Tag Archives: gender

Werkneemster mist eigen ruimte

Interessant onderzoek van Binnenlands Bestuur. Vrouwen die noodgedwongen thuiswerken in deze tijd van een epidemie, ervaren dat vaker als problematisch dan mannen. Wat blijkt? Mannen beschikken vaker over een eigen werkkamer en kunnen zich mede daardoor makkelijker afsluiten van de buitenwereld. Dat thuiswerken vrouwen zwaarder valt, komt vooral doordat zij dat privileges missen en veel vaker onderbroken worden door de noden, vragen en wensen van anderen. Daarnaast missen zij hun collega’s iets vaker dan mannelijke respondenten.

De vragenlijst van Binnenlands Bestuur ging niet expliciet in op de storende rol van huisdieren bij pogingen om thuis te werken.

Ambtenarenvakblad Binnenlands Bestuur hield de afgelopen maand maart een enquête onder abonnees en ontving 6.304 ingevulde vragenlijsten over de situatie rond thuiswerken. Dat het belangrijk is om onderscheid te maken tussen de seksen, zoals onder andere Caroline Criado Perez bepleit in haar boek Invisible Women, blijkt meteen als je kijkt naar het algemene beeld versus de situatie van de mannelijke en de vrouwelijke sekse. Over het algemeen genomen denkt slechts 5% van de ondervraagden negatief over thuiswerken. Alles gaat prima, zou je kunnen concluderen.

Al snel merkte de redactie echter dat de reactie van mannelijke respondenten verschilde van die van vrouwelijke respondenten. Hou je rekening met gender, dan blijkt dat mannen het gemiddelde percentage omhoog trekken. Zij zijn vaker positief over thuiswerken: 60 procent tegen 51 procent van de vrouwelijke respondenten. Dat blijkt volgens de redactie vooral te maken te hebben met de praktische omstandigheden waarin mannen en vrouwen thuiswerken:

Zo geven vrouwen vaker als nadeel aan last te hebben van huisgenoten bij het thuiswerken (22 versus 14 procent). Groter en opmerkelijker nog zijn de verschillen als het gaat om de fysieke werkplek thuis: ruim de helft van de vrouwen (54 procent) meldt dat hun thuiswerkplek niet ideaal is. Dat is slechts bij vier op de tien mannelijke collega’s het geval. Die blijken veel vaker over een eigen werkkamer of -plek te kunnen beschikken. Twee derde van hen kan zich daarin terugtrekken, terwijl krap de helft van de vrouwen die luxe heeft. Dat verklaart wellicht deels ook waarom vrouwen meer last hebben te worden afgeleid dan mannen (25 versus 19 procent), vooral door in huis aanwezige kinderen die vanwege het corona-virus niet naar school of de opvang kunnen. ‘Vooral de combinatie mama, juf, vrouw, werknemer, huisvrouw is in deze periode lastig’, zegt een vrouwelijke ambtenaar.

Een kamer voor jezelf.… Virginia Woolf blijft akelig actueel.

‘Dark Fate’ heeft een vrouwvriendelijk, politiek hart

De nieuwste Terminator film Dark Fate draait in de bioscopen en als SF fan moest ik die natuurlijk zien: drie vrouwen in de hoofdrollen! En, volgens Amerikaanse recensenten, de beste uit de reeks sinds Terminator 2. Bekeken door een politieke- en genderlens biedt deze Hollywoodproductie een verrassend scherp randje. Om daarover meer te zeggen zijn SPOILERS onvermijdelijk. Dus, wil je erheen maar heb je de film nog niet gezien, wacht dan met het lezen van dit artikel.

SPOILER ALERT

Ok je bent er nog? Mooi. Dark Fate komt creatief gezien uit de koker van mannen. Tim Miller regisseerde een verhaal van mannelijke scenaristen, waaronder James Cameron, bekend van de eerste twee Terminator films. Alleen bij het screenplay komt een vrouwennaam voor, namelijk Gale Anne Hurd. Zij speelde als producer en schrijver een belangrijke rol bij de eerste twee Terminator films en is gewend om in mannenbolwerken te functioneren. Zo zei ze in een interview voor het blad The Verge dat ze het etiket ‘bitch’ omarmt, omdat het betekent dat ze haar werk goed doet:

“I embrace being a bitch. No guy would be called that. You’ve got to remember that,” she stressed. “There is no equivalent term for a guy. So it’s really not being a bitch. It is standing up for yourself, defending yourself, and speaking out.” The trick, Hurd said, is being fastidious and prepared, both to take advantage of opportunities when they arise, but also so mentors and allies can go to bat when bias gets in the way

Hurd, Cameron en Miller gaven in aanloop naar de film aan dat ze alle films na Terminator twee zouden negeren, en het verhaal zouden oppakken waar Terminator 2 eindigde. En ook al domineren mannen het creatieve deel, ze geven ruim baan aan vrouwen. In Dark Fate blijkt dat Connor de toekomst niet definitief heeft kunnen veranderen aan het slot van T2. Een ander bedrijf heeft een ontwikkeling op gang gebracht die uiteindelijk leidt tot het ontstaan van robots die de mensheid uit willen roeien. Cue de klassieke scenes met aanzwellende windvlagen, elektrische ontladingen, witte lichtbollen waar naakte mensen uit tuimelen, en de jacht kan beginnen op iemand die in het hier en nu een bedreiging voor de robots vormt.

