Tag Archives: intersectionaliteit

Brazilië beleeft nieuwe feministische golf

Een evangelische president die abortus nóg moeilijker wil maken dan het al is, structureel seksisme, een hoger percentage vrouwen met een goede opleiding, de opkomst van sociale media, die combinatie zorgt er volgens magazine The Atlantic voor dat het feminisme met kracht opleeft in Brazilië. Vrouwen houden demonstraties, pakken via Twitter publieke uitingen van seksisme aan, en vechten steeds massaler voor hun rechten. NRC spreekt al van een Braziliaanse Lente.

Actrice noemt het beestje bij z'n naam

Feminisme is niks nieuws in Brazilië en, breder, Latijns-Amerika. In het begin deden vrouwen vooral vanuit de moederrol een beroep op rechten. Vanaf de jaren zeventig kreeg het revolutionaire gedachtegoed van linkse bewegingen landen in hun greep. Ook vrouwen namen dat als basis voor de roep om hervormingen en meer rechten voor vrouwen. Vanaf 1981 komen feministische organisaties uit allerlei landen bijeen in zogenaamde Encuentros. Die congressen zijn enorm belangrijk voor het ontwikkelen van netwerken en het benoemen van belangrijke strijdpunten.

De Braziliaanse Lente komt dus niet uit de lucht vallen. Het land kent volgens tijdschrift Lover twee grote feministische bewegingen. The World March of Women, die zich richt op antikapitalisme en straatprotesten. En The Articulation of Brazilian Women, die lobbyen centraal stelt en zich bezig houdt met wetgeving.

Neem seksueel geweld. Het Braziliaanse onderzoeksinstituut IPEA berekende dat er 1.500 verkrachtingen per dag plaatsvinden. In 90% van de gevallen zijn vrouwen het slachtoffer (en is de dader een man). In die context wekt het zeer veel woede op dat de Braziliaanse president, de conservatief Eduardo Cunha, de beschikbaarheid van anticonceptie wil inperken en abortus in geval van verkrachting alleen nog wil toestaan als de vrouw aangifte doet en zich lichamelijk laat onderzoeken.

Daar komt het Zika-virus nog bovenop. Wil je zwangere vrouwen echt dwingen om een zwaar gehandicapt kind ter wereld te brengen? De epidemie is vreselijk, maar zorgt er wel voor dat het abortusdebat opnieuw oplaait. Opnieuw blijken beslissingen rondom het recht op baas in eigen buik niet zo zwart-wit als de pleiters voor gedwongen baren doen voorkomen.

De positie van mannen bij dit alles is lastig. Zolang ze hun houding en gedrag niet veranderen, zien veel voorvrouwen weinig ruimte voor mannen binnen hun beweging en breder, bij de emancipatie:

”Some people call this the spring of the woman,” said Silviana Bahia, who has also been involved in a burgeoning black women’s protest movement in the country. “Men need to change the way they look at women.” […] They hear men say things like, “a feminist is a woman who doesn’t want to be married,” and they fear that men, if invited in, will dominate feminism like they do other spheres of life. “In our movement, men don’t sign the papers,” said Thais Alves Pinto. “It’s not that men are horrible,” Lopez interjected. “I love men! But sexism is socialized in the man from the time that he’s a young person.”

Om die reden richten veel feministen zich breder op de gehele cultuur van de Braziliaanse samenleving, en zoeken ze naar manieren om die vrouwvijandige socialisering te doorbreken. Ook intersectionaliteit heeft een plek binnen de beweging, bijvoorbeeld in de favelas, de sloppenwijken die veel grote steden domineren.

Hoe dan ook, het borrelt en bruist in Brazilië. En da’s goed nieuws.

Feministen durven te veranderen

Bell Hooks, de Amerikaanse academica die de feministische beweging al vroeg wees op haar blinde vlek voor ras/intersectionaliteit, is positief gestemd. Ze ziet dat het feminisme één van de weinige politieke bewegingen is, die kritisch naar zichzelf durft te kijken en écht verandert. Dat ging en gaat niet zonder slag of stoot, benadrukt ze, maar blanke vrouwen stellen zich open voor de ervaringen van vrouwen met een andere huidkleur, en nemen een andere houding aan. De hele beweging wordt daar beter van.

intersectionaliteit

Die openheid zie je ook in Nederland. Tijdschrift Opzij kreeg onlangs –naar mijn mening terecht – snoeiharde kritiek op de lelieblanke top honderd van invloedrijke vrouwen. Columniste Hasna el Maroudi schreef dat Opzij klakkeloos de normen en waarden van een op blanke mannen gestoelde top kopieerde, en vervolgens onvermijdelijk met blanke ”ere mannen” eindigde.

