Tag Archives: onderzoek

Ervaring sterker dan holle vooroordelen

Terecht reageerden mensen geschokt op het nieuws dat ruim de helft van de Nederlanders liever geen vrouw als baas wil. Maar het onderzoek biedt een zeer hoopvolle aanwijzing. Namelijk deze: in sectoren met relatief veel vrouwelijke leidinggevenden maalt niemand meer om de sekse van de manager. Mensen raken gewend aan een vrouw in een leidinggevende rol en gaan haar behandelen als een normaal persoon. Ervaring is sterker dan op angsten en stereotypen gebaseerde vooroordelen. Die omslag komt tot stand zodra dertig procent van de groep uit vrouwen bestaat.

Eerst het slechte nieuws. HR Pay for People deed onderzoek naar de houding van duizend werknemers ten opzichte van leidinggevenden. Uit de enquete bleek dat van de jonge mannen 73 procent liever niet onder een vrouw werkt. Het Algemeen Dagblad gaf hun angsten behulpzaam weer door het artikel te laten begeleiden door een foto van een feeks die uit lijkt te halen naar een in elkaar duikend groepje medewerkers. Bedankt, AD, voor deze bevestiging van stereotypen. Neem je de hele onderzoeksgroep, dan wilden nog steeds ruim de helft van de m/v liever een man als baas.

De krant citeert Janka Stoker, hoogleraar Leiderschap en Organisatieveranderingskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen:

,,Bij een goede leider denken we eerder aan masculiene dan aan feminiene kwaliteiten. Een leider associëren we met daadkracht, dominantie en risicobereidheid. Die eigenschappen dichten we eerder toe aan een man dan aan een vrouw.” […],,Een goede vrouw is zorgzaam, kan goed luisteren, wil niet op de voorgrond treden, is niet dominant, maar wil samenwerken en de boel bij mekaar houden. Dat soort stereotypen hebben we in ons hoofd, vrouwen net zo goed als mannen.” De eigenschappen die we toedichten aan een leider passen dus slecht op het beeld dat we in ons hoofd hebben van een vrouw, stelt Stoker.

Zo’n beeld van ‘leider = man” heeft grote, negatieve gevolgen voor vrouwen. Onderzoek na onderzoek wijst uit dat mensen liever een man aannemen, omdat die naadloos past in het beeld van leider. Als vrouwen al een kans krijgen, moeten ze spitsroeden lopen. Vertoon je bij leiderschap passend gedrag, dan zou je een moeilijk rotwijf zijn waar niemand mee samen wil werken. Probeer je ”vrouwelijk” te blijven, dan ben je een zwak emotioneel meisje en neemt niemand je serieus. Zo kun je het onmogelijk goed doen. Iets waar mannen geen last van hebben: ze kunnen doen wat ze willen en ook als middelmatig type toch decennia lang onaantastbaar doorregeren, omringd door mensen die respectvol ruimte bieden aan deze mannen.

Maar nu naar de positieve kant. Halverwege allerlei artikelen over dit onderzoek naar de houding rond vrouwelijke bazen komt een zeer hoopvol gegeven naar voren. Wie gewend is aan vrouwelijke leiders, kan vooroordelen en nare etiketten achter zich laten en accepteert een vrouwelijke baas als iets heel normaals:

HR-baas Luyten vindt dat bedrijven meer moeten doen om te zorgen dat ook vrouwen een leidinggevende positie kunnen bemachtigen. Stel gewoon een vrouw aan als zij geschikt is, is zijn advies. Als voorbeeld noemt hij de uitzendbranche, waar relatief veel vrouwelijke manager werken. “Je ziet daar dat mannen een ander beeld hebben van een vrouw als baas, gewoon omdat ze dat meegemaakt hebben. In onze organisatie streven we naar een mix, want volgens mij heb je zowel mannen als vrouwen nodig.”

Op andere gebieden blijkt hetzelfde fenomeen. Zo onderzocht het CBS dat jongeren over het algemeen nog steeds traditionele opvattingen over rolpatronen hebben. Maar er is een groep die werkende vrouwen prima vindt, en zij hadden gemeen dat ze dat van huis uit mee hadden gekregen. Hun eigen moeder werkte betaald buitenshuis en dat was normaal, dus hoezo zou dat in hun eigen huishouden straks niet kunnen?

Of neem universiteiten: eerst verboden mannen vrouwen te studeren aan universiteiten, daarna was de eerste vrouwelijke studente een bezienswaardigheid, die achter een gordijn moest zitten omdat het anders té erg werd, daarna werd het normaal dat mannen én vrouwen studeren, en tegenwoordig zijn jonge vrouwen zelfs vaker hoog opgeleid dan jonge mannen.

Kortom, situaties normaliseren. Vrouwen worden mensen en de vooroordelen vallen weg. Alles wat er nodig is, is de wil om een bestaande situatie te problematiseren en er iets aan te doen. Vrouwelijke leiders eng en vervelend? Neem ze aan, geef ze die leidinggevende positie, en kijk, het went en je haalt die drempel van 30% en na een poosje kijkt niemand er meer van op. Selecteer je volgens je eigen overtuiging alleen naar kwaliteit en kom je vervolgens met een lijst met allemaal blanke mannen op de proppen? Zoek bewust verder, neem bewust vrouwen op in je namenlijstjes, en voordat je het weet worden je kandidatenselecties volautomatisch kleurrijk en divers. Je hoeft geen raketgeleerde te zijn. Je moet alleen wíllen.

Advertenties

Mannen ontkennen straatintimidatie

Voor mannen blijkt het erg moeilijk om vrouwen serieus te nemen als die aangeven te maken te hebben met straatintimidatie. Dat bleek weer eens toen de Amerikaanse radiopersoonlijkheid John Williams sociale media benutte om een vrouwelijke collega, Amy Guth, te dissen. Zij vertelde te zijn lastiggevallen door een onbekende man die haar uit het niets aansprak en erover begon dat hun kinderen razendknap zouden zijn, als ze die zouden maken. Onzin, vond Williams. Zoiets komt toch niet voor? Als het al was gebeurd, zou ze het moeten zien als een compliment, iets onschuldigs. Twitter ontplofte.

De hele Twitterdraad is een goudmijn voor sociologisch onderzoek. Allereerst biedt het ’t zoveelste bewijs voor de vele manieren waarop vrouwen gebukt gaan onder mannelijk wangedrag. Vrouwen en een paar mannen melden dat mannen hen lastig vallen. De mannen opereren alleen, op momenten waarop hun slachtoffer ook alleen en/of kwetsbaar is, of bewegen zich in groepjes en gebruiken hun numerieke overwicht om de situatie te domineren. (Als je de meldingen van vrouwen niet vertrouwt kun je gelukkig steeds meer onderzoeken vinden. Zo gebeurt in de gemeente Rotterdam 60% van de straatintimidatie in groepsverband en heeft 94% van de 1200 ondervraagde vrouwen nare dingen meegemaakt op straat.)

Tegelijkertijd geven veel mensen aan dat mannen geen idee hebben dat dit allemaal gebeurt. Vrouwen en een paar mannen geven in de twitterdraad prachtige voorbeelden van hoe dat werkt. Een man schrijft dat hij pas doorhad hoe vrouwen spitsroeden lopen op straat, toen hij in drukke New Yorkse straten gescheiden raakte van zijn vriendin. Hij volgde haar en merkte opeens dat vreemde mannen regelmatig vervelende opmerkingen tegen haar maakte en zich aan haar opdrongen. Een vrouw maakte dezelfde situatie mee en rapporteert ook dat toen mannen erachter kwamen dat ze met haar vriend was, ze zich prompt verontschuldigden – tegenover hém, niet tegenover haar.

Als ze navraag doen, tonen deze mannen zich geschokt over de antwoorden die ze van vrouwen krijgen. Het is veel. Het is constant. Het is ernstig. Omgaan met die schok en schrik is lastig. Het zijn negatieve emoties waar we als mens automatisch voor terugdeinzen. Het is verleidelijk om blind te blijven voor de vele intimiderende incidenten die vrouwen meemaken – en als man kun je dat makkelijk doen want de daders richten zich voornamelijk op vrouwen.

Als wegkijken niet lukt, kun je altijd je toevlucht nemen tot ontkennen, zoals Williams deed. Maar wat is waarschijnlijker, vragen de vrouwen Williams in hun reacties op zijn Twitterbericht. Dat de halve mensheid liegt, of dat mannen zoals Williams de ervaringen van vrouwen niet willen horen?

Een tweede barrière is dat het bij straatintimidatie gaat om opvattingen over mannelijkheid, iets waar alle leden van die sekse mee te maken hebben. Mannen kunnen nog zo hard roepen dat de meeste mannen fijne mensen zijn die vrouwen met het allergrootste respect behandelen, maar onderzoek na onderzoek wijst uit dat er een zeer sterk verband bestaat tussen opvattingen over de rol van mannen en seksueel geweld. Wie roept ‘niet alle mannen‘ zodra het probleem van mannelijke agressie op tafel komt, ontkent de rol van mannelijkheid en blijft onderdeel van het probleem. Dat is voor een man niet leuk om te horen. En biedt een nieuwe stimulans om de kwestie te ontkennen of af te wentelen op vrouwen.

Kortom de situatie is nog steeds zoals feministe Jane Gilmore in 2015 zo puntig samenvatte:

Ondertussen melden alle vrouwen in de Twitterdraad rond Williams dat zij geen enkele vrouw kennen die NIET te maken heeft gehad met straatintimidatie. De leverancier van de agressie was altijd een man. Vrouwen melden in hun twitterberichten dat het eerste incident plaats vond toen ze tussen de 12 en de 16 jaar oud waren. Oftewel het begon zodra ze niet duidelijk meer een kind waren. De mannelijke dader(s) waren in alle gevallen ouder en/of met meer, dus die eerste ervaring kwam meestal behoorlijk bedreigend over op de jonge tienermeiden.

Veel vrouwen melden daarnaast dat situaties snel kunnen escaleren, als ze niet reageren naar de zin van de mannen. Als ze niet blij en flirterig reageren, als ze nee zeggen, gaan de mannen angstwekkend snel over tot verbaal en fysiek geweld. Ze schelden vrouwen uit, achtervolgen hen, gooien stenen of bierflesjes naar ze, of pakken hen fysiek aan zodat een vrouw zich letterlijk los moet worstelen.

