Tag Archives: neuroseksisme

Jongens en meisjes hebben dezelfde hersenen

Zo, dat was om half acht lekker wakker worden vanochtend. Radio 1 zond een rapportage uit over een school in het Noorden van het land, waar ze een actiedag houden om meer meesters in kleuterklassen te krijgen. Loffelijk streven, maar hoe de betrokkenen het brachten… Tja, zei de directrice, ‘meesters zijn gewoon stouter’. Met een meester voor de klas ‘kunnen kids eindelijk een keertje ravotten’. Een 24-jarige net van de Pabo afgekomen jongen vond dat ook. Met als toevoeging dat hij de Pabo maar zo zo vond. Lange verslagen moeten tikken, huuuuu, ‘ik wil gewoon lekker dóen’. De stereotypen vlogen me om de oren.

Dat volwassen mannen en vrouwen zo kritiekloos stereotiepe man-vrouw rollen herhalen (hij is lekker stout en wil dóen, zij is braaf en tikt ijverig al die verslagen op de Pabo) is een veeg teken. Het zorgt ervoor dat nieuwe generaties dezelfde onzin horen en internaliseren. En betekent dat we nog lang niet af zijn van seksisme in de samenleving. Want onze hersenen zijn flexibel, stelt wetenschapster Gina Rippon. Wat zich herhaalt, versterkt zich. Wat je oefent, wórd je uiteindelijk, omdat je hersenen zich aanpassen. Terwijl, groot nieuws en tromgeroffel, we allemaal hetzelfde beginnen. Er zit geen verschil tussen de hersenen van jongens en meisjes. We hebben mensenhersenen.

De wetenschapster die dit in kaart bracht, Gina Rippon in haar nieuwe boek The Gendered Brain: The New Neuroscience That Shatters The Myth Of The Female Brain, staat bepaalt niet alleen. Onder andere Cordelia Fine ging haar voor, evenals Rebecca M Jordan-Young. In Nederland hebben we onder andere hoogleraar Maureen Sie. Allemaal buigen zich over het terrein van neurosexisme – de ideologische overtuiging dat mannen en vrouwenhersenen van elkaar MOETEN verschillen, en dus zie je die verschillen overal of zorg je ervoor dat de gewenste verschillen uit je onderzoek komen.

Zowel Eliot als Fine leggen in hun boeken een lange geschiedenis vast van ontzettend slecht onderzoek. Ook hoogleraar Sie wordt heel moe van dat soort broddelwerk:

…het is goed mogelijk dat de onderzoekers juist de vooroordelen zelf hebben gemeten. ‘Nergens in het brein zitten gedeeltes waar functies als “autorijden” of “roddelen” of “kaartlezen” te zien zijn. Het gevaar bestaat dat een onderzoeker van tevoren een idee heeft over wat mannen goed kunnen, naar een mannenbrein kijkt en daar een functie ziet die correspondeert met de vaardigheden die nodig zijn voor een “typisch mannelijke” bezigheid. Het is net zo goed mogelijk dat verschillen tussen mannen en vrouwen voortkomen uit de manier waarop de samenleving is ingericht en de stereotiepe manier waarop we jongens en meisjes opvoeden.

Rippon stelt in haar nieuwe boek dat biologische verschillen in de lichamen van mensen, geen direct verband hebben met de hersenen van jongens en meisjes. Dat meisjes als volwassen vrouw kunnen baren, betekent niet dat ze één dag oud al voorbestemd zijn om te koken, de wc te schrobben en te roddelen, want tsja, vrouwenbrein en vrouwen zijn nou eenmaal goed in verzorgende routinetaken en het bijhouden van de verjaardagskalender. Nee. Zo zit het dus niet. Het probleem begint als we strakke sekserollen aangeleerd krijgen, en ons zodanig ontwikkelen dat je jezelf op een gegeven moment terugtrekt in je genderkeurslijf.
Ik zou heel graag zien dat SIRE publiekelijk excuses maakt voor hun compleet verdwaasde ‘jongens zijn nou eenmaal jongens’ reclame. Dat Angela Crott en andere onderwijsgoeroe’s eens een wetenschappelijk verantwoord boek lezen, in plaats van stereotypen te herhalen. Ik zou heel graag zien dat het Nederlandse onderwijssysteem in de leer gaat bij onze buren in België, en bewust omgaat met sekse stereotypering. Zie onder andere de programma’s van Gender in de Klas. Ik zou willen dat iedereen die zinnen uitbraakt van het type ”mannen/vrouwen zijn nou eenmaal….”  kan rekenen op meewarig geproest en ‘o wow wat een onzin, hou op joh’. En dat jongens en jongemannen vaker te horen krijgen dat de door hun geclaimde vrijheid voor ‘stout zijn’ niet ten koste mag gaan van de vrijheid van meisjes en vrouwen.

