Tag Archives: onderwijs

Jongens en meisjes hebben dezelfde hersenen

Zo, dat was om half acht lekker wakker worden vanochtend. Radio 1 zond een rapportage uit over een school in het Noorden van het land, waar ze een actiedag houden om meer meesters in kleuterklassen te krijgen. Loffelijk streven, maar hoe de betrokkenen het brachten… Tja, zei de directrice, ‘meesters zijn gewoon stouter’. Met een meester voor de klas ‘kunnen kids eindelijk een keertje ravotten’. Een 24-jarige net van de Pabo afgekomen jongen vond dat ook. Met als toevoeging dat hij de Pabo maar zo zo vond. Lange verslagen moeten tikken, huuuuu, ‘ik wil gewoon lekker dóen’. De stereotypen vlogen me om de oren.

Dat volwassen mannen en vrouwen zo kritiekloos stereotiepe man-vrouw rollen herhalen (hij is lekker stout en wil dóen, zij is braaf en tikt ijverig al die verslagen op de Pabo) is een veeg teken. Het zorgt ervoor dat nieuwe generaties dezelfde onzin horen en internaliseren. En betekent dat we nog lang niet af zijn van seksisme in de samenleving. Want onze hersenen zijn flexibel, stelt wetenschapster Gina Rippon. Wat zich herhaalt, versterkt zich. Wat je oefent, wórd je uiteindelijk, omdat je hersenen zich aanpassen. Terwijl, groot nieuws en tromgeroffel, we allemaal hetzelfde beginnen. Er zit geen verschil tussen de hersenen van jongens en meisjes. We hebben mensenhersenen.

De wetenschapster die dit in kaart bracht, Gina Rippon in haar nieuwe boek The Gendered Brain: The New Neuroscience That Shatters The Myth Of The Female Brain, staat bepaalt niet alleen. Onder andere Cordelia Fine ging haar voor, evenals Rebecca M Jordan-Young. In Nederland hebben we onder andere hoogleraar Maureen Sie. Allemaal buigen zich over het terrein van neurosexisme – de ideologische overtuiging dat mannen en vrouwenhersenen van elkaar MOETEN verschillen, en dus zie je die verschillen overal of zorg je ervoor dat de gewenste verschillen uit je onderzoek komen.

Zowel Eliot als Fine leggen in hun boeken een lange geschiedenis vast van ontzettend slecht onderzoek. Ook hoogleraar Sie wordt heel moe van dat soort broddelwerk:

…het is goed mogelijk dat de onderzoekers juist de vooroordelen zelf hebben gemeten. ‘Nergens in het brein zitten gedeeltes waar functies als “autorijden” of “roddelen” of “kaartlezen” te zien zijn. Het gevaar bestaat dat een onderzoeker van tevoren een idee heeft over wat mannen goed kunnen, naar een mannenbrein kijkt en daar een functie ziet die correspondeert met de vaardigheden die nodig zijn voor een “typisch mannelijke” bezigheid. Het is net zo goed mogelijk dat verschillen tussen mannen en vrouwen voortkomen uit de manier waarop de samenleving is ingericht en de stereotiepe manier waarop we jongens en meisjes opvoeden.

Rippon stelt in haar nieuwe boek dat biologische verschillen in de lichamen van mensen, geen direct verband hebben met de hersenen van jongens en meisjes. Dat meisjes als volwassen vrouw kunnen baren, betekent niet dat ze één dag oud al voorbestemd zijn om te koken, de wc te schrobben en te roddelen, want tsja, vrouwenbrein en vrouwen zijn nou eenmaal goed in verzorgende routinetaken en het bijhouden van de verjaardagskalender. Nee. Zo zit het dus niet. Het probleem begint als we strakke sekserollen aangeleerd krijgen, en ons zodanig ontwikkelen dat je jezelf op een gegeven moment terugtrekt in je genderkeurslijf.
Ik zou heel graag zien dat SIRE publiekelijk excuses maakt voor hun compleet verdwaasde ‘jongens zijn nou eenmaal jongens’ reclame. Dat Angela Crott en andere onderwijsgoeroe’s eens een wetenschappelijk verantwoord boek lezen, in plaats van stereotypen te herhalen. Ik zou heel graag zien dat het Nederlandse onderwijssysteem in de leer gaat bij onze buren in België, en bewust omgaat met sekse stereotypering. Zie onder andere de programma’s van Gender in de Klas. Ik zou willen dat iedereen die zinnen uitbraakt van het type ”mannen/vrouwen zijn nou eenmaal….”  kan rekenen op meewarig geproest en ‘o wow wat een onzin, hou op joh’. En dat jongens en jongemannen vaker te horen krijgen dat de door hun geclaimde vrijheid voor ‘stout zijn’ niet ten koste mag gaan van de vrijheid van meisjes en vrouwen.

