Tag Archives: literaire canon

Mannenliteratuur vertekent het vrouwbeeld

Onderzoek op basis van duizenden romans over een periode van 200 jaar wijst uit, dat mannelijke auteurs vrouwen meestal niet zien staan. Ze geven vrouwelijke personages maximaal dertig procent van de ruimte – meestal minder. Er zit geen vooruitgang in: mannelijke auteurs uit de Victoriaanse tijd schreven zelfs vaker over vrouwen dan nu. Dit draagt bij aan beeldvorming waarbij we de wereld zien door de ogen van mannen. Slecht nieuws voor vrouwen. Die zien zichzelf nauwelijks terug in verhalen, of worden geconfronteerd met gaslighting.

Gaslighting is een term voor een vorm van psychologische ondermijning. Door een genderbril bekeken: mannen die vrouwen aan zichzelf laten twijfelen door hen constant te vertellen dat ze niet weten wat ze weten, niet voelen wat ze voelen, dat ze zich dingen inbeelden, overreageren, slechte intenties hebben. Zie voor een Nederlands voorbeeld de SF serie Missie Aarde, waarin haar mannelijke collega’s het enige vrouwelijke bemanningslid van een ruimteschip mentaal door de mangel halen, net zolang totdat ze zelf ook gaat geloven in bepaalde vrouwvijandige mythes.

Sarah Churchwell schrijft in een mooi essay dat mannelijke auteurs in hun romans vaak terugvallen op gaslighting van vrouwen via vrouwelijke personages. Ze definiëren de wereld zoals hen dat als man goed uitkomt en reduceren vrouwen tot hysterische domme karikaturen en/of hulpjes van de man. Hun verwrongen vrouwbeeld steekt in verhevigde mate de kop op tijdens periodes, waarin vrouwen in het openbare leven protesteren tegen hun tweederangs status en meer ruimte opeisen. Dat levert bijvoorbeeld personages op die zichzelf feministisch noemen maar de mannelijke held tegeljkertijd op een vernederende manier dwingen om zittend te plassen, beschrijft Churchwell. Huuuu, enge feministen….

Die literaire traditie levert vooral verliezers op, signaleert Churchwell. Verhalen hebben effecten op mensen. Mannen verliezen iets als ze niet lezen of alleen boeken kiezen van mannen, over stoere mannen die oorlog voeren en sexy vrouwen veroveren. Lezeressen vervallen in een totaal gevoel van vervreemding als ze vooral verhalen lezen waarin ze niet voorkomen, of waarin de enige rol die is van een bordkartonnen hatelijk stereotype. De standaard canon vol boeken van blanke mannen die vrouwen negeren of vertekend weergeven is zodoende vooral een lijst van boeken die geen vrouw zou moeten willen lezen. (Tenzij je als schrijfster een studie van hun seksisme wil maken, om de vrouwenhaat daarna te ontmantelen in je eigen romans).

Daarnaast heeft het ook psychologische effecten op schrijfsters, als onze cultuur de beeldvorming uit de kokers van mannen aanneemt voor neutraal en universeel:

Here’s playwright Alison Croggon on the effect such bias can have on the confidence of a writer: “The woman who begins with talent but who finds herself struggling to gain notice simply because she is a woman, can find her ambitions dwindling, her possibilities shrunken, in a continually amplifying feedback loop. Just as success breeds confidence, so the lack of it breeds uncertainty. If millions of reinforcing signals say a woman’s work is less significant, something will eventually begin to stick. This kind of intensifying feedback, which begins at birth, is very difficult to track and even more difficult to combat.”

Dat verzet is echter broodnodig om de dominante beeldvorming te veranderen. Gelukkig komt de zaak steeds meer in beweging. Onderzoeken zoals VIDA tonen in overduidelijke cijfers aan dat het werk van mannen nog steeds onevenredig veel aandacht krijgt in literaire media. Dat leidt tot bewustwording en debat, met hier en daar een verbetering. Vrouwelijke auteurs zoeken ook steeds vaker zelf hun weg, waarbij internet en sociale media zeer behulpzame kanalen zijn. En er kwamen campagnes zoals Lees Vrouwen. In inspirerende artikelen vertellen lezers hoe ze hun leesgewoonten aanpasten en ruimte maakten voor verhalen  van en vaak ook over vrouwen. Churchwell juicht deze ontwikkelingen toe. Het vormt een noodzakelijk cultureel tegenwicht en biedt mogelijkheden om onszelf anders te laten kijken en denken.

Verder lezen: Zie voor de mannelijke dominantie in de Nederlandse literatuur de bevindingen van de Lezeres des Vaderlands. In haar artikelen duikt ze ook regelmatig in de inhoud van romans en zie je dat vrouwelijke personages er ook in Nederland bekaaid vanaf komen. Zoek je geloofwaardige vrouwelijke personages, dan moet je bij de schrijfsters zijn, want hun mannelijke collega’s blijven steken in slachtoffers of hoeren. Zie verder een artikel over de vooroordelen rond hun werk, waar schrijfsters nog steeds mee geconfronteerd worden. Of deze mooie beschouwing van auteur Niña Weijers, of deze analyse van Sanne van Oosten, of dit artikel over de manier waarop ons literatuuronderwijs vrouwen buiten sluit. Kortom nog genoeg werk te doen….

