misschien was het een vrouw. Dat kon niet:

But the grave goods! Forget the physical characteristics of the skeleton itself, the occupant had to be male.

Het duurde tot 2017 voordat verder onderzoek onomstotelijk bewees dat deze Vikingkrijger een krijgster was. Met grote krantenkoppen tot gevolg.

Je vraagt je af hoeveel andere vrouwen de geschiedenis uitgeschreven zijn. Wie kent Gwerful Mechain nog? Deze dichteres uit Wales schreef in circa 1480 een ode aan de vagina, en componeerde een poëtische vloek om vrouwenmishandelaars schrik aan te jagen:

A dagger through your heart’s ire—on a slant
To reach your breast bone
May your knee break, your hand wither
And your weapons go to your enemies.

Je kunt zó de lijn doortrekken van de middeleeuwen naar de Vagina Monologen van Eve Ensler, en werken over mannelijke agressie en (seksueel) geweld tegen vrouwen van de eerste, tweede, derde, vierde, vijfde feministische golf. Zolang de situatie niet fundamenteel verandert, blijven vrouwen protesteren tegen misstanden en minachting. We hebben wat dat betreft een zeer lange geschiedenis van verzet en revolutie.

In ieder geval zorgt de huidige generatie ervoor dat steeds meer vergeten vrouwen terug in beeld komen. Ook in Nederland. Dankzij historica Els Kloek en collega’s beschikken we nu over een overzicht van 1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis. Superhandig als een straatnamen commissie voor de zoveelste keer niet verder komt dan oude witte mannen – het percentage van slechts 12% straten vernoemd naar een vrouw kan probleemloos stijgen naar 50%. Kijk maar in het boek van 1001 vrouwen en het vervolg, 1001 vrouwen uit de twintigste eeuw. Zo krijgen vrouwen opnieuw een gezicht, herinneren we hun namen weer. Els Kloek:

“Vrouwen waren betrokken bij grote gebeurtenissen zoals de kiesrechtstrijd, de Tweede Wereldoorlog, de wederopbouw en de jeugdrevolte. Maar ook minder bekende gebeurtenissen komen aan bod. Zo weten weinig mensen dat Beatrix de Rijk als eerste Nederlandse vrouw in 1911 een vliegbrevet haalde en dat vanaf 1958 een vrouw, Jakoba Mulder, als directrice van de Dienst Publieke Werken jarenlang alle stedenbouwkundige beslissingen in Amsterdam nam.”

Ook in andere landen schrikken mensen wakker. Zo kreeg de Amerikaanse krant New York Times kritiek omdat de door de redactie geschreven overlijdensberichten – in de V.S. een gezaghebbend genre journalistiek – zich voornamelijk op mannen richtte. Alsof vrouwen niks betekenden.

De redactie begon daarop project Overlooked – over het hoofd gezien. Lezers konden kandidaten aandragen voor een postuum bericht over hun leven en werk, en de redactie dook in de eigen archieven. Nu, een jaar later, blijkt dat de rubriek een belangrijke rol speelt in de bewustwording. Mensen zijn alerter op de prestaties van vrouwen, aandacht voor hun rol verbreed je horizon, en het project vergroot de betrokkenheid van lezers bij de krant. Win-win-win. Dat er nog maar vele ontdekkingen mogen volgen.

Prado wijdt eerste solo expositie aan vrouw

Voor het eerst in het 200-jarige bestaan van dit Spaanse museum wijdt het Prado een solotentoonstelling aan een kunstenares. De eer gaat naar Clara Peeters, een Vlaamse schilderes uit de zeventiende eeuw. Peeters maakte vooral stillevens. Van fruit, forse Edammer kazen, kreeften en andere heerlijkheden.

Het is een eerste, voorzichtige stap, merkt The Arts Newspaper fijntjes op. Met Peeters komt de teller op in totaal 41 vrouwen, tegen circa 5000 mannen in de permanente collectie van het Prado.