Nederlandse docenten krijgen hulp bij gender

Nederlandstalige handboeken die zonder Mars en Venus geneuzel over jongens en meisjes in de klas schrijven, zijn dungezaaid, signaleert documentatiecentrum Rosa. Daarom zijn de medewerkers blij met Linda Knobbe. Die schreef Een Klas vol Jongens en Meisjes, een toegankelijk boek vol handige adviezen voor leerkrachten. Zodat ze kinderen écht gelijke kansen bieden.

wereldligtvoorjeopen

Hard nodig, merkte Esther Vis. Voor project Van Dolle Mina tot Twitterfeminist verdiepte ze zich in de rol van stereotypen in het Nederlandse onderwijs. Dat het in de jaren zeventig in schoolboeken wemelde van de huisvrouwen en mannen met zakenkoffertjes verbaast misschien niemand. Ruim veertig jaar later is er echter weinig veranderd, constateert Vis. Nog steeds duwen onbewuste vooroordelen en hardnekkige overtuigingen, over ‘de’ jongen en ‘het’ meisje’, kinderen in een nauw hokje.

Linda Knobbe besloot dieper in te gaan op dit genderprobleem op school. Ze richt zich vooral op bewustzijnsbevordering: ,,Het boek wil leerkrachten stimuleren om de kansengelijkheid voor jongens en meisjes te verhogen. Daartoe biedt het de nodige tools”, aldus Rosa.

Wie meer theorie wil (en nog meer handige tips) kan ook te rade gaan bij de website van project Gender in de Klas. Of de kennispagina van Athena’s Angels, waar vier hoogleraren gedegen wetenschappelijke studies verzamelen over vooroordelen, indirecte en directe discriminatie en alles wat je altijd wilde weten over seksisme, maar nooit durfde te vragen. Docenten en opvoeders van Nederland, doe er je voordeel mee!

 

Martha Nussbaum komt op voor het pretpakket

Het pretpakket, heet het laagdunkend in het voortgezet onderwijs. Al die sukkels die talen en geschiedenis verkiezen boven de vakken die er echt toe doen, zoals wiskunde en economie. Op de universiteiten en hogescholen heerst dezelfde pikorde. Martha Nussbaum laat nu echter een flink tegengeluid horen. Haar meest recente boek, ‘Niet voor de winst’, is net uit in een Nederlandse vertaling. De Amerikaanse filosofe en hoogleraar komt daarin op voor het pretpakket. Want wat mensen van de alfavakken leren is net zo belangrijk als de betavakken, stelt ze.

Martha Nussbaum, één van de helden van de Zesde Clan.

Dagblad Trouw publiceerde een recensie van haar boek. Recensente Leonie Breebaart:

Zoals ze uitvoerig uiteenzet, zijn het namelijk juist deze ‘zachte’ vakken die kinderen leren rekening te houden met andermans gevoelens, die hen tot bewuste burgers maken. Wie romans leert lezen, of toneelspeelt, moet zich tenslotte wel verdiepen in een onbekende, een leuke moslim misschien, of iemand die niet zo cool is als de mediacultuur ons inpepert dat we moeten zijn. En wie leert filosoferen, leert verantwoordelijkheid te nemen voor zijn opvattingen.

‘Niet voor de winst’ ligt nu in de boekhandel. Bevalt de kennismaking je, dan verwijst de Zesde Clan je graag door naar ander werk van Nussbaum. Ze is namelijk erg veelzijdig, en schreef eerder goed leesbare filosofische boeken over onder andere democratie, ethiek, de aard van emoties, en de situatie van vrouwen. Daarvan willen we er eentje uitlichten: Sex & Social Justice.

Nussbaum gaat in dit boek in op het respect voor en de waardigheid van mensen, en de manieren waarop deze begrippen opeens terzijde worden geschoven omdat het om vrouwen gaat. Denk aan de Franse revolutie: vrijheid, gelijkheid en broederschap, maar in de praktijk bleek het alleen om mannen te gaan (het woord ‘broederschap’ gaf dat al een beetje weg). Vrouwen bleven even rechteloos als voorheen achter in de keuken en gingen pas twee eeuwen later meetellen als mens en burger.

