Tag Archives: literatuur

Kwart WW1 gedichten kwam van een vrouw

Engelstalige vrouwen schreven een kwart van de gedichten in en over de Eerste Wereldoorlog in Engeland. Wow, dat wist ik niet. Zoals zovelen dacht ik bij Engelse poëzie over die Grote Oorlog automatisch aan mannen zoals Wilfred Owen. Maar zoals de BBC benadrukt, vertegenwoordigden deze mannelijke militairen een minderheid. Ze kwamen niet verder dan 20% van de ‘productie’. Dat hun werk desondanks zo dominant is, komt door de manier waarop de canon tot stand kwam.

Dichteres Charlotte Mew

Canon-vorming komt tot stand op basis van status en macht. Zo ook hier. Militairen, zeker vanuit de hogere rangen zoals officier, stonden zeer hoog in aanzien in het Engeland van rond 1914. Zelfs als ze, zoals Owen, nauwelijks bekend waren als dichter in hun eigen tijd, kregen ze daarna alsnog een podium. De literaire elite hees de militaire mannen op een schild, onder andere door hun gedichten te bundelen en te publiceren. Vrouwen kregen geen plek in die prestigieuze overzichten.

Dus voilà, wie op school gedichten krijgt uit en over de Eerste Wereldoorlog, krijgt Wilfred Owen en collega’s voorgeschoteld. Engelse (maar ook Nederlandse) leerlingen horen of lezen niks van bijvoorbeeld Evelyn Underhill, die in haar gedicht ‘Non-combatants’ stelde: “Never of us be said/We had no war to wage.” Of Charlotte Mew, die net zo goed als Owen de vernietigende effecten van oorlog beschreef.

Langzamerhand beginnen mensen te morrelen aan dat beeld van ‘oorlogspoëzie = mannen zoals Owen’. Website Allpoetry zette een aantal dichteressen op een rijtje, met  links naar hun gedichten. De universiteit van Leicester publiceerde een speciale paper, om aandacht te vestigen op de stem van vrouwen. Volgens de universiteit

We are engaged in a process foreseen in 1918 by Eleanor Farjeon: ”Men will begin to judge the thing that’s past As men will judge it in a hundred years.” The quotation chosen to head this Bookmark may seem to be deliberately provocative, but even the most diligent reader of the poetry of the period would be hard-pressed to find any popular anthology that includes the work of a single female poet and might be tempted therefore to add to the quotation used, ‘or cared what they wrote’.

Tegenwoordig raken mensen zelfs een beetje los van het Westelijk front. De Eerste Wereldoorlog speelde zich op zeer veel fronten af, in allerlei andere landen dan België/Frankrijk/Duitsland. De gedichten die uit de koloniën en andere verder weggelegen fronten komen, beginnen ook aandacht te krijgen.

Het gaat niet snel, dat bijsturen en verbreden van de klassieke canon, maar het gebeurt. Vooruitgang!

Advertenties

Boeken! En nog meer boeken!

Lezen, heerlijk… In de zomervakantie heeft iedereen hopelijk wat meer tijd om in andere werelden te duiken. En het leukste is dat je daarna boekentips kunt delen met andere lezers. Hieronder de mijne…

Maria Dermoût

Nog Pas Gisteren, Maria Dermoût. Bij een afgeschreven-boeken-verkoop in de bibliotheek trof ik een bundel aan met haar verzamelde werk. Ik had nog nooit van deze Nederlands-Indische schrijfster gehoord. Dat zegt vooral iets over mijzelf en mijn ouwe docent Nederlands, die alleen de selecte club universelen interessant vond en verschrikt opkeek toen ik een boek van Helen Knopper op mijn leeslijst zette – hij had nog nooit van haar gehoord, terwijl ze ook destijds al verschillende werken had geschreven.

Ook Dermoût hoorde duidelijk niet bij het standaard curriculum, wat een gemis in mijn opvoeding was. Want ik heb nog een aantal verhalen en romans te gaan, maar de novelle Nog Pas Gisteren smaakte al zeker naar meer. In krap negentig pagina’s schetst Dermoût door de ogen van een jong meisje een beklemmende koloniale wereld, die op instorten staat. Dermoût maakt optimaal gebruik van het verschil in kennis, ervaring en inzicht tussen het jonge meisje en jij, de volwassen lezer.

Het meisje gist naar het waarom van de houding van familieleden ten opzichte van elkaar. Als lezer moet je ook een beetje gissen, maar kun je een heel eind komen – verboden relaties, overspel, huwelijken die net als de bredere situatie op instorten staan. De hoofdpersoon snapt niet precies waarom vertrouwde inheemse mensen opeens kil doen en vertrekken. Als lezer snap je het wel: de politieke situatie verandert en mensen zijn het zat om voor blanke plantagehouders te werken.

Bij Nog Pas Gisteren had ik dezelfde leeservaring als bij Een Dwaze Maagd van Ida Simons: het verhaal besluipt je van achteren. Het begint klein en onschuldig. Je denkt tralalala, valt wel mee. Om vervolgens in de laatste pagina’s WHAM een emotionele uppercut te krijgen van heb ik jou daar.

In Trainwreck analyseert feministe en journaliste Sady Doyle het fenomeen van de Gevallen Vrouwelijke Beroemdheid. Zij ziet in de tragedies rondom Marilyn Monroe, Britney Spears en Amy Winehouse de manier waarop de samenleving vrouwen afstraft als ze het wagen de openbaarheid op te zoeken. Magazine The Atlantic publiceerde een lovende bespreking van dit boek en put hoop uit het feit dat de gang van zaken rond huidige beroemdheden wijzen op een verandering ten goede:

the female celebrities who are ascendant today are dominant precisely because they have studiously avoided, for the most part, the Spearsian style of public downfall. Beyoncé, Taylor, Rihanna, Angelina, Shonda—these women are, for the most part, deeply in control of their own stories and images. […] …they serve less as icons of fallen femininity than of what may well be the new regime: one in which women set their own agendas.

Ingetogen en mooi: The sister : a novel based on the life of Alice James van Lynne Alexander. Kun je een mooi boek schrijven over een 19e-eeuwse vrouw die, vanwege pijnlijke zware menstruaties en andere aandoeningen het grootste deel van de tijd op bed ligt? Ja, bewijst Alexander. Ze kruipt helemaal in de fictieve denkwereld van de echt bestaande Alice en geeft zo een inkijkje in het bestaan van iemand die niet bekend werd, zoals haar schrijvende broers, maar die een zeer rijk innerlijk leven leidde en zich staande hield, ondanks al dat op bed moeten liggen. Lastig te beschrijven boek, lees het 😉

De Ancillary trilogie, van Ann Leckie… Mooie, spannende boeken, waar ik eerder al aandacht aan besteedde. Tijdschrift Vileine noemt ze een instant classic en gelijk hebben ze.

En de winnaars van het beste Groninger boek 2018 zijn… twee winnaressen, te weten Nhung Dam en Karin Sitalsing! Dam is theatermaakster en deed onlangs nog met een productie mee aan Oerol. In Duizend Vaders, haar literaire debuut, schrijft ze hoe een 11-jarig vluchtelingenkind zich probeert te handhaven in een nieuw land, Groningen. Sitalsing ging in haar non-fictieboek Boeroes op zoek naar de levens van de ‘gewone’ blanke Surinamers. Geen rijke plantagehouders, maar arme sappelaars die in de negentiende eeuw naar Suriname reisden in de hoop op een beter leven – en dat meestal niet vonden.

Tot slot een inspirerend idee. Anne stond voor haar boekenkast en telde, onder andere geïnspireerd door de Lezeres des Vaderlands, het aantal vrouwen, mannen en nationaliteiten dat op de planken stond. Dat bleek bedroevend weinig. Haar collectie was 78% man en 95% blank. Dus besloot ze op wereldreis te gaan:

Ik zal dwars door Afrika trekken, kriskras door Azië en eilandhoppend door Oceanië. Niets bijzonders, zou je denken, behalve dan dat mijn vervoermiddel geen vliegtuig maar papier zal zijn en mijn gids geen Lonely Planet maar een schrijver uit elk land ter wereld. Ik ga op reis door de wereldliteratuur.

Per land zoekt ze mooie romans uit – zie hier de lijst tot nu toe. Daarbij werd al snel duidelijk dat een Nederlandse lezer die meer wil dan standaard, er soms bekaaid vanaf komt. Zo verscheen haar keuze voor het Afrikaanse land Gabon, een roman geschreven door Angèle Rawiri, alleen in het Frans en in een Engelse vertaling. Fijn dus dat ze een weblog bijhoudt over haar literaire avontuur, dan weten we in ieder geval van het bestaan van een titel en kun je daarna makkelijker zelf iets zoeken en vinden.

Klassieker Joanna Russ krijgt nieuwe uitgave

Leve de universiteit van Texas! Die verzorgde een gedegen nieuwe uitgave van de klassieker ‘How to Suppress Women’s Writing” van Joanna Russ, met een voorwoord van Jessa Crispin. (In Nederland verscheen haar boek onder de veel mildere titel Andere Levens, Andere Letteren). Dit is geweldig nieuws, want wat Russ schreef over uitsluitingsmechanismen bij schrijfsters geldt net zo goed voor de situatie rond kunstenaressen, onderneemsters, wetenschapsters, opiniemaaksters enzovoorts. En is nog steeds akelig actueel.

Bron: Financieel Dagblad

Russ wijst er in haar boek op dat culturen echt wel veranderen en beschaafder kunnen worden. Zo hebben we sinds een paar decennia nauwelijks wetgeving die vrouwen expliciet en gericht uitsluit van bepaalde beroepen of bezigheden. Vrouwen blijven sinds de jaren vijftig handelingsbekwaam na hun huwelijk. Bijna niemand doet in het openbaar nog botte uitspraken dat vrouwen iets niet zouden kunnen, niet zouden mogen of niks voorstellen. Doet iemand dat wel, dan volgt (terecht) felle kritiek.

Je zou oppervlakkig gezien kunnen denken dat alles ok is. In de praktijk, stelt Russ, wéten we als samenleving echter heel goed wie iets mag zijn of doen, en wie niet. Zo zijn historici witte mannen, onderzocht Suze Zijlstra. Serieuze auteurs vinden we witte mannen, onderzocht Corina Koolen. Ondernemers vinden we witte mannen, analyseerde het Financieel Dagblad.

Vanuit dat wereldbeeld zijn vrouwen vreemde eenden in de bijt. Ze horen er niet bij. Duiken ze toch op, dan ontstaat er een probleem waar je zo snel mogelijk vanaf wilt. Russ zette voor de literaire wereld op een rijtje wat de acties zijn om het Serieuze Schrijverschap te behouden voor leden uit de correcte groep, namelijk witte mannen. Heel in het kort: ontkennen, belachelijk maken of afbreken, bijvoorbeeld door te zeggen dat ze inferieur werk aflevert, dat ze een waardeloos onderwerp uitkoos, dat ze slechts een eenzame uitzondering is, zich op de verkeerde genres richt, enzovoorts.

Lukt het om vrouwen af te schrikken of, als ze toch schrijven, in het hokje broddelaarsters te houden, dan heb je meteen een extra stok om vrouwen mee weg te slaan. Kijk, vrouwen mogen en kunnen alles maar doen het niet. Of ze doen het wel maar komen niet verder dan truttige romannetjes. Ze kunnen het blijkbaar niet. Ze spannen zich niet genoeg in. Zie je wel, mánnen zijn de serieuze auteurs.

Die manier van kijken en denken heeft voor vrouwen verstrekkende negatieve gevolgen. Anno 2018 ontdekte Corina Koolen dat lezers, recensenten en uitgevers nog steeds niet goed kunnen kijken naar het werk van schrijfsters. Mensen plakken allerlei seksistische etiketten op romans van schrijfsters en weigeren hun werk te erkennen als literatuur. Wat Russ kwalitatief analyseerde, trof Koolen even genadeloos hard aan in haar kwantitatieve onderzoek.

