Tag Archives: Marianne Thieme

Trouw legt eenheidsworst Tweede Kamer bloot

Fijn dat dagblad Trouw lekker ging tellen. Feit: de politieke kandidatenlijsten bestaan voor tweederde uit welvarende, blanke mannen uit de Randstad. Partijen willen geen risico nemen, signaleert de krant. Alleen voorkeursstemmen kunnen het tij enigszins keren. Op die manier kunnen kiezers lager geplaatste kandidaten alsnog in de Kamer krijgen. Laten we dat massaal doen om te gedenken dat vrouwen honderd jaar geleden het passieve kiesrecht kregen.

Laat dat even tot je doordringen. Als de redactie van Trouw het goed zag (en ik heb geen reden daaraan te twijfelen) geldt alles wat niet blank, man en uit een bepaalde klasse komt, als risico. Niet doen, tenzij. Dit past bij allerlei onderzoeken naar benoemingen. Vrouwen krijgen pas een kans als het blanke mannelijke model overduidelijk niet meer werkt en de zaak bijna verloren is. De zogenaamde glazen klif.

Op deze manier ontstaat een hardnekkige vicieuze cirkel. Als cultuur zien we ‘politiek’  als iets van mannen, iets waar vrouwen niet bij horen en niet aan moeten beginnen. En inderdaad, of het nou gaat om provincies, gemeentes, de groep burgemeesters of de waterschappen: het is man, man, man. En blank. Partijleider Marianne Thieme hierover:

Ik loop inmiddels tien jaar op het Binnenhof rond, heb in die periode veel vrouwen zien komen, maar er meer nog zien gaan. Een eeuw nadat Aletta Jacobs en de haren hun strijd wisten te verzilveren, is het aantal vrouwen in de Tweede Kamer nog altijd minder dan de helft, 56 om precies te zijn. Fors minder dan de 64 die er na de vorige verkiezing zaten. Van de 17 fractievoorzitters ben ik de enige vrouwelijke lijsttrekker. Dat is ronduit kwalijk. Het beeld dat de kiezer van de politiek heeft, is een masculiene arena waarin mannen elkaar overtroeven in een verbaal wedstrijdje ver-plassen.

Zo krijg je bolwerken waar je als vrouw nauwelijks tussen komt, onder andere omdat je de afwijkende Ander bent en je je misschien niet thuis voelt bij macho ver-plas wedstrijden. Krijg je toch een kans, dan is het risico op falen groter. Wat weer alle vooroordelen over vrouwen bevestigt. Kip, zie ei. Ei, zie kip.

Het Parlementair Documentatie Centrum van de Universiteit van Leiden, die de kandidatenlijsten op verzoek van Trouw doornam, constateert dat partijen binnen die behoudende voorkeur voor blanke mannen nog op andere manieren op veilig spelen. Er staan opvallend veel militairen, agenten, officieren van justitie en rechters op verkiesbare plaatsen. De ‘law and order‘ types zeg maar, stoere jongens die de eerste de beste crisis met enge asielzoekers of radicale moslims wel eens even flink zullen aanpakken. Bovendien ontbreken jongeren onder de dertig bijna geheel, evenals ouderen boven de zestig.

Wil je als kiezer met je voorkeursstem meer diversiteit bereiken, dan moet je het slim aanpakken. Vrouwenbelangen signaleert dat je als kiezer, om effect te hebben, je stem ‘moet’ geven op een vrouw die nét buiten de boot dreigt te vallen. Dat betekent dat je

  • de meest recente peiling neemt om het aantal zetels te weten
  • Stel, partij X zou volgens de prognose 6 zetels krijgen. De vrouw op de zevende of achtste plek zou dan nét buiten de boot vallen.
  • Stemmen op die vrouwelijke kandidaat vergroot de kans dat er meer vrouwen in de kamer komen (de kandidate op plek drie of vier haalt het toch wel)

Ook als het niet lukt, heeft het zin om je voorkeursstem aan een lager geplaatste vrouw op de kandidatenlijst te geven. Je stem blijft behouden voor de partij die jouw voorkeur heeft, dus er gaat niks verloren. Maar je geeft een signaal af: meer vrouwen aub. Partij X, doe niet zo behoudend.