Die nog altijd grote kloof maakt dat onder andere Jonathan Jones, kunstrecensent bij de Engelse krant The Guardian, pleit voor meer van dit soort exposities. Volgens hem zie je als kunstliefhebber te weinig van hun werk om kunstenaressen echt op waarde te schatten. Dat kan echter veranderen als je tentoonstellingen aan hen wijdt en het mogelijk maakt om te zien wat ze deden, hoe hun werk zich ontwikkelde, hoe ze zich verhielden tot andere kunstenaars die in hun tijd actief waren.

Dan pas, stelt Jones, kun je de betekenis van hun werk écht opmerken. Zo zien critici inmiddels dat Artemisia Gentileschi iets unieke inbracht, bijvoorbeeld in haar schilderijen met de Bijbelse Judith die Holofernes vermoordt:

In most paintings, including Caravaggio’s hallucinatory rendering, Judith has a servant who waits to collect the severed head. But Gentileschi makes the servant a strong young woman who actively participates in the killing. This does two things. It adds a savage realism that even Caravaggio never thought of – it would take two women to kill this brute. But it also gives the scene a revolutionary implication. “What,” wonders Gentileschi, “if women got together? Could we fight back against a world ruled by men?”

Het duurde nog een tijdje voordat vrouwen samen sterk genoeg werden. Niet om mannen te onthoofden, zoals bange mannen vaak denken, maar om verbeteringen in hun situatie af te dwingen. Dat ging met vallen en opstaan. Tijdens de Franse Revolutie onthoofden mannen Olympe de Gouges omdat ze burgerrechten voor vrouwen vroeg. Maar rond 1900 lukte het in diverse landen om het stemrecht te krijgen en daarna volgden de verbeteringen elkaar steeds sneller op. Zo kwamen getrouwde vrouwen in Nederland eindelijk af van hun juridische status als handelingsonbekwaam. In 1956.

Wat betreft kunst bracht de tweede feministische golf vrouwengeschiedenis als serieus academisch vak, waarna blijkt dat vrouwen waarschijnlijk de meeste prehistorische grottekeningen maakten. We kregen de Guerrilla Girls die zich afvroegen of je als vrouw naakt moest zijn om in het museum te komen. Dat alles leidt tot allerlei  herontdekkingen van het werk van vrouwen, pogingen om hen (opnieuw) op te nemen in de kunst-canon, analyses rond de vraag hoe het komt dat we kunstenaressen zo snel vergeten, en wat we daar aan kunnen doen.

Al die inspanningen keren het tij langzaam maar zeker. Seksisme in de culturele sector krijgt eindelijk erkenning als een serieus probleem van ons allemaal. En kunstenaressen krijgen wat vaker ruimte. Met exposities gewijd aan vrouwen, of doordat musea eindelijk kunstenaressen solo exposeren, zoals het Prado. Da’s een goeie ontwikkeling. Meer! Meer!

 

Het vrouwelijke gezicht van het hogere

Wow. Net Werner Herzog’s documentaire Cave of Forgotten Dreams gezien, over prehistorische schilderingen in de grot van Chauvet. Behalve de pracht en praal van vele afbeeldingen van paarden, bizons, oerossen en leeuwen, valt ook op dat in het diepste gedeelte van de grot de enige menselijke afbeelding voorkomt. Van een vrouw. In een context die duidt op spirituele zaken. Het is de vrouwelijke kant van god, die volgens historica Annine van der Meer officieel uitgebannen werd, maar nog steeds voortleeft.

Om het evenwicht te herstellen inventariseerde Van der Meer de verschillende types vrouwenbeeldjes uit de prehistorie, die overal opduiken. Het ene type benadrukt de ogen, andere types zitten op een soort troon, anderen zijn verbonden met dieren, weer anderen benadrukken vruchtbaarheidskenmerken zoals borsten, vagina of duidelijk zwangere buiken. De godin heeft vaak een dier bij zich. Katachtigen, roofdieren, of ossen.

Met de opkomst van de landbouw komen steeds vaker associaties met graan en brood voor. Er zijn tekenen die erop wijzen dat die symboliek, met de opkomst van het Christendom, overgeheveld werd naar Jezus, maar ook Maria. Die observatie past bij andere onderzoeken die erop duiden dat de Europeanen van rond het jaar duizend nog steeds godinnen vereerden en het nieuwe geloof niet zomaar overnamen. Misionarissen moesten Maria wel een rol geven, en symbolen van voorgangsters in haar verenigen. Anders slikten mensen de nieuwe religie niet.