Vrouwen, mannen en literatuur

In de aanloop naar Lees Vrouwen 2015 brengt De Zesde Clan graag wat achtergronden onder de aandacht. Waaronder discussies over schrijfsters en de mannelijke canon, en een boeiend essay over literatuur, wie we identificeren als serieuze auteur, wie niet, en wat gender daar mee te maken heeft.

Dat vrouwen mensen zijn, moet steeds opnieuw herhaald worden. Want mensen, vrouwen dus ook, zijn sociale wezens. Waarom is dat van belang voor Lees Vrouwen 2015? Nou, mensen worden psychologisch en sociaal beïnvloed door machtsverhoudingen, vooroordelen en tradities. Dat uit zich vervolgens in hun gedrag. Ook als het gaat om lezen, schrijven en wie er meestal vandoor gaan met de lof, eer en prijzen (hint: meestal geen vrouwen. En al helemaal geen vrouwen met een getinte huidskleur).

De literaire wereld probeert bovenstaande genderkwestie in de regel angstvallig buiten de deur te houden. Zo begon eind jaren negentig een project om een nieuwe literatuurgeschiedenis te produceren, die de officiële normen weer decennia lang vast legt. In het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde stonden prompt mensen op – in 2001, niet 1950, mocht je dat denken – om ervoor te pleiten dat gender eindelijk meegenomen zou worden als integraal onderdeel van deze afwegingen.

Dat was namelijk niet eerder op een fatsoenlijke manier gebeurd. Terwijl uit alles blijkt dat de sekse van de auteur een cruciale rol speelde in de literatuurgeschiedenis:

…de bijdragen die vrouwen hebben geleverd aan het literaire productie-proces blijken bepaald te zijn door allerhande factoren, die onlosmakelijk verbonden zijn met middeleeuwse machtsstructuren. […] Poëticale opvattingen – en in het kielzog hiervan canonvorming en literatuurgeschiedschrijving – zijn subjectief en cultureel. Niet alleen geletterdheid (in het Latijn) is een factor die vrouwelijke auteurs aan de zijlijn plaatst, maar ook de opvattingen over de vrouwelijke natuur in het middeleeuwse waardenstelsel zijn strijdig met het optreden van een vrouw als auteur.

Dat was in de middeleeuwen zo, en nu nog steeds. Als je hier geen aandacht aan besteed, kom je uit op een kritiekloze herhaling van bestaande machtsverhoudingen.

Die machtsverhoudingen zijn er namelijk nog steeds. Niet zo expliciet als in voorgaande eeuwen, maar misschien daarom juist moeilijker te zien en moeilijker te bestrijden. Zeker als mensen een wetenschappelijk sausje gieten over aloude stereotypen.

In die culturele en psychologische mannenwereld krijgen vrouwen nog steeds signalen dat zij niet voldoen aan de norm van ‘schrijver’. Nog steeds merken vrouwen regelmatig dat anderen hen niet serieus hoeven te nemen. Auteur Katherine Angel geeft deze context weer in een essay met de ironische titel Gender, Blah Blah Blah:

Being underestimated — by men, by women, by themselves — is something most women have in common. We have to work harder from the outset to resist being dismissed, to attain equal footing, and then to maintain it. It’s endless, repetitive work, cut across and intensified by yet other assumptions based on accent, skin color, class, education, dress. And it’s a powerful thing, the learnt reflex to look at a woman and see someone who is by definition unaccomplished, a novice; someone’s disciple, companion, muse; someone with no power or expertise of her own.

Niet zo vreemd dus, dat vrouwen moeite hebben om zichzelf een plek te geven in de literaire traditie. Vanaf Bijbelse tijden ontnamen mannelijke machthebbers vrouwen het recht om dingen een naam te geven en een visie op de wereld te vormen. Wees stil, hou je mond, gehoorzaam, was eeuwenlang de boodschap.

De wereld draaide en draait om mannen. Tot op de dag van vandaag moeten critici benadrukken dat het altijd een keuze van de auteur is, als die een fictief verhaal schrijft zónder relevante vrouwelijke personages, en/of seksistische cliché’s gebruikt.

Christine de Pizan, een van de moedigen die de pen oppakte.

Weten vrouwen desondanks genoeg zelfvertrouwen op te bouwen om toch de pen ter hand te nemen, dan moeten ze maar hopen dat anderen hun werk op waarde weten te schatten. Want ook die anderen zitten vast aan een mannelijke canon, de man als norm voor het universum. Hun keuzes maken dat regelmatig pijnlijk duidelijk. Beroemd voorbeeld: de jury van de Libris Literatuurprijs, die eerst vrouwen afserveert omdat ze teveel over persoonlijke wissewasjes zouden schrijven. Om daarna een man te bekronen voor een roman over zijn kinderen:

De jury stelde: “Je moet het maar durven. Schrijven over het aller, allergewoonste, dat tegelijkertijd het meest dierbare is: je eigen kinderen”, aldus het juryrapport.

