Tag Archives: mensen met een uitkering

Werkgevers laten vrouwen links liggen

Vrouwen vallen bij veel werkgevers af omdat ze niet flexibel genoeg én van het foute geslacht zijn. Dat blijkt uit een onderzoek over de aansluiting van werklozen op banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Het rapport kwam in het nieuws vanwege een harde brief aan de Kamer van staatssecretaris De Krom (m). Daarin schreef hij dat veel werkzoekenden alleen een baan willen waar ze ‘zin in hebben’ en niet te lang willen reizen naar hun werk. Zelfs de Telegraag kopte dat hij overdrijft.

De rapportage van het Leidse onderzoeksbureau Astri wijst uit dat de groep met WW nogal verschilt van de groep met bijstand. De WW-er is vaker man en van oudere leeftijd. Tweederde heeft een partner met een inkomen. De groep met bijstand bestaat uit meer vrouwen en veel meer allochtonen. Tweederde is alleenstaand, waaronder een grote groep alleenstaande ouders. Dat betekent in de praktijk: moeders, want in 2010 vormden zij volgens het CBS 83% van de eenoudergezinnen. Wie in de bijstand zit, staat er dus financieel meestal slechter voor dan wie WW ontvangt. Betaald werk zou beter zijn. Hoe zit het met de aanbodkant?

Uit het rapport blijkt dat werkgevers veelal binnen een maand iemand vinden om hun vacature voor laaggeschoold werk te vervullen. Ze letten vooral op betrouwbaarheid, motivatie, lichamelijke fitheid. Twintig procent van de werkgevers vindt een bepaald geslacht ‘heel belangrijk’, nog eens tien procent noemt sekse een beetje belangrijk. (p. 61) Verderop op dezelfde pagina noteert het rapport:

Man-vrouw, oud-jong, ervaren of groen: als ze het maar goed doen, dan doet het er minder toe. Overigens blijken werkgevers in de praktijk voor het merendeel jonge mannen aan te nemen (zie bijlage tabellen B3.7 t/m B3.9).

De sociaal wenselijke praat komt dus niet terug in de harde cijfers van aangenomen werkzoekenden. Het gewenste geslacht is veelal: man. Vrouwen beginnen dus al met een achterstand, want voor de werkgever zijn zij van het verkeerde geslacht.

Daarnaast vinden werkgevers motivatie belangrijk. Die motivatie leiden ze onder andere af aan de bereidheid om offers te brengen. Flexibele werktijden, onregelmatige werktijden, lange reistijden voor lief nemen. Reistijden zijn breed een probleem, omdat bussen bijvoorbeeld pas vanaf zes uur ’s ochtends rijden, waardoor je te laat komt, of omdat er nauwelijks openbaar vervoer is naar de arbeidsplek. Dit laatste speelt vooral in het Westland. Bovendien is het OV duur. Veel mensen kunnen de reiskosten niet ophoesten.

Vrouwen kunnen daarnaast minder goed aan eisen van flexibele inzetbaarheid voldoen dan mannen, bijvoorbeeld omdat ze voor kinderen moeten zorgen en vast zitten aan de roosters van de kinderopvang. Hun klantmanagers erkennen deze problematiek of weigeren bepaalde moeders zelfs:

”Die dienstroosters zijn met name een belemmering voor moeders: overdag kan kinderopvang, maar dat kan niet makkelijk in het weekend of in de avond in deze gemeente. In Amsterdam kan dat misschien, maar hier niet”. […]  Een consulent bij een werkgeversservicepunt zegt heel kordaat dat ze mensen die kinderopvang via familie of vrienden geregeld hebben afwijst, omdat ze uit ervaring weet dat dit vaak niet voor een langere periode stand houdt.

Daarnaast vinden vrouwen het lastig om voltijds werk aan te nemen, of te beginnen aan een tijdelijke baan. Opnieuw komt dit doordat vrouwen, vaker dan mannen, zorgtaken hebben. Vaak voor kinderen, maar soms ook voor zieke ouders of andere familieleden. Ze redden een fulltime baan niet. Voor hen speelt daarnaast terecht de vraag of zij er op vooruitgaan als ze een deeltijd baan accepteren. Of, erger, een deeltijdbaan met een tijdelijk contract. Loopt zo’n contact af, dan moeten ze daarna opnieuw een uitkering aanvragen. Ze moeten vaak twee tot drie maanden wachten voordat de uitkering begint.

Deze blanke man uit stoere taal in verkiezingstijd. Jammer dat hij zo slecht rapporten leest.

Veel vrouwen hebben geen geld om die wachttijd te overbruggen. Driekwart van de klantmanagers schatten in dat dit voor hun cliënten hoge drempel opwerpt. Dat blijkt ook uit interviews van onderzoeksbureau Astri met uitkeringsgerechtigden:

Ik heb geen (spaar)geld om de maanden te overbruggen voordat ik weer een uitkering heb. Ik ben ook bang voor de gevolgen voor huur- en zorgtoeslag. Ik wil gewoon inkomen hebben, want ik ben bang dat ik anders uit huis wordt gezet. (vrouw, 1 kind, vluchteling met apothekersassistent diploma uit eigen land).

Ik ben erg bang voor de gevolgen die dit soort werk kan hebben voor mijn uitkering. Ik ben erg bang dat ik dan geen uitkering meer krijg en dat ik dan daarna de uitkering opnieuw aan moet vragen. Ik weet ook eigenlijk niet hoe dit moet, dus ik wil dit sowieso niet hoeven doen. (vrouw, 2 kinderen, mbo-opleiding)

Terwijl ze echt wel betaald werk willen verrichten:

Het is fijn om te werken. Ik wil ook graag werken, maar ik kan helaas alleen parttime werken in verband met mijn gezondheid en de zorg voor mijn dochter. Daarom kan ik niet uit de uitke- ring komen. (vrouw, 1 kind, 10 uur per week schoonmaakwerk)

Werken is altijd prettig. Het is veel bevredigender om zelfvoorzienend te zijn dan om alleen maar je handje op te houden. (vrouw 2 kinderen, werkt 21 uur per week in de zorg)

Ik heb bij mijn werk gezegd dat ik meer wilde gaan werken. Dit kon eerst niet en toen ben ik iets anders gaan zoeken. Toen ze op mijn werk erachter kwamen dat ik misschien ontslag wil- de gaan nemen, wilden ze mij toch houden dus nu mag ik ook meer gaan werken binnenkort. (vrouw, 2 kinderen, werkt nu nog 9 uur per week in huishoudelijke zorg)

Het gaat hier om een groep in een moeilijke situatie. Allerlei factoren maken het voor deze vrouwen lastig om aansluiting te vinden op de arbeidsmarkt. Het is daarom zuur dat De Krom zo’n negatief beeld schetst. Dat is niet terecht, vinden allerlei organisaties en gemeenten. De Krom snapt niks van uitkeringsgerechtigden.

De Zesde Clan raadt De Krom aan werkgevers aan te spreken op hun houding en gedrag, in plaats van bijstandsgerechtigden neer te sabelen. Ook kan hij beter ijveren voor een ruimer aanbod in de kinderopvang, en bureaucratische rompslomp aanpakken die het niet lonend maakt om tijdelijke banen te aanvaarden.