Wat schrijfsters overkomt, overkomt ook andere vrouwen die opduiken op plaatsen waar ze niet horen. Zo vinden we het in Nederland volstrekt normaal als er alleen blanke mannen aan tafel zitten bij talkshows op de televisie. Als er plotseling louter vrouwen aan tafel dreigen te komen, in het programma Buitenhof in dit geval, worden mensen zenuwachtig. Dus zegt de redactie één van de vrouwen af en laat voor haar in de plaats een man komen. Zo ver gaat onze cultuur om het plaatje weer een beetje te laten kloppen.

Vrouwen lopen niet alleen tv optredens mis, ze lopen vanuit het “mannen behoren X te doen” wereldbeeld ook geld en middelen mis om hun ambities te verwezenlijken. Vervolgens kan iedereen hoofdschuddend zeggen “tsja, ze kunnen en willen niet, vrouwen blijven liever bij hun gezin”.

Het Financieel Dagblad schonk bijvoorbeeld onlangs aandacht aan een fascinerend onderzoek naar het taalgebruik van investeerders. Mannen en vrouwen met macht (en geld) spraken met jonge ondernemers die kapitaal wilden werven om hun onderneming te starten of verder uit te bouwen. Na de analyse van talloze gesprekken bleek dat de investeerders bij ‘ondernemer’ aan mannen denken. Vrouwen zijn de vreemde eend, het klopt niet dat zij daar zitten als ondernemer. Daarna hijsen ze mannen in het zadel en wijzen vrouwen af:

De capaciteiten van vrouwelijke ondernemers werden stelselmatig omlaag gepraat, die van mannen omhoog. Mannelijke eigenschappen werden geassocieerd met ondernemerschap, vrouwelijke juist niet. Zelfs als het over dezelfde eigenschappen ging. Alsof – zo schrijven de onderzoekers – het imago van de vrouw ‘strijdig is met de persoonlijkheid van de entrepreneur’. Bijvoorbeeld: ‘Zoals alle vrouwen is ze voorzichtig. Ze durft niet.’ Over een man daarentegen: ‘Hij is voorzichtig, en dat is goed. Hij neemt weloverwogen beslissingen.’ Leeftijd en ervaring werden ook verschillend uitgelegd. Bij een vrouw negatief: ‘Ze is jong en heeft waarschijnlijk geen ervaring in het leiden van een business.’ Bij een man is dat iets positiefs: ‘Hij is een jonge kerel en heeft nog een veelbelovende toekomst voor zich liggen.’

De omgeving moet wakker worden, vooroordelen bijsturen en vrouwen eerlijker beoordelen. Dan pas verandert er écht iets en maakt een vrouwelijke canon of traditie een kans. Joanna Russ constateerde dat in How to Suppress Women’s Writing, en in Nederland kun je haar gelijk dagelijks ervaren door het nieuws te volgen en bijvoorbeeld dat onderzoek van Koolen te lezen.

Daarom top dat haar boek opnieuw breed verkrijgbaar is. Lees haar analyse, ken de argumenten om vrouwen buitenspel te zetten, en wees er alert op als je die mechanismen vervolgens tegen komt op kantoor, aan de talkshow-tafel, op je literaire platform enzovoorts. Want vrouwen zetten door en er is hoop op verbetering:

For hundreds of years, despite those odds against them, the “wrong” writers still manage to write. Likely it won’t be remembered long enough or taken seriously enough, but to read this book is to admire this buried tradition, and realize how much there is to be discovered — and how there’s no time like the present to look at the marginalized writers you might be missing. “Only on the margins does growth occur,” Russ promises, like the guide in a story telling you how to defeat the dragon. Get angry; then get a reading list.

Mooie artikelen van Literary Hub

Als feministe en lezeres geniet ik iedere keer opnieuw van het aanbod van Literary Hub. Deze site publiceert recensies en artikelen over literatuur, het boekenvak, schrijven en verhalen vertellen in de breedste zin van het woord. Daarbij komen allerlei thema’s aan bod, maar wat ik zo fijn vind is dat de site regelmatig aandacht besteedt aan gender, feminisme en de situatie van vrouwen. Graag link ik volgers van dit weblog door naar deze site en naar een aantal artikelen die mijn aandacht trokken. Hopelijk lees jij ze ook met evenveel plezier!

  • Feministe en auteur Rebecca Solnit levert regelmatig een bijdrage aan Literary Hub. Zij benadrukt onder andere dat wiens verhalen we vertellen, wiens perspectief centraal staat, een intens politieke kwestie is. Het zegt iets over machtsverhoudingen, over wat we als cultuur belangrijk vinden, wiens land het is en wie te gast is en zich aan moet passen aan de dominante groep. Daarnaast schreef ze de afgelopen tijd een paar belangrijke analyses over geweld tegen vrouwen, de toegeeflijke houding ten opzichte van agressieve mannen en #metoo.
  • Literary Hub doet erg haar best om blank westerse bubbels te vermijden of, als je daar toch in belandt, er weer zo snel mogelijk uit te stappen. Het aanbod is breed: Pakistaanse vrouwen op de arbeidsmarkt, het haar en de kapsels van zwarte vrouwen, of de polemische sluier, en vooral de politieke en sociale betekenis van zulke haar- en kledingdrachten, Cleopatra en hedendaagse vrouwelijke leiders, het werk van Audre Lorde en Clara Hale, de positie van ”buitenlandse schrijfsters” op de engelstalige markt (hint: hun werk wordt veel minder vertaald in het Engels dan dat van hun mannelijke collega’s), enzovoorts. Lees ook dit stuk van Rumaan Alam over haar schrijverschap.
  • Fiona Alison Duncan publiceerde een mooi artikel over het werk van onze eigen Nederlandse Etty Hillesum. Haar dagboeken zijn vertaald in het Engels, maar in tegenstelling tot de dagboeken van Anne Frank is haar werk niet heel bekend buiten een selecte kring van deskundigen en studenten: ”“I am accomplished in bed,” she writes. This is why, it’s been suggested, Etty Hillesum’s diaries aren’t, like those of her younger neighbor, part of the Holocaust canon.”
  • Linnea Hartsuyker gaat in op de orale verhalen en klassieke literatuur van de Vikingen. En hoe die verhalen en sages doorwerken in het leven van de mensen van nu, afstammelinge van die cultuur. De erfenis bestaat onder andere uit conflicterende emoties en ideeën rond vrouwelijkheid.
  • Dankzij Literary Hub hoorde ik voor het eerst van Moderata Fonte, een vrouw uit Venetië die in 1592 een feministische klassieker publiceerde. In De verdiensten van de vrouw gebruikt ze de literaire vorm van de dialoog om de positie van vrouwen in haar maatschappij te behandelen. Daarbij lanceert ze het nog steeds revolutionaire idee dat mannen en vrouwen gelijkwaardig zijn, maar dat mannen zo opgaan in de overtuiging dat zij superieur aan vrouwen zijn, dat ze dit fundamentele beginsel vergeten en onrecht begaan. Fontana hoort thuis in het rijtje van mensen zoals Christine de Pizan (1405/1410) en Mary Wollstonecraft’s Vindication of the Rights of Women (1792).
  • Literary Hub linkt je ook graag door naar vijf andere schrijfsters die feministische heldinnen zouden moeten zijn. Of tien fantasievolle feministische romans die creatief verzet kunnen bevorderen. Of, als dat verzet mislukt, dertig dystopische romans, geschreven door vrouwen of met vrouwen in de hoofdrol (op één na).
  • Lucinda Rosenfeld schreef een mooie analyse van het genre Chicklit. Ze noemt het ‘het genre dat beter verdiende‘. En speculeert dat het genre doorontwikkelt in iets nieuws: ”Instead of women searching for sex and love with the opposite sex, perhaps the genre might revolve around women simply trying to survive the opposite sex. Settings in a dystopian near future would be optional.
  • Hoe is het om als vrouw Oud-Griekse klassiekers te lezen en te studeren? Madeleine Miller kwam erachter dat ze dat alleen kon doen door zichzelf heel bewust af te sluiten voor de talloze keren dat deze literatuur haar confronteert met vrouwenhaat en seksisme. In het bijzonder de behandeling van de tovenares Circe in de Odyssee trof haar onaangenaam. Ze is machtig en slim, maar Odysseus hoeft alleen maar een zwaard te trekken en ze knielt huilend voor hem neer? Het leidde ertoe dat ze zelf, in een roman, een alternatief biedt: ”It took me 25 years from that first frustration to work out a reply, which turned into my second novel, Circe. In it, I got to write my own version of that scene, from Circe’s perspective. She still yields to Odysseus’s trick, that is a piece of the plot. But she does not kneel.”
  • Daniel Pryce dacht dat hij een hele goede science fiction roman had geschreven, met veel aandacht voor de vrouwelijke personages. Veel lezers stuurden inderdaad positieve reacties. Maar een vocale minderheid wees hem op seksistische elementen, en uiteindelijk moest de schrijver toegeven dat hij een paar dingen over het hoofd had gezien: ”The mistakes I’d made weren’t huge, but they weren’t new either. Most female readers have already seen them a thousand times before in a thousand other books. And therein lies the anger.” Hij nam de kritiek serieus en werd er een betere schrijver door. Eind goed, al goed.

Uiteraard hebben we ook in het Nederlandstalige gebied goede literaire websites. Zoals Tzum, één van de weinige sites die probeert schrijfsters en vrouwelijke recensenten evenredig aan bod te laten komen. Neem ook eens een kijkje bij Hebban.nl en hun overzicht van beste boekenbloggers van 2017, of hun analyse van de net uitgekomen Vrij Nederland detective- en thrillergids. Veel leesplezier!

Ode aan Renate Dorrestein

Ai wat een triest nieuws bracht uitgeverij Podium vandaag: schrijfster Renate Dorrestein is overleden. In mijn hart nam en neemt ze een bijzondere plek in. Niet alleen schreef ze spannende romans en goed doordachte essays vol waardevolle inzichten, maar voor mij vormde ze ook één van de toegangspoorten tot het feministische gedachtengoed. Onder andere haar bundel Korte Metten leverde veel stof tot nadenken – en toonde aan dat feminisme en humor vanzelfsprekend prima samen gaan.

Foto: Dagblad van het Noorden

Ik kocht Korte Metten destijds in een kringloopwinkel en viel als een blok voor de lichtvoetige maar kritische manier waarop Dorrestein allerlei sociale fenomenen onder de loep nam. De ware aard van de Nederlandse man, de volkomen ware stelling dat menstruatie niet fijn is, de diepere betekenis van de damestas, haar ervaringen tijdens lezingen over het feminisme (altijd een wantrouwig kijkende man die cijfers eist). Maar ook de vele kleine, persoonlijke observaties die aantonen hoe diep vrouwen geïndoctrineerd zijn om tegen de klippen op aardig te blijven, zich klein te maken en te navigeren in een vijandige wereld.

Een topcolumn uit haar bundel vind ik die over feministen en katten. ”Aan feministische personen zit zo dikwijls een poes vast, dat gesproken mag worden van een causaal verband”, schreef ze. Daarna schaamde ik me nooit meer voor het feit dat ook ik mezelf als feministe identificeer en mijn huis graag deel met een of meer katten. Sterker nog, ik sloot me meteen aan bij de Australian Cat Ladies toen die organisatie in 2013 werd opgericht. En streef nu naar een professioneel einde als kattenvrouwtje.