Opzij stak de hand in eigen boezem. In een stuk van de hoofdredactie erkende het tijdschrift dat de zoektocht naar machtige vrouwen wellicht niet volgens goede criteria verliep en dat de redacteuren ruimer hadden moeten denken. Het blad komt begin volgend jaar alsnog met een top 25 van invloedrijke vrouwen uit allerlei culturen en met allerlei etnische achtergronden. Lezeressen zijn van harte uitgenodigd om mee te denken en kandidaten voor te dragen.

Deze gang van zaken mag typerend heten. Ja, er gaat vanalles fout. Ja, blanke vrouwen hebben de neiging om kritiekloos de op blanke mannen geschoeide leest te koperen en de boventoon te voeren, mede vanwege de privileges die een blanke huid biedt. Maar wie kritiek heeft, krijgt geen hoon, doodsbedreigingen en/of de boodschap ‘hou je kop’. Nee, betrokkenen komen tot inkeer en luisteren alsnog naar vrouwen die vanuit een ander perspectief spreken.

Dit gebeurt in Nederland, maar ook in bijvoorbeeld Zweden, waar alle scholieren van 16 jaar het essay We Zouden Allemaal Feminist Moeten Zijn, van schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie, ontvangen. Of in de V.S., waar een blanke actrice publiekelijk aangaf dat ze haar speech over gelijk loon voor gelijk werk anders had moeten formuleren. Bell Hooks constateert zodoende:

When we, women of color, began to tell white women that females were not a homogenous group, that we had to face the reality of racial difference, many white women stepped up to the plate. I’m a feminist in solidarity with white women today for that reason, because I saw these women grow in their willingness to open their minds and change the whole direction of feminist thought, writing and action. This continues to be one of the most remarkable, awesome aspects of the contemporary feminist movement. The left has not done this, radical black men have not done this…

En dat kan ook. Want zoals Hooks en anderen de kern van het feminisme definiëren: ”het feminisme is een beweging die seksisme, seksistische uitbuiting en onderdrukking wil beëindigen”. Daar kan iedereen met gezond verstand zich achter scharen.

Feiten benoemen leidt tot weerstand

Het enige wat je hoeft te doen is turven en kijken. Dan merk je vanzelf dat hoofdpersonen in kinderboeken overweldigend het mannelijk geslacht hebben, zeker als het om diertjes gaat, dat  blanke mannen er (letterlijk) met het geld en de eer vandoor gaan terwijl vrouwen massaal aan plakkende vloeren kleven, en dat tijdschrift Opzij een top honderd van machtige vrouwen samenstelt en dat dit nagenoeg allemaal blanke vrouwen zijn.

Huuuuh, feiten benoemen! Hasna el Maroudi doet het. Ze problematiseert het feit dat Opzij machtige blanke mannen vervangt door machtige blanke vrouwen. Meteen komen de stereotiepe reacties. Zeg je iets kritisch over feminisme zoals tijdschrift Opzij dat gestalte geeft in zo’n top honderd, dan staan er gelijk mensen op die ‘het’ feminisme voor eeuwig neer willen slaan. In de commentaren op het stuk van El Maroudi: ,,‘’Hasna El Maroudi beweert het Opzij-feminisme is failliet. Zou zij niet gedacht hebben dat de feminisme in zijn geheel failliet is geraakt?’’ Tuurlijk joh!

Hetzelfde geldt voor persoonlijke kritiek. Als je geen inhoudelijk argument kunt bedenken (want: feiten! Kijk en turf!), kun je de boodschapper neerschieten. Opnieuw de commentaren bij het stuk: ”Het grappige aan dit bericht is dat mevrouw Maroudi zelf columniste is bij Opzij. Als Opzij volgens mevrouw Maroudi zo’n foute lijsten maakt waarom is ze dan columniste bij dat blad?” Bonuspunten omdat het suggereert alsof er iets in het verborgene gebeurt, terwijl El Maroudi gewoon bovenaan neerzet dat ze columniste is bij Joop.nl en Opzij. 