Het scenario biedt diverse genderomdraaiingen. MacKenzie Davis neemt met het personage Grace de rol op zich die Michael Biehn in de allereerste Terminator film speelde. Zij is de moedige soldaat uit de toekomst, die haar leven geeft om de hoop van de mensheid te redden. Ze maakt haar entree naakt – volgens de Terminator regels kun je niks meenemen uit de toekomst. Op geen enkel moment vertoont de cameravoering hijgerige trekjes. De beelden seksualiseren haar niet. Ze is ook geen mannelijke fantasie van een rondborstige krijgsheldin. Dat was een bewuste keuze, vertelt de actrice in een interview met Vulture, de cultuurbijlage van New York Magazine:

I know it was a real concern of Tim’s — and [for] me, too, and I’m sure with all of us. I was privy to conversations about me and my costuming and the way I looked. He didn’t want it to be sexy, and he didn’t want it to be a sweaty male version of a warrior. He was like, “I don’t want it to be filtered in that way. I want her to look like a soldier.” I really think we did that.

Degene die gered moet worden om de mensheid een kans te geven tegen de killer robots is deze keer geen jongen, zoals John Connor, afgekort J.C. (jawel), maar een jonge vrouw met een gekleurde huid, Dani Ramos (gespeeld door Natalia Reyes). Daarover later meer, maar eerst Linda Hamilton. Grace en Dani’s eerste confrontatie met een moordende Terminator dreigt verkeerd af te lopen, maar redding komt in de vorm van Sarah Connor. Zo krijgen we eindelijk Linda Hamilton weer te zien in haar iconische rol. Ze krijgt een geweldige entree:

Hoe vaak zie je een zestig-plus actrice in zo’n scene? Bij mannen is dit doodgewoon – Sylvester Stallone, Nicolas Cage, Liam Neeson, de lijst oudere actiesterren is behoorlijk lang. Als het daarentegen gaat om actrices, lijkt het wel alsof Hollywood gelooft dat vrouwen na hun dertigste niks meer voorstellen. Oudere vrouwen in actierollen komen zelden voor. Helen Mirren had veel lol met grote geweren in de Red films, maar dan heb je het ook wel gehad. Daarom is het een welkom gezicht om Hamilton, 61, fit, strijdbaar en krachtig op te zien treden. Samen met Mirren doorbreekt ze de symbolische vernietiging waar vrouwen algemeen, en oudere vrouwen in het bijzonder, vaak onder lijden als het gaat om onze cultuur.

Ook als het gaat om de reddersrol speelt de film met gender. Een tijdlang – nogmaals: SPOILER ALERT – speelt het script met onze verwachtingen. In de eerste twee afleveringen van de Terminator reeks draaide alles om de zoon die Sarah zou baren en, eenmaal geboren, moet beschermen. Het lijkt erop alsof dit ook voor Dani Ramos geldt – dat zij de moeder wordt van degene die de robots de pas af snijdt. Pas vrij laat bekent supersoldate Grace dat het geen moer uitmaakt wat er met haar baarmoeder gebeurt. Het gaat om haarzelf. Zij, Ramos, een jonge vrouw, zal zich ontwikkelen tot de leider van het verzet. De robots willen haar vermoorden omdat zij persoonlijk hun ondergang zal bewerkstelligen.

Met dit gegeven doet de film niet alleen iets leuks met gender (de vrouw als mens! De vrouw als leider! Een Mexicaanse die ons redt!) maar levert ook indirect commentaar op het politieke klimaat in de V.S. Sinds zijn campagne van 2016 heeft president Trump het gemunt op buitenlanders, waaronder Mexicanen en breder, Latino’s. Hij spreekt regelmatig over Mexicanen als een horde uitvreters, die de V.S. willen overspoelen om werk af te pakken en witte vrouwen te verkrachten. Ook doet hij er alles aan om voldoende fondsen te verzamelen voor het bouwen van een muur op de grens met Mexico. Een muur die de Mexicanen zelf zouden moeten betalen, als het aan hem ligt.

De schandalen rond de muur haalden niet altijd de Nederlandse media, maar we konden hier in ons land wél meelezen met de excessen van Trump’s immigratiebeleid. De concentratiekamp achtige faciliteiten, waar brute bewakers baby’s en kleine kinderen van hun ouders scheidden en iedereen opsloten in kooien, haalden breed het nieuws. In die context is het opvallend dat één van de actiescenes plaats vindt in zo’n detentiekamp voor immigranten, en dat de redder van de wereld een Latina is. Dat is een politiek statement, zoals onder andere het blad Rolling Stone in een recensie van de film schrijft:

You can feel the movie occasionally poking at stuff outside the multiplex, especially when it stages an early set piece inside an immigration detention center along the Tex-Mex border. (A major blockbuster making a Latinx woman the savior of humanity at this particular moment in time is a political statement, whether you care to recognize it as such or not.)

Met dit alles toont Dark Fate een politiek, vrouwvriendelijk hart. Niet slecht voor een commerciële Hollywoodproductie 😉

Warhammer neemt vrouwen steeds serieuzer

”Ik moet even een potje verf kopen”. Zo begon een middagje shoppen met een goede vriendin. Er ging een wereld voor mij open. Want wat bleek? ‘Verf’ betrof geen pot verf om in huis een muur te schilderen, maar een piepklein potje verf voor modelbouw. De te beschilderen modellen bleken figuren te zijn van stoere krijgers met enorme geweren, of draken, of een soort gothic tankachtige fantasievoertuigen. En de plek waar je dat allemaal aantreft is een Warhammer speciaalzaak. Met nadruk op Warhammer 40k. Een game kolos die op de een of andere manier de afgelopen vijftien jaar totaal aan mijn aandacht was ontsnapt. Ja, inderdaad, ik leefde onder een steen…

Door een genderlens bekeken beleefde ik een interessante tijd. Allereerst de winkel en de medewerkers. Mijn eerste indruk was mannelijke spierbundels, mannenfiguren, een boekenkast met Warhammer romans over mannen, man man man, en achter de toonbank alleen mannelijke medewerkers.

