Tag Archives: mannelijk geweld

Gezinsdrama’s zijn meestal mannendrama’s

Ook als de Nederlandse media eufemismen zoals ‘gezinsdrama‘ of ‘familiedrama‘ weten te vermijden, als er ergens in Nederland doden vallen in de huiselijke sfeer, hebben ze moeite met het benoemen van degene die handelt en schade aanricht. Neem deze recente kop op NOS.nl: ‘man en baby dood na sprong uit raam’. Wat een rare zinsconstructie. Hoe kwam die sprong tot stand? Zou een baby zelfstandig besluiten uit een raam te springen?

Foto: de Gelderlander

Nee. Het is de man die volgens getuigen met de baby op de arm uit het raam sprong, waarna niet alleen hij, maar ook dit kleine kindje stierf. De NOS meldt verderop in het artikel dat de man voor zijn sprong zijn ex-vrouw bedreigde met een handgranaat. En dat de politie later het lichaam van de moeder van de man in de woning aantrof. Waarna dit volgt:

De doodsoorzaak van de vrouw, de oma van het kind, is nog niet bekend. De politie gaat ervan uit dat ze door een misdrijf om het leven is gekomen.

Waarschijnlijk brachten aliens haar om het leven. Of nee, wacht, vleesetende planten. Of nee, wacht, zou het dan toch die man geweest zijn, die eerder zijn ex bedreigde en later uit het raam sprong met de baby? Hmmmm… moeilijk, moeilijk….. wat zou het zijn… wie zou hier gehandeld hebben…..

Soms lijkt er zelfs enige sympathie door te schemeren in krantenkoppen. Neem deze: man doodt ex-vrouw, maar spaart kinderen. Iemand sparen, afzien van doden, daar hangt historisch gezien een zweem van genade omheen. De machthebber kan beschikken over leven of dood, maar vol van genade spaart hij iemands leven. Respect man! Lees je echter verder, dan blijkt de patriarch van dienst de 47-jarige Willem L. te zijn. Hij bedreigde en mishandelde zijn partner, voordat hij haar uiteindelijk vermoordde. Misschien was hij toch niet zo genadig als de krantenkop de lezer deed vermoeden.

Zo gaat het steeds. Als lezer zie je koppen met termen als gezinsdrama, familiedrama, koppen die in het midden laten wie handelde en wie meegezogen werd in het geweld. Lees je echter wat de nieuwsartikelen echt melden, dan blijkt al snel dat er iets anders aan de hand is. Mannen vallen exen aan, vermoorden vrouwen en kinderen en soms een andere man, meestal de nieuwe vriend van de ex. Het woord ‘gezinsdrama’ is bijzonder misleidend. Het gaat om mannen die moorden, en de rest van het gezin eindigt dood of verminkt. Vaak plegen de mannen na hun ultieme wandaad zelfmoord.

Waarom is het belangrijk man en paard te noemen? Omdat het niet-benoemen van daders en hun gender rare situaties oplevert. Alsof baby’s zelf uit ramen springen, alsof vrouwen ”opeens” dood zijn, alsof dit type intiem geweld gelijk staat aan een natuurfenomeen. Maar het is geen onzichtbare hand die slaat, of een natuurkracht die negatieve effecten heeft op de omgeving. Het gaat om mensenwerk. Vaak mannenwerk. Zij besluiten emoties in daden om te zetten, met fatale gevolgen.

Als je dat niet expliciet maakt, blijft onduidelijk wie de misdaden pleegt en weet je ook niet waar je moet beginnen om dit soort geweld terug te dringen. Pas als je erkent dat mannen veelal de daders zijn, kun je helder nadenken en kritische vragen stellen. Wat bezielt deze mannen? Hadden de mannen zichzelf eerder kunnen voorzien van goede hulp, psychologisch of anderszins? Waren er signalen die anderen hadden kunnen oppikken? Is preventie mogelijk? Hoe kunnen we vrouwen adequater helpen, als mannen het op hen gemunt hebben en de vrouwen daardoor zelfs in acuut levensgevaar verkeren?

In tegenstelling tot landen als Spanje, Engeland en Australië kent Nederland geen sites waar mensen bijhouden hoeveel mannen hun partner of ex-partner bedreigen, mishandelen en vermoorden, al dan niet met medeneming van kinderen. Ikzelf heb vorig jaar de cijfers op een rij proberen te zetten. Maar die ene losse poging is niet hetzelfde als structureel de feiten verzamelen, met een expliciete focus op gender, machtsverhoudingen en geweldspatronen.