Mannen vertellen vrouwen dat emancipatie af is

Inkoppertje van de week: als twee mannen vrouwen vertellen dat de emancipatie voltooid is, weet je zeker dat die emancipatie nog bij lange na niet gedaan is. Zeker als die over-en-sluiten-boodschap gepaard gaat met kreten als ‘dames, jullie willen zelf niet’, natuur, moederschap, sneren naar feministen, en cirkelredeneringen.

Is de emancipatie van de man eigenlijk al af? Want die hebben het pas zwaar!

Emotioneel beladen termen en verwijten daargelaten rijst de vraag: waarop baseren beide heren hun mening eigenlijk? Ze komen niet verder dan ”de weerbarstige realiteit van de menselijke natuur”, en redeneringen over een situatie die is zoals-ie is omdat het nou eenmaal zo is en zo is het. Ja doei, zo lusten we er nog wel een paar.

Het belangrijkste lijken verwijzing naar ‘de menselijke natuur’. In de praktijk zijn dat vaak codewoorden voor dé aard van dé man en dé vrouw. Zo ook hier. Laten we de verschillen koesteren, kraait het tweetal. Laten we ”de inschatbare waarden van onbetaalde moederzorg” niet in twijfel trekken. Nee, stel je voor! Plus, vrouw = moeder. Logisch!

Niet zo vreemd dat de mannen die een natuurlijke orde koesteren waarin zij de plannen maken, en vrouwen het eten,  bijzonder laatdunkend doen over de gedegen onderzoeken van Justine Ruitenberg en Wil Portegrijs, die onder andere belangrijke bijdragen levert aan de tweejaarlijkse emancipatiemonitor. Deze beide wetenschapsters wijzen terecht op de invloed van sociale normen op de mogelijkheden van vrouwen.

Ruitenberg en Portegrijs staan daarin absoluut niet alleen. Vrouwen worden tot op de dag van vandaag heel anders beoordeeld dan mannen, vaak in hun nadeel, en het Mars en Venus gedoe over ‘de natuur’ van mensen versterkt die situatie. Dat resulteert in situaties waarin vrouwen gesaboteerd worden, of zichzelf saboteren. Zodoende opereren mannen en vrouwen absoluut niet in een gelijk speelveld.  Zie niet alleen de Emancipatiemonitor, maar ook boeken als Vrouwen en Ambitie van Anna Fels, Women Don’t Ask van Linda Babcock en Sara Laschever, Waarom we allemaal van Mars komen, van Cordelia Fine, en vele, vele andere studies.

Daarnaast is het pijnlijk wat de beide Leidse onderzoekers niet noemen. Ze hadden op z’n minst kennis moeten nemen van het onderzoek van Marieke van den Brink naar de manier waarop universiteiten hoogleraren benoemen. Haar gedegen analyse van sollicitatieprocedures toonde glashelder aan dat een ons-kent-ons mannenkring mannen bevoordeelde, en vrouwen letterlijk niet zag staan. Boomsma en Price willen daar waarschijnlijk niets van weten. Stel je voor dat ze academisch succes krijgen, en dat ze daarbij in hoge mate voordeel hadden van hun sekse. Onverteerbaar, dus negeren die hap.

