Tag Archives: Lage Landen

National Geographic versterkt kritiekloos de mannelijke canon

Wie wordt de grootste ontdekker van de Lage Landen? National Geographic laat lezers kiezen uit een welgestelde blanke man, een welgestelde blanke man, een welgestelde blanke man, goh, nog een welgestelde blanke man…. De selectie komt uit de koker van een commissie bestaande uit een geleerde blanke man, een geleerde blanke man, een geleerde blanke man, goh, nog een geleerde blanke man… Zonder een woord van kritiek reproduceert en bekrachtigt het wetenschapsblad de mannelijke canon. NG toont zich blind voor de totstandkoming van deze weergave van wetenschap, en de rol van gender daarbij.

De plek van de vrouw in het lijstje van grootste uitvinders van de Lage Landen.

Het enige wat een kritische lezer kan vinden is een korte toelichting op de website (de tekst in het papieren magazine is ongeveer van gelijke strekking):

Een door National Geographic opgestelde longlist met meer dan 25 namen is in samenspraak met een commissie van hoogleraren, onder wie een Nobelprijswinnaar, teruggebracht tot een shortlist van tien ontdekkers.

Iets over de precieze inhoud van de selectiecriteria vermeldt National Geograpphic niet, althans niet op een makkelijk vindbare plek. Hoeft ook niet. Het is een en al hoogleraren. Nobelprijs! Longlist en shortlist! Klinkt allemaal absoluut neutraal, onpartijdig, puur wetenschappelijk, ‘het enige wat telt is kwaliteit’, enzovoorts.

Sorry, National Geographic, maar we leven in 2014. Anno 2014 zul je toch echt moeten toelichten waarom de Lage Landen eeuwenlang een bevolking kan hebben die sowieso voor de helft uit vrouwen bestond en bestaat, en waar eeuwenlang talloze mensen met een niet-blanke huid leefden. Hoe kan het dat alleen een select groepje blanke mannen in de canon van tien grootste ontdekkers terecht kan komen? Welke mechanismen spelen daarbij een rol? Wie zie je staan, en wie zie je niet staan?

Het wetenschapsblad toont zich blind voor de effecten van een (academische) geschiedenis waarbij ‘wetenschap’ eeuwenlang gelijk stond aan ‘man’, en vrouwen impliciet en expliciet uitgesloten werden van het verwerven van kennis – een voorwaarde om een grote ontdekker te worden. National Geographic vergeet bovendien de periode waarin de wetenschap professionaliseerde, zo tussen 1850 en 1910, en hoe mannelijke geleerden destijds opnieuw hun uiterste best deden om universiteiten en wetenschap mannelijk te houden. (Voor de ontwikkeling van het vak geschiedenis in Nederland biedt Maria Grever bijvoorbeeld mooie inkijkjes in en voorbeelden van deze territoriumdrift.)

National Geographic presenteert volstrekt kritiekloos zogenaamde neutrale, algemene wetenschap, terwijl het in werkelijkheid gaat om een feestje van, voor en door blanke mannen uit welgestelde milieus, op basis van hun maatstaven en op basis van hun geschiedenis. Voor een wetenschapsblad toont National Geographic zich behoorlijk blind voor de totstandkoming van zulke wetenschap, inclusief de bijbehorende canons. Terwijl het gaat om bekende patronen. Precies hetzelfde gebeurt bijvoorbeeld in de literatuur.

Waarom is het herhalen en daarmee bevestigen van die patronen zo schadelijk? Omdat het seksisten en racisten in staat stelt te kraaien: ‘zie je wel, roetmoppen en zeikwijven zijn waardeloos, ze presteren niks, ze kunnen het niet, ze zijn dom’. Ten tweede  is breed bekend dat vrouwen geen gelijke kansen kregen en krijgen in de wetenschap, vroeger en nu. Vaak spelen onbewuste vooroordelen een grote rol. Vanwege die vooroordelen krijgen vrouwen lagere cijfers, minder mentoring, minder kansen op promoties, uitnodigingen om te spreken op congressen, opgenomen te worden in overzichtswerken, enzovoorts.