Van der Meer gaf ook in eigen beheer een boek uit over de Zeelandse godin Nehalennia. In het Oudheidkundig Museum Leiden kun je altaarstenen zien met beeltenissen van deze inheemse godin. In schoolboekjes of elders lees je nauwelijks iets over haar, maar de symboliek van hond, scheepsroer en mandje met fruit verbindt haar volgens Van der Meer met andere moedergodinnen. De hond linkt haar met de onderwereld, het fruit duidt op vruchtbaarheid, de zittende houding verbindt haar met andere godinnen die ook op banken, krukken en tronen zitten, enzovoorts.

Nehalennia is wat dat betreft geen lokale godin. Ze maakt deel uit van een lange traditie. Die minstens tot de prehistorische grot van Chauvet teruggaat. Van der Meer en anderen proberen die traditie opnieuw zichtbaar te maken, of er in ieder geval meer te weten over te komen. Zie voor meer informatie: Academie PanSophia.

Archeologie geeft vrouwen hun geschiedenis terug

Archeologen hebben de afgelopen tijd verrassende ontdekkingen gedaan, die een tipje van de sluier oplichten over het leven van onze voormoeders. Zo kende Nederland al in de achttiende eeuw een tijdschrift voor een specifiek vrouwelijk lezerspubliek. Legden mensen in kleitabletten de rechten van vrouwen in de Turkse staat Kanesh vast. En kregen Aboriginals in Australië een veel gevarieerder dieet toen vrouwen dingo’s inzetten voor de jacht. Sowieso blijken vrouwen de beste vriend te zijn van hond-achtigen 😉 Zo zijn er meer belangwekkende vondsten…

Beautiful brunette and her dog

Archeologische vondsten bewijzen dat dingo’s en honden de beste vriend van vrouwen waren. 

Vrouwen, wat mogen ze wel en niet? Vragen die mensen letterlijk al duizenden jaren bezig houden, blijkt uit opgegraven kleitabletten uit de Turkse staat Kanesh. Volgens de teksten van circa 4000 jaar geleden konden vrouwen zelfstandig handel drijven, met hun eigen zegels, hadden dochters even veel recht op erfenissen als zonen, en konden vrouwen zelf naar de rechter stappen, bijvoorbeeld om van een agressieve man af te komen. Archeologen vonden ook een brief van een vrouw die over haar schoonmoeder klaagt, en een liefdesbrief van een vrouw aan haar man.

Franse archeologen voerden een noodopgraving uit in een klooster, waar straks een congrescentrum verrijst. Ze troffen maar liefst 800 graven aan, met in vijf daarvan een loden grafkist. In één van die ‘luxe graven’ troffen ze de resten aan van Louise de Quengo, Vrouwen van Brefeillac, een weduwe die 350 jaar geleden overleed. De nonnen begroeven haar in haar habijt, met kap, beenwarmers en schoenen. Dat we haar naam weten komt omdat ze een chique reliek droeg. Dat voorwerp bevatte het hart van haar echtgenoot en een opschrift met hun namen.

Bij toeval trof onderzoekster Adrienne Mayor in een slaperig museum in de Amerikaanse stad Mississippi een vaasje of potje uit de Griekse oudheid aan, met een afbeelding van een krijgsvrouwe die op het punt staat om een Griekse tegenstander in een lasso te verstrikken. Ze houdt een strijdbijl gereed om deze man naar de andere wereld te helpen. Wat doet zo’n afbeelding op zo’n pot? Mayor heeft daar wel ideeën over en speculeert:

“The vase would have held a Greek woman’s intimate make-up or jewelry. The images on the box suggest that women enjoyed scenes of Amazons getting the best of male Greek warriors,” Mayor said. According to the researcher, the suspenseful scene of a Greek male about to be lassoed by a powerful foreign warrior woman was exotic and also subversive, a surprising twist on traditional Greek women’s roles.

