Tag Archives: historische romans

Dikke pillen voor de pandemie

Zodra duidelijk werd dat het land op slot ging, sprintte de Engelse journalist Nick Duerden niet naar de supermarkt om rollen wc papier te hamsteren, maar naar zijn plaatselijke boekhandel. Als fervent lezer had hij voorraad nodig voordat zijn favoriete dealer de deuren zou sluiten. Hij is niet de enige. De VPRO biedt literaire hulp bij Corona, op sociale media tippen boekenwurmen elkaar over goede titels, en ook ik laat mij niet onbetuigd. Na een lijstje met romans die ingaan op epidemieën, nu een special over dikke pillen. Ze zijn minstens 350 pagina’s ”lang”. Maar het gaat natúúrlijk om de kwaliteit…

Wat is er heerlijker in tijden van onzekerheid dan met een dik boek op de bank te kruipen? Romans waar je uuuuuren mee zoet bent en die je stof tot nadenken geven, of juist naar andere werelden transporteren. Gezien de verkoopcijfers hebben veel mensen de dikke pillen van de Zeven Zusters serie al ontdekt. Bijzonder, want zoals magazine Opzij signaleert, kreeg het eerste deel geen enkele recensie in de Nederlandse dagbladen. Lezers tipten elkaar en de rest is geschiedenis. Daarnaast hebben veel lezers hun weg al gevonden naar De Reiziger serie van Diana Gabaldon en de Cromwell trilogie van Hilary Mantel. Ik kies daarom wat minder bekende boeken, die vaak al wat langer geleden gepubliceerd zijn en die wat mij betreft een tweede kans verdienen.

Wil je groots en meeslepend lezen, probeer dan eens een roman van de Spaanse auteur Almuneda Grandes. Zij grossiert in historische romans van 600 pagina’s of meer, en de meesten kregen een vertaling in het Nederlands. Bijvoorbeeld Het IJzig Hart, over de impact van de Spaanse Burgeroorlog op de verschillende leden van een familie. Of haar meest recente, De Patienten van Dokter García, waar ze een literaire prijs mee won (de Premio Nacional de Narrativa). In dat boek verhaalt ze van een smokkelnetwerk dat na de tweede wereldoorlog hooggeplaatste nazi’s hielp ontsnappen naar het fascistische Spanje van generaal Franco. Tip: Julia Navarro is een andere Spaanse schrijfster die dikke pillen schrijft. Ik persoonlijk vindt Grandes net wat beter, maar laat dat je niet weerhouden.

Als Engels geen bezwaar is, tip ik graag Green Dolphin Country van Elizabeth Goudge. Ze publiceerde deze vuistdikke roman in 1944, maar het boek beleefde gelukkig diverse herdrukken. Ik heb de versie uit 2009, uitgegeven door Capuchin Classics (767 pagina’s). In Nederland beschikken we alleen over een vertaling van één van haar jeugdboeken, Het Witte Paardje. Green Dolphin Country is echter bedoeld voor volwassenen en sleept je mee in de tragische liefdesgeschiedenis van twee zussen, die dezelfde man achterna reizen naar Nieuw Zeeland.

Nog een vergeten meesterwerk: Almanac of the Dead van de Indiaanse schrijfster Leslie Marmon Silko, uit 1991. Een tour de force over de ingewikkelde situatie in de Amerikaans-Mexicaanse grensstreek. Drugskartels, vermiste kinderen, de clash tussen de inheemse en de blank-Amerikaanse cultuur, geweld tegen vrouwen, alles komt langs in 763 pagina’s. Het laatste hoofdstuk heeft de titel ‘thuis’, dus hoe erg het ook wordt, Silko sluit af met een voorzichtig gevoel van hoop.

Van Nederlandse bodem: Wie Scheep Gaat van Rascha Peper/Jenneke Strijland. De Groene Amsterdammer noemde Peper in een recensie van dit boek de koningin van de ingehouden hartstocht en die beheersing benut ze ten volle in een verhaal over een vrouw die het ruime sop kiest, de vrijheid tegemoet, maar omkomt als haar bootje zinkt – of niet? Peper volgt vijf nabestaanden bijna vijfhonderd pagina’s lang en brengt op een gevoelige manier in beeld wat zo’n verdwijning doet met de achterblijvers. Tot op het einde blijft bovendien raadselachtig wat er nou precies op zee gebeurde.

Van Nederlands-Somalische bodem: Yasmine Allas. Ze schreef verschillende romans en daarnaast ook een essaybundel over de manier waarop ze zich de Nederlandse cultuur eigen maakte (of juist niet ;)) Van de romans is De Blauwe Kamer de dikste, iets meer dan vierhonderd pagina’s. De hoofdpersoon vraagt een goede vriendin of zij haar levensverhaal wil opschrijven. De vriendin stemt toe en valt tijdens de gesprekken van de ene verbazing in de andere.

