Tag Archives: mansplaining

Nederland maakt kennis met de uitvinder van ‘mansplaining’

Magazine The New Yorker raakte een gevoelige snaar met deze cartoon:

Mijn vrije vertaling: ”Ik zei: ‘ik vraag me af wat het betekent’, niet ‘vertel jij me wat het betekent’.”

BAM! Mansplaining in een notendop. De ervaring van veel vrouwen dat mannen hen iets uitleggen, ongeacht wat het is en ongeacht de kennis, mening en/of ervaring die vrouwen zelf hebben over het onderwerp. Denk aan de arts die van een mannelijk familielid een verhandeling krijgt over een aandoening waar ze nota bene in specialiseerde.

Het fenomeen is tenenkrommend irritant en getuigt van een enorme blinde vlek bij mannen, maar lange tijd beschikten vrouwen niet over de taal of de machtspositie om zich teweer te stellen tegen deze culturele vorm van dominant territorium afbakenen. Zolang je sociaal en economisch afhankelijk bent van een man laat je het wel uit je hoofd om kritiek op hem te uiten. En als dat niet meer zo is, moet je nog steeds een woord vinden om uit te drukken wat het probleem is.

Cue Rebecca Solnit. In 2008 schreef ze het essay ‘mannen leggen dingen aan mij uit‘. De term Mansplaining stond daar nog niet letterlijk in, maar vrouwen herkenden zich in de situatie die ze in het essay besprak en kwamen met dat woord op de proppen. Men explain werd mansplain. Nu, bijna tien jaar later, kunnen Nederlanders dit baanbrekende essay eindelijk in hun eigen taal lezen. Vrij Nederland publiceerde de vertaling, bij wijze van voorpublicatie van een nieuw in Nederland verschenen bundel artikelen van Solnit.

Mansplaining staat inmiddels in het online woordenboek van Oxford. In interviews vertelt Solnit dat ze het erg prettig vindt dat vrouwen nu beschikken over de woorden om duidelijk te maken op welke manieren ze monddood worden gemaakt:

I used to focus on its negatives: It does get used too broadly at times, and it can imply that anything men hold forth on is mansplaining. But years ago, a woman pointed out to me that the word has been incredibly valuable in describing an experience most women have but didn’t have terminology for, beyond generics like patronizing, presumptuous and so forth. I often talk about the importance of calling things by their true name, of the value of precise description, so I’m pleased to have inspired a word that is now in many languages, including, recently, Icelandic.

Hoog tijd dat Nederland nader kennis maakt met het essay van Solnit en het gebruiksgemak van het woord mansplaining. Want in ons land komt dat ook vaak zat voor. Dus hulde aan uitgeverij Podium die de bundel van Solnit uitbracht onder de titel ‘Mannen leggen me altijd alles uit‘. En hulde aan Vrij Nederland voor de voorpublicatie van het essentiële mansplain-essay die de bundel haar naam geeft.

Leesvoer: essays van Rebecca Solnit

Ik zal Rebecca Solnit eeuwig dankbaar zijn voor het essay dat leidde tot het woord ‘mansplaining‘. Dankzij die term beschikten ik opeens over een instrument om te verwoorden wat zo vaak gebeurde, maar waar ik geen taal voor had: de onaangename situatie waarbij een man dingen uit gaat leggen die je allang weet, of zelfs beter weet dan hij, maar waar hij over praat omdat hij vindt dat hij het beter weet. Gewoon omdat hij de man is, en jij ‘slechts’ een vrouw.

Solnit schrijft met veel humor over allerlei onderwerpen. Gender en situaties die maken dat je als vrouw in de marge verdwijnt, maken deel uit van een grotere productie over onderwerpen als milieuvervuiling, politiek gekonkel, de situatie van links in de V.S. De Zesde Clan stelt echter vrouwen centraal, dus ik concentreer me op de essays die de situatie van en rondom vrouwen behandelen.