Dat is trouwens hard werken en veel geld sparen om na je pensioen aan de slag te gaan. Eén kat kost gemiddeld 400 euro per jaar, dus als je er een stuk of acht neemt zit je aan de duizenden euro’s. Behalve jaarlijkse vaccinaties zijn dierenarts-kosten niet meegerekend in dit gemiddelde. Mankeert Poekie dus iets en moet je medicijnen kopen of medische ingrepen betalen, dan zit je al snel ver boven dit gemiddelde. Kortom, het gaat hier om een serieuze ambitie waar je niet zomaar aan kunt beginnen. Je moet vooraf plannen, organiseren en je intensief voorbereiden om, eenmaal oud en verlept, een succesvol kattenvrouwtje te worden.

Een ander topboek vond ik haar feuilleton Voor Alles een Dame. Deze roman/almanak/…X… introduceerde me tot Katholieke vrouwelijke heiligen, recepten voor taart en gebak, en onnavolgbare verwikkelingen op een internaat voor moeilijk opvoedbare meisjes. Tussen alle bedrijven door eiste Dorrestein een plek op voor vrouwen om te doen en te schrijven wat ze willen, met respect voor hun eigen (literaire) tradities:

Van de Berliner bol naar het boek is, zo hebben we gezien, maar een kleine stap. Ook een literair werk geldt al snel als een misbaksel wanneer het anders smaakt dan binnen de gangbare conventies wenselijk wordt geacht. De auteur dient niet af te wijken van de norm. Maar dat is nu juist het probleem. Want hoe zou iemand die de last van eeuwenlang kool koken met zich mee zeult, niet kunnen verschillen van iemand met de lust van eeuwen dobbelen achter de knopen?

Dorrestein maakt dit punt niet voor niets. Analyses van recensies van haar werk tonen aan dat veel critici haar romans duidelijk niet begrepen en neersabelden met oordelen als ‘triviaal’, te veel ‘gemekker’ over voedsel en andere minachtende etiketten. Volgens Vooys volgen die recensies steevast hetzelfde patroon:

  • levensbeschrijving met veel aandacht voor het uiterlijk en de kledingkeuze van Dorrestein
  • dan wordt Dorresteins nieuw verschenen boek getoetst aan haar maatschappijvisie zoals die uit haar columns en vroegere bezigheden spreekt
  • welles-nietes gedoe over de sekseverhoudingen, het feministische gehalte van en het waarheidsgehalte in haar werk (getoetst aan wat de recensent feministisch of ‘waar’ vindt, alsof dat een universele, neutrale en objectieve visie is)
  • negatieve beladen waardeoordelen die vooral tegen vrouwen worden gebruikt, zoals ‘te boos’ en ‘drammerig’

Deze meestal mannelijke recensenten hadden geen oog voor de literaire traditie waar Dorrestein zich in wilde scharen en waarmee ze juist weerwoord leverde op gangbare oordelen. Zo geldt het feuilleton nog steeds als een inferieur genre, zeker als de hoofdpersonen vrouwen zijn: het zijn romantische niemendalletjes, soaps, sensatieverhalen, alles behalve Serieuze Literatuur met een hoofdletter L. Wat Voor Alles een Dame in mijn ogen alleen maar leuker en subversieve maakt: dat wat de gangbare kritiek neersabelt, omarmde Dorrestein juist en verhief tot schitterende hoogten.

De laatste jaren zijn literaire recensenten meer tot het inzicht gekomen wat lezeressen en lezers al lang hadden: dat Renate Dorrestein, mede oprichtster van de Anna Bijns prijs, een unieke stem was in de Nederlandse letteren. Haar laatste bundel, ‘Dagelijks Werk’, kreeg lovende kritieken. Dorrestein was toen al ziek. Ze benutte de tijd die ze nog had om voor de laatste keer haar eigen zegje te doen:

“stel je voor dat je na je dood, als je je niet meer kunt verweren, een biográáf achter je aan krijgt”.

Daarnaast geeft ze lezers een kijkje in de keuken van haar schrijverschap.

Heel erg dat dit de laatste ‘echte Dorrestein’ zal zijn. Vaarwel, Renate!

Toegift: dit mooie interview uit dagblad Trouw, van oktober vorig jaar.

Vaarwel Ursula Le Guin

Wat een manier om het nieuwe jaar te beginnen: SF grootheid Ursula Le Guin is overleden. Ok, ze was 88 jaar oud. Het moet een keer gebeuren. Niemand heeft het eeuwige leven. Maar toch. Als je haar boeken, essays, speeches en overpeinzingen graag las, komt het hard aan dat de huidige omvang van haar werk zo blijft. Er zal nooit meer iets bij komen. Lavinia geldt voor altijd als haar allerlaatste roman, en No Time to Spare haar laatste collectie artikelen. Diepe, diepe zucht…

Ik weet niet meer precies wanneer ik voor het eerst iets van Le Guin las, maar het moet in mijn puberteit zijn geweest. Waarschijnlijk de Aardzee trilogie, al vroeg in het Nederlands vertaald en beschikbaar in de bibliotheek, waar ik vaak kwam. Ik vond het gewéldige boeken. Spannend, sprookjesachtig, ontroerend. Als tiener snapte ik lang niet alle diepere lagen in het verhaal, maar dat maakte het des te leuker deze romans op latere leeftijd opnieuw te lezen.

Na Aardzee adviseerde een neef De Linkerhand van het Duister, een baanbrekend werk waarin Le Guin speelt met opvattingen over gender, mannelijkheid en vrouwelijkheid. Het verhaal speelt zich namelijk af op een planeet waar de bewoners (de buitenaardse wezens) geen geslacht hebben, tenzij de periode van Kemmer aanbreekt. Ze ontwikkelen dan genitaliën en kunnen zich voortplanten. Je weet echter nooit of je deze keer het ”mannetje” of het ”vrouwtje” wordt. Alles loopt door elkaar.

Dat door elkaar lopen, dat doorbreken van rigide structuren, vat magazine Knack samen als ‘schrijfster die de verbeelding van haar lezers wilde trainen‘. In de verbeelding kan en mag alles. Geen dogma’s, geen zwart-wit situaties, geen wetten. Juist in je fantasie staat het menselijke voorop en mogen situaties complex zijn, zonder eenduidige antwoorden. Le Guin vond haar plek in de SF en fantasy, een genre waar alles draait om een rijke fantasie, maar het duurde jaren voordat mensen doorkregen hoe bijzonder haar bijdragen waren:

Le Guin hasn’t always been recognized for her contributions. She struggled until her 30s to publish her fiction, and after she’d found a home in science fiction and fantasy, fought what she saw as bias in the literary establishment toward women and “genre writers.” Reviewers weren’t sure what to do with her stories, slippery and idiosyncratic as they are. Now the gatekeepers have caught up.

Le Guin zelf leerde ook bij. Zo keek ze achteraf met enige spijt terug op haar keuze om alle wezens in De Linkerhand van het Duister met ‘hij’ aan te duiden. Daardoor ontstaat onbedoeld de indruk dat de wezens eigenlijk toch mannelijk zijn en alleen af en toe in een vrouw veranderen. Le Guin schreef het boek eind jaren zestig, toen mannen het openbare leven nog volledig domoineerden, en ze geeft toe dat die mannelijke overheersing haar sterker beïnvloedde dan ze op dat moment kon zien.

Ze ging bij zichzelf te rade welke vanzelfsprekende patronen ze nog meer automatisch volgde en ontwikkelde zich in de jaren tachtig tot een voluit feministische auteur. Keer op keer pleitte ze voor de vrijheid voor vrouwen om de wereld een eigen vorm te geven en te leven op hun eigen voorwaarden:

In a 1983 address at Mills College in California, she told graduates: “Why should a free woman with a college education either fight Machoman or serve him? Why should she live her life on his terms? … I hope you live without the need to dominate, and without the need to be dominated.”

Ze benutte dit thema ook in korte verhalen zoals She Unnames Them, waarin Eva alle namen die Adam uitdeelde, weer intrekt. Dat gaat niet zonder slag of stoot. Zo vinden de Yaks hun naam fijn en passend. Maar alle dieren besluiten uiteindelijk dat Eva gelijk heeft. Ze hebben die namen niet nodig. Ook Eva geeft haar naam terug. Daarna knijpt ze er tussenuit. Ze laat Adam achter om een ander bestaan te zoeken, vrij van etiketten en labels.

Le Guin was er van overtuigd dat vrouwen op die manier onherroepelijk voor revoluties zorgen. Gewoon, door hun ervaringen te delen en te zijn wie ze zijn:

I know that many men and even women are afraid and angry when women do speak, because in this barbaric society, when women speak truly they speak subversively – they can’t help it: if you’re underneath, if you’re kept down, you break out, you subvert. We are volcanoes. When we women offer our experience as our truth, as human truth, all the maps change. There are new mountains.

Die strijd om vrijheid en drang naar revolutie komen, breder, ook terug in De Ontheemde. Dit boek las ik pas als volwassene, en dat is maar goed ook. Ik denk niet dat ik als tiener de aantrekkingskracht van dit meesterwerk zou hebben begrepen. De Ontheemde begint met een muur. Geen hoge muur, sterker nog, hier en daar is de muur nauwelijks zichtbaar en op andere plekken is het een afbrokkelende laag stenen waar je zo overheen kunt stappen. Maar het is een muur, en die muur doet iets.

Wat, dat ontdek je op allerlei manieren in de roman. Die gaat onder andere over muren tussen mensen, muren tussen culturen, scheidingen tussen politieke systemen en manieren van leven. Het gaat over de risico’s van een kapitalistische samenleving waar alles draait om winst, rangen en standen. Maar ook zogenaamde anarchistische, collectieve manieren van leven hebben hun duistere kanten. Ook die systemen lopen het risico gekaapt te worden door kleine groepjes die de macht opeisen.

Mocht dit droog en analytisch klinken, vrees niet. Opnieuw staan mensen en het menselijke voorop. Le Guin gebruikt humor, ontroering en dood in haar verhaal. Dat typeert haar. Le Guin hield zich met veel onderwerpen bezig, maar bovenal was ze een rasechte verhalenverteller. Ze inspireerde mensen, bracht hen op nieuwe ideeën, liet hen lachen en huilen en nagelbijten van de spanning, en zorgde ervoor dat je aan het eind, als je de laatste bladzijde omsloeg, meteen weer opnieuw zou willen beginnen met lezen, gewoon, omdat haar verhalen zo rijk en fantasievol zijn.

Heel jammer dat ze er niet meer is. Gelukkig leven haar woorden voort….

You cannot buy the revolution. You cannot make the revolution. You can only be the revolution. It is in your spirit, or it is nowhere.

Vaarwel, Ursula Le Guin…

Val McDermid eert voorgangster Susan Ferrier

”Susan Ferrier verdient beter”, aldus de Schotse schrijfster Val McDermid. Susan wie? Inderdaad. Bijna niemand kent deze 19e eeuwse auteur meer. McDermid eert haar nu met een speciaal artistiek project ter gelegenheid van een cultureel festival in Edinburgh. Aan de hand van aanwijzingen die ze ontvangen via een app kunnen deelnemers door de stad wandelen. Op verschillende locaties beleven ze vervolgens iets theatraal en spannends, met de verhalen en het leven van Ferrier als leidraad.

Susan Ferrier publiceerde haar romans anoniem. Lezers schreven de boeken in eerste instantie toe aan bekende mannelijke tijdgenoten zoals Walter Scott, totdat haar echte identiteit bekend werd. Zelf bleef ze tot haar dood haar auteurschap ontkennen.

Ferrier had veel succes in haar tijd. Haar debuut, Het Huwelijk (1818), raakte in zes maanden tijd uitverkocht en beleefde herdrukken. Ook de boeken die ze daarna schreef, De Erfenis (1824) en Het Lot (1832) verkochten prima. Ferrier verwekte de Schotse taal en dialecten in haar verhalen en nam het klassensysteem op de hak. Lezers smulden ervan.