De aanhoudende ongewenste opdringerigheid en agressie is uitputtend voor vrouwen, signaleert Guth:

“We don’t keep track in the same way that might be expected because it’s so frequent, and began prior to puberty for many of us, so it’s part of the female experience unfortunately,” Guth wrote in an email.[…] “As a woman, any level of dismissal in any workplace is part of a cultural pattern of behavior that falls under the ‘death by a thousand cuts’ phenomenon,” Guth said. “Incidents or transgressions may be like paper cuts, but they certainly add up over time.”

Dat doorgaan alsof er niets aan de hand is, alsof mannen niks te maken hebben met het probleem, dát moet veranderen. Zolang mannelijke daders ongestraft wegkomen met hun gedoe, zolang mannen hun seksegenoten hun gang laten gaan, zolang zijn straten en huizen onveilig voor vrouwen en worden wij vrouwen ernstig gehinderd in onze bewegingsvrijheid, onze mogelijkheden om iets leuks te doen, onze levensvreugde. Mannen, aan de slag.

Hardloopsters doelwit van willekeurige mannen

Ik kan een serie beginnen met als rode draad: neem activiteit X, voeg daar vrouw-zijn aan toe en voilà, het regent ‘lach eens, schatje’ ‘lekkere tieten’ en pogingen vrouwen te achtervolgen en/of ongewenst te betasten. Zodra je als vrouw een grens aangeeft loop je daarnaast het risico op agressieve reacties. De meest recente toevoeging: als  mensen hardlopen, kunnen mannen dat redelijk ongestoord doen terwijl vrouwen regelmatig lastig gevallen worden. Meestal door mannen. Mannen die ze niet kennen.

Vakblad Runner’s World vroeg ruim 4500 sporters naar hun ervaringen. Slechts 4% van de mannen maakte melding van incidenten die je kunt beschouwen als seksuele intimidatie. Bij de vrouwen steeg dat naar 43%. Een gemiddelde, want als je er jong uit ziet loopt het op naar bijna 60%. In 30% van de gevallen rapporteerden vrouwen bovendien dat mensen/mannen ze achtervolgden. Op de fiets, hardlopend, of door langzaam naast hen mee te rijden in een auto.

Dit heeft gevolgen voor het welzijn van de vrouwen en de keuzes die ze maken. Zo laat 63% van de vrouwen hun looproute afhangen van een risico-analyse of het veilig is voor ze. Driekwart nam vanwege het risico op seksuele intimidatie een telefoon mee, tegen een kwart van de mannen.

Zestig procent van de vrouwen koos ervoor om alleen bij daglicht hardlopen (tegen 14% bij de mannen). Zorgen om lastig gevallen te worden maken ook dat vrouwen, veel vaker dan mannen, liever met andere mensen samen willen sporten. Bij de vrouwen was dat 51%, bij de mannen 15%. Tot slot koos bijna een kwart van de vrouwen er voor om af en toe binnen te rennen, bijvoorbeeld op de lopende band bij een sportschool, omdat ze even geen gedoe op straat wilden meemaken.

Deze verschillen laten zien dat mannen zich weinig zorgen maken over seksuele intimidatie en hun sportroutine niet ingrijpend aanpassen. Bij vrouwen is het echter meer dan de helft die zichzelf beperkingen oplegt, routes wijzigt of alleen op bepaalde momenten durven te sporten.

In een toelichting bij het onderzoek bevestigt Runner’s World dat het niet gaat om levensbedreigende toestanden. Waar het wel om gaat is dat je als vrouw sport, en tijdens het beoefenen van je sport opmerkingen kunt horen van het type ‘ondankbare bitch’, ‘let’s gang-rape her‘ (laten we haar als groep verkrachten) en allerlei opmerkingen over je lichaam. Dat veroorzaakt grote stress:

Even if nothing like this happens most days, knowing that it (or something worse) could happen causes stress. As the recent national dialogue surrounding Donald Trump’s sexist comments and alleged assaults brought to light, almost all women—runners or not—have endured unwanted sexual attention. And no matter how swift a woman’s pace, it’s impossible to outrun harassment.

Bovendien kunnen vrouwen wel naar alternatieven zoeken, zoals binnen in een sportschool hardlopen, maar ook daar zijn ze vaak niet veilig:

Some women find even that’s ineffective: Boston-based runner Bailey eventually stopped going to her gym after a man there said her workout tights would look better off. “Running is supposed to be a release, a sanctuary,” she says. “Instead, I’m wondering if I’m going to be safe.”

Voor de duidelijkheid: bij dit alles gaat het niet om seksualiteit, laat staan liefde of de fysieke aantrekkingskracht van iedere willekeurige vrouw. Het gaat om macht. Wie domineert in de openbare ruimte. Runner’s World sprak daar onder andere over met socioloog Michael Kimmel van de Stony Brook University in New York:

“The public sphere is [still] a male space,” says Michael Kimmel, Ph.D., […] Honks, innuendos, and so on are a man’s way of saying, “You are present in my space and I’m going to let you know it’s my space.”

En dat is precies het punt. Vrouwen weten heel goed het verschil tussen een welgemeend compliment en een agressief ‘terug in je hok’ commentaar. De mannen die zich schuldig maken aan dit gebrekkige vermogen om een sociale ruimte te kunnen delen, verpesten het sportplezier van vrouwen. Ze moeten hier mee ophouden. Andere mannen kunnen hen daarbij helpen, door seksegenoten aan te spreken op dit rotgedrag en seksuele intimidatie van de mannelijke sekse bespreekbaar te maken. Zet ‘m op, heren!

Nederland kan eeuwen wachten op vrouwelijke premier, als de genderdiscussie zo primitief blijft

De verkiezingen in de V.S. leveren scherpe analyses over gender op, vanwege het seksistische gedrag van Donald Trump en het feit dat de strijd om het hoogste ambt gaat tussen een man en een vrouw. Hoe zit het in Nederland met het emancipatoire bewustzijn? Niet goed, blijkt uit allerlei incidenten. Dat is vervelend, want inzicht in de situatie rondom gender is cruciaal om te begrijpen waarom mannen in de politiek de macht blijven houden. Zonder kritische discussies over die situatie kunnen we nog eeuwen langer wachten op een vrouwelijke premier in Nederland.

Politiek in Nederland blijft, praktisch en symbolisch, iets van blanke mannen. Vrouwen zijn een minderheid in de politiek. Als het er echt op aan komt houden mannen de touwtjes strak in handen. Zo lieten twee mannelijke partijleiders bij de vorige formatiebesprekingen hun vrouwelijke nummer twee thuis. In plaats daarvan namen ze blanke mannelijke vertrouwelingen mee naar de onderhandelingen. Ook blijven de zwaarste/machtigste posten stevig in het mannelijk kamp, inclusief het premierschap.

Na de verkiezingen in maart 2017 is de kans op herhaling groot. Ten eerste omdat alleen al het constateren van het feit dat vrouwen ontbraken bij de vorige formatie, destijds zorgde voor een golf van vijandige ‘terug in je hok’ reacties. Mensen wilden er niet over praten. Vrouwen moesten niet zeuren. Met zo’n houding leer je niks en doen mannen bij de volgende formatie weer hetzelfde.

Ten tweede omdat alle berichten over werving en selectie rieken naar een verkokerde blik, waarbij mannen in eigen kring op zoek gaan naar soortgelijke mannen, middels een proces waar Marieke van den Brink uitgebreid promotie-onderzoek naar deed. Het veld van partijleiders zal in 2017 opnieuw bijna geheel blank en mannelijk zijn, zelfs als nog niet duidelijk is hoe de strijd uitpakt, zoals bij de PvdA. Uit een opinieonderzoek van EenVandaag blijkt dat vrouwen zulke praktijken eerder signaleren en problematisch vinden dan mannen. Maar dat mannen vooral naar vrouwen wijzen als schuldige:

Onder mannen is een derde het eens met de stelling dat partijen liever mannen dan vrouwen kandideren, onder vrouwen de helft. En misschien gaat het verder: met de stelling dat vrouwen worden gediscrimineerd door partijen is 30 procent van de mannen het eens, maar een grotere groep van 44 procent van de vrouwen vermoedt discriminatie. […] het ligt, zo is de indruk, ook aan wat vrouwen zelf zouden doen en laten, al zijn het vooral mannen die het antwoord op de schuldvraag bij de vrouwen zelf zoeken. [vetgedrukt door red.]

Die blindheid voor het structurele machtsvoordeel van mannen maakt dat allerlei mechanismen onzichtbaar blijven, die ervoor zorgen dat de hiërarchie tussen de seksen intact blijft. Kiezers beginnen bijvoorbeeld de man over- en de vrouw onder te waarderen.  Wint een vrouw alsnog, dan gebeurt dat vaker in situaties waarbij een partij er slecht voor staat en laten partijgenoten haar bij tegenslag sneller vallen. De vrouwelijke partijleider ruimt zodoende eerder het veld dan mannelijke collega’s.

Ten derde omdat het mannelijk overwicht een machocultuur in stand houdt. Het problematische haantjesgedrag van mannelijke parlementariërs was al in 1997 onderwerp van kritische stukken in de kranten. Ruim tien jaar later schreef Femke Halsema over dat machogedoe in haar politieke memoires en anno nu vertonen de heren nog steeds masculien machtsvertoon op een apenrots vol alfamannetjes.

Deze machocultuur koppelt mee met algemeen onbehagen zodra een vrouw té zichtbaar wordt in een mannenbolwerk. Dat onbehagen over een verstoring in de hiërarchie zorgt voor weerstand. Die weerstand uit zich onder andere in taalgebruik en ‘grapjes’ met een snijdende ondertoon. Zo heeft de vooral uit vrouwen bestaande Commissie Zorg de bijnaam ‘de commissie van de kijvende wijven’. En als twee politici met elkaar in debat gaan, kopt een landelijk dagblad ‘Bitchfight in de ministerraad’.

Al deze factoren leiden tot een seksistisch denkraam waarbinnen mannen gelden als de stevige debaters en vrouwen hysterisch zijn. Vervolgens wordt het logisch dat mannen voor mannen kiezen en dat vrouwen denken ‘ik kan het niet, ik maak geen kans’ en het niet eens meer proberen. Vervolgens kun je vrouwen daar dan op afrekenen en is de vicieuze cirkel weer rond.