Warm aanbevolen en ruim vijfhonderd bladzijden: Een Halve Gele Zon van Chimamanda Ngozi Adichie. Het is een historische roman in de zin dat het gaat over de burgeroorlog die Nigeria in de jaren zestig trof, maar bovenal is het een portret van een samengesteld gezin uit de middenklasse en hoe de verschillende personages reageren op de toenemende politieke spanningen, hongersnood, het geweld en het verlies van idealen.

Tot slot – ik heb me ingehouden want bovenstaande titels vallen allemaal in categorieën zoals ‘literatuur’ of ‘historische roman’ of ‘politiek’. Geen enkele science fiction of fantasy roman. MAAR als je jezelf wil verliezen in een dikke pil, biedt dit genre veel moois. Daarom toch heel beknopt twee tips. Absoluut geniaal blijft de debuutroman van Susanna Clarke: Jonathan Strange & mr. Norrell, in het Nederlands vertaald door uitgeverij Vassalucci. Het is een soort fantasy Jane Austen met een briljant gebruik van voetnoten. En ruim negenhonderd pagina’s sfeervolle magie.

Voor een dik boek met politiek beladen science fiction adviseer ik A Memory Called Empire van Arkady Martine. Deze historica bestudeerde het Byzantijnse rijk en verwerkte haar kennis in een debuutroman over een diplomate die afreist naar het Teixcalaanli rijk. Daar belandt de ambassadrice al snel in levensgevaarlijke situaties. Je zou bij alle spanning en sensatie bijna vergeten dat Martine in dit boek complexe thema’s behandelt, zoals identiteit, kolonialisme, de rol van cultuur en waar beschaving uit bestaat.

Tot zover mijn aanbevelingen. Veel leesplezier!

De dominantie van de dikke historische mannenboeken

Wil je weten hoe een door mannen gedomineerde canon tot stand komt? Dan kun je dat nú zien – het mechanisme is in werking gezet- rond historische romans. Het vuistdikke Reconquista van Miquel Bulnes. Musch, het vuistdikke eerste deel van een trilogie over het leven van Johan de Wit. Tafels in boekhandels bezwijken bijna onder het gewicht van deze Serieuze Historische Romans. Ik kan me niet herinneren dat de nieuwste Simone van der Vlugt  ooit zo breed gepromoot werd. Haar romans verschijnen, maar als Bulnes en co kloeke historische romans met mannelijke hoofdpersonen publiceren is dat een Evenement met hoofdletter E.

Het lijkt er sterk op dat mannelijke auteurs profiteren van een sociale en geschiedkundige context: mannen zijn de serieuze historici en leveranciers van Echte Boeken.

Geschiedenis als vak: Zowel wetenschapster Maria Greve als, jaren later, Suze Zijlstra, constateren dat mensen een duidelijke beeldvorming hebben over wie er over de geschiedenis gaan. Zeg ‘geschiedkundige’ of ‘historicus’ en de meeste mensen denken automatisch aan mannen, onderzochten zij. Mannen organiseerden zich in historische genootschappen en verkregen leerstoelen aan de universiteiten. ”Bronnenonderzoek in archieven en bibliotheken werd beschouwd als een heroïsche zoektocht van vastberaden mannen naar ware historische kennis”, schrijft Greve.

Echte Romans: Corina Koolen deed onderzoek en constateert dat literaire kwaliteit nauw verbonden is met mannen. Vrouwen schrijven net als mannen, maar lezers, uitgeverijen en recensenten willen dat niet zien. In hun beleving missen vrouwen steevast de X-factor die de mannelijke auteur wél heeft. Vrouwen schrijven misschien wel leuk, of zijn populair, of verkopen goed, maar literatuur… meh. Vervolgens krijgen mannelijke auteurs met hun Literaire Roman de literaire eer. En de prijzen. En het geld.

Binnen deze tweedeling tussen universele romans van mannen en genderspecifieke romannetjes van vrouwen, hebben mensen m/v ook duidelijke ideeën over wie over welk soort onderwerp mogen schrijven. Greve:

Slechts enkele uitzonderlijke vrouwen zouden in de ogen van de critici beschikken over voldoende kennis om zich in staatkundige en historische verschijnselen te kunnen verdiepen. In het algemeen diende de vrouw niet over economie, politiek of geschiedenis maar over ‘kalmer tooneelen’ te schrijven.

Dat gold voor de negentiende eeuw, maar deze mentaliteit leeft voort, ontdekte Koolen.

Misschien niet zo vreemd dat mannelijke auteurs direct en indirect baat hebben bij deze mannelijke geschiedenis en erkenning van literaire kwaliteit bij mannen. Zij passen naadloos in het onbewuste beeld van het soort mensen dat zich met geschiedenis en literatuur bezig houdt. Ze komen terecht in een gespreid bedje. Bulnes’ roman Reconquista, over de strijd tussen zuidelijke Mohammedanen en noordelijke Christenen in het middeleeuwse Spanje, werd volgens zijn uitgever groots besproken. Zijn voorganger, Het bloed in onze aderen, belandde in 2012 op de shortlist van de Libris Literatuurprijs. Op dit moment lopen de media ook warm voor Jean-Marc van Tol met zijn historische roman over Johan de Wit. ”Je reinste Game of Thrones”, hijgt Vrij Nederland.