Hoe werkt dat precies, wat kunnen we daaraan doen, en welke elementen uit tradities zoals het liberalisme en feminisme kunnen daarbij behulpzaam zijn? Dat is wat Nussbaum onderzoekt in een aantal essays. Geen gemakkelijk leesvoer voor bij het strand, maar je kunt de informatie doseren door iedere keer een essay te lezen en de rest even te bewaren voor een ander moment. Dit prachtig boek is voor zover de Zesde Clan weet nog niet vertaald in het Nederlands, maar zeer de moeite waard. Zie hier voor een voorproefje van het boek, en neem eens een kijkje bij deze lezersgids.

Wij lezen de Emancipatiemonitor zodat u dat niet hoeft te doen, deel 2: onderwijs

Hoera, de invoering van de tweede fase in het onderwijs zorgt ervoor dat de keuzes van meisjes en jongens dichter bij elkaar komen. Vooral meisjes laten traditioneel vrouwelijke vakken vallen en gaan meer voor economie en techniek. En de onderwijsprestaties van jongens zijn niet slechter dan dertig jaar geleden. Niks geen jongenscrisis dus. Dat is goed nieuws uit de Emancipatiemonitor 2010. Deze editie besteedde speciale aandacht aan de studie- en beroepskeuze van jongeren, hun positie op de arbeidsmarkt en hun inkomen.

Delen van het onderzoek voor het hoofdstuk onderwijs kwamen vorig jaar al in het nieuws. Zo bleken alle horrorverhalen over jongetjes die sneuvelden in het ‘gefeminiseerde’ basisonderwijs op niks gebaseerd te zijn. Hun eigen gedrag bleek de grootste oorzaak van eventuele lichte achterstanden. Laat je enkele opvallend kwetsbare groepen buiten beschouwing, zoals Marokkaanse jongens met ADHD, dan deden jongens en meisjes het even goed.

Hoe zit het dan met het hoger (beroeps)onderwijs? De Emancipatiemonitor constateert dat van de generatie van dertig jaar geleden eenderde van zowel mannen als vrouwen een hogere (beroeps) opleiding afrondde. Voor de mannen is dat anno nu nog steeds eenderde gebleven: 35%.  Ze zijn het dus niet slechter gaan doen. Huidige verschillen ontstaan omdat vrouwen het flink beter zijn gaan doen en in 41% van de gevallen een diploma van een hogere opleiding halen.

Dat is een verschil van 6%. Niet het einde van de wereld, maar de meiden doen het dus wel wat beter dan de jongens in het MBO, HBO en op universiteiten. De Emancipatiemonitor vindt deze uitkomst lastig dit te verklaren. Misschien ligt het aan de veranderende denkbeelden over vrouwen en betaald werk: thuis blijven met een mannelijke kostwinner is geen automatisme meer. Voor jonge vrouwen is het daardoor duidelijk geworden dat ze hun best moeten doen op school, en dat doen ze dan ook.

Gekeken naar inhoudelijke vakkenkeuze blijken jongens en meisjes naar elkaar toe te groeien. Dat komt vooral door de invoering van de tweede fase. Daardoor vielen bijvoorbeeld wiskunde en economie uit het profiel cultuur en maatschappij, voorheen een populaire keuze bij de meiden. Als ze hier nu voor kiezen, beperken ze hun kansen op vervolgstudies en een baan. Dus doen meiden dit profiel niet meer. Meisjes kiezen ook net als jongens vaker voor een dubbel profiel.

Beide bewegingen samen – vaker dubbel profiel, minder vaak cultuur – zorgen ervoor dat meiden vaker kiezen voor economie, natuur of techniek. Zo steeg in het VWO het aantal meiden met natuur en techniek van bijna nul naar 22%. En op het VMBO kiezen zowel meiden als jongens even vaak voor de richtingen economie en landbouw. Overal nam de inhoudelijke kloof in vakken tussen jongens en meisjes daardoor af.

Op de hoogste onderwijsniveau’s, HBO en universiteit, blijkt dat steeds minder vrouwen traditionele studies kiezen zoals een taal of kunst. Ze richten zich vooral op gezondheidszorg, onderwijs, rechten en bedrijfskunde, en in mindere mate beta studies. Bij de exacte vakken gaat het om kleine aantallen meiden, maar desalniettemin is de stijging opvallend. De Emancipatiemonitor spreekt van een ‘inhaalslag’. Kanttekening: in Europees verband hobbelt Nederland achteraan. In geen enkel ander Europees land vormen de exacte vakken zo’n mannelijk bolwerk en stromen zo weinig vrouwen door naar studies als informatica, wiskunde of techniek.