Als je zo’n omgeving betreedt weten veel vrouwen, waaronder ik, feilloos eventuele neerbuigende ‘o ja het vrouwtje wil ook iets’ ondertonen te herkennen. Ervaring te over. Maar niet in deze winkel. We werden vriendelijk aangesproken, mijn shoppingmaatje legde uit wat ze nodig had, en een van de medewerkers hielp en adviseerde haar vervolgens deskundig en enthousiast. Hij was duidelijk blij om een leuke hobby te delen met iemand die daar ook actief mee bezig is.

Daarna ging ik grasduinen op internet en trof drie rode draden aan. Het spel begon in 1987 nogal macho. De belangrijkste groep vrouwelijke strijders, een leger oorlogsnonnen, waren lange tijd duur en in omvang en spelmogelijkheden beperkter dan de dominante mannen-of onzijdige legers. Maar: Warhammer begint iets te doen met kritiek en feedback van spelers en begint vrouwen eindelijk serieuzer te nemen. Met een aantal concrete acties, ze doen echt iets.

Wat knelpunt één betreft, de macho start, vond ik een aantal gebruikelijke rode vlaggen. Zo kan de belangrijkste groep, de ruimtemariniers, alleen mannelijk zijn. Sorry vrouwtjes. Het spel heeft daar uiteraard een verklaring voor die binnen de wereld van het spel logisch lijkt. Je hoort dit argument vaker. Ja, dokter Who kan in allerlei vormen reïncarneren, maar toevallig zag die vorm er twaalf keer altijd wit en mannelijk uit en liggen vrouwelijke incarnaties moeilijk. Ja een game gaat over magie en mythische moordenaars, maar ‘we willen authentiek blijven voor wat betreft de historische periode’, dus vrouwen spelen geen rol. Als alles faalt beroepen makers zich op techniek: vrouwenfiguren programmeren, zoooooooo moeilijk….

Zelfs als het historisch gezien aantoonbaar zeer verantwoord is, leveren vrouwenfiguren weerstand op. Zoals bij Battlefield V, met allerlei speelscenario’s uit de tweede wereldoorlog. Onderstaande situatie is geen enkel probleem voor gamers:

Maar vrouwelijke soldaten als speelbaar game-figuur? Huuuuu, neeee, ga weg, je verpest alles!!!!!!!

Maar laten we wel wezen: het is fantasie. Bordspel Warhammer speelt zich af in exotische werelden met magie en draken en trollen en elven en onsterfelijke zombiesoldaten en weet ik veel wat er allemaal over het speelterrein kan duikelen. Er is echt geen enkele reden waarom de dominantste groep in het spel alleen man kan zijn. Zeggen dat het zo is omdat het in de spelwereld nou eenmaal zo is, is een cirkelredenering. Zie ook het vermakelijke boek Crimes Against Logic.

Doordat de ruimtemariniers zo dominant en mannelijk zijn, kom je ook in de knel bij veel omringende aspecten van Warhammer. De romans, comics en andere publicaties, samengevat de Zwarte Bibliotheek, richten zich ook grotendeels op mannen en de avonturen van mannelijke personages.

Deze man als norm aanpak vloeit voort uit het feit dat de fantasie vooral uit de kokers van mannen komt. Een fan die uitploos wie waar bij betrokken was bij een Warhammer genre, de Chaos periode, telde en turfde en kwam op ruim zestig mensen, waarvan acht vrouwen en de rest mannen. De vrouwen waren niet betrokken bij het schrijven, illustreren of ontwerpen. De romans over het chaos tijdperk bevatten nauwelijks vrouwen. Als vrouwelijke personages al voorkomen, zijn ze slachtoffer of een middel om het verhaal van een man meer kleur te geven. Gezien het enorme Warhammer universum zijn er natuurlijk romans waar vrouwelijke personages een grotere rol spelen. Maar je moet goed zoeken.

Wat me bij twee brengt, de oorlogsnonnen. Bij al die mannelijke spierballen toestanden vormen zij de belangrijkste uitzondering. Lange tijd was het nonnenleger echter alleen verkrijgbaar in metaal en in een verpakking met minder aantal stuks. Kortom, deze figuurtjes waren zwaarder en duurder dan de gewone figuurtjes, die van plastic zijn. Op het veld kan een speler ze goed gebruiken, maar ze hebben wat minder mogelijkheden dan de andere legers. En de nonnen oude stijl droegen een raar sexy soort borsten-borstplaat. Brrrr. Ik kwam dan ook allerlei oproepen tegen, oud en recent, om hier aub iets aan te doen. Meer vrouwenfiguren, meer, andere en makkelijker toegankelijke oorlogsnonnen, meer spelmogelijkheden, minder dominantie van die alom tegenwoordige ruimtemariniers. ‘Warhammer, hallo, willen jullie je vrouwelijke fans aub serieus nemen?’

Wat me tot het punt drie en het voorlopige slot brengt: het lijkt erop dat Warhammer naar deze feedback luistert. Dit jaar lanceerde het spel een hele nieuwe reeks oorlogsnonnen. Daarmee speelt het bedrijf in op al die oproepen en pleidooien van fans. Daarnaast introduceerde Warhammer begin 2019 een nieuw leidersfiguur, Severina Raine. Naast het te beschilderen figuurtje om mee te spelen, heeft dit personage ook de hoofdrol in een nieuwe roman in de Warhammer reeks. Het verhaal komt uit de koker van een schrijfster, Rachel Harrison, die Raine eerder al opvoerde in een aantal korte verhalen. Dat zijn dus twee vliegen in één klap: meer vrouwelijke auteurs en meer vrouwelijke personages in de Zwarte Bibliotheek.