Vikingvrouwen reisden de wereld rond in de periode van 793 tot 1066 Na Christus, ontdekten archeologen. Uit DNA-monsters blijkt dat vrouwen uit Noorwegen zich vestigden in streken die de Vikingen koloniseerden, zoals de Zwarte Zee en Canada, en hun genen doorgaven aan hun nageslacht aldaar. De genetische erfenis toont ook aan dat vrouwen van de Orkney-eilanden en Western Isles deel uitmaakten van de kolonisten die zich in IJsland vestigden. Zie ook: Invasie van de Vikingvrouwen.

Nederland kende al in de achttiende eeuw een tijdschrift, specifiek gericht op vrouwen. Een medewerker vond het blad, ”De Recensent voor Vrouwen”, per toeval in een depot van de Universiteit Utrecht. Volgens de universiteit staan er serieuze recensies van boeken in, maar ook human interest verhalen. Bijvoorbeeld een artikel over een Parijse vrouw die haar 19e kind krijgt.

De Australische cultuur maakte 4000 jaar geleden een opvallende ontwikkeling door. Opeens treffen archeologen veel gevarieerdere etensresten aan dan daarvoor. Ze denken nu de reden voor die plotselinge culinaire explosie te hebben gevonden: 4000 jaar geleden namen mensen uit Zuid-Oost Azië dingo’s mee in hun vaartuigen. Ze vermeerderden zich snel. Aboriginal vrouwen temden dingo’s en gebruikten ze voor de jacht op kleinere dieren. Voilà, meer eten, meer variatie in het dieet, betere kansen om te overleven.

Behalve met dingo’s namen vrouwen ook het voortouw om honden te temmen en bij zich te houden. Dat blijkt uit de vondst van een bepaalde parasiet in lichamen, aangetroffen in de buurt van het Baikalmeer (Siberië). Je kunt de parasiet alleen oplopen als je in nauw contact staat met honden, dus het betekent iets dat archeologen dit vooral bij vrouwen aantroffen. De Leidse osteoarcheoloog dr. Andrea Waters-Rist denkt dat vrouwen roedels honden beheerden om te gebruiken bij het hoeden van vee, en voor de jacht. Net als hun Australische zusters dus. De hond, de beste vriend van de vrouw!

Universiteit eert pionier in de archeologie

Ooit gehoord van Dorothy Garrod? Ze was in 1939 de eerste vrouw die een leidende positie kreeg op de universiteit van Cambridge, in een tijd dat Engeland vrouwen nog weerde van universiteiten. Om te verdoezelen dat de universiteit eigenlijk tegen de regels in handelde, spraken mensen haar in correspondentie en officiële stukken aan alsof ze een man was. Garrod voerde baanbrekende opgravingen uit, zette de paleontische tijd op de kaart, en schreef standaardwerken waar wetenschappers nu nog een beroep op doen. Met een tentoonstelling eert Cambridge deze pionier nu.

Dorothy Garrod.

Zoals vrouwen tot op de dag van vandaag nog te horen krijgen, was Garrod’s sekse een groot probleem. En niet alleen omdat vrouwen in 1939 eigenlijk niet benoemd konden worden:

“She was on the edge with new discoveries constantly that were often so fantastic she wasn’t initially believed. She set the agenda of Palaeolithic archaeology in the 20th century.” But she paid a high price for being a trailblazer and was discriminated against for many years. “Many men disliked her; they found her distant and rigid as a professor,” admits Dr Smith. “She broke the seal for generations of women to come but many men could simply not relate to having a woman.”

Garrod liet zich daardoor niet afschrikken. Ze raakte als jonge vrouw geïnteresseerd in archeologie vanwege haar vader, een legerarts die diverse militaire ziekenhuizen leidde op Malta. Dit eiland kent verschillende prehistorische tempels. Na haar opleiding, deels in Frankrijk, bereikte ze haar doorbraak met archeologische opgravingen in Gibraltar. Vanaf dat moment reisde ze de hele wereld rond om opgravingen te doen in Israel, de Levant, Palestina, Syrië, Engeland en Zuid-West Azië.

