Tag Archives: groepscultuur

Traditionele verhalenvertellers zorgen voor gelijkwaardigheid

Verhalen vertellen heeft zichtbare effecten, ontdekten wetenschappers Daniel Smith, Andrea Migliano en een team van de University College London (UCL). Ze leefden een tijdje bij de Agta, jagers en verzamelaars in de Fillipijnen. De verhalen die mensen elkaar vertellen, promoten waarden en normen zoals samenwerking en gelijkwaardigheid. Groepen met meerdere traditionele verhalenvertellers bleken hechter en werkten beter samen dan groepen zonder of met maar een enkele verhalenvertellers, bleek uit hun onderzoek.

 

Smith, Migliano en hun mede-onderzoekers woonden verhalen-vertel-sessies bij, noteerden de inhoud van de verhalen en keken daarna naar het functioneren van verschillende groepen Agta. Veel verhalen gaan over samenwerking en gelijkwaardigheid. Een typisch voorbeeld betreft een oorsprongsmythe over de zon en de maan. De als mannelijk gedefinieerde zon en als vrouwelijk gedefinieerde maan maken ruzie over wie de hemel mag verlichten. De ruzie escaleert tot een gevecht, waarbij beiden even sterk blijken te zijn. Het gevecht lost niets op. Uiteindelijk besluiten ze in overleg het werk te verdelen. Ieder neemt de helft van de tijd voor zijn/haar rekening. De zon verlicht de aarde nu overdag, de maan ’s nachts.

Kinderen krijgen zulke verhalen van jongs af aan mee. Migliano:

“A magic moment was when we listened to the stories told by the elders, with all of the children around us laughing and really paying attention,” Migliano told Seeker, still beaming at the recollection.

De verhalenvertellers krijgen indirect een beloning voor hun inspanning om samenwerking en collectiviteit te versterken in de groep waar ze deel van uitmaken. Ze bleken populair en anderen betrekken hen graag bij het verzamelen van voedsel. Die iets hogere bestaanszekerheid leidde er (ook) toe dat verhalenvertellers gemiddeld iets meer kinderen kregen en dat die kinderen ook iets vaker overleefden tot hun volwassenheid. In die zin heeft goed verhalen vertellen een evolutionair voordeel – een grotere kans dat je je genen door kunt geven, aldus Daniel Smith.

Enfin, vandaar dat ik in dit weblog regelmatig aandacht besteed aan de moderne verhalenvertellers – schrijvers, filmmakers, enzovoorts. De verhalen die we vertellen, hebben effecten op ons wereldbeeld en ons groepsgedrag. Het maakt verschil of verhalen het podium aan één beperkte groep geven, ten koste van alle anderen, óf gelijkwaardigheid en samenwerking tonen.

Leve nerderige meisjes en vrouwen

Deze video spreekt voor zich:

Toch nog meer weten? Zie dan onder andere hier, hier (onderdeel van het probleem, als je het de Zesde Clan vraagt), hier (vrouwen tussen de nerds van Wikipedia), hier en hier (twee onderzoeken over de manier waarop de nerdcultuur vrouwen van zich vervreemdt). Enzovoorts.

Filosofen richten zich op impliciete vooroordelen

Als vrouwen te horen krijgen dat ze iets niet mogen doen, heb je te maken met openlijk seksisme en kun je dat aanvechten. Maar wat doe je met verborgen seksisme, subtiele discriminatie, een onuitgesproken web van vooroordelen? Er valt bijna niet tegen te vechten. De ander kan altijd roepen dat je je aanstelt, of spoken ziet, of dat hij/zij het niet zo bedoeld had, gutteguttegut, wat een gezeur. Het vakblad voor Sociale Filosofie herkent deze problematiek en wijdt er een speciaal themanummer aan (link werkt tot en met 31-12-2012).

Het tijdschrift signaleert dat de studierichting Filosofie, van alle ‘zachte vakken’, de minste vrouwen telt. Naast openlijke uitsluiting en problemen zoals seksuele intimidatie, vindt er ook een subtiele discriminatie van vrouwen plaats, waar de academische wereld pas sinds kort enige aandacht aan geeft. Gebrek aan onderzoek maakt dat harde cijfers tot nu toe schaars zijn – dit bemoeilijkt de discussie. Daarnaast dragen verschillende trends bij aan een verdere versluiering van de problemen.

Zo beargumenteert Margaret Crouch in haar bijdrage aan het themanummer dat Amerikaanse universiteiten nog wel naar diversiteit streven, maar dat zij dit gieten in een marktmodel. Het gaat niet meer om rechtvaardigheid en emancipatie, maar om het verbeteren van producten en het verhogen van efficiency. In de Verenigde Staten staan universiteiten bovendien onder druk om zakelijk te presteren en mensen op te leiden voor werk. In dit marktdenken komt filosofie al snel onder vuur te liggen als een wazige studie voor losbollen. Dit klimaat is niet bevorderlijk voor het stellen van fundamentele vragen en nadenken over hoe de wereld in elkaar zit.

