Tag Archives: invloed

Wij lezen de Emancipatiemonitor zodat u dat niet hoeft te doen, deel 1: houding en mentaliteit

Nederlanders hebben een conservatieve mentaliteit. De Emancipatiemonitor 2010 brengt de elkaar versterkende meningen, normen en waarden keurig in beeld. Van ‘de moeder weet beter hoe ze voor kinderen moet zorgen’ tot aan ‘fulltime werk is het beste wat een man kan overkomen’, het sluit op elkaar aan en zorgt ervoor dat veel mensen de kudde volgen. Het resultaat is het anderhalfverdieners model, waarbij hij fulltime werkt en zij hooguit parttime, en een achterstelling van vrouwen op gebieden die niet behoren tot huishouden en kinderen opvoeden.

Normen, waarden en meningen over allerlei onderwerpen komen bij diverse hoofdstukken terug. De Zesde Clan zet de onderzochte opvattingen hier op een rijtje. Lees en huiver:

  • moeders met kinderen tot 4 jaar zouden van 27% van de bevoking óf niet buitenshuis mogen werken, of hooguit twee dagen per week
  • moeders met kinderen tot 4 jaar mogen van 24% van de bevolking maximaal drie dagen per week buitenshuis betaald werken
  • Kinderen op de basisschool? Dan meent 43% dat een baan van hooguit drie dagen ideaal is voor de moeder.
  • Vader met kind tot 4 jaar: vier dagen per week werken is prima volgens 40%, nog eens 32% vindt voor vaders een fulltime baan ook ideaal.
  • Kinderen op de basisschool? Dan is voor vader een fulltime baan voor 49% van de bevolking het beste, en vindt nog eens 38% een forse deeltijdbaan van vier dagen in de week ook goed.
  • Tweederde van de bevolking vindt het ok als een peuter naar de kinderopvang gaan, mits dat beperkt blijft tot twee a drie dagen per week.
  • 49% van de vrouwen en 71% van de mannen vindt dat een baby het eerste jaar thuis bij de ouders moet blijven
  • 55% van de mannen vindt een vrouw het beste geschikt om kinderen op te voeden
  • 40% van de stelletjes heeft nooit expliciet afspraken gemaakt over de verdeling van taken in huishouden en zorg voor kinderen
  • 37% van de bevolking vindt dat de vrouw net zo goed thuis kan blijven als haar inkomen maar net genoeg is om de kinderopvang te betalen
  • 41% van de vrouwen en 31% van de mannen vindt dat vrouwen te weinig invloed hebben bij de besluitvorming over belangrijke kwesties (denk aan kabinetsformaties etc.)

Uit de antwoorden op de stellingen blijkt overduidelijk dat mannen zichzelf zien, en door anderen gezien worden, als de kostwinner. Voor vrouwen zou betaald werk minder belangrijk moeten zijn. Met name als er kinderen komen keuren veel mensen betaald werk voor moeders af: van de kwart die geen tot hooguit twee dagen betaald werk acceptabel vindt, tot de bijna eenderde die het met drie dagen wel genoeg vindt.

Daar komt dan bovenop dat iets meer dan de helft van de mannen naar de vrouw kijkt als het gaat om kinderen opvoeden – zij zou dat beter kunnen. En dat 40 % van de mensen niet van tevoren bespreekt hoe ze het gaan regelen met de verdeling van arbeid en zorg, taken in huis, etc. Gezien die opvattingen is het niet zo vreemd dat veel mensen volautomatisch in traditionele rolpatronen rollen. En dat dit met name gebeurt op het moment dat het eerste kind geboren wordt.

De uitzonderingen komen uit de hoek van de mensen die niet voldoen aan het mannetje/vrouwtje/kindje model. Zo hechten alleenstaande vrouwen veel meer belang aan het hebben van betaald werk dan vrouwen met partner. Zij zeggen ook veel vaker expliciet dat zij zelfstandig willen kunnen leven. Bij vragen over de verdeling van betaald en onbetaald werk hield 10% het bovendien op ‘geen antwoord’, omdat zij andere manieren van leven hebben dan het gangbare model van stelletjes of gezinnen.

Het positieve nieuws is dat grote minderheden van de mannen en vrouwen beginnen in te zien dat die stand van zaken maakt dat vrouwen maatschapppelijk gezien achterop raken. Maar liefst 41% van de vrouwen vindt dat vrouwen te weinig invloed hebben op belangrijke besluiten, en 31% van de mannen steunt hen daarin. Gemiddeld 65% van de bevolking snapt bovendien waarom er zoveel moeite wordt gedaan om meer vrouwen de kans te geven door te stromen naarvloedrijke posities. En 44% van de vrouwen, plus 34% van de mannen, zou graag zien dat de volgende minister-president een vrouw is. Wie weet!

Media herhalen mythes na onderzoek vrouwentranen

Landelijke dagbladen en allerlei bloggers smulden de afgelopen week van het bericht dat de tranen van een vrouw ervoor zorgen dat mannen geen zin meer hebben in seks. Zulke boude uitspraken vragen om een kritische blik. Hoe zat het oorspronkelijke onderzoek in elkaar? Wat doen de media er vervolgens mee? Dan blijkt al snel dat er niks over blijft van alle beweringen. Zoals Ms Magazine kopt: Shed a Tear for Good Reporting…

Nee, zijn tranen zijn niet onderzocht. Alleen die van een groepje vrouwen.

