Tag Archives: ideale kandidaat

Vrouwen rukken op in Nederlandse politiek, maar niet als ministers

Vrouwen maken na de afgelopen verkiezingen bijna 41% uit van het parlement. Met 62 vrouwen in de tweede kamer doen ze het zelfs beter dan na de verkiezingen van 2003 en 2006. Het Instituut voor Publiek en Politiek constateert dat Nederland nu in de top zeven staat van landen met de meeste vrouwelijke parlementariërs. Daaronder vallen onder andere Cuba, IJsland en Rwanda. Ook voor allochtonen wordt de komende regeerperiode een goede tijd: hun percentage steeg van 8 naar  11,3%.

Het klinkt allemaal prachtig. Maar het is gunstig dat er zoveel vrouwen in de tweede kamer zitten, want zo komt er hopelijk nog een beetje tegengas voor een voornamelijk blanke en mannelijke ministersploeg. Het rijtje foto’s op de site van RTL laat dit mooi zien. In de media worden deze heren stuk voor stuk beschreven als ‘een vertrouweling van Rutte’, zoals Uri Rosenthal en Hans Hillen. De enige vrouw die dit ere etiket krijgt, is Edith Schippers, die minister van volksgezondheid wordt.

In de media klinkt steeds opnieuw dat Rutte veilige keuzes en bewezen ervaring wil.  Het is een visie op de ideale kandidaat die zich blijkbaar slecht laat verenigen met vrouwen en allochtonen. Dit is helaas absoluut niet uniek. Macht, leiderschap, betrouwbaarheid, het zijn begrippen die traditioneel gekoppeld zijn aan een mannelijke identiteit. Management Team adviseerde vrouwen die ‘vrouwelijk gedrag’ vertonen en naar de top willen, dat ze misschien maar beter hun eigen bedrijf op kunnen richten.

Zelfs in stem en taalgebruik is alles gericht op de man: mensen vinden een lagere stem prettiger en betrouwbaarder klinken, en van mannen wordt het geaccepteerd dat zij zich krachtig uiten, terwijl vrouwen afkeuring ondervinden. Maar typisch vrouwelijk taalgebruik helpt ook niet, signaleert cultureel antropologe Marijke Naezer:

”Kenmerken van typisch vrouwelijk taalgebruik worden bovendien gekoppeld aan persoonlijke eigenschappen die, met name op de werkvloer, niet als positief worden beoordeeld. Het taalgebruik en -gedrag van vrouwen (zachte stem, vragende intonatie, modale constructies, verkleinwoorden, etcetera) wordt geassocieerd met eigenschappen als onzekerheid, gebrek aan autoriteit en gebrek aan daadkracht; precies de eigenschappen die een ‘goede’ manager juist wél zou hebben (Powel e.a., 2002). Ook in sollicitatiegesprekken worden kandidaten met mannelijk taalgedrag eerder uitverkoren: mannelijk taalgedrag is de norm voor selectie (Bogaers, 1996).”
 
Kortom, het is gezien dit traditionele wereldbeeld niet zo vreemd dat vrouwen vaak het nakijken hebben als het gaat om de toppostities waar je er écht toe gaat doen: ‘men’ vindt het veiliger en vertrouwder als daar een man zit. Jammer dat Rutte en zijn adviseurs anno 2010 geen aandacht hebben voor dit soort onbewuste vooroordelen en gevoelens, en niet of nauwelijks kansen geven aan vrouwen en allochtonen.