Schrijven over huiselijke of persoonlijke dingen is dus helemaal niet erg. Als je een man bent. Als vrouw kun je je er echter maar beter verre van houden. Anders schrijf je vrouwenboeken, die een specifiek soort kaft krijgen en per definitie buiten de literatuur vallen.

Deze dubbele moraal leidt ertoe dat vrouwen die willen schrijven, voor een moeilijke opgave staan. Ze moeten hun vrouw-zijn symbolisch afschaffen om mee te kunnen doen. Mannen niet:

De mannelijke schrijvers, intussen, hielden ferm vast aan hun geslacht. Hier geen literaire critici en juryvoorzitters die hen opriepen eraan te ontsnappen. Hier geen gemopper op de beperkte thematiek van de liefde en op ‘de onverbloemde weergave van de werkelijkheid’, maar lof voor de durf om persoonlijke onderwerpen te kiezen. ‘Zijn zoektocht naar liefde, seks en intellectuele negerinnen doet ijzingwekkend authentiek aan.’

Kortom, een dubbele moraal. Bovendien, als vrouwen ‘moeten ontsnappen aan hun eigen geslacht’, raken ze afgesneden van hun eigen ervaringen en hun eigen stem. Het kost heel veel moeite om die spagaat om te vormen tot iets werkbaars. Schrijfsters moeten, letterlijk, hun ‘moedertaal’ uitgraven onder een berg mannelijke beelden, normen, waarden en tradities. Ze moeten vechten voor het recht om zichzelf te mogen definiëren.

Wat te doen? Deze systematische marginalisering van schrijfsters kun je niet alleen aanpakken op het niveau van intellectuele analyses, cijfers en aanklachten. Lezen en schrijven hebben namelijk óók te maken met emoties, met half onbewuste beelden over  kwaliteit, wat we een goed boek vinden, wiens stem we willen erkennen, wie we automatisch als auteur zien.

Het gaat daarom om bewustwording en traditievorming. Als lezer moet je wennen aan de manier waarop vrouwen, die hele andere ervaringen opdoen dan hun mannelijke leeftijdsgenoten, de wereld beschrijven.

Cue Lees Vrouwen 2015. Deze campagne geeft iedereen de kans zijn of haar horizon te verbreden en ervaring op te doen met die andere stemmen. Op gevoelsmatig en psychologisch niveau kan dat veranderingen bewerkstelligen en schrijfsters een gelijkwaardige plek in de canon geven.

Daarom steunt De Zesde Clan dit project. Lees Vrouwen!

NRC marginaliseert schrijfsters

NRC, dank jullie wel! Jullie lijst met vijftig mooiste klassiekers uit de wereldliteratuur telt bijna geen schrijfsters. De eerste vrouwelijke auteur staat pas op de zeventiende plek. Daarmee tonen jullie als zoveelste medium de noodzaak aan van de campagne Lees Vrouwen 2015. Een lezeres van De Zesde Clan roept op tot actie. NRC vraagt om reacties op de lijst, ”omdat u [er] ongetwijfeld hiaten in ziet”. No shit, Sherlock! Dus mail hen, dan leren ze misschien nog iets.

Dat gevestigde media en ‘de literaire wereld’ schrijfsters links laten liggen, is uitentreuren bekend. Dit patroon is zowel in kwalitatieve als in kwantitatieve zin geanalyseerd, in kaart gebracht en bewezen. In binnen- en buitenland.

Leren mensen er iets van? Slechts mondjesmaat. Want inderdaad, smoesjes te over. Te beginnen met ‘Het is onze persoonlijke lijst/we noemden dat wat we zelf leuk vonden’. Zo vaak gebruikt als schaamlap, dat onder andere de lezeres van De Zesde Clan die smoes als eerste noemde, met het verzoek NRC daar niet mee weg te laten komen.

Tsja, meten met twee maten en kwaliteit niet herkennen blijven hardnekkige mechanismen. Het NRC is de zoveelste die schrijfsters marginaliseert. En weet je wat? Laat ze stikken in hun monocultuur van (blanke) mannen. Stem met je voeten en doe mee met Lees Vrouwen 2015. Een Nederlandse actie van journaliste Kirsten van Santen, inmiddels enthousiast omarmt door liefhebbers van goede verhalen.

Net zoals het succesvolle Read Women 2014 is die actie gebaseerd op liefde voor lezen. Lezers tippen andere lezers over boeken van schrijfsters, zodat mensen de kans krijgen nieuwe auteurs te ontdekken en zichzelf los te weken uit de traditionele mannelijke canon. Lees Vrouwen 2015 betekent dat je die eenzijdige mannenlijst van NRC kunt negeren. Hou Hella S. Haasse met Het Woud der Verwachting en Emily Brontë met Woeste Hoogten. En vul aan met:

  • Amanda N. Adichie, onder andere Paarse Hibiscus en Een Halve Gele Zon
  • Elena Poniatowska, vorig jaar nog onderscheiden met de Cervantes Prijs, met romans zoals Leonora, Lieve Diego en Dit Leven is een Leugen.
  • Helen Oyeyemi met onder andere Het Andere Huis, Wit is voor Toveren, en Het Icarus-meisje
  • Ida Simons met Een Dwaze Maagd – herontdekt, opnieuw uitgegeven, en schande dat die roman niet in jullie lijst van vijftig klassiekers staat, NRC
  • Eleanor Catton met Al Wat Schittert (Man Booker Prize 2013)
  • Alles uit de reeks Artemis Classics. Eind 2013 verschenen de eerste twee titels van schrijfsters in Nederlandse vertaling: Daphne du Mauriers Rebecca en Alice Walkers De kleur paars.