Het kritische debat over dit seksistische klimaat staat in Nederland nog in de kinderschoenen. Analyses blijken steken op een  neerbuigend ‘zie je wel, vrouwen willen niet, ze liggen te slapen’. Zie hier voor een voorbeeld van zo’n analyse, waarbij vrouwen niet alleen verantwoordelijk gesteld worden voor hun eigen marginalisering, maar ook nog de veeg uit de pan krijgen dat ze sowieso niet goed genoeg zijn.

Een ander voorbeeld: vrouwen krijgen in ons land, nota bene van collega’s zoals Kamerlid Marith Volp, nog steeds het advies wat Margaret Thatcher al kreeg (en wat niet werkte want je ontkomt niet aan je sekse): zacht en laag praten. Ja, doei! Het probleem is meestal dat de omgeving meer waarde hecht aan wat een man zegt. Hoe hij het zegt maakt niet uit. En zij? Zij moet haar kop houden. Zegt of doet ze toch iets, dan is ze een bitch of een manwijf of een kenau of, zoals Trump uitriep, een nasty woman.

We horen steeds ‘het komt wel goed’. ‘We moeten geduld hebben’. ‘Hopelijk meldt zich op een gegeven moment een vrouw’. Als de feministische analyse blijft steken op het niveau ‘vrouwen willen niet‘ (maar waaróm ”willen” ze niet?), of ‘we moeten geduld hebben, dan komt het vanzelf goed’, blijven mannen aan de macht in de Nederlandse politiek omdat we vrouwen buiten sluiten.

Willen we dat echt?

Personeelsbeoordelingen: mannen krijgen nuttige feedback, vrouwen vaagheden

Personeelsbeoordelingen van mannelijke werknemers bevatten gerichte lof, uitgebalanceerde kritiek, en geven nuttige adviezen ter verbetering.Vrouwelijke werknemers krijgen daarentegen vage algemeenheden die nauwelijks houvast bieden om zichtbare vooruitgang te boeken. Dat concluderen twee Amerikaanse onderzoekers na een analyse van personeelsbeoordelingen bij vier grote ondernemingen.

cartoon loopbaan

Shelley Correll van Stanford’s Clayman Institute for Gender Research en Caroline Simard van het Center for the Advancement of Women’s Leadership concluderen dat deze vage, vaak stereotiepe ‘feedback’ vrouwen achterstelt. Op twee manieren. De beoordelingen geven blijk van een zekere mate van blindheid bij managers voor de prestaties van vrouwen. Correll en Simard zien onbewuste vooroordelen als de boosdoener van dit opvallende verschil in de personeelsbeoordelingen van mannen en vrouwen:

Our research suggests these trends may result from unconscious bias. Stereotypes about women’s capabilities mean that reviewers are less likely to connect women’s contributions to business outcomes or to acknowledge their technical expertise. Stereotypes about women’s care-giving abilities may cause reviewers to more frequently attribute women’s accomplishments to teamwork rather than team leadership.

Ten tweede kunnen vrouwen weinig met de algemeenheden die ze in hun beoordelingen teruglezen. Geen gerichte adviezen, geen identificatie van specifieke kwaliteiten die ze kunnen versterken of specifieke punten waarop ze hun prestaties kunnen verbeteren. In die zee van algemeenheden is het voor vrouwen veel moeilijker dan voor mannen om zichtbaar te werken aan concrete punten en vooruitgang te boeken.

Correll en Simard vonden slechts één, veelbetekenende, uitzondering. Alleen als het ging om communicatieve vaardigheden kregen vrouwen duidelijke feedback. Vaak was die echter negatief. Managers beoordeelden vrouwen als te assertief of zelfs agressief, of verweten vrouwen dat ze moeilijk waren om mee samen te werken. Het betreft een zeer significant verschil: 76% van de verwijzingen naar een te agressieve communicatiestijl stonden in beoordelingen van vrouwen. Bij mannen lag dat aandeel op 24%.

Deze bevindingen komen overeen met eerdere analyses. Zo onderzocht Kieran Snyder in 2014 bij een technologiebedrijf 141 beoordelingen van mannen en 107 van vrouwen. De vrouwen kregen veel meer kritiek dan mannen – 58,9% negatieve feedback bij mannen, terwijl dat percentage bij vrouwen steeg naar 87,9%. En ook hier struikelden leidinggevenden vooral over de communicatiestijl van vrouwen. Managers schreven slechts twee keer dat mannen op hun toon moesten letten. Bij vrouwen kwam deze specifieke vorm van kritiek voor in 71 van de 94 kritische beoordelingen.

Steekproef of officiële wetenschappelijke studie, maakt niet uit: bedrijven zetten vrouwen onbewust en op basis van vooroordelen op achterstand, en dat schaadt onze carrière. Hoog tijd dat bedrijven en leidinggevenden hun houding bijstellen. Gelukkig geven Correll en Simard daar adviezen over. Te beginnen met het opstellen van duidelijke criteria, zowel voor het wegen van prestaties als voor het schrijven van beoordelingen.

Trollen hebben het gemunt op vrouwen en ‘afwijkende’ mannen

Blanke mannen komen het vaakst aan bod op de site van de Engelse krant The Guardian. Kijk je echter naar veelal anonieme commentaren op de stukken, dan ontstaat een opvallende verschuiving. De top tien van degenen die een bijdrage leverden aan de site die het minst werd lastiggevallen, bestaat volledig uit mannen. De top tien van mensen die het meest werden lastig gevallen, bestaat vooral uit 8 vrouwen en twee ‘zwarte’ mannen. Dat blijkt uit een analyse van circa 70 miljoen commentaren, die op de website van de krant verschenen sinds 2006.

Feminist-cartoons__sneeuwitje

Zoals zo vaak biedt zo’n berg gegevens, over een langere periode in kaart gebracht, bewijs van onbewuste vooroordelen en patronen. Eerder volgden onderzoekers bijvoorbeeld een aantal jaren de loopbanen van 20.000  medewerkers van een groot Canadees bedrijf. Uit die analyse bleek dat blanke mannen het soepelste doorstroomden naar de top. Vrouwen bleven hardnekkig vastkleven aan een plakkerige vloer.

Bij The Guardian kwamen blanke mannen ook terecht in een warm bad. Ze krijgen minder kritiek, en de kritiek gaat vaker over de inhoud. Vrouwen, veelal vrouwen met een gekleurde huid, en mannen met een gekleurde huid, konden het vaakst rekenen op seksueel agressieve reacties en doodsbedreigingen. Dit terwijl ze de minste artikelen schreven. Binnen die scheve situatie werden een paar andere interessante trends zichtbaar in het Guardian-onderzoek:

  • Onderwerpen zoals feminisme en verkrachting wekten de meeste haat op. Een mooie illustratie van de wet van Lewis: alle commentaren die volgen op een artikel omtrent feminisme rechtvaardigen het feminisme
  • Hoe ”mannelijker” het genre, zoals Sport of Technologie, hoe agressiever de reacties op artikelen van vrouwen
  • Het jaar 2010 leverde een scheidslijn op. Sinds dat jaar leveren artikelen van vrouwen altijd meer reacties op die de redactie moet blokkeren, omdat de inzenders de regels voor commentaren overtreden, dan artikelen van mannen. Ongeacht genre of thema

In een commentaar op de onderzoeksresultaten stelt feministe Jessica Valenti, eerste plek in de top tien van meest beledigde Guardian-auteurs, dat mensen digitale haat serieus moeten nemen:

while misspelled threats or entreaties for me to get back in the kitchen are certainly easy to mock, the disdain with which they’re employed is not very funny. For all the progress women have made, there’s always an online comment section or forum somewhere to remind us that, when given anonymity and a keyboard, some men will use the opportunity to harass and threaten.

Valenti classificeert dit type haat als intimidatie op het werk, die niet stopt als het werk gedaan is. Internet raast 24 uur per dag door, en de bedreigingen met seksueel geweld kunnen op ieder moment in je inbox rollen. Andere online journalisten, bloggers en feministen merken daarnaast dat online gebeurtenissen razendsnel doorwerken in het ”echte” leven. Wil een werkgever je aannemen, als je op internet zwartgemaakt wordt als een slet en een hoer? Kun je nog rustig een studie volgen, als je merkt dat de mensen die verkrachtingfantasieën over je publiceren, bij jou in de klas zitten? Dat soort dingen.

Onderzoeken zoals de Guardian die uitvoerde, zijn zeer waardevol. Kennis is immers macht… De feiten helpen zodoende mensen, tot nu toe vooral vrouwen, die proberen de online haat in te dammen of te voorkomen. Games-producente Zoë Quinn richtte bijvoorbeeld Crash Override op, om vrouwen die het doelwit van haat werden, te ondersteunen. Wetenschapster Michelle Ferrier wil hetzelfde bereiken met haar platform Troll Busters.

Vrouwen zijn mensen. We kunnen echt wel tegen een stootje. Maar bedreigingen en op de persoon gerichte seksuele agressie gaan veel en veel te ver.

BONUS – voor meer onderzoeken naar vrouwen en online haat: Dit onderzoek, waaruit blijkt dat anonieme trollen het vooral voorzien hebben op jonge vrouwelijke internetgebruikers. Of deze studie, over haat op Twitter. Een ander onderzoek analyseerde de situatie van vrouwen in India. Ook in dit land krijgen vrouwen veel meer online haat te verduren dan mannen. En leve John Oliver, die in een video online trollen perfect fileert.

 

Onderzoek benoemingen hoogleraren staat niet op zichzelf

Heeeeeej, dat klinkt bekend! Organisaties die formeel procedures hebben om vacatures te vervullen, maar die daar voor banen in de hoogste regionen vrolijk vanaf wijken. Ze adverteren niet met vacatures en gaan uit van persoonlijke netwerken om kandidaten te vinden die ze geschikt achten. Dat bleek uit een onderzoek naar de benoeming van hoogleraren bij Nederlandse universiteiten. En dat blijkt nu opnieuw uit een studie naar benoemingspraktijken bij de grootste bedrijven van Engeland.

Vrouwen vinden is echt niet zo moeilijkGebaseerd op dit schandaal...