Tot slot bejubelen de beide Leidse onderzoekers-in-spe de onbetaalde moederzorg, maar daarmee stippen ze ongewild nog een pijnpunt aan. Of twee eigenlijk. Ten eerste: werkgevers discrimineren zwangere vrouwen massaal door ze te ontslaan, op een zijspoor te zetten, of door ze om te beginnen niet eens aan te nemen. Alleen al om die reden kan de emancipatie nog lang niet af zijn. Ten tweede: waarom al die nadruk op moederschap? Vanwaar die curieuze afwezigheid van mannen en het vaderschap?

Kortom, heren: gezakt. Doe asjeblieft je huiswerk voordat je een grote broek aantrekt. En NRC: door clickbait te publiceren kun je je cijfers misschien tijdelijk opkrikken, maar uiteindelijk gooi je het predikaat ‘kwaliteitskrant’ te grabbel.

UPDATE: via de Volkskrant meer kritiek op de twee Leidse promovendi en hun vreemde betoog. Zie hier en hier.

Cordelia Fine hekelt neuroseksisten

Een nieuwe dag, een nieuwe studie die zou bewijzen dat de hersenen van mannen en vrouwen radicaal van elkaar verschillen. Daarom kan hij goed kaart lezen, en is zij goed in communicatie. Gaaaaaap…. Tijd voor Cordelia Fine om opnieuw aandacht te vragen voor het neuroseksisme in de wetenschap.

Fine zou graag zien dat de media genuanceerder schrijven over dit soort studies. Wie de methode en de inhoud van deze (en andere) studie(s) over sekseverschillen onder de loep neemt, komt er namelijk vrij snel achter dat de wetenschappers allerlei vragen negeren en hun eigen vooroordelen inbouwen in de opzet van het onderzoek. Dat begint al bij de drang om verschillen te vinden. Zoeken naar overeenkomsten klinkt blijkbaar niet sexy genoeg.

Het maffe is dat er genoeg kritiek bestaat op studies die de bedrading van de hersenen benutten om allerlei fenomenen te verklaren. Een kritische houding hoort er tegenwoordig bij. Met één uitzondering, signaleert magazine Salon: sekseverschillen. Als het gaat om hersenen en gender slikken veel mensen de meest vergaande beweringen voor zoete koek:

Even if we’re growing skeptical of neuroscience, we as a society seem to love the idea that the difference between the genders is “hard-wired.” […] It’s easy to see this play out in real time, as gender traditionalists crow over each new study like the PNAS one, holding up supposedly scientific evidence that, for instance, women can’t do math.

Cordelia Fine maakt deel uit van een groep wetenschappers die niet meedoen aan de stereotypering van mannen en vrouwen, en fatsoenlijk onderzoek willen zien. Daarom vraagt Fine aandacht voor deze meest recente studie. De auteurs gebruikten in dit geval een set gegevens waaruit geen of slechts minieme sekseverschillen bleken. Vervolgens beperkten ze zich tot enkele onderdelen uit die totale database, lieten er een aantal berekeningen op los, en kwamen opeens tot ingrijpende conclusies over de seksen. Daarbij deden ze uitspraken over aspecten die buiten het onderzoek vielen:

As for map-reading and remembering conversations, these weren’t measured at all. Yet the authors describe these differences as “pronounced” and as reflecting “behavioral complementarity”—scientific jargon-speak for “men are from Mars, women are from Venus.”

Knap van die wetenschappers. De Zesde Clan dacht altijd ‘meten is weten’, maar zonder te meten weten dit soort wetenschappers blijkbaar toch hoe het zit. Zouden ze helderziend zijn? Of toegang hebben tot informatie waar gewone stervelingen niet over beschikken? Vreemd, heel vreemd.

De auteurs negeren bovendien belangrijke aspecten in hun onderzoek. Zo gaan ze niet in op de relatie tussen de omvang van het brein, en de fysieke structuur ervan. Deze wetenschappers negeren ook het feit dat hersenen reageren op hun omgeving. Ervaringen in het dagelijks leven oefenen invloed uit op de structuur van de hersenen. Bepaalde gebieden kunnen in dichtheid of omvang toenemen, of juist kleiner worden. Met een duur woord heet dat experience-dependent brain plasticity.