Tot slot weten steeds meer vrouwen zichtbaar hun plek op te eisen in het fancircuit. Magazine Vice publiceerde onlangs een aantal portretten van vrouwen die al jaren meedraaien met de Warhammer games. De een kwam wel seksisme tegen, de andere niet, maar allemaal hebben ze lol en maken ze mooie kunstwerken van de plastic figuren. En zo zijn er meer. Zoals die goeie vriendin met haar potje verf. Zij is ook met veel plezier aan het modelbouwen geslagen, met te beschilderen figuurtjes en een verpakking met plukjes gras om een realistisch veld te maken waar het figuurtje op komt te staan. Superleuk.

Zelfmoord: gender speelt cruciale rol

Opwinding alom rond de hoge zelfmoordcijfers onder jongeren tussen de 10 en 20 jaar. In de media speculeren deskundigen over de oorzaken van de toename, en nemen daarbij vanalles mee. Van sociale media en Netflix series tot aan drugsgebruik en gebrekkige toegang tot zorg, het komt allemaal voorbij. Vreemd genoeg ontbreekt gender. Dat lijkt een blinde vlek. Wie even in de cijfers duikt, ziet echter meteen dat je de rol van iemands sekse niet kunt negeren.

Als baby word je in onze samenleving al opgescheept met stereotiepe opvattingen over je sekse

Volgens het CBS pleegden in 2017 bijna tweeduizend mensen zelfmoord (1917 mensen). De groep van tien tot twintig jaar viel op omdat het aantal zelfmoorden in deze leeftijdscategorie jarenlang min of meer stabiel bleef hangen rond de vijftig per jaar. Nu zijn het er opeens 81.

Als je gender meeneemt bij dit soort cijfers, worden bepaalde patronen opeens zichtbaar. Jongens plegen vaker zelfmoord. Kijk je naar de harde cijfers, dan ging het in 2016 om 6 jongens en 3 meisjes in de leeftijdscategorie van 10-15 jarigen. Bij de 15 tot 20-jarigen pleegden 24 jongens zelfmoord, en 15 meisjes. Kijk je nog iets verder, dan nemen de verschillen toe. In de categorie 20-25-jarigen pleegden 53 jongens zelfmoord, tegenover  20 meisjes.

Dit wil overigens niet zeggen dat alles ok is met de meiden. Zo constateerde psycholoog Frans Duintjer jaren geleden al dat jongens inderdaad vaker zelfmoord plegen, maar dat meisjes veel meer pogingen doen. Omdat hun pogingen minder vaak fataal zijn, komen ze minder terecht in de zelfmoordstatistieken zoals het CBS die publiceert. Maar er is wel degelijk iets aan de hand, anders doe je geen zelfmoordpoging. Meiden staan in onze samenleving onder een zware druk: we hebben vaker te maken met seksueel geweld en sociale druk om bescheiden, zorgend, troostend, vriendelijk en lief te zijn. Gezond assertief gedrag leidt al snel tot het scheldwoord bitch, en zelfs onze premier vindt dat vrouwen geen kwaliteit hebben. Je zou van minder depressief worden.

Maar goed, bij ”succesvolle” pogingen tot zelfmoord voeren jongens en mannen de boventoon. En dat is een groot probleem. Kijk je naar de volwassenen, dan blijkt ook hier dat mannen vaker dan vrouwen zelfmoord plegen. Het verschil neemt iets toe. In 2015 werd bijvoorbeeld zichtbaar dat het aantal vrouwen dat zelfmoord pleegde gelijk bleef. Bij de mannen steeg het aantal echter met 30. Deskundigen verwijzen voor dit verschil bij volwassenen naar gender:

Jan Mokkenstorm, psychiater bij suïcidepreventieplatform 113Online zegt dat sommige mannen minder goed kunnen omgaan met nieuwe levensfases dan vrouwen: “Van scholier naar werknemer, van jongen naar adolescent, van vriendje naar vader. Als zij die nieuwe rol niet kunnen volhouden, leidt het in hun beleving tot gezichtsverlies.”  En mannen zoeken ook minder snel hulp als het fout gaat, terwijl dat juist erg belangrijk is, benadrukt de psychiater: “Ze hebben het gevoel alles zelf te moeten oplossen. Zeker als het gaat over praten over hun gevoelens van hopeloosheid. Ze betrekken anderen daar niet bij en drinken soms te vaak.”

Mokkenstorm houdt het neutraal, maar wat hij hier benoemt gaat duidelijk over rolpatronen en opvattingen over mannelijkheid. Het belang van status, waarbij mislukking niet acceptabel is en gezichtsverlies ten koste van alles voorkomen moet worden. De ‘mannen huilen niet’ dogma’s, waardoor mannen blijven doen alsof alles ok is, nergens over praten, en hun emoties inslikken want een echte man lost alles zelf op en praten over gevoelens is voor mietjes. Enzovoorts.

Onderzoek naar de situatie in Europa wijst nog op een ander aspect waarbij gender cruciaal is: als falen niet mag, als je geen gezichtsverlies wil leiden als man, is het voor mannen veel belangrijker dan voor vrouwen dat je zelfmoordpoging ook echt slaagt. Hun mannelijkheid staat op het spel. Wetenschappers denken dat de intentie van mannen zodoende sterker is dan bij vrouwen. Bij vrouwen zouden de ambivalentie en twijfel wellicht groter zijn.