Behalve talloze wetenschappelijke ontdekkingen droeg Garrod ook op andere manieren bij aan de ontwikkeling van de archeologie. Ze was een van de eersten die op een interdisciplinaire manier te werk ging. Ze gaf vrouwen een actieve rol bij opgravingen, en leerde hen de kneepjes van het vak. Ze zorgde er ook voor dat de universiteit van Cambridge vrouwen serieus ging nemen als wetenschappers.

Garrod leefde van 1892 tot 1968. Hoog tijd dat deze pionier ruim veertig jaar na haar dood de aandacht en erkenning krijgt die ze zeker heeft verdiend.

Dorothy Garrod op latere leeftijd.

Elsevier verklaart de wereld

Ah, daar gaan we weer. Omdat mannen en vrouwen in de oertijd dit of dat deden, ligt dat voor eeuwig vast in de hersenen, en dus heb je een mannen en een vrouwenbrein, en toevallig zijn die breinen goed in precies die dingen die we anno 2012 verwachten van ‘echte’ mannen en ‘echte’ vrouwen. Het rijtje eigenschappen kunt u zelf invullen, want we zijn allemaal getraind in het aannemen van het roze en blauwe keurslijf. Deze keer is het weekblad Elsevier die een neurowetenschapster volop ruimte geeft om dit type denkbeelden te verkondigen. Het verschil tussen man en vrouw verklaard, schreeuwt de cover. Nou nee.

Blijkbaar kunnen wetenschappers van de Mars en Venus universiteit tijdreizen. Want ze beweren exact te weten hoe mannen en vrouwen in de oertijd leefden. Wat ze precies deden, dat het om heel verschillende werkzaamheden ging, en dat er dús verschillende hersenen ontstonden. Opvallend, want andere wetenschappers bezitten die kennis niet. Als ze eerlijk zijn en kritisch onderzoeken wat écht op een wetenschappelijk verantwoorde wijze bewezen kan worden, eindigen ze met enorme onwetendheid. Meer vragen dan antwoorden. Daarmee valt de basis voor zulke mannen- en vrouwenbrein theorieën meteen weg. Maar daar hoor je Elsevier niet over.

Daarnaast vertellen die neurowetenschappers in de media wel vanalles, maar op het gebied van de hersenen zie je hetzelfde fenomeen als bij onderzoek naar de steentijd. Er is veel, heel veel, wat we niet weten over de hersenen. Iedereen die doet alsof-ie alles al weet over man en vrouw, verkondigt sappig nieuws waar tijdschriften graag op inspringen in deze onzekere tijden. Maar het zijn hypothesen en mogelijke verklaringen, geen vaststaande feiten. Grote kans dat we het hoofdartikel van Elsevier nummer 31 over vijftig jaar even belachelijk vinden als theorieën dat je het van masturberen aan je ruggemerg krijgt.

Als de redactie van Elsevier iets breder had rondgekeken voordat ze op hun cover gingen blaten over mannen en vrouwenbreinen, hadden ze dat dat zelf ook al kunnen weten. En misschien afgezien van boude uitspraken over dé man en dé vrouw.

Nieuw boek ontmaskert neuro ‘wetenschap’

Omdat mannen en vrouwen in de oertijd dit of dat deden, ligt dat voor eeuwig vast in de hersenen. Dus moeten we anno nu hetzelfde blijven doen,  anders vergaat de wereld. Het is een gesloten, rigide redeneertrant van conservatieve neurowetenschappers, enorm populair gemaakt door Mars en Venus boeken. Andere wetenschappers, zoals Cordelia Fine en Rebecca Jordan-Young,  stelden de denkfouten van dit type theorie al eerder aan de kaak. Ze krijgen nu gezelschap van professor Raymond Tallis van de universiteit van Manchester. In zijn boek Aping Mankind maakt hij gehakt van deze vorm van neurowetenschap.

Een recensent van de Guardian benadrukt dat Tallis niet doet alsof hij dan wel alle antwoorden heeft. Nee, wat Tallis doet is fouten in de logica onthullen, wetenschappelijk bewijs nalopen, en uitpluizen waarop de theoriën van de Mars en Venusdenkers nou eigenlijk op gebaseerd zijn. Opnieuw blijkt dat er dan weinig overblijft van alle luidkeels verkondigde ‘waarheden’:

He does not pretend to explain it, but we can be grateful that he shows up the pretensions of those who think they can, and who reduce the glory of being human to brain circuitry and the survival tactics of early hominids. With erudition, wit and rigour, Tallis reveals that much of our current wisdom is as silly as bumps-on-the-head phrenology.