Steeds opnieuw keert Solnit terug naar taal, naar de manier waarop woorden een beeld van de werkelijkheid scheppen, en hoe je vanuit die basis de wereld opnieuw kunt bekijken. Zoals het essay over mannen die dingen aan haar uitleggen. Dit essay maakte veel los bij lezeressen. Net als ik leerden ze het woord ‘mansplaining‘ en konden ze beter omgaan met een tenenkrommende situatie, omdat ze nu over de taal beschikten om het fenomeen aan de kaak te stellen:

I finished this book and immediately wanted to buy all the author’s other works. In future, I would like Rebecca Solnit to Explain Things to Me.

Solnit ageert ook tegen de manier waarop anderen vrouwen insluiten in hun verhaal. Neem haar meest recente artikel, in Harper’s Magazine: The Mother of all Questions. Dit essay begint met een lezing over Virginia Woolf. Voordat Solnit ‘engel in het huis’ kan zeggen, begint de zaal vragen te stellen over de gezinssituatie van Woolf. Had ze kinderen? Waarom kreeg ze geen kinderen? Zou ze niet véél gelukkiger zijn geweest als ze kinderen had gekregen?

Solnit moest moeite doen om haar publiek uit die groef te krijgen. Het leidt tot een mooi verhaal over de stortvloed aan vaak vermanende verhalen die vrouwen over zich heen krijgen, om hen te vertellen hoe ze het beste hun leven moeten leiden. Waarbij vrouwen opvallend vaak een en hetzelfde recept krijgen voorgeschreven:

Happiness is understood to be a matter of having a great many ducks lined up in a row — spouse, offspring, private property, erotic experiences — even though a millisecond of reflection will bring to mind countless people who have all those things and are still miserable. We are constantly given one-size-fits-all recipes, but those recipes fail, often and hard. Nevertheless, we are given them again. And again and again.

Net als de revolutionaire term mansplaining biedt dit essay inzichten die lezeressen koesteren. Bijvoorbeeld omdat Solnit de ondermijnende aard van een bepaald soort vragen herkent, erkent en in detail beschrijft. Zodat het je opeens opvalt als iemand niet aan mannen, maar wél aan vrouwen vraagt of ze wel gelukkig zijn en hoezo heb je geen kinderen (of wel kinderen, en zorg je dan wel goed genoeg voor ze.) En andere keuzes kunt maken. Zoals de keuze om een tegenvraag te stellen, of te beseffen dat er niet één script is waarmee je het als vrouw gaat redden in deze samenleving.

Met andere woorden, Solnit’s zorgvuldig beargumenteerde essays veranderen wereldbeelden, zoals de schrijfster zelf ook veelvuldig hoort van lezers. Haar stukken zetten je aan het denken, helpen je om je eigen koers te bepalen en onderweg de taal te hebben om obstakels aan de kant te zetten. Ga weg, mansplainer. Nee, vrouwenglossy, vrouw zijn staat niet gelijk aan moeder en als mijn gezin maar gelukkig is. We zijn hier om de boeken van schrijfster X te bespreken, niet haar relaties of baby’s. Enzovoorts.

Hulde dus voor Rebecca Solnit. Meer lezen?

Maar Solnit zwijgt niet. Gelukkig!

Taal maakt gedrag mannen steeds vaker zichtbaar

Feministe Mary Daly kon in de jaren zeventig nog schrijven dat vrouwen beroofd waren van hun vermogen om de wereld te benoemen. Inmiddels zijn we veertig jaar verder. Vrouwen lanceren steeds vaker termen om duidelijk te maken hoe zij de wereld ervaren. Een aantal nieuwe termen richt zich daarbij specifiek op het (bekritiseren van) gedrag van mannen. Mansplaining kende je waarschijnlijk al. Maar manslamming? Of manspreading? En wat doet Nederland met taalgebruik om duidelijk te maken wat mannen doen?