Met andere woorden: vrouwen lopen een hoog riciso om uit de canon te vallen. Zolang gezaghebbende bladen als NG daarover zwijgen en klakkeloos de gevestigde normen reproduceren, werken ze mee aan die systematische achterstelling. Sorry, NG, anno nu kun je dat echt niet meer maken. De Zesde Clan weet dat je het beter kunt!

Vrouwenstreken haalt vergeten schilderessen voor het voetlicht

De Zesde Clan kan een nieuwe rubriek beginnen: XYZ [vul in] krijgt of krijgen eerherstel. Vrouwelijke wetenschappers, politici, leiders, filosofen, kunstenaressen, ze hebben altijd bestaan maar kregen vroeger zelden erkenning of bekendheid. Pas de afgelopen decennia richten onderzoekers hun blik op de bijdrage van vrouwen, en dan blijken vrouwen veel meer gedaan te hebben dan ‘men’ dacht. Zoals schilderessen uit de Lage Landen. In het pas verschenen boek Vrouwenstreken geeft hoogleraar Kunstwetenschappen Katlijne van der Stighelen een beeld van hun leven en werk.

Kunstenaressen, schilderessen, het is voor veel mensen een onbekende wereld. De website deredactie.be verhaalt het volgende:

Bob Van den Broeck, raadgever gelijke kansen bij Minister Smet, had op het kabinet een steekproef gehouden: noem voor de vuist enkele Vlaamse hedendaagse schilders? De uitslag: Michaël Borremans, Luc Tuymans en Bruno Vekemans. Geen enkele vrouw. Hij vroeg door, wilde namen van vrouwelijke kunstenaars horen. Resultaat: Liliane Vertessen (die niet werd opgenomen in het boek). En hij stelde zich de (retorische) vraag waarom zo weinig vrouwelijke kunstenaars gekend en bekend zijn? En dat ondanks de vaststelling dat dit jaar 66% van de leerlingen in het deeltijds kunstonderwijs vrouw is.

Van der Stighelen heeft wel een idee. Vrouwen met talent kregen lange tijd geen kans. Ze mochten niet leren, of ze mochten wel leren maar moesten er niet mee te koop lopen, en uiteindelijk was hun bestemming  trouwen en kinderen baren. Als er andere kunstenaars in de familie waren, konden vrouwen soms als een soort verborgen hobby wat tekeningen of kleine schilderijtjes maken. Wie hun werk zag toonde vaak een enorme verbazing – a la kijk, het hondje kan dansen, wow! Het moest vooral niet gekker worden.

Ondanks die ontmoedigende omstandigheden waren er tóch vrouwen die serieus schilderden. Van der Stighelen ging naar die uitzonderingen op zoek en traceerde diverse vergeten kunstenaressen uit de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. Ze werkten in de periode van 1550 tot heden en slaagden erin om een eigen beeldtaal te ontwikkelen. Knap, want de gangbare beeldtaal richtte zich op mannen en wat zij leuk vonden, zodat ze het werk kochten en de schilder een inkomen had. Zodoende kreeg je cliché’s zoals een vrouw voor een spiegel, als symbool voor een spel van echt en onecht. Of  geïdealiseerde vrouwenlichamen in mooie landschappen, waar hetero mannen eens lekker naar konden kijken.

De vrouwen sloegen andere wegen in. Zo portretteerde Catharina van Hemessen zichzelf in de zeventiende eeuw achter de schildersezel met een penseel in de hand. Een vrouw die zelfbewust het kunstenaarschap opeist en uitdraagt. Bijna drie eeuwen later schilderde Maria Verdurmen mannen met vrouwentrekjes. Ze projecteerde het feminiene op mannelijke modellen.

Dat is nog eens andere koek. Meer weten? Vrouwenstreken lezen!