Enz. enz. En NRC, wat bezielde jullie? Wel de Goddelijke Komedie van Dante Alighieri (14e eeuw), maar niet klassiekers zoals Het Hoofdkussenboek van Sei Shonagon (rond het jaar 1000) of Het Boek van de Stad der Vrouwen van Christine de Pizan (1403)? Sorry hoor, dan heb je toch echt iets gemist.

Mocht het argument voor die leemtes luiden ‘we deden alleen goed verkrijgbare vertalingen in het Nederlands, dus De Stad der Vrouwen viel af’, dan luidt het antwoord: uitgevers, breng slecht verkrijgbaar werk van schrijfsters opnieuw in omloop. Wij willen verhalen van vrouwen lezen. Wij willen diversiteit, andere stemmen, andere perspectieven, nieuwe horizonten. Omdat we van boeken houden, en van kwaliteit. Maak van 2015 het jaar van de Schrijfster, en ontdek onvergetelijke romans die je nog lang bij blijven. Veel leesplezier!

Nederland reageert positief op Lees Vrouwen 2015

ReadWomen2014 kreeg zoveel succes, dat Nederland niet achter kan blijven. In Nederland roept journalist Kirsten van Santen lezers op om mee te doen aan de actie #leesvrouwen2015. Meteen na haar oproep in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden kwamen er zoveel positieve reacties binnen, dat deze beide media niet tot volgend jaar willen wachten. Vanaf deze zomer beginnen ze al met een campagne om de Nederlandse leesgewoonten op te schudden. Iedereen kan ook meedoen op Twitter, met hashtag #leesvrouwen2015.

ReadWomen2014 ontstond uit frustratie om de manier waarop de literaire wereld omgaat met schrijfsters. Jaar na jaar analyseert organisatie VIDA de boekenbijlagen van allerlei kranten, en de inhoud van literaire bladen. Dat leidt tot The Count, De Telling, met altijd weer als schokkend resultaat dat mannen het werk van mannen recenseren. Vrouwen komen er nauwelijks aan te pas. Met vertekende beelden van de werkelijkheid tot gevolg:

”the canon lets in the male writers, then says, ‘Look: that’s the great literature, see how it’s writing about the human condition!’, when in fact it’s only writing about the male condition.”

Die relatieve onzichtbaarheid van schrijfsters, die onbalans, moet doorbroken worden, vond schrijfster Joanna Walsh. Als de literaire bladen geen zin hebben in diversiteit, moet de actie maar van de lezers komen. Dus begon ze met haar campagne om bewust een jaar lang werk van vrouwen te lezen. Ze kreeg een enorme response op haar actie. Boekenwurmen gingen tellen en kwamen erachter hoeveel blanke mannelijke auteurs ze lazen. Nauwelijks vrouwen, nauwelijks stemmen uit andere culturen dan de Engelse of de Amerikaanse. Oeps…

In Nederland is dat net zo. Dat begint al vroeg, als je nog op school zit. Daar krijg je de literaire canon voorgeschoteld (vertaling: de ene na de andere roman van blanke mannelijke auteurs) en kom je terecht in een wereld die Hella S. Haasse lange tijd afschilderde als ‘een duffe briefromanschrijfster’. Wie met zo’n scholing actief wordt in de literaire wereld, zet die trend vrolijk door. Bijvoorbeeld in advertenties: zes titels promoten, waarvan geen eentje van een schrijfster.

Met als gevolg de Nederlandse variant van de VIDA telling, inclusief mannen die werk van mannen recenseren en schrijfsters niet zien staan, of hun werk op vreemde gronden afkraken – de patronen die Joanna Russ identificeerde, zijn nog steeds zeer actueel. Ook in Nederland blijft de eregalerij gesloten voor vrouwen.

Deze structurele discriminatie leidt tot eenzijdige boekenkasten en een stereotiep beeld van romans van vrouwen. Iets waar mensen zich pas bewust van worden, als ze er op letten:

Anke Meijer trof in haar boekenkast overwegend mannelijke schrijvers aan. ,,Zou het leuk zijn om vooral vrouwenboeken te lezen?”, reageert ze. ,,Gaan ze veel over liefdesrelaties? Wordt de emotionele kant van de personen vooral beschreven? Of valt het reuze mee en zijn het goed geschreven boeken?”

Dat soort fenomenen. Read Women 2014 leidde en leidt tot bewustwording. Tot het actief opzoeken van andere stemmen, die je ogen en je hart openen voor de realiteit en de verbeeldingskracht van driekwart van de wereld. Mensen ontdekten opnieuw dat lezen geweldig is. Boeken geven inspiratie, plezier, troost. Verhalen laten je huiveren, of ontroeren je, of geven je nieuwe inzichten. Volg het live op Twitter, via #readwomen2014.