De adder in het gras zit aan het einde van dit verhaal. Ja, meiden doen het goed in het onderwijs, vrouwen kiezen vaker voor niet-traditionele studierichtingen. Maar eenmaal op de arbeidsmarkt staan ze vanaf het begin op achterstand. Wat blijkt namelijk? De afgestudeerde man met diploma X krijgt meteen in zijn eerste baan een hoger salaris dan de vrouw met hetzelfde diploma X, die in dezelfde sector aan de slag gaat.

Volgende keer:  het hoofdstuk werk en inkomen. Dan krijgt u meteen antwoord op de vraag hoeveel onverklaarbaar loonverschil er structureel wordt aangetroffen tussen een man en een vrouw met dezelfde baan.

Mary Wollstonecraft, deel 2

Korte samenvatting van het voorafgaande: in deel 1 prees de Zesde Clan Mary Wollstonecraft de hemel in, met de belofte dat de kritische kanttekeningen nog zouden volgen. Die handelswijze vloeit voort uit de wens om haar Vindication of the Rights of Women eerst de eer te geven die dit baanbrekende werk uit 1792 verdient, voordat we gaan zeuren over de minder perfecte elementen uit het verhaal. Want die zijn er natuurlijk. Niemand is perfect.

Vrouw en levend in 1792? Trouw of je bent sociaal dood! Van die erfenis zijn we nog steeds niet af.

Mary Wollstonecraft schreef haar boek aan het einde van de achttiende eeuw, en ze was een product van haar tijd. Dat verklaart meteen een aantal kritiekpunten. Steeds terugkerend zijn dat:

  • Wollstonecraft ziet de vrouw vooral als moeder
  • Wollstonecraft accepteert dat vrouwen zwakker zijn, in ieder geval fysiek, en accepteert daardoor ook dat vrouwen in de samenleving een andere rol hebben dan mannen
  • Wollstonecraft is te vaag over de maatschappelijke revolutie die zij voorstaat. Wat wil ze dan precies en hoe moet dat dan. Het lijkt te blijven bij een wens voor beschaafdere omgangsvormen tussen de beide seksen.

Zie ook de informatieve analyse van het Belgische centrum Rosa.

Nu de Zesde Clan haar boek rustig heeft gelezen, valt op dat Wollstonecraft de meeste van deze kritiekpunten zelf al pareert. Ten eerste benadrukt ze dat ze haar analyse richt op het nu, hoe de situatie nu is. Ze gaat niet in op de geschiedenis maar kijkt naar wat ze zelf kan waarnemen. Dan is het heel simpel: vrouwen werden in haar tijd opgevoed om te trouwen. Alles draaide om het huwelijk, want dat was de enige manier voor een vrouw om geaccepteerd te worden als lid van de samenleving.

Na hun trouwen werd de man het hoofd van het gezin, hij had alle macht, alle rechten. Vrouwen konden voor de wet alleen bestaan als persoon in de juridische zin, als ze een misdaad hadden begaan en gestraft moesten worden. Na het huwelijk werden bijna alle vrouwen moeder. Want anticonceptie bestond nog niet. Dus wat zag Wollstonecraft om haar heen? Onmondige meisjes, onzichtbare vrouwen, en tenzij ze onvruchtbaar waren, kregen ze kinderen en waren dus moeder. Als ze schrijft ‘ik richt me op wat ik nu aantref’ is het volstrekt logisch dat ze de vrouw vooral als moeder ziet, want zo was het ook in die tijd.

Mrs. Charles Peale raakte na haar huwelijk haar eigen naam volledig kwijt. Hier geportretteerd met haar kleinkinderen.

Het leuke is dat Wollstonecraft ondertussen haarfijn laat zien hoe onmogelijk het is om te ontsnappen aan dat keurslijf van trouwen en moeder worden, en in die zin dus wel degelijk oog heeft voor de niet-moeder. Zo schrijft ze op ontroerende wijze over in de steek gelaten dochters. Vaak was hun enige toevluchtsoord een mannelijk familielid, bijvoorbeeld een broer. De dochter moest bij die broer of oom in huis wonen om van hem maatschappelijke bescherming te krijgen.