Ik denk dat het ook te maken heeft met marketing. Neem de omslag van Musch: een kloek, ”mannelijk” ontwerp in donkere kleuren, met grote strakke letters en een koninklijke vogel. Alles zegt ‘serieuze roman, Kwaliteit’:

Vergelijk dat met de gemiddelde kaft van een historische roman van een schrijfster zoals Simone van der Vlugt:

Lichte kleuren, roze, bloemetjes, een bevallige vrouwenhand, alles roept ‘vrouwelijk’. Misschien zelfs wel ‘chicklit’ – een frivool genre met boeken die geen man wil lezen. Nergens zegt een recensent zoiets als ‘net Game of Thrones’. Terwijl omschrijvingen daar wel aanleiding toe kunnen geven. Zoals deze omschrijving bij de roman ‘De Dochter van de Zeemeermin’ van Lydia Rood: ”1403, de Middeleeuwen: een tijd van oorlog, bijgeloof en van strijd om de troon”.

Ik gun Bulnes en Van der Tol alle aandacht van harte hoor. Hun boeken zijn vast goed en leuk om te lezen. En de historische roman is een prachtig genre. Maar het valt mij op dat de media en de boekhandels de Bulnes en Van der Tol heren wel érg op het schild hijsen. Zij krijgen alle ruimte van literaire bijlagen die, zoals de Lezeres des Vaderlands en anderen onderzochten, het werk van vrouwen negeren of alleen in kleine signalementen behandelen, terwijl mannelijke auteurs de belangrijke lange reportages krijgen. Dit terwijl het letterlijk wemelt van schrijfsters die in hetzelfde genre werken. Zie bijvoorbeeld deze lijst van Hebban.

Kortom, het is geen gelijk speelveld. En dat is erg vervelend, want als diezelfde door mannen gedomineerde recensentengroep en literaire experts-kliek de Canon van de Historische Roman opstelt, in de context van de man als de echte historicus en de man als de echte auteur, zul je zien dat mannelijke auteurs daarin domineren. We zijn er zelf bij – het mechanisme speelt zich op dit moment voor je eigen ogen af. Het is nu gaande. Wilde ik even signaleren….

Hilary Mantel wint tweede Booker Prize

Ze is de eerste vrouw én de eerste Britse auteur die dit voor elkaar krijgt. Hilary Mantel wint voor de tweede keer de Man Booker Prize, een prestigieuze literaire onderscheiding waar een geldbedrag van 50.000 pond aan vast zit. De eerste keer ontving ze de prijs voor Wolf Hall, de tweede keer voor Bring Up the Bodies.

De New Yorker was er snel bij en publiceerde een uitgebreid portret van de schrijfster. Het blad signaleert in een essay, The Dead are Real, dat Mantel een genre koos waar mensen nogal verschillend over denken: historische fictie, en dan ook nog over het Tudor tijdperk – waar mensen al veel van denken te weten omdat ze televisieserie The Tudors zagen.

Historische fictie gold enige tijd als een gezaghebbende literaire vorm, die de diepste mogelijkheden en zieleroerselen van de mens bloot kon leggen. Tegenwoordig heeft het genre een lagere status. Het schuurt teveel aan tegen romantische fictie, historical romances, vol smachtende vrouwen, korsetten die opengerukt worden, teveel gepraat en teveel beschrijvingen van kleding. Er hangt volgens de New Yorker bovendien een beschuldiging omheen van escapisme, je willen onttrekken aan de realiteit.

Dat soort vooroordelen zorgden ervoor dat Mantel’s eerste historische roman bijna niet gepubliceerd kon worden. Uitgevers konden er niks mee:

“I wrote a letter to an agent saying would you look at my book, it’s about the French Revolution, it’s not a historical romance, and the letter came back saying, we do not take historical romances,” she says. “They literally could not read my letter, because of the expectations surrounding the words ‘French Revolution’—that it was bound to be about ladies with high hair.

Des te beter dat Mantel voor de tweede keer een grote literaire prijs wint voor de eerste twee delen van haar trilogie over het tijdperk van de Tudors, met als centrale personage Thomas Cromwell, de naaste adviseur van koning Henry VIII. Het is een verhaal vol politieke intriges en drama’s, zoals de stormachtige relatie tussen de koning en Anne Boleyn (Henry laat haar uiteindelijk onthoofden). Stof te over voor een roman. Maar Mantel raakte ook gefascineerd doordat vrouwen een grote rol spelen in de geschiedenis:

One of the things she’d always found attractive about the Henry story was that there was so much in it about women. No wives, no story. One of Cromwell’s advantages at court was that he did not underestimate women—neither their usefulness as informants nor their cunning as enemies. […] This was always a problem with historical fiction, if you liked to stick closely to the record: there was very little information about women, on the whole, but if you wrote a novel without them it seemed off-kilter.

Volgens de engelse krant The Guardian kocht de BBC inmiddels de rechten. De omroep wil de eerste twee delen van de geplande trilogie bewerken tot een televisieserie van zes uur.