Ondanks dat succes raakte ze na haar overlijden in 1854 echter snel in vergetelheid. McDermid heeft het vieze vermoeden dat haar sekse daarbij een veel grotere rol speelde dan we zouden willen erkennen:

”…I do think there was a feeling around then that if we already have one famous female author in Jane Austen, we don’t need any more,” said McDermid. “That, after all, is why the Brontës and George Eliot had to write as men. Yet she earned significantly more substantial publisher advances than Jane Austen. And now almost nobody knows her name. Susan Ferrier deserves better than this.”

McDermid haalt hier een bekend patroon aan. Feministen noemen dat het fenomeen van ‘er kan er maar een zijn’, naar de Highlander films met als slogan There Can be Only One. De term slaat op de neiging van onze seksistische cultuur om één vrouw op een belangrijke positie tandenknarsend te accepteren, maar meerdere vrouwen stuit op weerstand. Eentje is genoeg.

Je komt dat ‘eentje is genoeg’ fenomeen op allerlei plekken tegen. Zo ontdekten wetenschappers dat Canadese partijen terughoudend zijn om meerdere vrouwen te nomineren als hoofdkandidaat voor een politieke positie. Zodoende blijven mannen domineren en zie je wel mannen die met een andere man een verkiezingscampagne voeren, maar nooit twee vrouwen. Dit patroon treedt ook op in de populaire cultuur – er kan bijvoorbeeld maar één vrouwelijke superster zijn, dus als er een andere zangeres komt die aan dat criterium dreigt te voldoen is het CATFIGHT!!! Totdat er eentje ‘wint’.

McDermid wil met haar artistieke project die vergetelheid doorbreken. Als vrouw promoot ze het werk van een andere vrouw en wil ze de belangstelling voor Ferrier en haar werk nieuw leven inblazen. Haar culturele project in Edinburgh heeft wat dat betreft al resultaat. Uitgeverij Virago brengt een nieuwe editie uit van Ferrier’s debuut Het Huwelijk. McDermid raadt iedereen aan die roman eens te proberen. Daarnaast beveelt ze nog meer schrijfsters aan, zoals Muriel Spark en J.K. Rowling.

VERDER LEZEN: Val McDermid is niet de enige vrouw die omziet naar andere vrouwen. Zo spande auteur Alice Walker zich in om het graf van Zora Neal Hurston terug te vinden. Hurston stierf in armoede en vergetelheid en kreeg een anoniem graf zonder steen. Walker zorgde ervoor dat er alsnog een grafsteen kwam, zodat mensen haar laatste rustplaats terug kunnen vinden, en raadde haar boeken aan bij haar lezers. Walker zorgde zodoende eigenhandig voor de herontdekking van het werk van Hurston. Een andere actieveling op dit gebied is Margaret Busby. Zij redigeerde een bundel gewijd aan het werk van bekende én vergeten schrijfsters met een Afrikaanse achtergrond. Of neem Shelley DeWees. Ze dook de archieven in om het werk af te stoffen van zeven schrijfsters die actief waren in de tijd van Jane Austen.

Voor Nederland: Maarten ’t Hart gebruikte zijn status om de aandacht te vestigen op schrijfster Ida Simons en haar vergeten roman ‘Een Dwaze Maagd‘. Dat leidde tot een heruitgave van deze roman en een hernieuwde aandacht voor deze auteur. Daarnaast graven vrouwen de geschiedenis op. Zo bracht Orlanda Lie Nederlandse schrijfsters uit de middeleeuwen in kaart, deed Lia van Gemert hetzelfde voor schrijfsters uit de zeventiende en achttiende eeuw, en bogen Maaike Meijer en Lisa Kuitert zich over de negentiende eeuw, enzovoorts. Zoals de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren concludeert:

Nu de inhaalbeweging van vrouwen in de Nederlandse literatuur haar laatste stadium is ingegaan, lijken de schaarse sporen van de eerste literaire vrouwen steeds meer betekenis te krijgen. Velen hebben nog altijd de status van ‘zo goed als vergeten’. In de dbnl duiken steeds meer van deze vergeten schrijfsters op, die allemaal een eigen verhaal blijken te vertellen.[…] De veelstemmigheid van de vergeten Nederlandse schrijfsters zal de komende tijd in deze bibliotheek steeds beter hoorbaar worden.

 

Feministische SF is de plek waar hét gebeurt

Feministische SF maakt op dit moment een bloeiperiode door. De verkoopcijfers voor Het Verhaal van de Dienstmaagd rijzen de pan uit sinds president Trump de Amerikaanse verkiezingen won en vrouwen berooft van hun reproductieve rechten. De roman The Power van Naomi Alderman haalde de shortlist van de Baileys prijs. Ontregeld, van Charlotte Wood, won in Australië de Stella prijs. En de James Tiptree jr. prijs weet ieder jaar opnieuw prachtige romans te eren die alles wat je dacht te weten over man, vrouw en rolpatronen overhoop gooien. Zoals When the Moon Was Ours van Anna-Marie McLemore, over een transgender.

Schrijfster Naomi Alderman denkt dat juist een kritische, feministische insteek SF-auteurs helpt om scherp naar zichzelf, mensen en de wereld te kijken:

Feminist – or let’s say gender-questioning – science fiction asks insistently, through careful construction of different societies, how much of what we think now, today, in generic western culture about men and women is innate in the human species and how much is just invented. And if we’ve invented it then could we, for better or worse, invent it differently?

Die zoektocht eindigt soms in utopische beelden. Margaret Cavendish schiep een ideale wereld in haar roman The Blazing World, geschreven in 1666. Charlotte Perkins Gilman creëerde in Herland een beschaving waarin vrouwen vrij kunnen zijn. Andere keren eindigen die toekomst-speculaties in nachtmerries. Die draaien vaak om de lichamen en de seksualiteit van vrouwen. Niet zo vreemd, want veel orthodoxe samenlevingen en fundamentalistische religies hebben een ongezonde fascinatie voor vrouwen, hun lijven en wat ze daar mee doen. Dat roept spanningen op, waar o.a. schrijvers een creatieve vorm voor vinden.

Als je bestaande tendenzen doorzet krijg je bijvoorbeeld Margaret Atwood’s Het Verhaal van de Dienstmaagd. Zij schetst daarin een angstwekkend toekomstbeeld waarin Christelijke fundamentalisten de macht grijpen en vrouwen reduceren tot wandelende baarmoeders. Nu president Trump aan de macht is en vrouwen probeert te beroven van hun reproductieve rechten, komt deze fantasie opeens angstig dichtbij. De verkoopcijfers van haar roman stijgen enorm sinds de Amerikaanse verkiezingen.

Charlotte Wood benadert de neiging om vrouwen te stigmatiseren en te domineren op een andere manier. In haar roman Ontregeld (oorspronkelijke titel: The Natural Way of Things) schetst ze een grimmig beeld van een wereld waar vrouwen die, al dan niet gewenst, een relatie met een machtig man kregen, in een strafkamp verdwijnen. Wood baseerde haar verhaal op het Hay Institution for Girls, een berucht geworden Australische staatsgevangenis waar tienermeisjes van 1961 tot 1974 in belandden wegens ‘losbandig gedrag’. Hetzelfde gebeurde in Ierland, waar ‘ontuchtige’ meisjes tot in de jaren negentig in nonnenkloosters verdwenen en daar slavenarbeid moesten verrichten in wasserijen.

Gaandeweg in Wood’s verhaal blijkt dat de mannelijke bewakers zelf ook niet meer weg kunnen uit het strafkamp. Er is iets ergs gebeurt en beide seksen moeten zien te overleven zonder hulp van buiten. Met dit SF verhaal snijdt Wood kwesties aan als vrouwelijke seksualiteit, waardeoordelen daarover, en wat er mis gaat als wij als samenleving vrouwen onderdrukken. Ze won er de Stella Prijs mee, een Australische onderscheiding voor de beste literatuur van schrijfsters. De jury:

The Natural Way of Things is a novel of – and for – our times, explosive yet written with artful, incisive coolness. It parodies, with steely seriousness, the state of being visible and female in contemporary Western society. “With an unflinching eye and audacious imagination, Charlotte Wood carries us from a nightmare of helplessness and despair to a fantasy of revenge and reckoning. The Natural Way of Things is a riveting and necessary act of critique.

In The Power van Naomi Alderman worden meisjes en vrouwen juist de sterkste partij. Tijdens hun puberteit ontwikkelen ze de mogelijkheid om met een krachtige elektrische schok mannen van zich af te slaan of zelfs te doden. Opeens wordt het voor mannen levensgevaarlijk om meisjes aan te randen of te verkrachten. Bovendien gebruiken veel vrouwen hun nieuw verworven macht op een verantwoordelijke manier, maar sommigen slaan door.

Deze meditatie over macht en de verhoudingen tussen de seksen belandde op de shortlist voor de Baileys prijs voor fictie. De jury:

Alderman’s book is unusual in that it can happily be called a sci-fi thriller – a genre rarely seen on literary fiction prize lists. “Yes I think that’s true, that’s an exciting thought,” said Tessa Ross, the film and TV producer who is chairing this year’s judging panel. “She comes from a tradition that I suppose is represented by someone like Margaret Atwood. It is a very exciting, bold, accessible, beautifully written sci-fi book.”

Tot slot maakte Louise O’Neill indruk met haar roman Only Ever Yours. Ze schets een wereld waarin het schoonheidsideaal volledig is doorgeslagen. Mannen kunnen doen en laten wat ze willen, maar meisjes worden opgevoed tot ideale eva’s die zich houden aan hun streefgewicht en alleen maar bezig zijn met zo mooi en aantrekkelijk mogelijk worden voor mannen. In het gunstigste geval kiest een man uit de elite hen daarna tot echtgenote, zodat ze kunnen trouwen en kinderen baren. Na hun veertigste moeten ze ”vrijwillig” zelfmoord plegen. De enige andere opties zijn hoer worden of kuise juf.

O’Neill won met deze feministische dystopia de Bookseller YA prijs. De jury:

The judges praised O’Neill for her “startling and refreshing” take on the dystopian genre. Melissa Cox, head of range and children’s at Waterstones, said Only Ever Yours is a “fantastic and challenging book that pulls no punches”.  Another judge, Rick O’Shea, presenter at Irish broadcaster RTE, said: “Only Ever Yours is as far as I’m concerned, not just a worthy winner of the prize but one of the best speculative fiction books I’ve read in years. It pushes the boundaries of contemporary YA. I’ll be pressing it into the hands of anyone who might read it”

Kortom, er valt veel te lezen, te huiveren en te genieten als je van goede boeken houdt, met verhalen die je aan het denken zetten.

Jaaroverzicht Lezeres des Vaderlands: een must-read

Iedereen die meent dat kwaliteit ‘vanzelf’ boven komt drijven, iedereen die vindt dat vrouwen gewoon beter hun best moeten doen om hun boeken gepubliceerd te krijgen, iedereen die zich afvraagt ‘waar zijn de vrouwen toch?’ zouden het jaaroverzicht van de Lezeres des Vaderlands als must-read op hun lijstje moeten zetten. De cijfers zijn overduidelijk (70% m-30% v) en als niemand iets wil doen omdat eerst anderen iets zouden moeten veranderen, zitten we over vijftig jaar nog steeds met blanke eenheidsworst.

Eerst de feiten. Na een jaar turven en tellen blijkt de aandacht voor vrouwelijke auteurs steken op 30%. Dit aandeel van circa eenderde komt ook terug in andere landen, zoals Australië of in de VIDA-tellingen uit de V.S. Het gaat om een structurele blinde vlek voor alles wat buiten het veld van blank en mannelijk valt. Daardoor halen schrijfsters de krantenkolommen slechts mondjesmaat, ongeacht hun werk.