Wetenschapster Marieke van den Brink maakte in 2009 furore met haar onderzoek naar de totstandkoming van benoemingen van hoogleraren. Haar studie liet pijnlijk duidelijk zien dat er in de praktijk weinig terecht kwam van formele regels. In 44 procent van de commissies zat géén vrouw. In 64 procent van de gevallen was sprake van gesloten werving: universiteiten zochten kandidaten in hun eigen netwerk. Zodoende benoemden blanke mannen andere blanke mannen via allerlei verborgen achteraf-kanalen.

In Engeland richtte het onderzoek zich naar de werving van topfunctionarissen bij de grootste bedrijven van het land. Hieruit komt hetzelfde mechanisme naar voren. In verreweg de meeste gevallen was er sprake van een gesloten werving. Buitenstaanders hoorden niets over vacatures en konden dus ook niet reageren. In eenderde van de gevallen zocht de top van een bedrijf kandidaten uit het eigen netwerk.

Een woordvoerster van de Equality and Human Rights Commission (EHRC), die de studie verrichte, was duidelijk over het effect van die benoemingscultuur:

“The recruitment process to the boards of Britain’s top companies remains shadowy and opaque and is acting as a barrier to unleashing female talent”

Dat de resultaten zo gelijksoortig uitvallen, ook al betreft het een ander land, een andere periode, en een andere setting, bevestigt nog maar eens de macht van informele mannen-netwerken. Zolang de top voornamelijk bestaat uit machtige mannen die vrouwen niet zien staan, blijven ze soortgenoten aannemen. Als je weer eens leest ”waar zijn de vrouwen” dan weet je nu een belangrijk deel van het antwoord: de poortwachters van de macht houden de deur ferm gesloten. Vrouwen en mannen met een gekleurde huid? Niet welkom. En dat is niet ‘de banenwachtrij’. Dat is domweg seksisme en racisme.

Nederlandse filmindustrie toont gemengd beeld

Op Europees niveau wil de filmindustrie vrouwendiscriminatie aanpakken. Top! Rijst bij mij de vraag: hoe doet de Nederlandse film het in genderopzicht? Eerder ging ik al in op het verdwijnen van vrouwen en meisjes uit Nederlandse jeugdfilms. Wat betreft films voor volwassenen vat journaliste Karin Wolfs de situatie goed samen. Op het gebied van vrouwelijke regisseurs doet Nederland het (veel) beter dan gemiddeld, maar wat zijn de beschikbare rollen seksistisch zeg!

Wolfs zocht de Nederlandse cijfers op in een rapport van het Europees Audiovisueel Observatorium. Ons land kwam als beste filmland van Europa uit de bus. Vrouwen maken veertig procent uit van de scenaristen. Wij kunnen ook bogen op iets meer dan 25 procent actieve vrouwelijke regisseurs in de periode tussen 2003 en 2012. In 2014 hadden we zelfs een uitschieter naar 39 procent regisseuses. Deze professionals winnen ook redelijk vaak prijzen. In 2014 kreeg Saskia Diesing bijvoorbeeld de prijs voor beste regisseur, voor haar film Nena.

Inhoudelijk valt het emancipatoire gehalte van films echter vies tegen, constateert Wolfs. In Nederlandse rolprenten zijn vrouwen vooral een lustobject. Het draait om diëten, plastische chirurgie, en een mannen die vrouwen begluren. Het wemelt van de seksistische stereotypen, maar de scenario’s proberen zich vaak aan kritiek te onttrekken door kunstjes te flikken:

Wat ’t een slagje complexer maakt, is dat de clichés zich graag verschuilen achter een dubbele moraal: de seksistische norm wordt bekritiseerd, gepersifleerd of afgekeurd, maar alternatieven krijgen we niet of nauwelijks te zien. Resultaat onder de streep: de zogenaamd vermaledijde norm (vrouw, wees slank en aantrekkelijk) wordt de facto bevestigd.

Ben je geen lustobject, dan ben je vaak het slachtoffer. Actrices krijgen in scenario’s te maken met aanranding, verkrachting, pesterijen, dodelijke ziekten, en nare mannen die hen uitbuiten en kleineren. Ook voor de rest is het behelpen. Films tonen wel eens een carrièrevrouw, maar dat zijn stuk voor stuk kille bitches. Als er een moeder voor komt, is die opvallend vaak dood/stervende, of gefrustreerd en zodoende bazig en depressief.

Wat een heerlijke keuzes. Dood of een bitch. Lustobject of slachtoffer. Kies je keuze!

Blijft over: waar geef je de voorkeur aan. Werkgelegenheid voor vrouwen en relatief veel vrouwelijke professionals achter de camera’s versus seksistische rollen vóór de camera’s, of Hollywood, waar minder vrouwen achter de camera’s werken en de stereotypering op het witte doek minstens even erg is. In dat geval zou ik kiezen voor veel vrouwen actief achter de schermen. Dan bestaat er in ieder geval een zekere basis om de situatie voor de camera’s te verbeteren. Zo snel mogelijk aub, want de huidige cultuur is zo giftig voor vrouwen dat we veel talent mislopen.

Hollywood valt opnieuw door de mand

Uit een net gepubliceerde studie van de universiteit van Zuid-Californië blijkt dat slechts 21 procent van de 700 meest winstgevende films van de afgelopen jaren een vrouw in de hoofdrol had. Dat is precies hetzelfde percentage als in 2007. Bij de regisseurs zijn de blanke mannen nog dominanter. Slechts 1,9 procent van de films werd gedraaid door een vrouw. Ook mensen met een getinte huidskleur ontbreken bijna geheel. Harde feiten. Hollywood valt opnieuw door de mand. Of, in de woorden van Emma Thompson: ”Op het gebied van seksisme is Hollywood nog steeds klote”.

Kinderfilms komen er niet beter vanaf. In 2014 konden kinderen slechts vijf films zien met een vrouw/meisje in de hoofdrol, terwijl 18 films jongens/mannen centraal stelden. Dit jaar zal niet veel beter worden. Op dit moment maken de Minions furore. Een miljoen Nederlanders ging al kijken en de Minions-ballonnen, bekers, t-shirts en posters zijn niet aan te slepen. Maar als je naar de inhoud kijkt zou iedere ouder moeten schrikken. Deze jeugdfilm is zo seksistisch als de pest. De enige vrouwelijke figuur is een stereotiepe slechterik, en zij geeft haar ‘macht’ aan het einde van de film ‘vrijwillig’ op, zodat een man verder kan gaan waar zij ophield.

Het verzet tegen deze structurele discriminatie van alles wat niet blank en mannelijk is, neemt echter toe. Actrices beginnen eindelijk te praten. Over onderbetaling, de nadruk op sexy zijn en verder je kop houden, want anders dan, leeftijdsdiscriminatie en het gebrek aan interessante rollen waar je echt je tanden in kunt zetten. Ook wijden steeds meer media zich aan kritische analyses van de inhoud van films. Dat leidt tot een vocabulaire waarmee je de dingen een naam kunt geven, zodat problemen zichtbaar worden.

Neem het Smurfin syndroom: films met allemaal mannen en nog eens mannen, en één vrouw. Of films die een sterk vrouwelijk personage opvoeren (op zich al een problematisch gegeven, zoals een lezeres van dit blog opmerkte) en haar vervolgens absoluut niks laten doen – het Trinity Syndroom. We kunnen nu wijzen op een gevalletje Manic Pixie Dream Girl – die levenslustige, sprankelende vrouw die alleen bestaat om een depressieve man op te vrolijken. We kunnen een Vrouw in de Koelkast aan de kaak stellen – de mooie geliefde die alleen bestaat zodat de schurk van dienst haar kan vermoorden en het karakter van de mannelijke held meer diepgang krijgt. Of neem dit stroomschema voor alle cliché’s waarin actrices ingesnoerd worden.

Zodra je kunt benoemen wat er gebeurt, staart het seksisme je recht in je gezicht aan. Da’s schrikken! Het kan ook betekenen dat je favoriete film opeens een zeer, zeer bittere smaak in je mond achterlaat. Ook vervelend. Bewustworing is niet pijnloos en makkelijk. Maar wel noodzakelijk. Want het gaat om structurele discriminatie met brede negatieve effecten.

Inmiddels heeft non-profitorganisatie ACLU de Amerikaanse overheid verzocht een formeel onderzoek in te stellen naar de situatie in Hollywood. Te beginnen met de vage, informele sollicitatieprocedures en audities die er onder andere voor zorgen dat een vrouw van 37 jaar te oud zou zijn om de echtgenote te spelen van een 55-jarige acteur, en dat zwarte actrices alleen aan de bak komen als agressieve bitch of onderdanig dienstmeisje. De druk neemt toe. Alles rond vrouwenemancipatie verloopt tergend traag, maar wie weet wat de toekomst zal brengen.

Verliezende gamer reageert zich af op vrouwen

Mannelijke gamers die het spelletje verliezen, maken zich opvallend vaak schuldig aan een hatelijke, seksistische bejegening van gamers die zichzelf als vrouwelijk identificeren. Tegen andere mannen, vooral mannen die wél wonnen, blijft zo’n gamer echter beleefd tot zeer beleefd. Dat zijn de uitkomsten van een wetenschappelijk onderzoek door Michael Kasumovic en Jeffrey Kuznekoff, respectievelijk van de University of New South Wales en Miami University.

South Park gaf een eigen draai aan het thema van de pestende internetgamer.

De onderzoekers observeerden het gedrag van gamers tijdens 163 potjes Halo 3. Deelnemers aan dit spel kunnen online commentaar leveren. Mannen die goed waren in het spel, neigden naar complimenten en andere positieve interacties, zowel met mannen als vrouwen. Mannen die minder goed scoorden, bleven complimenteus tegen mannen, maar als een gamer een vrouwelijke identiteit had, waren de seksistische sneren niet van de lucht.

De onderzoekers proberen hun resultaat te verklaren uit belegen Mars en Venusgezever. Feministen moeten daar niets van hebben. Respect is wat hen betreft de sleutel, en het vervelende inzicht dat teveel mannen vrouwen minder of niet respecteren:

They pick on women not because of some elaborate hardwired mating game, but because men are socialized to think women are weaker and somehow inferior to men. They pick on women because they think women are a soft target. In addition, men are socialized to think that failure is emasculating. They pick on women for the same reason kids at school like to bully the nerdy kid or the fat kid or the gay kid: To feel bigger and better than someone else, to get that rush of power over someone else, to kill a perceived weakness inside of them, to trick other people into thinking they’re big and tough.