Nederland kan eeuwen wachten op vrouwelijke premier, als de genderdiscussie zo primitief blijft

De verkiezingen in de V.S. leveren scherpe analyses over gender op, vanwege het seksistische gedrag van Donald Trump en het feit dat de strijd om het hoogste ambt gaat tussen een man en een vrouw. Hoe zit het in Nederland met het emancipatoire bewustzijn? Niet goed, blijkt uit allerlei incidenten. Dat is vervelend, want inzicht in de situatie rondom gender is cruciaal om te begrijpen waarom mannen in de politiek de macht blijven houden. Zonder kritische discussies over die situatie kunnen we nog eeuwen langer wachten op een vrouwelijke premier in Nederland.

Politiek in Nederland blijft, praktisch en symbolisch, iets van blanke mannen. Vrouwen zijn een minderheid in de politiek. Als het er echt op aan komt houden mannen de touwtjes strak in handen. Zo lieten twee mannelijke partijleiders bij de vorige formatiebesprekingen hun vrouwelijke nummer twee thuis. In plaats daarvan namen ze blanke mannelijke vertrouwelingen mee naar de onderhandelingen. Ook blijven de zwaarste/machtigste posten stevig in het mannelijk kamp, inclusief het premierschap.

Na de verkiezingen in maart 2017 is de kans op herhaling groot. Ten eerste omdat alleen al het constateren van het feit dat vrouwen ontbraken bij de vorige formatie, destijds zorgde voor een golf van vijandige ‘terug in je hok’ reacties. Mensen wilden er niet over praten. Vrouwen moesten niet zeuren. Met zo’n houding leer je niks en doen mannen bij de volgende formatie weer hetzelfde.

Ten tweede omdat alle berichten over werving en selectie rieken naar een verkokerde blik, waarbij mannen in eigen kring op zoek gaan naar soortgelijke mannen, middels een proces waar Marieke van den Brink uitgebreid promotie-onderzoek naar deed. Het veld van partijleiders zal in 2017 opnieuw bijna geheel blank en mannelijk zijn, zelfs als nog niet duidelijk is hoe de strijd uitpakt, zoals bij de PvdA. Uit een opinieonderzoek van EenVandaag blijkt dat vrouwen zulke praktijken eerder signaleren en problematisch vinden dan mannen. Maar dat mannen vooral naar vrouwen wijzen als schuldige:

Onder mannen is een derde het eens met de stelling dat partijen liever mannen dan vrouwen kandideren, onder vrouwen de helft. En misschien gaat het verder: met de stelling dat vrouwen worden gediscrimineerd door partijen is 30 procent van de mannen het eens, maar een grotere groep van 44 procent van de vrouwen vermoedt discriminatie. […] het ligt, zo is de indruk, ook aan wat vrouwen zelf zouden doen en laten, al zijn het vooral mannen die het antwoord op de schuldvraag bij de vrouwen zelf zoeken. [vetgedrukt door red.]

Die blindheid voor het structurele machtsvoordeel van mannen maakt dat allerlei mechanismen onzichtbaar blijven, die ervoor zorgen dat de hiërarchie tussen de seksen intact blijft. Kiezers beginnen bijvoorbeeld de man over- en de vrouw onder te waarderen.  Wint een vrouw alsnog, dan gebeurt dat vaker in situaties waarbij een partij er slecht voor staat en laten partijgenoten haar bij tegenslag sneller vallen. De vrouwelijke partijleider ruimt zodoende eerder het veld dan mannelijke collega’s.

Ten derde omdat het mannelijk overwicht een machocultuur in stand houdt. Het problematische haantjesgedrag van mannelijke parlementariërs was al in 1997 onderwerp van kritische stukken in de kranten. Ruim tien jaar later schreef Femke Halsema over dat machogedoe in haar politieke memoires en anno nu vertonen de heren nog steeds masculien machtsvertoon op een apenrots vol alfamannetjes.

Deze machocultuur koppelt mee met algemeen onbehagen zodra een vrouw té zichtbaar wordt in een mannenbolwerk. Dat onbehagen over een verstoring in de hiërarchie zorgt voor weerstand. Die weerstand uit zich onder andere in taalgebruik en ‘grapjes’ met een snijdende ondertoon. Zo heeft de vooral uit vrouwen bestaande Commissie Zorg de bijnaam ‘de commissie van de kijvende wijven’. En als twee politici met elkaar in debat gaan, kopt een landelijk dagblad ‘Bitchfight in de ministerraad’.