In Nederland zouden vooral Het Parool en Vrij Nederland zich moeten schamen: die redacties komen niet verder dan rond de 20%. Dat het echt anders kan bewijst dagblad Trouw, met gemiddeld 40%. Niet geheel toevallig werken bij Trouw de meeste vrouwelijke recensenten en bij Vrij Nederland de minste, merkt de Lezeres op. Hulde aan Trouw! Allemaal een voorbeeld nemen aan die krant! Wordt abonnee van Trouw! Hoera!

Bij het stukken tellen hield de Lezeres geen rekening met de omvang van artikelen, en de plek binnen een boekenbijlage – prominente voorin met foto, of ergens achterin bij de korte signalementen. Zou ze dat aspect meegenomen hebben, dan duikelt dat gemiddelde van 30% aandacht voor vrouwen verder omlaag. Zowel in week 4 als in week 6  telde ze dit wel mee, en bleken stukken over vrouwen bij bijvoorbeeld de Volkskrant structureel korter te zijn en in de marge te staan. Op die manier ontstaat een tweede vorm van structurele marginalisering, binnen de geturfde marginalisering.

Tot slot maakt de Lezeres des Vaderlands korte metten met smoezen van het type ‘ja maar misschien  publiceren vrouwen minder boeken, uitgeverijen moeten ook wat doen, waarom heb je zo de pik op arme onderbetaalde krantenrecensenten’ enz enz. Welnu, verwijzen naar het aanbod uitgeverijen of andere schakels in de literaire wereld, is een manier van wegduiken:

Het is zeker zo dat waar je je schijnwerper ook zet in deze keten, vrouwen ondervertegenwoordigd zijn. Zelf heb ik al eens laten zien dat leeslijsten op middelbare scholen ook allesbehalve divers zijn. Dat betekent ook dat iedereen in de keten naar een schakel vóór zich kan wijzen om het probleem – en de verantwoordelijkheid – van zich af te schuiven. Dan verandert er echter nooit iets. […] Er wordt veel meer geproduceerd dan gerecenseerd, dus een boekenbijlage kán makkelijk diverser bespreken dan nu gedaan wordt. […] We zijn niet ‘vanzelf’ op weg naar meer gelijkheid, daar moet actief aan gewerkt worden.

Aan dat argument kan ik er nog eentje toevoegen. Kranten en andere media hebben de functie van poortwachter. Boeken waar zij aandacht aan besteden, komen beter onder de aandacht van lezers. Daarom houden uitgeverijen nauwlettend in de gaten welk boek De Wereld Draait Door in de etalage zet. Hun Boek van de Maand belandt daarna steevast in de toptien van de Bestseller 60. En daarom reageerden comics-fans zo teleurgesteld toen de New York Times een rubriek over dat genre schrapte – het wordt nu lastiger om uit te vogelen welk album je wil lezen, wat de aanbevolen titels zijn.

Ook op andere manieren blijken kranten en andere media poortwachters. In Australië komt tweederde deel van alle boeken uit de koker van een schrijfster. Als literaire bijlagen slaafs het beleid van uitgeverijen zouden volgen, zou het in de Australische media moeten wemelen van de artikelen over schrijfsters en recensies van hun boeken. Maar dat is niet zo. Australische boekenkaternen geven nog steeds tweederde van de kolomruimte aan mannelijke auteurs.

Kortom, op de media rust een extra verantwoordelijkheid om de situatie te veranderen. De Lezeres des Vaderlands hint dat Nederland misschien een eigen structurele telling krijgt, een instituut zoals VIDA. Dat hoop ik van harte, want de buren overzee merken dat cijfers publiceren een schok veroorzaakt in medialand en dat lekker tellen het debat naar een hoger niveau tilt:

VIDA’s count director Jen Fitzgerald says the numbers are so clear that they’re starting to change the conversation. “We have these stark blue-and-red charts that offer up data, and there’s no negating it. When we present it, it’s no longer a question of, ‘Is there an imbalance?’ Now, it’s a question of, ‘Why is there an imbalance? Do we want to change the imbalance?’ ” Fitzgerald says. “You know, the initial shock of, ‘Oh my goodness, are we really seeing 75 percent men across the board?’ to a question of, ‘Why are editors OK with 75 percent men across the board?’ “

Vrij Nederland, Parool, Volkskrant, NRC enz.: de bal ligt bij jullie. Doe er iets goeds mee.

Trouw scoort goed bij Lekker Tellen

Wat leuk! De VIDA telling, die het aantal Engelstalige recensentes en gerecenseerde boeken van schrijfsters telt, heeft een Nederlandse tak gekregen. De Lezeres des Vaderlands houdt al ruim drie maanden de m/v verhouding bij in acht literaire katernen. De meeste media laten schrijfsters opvallend vaak links liggen. Maar Nederland beschikt over één lichtpuntje: Dagblad Trouw. Alleen daar weet de redactie vrouwen gelijkwaardig aan het woord te laten.

VPRO gids laat boeken van vrouwen links liggen

Na veertien weken tellen constateert de Lezeres des Vaderlands dat het aandeel van de vrouwelijke stem blijft steken op gemiddeld 27%. De boekenbijlagen van onder andere NRC, Parool, Volkskrant, Groene Amsterdammer, De Morgen en De Standaard weten recensentes en schrijfsters nauwelijks te vinden. Regelmatig blijven de boekenkaternen verstoken van een vrouwelijk aandeel.

Komen vrouwen al aan bod, dan staan hun boeken verdacht vaak in de kleinere stukken en in de signalementen-rubriekjes. Dichteressen, kinderboekenschrijfsters en auteurs van erotica krijgen het snelst aandacht, signaleert de Lezeres des Vaderlands. Serieuze Literatuur komt van mannen – een beeld dat het Nederlandse onderwijssysteem overigens graag in stand houdt.

De Lezeres des Vaderlands maakt met haar tellingen een bekend patroon opnieuw zichtbaar.  In 2012 turfde ik schrijfsters die aan bod kwamen in de boekenrubriek van de VPRO gids. Eindresultaat: in de nummers 1,2,3,4,5,6,7,9,10,11, 12, 13 en 14 bleef de teller steken op zeven schrijfsters op een totaal van 39 besproken boeken. Het hoofdportret van de rubriek, een langere reportage met een grote foto, betrof in tien van de twaalf gevallen het werk van de mannelijke auteurs.

Tijdschrift Opzij besteedde in 2013 aandacht aan de genderverhoudingen in boekenkaternen. Ook bij die steekproef bleef het aandeel vrouwen op 27% steken. Net als de Lezeres volgde Opzij kranten als NRC en De Volkskrant. We praten dus over een hardnekkige vorm van discriminatie, en redacties die hun leven niet beteren.

De Lezeres des Vaderlands besteedt, naast tellen en nagaan of schrijfsters in een klein of groot stuk aandacht krijgen, ook aandacht aan de teksten van de recensies. Uit die analyses blijkt dat de acht boekenkaternen (on)bewust seksistisch taalgebruik hanteren. Zoals de Groene Amsterdammer:

boeken zijn ‘mooi en jongensachtig’ geschreven en ‘jongensachtig proza’ is ‘zo levendig, vrolijk, energiek’, terwijl literatuur negatief wordt besproken met woorden als ‘keukenmeidencliché’s’. De ondertitel van het artikel impliceert bovendien dat de scholier van vandaag te vergelijken is met ‘een meisje dat niet kan aarden’.

Mannelijk = goed, vrouwelijk = minderwaardig. En dat anno 2016.

Waarschijnlijk laten redacteuren zich onbewust beïnvloeden door de inhoud van de door hen gelezen boeken. Uit een andere telling, namelijk van personages uit de 170 romans van de groslijst van de Libris Literatuurprijs 2013, blijkt dat mannen op allerlei manieren domineren. De groslijst bestaat voor tweederde uit romans van mannelijke auteurs. Vrouwelijke personages komen volstrekt eenzijdig in beeld. Ze zijn huisvrouw, studente of hoer. Daar kunnen wij lezeressen het mee doen in de Nederlandse literatuur. Dank jullie wel, mannelijke auteurs!

Maar dan Trouw. Hoe achterlijk andere redacties zich ook opstellen, Trouw haalt week na week schijnbaar moeiteloos een bijna gelijkwaardige m/v verhouding. Tot grote vreugde van de Lezeres des Vaderlands:

Gelukkig blijft Trouw – nomen est omen – deze week een rolmodel voor een goed huwelijk, met evenveel recensies door vrouwen als door mannen. Bij de auteurs van de besproken boeken is de verhouding 44% vrouw om 56% man: iets minder dan vorig week, maar vergeleken met andere kranten en tijdschriften nog steeds een zonnig resultaat.

En:

Fijn ook dat er bij de signalementen eens meer boeken staan van vrouwen dan van mannen – dat kan dus gewoon, Volkskrantredacteuren!

En:

Het reeds ingezette patroon zet stug door, wat betekent dat een gebrek aan vrouwen zich steeds helderder aftekent. Maar ook wordt steeds duidelijker dat er één bijlage is die positief uitsteekt boven het gortdroge maaiveld van mannen van middelbare leeftijd. […] Trouw komt keer op keer uit de bus als de boekenbijlage die het meeste aandacht aan vrouwen besteedt en vrouwen het meeste ruimte geeft voor kritische bijdragen. Daarom krijgt Trouw van mij deze week een Gouden Leesbril.

De andere redacties moeten zich schamen. Vrouwen schrijven, denken, publiceren. Als redacties dat werk negeren, schaden ze de kwaliteit van hun krant of tijdschrift, en schaden ze de belangen van hun lezers. Die mist dan namelijk goede boeken en interessante opinies. Hulde voor het goede voorbeeld van de Trouw-redactie, die wél begrijpt hoe het zit met kwaliteit en diversiteit.

SF Museum lanceert tijdschrift met groot vrouwelijk aandeel

Het Amerikaanse Museum of Science Fiction versterkt met haar eerste nummer van The Journal of Science Fiction een welkome trend naar meer diversiteit. Het nieuwe blad bevat opvallend veel artikelen van vrouwelijke redacteuren. Ook de inhoud van de bijdragen richt zich deels op vrouwen en vrouwelijke personages in SF verhalen. Hulde!

journal of sf kaft eerste nummer 2016

illustratie op de kaft van het eerste nummer van het nieuwe Journal of Science Fiction

Het eerste nummer bevat bijdragen van Monica Louzon, Karma Waltonen en Amanda M Rudd. Daarmee komen drie van de vijf hoofdartikelen van de hand van een vrouw. Eén van die stukken, geschreven door Waltonen, richt zich de manier waarop SF schrijfsters het concept van ‘houden van De Ander’ gebruikten om seksuele taboes te slechten. Op die manier speelde het genre een rol in het veranderen van de cultuur – ten goede, met meer tolerantie voor alles wat buiten het strikte man-vrouw hetero klassieke gezinsmodel valt.

Het belangrijke aandeel van vrouwen in The Journal of Science Fiction past in de tijdgeest. De afgelopen jaren kwam er steeds meer kritiek op de dominantie van poortwachters in de SF – veelal blanke mannen met zeer specifieke opvattingen over wat goede SF is en welke kant het op moet met het genre. Tegelijkertijd met die aanzwellende kritiek op de status quo begonnen ook de pogingen, veelal van vrouwen, om de geschiedenis van SF in beeld te houden. Mensen hebben namelijk de neiging om het aandeel van vrouwen te vergeten en daar kwam terecht verzet tegen.

Anno nu kun je de situatie moeilijk ideaal noemen – zodra vrouwen zichtbaarder worden, zijn er mensen die zich bedreigd voelen en hard terugslaan. Maar niemand kan meer om de vrouwen heen. Onder andere de Engelse krant The Guardian schrijft dat jarenlang buffelen in de marge dit jaar waarschijnlijk gaat leiden tot belangrijke doorbraken op het gebied van diversiteit en inclusie. Hoera!