Tot een jaar of vijftig geleden beschikten vrouwen over weinig mogelijkheden om openlijk kritiek te uiten op het gedrag van mannen. Alleen al financieel en juridisch waren vrouwen te afhankelijk om een kritische houding aan te nemen. In Nederland trouwden de meeste vrouwen, en die waren tot 1956 handelingsonbekwaam. Hun man moest akkoord gaan met vakanties, grotere aankopen, verhuizingen enzovoorts.

Tegenwoordig beschikken vrouwen echter meestal over de juridische status van zelfstandig mens. Ze hebben vaker een eigen inkomen, en gebruiken computers en de sociale media. Dat hebben mannen geweten. Vrouwen beginnen mannen aan te spreken op hun gedrag. En verzinnen de woorden die ze nodig hebben om duidelijk te maken wat er aan de hand is.

Die trend heeft sterk te maken met de opkomst van het feminisme. Onder andere wetenschapster Maaike Meijer maakte duidelijk dat feminisme ook te maken heeft met taalgebruik. Waarom domineert bijvoorbeeld overal ‘hij’ in onze taal? Waarom is zij standaard ‘zijn’ XYZ? Nog steeds een actuele kwestie:

Mannen worden in kranten, talkshows en voxpops bijna standaard met hun achternaam genoemd. Vrouwen heten bij hun voornaam, zijn bovendien ‘vrouw van’. En als een wetenschapper/ filosoof/schrijver een vrouw is, dient dat apart te worden vermeld. Zonder die kwalificatie gaat men blind uit van een man. […] Sinds 1949 zijn we wat dit betreft geen bal opgeschoten, want ook in onze tijd is het masculiene in de taal nog altijd de norm.

Als het gaat om losse woorden zie ik vooral als trend dat we eufemismen afschaffen. Dankzij de ijver van een groep academici en journalisten is het woord ‘straatintimidatie’ bijvoorbeeld in zwang gekomen, als korte, duidelijke term voor gedrag van mannen, waar eerst vooral omschrijvingen voor gebruikt werden (‘vrouwen naroepen op straat’ en varianten daarvan).

Hetzelfde gebeurde met het woord ‘loverboy’. De aanduiding staat voor jongemannen die kwetsbare meisjes inpalmen en daarna de prostitutie indrijven. Loverboy klinkt veel te vriendelijk. Alsof liefde een rol speelt in het geheel. Mensen gaan er steeds vaker toe over om in plaats daarvan te spreken van ‘pooierboys’. Dan weet iedereen meteen dat het hier gaat om een vorm van criminaliteit en uitbuiting.

Ook Engelstalige feministen zijn zeer actief op taalgebied. Vaak zetten ze ‘man’ voor een werkwoord, om er zo een kritische lading aan te geven. Zo kennen vrouwen de lange geschiedenis van mannelijke ‘experts’ die hen wel eens even zullen uitleggen hoe de wereld in elkaar zit. Tot de uitvinding, in 2008, van de term mansplaining. Geen enkele man kan nu nog neerbuigend zeggen ‘ik weet beter dan jij hoe het zit’. Dan kunnen vrouwen onmiddellijk terugslaan met ‘mansplainer!’. In Nederland gebruiken mensen dit woord inmiddels ook gretig.

Mannen kunnen ook niet langer wijdbeens in het openbaar vervoer zitten terwijl de rest zwijgt en tandenknarst. Behalve dat het onbeleefd is om dit te doen, zien vrouwen haarscherp in dat het om meer gaat dan ‘alleen maar’ teveel ruimte innemen:

Maar de waarden die aan onze lichaamstaal kleven staan wel degelijk ongezien geschreven: ruimte innemen, laten zien dat je er bent, dat vinden we sterk en machtig. Wie haar benen moet sluiten en plaatsmaakt voor haar onverschrokken medepassagier, wordt ook geestelijk bescheiden.