Als je luistert naar wat zulke mannen zelf vertellen, zie je precies deze dynamiek aan het werk. Man beschouwt zichzelf als aangetast in zijn status, en hup, de online pesterijen van vrouwen beginnen. Mannen zullen dit niet leuk vinden om te horen, maar de registraties van Michael Kasumovic en Jeffrey Kuznekoff spreken voor zich. We moeten blij zijn dat we niet in de V.S. leven, waar zulke mannen een geweer kunnen kopen en in het echte leven aan het moorden slaan. Phew!

BONUS: een onderzoek uit 2013 wees uit dat partners van een succesvolle vrouw zeggen dat ze dat leuk vinden, maar onbewust gaven zulke mannen blijk van vijandige gevoelens. Falen vrouwen, dan voelen hun mannelijke partners zich juist goed. Die chicks moeten manlief niet overvleugelen, want dan zijn de rapen gaar.

 

Voorkeuren verraden wie je echt belangrijk vindt

‘Ik, seksistisch? Welnee, ik vind vrouwen hartstikke belangrijk!’ Kan best, maar zoals feministe Jessica Valenti uiteen zet in een prikkelend betoog: je kunt denken dat je niet seksistisch bent, totdat je een blik werpt op je boekenkast. Staan daar voornamelijk werken van mannen, en wil je vooral hún ideeën horen, dan zit er tóch iets scheef.

Valenti snijdt een belangrijk onderwerp aan. Veel seksisme in welvarende westerse landen anno 2015 broeit ondergronds. Mensen zijn in zulke gevallen niet expliciet tegen vrouwen – dat zou onfatsoenlijk zijn – maar zien mannen nét even wat makkelijker in de rol van leider of expert. Vinden een man nét wat meer kwaliteit leveren. Vinden een mannenmening nét wat meer gewicht hebben. Hét boek of dé mening over kwestie X komt toevallig uit de koker van een (veelal blanke) man.

Mensen staan daar vaak niet bij stil, maar die onbewuste voorkeur voor mannen heeft een grote invloed. In de woorden van Valenti:

your taste in music, books, television or art says something about you: it sends a message about what you think is worth your time, what you think is interesting and who you think is smart. So if the only culture you pay attention to is created by men, or created by white people, you are making an explicit statement about who and what is important.

Wie of wat we belangrijk vinden, geven we status. Wat we belangrijk vinden, herhalen we. Op die manier ontstaat een zichzelf versterkende dynamiek, waarbij mensen vooral mannen promoten en een platform geven.

Dat gebeurt op allerlei manieren. Onderzoek van vrouwen in de media toont aan dat ruim eenderde (35%) van de journalisten werkt met standaard namenlijstjes waar toevallig alleen mannen op staan. Die onevenwichtigheid zet door. Mannen komen in driekwart van de gevallen aan het woord of in beeld. Mannen bepalen op die manier het nieuws, het debat, de discussie over dat wat van belang is.

Ook andere sociale situaties laten zien dat vrouwen regelmatig niet gehoord worden. Zo reageert de omgeving anders op pratende mannen:

Een fijn praatprogramma zoals de Tafel van 5 werd al snel van *tafel* geveegd nadat recensies massaal hadden gerept van “kippenhok” en “tetteren”. Voetbal International daarentegen, waar het tettergehaalte de pan uit vliegt, blijft hardnekkig op de buis. Er is wel degelijk een verschil in perceptie tussen het tetteren van mannen en die van vrouwen.

Een andere, voor vrouwen zeer bekende, situatie is die waarin zij tijdens een vergadering een goede opmerking maakt, en genegeerd wordt. Even later zegt een man hetzelfde, en opeens is iedereen enthousiast. Ook bij citeren ontstaat ongelijkheid. Zo bleek uit een analyse van filosofische vakbladen dat mannen – toch al zwaar in de meerderheid binnen de filosofie – vooral werk van andere mannen citeren. De wetenschappelijke bijdrage van vrouwen verdween uit het zicht.

Dat patroon doorbreken kan pas als je je ervan bewust wordt. Dat is makkelijker voor vrouwen, omdat die de achterstelling aan den lijve ervaren (pagina 10 en verder). Voor anderen, zoals vrouwen met veel privileges en mannen, kunnen cijfers helpen. Zo zette technologiedeskundige Anil Dash uit nieuwsgierigheid software in, die gender in kaart bracht. Uit die analyse bleek dat hij ruwweg evenveel vrouwen als mannen volgde via Twitter, maar vervolgens de berichten van mannen maar liefst drie keer zo vaak retweette.

Dat zorgt voor een dubbele ongelijkheid. Mannen zijn al oververtegenwoordigd in de technologie, en dan krijgen ze ook nog een veel groter podium, onder andere omdat mensen als Dash vooral de meningen van mannen retweeten. Dat moest anders, vond hij. Vandaar: een jaar lang alleen de meningen van vrouwen doorgeven. Het bleek moeiteloos te kunnen:

the only times I even had to think about it were very male-dominated conversations like the dialogue around an Apple gadget event. Even there, I’d always find women saying the same (or better!) things about the moment whose voices I could amplify instead of the usual suspects. And for the bigger Twitter moments I love, like award shows and cultural events, there are an infinite number of women’s voices to choose from.

Hij merkte ook dat de discussie veranderde: door bewust stemmen van vrouwen te promoten ontstond er meer diversiteit en meer nuance in debatten in zijn Twitter-feed. Dash noemt zijn Twitter-bestaan nu prettiger en leuker dan daarvoor.

Kortom, kijk eens in je boekenkast. Tref je een oververtegenwoordiging van boeken van mannen aan, doe dan mee aan Lees Vrouwen 2015 en kijk wat dat met je doet. Turf eens wie je volgt op Twitter, en wiens berichten je retweet. Naar wie kijk je, naar wie luister je, en hoe zit het daar met de man-vrouw verhouding? Kansen om je horizon te verbreden en andere meningen te horen zullen over elkaar heen buitelen en je wereldbeeld veranderen, als je de andere helft van de mensheid ook meeneemt.

Politieke leiders zitten op een wankele troon

Man als politieke leider? Hoog percentage stemmen, relatief lange loopbaan, maakt kans op een tweede termijn. Vrouw als politieke leider? Hogere verwachtingen, minder steun, groter afbreukrisico, en geen tweede kans. Die opvallende verschillen brachten onderzoekers van de universiteit van Calgary in kaart, toen ze onderzochten hoe het mannelijke en vrouwelijke leiders van politieke partijen in Canada vergaat.

Vrouwen lijken het op zich goed te doen in de Canadese politiek. Begin 2013 stonden vrouwen aan het hoofd van vijf provincies. Daarnaast leidde een vrouw één territory, een soort provincie / gebiedsdeel. Dat ogenschijnlijke succes verhult echter dat vrouwen op een wankele troon zitten, aldus Brenda O’Neill en David Stewart van de universiteit van Calcary. Ze analyseerden de loopbanen van politieke leiders in de periode van 1980 tot 2005 en troffen veelzeggende patronen aan.

Zo bewezen de data opnieuw het bestaan van de glazen klif: een fenomeen waarbij organisaties pas vrouwen op hoge posten benoemen als die organisatie in zwaar weer verkeert. Maar liefst 25% meer vrouwen dan mannen kwamen aan de macht in situaties waarbij partijen in peilingen hopeloos op achterstand stonden, of op momenten waarop de partij geen serieuze deelnemer was. Veel vaker dan mannen moesten vrouwen zich opwerken uit een rotsituatie. Veel vaker dan hun mannelijke collega’s stonden ze onder druk van hoge verwachtingen. Zij moest het verschil maken en zich terugvechten, terwijl haar mannelijke collega gewoon z’n werk kon doen.

Vrouwen kregen ook minder steun dan mannen, en stond korter aan de top. Mannen kregen gemiddeld steun van 69% van hun partijleden. Vrouwen kwamen vaak niet verder dan 57%, een significant verschil. Vervolgens bleef een man gemiddeld 5,3 jaar aan de top staan, met goede vooruitzichten op een tweede kans. Vrouwen daarentegen bleven steken op 2,4 jaar, en kregen na hun vertrek geen tweede kans. Het was en is voor vrouwen erop of eronder. Alles moet perfect gaan, want bij tegenslag moet je het veld ruimen zonder uitzicht op herverkiezing.

De resultaten van het onderzoek komen op een pikant moment. Zojuist trad een prominente politica af, Alison Redford. Ze was de eerste vrouwelijke premier van Alberta. Redford stond onder druk vanwege haar declaratiegedrag en interne strubbelingen binnen het provinciebestuur. Daarnaast ontstond ophef omdat een mannelijke medewerker zijn ontslag indiende. De reden? Hij vond Redford geen aardige vrouw. Hij vond haar bazig.

Bazig is één van de vele manieren waarop de dubbele moraal vrouwen op achterstand zet. Hij is een leider. Zij is bazig. Vanwege die seksistische lading zouden sommige mensen het woord bazig het liefste willen verbieden. De discussie daarover is terecht nog gaande – woorden verbieden? Pardon? Ondertussen delen de meeste mensen de inschatting dat zulke aantijgingen vrouwen ondermijnen. Als Redford een man was geweest, zou de beschuldiging dat hij niet aardig was, geen gewicht hebben gekregen. Mannen hoeven niet aardig te zijn. Mannen kunnen gewoon leiden. Klaar.

Diverse media speculeren dan ook of seksisme meespeelde bij Redford’s vertrek en citeren collega’s die wijzen op een dubbele moraal, in het nadeel van vrouwen:

Former Edmonton Liberal MP Anne McLellan said while it’s a complex issue, she’s sure Alison Redford was treated differently because of her sex. The Progressive Conservative premier made mistakes, McLellan said, but her caucus and voters — both male and female — had unfair expectations of her as a female leader. “There seems to be some standard that somehow it’s OK for men in public life to act a certain way. But if women do that, that makes them not nice ladies,” she said.

De beide onderzoekers van de universiteit van Calcary houden het erop dat gender waarschijnlijk meespeelde. Haar politieke loopbaantraject past in ieder geval precies in het door hen in kaart gebrachte patroon. Ze haalde de 2,4 jaar niet, en krijgt geen kans om deel te nemen aan volgende verkiezingen. Zeer veelzeggend.