BONUS Inspiratie en leestips? Komen ze:

  • Een lijstje met dit jaar te verschijnen SF en fantasy romans van schrijfsters, waar lezers het meest naar uitkijken
  • Een podcast van The New Yorker. Onder de slechts licht ironische titel Zijn Vrouwen Mensen interviewt Jill Lepore Amelia Lester en David Haglund over de rol van vrouwen in de moderne SF
  • Weblog SF Mistressworks timmert nog steeds aan de weg, met besprekingen van het werk van vroege en moderne SF schrijfsters
  • Zelf blijf ik de boeken van Octavia Butler en N.K. Jemisin hardnekkig promoten 😉
  • En had u al gehoord van Karen Lord? Probeer haar boeken maar eens….

Enfin, veel leesplezier!

 

Meten is weten in de boekenwereld

….En de Nobelprijs voor Literatuur gaat naar…..Svetlana Alexievich! Hoera! Echt welverdiend. Maar voordat iedereen achterover leunt en zegt ‘vrouwen hoeven zich nergens meer zorgen over te maken’: helaas. De prijsuitreikingen kennen een bekend patroon: vooral blanke mannen uit westerse landen winnen Nobelprijzen, ook die voor literatuur. De winst voor vrouwen is van zeer recente datum, en is kwetsbaar. Voordat je het weet ontstaan tegenbewegingen.

Dat geldt voor de Nobelprijs voor literatuur, maar ook voor genres zoals Science Fiction en Fantasy. Ook daar domineren blanke mannen uit westerse landen de prijswinnende boeken. Voor iedere winnares kregen twee mannen de hoogste lof en eer.  De tellers vonden ook bekende  patronen. Naarmate je dichter bij 2015 komt, neemt het aandeel vrouwen en mensen met een gekleurde huid toe. Zodra schrijfsters echter een of twee jaar wat vaker prijzen wonnen, volgden er jaren waarbij opeens mannen buitensporig in de prijzen vielen. De onderzoekers spreken van een backlash – een verdedigende reactie om buitenstaanders op hun plek in de marge te houden.

De onderzoekers wijzen erop dat de SF en fantasygemeenschap op dit moment weer in zo’n vrouwvijandige fase verkeert. Schrijfsters deden het redelijk goed vanaf 2012. Prompt stonden blanke mannen op, die zich ook nog eens ‘zielige puppy’s’ noemden – want het is heel erg als je dominante positie in gevaar komt. Deze groep ondernam dit jaar gerichte acties om de barbaren bij de poort tegen te houden, bijvoorbeeld door nominaties naar hun hand te zetten. Dit jaar won de diversiteit nog, in ieder geval bij de Hugo Awards. Maar het is veelbetekenend dat succes voor vrouwen en mensen met een gekleurde huid onmiddellijk zulke reacties teweeg brengt.

De dominantie van mannen die de verhalen van mannen vertellen, treedt breed op. Ook in andere genres en ook in de ‘gewone’ literatuur. Zo sloeg auteur Nicola Griffith aan het turven bij prijzen zoals de Pullitzer, de Man Booker en andere prestigieuze onderscheidingen. Ook hier kwamen schrijfsters er onevenredig vaak niet aan te pas. Als ze al wonnen, betrof het vaak verhalen met een mannelijke hoofdpersoon.

Dat inzicht is van belang. Behalve cijfers moet je ook rekening houden met een kwalitatief aspect. Als samenleving vinden we verhalen van mannen, over mannen, universeel geldig. Schrijf je echter over vrouwelijke hoofdpersonen, over ”vrouwelijke” thema’s, dan schrijf je ‘vrouwenliteratuur’ en beland je in een niche-markt voor minderheidsgroepjes. Onder andere de Spaanse auteur Rosa Montero krijgt hier regelmatig mee te maken. In interviews neemt ze stelling tegen dit mechanisme: ze wil voor iedereen schrijven, en haar boeken behandelen universele thema’s, geen ‘vrouwenzaken’.

Zolang ‘je hoofdpersonen zijn vrouwen’ geldt als acceptabele kritiek op een creatief werk, en/of een reden voor verbanning naar marginale genres zoals ‘chick-lit’, blijft het nodig om te herhalen dat vrouwen mensen zijn. Dat een vrouwelijke hoofdpersoon een legitieme keuze is, en dat de wereld die je door die ogen ziet, net zo betekenisvol is als de wereld die een lezer ziet door de ogen van een mannelijke hoofdpersoon. Als we dit bereikt hebben, doen literaire prijzen misschien écht, en als vanzelfsprekend, recht aan de andere helft van de wereldbevolking.

Kortom, leve deze nieuwe Nobelprijs voor een uitstekende schrijfster, en dat er nog maar vele moge volgen!

 

VIDA telling toont lichte vooruitgang

Vrouwen kopen en lezen meer romans, maar als het gaat om recensies schrijven en bepalen welk boek hét boek is, hebben mannen het nog steeds voor het zeggen. Dat blijkt uit de meest recente telling van VIDA, een organisatie die de genderverhoudingen bijhoudt in Engelstalige literaire bladen en krantensupplementen. Wel ziet VIDA lichte vooruitgang.

Soortgelijk onderzoek van Opzij toonde in Nederland dezelfde oververtegenwoordiging van mannen aan. Evenals een steekproef van dit weblog. Boeken van vrouwelijke auteurs delven nog steeds het publicitaire onderspit. Wie weet krijgen ook wij vooruitgang te zien, nu na VEERTIEN JAAR eindelijk een schrijfster het boekenweekgeschenk mag leveren. Esther Gerritsen is de gelukkige.

Terug naar de Engelstalige wereld. VIDA nam 2014 door en kan gelukkig melden dat verschillende bladen moeite deden om de verhouding tussen de seksen meer in evenwicht te brengen. Zo lukte het The New Republic om het vrouwelijke aandeel te laten stijgen van 7% in 2013 naar 29% in 2014. Harper’s zat in 2013 al op 29% en wist dat vorig jaar op 40% te brengen.

Daar tegenover staat dat onder andere de London Review of Books vrouwen juist minder ruimte gaf dan in voorgaande jaren. En bij The Times Literary Supplement stagneert het al jaren. Vrouwelijke recensenten komen daar niet verder dan rond de 28%. Ook The Nation blijft al jaren hangen op circa 20 procent.

Webmagazine Slate benadrukt bij dit alles dat het niet alleen gaat om de cijfers. Die geven structurele achterliggende problemen aan:

The cultural default is to treat men as voices of authority and wisdom while relegating women to the role of mere consumers whose opinions are given little weight. That problem is not easily reducible to numbers.

Het gaat om een mentaliteit, en dan gaan veranderingen langzaam. Toch is er wel wat veranderd. In 1978 vroegen feministen voor het eerst aandacht voor seksistische literaire kritiek. Op enkele uitzonderingen na doen recensenten tegenwoordig hun best om mannelijke en vrouwelijke auteurs op dezelfde manier te bespreken. Vooruitgang.

Daarnaast krijgen auteurs die een neerbuigende houding jegens vrouwen vertonen, steeds vaker tegenwicht. Ook dat is een verbetering ten opzichte van vroeger, toen handelsonbekwame vrouwen het meestal niet in hun hoofd haalden om mannen  publiekelijk tegen te spreken.

Zo besloot Kristien Hemmerechts haar pen op te nemen tegen machoschrijvers, die tot in de details opschrijven hoe op leeftijd geraakte mannelijke hoofdpersonen minderjarige meisjes al dan niet met geweld penetreren. En toen een mannelijke auteur de vrouwtjes opriep gewoon betere boeken te tikken, dan volgen de prestigieuze literaire prijzen vanzelf (ha!), fileerden vrouwen zijn drogredenen en blinde vlekken genadeloos.

Zelfs mannen beginnen zich ongemakkelijk te voelen bij de dominantie van hun sekse: ,,Het hele waardensysteem van de literatuur is in Nederland opgehangen rondom mannen van middelbare leeftijd, van recensenten tot uitgevers,” signaleerde auteur Phillip Huff. Ook dertien blanke mannelijke boekenweekgeschenk-schrijvers op een rij stuitte op steeds meer kritiek. Dat zijn goede tekenen….

Joanna Russ heeft nog steeds gelijk (helaas)

Joanna Russ schreef een paar decennia geleden het geniale boek How To Suppress Women’s Writing, in het Nederlands nét iets minder sarcastisch vertaald als ‘Andere Levens, Andere Letteren’. Zij gaf in die kwalitatieve analyse een overzicht van gangbare patronen, die ervoor zorgen dat schrijfsters in de marge belanden en zelfs totaal vergeten worden. Naar nu blijkt zijn die mechanismen nog steeds effectief. Gelukkig bieden sociale media/internet tegenwoordig enige tegenwicht.

The Million zette op een rijtje welke auteurs prijzen voor non-fictie wonnen bij de National Book Awards Longlist for Nonfiction:

Are fewer women writing nonfiction, you might ask. I suppose it depends on what you call “nonfiction.” According to the last few years’ NBA juries, it is mostly history (preferably about war or early America); biography (preferably about men, especially presidents); or reportage (preferably about war, the economy, or non-Western countries).

The Million geeft hier een prachtige omschrijving van patronen die Russ identificeerde. Het is wel geschreven, maar het gaat over de ‘verkeerde’ onderwerpen – de enige belangrijke onderwerpen zijn namelijk oorlog, biografieën over mannen, de economie en (krijgs)geschiedenis. De dominantie van blanke mannen is zo voorspelbaar, dat The Mayborn alvast de volgende winnaar van de Pulitzerprijs voor non-fictie aankondigde. Het is een man, we weten alleen zijn naam nog niet!

Een geniale kop om een tenenkrommende stand van zaken te omschrijven. Ook in Nederland. Want de Ako Literatuurprijs 2014 ging natuurlijk weer naar een blanke man, die een roman schreef over, jawel, mannen en oorlog. Ook in voorgaande jaren bleek dat Ako vrouwen niet ziet staan.

Zelfs als schrijfsters prijzen winnen en succes boeken, wil dat nog niet zeggen dat ze écht meetellen. Neem science fiction. Vrouwelijke auteurs behaalden dit jaar bijna de helft van de prijzen die dit genre te bieden heeft. Op zich leuk nieuws. Maar toch blijven mannen de norm:

Hurley says that female science-fiction writers are often forgotten. “It’s always Asimov and Heinlein,” she says. “You don’t hear about Russ or LeGuin. And there are very particular ways that people talk about it. One of those is by saying ‘well she did it, but it wasn’t really science fiction,’ or ‘her husband has a big impact.’”

Oftewel, ze schreef het wel, maar ze had hulp. En: ze schreef het wel, maar kijk toch eens waar het over gaat – het is geen SF. Precies twee van de patronen waar Joanna Russ op wees.

Daarnaast krijgt het werk van schrijfsters wel nominaties, maar dan bij de minder prestigieuze prijzen. Zo bestond de shortlist voor de NS Publieksprijs voor de helft uit romans van vrouwelijke auteurs. Echter, daar staan dan bijvoorbeeld ‘vrouwenthrillers’ bij – een gevalletje ‘ze schreef het wel, maar ze is geen echte schrijfster’. Vrouwenthrillers, meh, da’s natuurlijk geen literatuur! Bovendien ging de eer dit jaar naar een boek van een man, over een man. Een voetballer, en voetbal geldt als een mannelijk gedefinieerd onderwerp bij uitstek.

Wat wél veranderd is, is de context. Zodra mensen bijvoorbeeld bij een discussie over science fiction auteurs Asimov en Heinlein aanhalen en zich afvragen waar de vrouwen zijn, schieten twitter, websites en andere digitale media schrijfsters te hulp, signaleert Kameron Hurley. Degenen die vrouwen niet zien staan, krijgen een hele lijst sf-schrijfsters te zien, zodat ze de volgende keer minder hard kunnen roepen dat alleen mannen serieuze sf schreven en schrijven.

