Tag Archives: nafluiten op straat

Vrouwen voeren actie met #wijoverdrijvenniet

Straatintimidatie? Komop zeg, als vrouw moet je toch tegen een lolletje kunnen? Als een man je naroept of nafluit is dat juist een compliment. Waar hebben we het over?!? Aldus de gangbare reactie als vrouwen aangeven waar ze in de openbare ruimte tegenaan lopen. Om tegengas te geven delen vrouwen nu hun ervaringen op Twitter en in blogs, onder de hashtag #wijoverdrijvenniet.

Die Twitteractie leidde uiteraard tot kritiek:

 2 u2 uur geleden Mensen vinden het irritant om constant te zien, wij vinden het irritant constant lastig gevallen te worden.
De campagne begon in België. Journaliste Inke Hutse besloot een artikel te wijden aan de vele incidenten van seksuele intimidatie die ze meemaakte.  Daarna publiceerde Yasmine Schillebeeckx een opiniestuk over haar ervaringen op straat. Mijn naam is niet Hey Sexy, verklaarde ze. Ze deed een oproep om straatintimidatie te stoppen. Omdat het vrouwen een rotgevoel bezorgt:
Het zijn mannen als deze die je als vrouw het gevoel geven dat je lichaam aan hen toebehoort. Dat jij als vrouw alleen op de aarde gezet bent om er mooi uit te zien. Dat je bloedeigen lichaam altijd onderworpen zal zijn aan de mening en de blikken van mannen. Van onbekende mannen.
En omdat je als vrouw nooit weet wanneer ‘hey sexy’ overgaat in dreigen en vormen van (seksueel) geweld. Veel vrouwen willen terecht geen risico nemen met hun veiligheid en hun gezondheid.
Natuurlijk doken na deze opiniestukken meteen een man op, Marc Diddens, die vond dat vrouwen niet zo moesten zeuren. Hij was niet de enige die verklaarde niet te snappen waar die vrouwen het over hadden. Mag je dan geen man meer zijn? Mag je niks meer zeggen? Wat een overdreven gedoe!
Waarna vrouwen besloten tot de campagne #wijoverdrijvenniet. Behalve een Twitter hashtag bestaan er inmiddels een website en een Facebookpagina.
Nederland staat overigens niet stil. Het burgerinitiatief tegen straatintimidatie loopt nog steeds, en Amsterdam beschikt binnenkort over een Hollaback site. Ook haalde Bart Smit gluurspiegels uit de handel – de verpakking, met een foto van een jongen die de spiegel gebruikt om onder de rok van een meisje te gluren, wekte teveel weerstand op. (Terecht.)
Hoognodig, die acties, want Diddens en andere mannelijke opiniemakers passen  in een lange, zeer lange traditie van mannen die niet willen horen wat vrouwen zeggen. Veel mannen wantrouwen het andere geslacht. Ze geven dat zelf ook toe, als ze eerlijk zijn:

What I’ve never actually trusted with any women I’ve been with? Her feelings. If she approaches me pissed about something, my first reaction is “What’s wrong?” My typical second reaction? Before she even gets the opportunity to tell me what’s wrong? “She’s probably overreacting.” My typical third reaction? After she expresses what’s wrong? “Ok. I hear what you’re saying, and I’ll help. But whatever you’re upset about probably really isn’t that serious.”

 

Film opent debat over intimidatie op straat

Een filmpje, Femme de la Rue, over Brusselse jongens en mannen die vrouwen op straat lastig vallen, haalt een boel overhoop in buurland België. Over één ding zijn opiniemakers het eens: dat vrouwen niet rustig buiten rond kunnen lopen mag het land niet tolereren. De documentaire heeft dan ook al een eerste resultaat bereikt. Brussel wil boetes uitdelen aan mannen die zich niet kunnen gedragen.

Filmstudente Sofia Peeters maakte lastig gevallen worden op straat tot het thema van haar afstudeerproject, omdat ze het helemaal zat was. Het maakte niet uit hoe ze over straat ging, seksuele intimidatie volgde toch wel. Ze ging een paar dagen op stap met een onopvallende spycam en registreerde talloze opmerkingen van het type ‘Hoeveel moet je kosten, bitch’.