BONUS: zie voor de Nederlandse situatie onder andere de korte carrières van Agnes Kant en Jolande Sap. Geen van beiden kreeg ruimte of een tweede kans. Beiden kampten met mediaverhalen die je volgens Antia Wiersma zou kunnen betitelen als vormen van karaktermoord. Meer recente voorbeelden zijn lastig te vinden, omdat de Haagse partijleiders bijna zonder uitzondering blank en van het mannelijk geslacht zijn. Ook zeer veelzeggend.

PvdA verliest vrouwelijke kamerleden

Ruim twee maanden na Désirée Bonis stapt nu ook Myrthe Hilkens op als kamerlid van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer. Traditionele media zoals de NOS deden het vertrek af met een kort zakelijk berichtje. Het valt te hopen dat de fractie binnenskamers goed gaat nadenken wat hier gebeurt. Want als vrouwen vertrekken, is dat soms een teken dat een organisatie haar idealen verkwanselt. Vrouwen protesteren in zo’n geval eerder dan mannen.

Myrthe Hilkens kan haar idealen niet meer kwijt bij de PvdA.

Vrouwen stappen eerder op dan mannen als hun ethische en morele waarden averij lopen, blijkt uit onderzoek. Het verschil wordt niet veroorzaakt door de aard of de natuur van de vrouw. Wél speelt de opvoeding een rol, meent onder andere psychologe Carol Gilligan. In landen zoals Nederland, met een strikte scheiding tussen roze en blauw, betekent de opvoeding dat meisjes soms andere normen en waarden meekrijgen dan hun broertjes. Met andere resultaten tot gevolg, zoals een grotere gevoeligheid voor ethische kwesties en idealen.

Daarnaast krijgen vrouwen simpelweg minder ruimte dan mannen. Samenlevingen oordelen bijvoorbeeld veel hardvochtiger over vrouwen die zich misdragen, dan over mannen. De sociale druk om je goed te gedragen, leidt tot een grotere alertheid voor ethiek en correct handelen.

De redenen die Bonis en Hilkens opgaven voor hun vertrek, lijken te sporen met die grotere gevoeligheid voor ethische kwesties en correct handelen. Bonis gaf aan dat ze vertrok uit onvrede met het buitenlandbeleid van de coalitie. In het NRC publiceerde ze kort geleden een opiniestuk waarin ze dit indirect nader uitlegde. De VVD bepaalde het buitenlandbeleid, en de PvdA liet dat toe, schrijft ze. Haar vertrek had, met andere woorden, te maken met morele overtuigingen. De PvdA sloot voor Bonis onacceptabele compromissen, en sloeg de verkeerde weg in.

Hilkens houdt het op het vagere ‘De manier waarop ik invulling wil geven aan mijn idealen strookt helaas niet met de wijze waarop ik politiek kan bedrijven’, en gebruikt het werkwoord kiezen om aan te geven dat ze daarom elders haar heil zoekt. Hoe diplomatiek geformuleerd ook, deze verklaring wijst opnieuw op morele oordelen. Op idealen, en de manier waarop ze die idealen bij de PvdA geen aanvaardbare vorm kan geven.

Twee vrouwen die zo kort na elkaar een partij verlaten geeft te denken. De PvdA doet er goed aan om over te gaan tot zelfonderzoek. Hoe verhouden wij ons tot de VVD? Op welke manier gaan we om met onze partijprincipes en idealen? Hoe behouden we onze identiteit? Als de PvdA tot een eerlijk zelfonderzoek in staat is, maakt de fractie nog een kans. Kunnen ze dit niet opbrengen, dan zouden ze bij de eerstvolgende verkiezingen wel eens in het stof kunnen bijten. De tijd zal het leren.

Valse aangifte van verkrachting komt zelden voor

Valse aangiften van verkrachting komen zeer zelden voor, in ieder geval in Engeland. De Crown Prosecution Service, zeg maar het openbare ministerie van Engeland, deed onderzoek en kwam in een periode van zeventien maanden uit op 35 valse aangiften, op een totaal van 5,651 verkrachtingszaken. Ondertussen blijkt uit zeer recente Nederlandse cijfers (zie onderaan, bij BONUS) dat het allergrootste probleem nog is dat zoveel vrouwen afzien van een aangifte. Volgens het CBS volgt slechts in 11 procent van alle zedendelicten een melding. En daarvan leidt slechts 3 procent tot aangifte. Drie procent….

Bij de 35 valse aangiften was eigenlijk altijd sprake van complicaties. Degene die aangifte deed was bijvoorbeeld een kwetsbare jongere onder de 21, of had psychische problemen, of een gewelddadige partner dwong het slachtoffer een aangifte in te trekken. In het laatste geval vond er wel degelijk seksueel geweld plaats. Uit angst voor represailles trok het slachtoffer de aangifte echter in, alsof het niet waar zou zijn. Het minieme aantal ‘valse’ aangiften ligt dus in werkelijkheid nog wat lager.

Keir Starmer, een van de betrokkenen bij het onderzoek, pleit dan ook voor terughoudendheid bij het eventueel straffen van mensen die een valse aangifte doen. Zo’n daad wijst eerder op slachtofferschap, maar dan op een andere manier. Straf uitdelen zou in zo’n geval kunnen indruisen tegen gevoelens van rechtvaardigheid. Zoals bij een geruchtmakende zaak uit 2010. Een rechter gaf een vrouw 8 maanden cel omdat ze een verkrachtingszaak introk. Ze bleek daarna slachtoffer te zijn van huiselijk geweld, en was wel degelijk verkracht. Ze had echter gehandeld onder druk van en uit angst voor haar ex. Met celstraf tot gevolg. Voor haar, niet voor de verkrachter. De omgekeerde wereld.

Beschuldigingen als zouden vrouwen expres gevallen van verkrachting verzinnen, zijn talrijk. Ze getuigen van een nare mentaliteit:

When people exaggerate the likelihood of false rape allegations, they value the attacker over the attacked. When people dismiss cases that call for compassion and protection, they promote apathy towards and resentment of rape survivors. These tendencies only ostracize survivors and discourage them from speaking up—and, according to CPS, disbelieving survivors is not only harmful but statistically unfounded.

Daarom is gedegen onderzoek naar de situatie extra belangrijk. Want de cijfers spreken voor zich.

UPDATE: Uit Nederlandse cijfers blijkt dat vrouwen elke week 24 keer aangifte doen van verkrachting. Nog meer vrouwen zien daar vanaf en melden het seksuele geweld niet. Het gaat hier dus om het topje van de ijsberg:

Het WODC becijferde in 2005 dat het aantal slachtoffers van verkrachting acht keer hoger ligt dan het aantal aangiften. En uit CBS-cijfers van enkele jaren geleden blijkt dat van slechts 11 procent van alle zedendelicten melding wordt gemaakt. En daarvan leidt slechts 3 procent tot aangifte. […] Ongeveer een op de drie slachtoffers besluit toch geen aangifte te doen, nadat ze op het politiebureau wordt gewezen op de gevolgen die kunnen voortvloeien uit een politieonderzoek en rechtszaak. Zij zien op tegen een mogelijk weerzien met hun belager of het opnieuw tot in detail moeten vertellen wat er is gebeurd.

Kortom, er valt nog een wereld te winnen bij de aanpak van seksueel geweld.

Gent sluit zich aan bij Hollaback

Na Brussel heeft ook de Belgische stad Gent zich aangesloten bij Hollaback. Iedere vrouw die op straat lastig wordt gevallen, kan nu melding doen van het incident, en desgewenst ook foto’s of filmpjes uploaden om deze vorm van alledaags seksisme zichtbaar te maken. Want voor vrouwen is het geen vanzelfsprekende ervaring dat ze rustig in het openbaar rond kunnen lopen.

Hollaback begon in de Verenigde Staten, uit protest en om vrouwen te laten zien dat ze niet de enige waren/zijn. Want hoe gaat dat: je loopt over straat. Uit het niets krijg je een opmerking naar je hoofd (lekkere tieten!!!). Je voelt je rot. Vertel je erover, dan krijg je vaak afwerende reacties. Kun je niet tegen een grapje? Misschien was het bedoeld als compliment. Jeetje, wat ben jij overgevoelig zeg. Je zeurt. Je overdrijft. Zeg, wat had je eigenlijk aan? Wat deed je daar dan ook, op dat tijdstip?

Niet zo gek dus dat onder andere in Gent geen enkele vrouw aangifte doet of formeel een klacht indient nadat iemand haar op straat lastig viel:

Bij het meldpunt Discriminatie van Stad Gent is er de jongste twee jaar geen enkele melding geweest. Ook bij de Gentse politie bestaat er geen specifiek meldpunt voor seksuele intimidatie. ‘Maar dat betekent niet dat seksuele intimidatie geen probleem is in Gent’, zegt Joke Vasseur van het meldpunt Discriminatie. ‘Intimidatie komt hier ook voor, maar het blijft voorlopig een blinde vlek in onze cijfers.’ […] ‘Seksuele intimidatie is een verborgen probleem in Gent’, bevestigt Evie Embrechts van de Gentse feministische groep Fel. ‘Maar vrouwen durven er weinig over te zeggen omdat ze vaak lacherige reacties krijgen. Er heerst een verkeerde cultuur.’

Want hoe gaat dat: voordat je het weet is de vrouw schuldig en gaat het alleen nog maar over haar gedrag, (verkeerd) en haar gedoe (overdreven). Je hebt letterlijk filmopnames nodig om te bewijzen dat je niet overgevoelig bent. Want het gaat niet om die ene keer ‘lekkere tieten’ te horen te krijgen. Het gaat om het cumulatieve effect van iedere keer opnieuw op straat reacties van onbekende mensen, vaak mannen, krijgen, en als je niet gepast reageert veranderen de complimenten in mum van tijd in scheldwoorden en dreigementen. Je weet nooit of het bij een opmerking blijft, of dat de opmerking het begin is van een glijdende schaal.