En gaat het om discriminatie, dan wordt de neiging groot om naar andere vormen van discriminatie te verwijzen. In dit geval: en de Oost-Europese vrouwen? (Wel een blank huidje, maar ook gediscrimineerd). In progressieve kringen heet dit verschijnsel ‘de discriminatie-Olympiade’. Dat leidt de aandacht af van de blanke vrouwen top honderd en hoe zoiets kan ontstaan.

Dit is wat Hasna el Maroudi daarover zegt:

Omdat ik maar niet kon geloven dat een top-100 lijst uit zo weinig niet-witte vrouwen bestaat, nam ik de proef op de som en ging zelf opzoek naar die niet-witte topvrouw. Doe je dat aan de hand van de criteria van de samenstellers van de lijst, dan is ze binnen Nederland inderdaad lastig te vinden. Maar dat is geen legitieme reden om een witte lijst te presenteren. Sterker nog: de alarmbellen zouden meteen moeten afgaan bij die constatering. We hebben welgeteld vijf vrouwelijke ministers, maar niet één niet-witte kabinetslid (m/v). Hoe kan dat? Waarom is dat anno 2015 zo? Hoe kunnen we dat veranderen? Wie kan ons daarbij helpen? Wie heeft hier in het verleden al een bijdrage aan geleverd? Zomaar een aantal vragen dat zou kunnen leiden tot een inspirerende top-100 lijst mét een boodschap.

El Maroudi stelt in haar artikel ook: ”Er is niet nagedacht over een eigen definitie van succes, noch is er stilgestaan bij wat de top-100 lijst zou moeten uitstralen”. Is dat nou echt zo’n schokkende constatering? Ze heeft gelijk als ze aangeeft dat je een groot risico loopt om de op blanke mannen gestoelde patronen te herhalen, met als enige verschil wat meer blanke vrouwen die op basis van ”mannelijke” normen en waarden mee mogen doen. Da’s namelijk hoe machtsstructuren zichzelf in stand houden: je mag een beetje meedoen als je niet aan de fundamenten komt, en de dominante groep de baas blijft.

Als vrouw leef je in de marges van de door blanke mannen gedefinieerde en gedomineerde wereldmachine. Binnen dat stelsel hebben blanke vrouwen het echter net wat makkelijker dan zwarte vrouwen. Feit. Feministische denkers en schrijfsters hebben altijd aandacht besteed aan die problematiek. En gepleit voor fundamentele veranderingen, zoals het achter ons laten van het blanke mannelijke model. Die kritiek uit zich andere bij het gedachtegoed rondom oorlog, de onderwaardering van zorgarbeid en problematische manieren waarop we omgaan met (betaald) werk. Ze eisen verandering, toen en nu. El Maroudi plaatst zich in die kritische traditie, als ze stelt dat het old boys network vervangen wordt door een blank netwerk. Dat het niet genoeg is als de heren een paar blanke vrouwen tot hun macht toelaten.

Waarbij ik ook nog graag toevoeg: geeft diversiteit teveel gedoe, dan schaf je het stilletjes af, zoals KPN deed omdat allochtone mannen begonnen te protesteren tegen voorkeursbeleid voor veelal blanke vrouwen. Terwijl dat soort ”minderheidsgroepjes” om hetzelfde been vechten, gaan blanke mannen er in stilte mee heen. Voorbeeldje? KPMG, dat zonder blikken of blozen verkondigt dat ze twaalf nieuwe directeuren hebben aangenomen. Allen blank en mannelijk.

Dat vinden we heel normaal. Die situatie levert nauwelijks kritiek op, laat staan op de persoon gerichte kritiek of de ”schaf het hele bedrijfsleven maar af” argumentatie waar El Maroudi mee te maken krijgt zodra ze hardop zegt wat ze ziet en daar op reflecteert.

Meer weten? Kijk eens bij artikelen over intersectionaliteit. Of lees eens iets van prof. dr. Gloria Wekker en bell hooks.

Belangrijke werken uit de tweede feministische golf

De Zesde Clan hoopt dat iedereen het werk gelezen heeft van Joke Kool-Smit. Bijvoorbeeld Het Onbehagen bij de Vrouw, waarmee ze de tweede feministische golf in Nederland officieel opstartte. De tweede feministische golf leverde echter meer klassiekers op, in binnen- en buitenland. The New Statesman besteedt op dit moment in de serie Rereading the Second Wave aandacht aan auteurs, die het feminisme vooruit hielpen. (Oh, en weet je niet goed wat feminisme is? Deze beroemde auteurs leggen het je graag uit.)