Wat zou het fijn zijn als de Nederlandse campagne hetzelfde effect krijgt. En lezers op het spoor zet van auteurs waar ze anders nooit aan zouden denken. Hopelijk wordt Lees Vrouwen 2015 net zo’n succes als Read Women 2014.

Tot slot:

In de tussentijd vraagt de redactie lezers om te blijven reageren, vooral op de wijze waarop boekhandels, critici en media in Nederland met vrouwenboeken omgaan. Bij voorkeur per mail onder vermelding van #leesvrouwen2015: cultuur@lc.nl of kunst@dvhn.nl

De andere Hobbit

In een alternatief universum had Tolkien een vrouw kunnen zijn. Dat stelt website Feminist Philosophers naar aanleiding van een herontdekking van Naomi Mitchison. Mitchison publiceerde haar fantasyboek Travel Light twee jaar voordat De Hobbit het levenslicht zag. Ze was goed bevriend met Tolkien en hielp hem waar ze maar kon. Waarna Tolkien wereldberoemd werd, terwijl Mitchison in de vergetelheid verdween.

Mitchison had in de jaren vijftig veel succes met Travel Light. Maar ook haar andere werk viel destijds in de smaak. Ze schreef meer dan zeventig boeken en bereikte de leeftijd van 101 jaar.

Ondanks haar succes ontbreekt ze echter in de meeste overzichten van genre-fictie. Als iemand over haar en/of haar boeken schrijft, vallen meestal termen als onterecht vergeten, en om onduidelijke redenen genegeerd. Het lijkt bijna alsof ze nooit heeft bestaan:

The woman who helped sell Tolkien’s epic to a sceptical reading public has been relegated to rare footnotes buried in the reverent biographies written about him.

Dat schrijfsters uit beeld verdwijnen is geen incident. Onder andere Joanna Russ en Elaine Showalter signaleren een patroon. Vrouw publiceert romans, heeft succes, en verdwijnt. Man publiceert romans, heeft succes en komt in de canon terecht.

Dat heeft gevolgen voor lezers, in het bijzonder kinderen. Wat als die Travel Light tegen waren gekomen in plaats van De Hobbit? Want Travel Light heeft een vrouwelijk personage als hoofdpersoon, terwijl De Hobbit een grote jongens en mannenkliek verbeeldt:

 I read Naomi Mitchison’s Travel Light, and suddenly felt as if I were seeing my life thus far from a great height. I felt, very powerfully, that I had been waiting for it, and that it was telling me the story of the person I might have been had I read it when I was a child. […] Who might I have been if I had met Halla Bearsbairn before Bilbo Baggins? How different might my attitude toward dragons have been if I’d met Uggi before Smaug? How different would the spiritual landscapes of fantasy and science fiction be if they had accepted as antecedents works that showed a corrupt Byzantine Christianity and sympathy toward Islam?

Inderdaad, goede vraag. Die vragen doen niets af aan de kwaliteit van De Hobbit. Het gaat hier niet om een situatie waarbij lof voor de een automatisch betekent dat de ander dus slecht zou zijn. Er is genoeg lof en eer voor iedereen. Het is juist een pleidooi voor meer diversiteit. Geen enkel werk is perfect, en De Hobbit heeft serieuze beperkingen. Zoals een enorm gebrek aan vrouwen, om maar eens een inkoppertje te geven. Tolkien stelt de lezer bloot aan een paternalistisch seksisme, type hoffelijk de deur open houden,  ‘breek daar je mooie hoofdje maar niet over, schat’.

Bovendien is het voor een meisje veel moeilijker om zich in De Hobbit in te leven. Een jongen kan beschikken over talloze mannelijke personages waar hij zich direct mee kan identificeren. Een meisje niet. Zij moet eerst innerlijk werk verrichten voordat ze zich aan kan sluiten bij een wereld vol mannelijke orks, hobbits, tovenaars en draken. Dat het veel meisjes en vrouwen lukt, wil niet zeggen dat het dus goed is. Sterker nog, desgevraagd blijken vrouwen regelmatig af te haken. Dit gaat niet over mij, lezen ze. Om nog maar te zwijgen over de afstotende werking van verwrongen vrouwbeelden en openlijk seksisme:

“I will never forget reading Bukowski’s Post Office and feeling so horrible, the way that the narrator describes the thickness of ugly women’s legs. I think it was the first time I felt like a book that I was trying to identify with rejected me. Though I did absorb it, and of course it made me hate my body or whatever.”

Kortom, goed dat De Hobbit er is. Maar daarnaast hebben we meer Travel Light nodig, en meer schrijfsters in de canon. Ze zijn er, we moeten alleen nog leren hun werk te koesteren.