Haar film leverde veel reacties op. Honderden mensen, veelal vrouwen, vonden herkenning en erkenning en begonnen openlijk te spreken over wat hen allemaal overkwam zodra ze zich buitenshuis waagden. Ervaringsdeskundige en auteur Celia Ledoux, die in Brussel woont, heeft bijvoorbeeld sinds haar puberteit te maken met mannen die schelden en staren. Ze merkte, net als andere vrouwen, dat ze tot voor kort nauwelijks begrip ondervond  als ze haar ervaringen deelde met anderen:

Als ik de situatie aankaart, volgen drie mogelijke reacties. Eén, vrouwen (soms mannen) sympathiseren defaitistisch, twee, iets over nultolerantie en vuist maken en drie, men doet ongemakkelijk. Wat droeg ik, deed ik, wat veroorzaakte het? Zoiets komt toch niet vanzelf?

Wat Sofia Peeters deed was die patstelling doorbreken. Niemand kan om de beelden en de opgenomen scheldpartijen heen. Daarna werd het echter lastig. Omdat Peeters de opnames maakte in een achterstandswijk van Brussel. De daders hebben meestal een getinte huidskleur. Voordat je het weet wordt het een heen en weer geschreeuw van mensen die de Islam of allochtonen als groep de schuld geven. Dat kan nooit de bedoeling zijn, schrijft Bleri Lleshi in De Standaard:

Koppel het gedrag van deze mannen niet aan religie. Dit heeft niets te maken met de islam. Dergelijk machogedrag vind je helaas bij mannen ongeacht religie, cultuur, of ze leven in een grote stad, dan wel in een boerendorp. Opvoeding speelt hier een centrale rol, maar niet omdat jonge mannen dergelijk gedrag en dergelijke taal van thuis uit meekrijgen.

Ook Ledoux en Peeters zelf signaleren dat de overlast van een kleine groep jongens en mannen komt. Het gaat om een minderheid binnen een groep die kampt met werkloosheid, armoede, sociale uitsluiting, frustraties. Maar vervolgens leven zij die frustratie wel uit op vrouwen. Peeters:

Al de aandacht die er gegeven wordt aan de mannen en de oorzaken van hun gedrag, wordt niet gegeven aan de vrouwen. Hoewel zij diegenen zijn die jarenlang dit gedrag hebben moeten slikken en er niets over durfden zeggen. […] Het is blijkbaar nodig om in een zedig kleedje door de probleembuurten te wandelen en vast te leggen op tape hoe je behandeld wordt, om een maatschappij wakker te schudden. Neen, we hebben het niet zelf uitgelokt. Neen, we zijn geen overgevoelige, flauwe grietjes als we dit gedrag niet accepteren. Neen, we willen onszelf niet steeds afgebeeld zien als halfnaakte bimbo op een sportwagen.

Peeters zou daarom graag zien dat deelnemers aan het debat breder kijken, zodat zinnige maatregelen mogelijk zijn. Ze denkt dan aan sensibilisering over gelijkheid tussen man en vrouw in scholen, jeugd- en buurthuizen, strengere regels rond de alomtegenwoordige denigrerende afbeelding van de vrouw, het aanpakken van de uitzichtloze werkloosheidssituatie van kansarme groepen. Kortom, de problemen aanpakken bij de basis.

Op de korte termijn kan het vrouwen helpen het heft in eigen handen nemen. Voor Peeters was het filmen van het wangedrag bijvoorbeeld bevrijdend:

‘Die spycam was wel een beetje James Bond, ja. Het gaf ook een kick: toen die mannen weer begonnen met hun debiele commentaren, werd ik niet kwaad maar dacht ik “doe maar, jongens!” Nu, ik ben ook een namiddag gevolgd door een vriend met een camera. In een paar uur hadden we alle materiaal dat ik nodig had. Dat is eigenlijk toch heel erg? Maar het bewijst ook dat er een probleem is.’

Daarnaast beschikt Brussel sinds kort over een lokale afdeling van Hollaback. Via deze site kunnen vrouwen hun ervaringen met intimidatie op straat delen. De organisatie achter de site maakt ook een plattegrond, zodat mensen kunnen zien op welke locaties in de stad de meeste incidenten voorkomen. Zo ervaren vrouwen dat ze niet de enigen zijn, en kunnen ze zich wapenen tegen vooroordelen van het type ‘wat had je aan en waarom was je daar op dat tijdstip’. Want het moge zo langzamerhand wel duidelijk zijn dat de vrouw niet het probleem is. Kijk anders nog maar even naar het filmpje van Peeters of de inzendingen op Hollaback.