Serie Rereading the Second Wave  begon vanwege een zorg. Mensen spreken zeer vaak ongenuanceerd over de veelkleurige wereld van het feminisme, daarbij geholpen door een vijandige pers. Zo zou de tweede feministische golf zich vooral gericht hebben op het triviale gezeur van blanke vrouwen uit de middenklasse. Afschaffen die handel.

Niet doen, vindt de redactie van The New Statesman. Want dan gooi je het kind met het badwater weg. Plus bonuspunten voor het napraten van vijandige cliché’s:

by rejecting the Second Wave wholesale – as embarrassing dinosaurs, who we must execute in the relentless quest for the sunlit uplands of True Equality – we are falling into a sexist trap. First, because no great political idea or movement is perfect, and the demand for perfection is often used as a way to keep women in their place; and second, because so much of the criticism of the Second Wave is so relentlessly personal.

Kijk je wat verder, dan blijkt dat feministen in de periode van ruwweg 1965 tot 1985 belangwekkende theorieën ontwikkelden en interessante inzichten verwerkten in essays, polemieken, analyses en pamfletten. Die vervolgens weer voor vruchtbare discussies zorgden. En die bij herlezing voor een groot deel nog verrassend actueel blijken te zijn – onder andere omdat seksisme een diep in de samenleving verankerde praktijk is, met structurele patronen van uitsluiting en marginalisering waar je niet makkelijk vanaf komt.

Vandaar dat de herlezing van klassieke werken een bron van erkenning, herkenning en inspiratie kan zijn. Neem een kijkje bij de essays over

  • Hélene Cixous, een Franse feministe die vrouwen in De Lach van de Medusa opriep om zichzelf centraal te stellen
  • Audre Lorde, die in haar werk de driedubbele marginalisering analyseerde die voortvloeit uit de status van zwart, vrouw en lesbisch
  • Luce Irigaray, die in kaart bracht hoe de helft van de wereldbevolking (m) het culturele, symbolische en praktische landschap bepaalt voor de andere helft van de wereldbevolking (v), en welke effecten dat heeft: ,,In an important sense, women’s work makes the world. And their labours are often unrecognised, and undervalued.” 
  • Shulamith Firestone, die een van de eerste bestsellers van de tweede golf op haar naam zette en pleitte voor het compleet afschaffen van de tweedeling man-vrouw – iets wat zulke revolutionaire gevolgen zou hebben voor de  machtsstructuren die de huidige samenleving vorm geven, dat veel mensen het een bedreigend, ondenkbaar idee vonden en vinden

Voor alle mensen die feministen willen wegzetten als doorgedraaide mannenhaters: meestal volgt dan een verwijzing naar Valerie Solanas en haar politieke pamflet over de Society for Cutting Up Men. The New Statesman herpubliceert ter gelegenheid van de serie een essay over Solanas, en brengt naar voren waarom haar vlammende aanklacht meer dan ooit relevant is voor vrouwen vandaag:

These days, there may be much talk of the work/life balance, as this has become the polite and coded way of discussing sexual politics, but Solanas is not polite. She is gloriously succinct. She understands that women will not benefit merely from economic equality, to which she refers, beautifully, as “co-managing the shitpile”.[…] The conflict that Solanas advocates is not between men and women. You see, we don’t need to eliminate men, as they are doing it all by themselves. The real conflict is between the women of Scum and the nice daddy’s girls who have bought into the system. 

Kortom, het gaat niet om primitief mannen haten, ”wraaaaah!!!!” en op naar gevangenis of gekkenhuis. Het gaat om de spanningen die ontstaan tussen mensen die meewerken aan hun eigen onderdrukking, en mensen die af willen van allerlei verstikkende machtsverhoudingen en hiërarchieën. (Ja, deze zin klopt. Vrouwen zijn ook mensen.)

Zelf heeft de Zesde Clan nog een paar andere suggesties en leestips.