Al deze factoren leiden tot een seksistisch denkraam waarbinnen mannen gelden als de stevige debaters en vrouwen hysterisch zijn. Vervolgens wordt het logisch dat mannen voor mannen kiezen en dat vrouwen denken ‘ik kan het niet, ik maak geen kans’ en het niet eens meer proberen. Vervolgens kun je vrouwen daar dan op afrekenen en is de vicieuze cirkel weer rond.

Het kritische debat over dit seksistische klimaat staat in Nederland nog in de kinderschoenen. Analyses blijken steken op een  neerbuigend ‘zie je wel, vrouwen willen niet, ze liggen te slapen’. Zie hier voor een voorbeeld van zo’n analyse, waarbij vrouwen niet alleen verantwoordelijk gesteld worden voor hun eigen marginalisering, maar ook nog de veeg uit de pan krijgen dat ze sowieso niet goed genoeg zijn.

Een ander voorbeeld: vrouwen krijgen in ons land, nota bene van collega’s zoals Kamerlid Marith Volp, nog steeds het advies wat Margaret Thatcher al kreeg (en wat niet werkte want je ontkomt niet aan je sekse): zacht en laag praten. Ja, doei! Het probleem is meestal dat de omgeving meer waarde hecht aan wat een man zegt. Hoe hij het zegt maakt niet uit. En zij? Zij moet haar kop houden. Zegt of doet ze toch iets, dan is ze een bitch of een manwijf of een kenau of, zoals Trump uitriep, een nasty woman.

We horen steeds ‘het komt wel goed’. ‘We moeten geduld hebben’. ‘Hopelijk meldt zich op een gegeven moment een vrouw’. Als de feministische analyse blijft steken op het niveau ‘vrouwen willen niet‘ (maar waaróm ”willen” ze niet?), of ‘we moeten geduld hebben, dan komt het vanzelf goed’, blijven mannen aan de macht in de Nederlandse politiek omdat we vrouwen buiten sluiten.

Willen we dat echt?

Vrouwen geven het stokje aan elkaar over

Wat een bijzonder gezicht, gisteren. Femke Halsema die aftreedt als partijleider, en haar opvolgster aan Nederland presenteert. De ene vrouw die het stokje overgeeft aan de andere vrouw. Het is een zeldzaamheid in de door blanke mannen gedomineerde politiek.

Jolande Sap, het nieuwe gezicht van GroenLinks.

Niet alleen hebben we een regering die voornamelijk uit die monocultuur put, maar ook binnen politieke partijen draait het vaak om de mannen. De Volkskrant wees er in een artikel van 18 oktober op: ook als je als vrouw zeer hoog op de kieslijst staat, wil dat nog niet zeggen dat je binnen je partij door kunt groeien naar invloedrijke posities. De titel van het stuk zei eigenlijk alles al: de vrouw op nummer twee is er voor de sier en de stemmen. Waarna  er allemaal voorbeelden volgden van vrouwen die door hun partij op nummer twee waren gezet, en vervolgens vrolijk gepasseerd werden door mannen op lagere plaatsen in de kieslijst zodra het ging om het verdelen van baantjes als fractievoorzitter of minister.

Niet bij GroenLinks. Daar stonden op de kieslijst in de top tien zes vrouwen. Daar hebben mensen oog voor talent en leiderschap, en kreeg Jolande Sap de kans door te groeien. Dankzij haar komst als nieuwe leider van GroenLinks blijft het aantal vrouwelijke partijleiders in de tweede kamer op twee staan. Dat is misschien wel een opluchting voor Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren, die anders in haar uppie de helft van de bevolking had moeten vertegenwoordigen.

Sap heeft goede kaarten: van huis uit econome, gekozen tot politiek talent van het jaar, en ze weet hoe het er in het leven aan toe kan gaan, getuige een lang interview met haar van De Volkskrant. Zie ook een veel recenter portret van haar in dagblad Trouw. De Zesde Clan wenst haar veel succes.