Deze wetenschapper doet daarmee hetzelfde als Olga Soffer et. al. in het boek De Onzichtbare Vrouw. Hierin gingen wetenschappers na wat we eigenlijk weten over de rollen van mannen en vrouwen in de oertijd. Dat blijkt frustrerend weinig te zijn. Al die ronkende theoriën over de man als jager en de vrouw thuis in de grot met haar kindjes? Die zogenaamd vaststaande situaties, waar de neurodenkers op teruggrijpen om te verklaren waarom vrouwen vooral thuis moeten blijven zitten, blijken droombeelden van negentiende eeuwse mannen die ernstig leden onder vooroordelen en vastgeroeste rolpatronen.

Hoe het dan wel zat in de oertijd? Lastig te achterhalen na miljoenen jaren. Bewijzen ontbreken, of blijken bij nader inzien niet zo solide als eerst gedacht, en aan het einde van de rit zit je met meer vragen dan antwoorden. Net als Tallis overkwam in Aping Mankind. Juist die vragen zijn echter belangrijk. Ze kunnen leiden naar betere vragen, nieuwe antwoorden, meer onderzoek. En het allerbelangrijkste: die vragen en onzekerheden houden de openheid en nieuwsgierigheid in stand. Daar draait het tenslotte om als je goede wetenschap wil bedrijven.

Voor wie meer wil lezen: dit boek van Cordelia Fine is een aanrader.

Wat mannen en vrouwen deden in de prehistorie? Rennen!

In het boek De Onzichtbare vrouw ontmantelden wetenschappers zoals J. Adovasio de mythe van de prehistorische Man de Jager. De Amerikaanse essayiste Barbara Ehrenrech gaat een stuk verder. Mensachtigen en daarna de eerste mensen waren miljoenen jaren lang geen jager maar prooi, en die lange periode als lekker hapje van de sabeltandtijger heeft diepe sporen nagelaten, betoogt zij in ‘Blood Rites, origins and history of the passion of war‘.

Zoals de ondertitel aangeeft, gaat Ehrenreich in op het vraagstuk van oorlogen, waarom oorlogen zo’n hardnekkig verschijnsel zijn en waarom mensen daar zo opgewonden van raken. In dit artikel laat de Zesde Clan dat interessante vraagstuk even links liggen. Voor dit artikel concentreren we ons op de genderaspecten van het verhaal. Want daar zegt ze interessante dingen over, die voor een deel overeenkomen met de theorie van Adovasio en co.

Net als Adovasio toont Ehrenreich aan dat Man de Jager in de prehistorie niet bestond. Het is een mythe uit de koker van mannelijke wetenschappers die zagen wat ze wilden zien. Mensen zwierven eeuwenlang rond, verzamelden planten en noten en kwamen aan vlees door aas te eten, achtergelaten door roofdieren. Maar Ehrenreich gaat verder. Het viel haar in de vakliteratuur op dat wetenschappers collectief stil staan bij jagen, maar niet bij gejaagd worden.  Terwijl dat waarschijnlijk miljoenen jaren een zeer groot probleem was. TOEVOEGING 22 mei 2015: Ook Neanderthalers leden al onder roofdieren.

Mensen zijn relatief kwetsbaar: één flinke mep en we zijn dood. We hebben geen harnas of scherpe klauwen, en erg hard rennen kunnen we ook niet. Voor iedere leeuw of poema waren mensen een smakelijk hapje.  Ehrenreich trof in allerlei boeken verwijzingen aan naar die angstige periode. Zoals schuilplaatsen van sabeltandtijgers, waar botten van dieren en mensen door elkaar lagen: restanten van de maaltijden van het roofdier. Dus wat deden mannen en vrouwen in de prehistorie? Rennen, bij elkaar in een groep blijven, en als er eentje valt en opgegeten wordt door een leeuw blij zijn en je schuldig voelen omdat de ander werd opgegeten, en niet jijzelf.