Hollaback wil tegenwicht bieden aan die verkeerde cultuur. Het zichtbaar maken van intimidatie brengt bewustwording op gang, en geeft vrouwen een steun in de rug. Daarnaast besteedt Hollaback aandacht aan studies naar seksuele intimidatie op straat. Daarvan zijn er nog steeds te weinig, maar iedere keer als een onderzoeker in dit onderwerp duikt, blijkt dat bijna alle vrouwen nare ervaringen hebben. Iets wat vrouwen zelf ook bevestigen als iemand het ze vraagt.

Zoals individuele anekdotes al aangaven, blijkt ook uit studies dat de dader in meer dan negentig procent van de gevallen een man is. Vaak gaat het om een groepje – vrouwen naroepen dient om aan andere mannen te laten zien dat je een echte man bent. Het blijft niet altijd bij nafluiten, claxonneren of roepen. Afhankelijk van het land en de daar heersende cultuur krijgen vrouwen in meer of mindere mate ook te maken met fysieke agressie, zoals borsten betasten, schoppen, slaan.

In Nederland reduceren mensen het probleem nog steeds als een kwestie van bouwvakkers die goedmoedig een vrouw nafluiten, wat is het probleem. Een situatie waar bouwmarkt Gamma handig gebruik van maakt. Gelukkig zijn ze in België een stuk verder. Kunnen wij nog wat van leren. Op naar een Nederlandse afdeling van Hollaback…

Cultuur Britse banken houdt vrouwen tegen

De macho cultuur in het Britse bankwezen houdt de doorstroom van vrouwen naar de top tegen. Dat wijst nieuw onderzoek uit. Het Instituut voor Leiderschap en Management (ILM) ziet niet zozeer een glazen plafond, als wel een vastgeroeste houding bij het hoger management, waardoor vrouwen in iedere fase van hun loopbaan aan de kant gezet worden en wegvloeien.

Aanvullend onderzoek van een recruteringsfirma wees uit dat er geen licht aan het einde van de tunnel zit. Het aantal vrouwen aan de top is redelijk stabiel gebleven, maar in de lagen daaronder is het aantal vrouwelijke professionals afgenomen met 2,2%. Na stagnatie zal daardoor achteruitgang volgen, omdat er minder vrouwen ‘voorradig’ zijn om door te stromen naar de hoogste functies.

Deze berichten komen bovenop eerdere signalen dat de grootste bedrijven in Engeland er niet in slagen vrouwen door te laten stromen naar invloedrijke functies. Met name in macho organisaties zijn vrouwen, naast allerlei andere obstakels, sowieso de klos als ze het wagen zwanger te worden:

I write from a deep sense of frustration. For more than 35 years it has been unlawful discrimination to treat a woman unfavourably because of her pregnancy or maternity leave. For more than 15 years, week after week, I have been advising senior female executives who have lost their jobs because of pregnancy or maternity leave. Often a woman returns from leave to a downgraded job with changed reporting lines, so she is forced out – after many years of commitment to the company. From meteoric rise to meteoric fall; nothing changes.

Uit het deze maand gepubliceerde onderzoek van ILM, onder 800 betrokkenen in het bankwezen, blijkt dat slechts eenderde van de mannelijke collega’s vindt dat vrouwen om deze en andere redenen tegengehouden worden in hun loopbaan. Als het gaat om het herkennen van achterhaalde opvattingen bij het hogere management zien de cijfers er beter uit. Dan ziet de helft van het aantal mannen in dat er iets scheef zit in de cultuur van de banken (bij vrouwen ziet tweederde dit in).

Eén van de verantwoordelijken voor het onderzoek, Charles Elwin, sprak tegenover The Guardian zijn zorgen uit:

“It is in danger of being really quite a dreadful waste if you are losing very, very competent people all the way through the process, several steps before the board,” he said. “It is bad for the organisation, bad for the country and bad for society.” […] Elvin said the government should lead the way by training the managers in government-funded organisations to “manage flexibly” across both genders – focused on “achieving objectives rather than sitting in your seat” – and to make sure employees are hired and retained on the basis of merit. Flexible working should apply to both men and women. “It is completely inappropriate for people to look at a person of child-bearing age in a different way,” he added.

Voor een Hollands tintje bij dit artikel: vrouwen werkzaam bij ING (of liever gezegd voorheen werkzaam bij ING) schreven een rapport over de uitstroom van vrouwen binnen deze financiële organisatie. Ook zij maakten duidelijk hoe werkneemsters, ondanks hun ambitie, vastliepen op een taaie cultuur en uiteindelijk vertrokken. De vrouwen begonnen voor zichzelf, of gingen tegen een hoger salaris aan de slag bij de concurrent. ING verloor dus niet alleen talent, maar kreeg er meer concurrentie bij. De organisatie deed helaas weinig tot niets met de kritiek en de adviezen.

Werkgevers discrimineren zwangere vrouwen massaal

De Commissie Gelijke Behandeling haalt alle kranten met haar onderzoek naar discriminatie van zwangere werknemers. De uitkomsten zijn dan ook schokkend. De discriminatie treft bijna de helft van deze groep. Vrouwen zijn vooral kwetsbaar als ze een lage opleiding en een tijdelijk contract hebben. In bijna tweederde van de gevallen ziet de werkgever dan af van verlenging.

Dat is extra slecht nieuws nu blijkt dat werkgevers in deze tijd sowieso geen vaste contracten meer willen geven. Voor steeds meer vrouwen betekent een tijdelijk contract dan in de praktijk einde werk zodra je in verwachting raakt. Dat zal de financiële zelfredzaamheid niet bevorderen en de loopbaan van vrouwen extra schade berokkenen.

Uit het onderzoek van de commissie blijkt dat ook vrouwen die hun baan kunnen behouden, straf krijgen van hun werkgever. Die past vaak de arbeidsvoorwaarden aan. Een vrouw moet een promotie opgeven of vakantiedagen inleveren.

De Commissie Gelijke Behandeling:

Met de resultaten uit het onderzoek wil de CGB werknemers en werkgevers bewust maken van de tot nu toe verborgen gebleven omvang van de problematiek. “Er zijn nog veel meer vrouwen die een onprettige ervaring hebben meegemaakt, maar van die 45%, daarvan kunnen we zeggen; dat wijst heel serieus op discriminatie. Dat is ontzettend veel. Dat zou betekenen dat jaarlijks ruim 65.000 vrouwen in Nederland te maken krijgen met situaties die duiden op zwangerschapsdiscriminatie,” vertelt Laurien Koster voorzitter van de CGB.

De CGB schat in dat de cijfers een onderrapportage vormen. Veel vrouwen zien namelijk af van actie. Ze zijn slecht op de hoogte van hun rechten, of schatten in dat het geen zin heeft stappen te ondernemen. Slechts een kleine groep, zo’n tien procent, weet de weg naar bijvoorbeeld de commissie te vinden.

Hoe valt dit nieuws? Reacties bij tijdschrift Elsevier geven weinig hoop. Een greep uit de veelal anonieme commentaren:

Ik zou ook geen zwangere aannemen, sociale voorzieningen zijn leuk maar onderhand totaal uit de klauwen gelopen. Ik zou ook wel twee keer nadenken voor ik iemand een vast contract gaf, 1 langdurig “zieke” medewerker leert je dat wel af.

Vervelend voor de zwangere. Beter ware het dat zij, ipv naar deze belachelijke commissie te stappen, zich eens zouden realiseren dat zij zelf ook niet iemand in dienst zouden nemen die na zo`n 5 a 6 maanden voor een langere periode de benen neemt.
Mocht het na het zwangerschapsverlof niet goed gaan is de werkgever zelfs voor nog langere tijd iemand kwijt. Tel uit je winst!

Gek hè, dat bedrijven geen filantropische instellingen blijken?! Wanneer iemand, bijvoorbeeld tijdens de zwangerschap, complicaties oploopt ben je als werkgever mooit de pineut. En dan vooral nog vaak het verzuim door de “vage klachten” die volgen na de bevallingen. Niks “vage klachten” natuurlijk voor ieder helderdenkend mens. Want iedere werkgever kan op de vingers natellen dat het gewoon na de bevalling opbreekt om weer volwaardig aan de slag te gaan.  Maar ja …, dat salaris iedere maand, dat is toch nodig om het huishoudbudget rond te krijgen. Niks mis mee, maar een werkgever die dagelijks vecht voor het voortbestaan van het bedrijf, zou wel gek zijn als hij zich daarvoor laat lenen.

Dit artikel heeft een misleidende titel, dit heeft niets met discriminatie te maken maar met kromme wetgeving.
Indien werkgevers niet gedwongen zouden worden om tijdens zwangerschapsverlof het salaris te betalen (voor iemand die niet werkt) dan zou de situatie er heel anders uitzien.
Maar aangezien onze overheid graag sinterklaas speelt van andermans geld, worden werkgevers wel gedwongen om er zelf voor te zorgen dat hun bedrijf niet financieel kapot gemaakt wordt.

De zwangere vrouw als economische sloopbal en gevaar voor het bedrijfsleven, die kul verkoopt met ‘vage klachten’ of die ‘ziek’ is – let op de snerende aanhalingstekens – omdat ze eigenlijk niet meer serieus wil werken. Welja….wat een vijanddenken toch weer. Baarstaking dan maar?

In de tussentijd voert de CGB nog steeds campagne om discriminatie van vrouwen op het werk tegen te gaan. Dan gaat het niet alleen om zwangere vrouwen, maar om alle werkneemsters die afgerekend worden op hun vrouw zijn. Zelf een vervelende ervaring gehad? Op de campagnewebsite kun je de incidenten melden en meer informatie vinden wat je tegen discriminatie kunt doen.

Man krijgt thuis opeens twee linkerhanden

Altijd geweldig om ’s ochtends in het openbaar vervoer gratis krantje Spits open te slaan. Deze keer met een special over het huishouden doen. Nou, dan weet je het wel. De krant die glimmend van genoegen meldt dat een man het beste ontspant als hij zijn vrouw het huishouden ziet doen, had natuurlijk super interessante dingen te vertellen over man, vrouw en huishouden.

Tot wie zou deze special zich richten? Denkt u even mee. Huis, huisvrouw, huishouden. Inderdaad. Dat hoort bij elkaar zoals de zwaartekracht bij de maan. Bijna alle artikelen richten zich dan ook op de dames. Moeder de sterke huisvrouw die zelf wel bepaalt wat ze doet (zolang ze maar stoft, afwast en poepluiers opruimt), deskundologen die ernstig vertellen dat het huishouden er de laatste tijd een stuk moeilijker op is geworden. Als we blijven ventileren en op zestig graden wassen komt het echter goed. Phew! Da’s een hele geruststelling. Oh, en het huishouden is reuzegemakkelijk. Echt! Wie kan lopen, kan ook stofzuigen. Helder!