Dat gaat goed totdat die man trouwt. De dochter is niet meer de vrouw des huizes, maar de nieuwe echtgenote. Die zag de aanwezigheid van de andere vrouw vaak als een vervelend geval van ‘drie is teveel’. Wat dan? Als vrouw was de dochter slecht opgeleid, niet voorbereid op een beroep, niet in staat een zelfstandig, onafhankelijk leven te leiden. Als haar broer haar geen toelage gaf, of een ander onderdak voor haar regelde – bij andere familieleden die haar zuchtend gedoogden op een zolderkamertje – eindigde ze haar leven in diepe ellende. Zo zag het eruit voor de Happy Single circa 1792. Als er al een volwassen alleenstaande vrouw rondliep in 1792, was ze een afwijking die sociale spanningen veroorzaakte.

Dan het volgende kritiekpunt: vrouw zwakker dan man en dus ook een andere positie in de samenleving. Het klopt dat Wollstonecraft dit zegt. Zij heeft het dan over fysieke kracht. Het is een biologisch feit dat mannen gemiddeld groter en sterker zijn dan vrouwen. Ze kunnen meer gewicht tillen, harder meppen, sneller rennen en hebben een grotere spiermassa. Wollstonecraft erkent dit. Vervolgens maakt ze twee punten. Ten eerste: waarom moeten we dat nadeel dan verergeren door vrouwen onwetend te houden en in een compleet afhankelijke positie te brengen? Ten tweede: vrouwen zijn al zolang klein gehouden, dat we geen idee hebben wat hun capaciteiten en talenten zijn. De samenleving zoals die nu is, staat vrouwen niet toe de rede te ontwikkelen en zelf hun eigen weg te kiezen. Pas als mannen vrouwen toestaan zich in vrijheid te ontwikkelen, weten we wat ze waard zijn en welke rol ze kunnen vervullen in de samenleving.

Dat ze daarna aan de hand van de vrouw als moeder verder gaat met haar betoog, doet niets aan het voorgaande af. Dat heeft te maken met het eerste punt, dat ze vooral in wilde gaan op wat ze in haar tijd en in haar omgeving aantrof.

Het derde punt, wat voor revolutie wil Wollstonecraft dan, blijft naar mening van de Zesde Clan als enige kritiekpunt overeind staan. Daar is ze inderdaad onduidelijk over. Ze roept mannen op vrouwen hun vrijheid terug te geven. Ze toont zich een voorstander van goed onderwijs voor meisjes, en gemengde scholen. Daar blijft het zo’n beetje bij.

Maar denk even terug aan wat we tot nu toe hebben besproken. Hoe het er in 1792 voor vrouwen uitzag. Alleen al het feit dat ze dit betoog op papier zette, was voor haarzelf en haar tijdgenoten revolutionair. Ze trotseerde daarmee de gezaghebbende uitspraken van alle grote geleerden van haar tijd, plus alle sociale voorschriften voor vrouwen, plus alle fatsoensnormen. Om dan aan haar betoog ook nog de gevraagde blauwdruk voor de nieuwe samenleving op te nemen, is misschien wat teveel gevraagd. 

Het zou kunnen dat ze hier in een later stadium nog op terug was gekomen. Die kans kreeg ze echter niet. Wollstonecraft raakte zwanger en stierf in 1797 aan de gevolgen van een infectie, opgelopen tijdens de bevalling. Niet ongewoon in een tijd waarin per 100.000 bevallingen ruwweg zevenhonderd moeders de dood vonden. Maar wel eeuwig zonde.

Laten we emigreren naar IJsland

Volgens Rutte zijn de beste ministers mannen, vrouwen mogen geen Palm meer drinken van het biermerk, en als klap op de vuurpeil blijkt ook nog eens dat allerlei voorgestelde bezuinigingen vrouwen harder treffen dan mannen. Kortom, zullen we maar naar IJsland emigreren? Want dat is volgens de mondiale gendermonitor het land waar vrouwen het beste af zijn. Nederland zakte in een jaar tijd van de elfde naar de zeventiende plaats op de lijst, en doet het nu slechter dan Lesotho en de Philipijnen.

IJsland, waar vrouwen de ruimte krijgen.

De ranglijst komt van het World Economic Forum en verschijnt sinds 2005. De in Zwitserland gevestigde organisatie let in 134 landen op de situatie tussen mannen en vrouwen op het gebied van onderwijs, economische en politieke participatie van vrouwen, en gezondheidszorg. Op al die gebieden scoort IJsland het beste, op de voet gevolgd door Noorwegen (2), Finland (3) en Zweden (4). Nieuw Zeeland, traditioneel een land waar veel Nederlanders naartoe trokken, doet het ook erg goed en bereikt een vijfde plek.