  • Neem een kijkje bij FRAGEN, oftewel Frames on Gender. Bibliothecarissen uit 29 Europese landen selecteerden per land tien teksten uit de Tweede Golf die zij cruciaal achten voor de ontwikkeling van het feminisme. Nederland kwam tot een shortlist met onder andere Baas in eigen Buik, De Schaamte Voorbij van Anja Meulenbelt, het artikel De Witte Toren van Vrouwenstudies en Racisme en Feminisme.
  • The Madwoman in the Attic verscheen in 1979 en schudde de literatuurkritiek grondig en blijvend op. Jane Eyre lezen zal nooit meer hetzelfde zijn als je kennis hebt genomen van de analyse van Gilbert en Gubar.
  • Laura Mulvey introduceerde in 1975 het begrip ‘male gaze’. Waarna film kijken nooit meer hetzelfde zou zijn: ,,Psychoanalytic theory is thus appropriated here as a political weapon, demonstrating the way the unconscious of patriarchal society has structured film form”.
  • Peggy McIntosh valt officieel nét buiten de tweede golf, die heet te eindigen rond 1985. Maar zij is degene die de wereld in 1988 het begrip ‘blank mannelijk privilege’ schonk. De term om het stelsel van voordelen mee aan te duiden, waardoor blanken en mannen bonuspunten en kansen krijgen op basis van hun huidskleur en sekse. The New Yorker sprak met haar over haar vondst en wat er daarna gebeurde – discussies, levendige debatten, hoon, lof en alles daartussen. Check your privilege….
  • Third World, Second Sex legde in 1984 haarfijn uit waarom bewegingen van nationale bevrijding graag gebruik maken van de diensten van vrouwen, maar hen daarna als een baksteen laten vallen. Neem bijvoorbeeld Nicaragua, waar de Sandinisten vrouwen allerlei beloftes deden. Waarna de erfgenamen van deze beweging onder zware druk van de katholieke kerk vrouwen beroofden van hun reproductieve rechten. Misstanden volgen massaal, signaleert Amnesty International, die felle kritiek heeft op deze situatie.
  • Wat doe je als zwarte vrouw, als zwarte mannen de antiracisme beweging domineren en feminisme de naam heeft iets te zijn voor blanke vrouwen? Je eigen standpunten ontwikkelen. In 1982 verscheen But Some of Us are Brave. De drie redacteuren, Gloria T. Hull, Patricia Bell Scott en Barbara Smith, werkten het begrip intersectionaliteit uit in hun kritiek op de manieren waarop huidskleur en sekse nadelig doorwerken in de levens van zwarte vrouwen.

Gesterkt door die stemmen van een jaar of dertig geleden kun je met hernieuwde energie beginnen aan een derde of vierde feministische golf. Waarbij de snoeiharde bezuinigingen wel eens de aanzet zouden kunnen geven tot een terugkeer naar de aloude grassroots beweging van de jaren zestig en zeventig. Wie weet waar dat allemaal nog toe zal leiden.

Graag besluiten we dit stuk met woorden die Joke Smit in 1972 schreef in de inleiding van haar bundel Hé zus, ze houen ons eronder:

We doen nog niet allemaal mee, maar dat komt wel. Want als we onze droeve ontdekkingen achter de rug hebben worden we steeds bozer en steeds vrolijker. Steeds bozer omdat we ontdekken dat de seksuele ongelijkheid in alles doorwerkt. Steeds vrolijker omdat we merken dat we onze slechte eigenschappen kunnen afleren en de goede, die we tot onze verbazing óok blijken te bezitten, voor het eerst kunnen gebruiken bij het toewerken naar een betere wereld die eindelijk mede van ons zal zijn. Als we ons met het feminisme inlaten worden we weer jong, of we nu vijftien zijn of tachtig. Want we beginnen opnieuw te leven.

 

De gereedschapskist: over privileges en de weerstand daar bij stil te staan

Het is een teken van blank privilege dat zwarte feministes, zoals Bell Hooks, al jaaaaren schreven over de dominante positie van blanken m/v, en dat deze term al jaren bekend was in wetenschappelijke kringen, maar dat er een essay van een blanke mevrouw voor nodig was om het begrip gemeengoed te maken. Peggy McIntosh met White Privilege: Unpacking the Invisible Knapsack. Amerikaanse scholen en universiteiten gebruiken deze tekst tegenwoordig vaak als basis voor de les.

Privilege is het tweelingzusje van intersectionaliteit. Beide begrippen buigen zich over het gegeven dat er kenmerken zijn die mensen op achterstand zetten, of juist een opstapje geven. Het gaat dan om zaken die buiten je macht liggen, zoals je sekse, huidskleur, aangeboren handicap, of kenmerken waar je slechts zeer moeilijk iets aan kunt doen. Denk aan een lage opleiding hebben of uit een armoedig milieu komen.