 

Franse literaire canon slegts vir mannen

Op zich positief nieuws deze week in NRC Handelsblad: een prestigieuze Franse uitgeverij, die alle klassiekers uit de canon in prachtige ingebonden uitgaven uitbrengt, neemt Virginia Woolf op in de reeks. De serie, Bibliothèque de la Pléiade, loopt al sinds de jaren dertig van de vorige eeuw. De serie is vooral bedoeld voor literaire werken van eigen bodem, maar af en toe mogen ook buitenlandse auteurs meedoen, zoals Cervantes, Jane Austen en William Shakespeare.

Meteen na die heugelijke mededeling – als iemand het verdient om in een galerij der groten opgenomen te worden, is het Woolf wel – laat de krant echter achteloos vallen dat de reeks inmiddels meer dan vijfhonderd werken bevat, waarvan nu, met Woolf erbij, negen van vrouwelijke auteurs. Negen. Laat die verhouding even tot je doordringen. Negen op de vijfhonderd, dat is nog niet eens 2 procent!

De Zesde Clan snapt dat er historische vertekeningen optreden. De reeks begint met kritisch geannoteerde edities van middeleeuwse werken. We weten allemaal dat kerk en staat vrouwen tot ver in de negentiende eeuw actief weerden uit de publieke ruimte. Vrouwen die wilden schrijven, waren onfatsoenlijk en kregen te maken met zeer sterke sociale uitsluiting, dus tot aan de twintigste eeuw waren er veel meer mannen die de wereld benoemden.

Maar kom op zeg, op een gegeven moment gingen vrouwen massaal schrijven. Waar zijn Daphne Du Maurier, Flora Tristan, Claire de Duras en Delphine de Girardin? Waarom Sartre wel, maar Simone de Beauvoir niet? Opnieuw zie je dat vrouwen uit beeld verdwijnen zodra we komen bij de meest gezaghebbende en meest prestigieuze laag in de literatuur. Opnieuw zie je dat schrijfsters uit de canon vallen. Ze zijn niet universeel en indrukwekkend genoeg. Bah, bah en nog eens bah.

Kwaliteit is een subjectief begrip

Zeg ‘literaire kwaliteit’ en automatisch volgen onbewuste associaties met ‘man’ en ‘blank’. Het leidt tot een literaire canon vol mannelijke schrijvers, en waardeoordelen waarin mensen/lezers romans van schrijfsters ervaren als iets wat los staat van de rest van de literaire wereld – zoals dat ook gebeurt in andere creatieve beroepen, zoals de schilderkunst.  Waar de grote gezaghebbende overzichtstentoonstellingen ook al naar de mannen gaan, want die zijn universeel en belangrijk, terwijl vrouwen slechts vrouwen zijn.

Auteur Meg Wolitzer brengt de patronen in de literaire wereld kaart in een must read essay voor het zondagse boekenkatern van de New York Times.

Hét beeld van de Grote Nederlandse Auteur.

Deze situatie beperkt zich niet alleen tot de V.S. In Nederland volgden na het overlijden van Mulisch speculaties wie nu de nieuwe ‘Grote Drie’ zouden worden. Alleen mannennamen kwamen voorbij. En toen kort geleden de nominaties voor de Libris Literatuurprijs 2012 bekend werden, volgde het vertrouwde beeld: een jury die op 1 persoon na uit mannen bestond, nomineerde louter boeken van mannelijke auteurs. Ook in Nederland zit de kwaliteit opvallend genoeg alleen bij een zeer specifieke bevolkingsgroep.

Wolitzer verbaast het niets. Het is alleen lastig zulke patronen te benoemen als seksisme, want we leven niet meer in de negentiende eeuw. Slechts een enkele man durft nog openlijk te zeggen dat zijn werk superieur is aan alles wat de vrouwtjes op papier zetten. Dat leidt altijd tot heftige reacties, want oeps. De meeste volwassenen weten beter en houden het op een veel subtielere strategie:

…unlike small boys who don’t yet know better than to say that girls’ books are “sappy,” serious readers, male or female, would never admit to thinking that fiction by women is inferior. Male writers and critics have learned not to express every demented thought that crosses their minds, and besides, in most cases, they sincerely believe that they don’t esteem writing according to the writer’s gender. So one searches mostly in vain for current ruminations on the subject of “why women can’t write.

Hét beeld van de Grote Engelse Auteur.

Toch blijkt keer op keer dat we als collectief, als cultuur, boeken van mannen anders beoordelen dan boeken van vrouwen. Waarbij de ene categorie een veel hogere status heeft dan de andere:

Recently, when the novelist Mary Gordon spoke at a boys’ school, she learned that the students weren’t reading the Brontës, Austen or Woolf. Their teachers defended this by saying they were looking for works that boys could relate to. But at the girls’ school across the street, Gordon said, “no one would have dreamed of removing ‘Huckleberry Finn’ or ‘Moby-Dick’ from the syllabus. As a woman writer, you get points if you include the ‘male’ world in your work, and you lose points if you omit it.”