Zulke traditionele beelden van een specifiek soort stoere mannelijkheid krijgen helaas veel steun van rechtse groeperingen en de alt-right beweging die via internet een conservatief wereldbeeld verspreidt. OneWorld schrijft hierover:

mannen en vrouwen zouden strikt gescheiden rollen hebben, die biologisch bepaald zijn. Gendergelijkheid zou een dwaas streven zijn, zonder enige wetenschappelijke basis. Hoewel die vaststelling van geen kant klopt, vindt die veel weerklank. Dat is waar de manosphere overlapt met alt-right. Ze herkauwen en bekrachtigen allebei rigide ideeën van mannelijkheid, door het mannelijke systematisch te onderscheiden van het vrouwelijke. Deze grens moet volgens hen bewaakt en versterkt worden.

Dit is precies wat feministen bedoelen als we zeggen dat seksisme ook schadelijk is voor jongens en mannen. Waarom zou je als man niet over je gevoelens mogen praten? Waarom moet je als man per se sterk, onverstoorbaar en tot het bittere einde aan toe zelfstandig zijn, terwijl je soms gewoon om hulp moet vragen? Waarom wijzen we gevoelens toe aan vrouwen en gaan we er daarna minachtend over doen, in de trant van roddeltantes, zeikwijven, huuuu emoties, daar heb je de hysterische overdrijfbrigade weer, nee, wij mannen, wij zijn sterk en stoer en ver verheven boven dat wijvengedoe.

Deze hokjes, waarbij mannen zich krampachtig afzetten van vrouwen, vrouwen de grond in boren en van zichzelf stoïcijnse superhelden maken, beschadigen iedereen. Zo’n manier van tweedelingen aanbrengen leidt tot vijandbeelden waar we vanaf moeten. Het leidt tot zwart-wit denken waarin alle nuances ontbreken. Als man ben je óf de sterke leider, of een verachtelijk watje, iets er tussenin bestaat blijkbaar niet.

Feministen zeggen dat wij allemaal mensen zijn. We komen niet van Mars of Venus, we komen van de aarde. Feministen zeggen ook dat je zeer veel over het hoofd ziet als je geen aandacht hebt voor gender en machtsverhoudingen. Je ziet aspecten van situaties over het hoofd en mist zodoende ook mogelijke oplossingen en preventieve maatregelen. Al die deskundigen die nu bij zelfmoord onder jongeren kijken naar de sociale media en de geestelijke gezondheidszorg, zouden als de wiedeweerga ook de rol van mannelijkheid, vrouwelijkheid en gender mee moeten nemen in hun analyses. Alleen dan kunnen we het tij misschien keren.

Bel 113 voor hulp. En lees boeken. Bijvoorbeeld van Cordelia Fine. Of het boek Vrouwen en Ambitie, van Anna Fels. En waarom feminisme voor iedereen is, van Bell Hooks.

De genderpolitiek van de barbecue

Lente en zomer, dat betekent onder andere dat we met ons allen weer overspoeld worden door artikelen en beelden van mannen rond de barbecue. Deze mannen voelen zich mannelijk en sexy achter de barbecue en gooien “vanuit hun oergevoel “grote lappen vlees op het vuur. Maar deze overtuiging gaat veel verder dan dat, betoogt Carol J. Adams in haar klassieker ‘The Sexual Politics of Meat’. Deze macho mannelijke vleeseter heeft een grote, veelal negatieve invloed op de positie van vrouwen en dieren, betoogt ze.

Toen Adams haar boek over vlees eten en gender publiceerde, sloeg haar theorie in als een bom. In een patriarchale cultuur waarin mannen de baas zijn en het beste eten krijgen, te weten vlees, nemen vrouwen en dieren nagenoeg dezelfde plek in, signaleert ze. Het zijn beiden inferieure wezens die je kunt reduceren tot een al dan niet geseksualiseerd ding, een consumptiegoed.

Beiden worden daarbij gereduceerd tot onderdelen. Dieren veranderen in kippenvleugels en sukadelapjes, soms als vrouwelijk voorgesteld. Vrouwen veranderen in sexy torso’s zonder hoofd, losse billen en benen, en worden regelmatig geassocieerd met het dierlijke.

Deze fragmentatie en reductie tot consumptiegoed gaat vaak gepaard met agressie. Als vrouwen en dieren veranderd zijn in een ding, kun je doen met ze wat je wil. Vastzetten, doden, verkrachten, mishandelen, maakt niet uit. Omgekeerd wen je door jagen en dieren doden aan het opjagen en doden van mensen, zag Adams terug bij het gedachtengoed van feministen uit de tijd van de Eerste Wereldoorlog. Het slachten van dieren gaat over in het slachten van mensen, onder het toeziend oog van agressieve viriele patriarchen.

Adams wijst erop dat opvallend veel proto-feministen dit verband zagen, tussen mannelijke macht, viriele agressie en de tweederangs status van dieren en henzelf. Naast vrouwenrechten streden ze regelmatig ook voor het dierenwelzijn.Nog steeds houden veel meer vrouwen dan mannen zich bezig met dierenrechten. Daarnaast stonden opvallend veel feministische denkers een vegetarische levensstijl voor: ze wilden als vrouw niet geëxploiteerd worden en wilden op hun beurt geen dieren exploiteren.