Pas met de komst van nieuwe technieken, zoals speren, knuppels etc, konden mensen zich beter verweren tegen roofdieren en kreeg je collectieve vormen van verdediging en jacht. Bezigheden waar zowel mannen als vrouwen bij betrokken waren. Langzamerhand nam het aantal roofdieren af, meestal door een combinatie van drijfjachten en klimaatverandering. Op een gegeven moment waren er zo weinig dieren over dat het geen zin meer had om collectief op jacht te gaan. Jagen werd een bezigheid voor kleine groepjes die urenlang stilletjes door een landschap moesten trekken om een prooi te vinden.

Die bezigheid verhield zich slecht met het dagelijkse leven en de aanwezigheid van soms lawaaierige kinderen. Jagen werd een bezigheid voor selecte groepjes mannen. En het gaf status, want je kon terugkeren van je lange tocht en verhalen vertellen over je activiteiten. Totdat het aantal prooidieren uiteindelijk zoveel afnam dat de meeste mannen de jacht op moesten geven. Weg status en weg spannende verhalen vertellen.

Wat te doen? Nou, oorlog voeren dan maar. Er ontstond een krijgerscultuur, laat Ehrenreich zien. Het werd een elitair fenomeen, want wapens en overige uitrusting waren erg kostbaar. Slechts een beperkte groep mannen kon dat opbrengen en krijger worden. Zij ontleenden daar status aan en gaven die status door van vader op zoon.

De schermutselingen zorgden ervoor dat iedereen werd meegezogen in die ontwikkeling. Als anderen jou aanvallen kun je dat niet negeren, je zult dan zelf ook een legertje op moeten richten om je te verdedigen. Is dat leger er eenmaal, dan kun je uit wraak de ander weer aanvallen, die daardoor genoodzaakt is het eigen leger te versterken. Voordat je het weet beland je in een negatieve spiraal van oorlog en wraak waaruit nieuwe oorlogen en wraakexpedities voorkomen.

Er ontstonden feodale maatschappijen. Vrouwen en de gewone man werkten zich kapot om de krijgers te onderhouden. Voor ‘de gewone man’ was dit slecht nieuws.  Mannen moesten op het land van de feodale heer werken, en liepen een grote kans ingelijfd te worden in de legers van de elite. Daar stierven ze massaal, als kannonnenvoer. Ehrenreich toont aan dat de gewone man daar meestal weinig zin in had. Veel legers werkten met een draconische discipline om te voorkomen dat soldaten aan het muiten sloegen, en nog ruim in de negentiende eeuw mochten Duitse generaals geen kamp opslaan bij een woud, want dan was de kans groot dat de manschappen ’s nachts de benen namen en zich in het bos verscholen.

Ehrenreich laat zien dat vrouwen er echter nóg slechter vanaf kwamen. Mannen konden toegang krijgen tot wapens en de krijgscultuur, ook al was dat als kanonnenvoer. Ze konden profiteren van het positieve beeld van de man als de sterkere, de heer der schepping. Vrouwen echter werden gezien als zwak, zowel van lichaam als van geest. Ze werden de prooi van de man: mannen moesten hen ‘veroveren’ en daarna ‘verschalken’. De getemde vrouw was daarna voornamelijk goed voor hard werken in de huishouding en het baren van kinderen: de volgende generatie arbeiders en soldaten.

Deze dynamiek werkt door tot op de dag van vandaag. Onder andere modefotografie heeft de neiging om vrouwen af te beelden als een begeerlijke (seksuele) prooi. Vaak valt dat niet op, omdat we gewend zijn aan zulke beelden. Zet echter een man neer in zo’n zelfde pose, en de ware aard van de situatie wordt pijnlijk duidelijk:

Last year, Petter Lindqvist, co-owner of a Swedish clothing company, recreated one of American Apparel’s notoriously sexist adverts, with startling results. On all fours, naked from the waist down, head turned away from the camera, the photo suddenly looked less like an ad for a denim shirt – more like a person posed as prey.