Dankzij Amerikaanse feministen hebben we nu een woord om dit probleem te benoemen en bespreekbaar te maken: ‘manspreading’. De eerste vervoersmaatschappij heeft ‘te breed zitten door mannen’ al opgenomen in de huisregels – man, doe dit aub niet.

En nu is daar manslamming. De observatie dat mannen op straat gewoon doorlopen, in de automatische veronderstelling dat anderen wel voor ze opzij gaan. Vrouwen begonnen te experimenteren met manieren om dit patroon te doorbreken. Bijvoorbeeld door het mannengedrag te kopiëren en op hun beurt ook door te lopen.  Vele, vele botsingen volgden. Want mannen maken in de regel geen ruimte voor anderen. Zij doen aan manslamming.

Dit soort woorden zijn niet alleen nuttig om ervaringen van vrouwen te omschrijven. Ze definiëren en problematiseren situaties die te lang onzichtbaar en daardoor vanzelfsprekend waren. Vrouwen kunnen taal vervolgens gebruiken om verandering te eisen:

change begins by pointing out what needs changing. All of these stories happened because women started speaking up about these things, started saying, you need to make room for us here. Whether we’re talking about the subway or the sidewalk or sex, guys, you need to not have selfishness as the default. And the easy cure for manspreading is simple manners.

Vooruitgang!

Zeven studies bewijzen het bestaan van mansplaining

Vrouwen die iets willen zeggen over hun eigen ervaringen, krijgen regelmatig vanalles naar hun hoofd geslingerd. Je bent overgevoelig, beeld je maar wat in, overdrijft, zeurt, het is niet waar, bewijs het. Waarna je het bewijst, en te horen krijgt: ‘we geloven er niks van, bewijs het nog maar een keer’. Frustrerend, maar zonder bewijs sta je nog zwakker. Daarom grijpt dit weblog regelmatig terug naar onderzoek. En schrijven we erover. Omdat dan bijvoorbeeld blijkt dat mansplaining echt bestaat. Maar liefst zeven studies bewijzen het, schrijft Bitch magazine.

Mansplaining? Jawel. De term slaat op situaties waarin een man op een neerbuigende manier iets aan een vrouw uitlegt. Iets wat zij allang weet, of zelfs beter weet dan hij, maar hij is de man, dus…. Het gaat hier niet om gewone betweterigheid, maar om een variant waarbij rolpatronen, stereotiepe verwachtingen en machtsverschillen tussen de seksen een belangrijke rol spelen. De kern van de zaak is dat een man verbaal over een vrouw heen walst, meestal zonder dat hij zelf door heeft hoe lullig hij zich gedraagt. Hij is de man! Haar mening telt niet.

Niet verrassend was het een vrouw, Rebecca Solnit, die dit specifieke sociale communicatiepatroon een naam gaf in het beroemde essay ‘mannen leggen dingen aan mij uit’. Waarna natuurlijk de mansplainers aan kwamen zetten met het commentaar dat zij niet aan mansplaining deden:

it struck a chord.  It still seems to get reposted more than just about anything I’ve written at TomDispatch.com, and prompted some very funny letters to this site. None was more astonishing than the one from the Indianapolis man who wrote in to tell me that he had “never personally or professionally shortchanged a woman” and went on to berate me for not hanging out with “more regular guys or at least do a little homework first,” gave me some advice about how to run my life, and then commented on my “feelings of inferiority.” He thought that being patronized was an experience a woman chooses to, or could choose not to have — and so the fault was all mine. Life is short; I didn’t write back.