Ruim 25 jaar later sturen lezers Adams nog steeds krantenknipsels, foto’s en reclames die haar theorie illustreren, schrijft ze in de jubileumuitgave van haar klassieker. Propaganda die stelt dat vegetarisch leven iets is waar je je als man verre van wilt houden. Echte mannen eten vlees, drinken bier, scheuren rond in grote auto’s, geven scores aan de borsten en billen van vrouwen, doen wat ze willen, lekker stoer, boys will be boys, zonder nare betutteling van bitcherige schooljuffen.

Mensen stuurden ook foto’s van reclameposters waarop grote garnalen met benen, hoge hakken en tuitende lipjes klanten verleidelijk aankijken en vragen om opgegeten te worden. Omgekeerd veranderen vrouwen regelmatig in prooidieren die na de ‘jacht’ klaar liggen voor mannelijke consumptie.

Niet verassend borrelt die man = vlees cultuur extra opvallend op in het barbecue seizoen. De praktijk rond de barbecue draait om vlees, bevestigt een stereotiep beeld van mannelijkheid en versterkt oude rolpatronen. In 2014 en 2016 hield Trendbox bijvoorbeeld een nationaal BBQ onderzoek en kwam tot de volgende conclusies. Vrouwen doen de boodschappen en maken de salades. Mannen braden het vlees op de barbecue. Meer dan de helft van de mannen vindt dat mannen beter zijn in het grillen dan vrouwen. De meeste ondervraagden vinden het schoonmaken en opruimen na afloop een vervelend karweitje. Vervolgens blijkt dat mannen zich massaal aan dat nare werk onttrekken en het opruimen en schoonmaken overlaten aan vrouwen.

NRC Handelsblad recenseerde The Sexual Politics of Meat ten tijde van de publicatie voornamelijk positief:

Dat er in de hoofden van mensen, zowel bij daders als slachtoffers, altijd verband is geweest tussen de schending van de integriteit van dieren en die van vermeende tweederangs mensen, in het bijzonder vrouwen, maakt Adams volgens mij aannemelijk. De historische en literaire beelden en volkse uitdrukkingen die slaan op zowel dieren als vrouwen, en die beide categorieen wezens plegen voor te stellen als consumeerbare en exploiteerbare objecten, zijn onmiskenbaar legio. Volgens Adams autoriseert en legitimeert de dominante patriarchale cultuur niet alleen de symbolische consumptie van vrouwen, maar ook de letterlijke consumptie van dieren. Het is allemaal verrassend en uitdagend leesvoer.

Warm aanbevolen, dit boek. En wat de barbecue betreft: vrouwen, claim je plek achter de barbecue. Leg er eens iets vegetarisch op. Mannen, maak die salade lekker zelf en druk je niet als het tijd wordt om schoon te maken. Andere rolpatronen beginnen bij jezelf, in kleine stapjes. Succes!

De Gereedschapskist: de ontbrekende traptrede

Wel eens gehoord van de sociologische term “de ontbrekende traptrede”? Dit beschrijft een groepsdynamiek waarbij iedereen weet welke persoon niet deugt, maar iedereen laat hem/haar ongemoeid. Het is aan de potentiële slachtoffers om te vermijden dat ze het slachtoffer worden van de rotte appel in de groep. Als ze toch ten val komen is het ‘ja duh, je wist toch dat hij zo is, kijk dan toch beter uit, wat deed je dan ook daar, op dat tijdstip, in die kleding” enz.  Deze symbolische ontbrekende-traptrede situatie zie je ook terug in de verhalen die nu naar buiten komen over mannen die jarenlang ongestraft vrouwen lastig vielen.

Bij de groepsdynamiek met de ontbrekende traptrede horen omgevingen die rotte appels de hand boven het hoofd houden, en mensen die hun uiterste best doen om te overleven. Omdat niemand de rotte appel direct aanspreekt, laat staan maatregelen neemt, kunnen mensen zoals Harry Weinstein doorgaan.

Vanwege het ontbreken van formele kanalen om het probleem aan te pakken, nemen potentiële slachtoffers hun toevlucht tot allerlei informele manieren om pijnlijke valpartijen te vermijden. Bijvoorbeeld de  zogenaamde ”fluister netwerken”, kringen van vrouwen die elkaar waarschuwen voor nare mannen. Medewerksters in de Londense politiek gebruiken een WhatsApp groep om elkaar te waarschuwen voor bepaalde grijpgrage mannen. Medewerkers in bepaalde Engelstalige media stelden een worddocument samen, met de titel Shitty Media Men. Studentes van Amerikaanse universiteiten benutten hun contacten om mede studentes te waarschuwen voor mentoren en professoren die hen aanranden tijdens veldwerk.

Zulke fluister-netwerken helpen vrouwen echter maar gedeeltelijk. De daders gaan gewoon door en maken nieuwe slachtoffers, want niemand stopt hen. Bovendien komt de informatie niet bij alle vrouwen terecht. Jonge vrouwen die net beginnen en nog niet beschikken over een goed netwerk, missen de informatie nodig om de ellendeling te ontwijken, en kunnen alsnog het slachtoffer worden.

Zelfs als de namen van seksuele roofdieren wél bekend worden, en vrouwen de openbaarheid opzoeken, blijft het voor een groep lastig om echte veranderingen door te voeren. SF-auteur Jim C. Hines publiceerde bijvoorbeeld op zijn blog een kritisch stuk over een conventie, Odyssey Con. De organisatoren besloten een bekende vrouwenhater op te nemen in hun bestuur. Een van de mensen die deze man lastig viel, was een vrouw die de organisatoren graag als eregast in hun show wilden hebben. Zij trok zich terug omdat ze zich niet veilig voelt met deze man in de buurt. ”Maar hij is zo vriendelijk! Ik zag hem nooit iemand lastig vallen! Hij is al jaren verbonden aan deze conventie!” Dat en meer waren de smoezen om deze man de hand boven het hoof te houden, ook na de onthullingen van de vrouw.