Volgens de New York Times gingen bijna alle landen vooruit, vooral op het gebied van gezondheidszorg en onderwijs. Met de economische en politieke participatie ging het minder goed. Vooral Frankrijk tuimelde naar beneden, en eindigde dit jaar 46 plekken lager. Dat kwam net name door de komst van een nieuwe regering en het vertrek van veel hooggeplaatste vrouwen. Dit geeft niet veel hoop dat Nederland er in 2011 beter vanaf komt in het wereldwijde overzicht, want ook hier zit een nieuwe regering en zijn veel hooggeplaatste vrouwen verdwenen.

De BBC sprak met Klaus Schwab, oprichter en voorzitter van het World Economic Forum. Hij ziet een directe relatie tussen gender en voortuigang:

“Low gender gaps are directly correlated with high economic competitiveness. Women and girls must be treated equally if a country is to grow and prosper.”

The Girl Effect

Dit grafische kunstwerkje spreekt voor zich. Voor meer informatie: girleffect.org. Want de wereld kan wel eens een flinke schop onder z’n kont gebruiken.

Kritische noot: Het filmpje gaat er vanuit dat vrouwen kinderen krijgen (als ze er aan toe zijn) maar eh, sorry, nu vrouwen in Nederland althans baas in eigen buik zijn, blijkt een steeds grotere groep vriendelijk te bedanken voor de eer. Het CBS telt 16 procent vrouwen zonder kinderen in de meest recente generatie, en de meesten van hen zijn gewild kindvrij.

Onderwijs aan vrouwen redt levens

Het sterftecijfer van kinderen tot vijf jaar is fors gedaald, en de helft van die daling is te danken aan meer en beter onderwijs voor meisjes. Dat blijkt uit een studie, gepubliceerd in het gezaghebbende tijdschrift The Lancet. Meer onderwijs en een betere gezondheidszorg zorgen er ook voor dat er veel minder vrouwen sterven tijdens of na de bevalling. Dat aantal is de afgelopen twintig jaar met een derde gedaald, meldt de Belgische krant De Morgen.

Onderwijs aan meisjes loont op alle fronten.

Twee goede berichten die tegelijkertijd in de media verschijnen, dat is geen toeval. De VN komt de laatste tijd met allemaal cijfers, omdat de deadline van eerder vastgestelde millenniumdoeleinden van de VN met rasse schreden dichterbij komen. Zo moet de moedersterfte in voor de periode van 1990 tot 2015 met 75% gedaald zijn. Ook al is de situatie flink verbeterd, eenderde is nog geen driekwart. Hetzelfde geldt voor de sterfte onder jonge kinderen.

Naast vooruitgang zijn er helaas ook nog gebieden waar veel werk nodig is. Zo signaleert de New York Times dat Somalië en Papua Nieuw Guinea stilstand vertonen, terwijl het aantal sterfgevallen bij moeder en kind in Zimbabwe zelfs is toegenomen. De verslechtering in dat land is te wijten aan een uittocht van gediplomeerde vroedvrouwen. Ze kunnen in andere sectoren en in andere landen beter betaald werk krijgen. Het gevolg is dat zwangere vrouwen en jonge kinderen aan hun lot overgelaten achter blijven.

Maar het positieve nieuws overheerst. Wat de diverse onderzoeksresultaten aantonen is dat economische ontwikkeling, betere gezondheidszorg, de strijd tegen AIDS en onderwijs samen de belangrijkste wapens zijn in de strijd tegen de sterfte van moeder en kind. Dat onderwijs alleen al zorgt voor een enorme daling van het sterftecijfer bij jonge kinderen lijkt te mooi om waar te zijn, schrijft de Guardian. Maar aan de andere kant is het logisch, want onderwijs heeft een enorme invloed op de levenssituatie van meisjes en vrouwen:

Teach children to read and write and use numbers and you open up the world for them. Give girls an education in poor countries and you increase their chances of marrying later and being treated with greater respect in their communities, even if they never get the sort of qualification that leads to a job.

Zelfs een paar jaar onderwijs helpt al om meisjes en vrouwen meer grip te geven over hun leven. Ze weten eerder wanneer een ziekte zo ernstig is dat ze er een arts bij moeten halen, en doen meer aan preventie. Bijvoorbeeld door hun kind op tijd te laten vaccineren. Kortom, redt levens, geef meisjes meer onderwijs.