Sociale media versterken de stem van vrouwen en maken het moeilijker ze over het hoofd te zien (vandaar dat internettrollen daar zo allergisch op reageren). Seksistische denkers krijgen op die manier meer tegengas, maar dat maakt helaas nog geen einde aan de (denk)patronen en redeneringen die mannen tot norm verheffen en vrouwen aan de zijlijn parkeren. Kortom, lees Joanna Russ! En ken de patronen!

Welke schrijfsters ontdek jij in 2015?

Nog drie maandjes, zo’n twaalf weken, en dan begint Lees Vrouwen 2015! Journaliste Kirsten van Santen kwam in juni met het idee van een jaar lang in het bijzonder boeken van schrijfsters te lezen. Ze sloot met dat idee aan bij de succesvolle campagne Read Women 2014. De Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden ondersteunen dit plan. Ook De Zesde Clan doet graag mee. Welke boeken zullen we lezen? We zien je graag bij #LeesVrouwen2015.

Hoeveel boeken van vrouwelijke auteurs leest De Zesde Clan? Aan de samenstelling van de eigen boekencollectie zal het niet liggen. Librarything, waar alle titels netjes in staan, geeft de percentages schrijvers en schrijfsters. Met afgerond 52% schrijfsters blijken mannen en vrouwen elkaar goed in evenwicht te houden bij De Zesde Clan.

Dat het in de kast staat, wil echter niet altijd zeggen dat je de boeken ook echt hebt gelezen. De Zesde Clan hikt aan tegen een behoorlijke stapel ongelezen romans en non-fictie. De afgelopen twee maanden domineerden de mannen in de selectie uit die stapel. Een lekkere weglees-thriller van Robert Harris. Twee sf-romans van James Corey (vermakelijk). Een geschiedenisboek van Stephen Ambrose. Horror van Stephen King.

Schrijfsters kwamen echter ook goed aan bod (phew!). Tosca Niterink met ‘Klimmen naar Kruishoogte’, een briljant verslag van haar wandeltocht door Spanje, naar Santiago de Compostela. Een bekroonde science fiction roman van Ann Leckie, Ancillary Justice.  Een biografie van de Chinese keizerin-weduwe Cixi, van Jung Chang. Die lijn trekt De Zesde Clan graag door, dus hoog tijd voor een leeslijstje om 2015 te veranderen in een revolutionair jaar.

Een revolutie? Zeg, eh, we hebben het hier over lezen. Iets wat je meestal in je uppie doet, binnenshuis, of hooguit in een tuin- of strandstoel. Toch kan bewust boeken van vrouwen opzoeken en vertellen over je leeservaring een revolutionaire daad zijn. Want de literaire wereld kent twee soorten auteurs: blanke mannen en de rest. Keer op keer blijkt dat media mannen boeken van mannen laten recenseren. Boeken van schrijfsters komen veel minder vaak aan bod. Dat gaat op voor Nederland, de V.S., Australië, en andere landen. Het patroon is steeds hetzelfde.

Als schrijfsters al aan bod komen, is het volgens tellingen vaak in kortere stukken, gepubliceerd op een minder prominente plek. Dat heeft gevolgen voor de leescultuur, en opvattingen over de status van iemand’s verhaal:

As Stella Executive Director Aviva Tuffield has noted, ‘the media is also reinforcing our ideas about which stories and voices are most important’. As a result, masculine experience becomes accepted as the default literary mode. […] There seems to be a perception that the work of male writers is serious and worthy (even when they deal exclusively with the domestic sphere), while the work of female writers (even when it is ambitious in style or scope) is dismissed as frivolous and less literary.

Om hier verandering in aan te brengen hoef je de straat niet op met een spandoek. Je hoeft alleen maar gericht boeken van schrijfsters te lezen, en te genieten van de vele inzichten, ervaringen en leefwerelden die je dan tegenkomt. En als je het boek goed vond, kun je dat laten weten aan anderen. Zodat die op hun beurt boeken ontdekken waar ze anders niet op waren gekomen.

Bij De Zesde Clan staan in ieder geval op de wensenlijst voor 2015:

  • De Vergeetclub van Tosca Nitterink
  • We Need New Names van Noviolet Bulawayo (Elizabeth Tshele)
  • Een Dwaze Maagd van Ida Simons. Een boek uit 1959 waarvan recensenten nu zeggen: ,,‘Zij werd vergeten, het boek werd vergeten. Totaal ten onrechte, alleen het begin al, als je die regels leest weet je dat je een heel goed boek in handen hebt.’’
  • Who’s Afraid of Feminism?, een collectie essays, samengesteld door Ann Oakley en Juliet Mitchell
  • Octopus Pie, een graphic novel van Meredith Gran
  • La Muerte Me Da van Cristina Rivera Garza – De samenvatting van ‘een thriller met een seriemoordenaar en twee vrouwen die jacht op hem gaan maken’ doet waarschijnlijk geen recht aan de gedurfde stijl en andere vernieuwende elementen die Garza volgens recensies gebruikt.
  • …….

Kortom, leve Lees Vrouwen 2015! Welke ontdekkingen ga jij doen volgend jaar? En als je leestips hebt horen we het natuurlijk graag. Want met zeven opties op het wensenlijstje hebben we nog maanden over als de boeken ‘op’ zijn.

Nieuwsronde

Eindelijk een man die pal staat voor vrouwenemancipatie! Hoera! Aan de andere kant ook  angstkreten als zouden kinderen zonder vader ontsporen. Niet dat dit door onderzoek gestaafd wordt. Maar wat geeft dat, als je stereotypen uit de jaren vijftig onderbouwing genoeg vindt. Dat en nog veeeeel meer in deze nieuwsronde.

Water halen is bijna overal vrouwenwerk.

  • De Verenigde Naties zouden toegang tot drinkwater moeten garanderen als een fundamenteel mensenrecht. Dat stellen diverse Belgische organisaties die zich bezig houden met thema’s rondom water. In veel landen moet je behoorlijk moeite doen om aan water te komen. Meestal zijn het de vrouwen die opdraaien voor dit werk. Dat leidt tot waterslavernij – vrouwen en meisjes die zoveel uren per dag kwijt zijn aan water halen, dat ze bijna nergens anders meer aan toekomen.
  • Hoera, een man die expliciet, in een landelijke krant, een lans breekt voor feminisme. Die wijst op dat wat veel feministen allang zeggen, namelijk dat de discussie zich in Nederland vaak beperkt tot vrouwen, zodat mannen net kunnen doen alsof het hen niet aangaat, en dat het nieuwe taboe lijkt te zijn dat je niet mag opkomen voor emancipatie. Daar moet scenarioschrijver Willem Bosch niets van weten: ,,Het is ironisch dat het nieuwe politiek correcte establishment zich zo druk maakt om de sharia, maar tegelijkertijd de wil van vrouwen om gelijkwaardig te zijn wegzet als hysterisch getrut. Zo lang dat gebeurt zijn mannen en vrouwen niet gelijkwaardig. Niet echt.” Inderdaad.
  • Kinderen belanden in de goot als er geen vader is!!! Die paniekkreet kreeg onlangs alle ruimte in Nederlandse kranten. Gelukkig publiceerde De Volkskrant ook een stuk waarin harde kritiek klinkt op het gebrek aan onderbouwing van zulke beweringen, de denkfouten uit het oorspronkelijke stuk, en de vele alternatieve verklaringen die veel meer hout snijden dan ‘pap is weg’. Zo speelt geldgebrek een zeer grote rol. En is pap soms juist het probleem.
  • Boeken geschreven door vrouwen? Meh, zei de Canadese universitair docent David Gilmour. Hij neemt ze niet op in zijn lessen want hij vindt literatuur van echte mannen beter. Okeeee….. zijn uitspraak leidde tot talloze reacties, een non-excuus van Gilmour, inclusief onterechte verwijten aan het adres van een journaliste, en persoonlijke actie van een universitair docente. Zij greep Gilmour’s seksisme aan om in eigen kring werk van schrijfsters te promoten. Als tegenwicht voor een cultuur die het volgende duidelijk maakt: ,,we live in a society that teaches people to value male thought, art, and leadership above female thought, art and leadership.” Dat betekent dat er nog bergen werk te verzetten zijn.
  • Student? Wil je ‘iets met gender’ doen als onderwerp voor je scriptie, werkstuk of essay? Ter gelegenheid van de Maand van de Student, oktober, stelde Bibliotheek Rosa een site samen vol nuttige tips. Je kunt je ook opgeven voor een gratis workshop Gender voor Dummies, op woensdag 23 oktober. Doen!
  • Het zou anno nu in beschaafde westerse landen toch mogelijk moeten zijn om als vrouw in het openbaar vervoer te reizen zonder seksuele intimidatie tegen te komen…? Helaas, nee. In Engeland heeft de politie echter een aanpak ontwikkelt om deze vorm van agressie effectiever te bestrijden. De eerste resultaten zijn veelbelovend.
  • Niemand kan volhouden dat er een gelijk speelveld bestaat voor mannelijke en vrouwelijke regisseurs. Dat maakt Variety duidelijk in een reportage over loopbanen, kansen en imago in Hollywood. Het artikel opent met de ervaringen van Catherine Hardwicke, die met Twilight 400 miljoen dollar binnenbracht, en daarna geen aantrekkelijke aanbiedingen kreeg. Ze mocht haar volgende film alleen regisseren als ze genoegen nam met minder salaris. Die gang van zaken is tekenend, blijkt uit de rondgang van het magazine. Gelukkig eisen steeds meer mensen verandering en ontstond er eerder dit jaar een nieuw fonds, dat zich speciaal richt op investeringen in films van regisseuses. Want geld vinden en vrouw zijn blijkt keer op keer een lastige combinatie. Gamechanger wil wat dat betreft verlichting geven.

Vooruitgang voor vrouwen betekent niet ‘het einde van de man’

Gezien het conservatieve klimaat in Nederland en de gretigheid waarmee opiniebladen en kranten artikelen over ‘het einde van de man’ in 2010 overnamen uit de Amerikaanse media, doet de Zesde Clan een voorspelling. Nederlandse uitgeverijen gaan hard aan de slag om een vertaling uit te brengen van een nieuw boek over het einde van de man. Het discourse van de auteur past namelijk bij allerlei conservatieve angsten dat mannen het onderspit delven zodra de invloed van vrouwen toeneemt.

De angst voor succes van vrouwen is overal zichtbaar. Mark Ridley benutte het podium van de Groene Amsterdammer al in 2003 om te speculeren dat mannen uitsterven nu vrouwen hen ‘blijkbaar’ niet langer nodig hebben. Oog, een tijdschrift van het Rijksmuseum, kwam bij het eerste nummer in 2010 ook al met een verhaal over het einde van de man. Want zijn oude rol van krijger en heerser  verdwijnt, zijn onaantastbare status brokkelt af, vrouwen worden steeds mondiger, kortom, verwarring en verval alom.

En nu is er in de V.S. een nieuw werk uitgekomen, een uitbreiding van een reportage in conservatief blad The Atlantic, die dit verhaal nieuwe impuls geeft. Volgens auteur Hanna Rosin van ‘The End of Men’ betekent winst voor vrouwen automatisch verlies voor mannen. Sterker nog, vrouwen domineren tegenwoordig! Mannen hebben geen idee meer hoe het verder moet! Alarm!!

Amerikaanse recensenten maakten gehakt van het boek. Het voornaamste argument: er blijft geen spaan heel van het verhaal dat vrouwen zouden domineren, zodra je naar de harde feiten kijkt. De top van het bedrijfsleven, van de politiek, van de kerken, zijn allemaal nog stevig in handen van mannen. Dat vrouwen vooruitgang boekten ten opzichte van honderd jaar geleden is heel fijn, maar doet niets af aan deze voortdurende machtsverschillen tussen de seksen. Dat is een vervelende waarheid die Rosin het liefste onder het vloerkleed verstopt:

The biggest problem with her pendulum theory is that it hasn’t even swung to halfway in many important respects, particularly at the top. She acknowledges this, and promptly dismisses the boring old statistics.