Ga je echter gericht kijken naar de departementen Filosofie, dan valt er genoeg te bespreken. Zo wijzen diverse auteurs erop dat onbewuste vooroordelen elkaar op allerlei manieren versterken. Als mannen domineren, bepalen zij bijvoorbeeld de groepscultuur. Mannelijke studenten voelen zich vervolgens eerder thuis in dat klimaat. Vrouwelijke studenten stromen eerder uit omdat ze aan alle kanten voelen dat ze niet echt mee mogen doen.

Daarnaast geven mensen het werk van mannen of als mannelijk gekwalificeerde eigenschappen een hogere status. Daar zijn leuke onderzoeken naar gedaan. Een identiek cv scoort bijvoorbeeld hoger als de beoordelaar denkt dat het om een man gaat. Voor vrouwen is het in zo’n culturele context moeilijker gezag te verwerven, een goede reputatie op te bouwen en in aanmerking te komen voor promotie.

Ook onderzoeksmethoden kunnen bestaande ongelijke verhoudingen in stand houden of zelfs versterken. Zo kun je onderzoek doen naar de ideeën die mensen hebben. Als je echter alleen daarover praat en geen aandacht besteedt aan de context waarin deze gedachten ontstaan, blijf je oud gedachtengoed herhalen. Je bouwt de vooroordelen al in terwijl de studie nog moet beginnen.

Het gaat ook mis als je programma’s samenstelt en zegt ‘we letten alleen op de kwaliteit’. Dan krijg je situaties waarin onbewuste vooroordelen de vrije hand hebben. Plotseling, geheel toevallig, blijkt dan dat kwaliteit gelijk staat aan mannelijk. Vrouwen vallen af. Dat gebeurde bij de vorming van het kabinet Rutte, en je ziet dit mechanisme opnieuw in Engeland, waar de regering gereorganiseerd werd en opeens opvallend veel vrouwen het veld moesten ruimen. Dit is geen toeval, maar een hardnekkig patroon van het diskwalificeren en marginaliseren van vrouwen omdat zij geen man zijn.

Het gaat ook mis als je denkt een vrije discussie te voeren, terwijl in wezen de dominante groep de dominante cultuur uitdraagt:

Although philosophers aim to advance truth and understanding, some common practices of philosophical exchange can function to silence and misrepresent the concerns of those who are marginalized within the discipline. […]  Her examination of a recent online exchange illustrates how implicit biases against women can be perpetuated in this manner. Ultimately, she suggests that greater critical reflexive attention to philosophical practices and norms of discussion can help address these problems.

Kortom, genoeg wetenschappelijke bijdragen om je tanden in te zetten…

Groep neemt betere beslissingen als er vrouwen in zitten

Individuen kunnen superintelligent zijn, maar dat betekent nog niet dat je goede beslissingen krijgt als je zes van die slimmerikken bij elkaar zet. Groepen nemen de beste beslissingen als er vrouwen bij de discussie betrokken zijn, ontdekte onderzoekster Anita Woolley van de Carnegie Mellon University in Pennsylvania. En: hoe meer vrouwen in de groep, des te beter het resultaat.

Het was al langer bekend dat bedrijven met vrouwen in de top beter presteren dan bedrijven met alleen mannen in het bestuur, maar er was nog niet zoveel bekend over de processen die leiden tot dat positieve resultaat. Woolley’s team heeft nu een tipje van de sluier opgelicht. De onderzoekers zetten 700 mensen bij elkaar in kleine groepjes, en liet die groepjes een puzzel oplossen. Anderen kregen de opdracht een moreel dilemma te bespreken en tot een gezamenlijk standpunt te komen.

Het bleek dat  vrouwen, mits in voldoende mate aanwezig, de groepscultuur positief beïnvloeden zodat de onderlinge samenwerking verbetert. Leden luisteren dan beter naar elkaar, ook de stille types komen aan het woord, en zodoende benut de groep de aanwezige talenten en kennis optimaal. In dagblad Globe and Mail  bekende Woolley dat ze dit mechanisme niet had verwacht:

They found that groups that worked well were ones where members interacted and participated equally. They tended to include more women. “We didn’t expect that the proportion of women would be a significant influence, but we found that it was,” Prof. Woolley, an organizational psychologist, said in an interview. “The effect was linear, meaning the more women, the better.”

Globe and Mail legde de resultaten van het onderzoek voor aan verschillende communicatie experts. Die waren vol lof over de sociale vaardigheden van vrouwen: de groepjes zouden beter presteren omdat vrouwen goed kunnen luisteren, opletten hoe hun gesprekspartners erbij zitten, en mensen aanmoedigen iets te zeggen. De vrouw als smeerolie. Maar onder andere Lynda Leonard, senior vice-president  bij de Information Technology Association of Canada in Ottawa, zag ook een directe link in de ervaring van veel vrouwen dat ze regelmatig genegeerd worden in groepen:

”Women know what it’s like not to be heard. You learn that there is a lot of value going around the table that’s untapped. You may be a fairly low-ranking scientist or engineer and still might have a skill set that can make or break a project.”