Maar een special over het huishouden is geen special, als er niet ook een verdwaalde man geïnterviewd wordt. Een Nederlandse hiphopartiest verkondigt trots dat hij ijverig zijn pas bevallen vrouw helpt. Meehelpen, inderdaad. Zolang zij maar in de gaten houdt wat er moet gebeuren, en om hulp vraagt, wil hij best iets doen om haar te ontlasten. Voor de rest heeft hij namelijk géén idee. Zijn handen zijn te groot om babykleertjes op te vouwen (ach gut), hij kan niet stofzuigen (wel lopen? Of ligt dat ook moeilijk?) en mocht hij nog twijfelen, dan is hij er zelf als de kippen bij om nadrukkelijk te zeggen dat zijn vrouw zegt dat hij het huishouden niet goed kan doen. Zie je wel, die bemoeizuchtige kenau van een regeltante haalt het huishouden zelf bij hem weg, hij kan er niks aan doen. Echt niet.

Jeeeeeeeeeezus. We hebben het hier niet over hogere wiskunde zeg. Dezelfde mannen die zo hulpeloos doen, kunnen eenmaal alleen opeens best een tafel afvegen, stofzuigen of de aan-knop van een wasmachine vinden. Het zijn techniekloze hulpmiddelen, zoals een doekje – weet je wel? Sopje, doekje, veeg veeg? – danwel apparaten die gemaakt zijn voor vrouwen. En vrouwen, dat weten we allemaal, zijn a-technisch, dus als zij de stofzuiger wel goed kan bedienen, wat zegt dat dan over hem? Waar is die stoere, rode lappen vlees etende ontdekker en krijger gebleven? Jankend in een hoekje gekropen zeker.

Nee, heren hebben een hele andere reden om deze ‘ o ik ben zo hopeloos en mijn vrouw vindt ook dat zij het beter kan’ houding aan te nemen. Het loont om gedurende een kort moment publiekelijk af te gaan als een enorme randdebiel. Want dan valt daarna niemand je meer lastig. De feiten spreken boekdelen:

…in Nederland de grootste ongelijkheid bestaat tussen de vaders en moeders in jonge gezinnen: de vaders dragen het minst bij aan de zorg voor kinderen, en de moeders hebben verhoudingsgewijs het minst betaald werk. Alleen Italiaanse vrouwen doen meer in het huishouden dan de Nederlandse. […] Mannen onttrekken zich het sterkst aan de minst aantrekkelijke taken zoals schoonmaken en de was doen. […] De zorg voor kinderen neemt weliswaar toe, maar deze is sterk gericht op bijvoorbeeld sport en ontspanning. De meer verzorgende taken blijven buiten schot en worden aan derden – meestal de moeder – overgelaten.

Komop mensen, in welk jaar leven we? Negentig procent van de vrouwen strijkt kleding tegen nog geen twintig procent van de mannen? Wat is dit? Samen betaalde en onbetaalde arbeid eerlijk delen met je partner, ongeacht sekse of samenlevingsvorm, kan prima. Er zijn allerlei handige hulpmiddelen om het huishouden op een volwassen manier bespreekbaar te maken, zoals de household equality scale. Juist ook als je kinderen krijgt hard nodig om te voorkomen dat zíj vervalt in zorgen en een deeltijdbaantje, met inlevering van haar economische zelfstandigheid, terwijl hij ‘helpt’ in het huishouden  en daar ook nog eens dankbaarheid en complimenten voor verwacht. Een echte vent strijkt zijn eigen overhemd. Waar wacht je op?

Vrouwen hebben geen zin in dominante, neerbuigende interviewer

Vrouwen hebben geen zin in een dominante interviewer, die ten koste van de ander zijn eigen verhaal wil vertellen en een gast te pas en te onpas in de rede valt. Als deze presentator ook nog eens vrouwen op een onprettige manier benadert, houdt het helemaal op. Vrouwen zeggen dan massaal ‘nee’ op een interviewverzoek. Vooral Pauw&Witteman jagen potentiële gasten weg. Dat blijkt uit onderzoek onder 1200 belanghebbenden, uitgevoerd door de organisatie Vrouwen in de Media.

Clairy Polak voert de lijst van populaire presentatoren aan. Foto: De Volkskrant.

De organisatie vroeg 1200 mensen naar de redenen om ja of nee te zeggen als een verslaggever of presentator hen zou benaderen. Uit de antwoorden van deze deskundigen, mediafiguren en andere belanghebbenden bleek dat vrouwen, maar ook de mannelijke respondenten, beiden een duidelijke voorkeur hadden voor een vrouwelijke interviewer. Clairy Polak staat op nummer 1.

Bepaalde kenmerken van een goede interviewer kwamen steeds terug. Mensen zeggen ja tegen een integere presentator, die zeer goed op de hoogte is van het onderwerp en kritische vragen stelt, maar dat op een respectvolle manier doet. Bonuspunten als de interviewer verrassende invalshoeken weet te kiezen en werkt voor een programma met hoge kijkcijfers. In de top tien van interviewers die aan deze kwaliteitseisen voldoen, staan zes vrouwen.

Vrouwen in de Media vroeg ook door wie de respondenten liever niet bevraagd worden. Mannen maakten negentig procent uit van de top tien. Eén van de onderzoeksters:

De grootste praatprogramma’s staan onder leiding van mannelijke presentatoren. De mannelijke presentatoren zijn daardoor meer zichtbaar voor het publiek. Dus is het misschien logisch dat de namen van mannelijke presentatoren eerder bij het publiek opkomen als ze wordt gevraagd door wie ze niet geïnterviewd willen worden. Maar er is ook gevraagd door wie het publiek het liefst wél geïnterviewd wil worden. En dan zouden ook in die lijst de mannelijke presentatoren moeten domineren. Echter, in die top 10 staan 6 vrouwen…

Opvallend was dat de 1200 respondenten bij een aantal presentatoren expliciet aangaven dat deze man volgens hen vrouwelijke gasten op een onprettige manier benadert. Met name Jeroen Pauw scoort slecht. In totaal vindt bijna twintig procent dat hij een vrouwenprobleem heeft. Zijn kompaan Witteman scoort bijna tien procent. Ook Andries Knevel roept spontaan weerzin op vanwege zijn neerbuigende houding ten opzichte van vrouwen.

Dat is een belangrijk gegeven. Als Pauw&Witteman daadwerkelijk meer vrouwen in hun programma willen ontvangen, moeten ze eerst eens kritisch naar zichzelf kijken. Volwassen vrouwelijke professionals vinden het niet prettig als ze te horen krijgen ‘schatje, zing nou maar’, of ‘goed gedaan meid’, na afloop van het programma, alsof ze een meid is die een vaderlijk schouderklopje nodig heeft. Het zou enorm helpen als Pauw en Witteman dat erkennen, in plaats van krampachtig te benadrukken dat ze echt geen probleem met vrouwen hebben. Dat is, gezien de keer op keer gefilmde wanvertoningen, geen geloofwaardige uitspraak meer.

Amerikaanse mannen verkrachten mannen en vrouwen

Het is officieel: jaarlijks krijgen naar schatting 1,3 miljoen Amerikaanse vrouwen te maken met verkrachting, maar nog niet de helft van deze misdaden leidt tot een officiële aangifte. Verder meldden 20%, van alle ondervraagde vrouwen dat zij tijdens hun leven te maken kregen met verkrachting of een poging daartoe. De daders zijn bijna altijd mannen, zoals (ex-)partners, bekenden, familieleden. Deze heren vergrepen zich in ruim 40% van de gevallen aan een vrouw als ze nog een meid was van jonger dan 18 jaar.

Vertegenwoordigers van de overheid die betrokken zijn bij het onderzoek, tonen zich geschokt door de uitkomsten. Hetgeen webmagazine Jezebel verleidde tot uitspraken van het type ‘ ja, duh’:

Did none of the shocked attend a freshman anti-rape seminar in college? […] If we can’t even bother to remember that rampant unreported sexual assault is a problem, then how are we ever going to fix it?

Voor wie nu gaat roepen ‘en de mannen dan’? Vooruit dan. Ja, een op de 71 mannen heeft ook te maken gekregen met verkrachting of een poging daartoe. Dat is erg. Ook bij hen was de dader bijna altijd een man. Opvallend detail: mannen worden vooral het slachtoffer als jong kind van onder de tien jaar oud. Nog een opvallend feit: 5% van de mannen meldt dat iemand anders hen dwong een vrouw tegen haar wil te penetreren. Zij waren dus dader en slachtoffer tegelijkertijd.

Interessant terzijde: ook Nederland boog zich de afgelopen tijd over geweld, waaronder seksueel geweld. Ook hier bleek dat met name vrouwen slachtoffer worden. De dader is bijna altijd man, en op z’n minst een bekende van de vrouw. Vaak ging het om de partner, ex-partner, of vriend. Exacte getallen en percentages verschillen van de situatie in de V.S., maar de principes zijn helaas vrijwel identiek….

Ondertussen zijn de resultaten van het grootschalige Amerikaanse onderzoek nog niet binnen, of de schandalen buitelen al weer over elkaar heen. Met de feestdagen in aantocht krijgen vrouwen opnieuw de schuld van hun verkrachting. Hadden ze maar geen alcohol moeten drinken, weet je wel. Over de dader geen woord. Het zou fijn zijn als die eens kritiek krijgen. Ze plegen namelijk een misdaad.

Verder leek corpsballen van de universiteit van Vermont een leuk idee om een lijst te laten circuleren met als titel: ‘als je willekeurig wie kon verkrachten, wie zou dat dan zijn’. Dit onderdeel van de verkrachtingscultuur kwam op de volgende manier aan het licht:

…now that the survey has been leaked to the interwebs–apparently because a new member accidentally emailed it to his teaching assistant (ouch!)–they’re finding out it’s not ok–and fast.

Dus ze zijn niet alleen seksistisch maar ook nog eens dom. Dat beloofd wat voor de toekomst.