Mansplaining ontstaat niet in een vacuüm. Het komt voort uit een lange geschiedenis van mannen die uitleggen wat vrouwen vinden, willen of kunnen. En het past bij ingesleten communicatiepatronen. Die goed onderzocht zijn. Bitch magazine zette zeven taalstudies op een rijtje. Uit verschillende tijdvakken, in verschillende situaties en met verschillende groepen uitgevoerd, blijkt steeds opnieuw hetzelfde:

  • Vrouwen worden vaker in de rede gevallen dan mannen
  • Mannen interrumperen vrouwen vaak om het gesprek over te nemen
  • Mannen domineren in gesprekken op de werkvloer
  • Mannen en jongens domineren de communicatie in schoollokalen
  • Patienten vallen vrouwelijke artsen vaker in de rede dan mannelijke artsen
  • Mannen krijgen meer ruimte dan vrouwen in de media
  • Mannen krijgen meer ruimte dan vrouwen op twitter. Hun berichten worden bijvoorbeeld veel vaker geretweet dan berichten van vrouwen

Dit alles wijst op dominantie en vrouwen verbaal terzijde schuiven. Waarbij macht een rol speelt. Een meta analyse van 43 verschillende studies wees uit:

men were more likely to interrupt women with the intent to assert dominance in the conversation, meaning men were interrupting to take over the conversation floor. In mixed groups rather than a one-on-one conversation, men interrupted even more frequently.

Sociale veranderingen gaan langzaam. Maar er gloort hoop. Want niet alleen tonen onderzoeken haarfijn aan wat vrouwen uit ervaring al weten, maar vrouwen hebben nu ook de zelfstandige positie en de terminologie om té dominante mannen weerwerk te geven. Te beginnen met een woord als mansplaining, om je bewust te worden van dit mechanisme en het probleem aan te kaarten. Als mannen leren luisteren, en vrouwen eindelijk ook wat gespreksruimte gunnen, zullen taalstudies over twintig jaar een heel ander beeld laten zien.

 

Eindelijk, een woord voor neerbuigende mannen

Stel je voor. Jij, vrouw, zit in de auto achter het stuur met naast je een man. Je rijdt over de A2 en alles gaat prima. Toch gaat de man naast je uitgebreid uitleggen hoe je moet autorijden, waar je op moet letten, en wat je allemaal fout doet met autorijden. Terwijl hij doorbabbelt voel je dat je steeds pissiger wordt, en een beetje onzeker, en als je niet uitkijkt ga je van ergernis nog fouten maken ook. En dat zou koren op de molen zijn van de prater naast je. Aargh!! Wat is dit?

Welnu, dit is nou een man die aan mansplaining doet. De Zesde Clan kwam dit woord tegen en was er meteen helemaal weg van. Mansplaining is de mannelijke kunst van het op een neerbuigende manier dingen uitleggen aan een vrouw, of haar duidelijk maken dat ze iets helemaal verkeerd ziet, er daarbij vanuit gaande dat hij als man natuurlijk het gelijk aan zijn kant heeft. Zijn versie van de realiteit staat boven haar versie van de realiteit.  

Maar, is het dan niet gewoon een betweter? Betweters roepen ook genoeg ergernis op, en dat kunnen ook vr0uwen zijn. Dat vreselijke mens op het schoolplein die jou even gaat vertellen hoe je een luier verwisselt, bijvoorbeeld. Nee. Bij de mansplainer spelen verschillen in status tussen mannen en vrouwen een cruciale rol. Zuska legt dit geweldig uit in haar weblog:

Think about the men you know. Do any of them display that delightful mixture of privilege and ignorance that leads to condescending, inaccurate explanations, delivered with the rock-solid conviction of rightness and that slimy certainty that of course he is right, because he is the man in this conversation?That dude is a mansplainer.

Haar uitleg leverde een stortvloed aan commentaren op. Waarbij vrouwen met talloze voorbeelden van mansplainende mannen kwamen, en met name de mannen gingen mansplainen waarom de vrouwen dat toch echt verkeerd zagen. Hilariteit alom. De Zesde Clan is in ieder geval blij dat er nu een woord bestaat om dit arrogante, minachtende gedrag een naam te geven en voor het voetlicht te brengen. Leve internet.