Kortom, dit is een verhaal over macht, technologie, en als dominante groep omgaan met je trauma van mens-als-prooidier door de status van prooi af te schuiven op je mindere, de vrouw, en jezelf te verschuilen achter harnassen en de mythe van Man de Jager. Het is een verhaal over cultuur. Het zegt niks over individuele mannen en vrouwen, en het verklaart al helemaal niet waarom vrouwen anno 2010 nog steeds ‘vanwege hun biologie’ het huishouden moeten runnen terwijl mannen de wereld voor hun rekening nemen.

Wat mannen en vrouwen deden in de prehistorie? Geen idee

Mannen zijn agressief, kunnen beter inparkeren en gaan vaker vreemd, want tsja, in de oertijd moesten ze op mammoeten jagen. Dus ze zijn nu eenmaal zo.  Aaaah, heerlijk, vaststaande feiten die keihard bewezen zijn door de evolutiepsychologie. En vrouwen….KADENG! Valt er opeens een boek op je bureau wat al die zogenaamd harde feiten genadeloos onderuit haalt. De onzichtbare vrouw – de rol van mannen en vrouwen in de prehistorie, van Olga Soffer, Jack Page, en J. Adovasio.

De auteurs doen in hun boek iets wat tegelijkertijd knap en frustrerend is. Heel knap en aansprekend nemen ze populair wetenschappelijke ideeën, plaatsen die in het toenmalige tijdsbeeld, en laten zien hoeveel daarvan bestaat uit fantasie. Het resultaat is schrikbarend. Man de jager? Een leuk idee waar mannelijke wetenschappers flink opgewonden van werden, maar archeologische en antropologische onderzoeken laten keer op keer zien dat de jacht vaak een gezamenlijke aangelegenheid was, waar vrouwen en kinderen zich net zo goed in mengden.

En die mooie grottekeningen dan, in Frankrijk en Spanje? Die moeten wel door mannen zijn gemaakt, klonk het lange tijd. Helaas. Er is niets wat er op wijst dat alleen mannen toegang zouden hebben tot die grotten. Met evenveel wetenschappelijke overtuiging zou je kunnen zeggen dat vrouwen die schilderingen maakten. Maar dat zou dan een nieuw fantasieverhaal opleveren, want we weten het niet. UPDATE: nieuw onderzoek wijst erop dat vrouwen wel degelijk schilderden op de wanden van grotten.

En dat is dan meteen het frustrerende aan het boek. Frustrerend op een goede manier. Want ze halen de fantasie onderuit, en dan zit je met een gat. Wat moeten we dan denken? De auteurs gaan niet in op die behoefte aan een vervangende mythe. Er is heel vaak geen goed gefundeerde nieuwe theorie, er is helaas heel veel wat we niet weten. En juist daarom is het niet zo slim om fantastische verhalen te verzinnen over dé man en dé vrouw in de oertijd, want die missen iedere onderbouwing.

Wat de auteurs wel doen, is aandacht besteden aan terreinen die voorheen onderbelicht bleven. Met nieuwe technieken is het tegenwoordig iets makkelijker om onderzoek te doen naar vergankelijke materialen, zoals textielresten. Daaruit blijkt dat vrouwen niet alleen maar passief op de kindertjes pasten terwijl Man de Jager zijn mythische mammoet verschalkte. Vrouwen produceerden veel, en speelden een rol van betekenis.

Neem weven of vlechten. Een touwtje produceren lijkt vaag, maar betekende voor primitieve samenlevingen dat ze meer eten konden vervoeren, betere kleding kregen om zich te beschermen tegen de kou, gereedschappen en bouwwerken konden maken, en  met meer succes konden vissen. Zie ook women’s work, the first 20000 years.

Mijn beeld nu? Het leven in de oertijd was meestal hard en moeilijk. Mannen en vrouwen hadden elkaar nodig om te overleven, en iedereen moest meehelpen om eten en beschutting te vinden. Wie wat deed weten we meestal niet. En totdat er meer onderzoeksmateriaal voorhanden is, ben ik het er helemaal mee eens om het daarbij even te laten. Tot die tijd parkeer ik snel mijn auto even in, dank u wel.