Sheryl WuDunn wil investeren in meisjes en vrouwen

Sheryl WuDunn schreef met haar partner het boek Half the Sky. Zoals de Zesde Clan eerder al meldde is dit boek nog niet in het Nederlands vertaald, maar voor wie het Engels goed beheerst hier een goede video. De opname is gemaakt tijdens een TED lezing eerder dit jaar, in de Verenigde Staten, en staat sinds twee weken op YouTube. Duurt achttien minuten en maakt je een hoop wijzer:

Ecuador verbiedt schoonheidswedstrijden op scholen

De socialistische president van Ecuador slaat intelligentie en generositeit hoger aan dan schoonheid. Bovendien vindt hij schoonheidswedstrijden seksistisch. Daarom wil hij niet dat openbare scholen nog langer schoonheidswedstrijden organiseren voor hun leerlingen. President Rafael Correa heeft zijn minister van onderwijs opdracht gegeven dit verbod te regelen.

Veel meisjes dromen ervan Miss Ecuador te worden.

Schoonheidswedstrijden zijn erg populair in Ecuador. Het werkt net als in Venezuela: meisjes worden op jonge leeftijd getraind voor dit type wedstrijden, en als ze winnen zorgen bekendheid en geldprijzen ervoor dat ze meer status krijgen. En dat is in dit traditionele land weer handig om een betere kans te maken op de huwelijksmarkt. De wedstrijden zorgen op die manier voor sociale mobiliteit. Daarom dromen veel meisjes ervan Miss Ecuador te worden. Ook al moet je dan wel bij voorkeur blank of zeer licht getint zijn, want een zwarte Miss Ecuador zorgt alleen maar voor veel ophef.

Correa moet hier allemaal niets van hebben. Volgens de Belgische krant De Standaard verbaasde het de president dat feministische organisaties niet aan de bel trokken om een einde te maken aan deze seksistische praktijken, en maakt hij daar nu zelf maar een einde aan door een verbod in te stellen.

Gender in de klas

Het Belgische documentatiecentrum RoSa lanceerde deze week een nieuw initiatief: de website gender in de klas. Iedereen die in het onderwijs werkt vindt hier een schat aan informatie over jongens, meisjes, rolpatronen en hoe daar in de klas mee om te gaan. Ook interessant voor iedereen buiten het onderwijs…

RoSa besloot de site op te zetten omdat stereotypen hardnekkig zijn. Onderzoek na onderzoek toont aan dat die rolpatronen een vervelende invloed kunnen hebben op opgroeiende jeugd. Zo blijken jongetjes minder te presteren op school, als docenten hen onbewust laten merken dat ze van hen minder verwachten – de riedel och ja, jongens zijn jongens, ze moeten maar lekker ravotten in plaats van opletten in de klas.

Hieruit blijkt opnieuw dat jongens net mensen zijn, want van meisjes was al eerder bekend dat stereotypen schadelijk zijn voor hun prestaties. Bijvoorbeeld: als meisjes opgroeien in een cultuur waarin algemeen wordt aangenomen dat ze niet zo goed zijn in wiskunde, wordt dat ook waar: de meiden presteren minder. Ontbreekt deze culturele norm, dan blijken meisjes het ‘opeens’ net zo goed te doen als jongens.

Het initiatief van RoSa past bij ontwikkelingen op Europees niveau. In juni 2010 gaf de EU een persbericht uit met de oproep zeer alert te zijn op genderstereotypering in de klas. De EU steunt beleid in landen zoals België en Nederland om vooroordelen aan te pakken.

Gedrag van jongens is voornaamste reden voor onderwijsachterstand

Het Nederlandse onderwijssysteem hoeft niet op de schop. Jongens hebben een kleine achterstand op meisjes, maar dat ligt vooral aan hun anti-school houding. Ook vertonen net iets meer jongens dan meisjes gedragsproblemen, en die problemen spelen meestal al voordat ze naar de basisschool gaan. Dat blijkt uit een studie van Driessen en Van Langen van ITS, verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hun rapport verscheen in juni 2010.

Je zou verwachten dat de media bol zouden staan van deze uitkomsten. Want tot half mei 2010 buitelden verslaggevers en televisieprogramma’s over elkaar heen met horrorverhalen over het vreselijke lot van de jongens op school. De Volkskrant sprak van een oorlog tegen de jongens in een doorgeslagen feminien onderwijssysteem. Ook Netwerk koppelde de feminisering in het onderwijs zonder pardon aan de slechtere prestaties van jongens, en volgens Trouw ging het vooral mis bij de overstap naar de brugklas, omdat dan talen steeds belangrijker worden. En dan waren daar nog de vaders als ervaringsdeskundigen, die ook al het onderwijs er de schuld van gaven dat hun zonen achterop raakten.