Volgens Israelische onderzoekers hebben mannen veel minder zin in seks als een vrouw huilt.Dat zou komen doordat een stofje in de tranen van een vrouw veranderingen in de hormoonhuishouding van mannen veroorzaken. Met name het testosterongehalte daalde. Allerlei mensen gingen meteen aan de haal met dit nieuws. En maakten er een seksistisch potje van. Zoals de site van negen tot vijf:

Vrouwen zijn listige wezens, en altijd bereid hun biologie in de strijd te werpen om hun eigen punten op de agenda te krijgen. Nu blijken hun tranen zelfs vol te zitten met feromonen die uw ferme mannelijke potentie als lauwe bijenwas ineen doen zakken.

Het is een manvijandig complot van die vervelende wijven!!!! Inderdaad. Nog een mooi staaltje seksisme, uit wetenschappelijk tijdschrift Kijk. Kijk koos voor de kop ‘Geile man knapt af op vrouwentranen en eindigt het artikel als volgt: ,,Wat precies het evolutionaire voordeel is van het ‘no go’-signaal, is nog niet duidelijk. Maar in elk geval kunnen vrouwen ongegeneerd janken wanneer ze even geen zin hebben; sorry mannen!”

Wat niemand doet, is teruggaan naar het origineel en kijken wat het onderzoek precies inhield. Onder andere Ms Magazine deed dat wel, en dan blijkt het volgende: de onderzoekers beperkten zich tot een klein groepje proefpersonen. Ze kozen bewust alleen vrouwen en keken alleen naar het effect van hun tranen op mannen. Dat was handiger en praktischer. Ze keken niet naar het effect van mannentranen op vrouwen, of tranen van kinderen op vrouwen of mannen, of wat dan ook. Met andere woorden: het onderzoek was zeer eenzijdig.

Dan komt de volgende stap: het onderzoek zegt iets over het hormonale effect van vrouwentranen. Wat veel media vervolgens doen, is dit resultaat vervormen naar ‘tranen als wapen in de strijd tussen de seksen’. Dan kom je dus bij die listige wezens die tranen inzetten als vervanging van het oude smoesje dat ze hoofdpijn hebben.

In de Verenigde Staten kwamen er ook nog wetenschappers aan te pas om het resultaat van de kleine eenzijdige steekproef verder te verklaren: vrouwen zouden tranen bewust inzetten op momenten dat ze zich fysiek zwakker voelen, bijvoorbeeld als ze menstrueren. Dat is dubbel seksistisch, maar zolang er prof. dr. voor je naam staat krijg je alle ruimte van de New York Times om er op los te fantaseren.

Ms Magazine komt met een andere verklaring:

It seems like a very useful and common-sense conclusion that another person’s tears will reduce your sexual arousal. Something tear-worthy is happening and perhaps it’s an important survival cue to pay attention to. Don’t you think this is at least as strong a hypothesis as Sobel’s menstruation one? These popularizations are not a bad example of how studies having to do with women and sexuality are routinely offered to the wider audience. It pays to read carefully. It also pays to remember that sometimes small new studies with exciting findings (such as this one) turn out to be the last studies with such findings. But we seldom hear about such negative results from the popularizers.

Groep neemt betere beslissingen als er vrouwen in zitten

Individuen kunnen superintelligent zijn, maar dat betekent nog niet dat je goede beslissingen krijgt als je zes van die slimmerikken bij elkaar zet. Groepen nemen de beste beslissingen als er vrouwen bij de discussie betrokken zijn, ontdekte onderzoekster Anita Woolley van de Carnegie Mellon University in Pennsylvania. En: hoe meer vrouwen in de groep, des te beter het resultaat.

Het was al langer bekend dat bedrijven met vrouwen in de top beter presteren dan bedrijven met alleen mannen in het bestuur, maar er was nog niet zoveel bekend over de processen die leiden tot dat positieve resultaat. Woolley’s team heeft nu een tipje van de sluier opgelicht. De onderzoekers zetten 700 mensen bij elkaar in kleine groepjes, en liet die groepjes een puzzel oplossen. Anderen kregen de opdracht een moreel dilemma te bespreken en tot een gezamenlijk standpunt te komen.

Het bleek dat  vrouwen, mits in voldoende mate aanwezig, de groepscultuur positief beïnvloeden zodat de onderlinge samenwerking verbetert. Leden luisteren dan beter naar elkaar, ook de stille types komen aan het woord, en zodoende benut de groep de aanwezige talenten en kennis optimaal. In dagblad Globe and Mail  bekende Woolley dat ze dit mechanisme niet had verwacht:

They found that groups that worked well were ones where members interacted and participated equally. They tended to include more women. “We didn’t expect that the proportion of women would be a significant influence, but we found that it was,” Prof. Woolley, an organizational psychologist, said in an interview. “The effect was linear, meaning the more women, the better.”

Globe and Mail legde de resultaten van het onderzoek voor aan verschillende communicatie experts. Die waren vol lof over de sociale vaardigheden van vrouwen: de groepjes zouden beter presteren omdat vrouwen goed kunnen luisteren, opletten hoe hun gesprekspartners erbij zitten, en mensen aanmoedigen iets te zeggen. De vrouw als smeerolie. Maar onder andere Lynda Leonard, senior vice-president  bij de Information Technology Association of Canada in Ottawa, zag ook een directe link in de ervaring van veel vrouwen dat ze regelmatig genegeerd worden in groepen:

”Women know what it’s like not to be heard. You learn that there is a lot of value going around the table that’s untapped. You may be a fairly low-ranking scientist or engineer and still might have a skill set that can make or break a project.”