Door dit aanpassingsvermogen van de menselijke hersenen te negeren, ontstaan fouten in de logica:

by failing to look at gendered social influences, the authors guarantee that no data will be produced that challenge the notion of “hardwired” male/female neural signatures.

Opnieuw vreemd, want op andere terreinen accepteren mensen tegenwoordig dat het brein zich kan aanpassen aan de omgeving. Alleen in geval van de seksen vergeten mensen dit opeens. Plotseling heet het dat vrouwenhersenen nou eenmaal anders zijn. Dus kan zij beter het eten maken, terwijl hij de plannen maakt, want ‘zo is het nou eenmaal’. Op die manier gebruiken mensen een wetenschappelijk sausje om de status quo te handhaven. Een situatie waarin vrouwen zich heel toevallig vooral moeten beperken tot zorgen en dienen. Kind en keuken. Goh….

Kinderbreinen zijn kneedbaar

Ook in Nederland beginnen wetenschappers zich steeds meer te verzetten tegen de dominante verhalen over mars en venus. Het meest recente salvo komt van hoogleraar Educational Neuropsychology Lydia Krabbendam, die op basis van verantwoord uitgevoerd onderzoek tot de conclusie komt dat kinderbreinen kneedbaar zijn. Culturele signalen en genetische aanleg beïnvloeden elkaar in hoge mate. Ze krijgt een Vici-beurs van anderhalf miljoen euro om dit belangrijke onderzoek voort te zetten.

Lydia Krabbendam.

Krabbendam houdt het algemeen en vriendelijk bij de vraag of ze het Nederlandse onderwijs ouderwets vindt als het gaat om hoe we jongens en meisjes daar behandelen. Ze benadrukt wel dat ouders en school veel alerter op vooroordelen moeten zijn. Want hoe meer je de verschillen tussen jongens en meisjes benadrukt, hoe groter ze daadwerkelijk worden, concludeert ze.

Dat is een belangrijk feit, want in de praktijk blijkt keer op keer dat culturele aannames over de jongen en het meisje een grote rol spelen. Docenten nemen bijvoorbeeld standaard aan dat meisjes slechter zijn in wiskunde, ongeacht hun daadwerkelijke resultaten in de praktijk:

That bias is probably so ingrained that the teachers themselves don’t even notice it’s there, but an invisible bias can still cause visible problems for vulnerable girls. Sure, teachers aren’t literally sending the girls out to try on wigs during math class, but it’s discouraging to feel—however subtly—that your mentor doesn’t have confidence in your abilities or expectations for your success. We’re getting into dangerous self-fulfilling prophecy territory here. Hooray! As if self-perpetuating math anxiety wasn’t enough.

In Nederland kampen we bovendien met een sterke conservatieve stroming, die de vrouwenemancipatie de schuld geeft van allerlei problemen. Vertegenwoordigers van deze stroming willen het liefste terug naar de jaren vijftig, toen jongens nog echte jongens waren en mannen de seksualiteit van vrouwen bewaakten. Er zijn zelfs voorzitters van schoolbesturen die zonder goede onderbouwing pleiten voor gescheiden onderwijs, onder andere omdat jongens bij taal in de war raken van goede schoolresultaten van meisjes. De stakkers.

Enfin, met haar werk sluit Krabbendam zich aan bij betrouwbare wetenschappers zoals Cordelia Fine en Rebecca Jordan-Young, die het neuroseksisme van ‘jongens en meisjes zitten nu eenmaal zus en zo in elkaar’ al langer bestrijden op basis van solide onderzoek. Je zou zeggen dat onderwijzers kennis willen nemen van hun werk, en van de goede ontwikkelingen in buurland België. Daar snappen ze dat iedere leerling een individu is, en dat je dus moet uitkijken jongens of meisjes in hun eigen roze of blauwe keurslijf op te sluiten.

Bij alle bezuinigingen op onderwijs en wetenschap is het top dat Krabbendam voorlopig verder kan met haar onderzoek. Leve de feiten!