Bron: De Standaard, België.

Het ministerie van OCW raakte zo bezorgd vanwege deze stroom van hel en verdoemenis artikelen, dat de Radboud Universiteit opdracht kreeg de zaak nog eens goed onder de loep te nemen. Wat blijkt? Het ligt niet aan het onderwijs. De feminisering, de vrouwen die jongensenergie zouden smoren in betutteling en regeltjes – niks, het Rijk der Fabelen. De dramatische verschillen in onderwijsprestaties tussen jongens en meisjes dan? Te verwaarlozen. Jongens doen het iets beter met rekenen en wiskunde, meisjes zijn inderdaad iets beter met taal. Maar per saldo zijn de onderwijspretaties van beide groepen even goed.

Dat jonges het uiteindelijk toch iets minder goed doen is omdat ze meer gedragsproblemen vertonen. Vooral een selecte groep Marokkaanse jongens met ADHD valt op en baart de onderzoekers zorgen. Al met al blijven de verschillen echter klein. Als het gaat om havo of vwo diploma’s, haalt 40% van de jongens dit niveau, tegen 45% van de meisjes. Inderdaad een verschil, maar als dit het einde van de wereld moet zijn wil ik wel eens een echte ramp zien.

Het grappige is dat sinds de verschijning van dit rapport de kranten en televisieprogramma’s zwijgen in alle talen. De Zesde Clan heeft geen stapels kranten doorgebladerd. Maar Googelen op trefwoorden als onderwijs, jongens en achterstand levert na mei 2010  alleen treffers op van gespecialiseerde sites. Zoals Kennislink, waar de auteur nuchter constateerde dat het onderwijssysteem niet op de schop hoeft. En natuurlijk de universiteit waaraan de onderzoekers van ITS aan verbonden zijn. Verder is het stil.

Die stilte komt misschien doordat de onderzoekers de bal terugleggen bij de jongens, en hun gedrag. Dat levert geen leuke kopij op. En het versterkt opinies die tot mei 2010 slechts sporadisch voorkwamen. Zoals een tegengeluid in Trouw, door columniste Fé Toussaint, van mei 2010:

Ze proberen oplossingen te vinden voor het gedrag dat jongens aan slechte resultaten helpt, door naar fouten in het onderwijs te zoeken. Persoonlijk zou ik liever gaan zoeken naar de fouten in de mentaliteit van jongens. Ik ben natuurlijk totaal subjectief, maar op mij komt de door deskundigen gekozen aanpak over als een duidelijk geval van voortrekking van jongens: Toen wij vrouwen nog de achterliggers in het onderwijs waren, werd ons geleerd ons beter aan te passen aan de normen die opleidingen aan ons stellen. Nu jongens in de positie van de vroegere meisjes dreigen te geraken, is men plots bereid de opleidingen aan te passen aan de leerlingen.

Het leuke is: deze discussies zijn niet typisch Nederlands. Een half uurtje vliegen hier vandaan, in Engeland, zijn net weer de resultaten van examens binnen. De meiden doen het beter dan de jongens. Net als in 2000. En net als in Nederland buitelen ook hier de commentatoren over elkaar heen. Met verhalen die akelig hetzelfde klinken: de feminisering van het onderwijs is schuld. Assertieve meisjes koeieneren de jongens. Of nee, de examens zijn makkelijker geworden, of ze zijn veranderd zodat meisjes opeens in het voordeel zijn ten koste van die arme jongens.

En ook hier klinken gelukkig tegengeluiden:

The problem here is not girls’ “aggressive assertiveness” – does Mr Blunkett know any 14-year-old girls? – but the cultural message that “real” men don’t have to try hard: it all falls in their lap as a God-given right.

 Zouden we opnieuw een dubbele moraal te pakken hebben dan? Meisjes hebben een achterstand, en de boodschap is tsja, het ligt aan jezelf, pas je maar aan, aan de boze buitenwereld. Jongens hebben een achterstand, en dan is het opeens alle hens aan dek, de jongens falen omdat het systeem niet deugt, laten we de wereld aan de jongens aanpassen. Hmmm….

To be continued…..

Decennia lang was het voor meisjes al heel wat als ze leerden koken op de huishoudschool.