Uitgevers, winkels en literaire bladen doen hier vrolijk aan mee. Een Amerikaanse organisatie, VIDA, houdt sinds vorig jaar precies bij welke recensenten in welke bladen welke romans beschrijven, en zag een duidelijk patroon. Mannen recenseren het werk van mannen. Vrouwen staan in een apart hoekje:

Women’s interests are specialized, they’re secondary; they’re somewhere over to the side of the serious work that’s being done. Throughout history, there have been ladies’ magazines, ladies’ journals, and for years there have been women writers who would refuse to participate in women-only sort projects because of that stigma. And you’ve got Peter Stothard at the Times Literary Supplementsaying women “are heavy readers of the kind of fiction that is not likely to be reviewed in the pages of the TLS.” He was basically saying, “Women aren’t interested in heavy issues;we do heavy work.”

De rubricering en design werken mee aan het beeld van een apart vrouwenhoekje. Amazon zet vrouwen behulpzaam in de categorie Vrouwenfictie – en hopla, daar heb je een roze ghetto waar geen mannelijke lezer zich zal wagen. De kaft speelt ook mee. Pastelkleuren, foto’s van waslijnen of een schommel, en zwierige letters vertellen de lezer dat dit een vrouwenboek is.

Hét beeld van de Grote Amerikaanse Auteur.

Romans van mannelijke auteurs krijgen een geheel andere behandeling, signaleert Wolitzer in haar essay:

Compare these with the typeface-only jacket of Chad Harbach’s novel, “The Art of Fielding,” or the jumbo lettering on “The Corrections.” Such covers, according to a book publicist I spoke to, tell the readers, “This book is an event.” […] I don’t need to remember anything about signifiers to understand that just like the jumbo, block-lettered masculine typeface, feminine cover illustrations are code. Certain images, whether they summon a kind of Walker Evans poverty nostalgia or offer a glimpse into quilted domesticity, are geared toward women as strongly as an ad for “calcium plus D.” These covers might as well have a hex sign slapped on them, along with the words: “Stay away, men! Go read Cormac ­McCarthy instead!”

Was dit altijd zo? Nee, stelt Wolitzer, een samenloop van omstandigheden zorgt er soms voor dat schrijfsters enige tijd ruimte krijgen. Zoals in de jaren zeventig en vroege jaren tachtig, toen de tweede feministische golf een sterke invloed kreeg:

It seems no coincidence that some of the most esteemed women writing today — Toni Morrison, Joyce Carol Oates, Margaret Atwood, Doris Lessing, Marilynne Robinson — came to prominence at an unusual moment in time when the women’s movement could be felt everywhere. Stories, long and short, and often about women’s lives, suddenly mattered to the cultural conversation. […] Whereas before that a lone woman might be allowed on the so-called men’s team, literary women began achieving critical mass and becoming more than anomalies.

Hét beeld van de Grote Spaanse Auteur.

Later in de jaren tachtig sloeg de deur weer dicht. De tijdgeest veranderde, het mars en venusdenken won aan kracht, en schrijfsters moeten weer vanouds werken vanuit de marge:

But though this wave of prominent authors helped the women who followed, as time passed it seemed harder for literary women to go the distance. […] …just as women are suddenly fighting anew for access to contraception, the VIDA statistics suggest that women writers are still fighting to have their work taken seriously and accorded as much coverage as men’s.

Dat romans van vrouwen soms wel degelijk in de literaire prijzen vallen, verandert niets aan hun ondervertegenwoordiging en gebrek aan culturele impact, signaleert Wolitzer. Dat verandert pas als de cultuur verandert, als normen en waarden meer inclusief worden. Een mentaliteit veranderen is lastig:

This is a tricky subject. Bringing up the women’s question — I mean the women’s fiction question — is not unlike mentioning the national debt at a dinner party. Some people will get annoyed and insist it’s been talked about too much and inaccurately, and some will think it really matters.

Hét beeld van de Grote Duitse Auteur.

Ook de betrokkenen bij de tellingen van VIDA signaleren die weerstand om het onderwerp serieus te bespreken:

What you’re talking about are people’s unconscious biases. What I’ve learned over the last couple years doing the Count is that I could have Jesus Christ himself come down and say, “Yes, the ladies are right, there is discrimination in the literary world, just as there is in every aspect of life. Gender bias is profound and woven into the fabric of pretty much every part of our lives.” And there would still be all these people in comment boxes and articles saying, “well, these numbers don’t mean anything.”

Maar het heeft zin deze discussie te voeren en bewustwording op gang te brengen. In Engeland stapten vrouwen met succes naar boekhandel WH Smith. De winkel schafte het hoekje met het label ‘vrouwenfictie’ af na klachten van lezeressen. Ook uitgevers moeten oppassen. Als ze te ver gaan met hun roze kafjes, lopen ze het risico dat auteurs gaan protesteren, of zelfs bij hen weglopen en hun heil ergens anders zoeken.

Daarnaast heeft de blanke mannelijke canon negatieve culturele effecten, die soms pas duidelijk worden als je per ongeluk een jaar lang alleen romans van schrijfsters hebt gelezen. Ten eerste mis je talloze vrouwelijke talenten. De grote blanke man met zijn sleutelroman beneemt je het zicht op die diversiteit, die veelheid van stemmen en ervaringen. Ten tweede geven mannelijke auteurs vaak een eenzijdig beeld van de wereld:

 I was noticing that whenever I opened a book by a man — whether it was a literary classic or a well-reviewed contemporary darling — I simply couldn’t find many women. With a few notable exceptions, I instead found male anxiety wrapped in a vagina. […] It’s not that white male writers are somehow inherently sexist. It’s just that their perspective is limited. Because white men, as it turns out, are not actually omniscient oracles.