Dat werkt op elkaar in. Zo maakte onder andere het SCP in 2006 bekend dat vrouwen uit minderheidsgroepen aantoonbaar een dubbele achterstand hebben. Hier komen privilege en intersectionaliteit bij elkaar. Allochtone vrouwen liggen achter bij de mannen uit hun eigen minderheidsgroep, want als man krijgen die groepsleden privileges die vrouwen niet krijgen. Allochtone vrouwen verkeren echter ook in een achterstandspositie ten opzichte van blanke vrouwen. Want ook al zijn die vrouw, ze horen wel bij de ‘juiste groep, ze voldoen aan de norm van de blanke Nederlander.

Hoewel aantoonbaar, in cijfers, ontkennen mensen privileges vaak. Het ligt gevoelig. Wordt het toch te zichtbaar, dan moet ‘de ander’ iets doen. Zo merkte het SCP op dat er een zware politieke druk op allochtone vrouwen ligt om hun situatie te verbeteren. Met andere woorden: de nadruk ligt op het individuele lid van de groep waar iets mee is. De rest van Nederland kan achterover blijven leunen en als het dan niet lukt met vooruitkomen is het de schuld van het individuele lid van de verkeerde groep. Zie je wel, ze willen het niet en ze kunnen het niet, heet het dan.

Het zijn vaak leden van diezelfde minderheidsgroep die het hardste roepen dat er niks aan de hand is. Carla Bruni, echtgenote van de Franse president, benutte het podium van tijdschrift Vogue om te roepen dat haar generatie vrouwen het feminisme helemaal niet nodig heeft. (Na felle kritiek bood ze excuses aan voor die opmerking). Ander voorbeeld: toen bekend werd dat uitzendbureau’s allochtone kandidaten discrimineren, waren twee hooggeschoolde allochtone mannen er als de kippen bij om te benadrukken dat racistische werkgevers niet bestaan:

Het is jammer dat geschikte niet-westerse kandidaten worden benadeeld door het negatieve groepsbeeld. Feit is wel dat werkgevers niet verantwoordelijk zijn voor dit negatieve groepsbeeld. Voorstellen om werkgevers harder aan te pakken, kunnen geen effect hebben als het groepsbeeld niet wordt verbeterd.

Dus, Marokkanen, gedraag je. Vrouwen, verman je. Dan komt kwaliteit vanzelf boven drijven, is het niet vandaag, dan wel over honderd jaar. In de tussentijd kiest de in het geheel niet racistische en/of seksistische werkgever gewoon een jonge blanke man. Toevallig, of om economische redenen. Echt niet uit weerzin tegen allochtonen en vrouwen, hoor, echt niet.

Weerstand bij de getroffen mensen komt omdat het een heel eng idee is dat je weinig tot geen invloed hebt. Een werkgever die niet aan de vrouw wil (want: gedoe met zwangerschapsverlof, past niet in het mentale plaatje van leider) heeft de macht om je niet aan te nemen, geen promotie te geven, acuut te ontslaan als je zwanger wordt. Los van wat je zelf allemaal aan kennis, kunde en talent in te brengen hebt kan dat gewoon gebeuren, en probeer dan maar eens te bewijzen dat je met discriminatie had te maken.

Daar bovenop komt dat je alles goed kunt doen en dan toch niet krijgt wat je verdient. Hoe goed jijzelf je ook gedraagt, ook al heb je een voorbeeldig CV, je bent Marokkaan en Marokkanen zijn slecht dus weg ermee. Op die manier loop je, ondanks je eigen goede gedrag, aan tegen complexe structuren, waar je in je uppie weinig tegen kunt beginnen. Waarmee de zelftwijfel weer opnieuw begint. Toch een andere sollicitatiebrief schrijven? Toch vaker glimlachen tijdens het onderhandelen? Enzovoorts.

Bij de bovenliggende partij ontstaat weerstand om een andere reden. Stel dat je je voordeeltjes kwijt raakt! De onwil om in te zien dat er iets structureel scheef loopt was precies de reden waarom McIntosh in 1989 besloot man en paard te noemen:

I have often noticed men’s unwillingness to grant that they are over privileged, even though they may grant that women are disadvantaged. […] Denials, which amount to taboos, surround the subject of advantages, which men gain from women’s disadvantages. These denials protect male privilege from being fully acknowledged, lessened or ended. Thinking through unacknowledged male privilege as a phenomenon, I realized that since hierarchies in our society are interlocking, there was most likely a phenomenon of white privilege, which was similarly denied and protected.