Om dieper in te gaan op mannen die andere mannen blijven beschermen, ongeacht alle bewijzen dat het grensoverschrijdende seksisten zijn, bood Hines na zijn stuk een platform aan Brianna Wu. Zij schreef een kritische overdenking over de vele mannen die vrouwen lastig vallen en de sfeer verpesten met seksistisch, handtastelijk gedrag, in de SF wereld maar ook in de ICT-sector, en daarna vrolijk een tweede, derde en vierde kans krijgen. Maakt niet uit wat de vrouwen daar van vinden. Sterker nog, die vrouwen moeten niet zeuren want mannen verdienen een nieuwe kans. Nou nee, zegt Wu: ,,You can either have a community where the Jim Frenkels are thrown out, or you can just admit all the talk about gender equality is window dressing.”

Voor die keuze staan we nu. Laten we daders vrolijk doorgaan terwijl we de slachtoffers uitmaken voor hysterische zeurpieten die beter hadden moeten weten? Of beginnen bedrijven, organisaties en politieke instanties de groepsdynamiek daadwerkelijk bij te sturen, met maatregelen, boetes en andere acties voor de daders?. Ik opteer voor deze tweede optie. Met daarbij een serieuze discussie over machtsverhoudingen, hoe mannen denken over mannelijkheid, en wat mannen doen om hun seksegenoten een halt toe te roepen. Het is de hoogste tijd.

 

Person of Interest neemt seksueel geweld tegen vrouwen serieus

Televisieserie Person of Interest (POI), bedacht door Jonathan Nolan en geproduceerd door SF grootheid J.J. Abrams,  sloot een tijdje geleden af op Net 5. Nu de finale van het laatste seizoen erop zit, wordt het tijd voor een terugblik – bezien door een genderlens, natuurlijk. Wat dan onder andere opvalt is dat de serie seksueel geweld tegen vrouwen bijzonder serieus neemt. In een cultuur waarin we dit meestal doodzwijgenweghonen of het slachtoffer de schuld geven, vind ik dat zeer verfrissend.

Marta Fernández-Morales van de University of the Balearic Islands, en María Isabel Menéndez-Menéndez, van de universiteit van Burgos (Spanje), onderzochten de manier waarop POI geweld tegen vrouwen terug liet komen in het eerste seizoen. Wat hen opviel is dat de makers geweld tegen vrouwen dezelfde relevantie toekennen als ”officiële” terroristische daden.

Om hun stelling te verhelderen kort iets over de opzet van de serie. POI speelt zich af na de aanslag op de Twin Towers van New York. De overheid van de V.S. is erop gebrand om herhaling te voorkomen en geeft opdracht om een systeem te ontwikkelen dat aanslagen kan voorspellen. Harold Finch, gespeeld door acteur Michael Emerson, krijgt dat voor elkaar. Hij ontwikkelt The Machine, een kunstmatige intelligentie (A.I.). Dankzij The Machine krijgt de overheid een ‘relevant’ sofinummer van een potentiële terrorist, en kan mensen oppakken nog voordat ze daadwerkelijk bommen laten ontploffen.

De machine ziet echter álle misdaden waarbij sprake is van voorbedachte rade. Finch ontvangt zodoende ook zogenaamde ‘irrelevante’ nummers, van mensen die slachtoffer of dader worden van gewone misdrijven.  In eerste instantie wil Finch daar niks mee. Hij stopt zelfs een goede vriend die wél met de irrelevante nummers aan de slag wil. Uiteindelijk drukken de slachtoffers te zwaar op zijn gemoed. Hij besluit op eigen houtje een operatie op te zetten om deze gewone burgers te helpen. Voor het zwaardere werk contracteert hij John Reese (acteur Jim Caviezel), een aan lager wal geraakte ex-CIA-er.

Al snel blijkt dat beide mannen iets hebben met geweld tegen vrouwen. Finch werd bijvoorbeeld achtervolgd door irrelevante nummers die bij herhaling terugkwamen en dan stopten. Opeens viel het kwartje bij hem: deze nummers behoorden bijna altijd toe aan een vrouw. Die vrouwen leefden samen met de dader, de man die hen uiteindelijk zou vermoorden. Het waren slachtoffers van huiselijk geweld. Op zijn beurt blijkt Reese achtervolgd te worden door herinneringen aan zijn ex. Hij verliet haar voor zijn werk, waarna zij met een andere man trouwde. Deze man mishandelde haar en beroofde haar uiteindelijk van het leven. Sindsdien functioneren mannen die vrouwen belagen als zijn Berserk Button .

Beide mannen nemen huiselijk geweld en breder, seksueel geweld tegen vrouwen, zeer serieus. Ze beschouwen het stoppen van mannen die agressief zijn jegens vrouwen als een topprioriteit, even relevant als politieke terreur. Fernández-Morales en Menéndez-Menéndez hierover:

Within a show that portrays the post-9/11 mood of inevitability, seemingly defending the idea that the common good should always comes first and that political terrorism against the U.S. must be the number one priority, the hyper-masculine maverick John Reese thinks otherwise. In a world where gender violence is dismissed as “irrelevant” by the government and its intelligence agencies, he becomes a vigilante that exposes their priorities as unfair for the regular citizen and vindicates abuse against women as yet another form of terror. […] we argue that Nolan transplants ideas related to the War on Terror onto everyday threats including gender terrorism.