Zoiets zou er wel moeten komen. In plaats van hier een incident, daar een drama, maken dat soort sites patronen inzichtelijk en geven ze inzicht in de omvang van het probleem. Misschien dat zo’n overzicht eindelijk een gevoel van urgentie kan oproepen. Dat mannengeweld indammen of zelfs voorkomen is in de huidige situatie van eufemismen en gebrek aan context ontzettend lastig. Laten we als eerste stap tenminste beginnen met het duidelijk benoemen van de feiten, in plaats van steeds om de hete brij heen te draaien.

‘Blanke man’ steeds vaker herkent als problematische groep

Eén van de weinige constructieve effecten van de racistische moordpartij in de Amerikaanse stad Charleston is, dat mensen eindelijk beginnen te spreken over blanke mannen als groep. Normaal gesproken negeren mensen die dimensie. Gaan blanke mannen in de V.S. moorden, dan wijten anderen zo’n misdaad aan psychologische ziekten, daarbij het woord ‘terrorisme’ zorgvuldig vermijdend. Terwijl er wel degelijk voldoende aanwijzingen zijn om te spreken van een probleem met deze specifieke groep.

Onder andere dagblad Trouw bespreekt de vreemde blindheid die het debat kenmerkt, zodra het gaat om een blanke man die iets ergs doet. De krant haalt hoogleraar Anthea Bulter aan, die het volgende signaleert:

Moslims en Afrikanen worden volgens Butler veel sneller voor terrorist uitgemaakt dan blanke mensen. Hun acties worden sneller systhematisch of symbolisch genoemd. Hun daden vragen volgens de media vaak om tegenreactie en refereren aan religie of ras.  Terwijl blanke mensen slechts in ‘verwarde staat’ een ‘eenmansacties’ uitvoeren. Een staaltje bedekt racisme, noemt Butler dit soort framing.

Behalve van bedekt racisme komt ook seksisme om de hoek kijken. Zelfs als daders expliciet aangeven dat ze het bij hun moordpartij op vrouwen hadden voorzien, negeren media dat en grijpen opnieuw naar termen in de categorie ‘eenmansactie van een verwarde psychoot’. Er zijn feministes zoals Jessica Valenti voor nodig om expliciet aan te geven dat vrouwenhaat, seksisme en mannelijk privilege de voedingsbodem vormen voor bijvoorbeeld de slachting in Isla Vista en andere schietpartijen.

Dit alles vloeit voort uit een cultureel model waarbij wij als samenleving de blanke man niet als groep problematiseren, zoals hoogleraar Butler aangaf. Anderen hebben iets uit te leggen, maar de blanke man niet. Die vertegenwoordigt op een vanzelfsprekende manier de norm en wordt geassocieerd met alles wat status en kwaliteit heeft. Dat er ook een link bestaat tussen blank, man en agressie blijft zo prachtig buiten beeld.

Als een vertegenwoordiger van die groep ‘blanke man’ wel degelijk blijk geeft van ongelofelijk fout gedrag, past dat niet in het ideaalplaatje. Da’s naar! We willen onszelf niet naar voelen! Dus zoeken mensen naar geruststellende verhalen waardoor de mythe van de onproblematische groep intact kan blijven. Je kunt nog zo duidelijk aantonen dat ‘de’ Amerikaanse massamoordenaar bijna altijd een blanke man is, maakt niet uit.

Hoe gevoelig die kritische blik is, blijkt wel uit de volautomatische defensieve reactie zodra een blanke man kritiek krijgt op zijn gedrag of uitlatingen. Je moet meteen aangeven dat je blanke mannen niet wil demoniseren, dat je echt wel weet dat de meeste mannen ok zijn, enzovoorts enzovoorts. Kritiek op seksistisch/racistisch gedrag, of feiten benoemen, is echter niet hetzelfde als alle mannen demoniseren. Het is een terechte poging om de balans te herstellen en een factor te benoemen die tot nu toe te vaak en onterecht buiten beschouwing bleef.

Wat de blanke mannelijke dader van de moordpartij in Charleston deed, valt onder de geaccepteerde term van (binnenlands) terrorisme en vloeide duidelijk voort uit racisme. Zulke factoren kun je maar beter niet negeren. Alleen als je het volledige plaatje hebt, kun je nadenken over oplossingen.