Die onwil zie je steeds opnieuw terug. Je kunt niet praten over het gebrek aan meisjesfiguren in kinderfilms zonder beschuldiging dat je een zure feministe zou zijn. Terwijl het hier gaat om de boodschap die kinderen krijgen:

in the movies made for children in 2012, girls go missing. In staggering proportions, males are consistently front and center; females are mostly sidelined or not there at all. If you look at the gender placement in the images on the movie posters below, the meaning of “marginalized” couldn’t be more clear. Remember, these are movie for kids. So when your children go to the movies, they are learning, time and time again, that boys are more important than girls.

Ook Peggy McIntosh liep er tegenaan dat ze tot voor kort niet had nagedacht over haar eigen privileges:

It seems to me that obliviousness about white advantage, like obliviousness about male advantage, is kept strongly inculturated in the United States so as to maintain the myth of meritocracy, the myth that democratic choice is equally available to all. Keeping most people unaware that freedom of confident action is there for just a small number of people props up those in power, and serves to keep power in the hands of the same groups that have most of it already.

Het was één van de redenen om haar essay te schrijven. Dat zie je gelukkig vaker. Als je jezelf bewust wordt van je privileges, kun je anderen ook bewust maken van scheve toestanden. Daarbij gebruiken mensen allerlei inventieve methoden. Zo vergeleek iemand privilege als de gemakkelijkste stand bij het spelen van een videospelletje. Als je ‘super easy’ kiest in het menu, kun je het spel nog steeds verliezen, maar de kans dat je wint blijft over het algemeen toch het grootste. Door te praten in termen van games kun je taboewoorden als ‘privilege’ vermijden en willen mensen misschien luisteren naar wat je zegt.

Een andere methode is die van het aanprijzen van voordelen. Mannen, als jullie je mannelijke privileges zelf, actief, tegengaan en aanpakken, en op voet van gelijkheid omgaan met vrouwen, verbeteren je heteroseksuele relaties en krijg je betere seks. Da’s een zeer aantrekkelijk vooruitzicht voor veel mannen. Het kan de pijn van lastige bewustwordingsprocessen enigszins verzachten.

Tot slot, voor gevorderden: McIntosh noemt in haar essay een lijst op van meer dan twintig manieren waarop blanken bonuspunten krijgen. Op internet kun je meer van dat soort lijstjes vinden. Je kunt ook een kijkje nemen in de keuken van de privilege denying dude. Of dit essay over mannelijk privilege lezen, of privilege in action, waar zo’n beetje alle soorten privileges aan bod komen.

De gereedschapskist: feminisme en intersectionaliteit

Hoe kan het dat een vrouw soms meer macht en status heeft dan een man? Mannen waren toch de baas? Nou, nee. Vanaf het allereerste begin, toen de allereerste zichzelf officieel als feministe betitelende vrouw op onderzoek uitging en kritisch nadacht, was al duidelijk dat sekse maar een deel van het verhaal is. Niet toevallig wezen onder andere Afro-Amerikaanse feministen er met nadruk op dat behalve je geslacht ook etniciteit, sociale klasse, en onderwijsniveau een rol spelen. Dat heet intersectionaliteit, of kruispuntdenken.

De dienstbode staat onder de vrouw des huizes, maar beiden zijn ondergeschikt aan het mannelijke hoofd van het gezin in deze Nederlandse propagandaprent.

Het is belangrijk om breder te kijken dan sekse. Onderdrukking is meestal een ingewikkeld samenspel van verschillende factoren, en dat moet je meenemen in je analyse, omdat je anders een onvolledig beeld krijgt van de situatie. Neem sociale klasse en onderwijs. Vrouwen in Nederland waren tot diep in de twintigste eeuw formeel ondergeschikt aan mannen. Maar een echtgenote van een rijke notabele had als Vrouw des Huizes wel degelijk een zekere informele macht en invloed. Haar leven was aantoonbaar beter dan dat van een landarbeider (m) of keukenmeid (v). Ze had privileges, zoals goede voeding, een net huis, een toelage, die anderen m/v niet hadden.