Het gaat dan ook niet om statistieken. Het gaat om emoties. Het klopt namelijk dat de privileges van mannen in toenemende mate onder vuur liggen. Het klopt dat dit voor mannen heel vervelend aanvoelt. Ze raken hun automatische bonuspunten kwijt. Dat levert angst op.

Het einde van de mannen is nabij!!! Je kunt er zelfs een button van kopen.

Onderzoekers kunnen die angsten op allerlei momenten in het verleden terugvinden. Zo gingen steeds meer vrouwen in de negentiende eeuw schrijven. Ze namen het woord. Dat kon niet, de weerstand tegen boeken van vrouwen was enorm:

Ik heb mijn steentje willen bijdragen door een beschrijving te geven van de ruimte die schrijvende vrouwen in de eerste helft van de negentiende eeuw toegewezen kregen en van de middelen die werden gebruikt om het hiërachische systeem in stand te houden: hoe tegenbewijzen tot uitzonderingen werden verklaard, welke oogkleppen men kon opzetten, hoe schijnbare tegenstrijdigheden door ‘androgynie’ konden worden opgelost. Het is te simpel van een complot te spreken, en het zou ook onzin zijn een schuldvraag te stellen. Belangrijker is de vraag hoe het werkt. Foucaults stelling in De orde van het spreken luidt verder dat men de macht van het spreken wil controleren, selecteren, organiseren en herdistribueren met een bepaald doel, namelijk om de machten en gevaren ervan te bezweren. Als de inspanningen die in de negentiende eeuw werden verricht om vrouwen een geheel of gedeeltelijk spreekverbod op te leggen inderdaad een graadmeter leveren voor de omvang van de angst dat de vrouwelijke stem zou moeten worden gehoord, kan men slechts concluderen dat de angst voor vrouwen enorm was.

De negentiende eeuw, mensen. Niets nieuws onder de zon.

Nog steeds krijgen mensen er van langs als ze de mannelijke privileges kritisch onder de loep nemen. Volstrekt voorspelbare boze, verwarde, vijandige reacties volgen dan. De angst voor verandering moet je bespreekbaar maken. En dan het liefste op een serieuze manier. Want het zou goed zijn als mannen na gingen denken over de manier waarop zij, anno 2012, deel willen nemen aan de maatschappij:

Just as the feminine mystique discouraged women in the 1950s and 1960s from improving their education or job prospects, on the assumption that a man would always provide for them, the masculine mystique encourages men to neglect their own self-improvement on the assumption that sooner or later their “manliness” will be rewarded. […] …just as the feminine mystique exposed girls to ridicule and harassment if they excelled at “unladylike” activities like math or sports, the masculine mystique leads to bullying and ostracism of boys who engage in “girlie” activities like studying hard and behaving well in school. […] Contrary to the fears of some pundits, the ascent of women does not portend the end of men. It offers a new beginning for both.

Dus, mannen, neem eens een kijkje bij Men Engage, of het Plan voor de Man. Verdiep je in discussies over positief omgaan met de culturele en sociale veranderingen, mannelijkheid en wat dat kan betekenen. Neem eens een kijkje bij wat feministen te zeggen hebben over gender. Denk na over de verandering die je zelf in de praktijk wil bewerkstelligen. Er valt genoeg te doen.

Literatuur is voor blanke mannen

Wat een verrassing. Vlak na de bijna geheel uit mannen bestaande jury, die alleen mannelijke auteurs nomineerde voor de Libris Literatuurprijs, komen nu de opiniebladen die de boekenweek vieren. Dat doen ze met de focus op mannen en hun werk. Het gaat om de broeders en hun brouilles, en De Groene Amsterdammer verbeeldt het boekenweekthema van de vriendschap met een tekening van twee jongens. Geen wonder dat het achter dit soort covers wemelt van mannen en hun boeken.

Dit is niks nieuws. Vorig jaar signaleerde de Zesde Clan bijvoorbeeld al dat de jaarlijkse VN Detective en Thrillergids een feestje was van mannen die het werk van andere mannen de hemel in prezen. Dat door vrouwen geschreven boeken prima verkopen in Nederland, maakt niet goed dat vrouwelijke auteurs afwezig zijn bij het toekennen van lauwerkransen en prijzen, want:

Schrijvers die niet worden bestudeerd, die op scholen en universiteiten niet worden onderwezen, belanden uiteindelijk in de prullenbak van de geschiedenis. Vrouwelijke schrijvers lopen dat risico nog altijd vaker dan mannen.

Ook internationaal is het beeld dat mannelijke auteurs veel meer aandacht en prestige toegekend krijgen dan vrouwelijke auteurs. Mannen schrijven kritieken over mannen, mannen schrijven de Grote Amerikaanse Roman, en de uitzondering (zoals tijdschrift Granta) bevestigt vooral de regel.

Dat heeft gevolgen voor de boeken die boven komen drijven als ‘de beste’en ‘het meest vernieuwend’. Waar de mannelijke visie de norm is, wijkt de rest af. Allochtonen, vrouwen, ze hebben niet dezelfde impact als de dominante stem van de blanke man. Schrijfsters zoals Jeanette Winterson voelen dat haarscherp aan, bijvoorbeeld bij romans die een autobiografisch element bevatten:

Let’s not call this “sexism.” Let’s call it an “asymmetrical judgment” between men and women. If Henry Miller writes “Tropic of Cancer” and calls the hero “Henry Miller,” he’s still allowed to say these are novels, and none of the guys question it. Because a man is allowed to be bigger. A woman isn’t. She can only possibly talk about herself. [..] Paul Auster, Henry Miller, Milan Kundera, any of those writers who quote themselves directly, Philip Roth, for God’s sake! We all say, “That’s so great! That’s so interesting!” But if you do that as a woman, it becomes confessional and autobiographical.

Bekentenisliteratuur, beperkt tot de eigen persoonlijke levenssfeer, dat is de nette vertaling van oordelen zoals bijvoorbeeld de jury van de Gouden Strop die vorig jaar nog velde. De jury wees schrijfsters af omdat het in hun boeken vooral zou gaan om relationeel gedoe, zieleroerselen van onevenwichtige dames. En de Ako Literatuurprijs wees schrijfsters af omdat het in hun romans vooral zou gaan om kleine persoonlijke wissewasjes. Ook hier gingen de nominaties naar louter mannelijke auteurs, en ook hier is het geen toeval dat vrouwen buiten de boot vallen omdat hun boeken niet groots en meeslepend genoeg zouden zijn.

De Zesde Clan gelooft niet in toeval. We doen een klemmend beroep op redacties om eens goed na te gaan vanuit welke normen en waarden zij komen tot onderwerpen als ‘broeders en hun brouilles’. Waarom ze het begrip ‘vriendschap’ als vanzelfsprekend verbeelden  als twee jongens. En niet twee meisjes, of iets anders. Ze zouden er zomaar achter kunnen komen dat het bij dit symbolische en universele eigenlijk gaat om het mannelijke. Met die focus, die zogenaamd alleen draait om kwaliteit, sluiten ze de helft van de bevolking buiten. Dat kan nooit de bedoeling zijn.

Téa Obreht wint Orange prijs 2011

Emma Donoghue leek de gedoodverfde winnaar met haar boek Room, maar de Orange prijs 2011 ging uiteindelijk naar de relatief onbekende Téa Obreht. Haar boek The Tiger’s Wife is nog niet vertaald in het Nederlands maar ligt in de Engelse versie vanaf juli op de tafels in de boekwinkels.

Obreht vertelt in The Tiger’s wife een verhaal waarin de oorlog op de Balkan en de ontsnapping van een tijger uit een dierentuin op magisch-realistische wijze met elkaar in verband staan. Ze wint met het boek een sculptuur en een prijs van 30.000 pond. Uit het juryrapport:

“The book reminds us how easily we can slip into barbarity, but also of the breadth and depth of human love. Obreht celebrates storytelling and she helps us to remember that it is the stories that we tell about ourselves, and about others, that can make us who we are and the world what it is.”

Naipaul voelt zich ver verheven boven schrijfsters

Jane Austen? Romantische troep schreef ze, en V.S. Naipaul kan niks met haar werk. Maar het gaat niet alleen om Austen. Het literaire boegbeeld vindt dat geen enkele schrijfster bij hem in de schaduw kan staan. Zodra hij een paar zinnen leest, weet hij al of de tekst geschreven is door een man of een vrouw, want de vrouwen kenmerken zich door sentimenteel geneuzel. Oh, en over zijn voormalige uitgever, een vrouw, heeft Naipaul ook al geen goed woord over. Tot zover Naipaul in een interview van de Royal Geographic Society over zijn leven en werk.

Internet staat vol met het nieuws van zijn boude uitspraken, en zelfs een instituut als de New York Times reageerde op zijn uitlatingen. In de Engelstalige literatuur geldt V.S. Naipaul namelijk als een levend monument, en wat hij zegt heeft impact. Die invloed gebruikte hij deze keer om vrouwelijke auteurs af te kraken:

The author, who was born in Trinidad, said this was because of women’s “sentimentality, the narrow view of the world”. “And inevitably for a woman, she is not a complete master of a house, so that comes over in her writing too,” he said. He added: “My publisher, who was so good as a taster and editor, when she became a writer, lo and behold, it was all this feminine tosh. I don’t mean this in any unkind way.” (zie voor de Nederlandse vertaling dit artikel in NRC Handelsblad)

Zijn voormalige uitgever, Diana Athill, heeft inmiddels laten weten dat ze de opmerkingen van Naipaul niet serieus neemt. De Guardian publiceerde daarnaast meteen een test zodat iedereen zelf kan kijken wat er gebeurt als je tien tekstfragmenten op een rij zet. Kun je inderdaad met een paar zinnen al correct inschatten of de auteur een man of een vrouw is? Neem hier zelf de proef op de som. Een journalist van Slate probeerde het al en faalde jammerlijk. Net als deze Nederlandse blogster: twee van de tien goed.

Blijft over waarom Naipaul er zo op gebrand is vrouwelijke auteurs af te kraken. The Guardian en Diana Athill houden het erop dat Naipaul gewoon een ruziezoeker is, die na slepende conflicten met andere auteurs nu een vers doelwit zoekt om vuil te spuien. Internetmagazine Salon.com heeft echter een andere interpretatie. Het blad kan zich niet onttrekken aan het s-woord: seksisme. Wat Naipaul zegt is namelijk totaal niet uniek of origineel. Hij is slechts het meest recente voorbeeld van een mentaliteit die Joanna Russ jaren geleden al volledig fileerde in haar boek Andere Levens, andere Letteren. Salon:

Let’s forget for a minute the millennia of restrictions that made a life of letters impossible for almost all women throughout history. Ignore the questions of whether women have had equal opportunity to write important books, and get right to the heart of Naipaul’s assertion — that they’re incapable of doing it. Because what he’s really getting at is a persistent attitude that runs rampant not just in the arts but in business, in sports, and anywhere men and women congregate: that the feminine is automatically unimportant and inferior.

Naipaul kan dus wel beweren dat zijn opmerkingen ‘niet onvriendelijk’ bedoeld waren, maar hij moet zelf ook doorhebben dat hij dan liegt dat hij barst. Zijn uitspraken zijn zo vijandig als wat. Het is precies dit soort haat waar vrouwelijke auteurs tot op de dag van vandaag last van hebben, een voorbeeld van de vooroordelen waardoor hun werk structureel minder waardering krijgt dan dat van mannen. Fijn dat Naipaul daar weer even de aandacht op vestigt.