Vanwege al die redenen en meer blijft de Zesde Clan doorgaan met het in kaart brengen van patronen, en protesteren tegen lijstjes met louter blanke mannen. Of het nou gaat om literatuur, of genrefictie. We zullen onder andere de komende VN Detective en Thrillergids, net als vorig jaar, aan een grondige analyse onderwerpen. Eens zien of er vooruitgang te bespeuren is ten opzichte van de editie van 2011. We komen allemaal van aarde. Mannen én vrouwen kunnen geweldige boeken schrijven. In een rechtvaardige wereld zou er erkenning voor dat feit zijn.

Meer lezen? Zie dit artikel uit The New Republic over hoe de normen en waarden van het literaire wereldje vrouwen op achterstand zetten. En:

Franzen erkent dat blanke mannelijke auteurs in het voordeel zijn

Dat blanke mannelijke auteurs in het voordeel zijn in de literaire wereld, is allang bekend. Maar wat nieuw is, is dat sociale media zoals Twitter ervoor zorgen dat kritiek op die situatie veel meer mensen bereikt. En dat blanke mannelijke auteurs erkennen dat ze inderdaad bevooroordeeld zijn ten opzichte van vrouwen en allochtonen. Die erkenning kwam onder andere van Jonathan Franzen, algemeen onthaald als de nieuwe Great American Novelist.

Engels dagblad The Guardian publiceerde een lang interview met schrijver Jonathan Franzen, die momenteel hoge ogen gooit met zijn nieuwste roman Freedom. Zulke hoge ogen, dat er een controverse is ontstaan, onder de term ‘Franzenfreude’.  NPR citeert auteur Jennifer Weiner voor een definitie van Franzenfreude:

“Franzenfreude is taking pain in the multiple and copious reviews being showered on Jonathan Franzen. It’s about the establishment choosing one writer and writing about him again and again and again,” Weiner says, “while they are ignoring a lot of other worthy writers and, in the case of The New York Times, entire genres of books.”

Franzen reageert in het interview in de Guardian op die kritiek, en geeft Weiner en haar medestanders groot gelijk:

…he agrees with Weiner and author Jodi Picoult about the favouritism shown towards “white male literary darlings”. “The categories by which we value fiction are skewed male, and this creates a very destructive disconnect between the critical establishment and the predominantly female readership of novels,” he says. “That’s inarguable.”

Vrouwelijke auteurs, of auteurs met een kleurtje, kunnen schrijven wat ze willen, maar de literaire kritiek ziet hun boeken niet als universeel en het summum van de Amerikaanse identiteit. Onder andere Elaine Showalter laat dit duidelijk zien, met allerlei voorbeelden, in haar boek A Jury Of Her Peers. De boekbespreking van internetmagazine Salon vat het beknopt samen:

 By the 1850s, according to Showalter, “the American literary marketplace became a battlefield between women and men,” with the sales mostly going to the women and the esteem reserved for the men. Even socially influential writers, like Harriet Beecher Stowe (teased by Abraham Lincoln for starting the Civil War), got sniffed at by the critical establishment, and it only got worse when the 20th century ushered in the cult of the he-man novelist as personified by Ernest Hemingway.

Kortom, vrouwen schreven en schrijven succesvolle boeken. Ze verkopen tegenwoordig veel exemplaren en kunnen leven van hun pen, maar het respect ging en gaat naar blanke mannen. Zij krijgen de literaire prijzen, de positieve recensies in de meest gezaghebbende bladen en kranten, en bergen aandacht in de media. En dat zorgt er volgens Showalter voor dat zíj in de geschiedenisboekjes en de literaire canon van de V.S. komen. En niet vrouwen of allochtonen.

De drukte rondom Franzen is slechts het meest recente voorbeeld van deze cultuur. Wel nieuw is dat auteur Jennifer Weiner openlijk kritiek leverde op deze gang van zaken, en dat die kritiek via sociale media zoals Twitter en Facebook binnen een paar dagen voor een enorme ophef zorgde. Iedereen ging zich ermee bemoeien, gaf zijn of haar mening, en liet in nieuwe Twitters weten of hij of zij voor of tegen die kritiek was. 

Dat wat vrouwen of allochtonen doen in de marge verdwijnt, is een hardnekkig verschijnsel. Maar dat er zoveel ophef over ontstaat, geeft hoop. Net als het seksisme in de Amerikaanse verkiezingen van 2008, kan de Franzenfreude er misschien voor zorgen dat mensen zich bewust worden van het seksisme in de literaire wereld. En die bewustwording kan vervolgens leiden tot acties: gemengde jury’s instellen voor literaire prijzen, bewust meer aandacht besteden aan meer verschillende genres, en beter nadenken over die Great American Novelist. Wie is dat, hoe herken je die, wie heeft dat talent. En dat zijn dus niet alleen de blanke mannen.