Op het moment dat universiteiten eindelijk vrouwen toelieten, kwamen de eerste vrouwelijke studenten uit de gegoede klasse. Dat was geen toeval. Studeren kost immers geld, en een goede vooropleiding. Dat hadden veel andere mannen en vrouwen niet. Tot diep in de vorige eeuw waren veel arbeidersgezinnen al blij als ze eten op de plank hadden en na hun veertigste nog in leven waren.

Tot op de dag van vandaag speelt dat klasseverschil mee. Werknemers uit de ‘lagere sociale klasse’ kunnen in de problemen komen als ze carrière maken. Ze kennen de ongeschreven regels en de etiquette van ‘ons soort mensen’ niet goed genoeg, signaleerde vakblad Intermediair. Mannen hebben daar net zo goed last van als vrouwen. Door te letten op intersectionaliteit kun je echter zien dat vrouwen van nóg verder moeten komen dan mannen. In de ogen van de samenleving hebben vrouwen namelijk bovenop hun sociale klasse ook nog eens het verkeerde geslacht voor leidersfuncties.

Als je daarnaast ook nog eens geen blanke huid hebt, wordt het helemaal ingewikkeld. Seksisme gaat verrassend vaak gepaard aan andere -ismen, zoals racisme. Dat leverde bijvoorbeeld in het Zuiden van de Verenigde Staten decennia lang het onsmakelijke vooroordeel op van de negerman als roofdier die het op de lelieblanke Southern Belle had voorzien. Aan blanke mannen de taak om die enge zwarte man bij het minste of geringste aan de hoogste boom op te knopen.

Blanken onderdrukten zwarten, en met het politieke systeem aan haar zijde kon een blanke vrouw een zwarte man het leven net zo zuur maken als een blanke man. Tegelijkertijd bleef de blanke vrouw binnen dit geheel nog steeds ondergeschikt aan de blanke man. Zij was afhankelijk, kwetsbaar, haar bewegingsvrijheid werd beperkt, zogenaamd om haar te beschermen tegen dreigingen van buitenaf. Als ze al betaald werk mocht verrichten kreeg zij een veel lager salaris dan hij.

Bij zwarte vrouwen speelden onderbetaling en uitbuiting nog erger. Daarnaast was het beeld van de tere bloem niet op haar van toepassing. Vrouwen uit de Afro-Amerikaanse gemeenschap zwoegden op het land, sloofden in huishoudens, maakten lange dagen. Niemand die daar wat van zei. En thuis werd ze geacht zich ondergeschikt te maken aan de mannen. Ze zaten dubbel onder de plak.

Geen wonder dat zwarte feministen zoals Bell Hooks in hun werk veel aandacht schonken aan het ingewikkelde samenspel van dominantie. Zij voelden dit probleem het duidelijkst. Hooks keek naar man versus vrouw, blank versus zwart, mensen met een hoog inkomen versus mensen met een laag inkomen, en wat dat betekent voor mannen en vrouwen in hun eigen specifieke situatie.

Ze ziet als één van de belangrijkste doelen van het feminisme dat dit soort ingewikkelde hiërarchieën verdwijnen en dat mensen zich vrij kunnen ontwikkelen, als individueel mens:

If feminism is to be a truly liberatory politics seeking the freedom of all oppressed people, it has to recognize this important insight: that “I am not free while any woman is unfree, even when her shackles are very different from my own” – that I am not free as long as any oppressed person remains chained.

Verder lezen? Zie onder andere deze kritische bespreking van intersectionaliteit als hulpmiddel voor feministische analyses (Engelstalig), deze voordracht over intersectionaliteit in vijf veronderstellingen (Nederlandstalig), een verslag van een congres over intersectionaliteit met hoogleraar Gender en Etniciteit Gloria Wekker (Nederlandstalig). Ook het korte maar krachtige boek One Dimensional Woman van Nina Powers is de moeite waard. Uitgekomen in 2011 brengt zij dezelfde boodschap over het bevrijdende effect van het feminisme:

Power, a lecturer in philosophy, adds a sharp awareness of the way gender functions under capitalism, linking it inextricably to class, race, money and power. Until the deeper system and its ideology change, she argues, the presence of women in positions of authority will make no difference. As the author notes, “Condoleezza Rice may well have been the United States secretary of state, but it was black women (and black men and children) who suffered most during Hurricane Katrina.

Dat is intersectionaliteit. Dank voor jullie aandacht!