Vaak zijn het Finch en Reese die een dame in nood redden uit handen van een agressieve man. Zo pakt Reese een US Marshal aan die zijn beroep misbruikt om zijn ex op te sporen, nadat ze wegens huiselijk geweld probeerde te vluchten. In een andere aflevering draait alles om een stalker. Stalking is een moeilijk te bewijzen misdrijf, waarbij de politie niet of pas veel te laat in actie komt. De aflevering maakt voelbaar hoe stalkers het leven van een vrouw tot een hel maken. Daarna maakt POI op zijn beurt korte metten met de dader: Reese gooit de stalker een raam uit, BAM! Afgelopen met die terreur.

Regelmatig toont de serie echter ook vrouwen die het heft in eigen handen nemen. Een aflevering draait bijvoorbeeld om een arts, dokter Tillman. Ze is op zoek naar de verkrachter van haar zusje. Tevens de indirecte moordenaar, want na de verkrachting belandde haar zusje in een uitzichtloze depressie en pleegde zelfmoord. Als ze de man vindt, bedenkt ze een minutieus plan om hem te vermoorden. Reese grijpt in op het moment dat ze de dader al heeft ontvoerd en op weg is naar een geïsoleerde plek, om de moord te plegen en het lijk te laten verdwijnen.

Een ander voorbeeld is het personage Root. Deze hacker moest als meisje toezien hoe een jeugdvriendinnetje ’s avonds in de auto stapte van een dorpsgenoot. Deze man misbruikte het meisje en liet daarna haar lichaam verdwijnen. Root slaagt er later in een drugskartel op te zetten tegen de dader, zodat de mafiosi hem doodschieten.

Tot slot detective Carter (actrice Taraji P. Henson). Ze begon als vijand van hoofdpersonen Finch en Reese, maar kiest uiteindelijk hun kant en ontwikkelt zich tot een mede-hoofdpersoon. In seizoen drie blijkt dat zij ook zo haar ervaringen heeft met mannen die vrouwen belagen. Haar ex is een militair met een posttraumatische stressstoornis en losse handjes. Dat verklaart waarom ze in aflevering negen van seizoen 1 zo fel wordt als het gaat om huiselijk geweld. Ze praat in op een slachtoffer om aangifte te doen, confronteert de agressieve echtgenoot in een kroeg, en geeft de vrouw haar directe nummer om te bellen als ze in gevaar komt. Als de vrouw inderdaad belt, laat Carter letterlijk alles uit haar handen vallen om haar te redden.

Kortom, zoals de beide onderzoeksters constateren: ook al zijn het vaak de mannen (met name Reese) die de vrouwen redden, de vrouwen weten zelf wel degelijk ook van wanten:

we approach agency in the show, which fluctuates between the convention of presenting the male action (super)hero – Reese – as the savior of the damsel in distress, and portraying women as agents who can protect themselves and their peers. Although the former is more frequent, we conclude, the weight given to gender violence as a narrative and characterization device makes Person of Interest different from other post-9/11 shows; the clearest one so far in the vindication of this problem that affects millions of women as “relevant” within a media discourse dominated by the allegedly more important, macro-level fears of our time.

Toegift: Fernández-Morales en Menéndez-Menéndez benoemen dit niet in hun studie, maar uit onderzoek blijkt dat veel daders van politieke terreur begonnen met terreur tegen vrouwen, voordat ze door-evolueerden naar het plegen van aanslagen in de publieke ruimte. Nog een reden om geweld tegen vrouwen niet af te doen als een irrelevante privé aangelegenheid, maar dit geweld de status te geven van een zaak van nationale veiligheid.

Debat Clinton-Trump gezien door een genderbril

Nederlandse media publiceerden allerlei analyses over het debat van Amerikaanse presidentskandidaten Clinton en Trump. Dit weblog stelt vrouwen en gender centraal, en daar berichtten veel media niet of nauwelijks over. Gelukkig wemelt het in de Engelstalige pers van de reacties waar dit aspect wél aan de orde kwam. Een selectie:

De BBC analyseerde de vier manieren waarop gender een rol speelde tijdens het debat. Wie onderbrak wie het meest? Het gebruik van namen – Trump had het over Clinton, terwijl Clinton Donald zei en bleef zeggen. De uitwisseling rondom uithoudingsvermogen, waarbij Clinton meteen duidelijk maakte uit welke koker aantijgingen rond een zogenaamd gebrek aan uithoudingsvermogen stammen. En vier, glimlachen. Eerst kreeg Clinton kritiek omdat ze te weinig glimlachte, nu omdat ze teveel zou glimlachen.

Die laatste kritiek ziet Amanda Marcotte, van webmagazine Salon, als één van de manieren waarop commentatoren opvallend seksistisch uit de hoek kwamen na het debat. Behalve het ‘ze glimlacht te weinig, o nee teveel’ gedoe stelden andere commentatoren dat Clinton hen deed denken aan hun zeurende moeder. Of bekritiseerden Clinton omdat ze te goed voorbereid was op het debat. Echt, als vrouw met ambitie kun je niet winnen, als het gaat om onzekere vijandige mannen, stelt Mascotte. Zie ook de rubriek Double X op webmagazine Slate, met een inventarisatie van alle mannen die aan Clinton mansplainden hoe ze zou moeten glimlachen en met welke houding ze moet debatteren.

Wat betreft wie onderbreekt wie signaleerde website Vox dat Clinton Trump 17 keer onderbrak, terwijl Trump 51 keer over haar heen praatte. Met de moderator erbij kwam de totaalscore op 47 interrupties voor Trump en 70 voor Clinton.  Het is een subtiele vorm van seksisme. Vrouwen krijgen minder ruimte en moeten harder vechten om gehoord te worden. Maar je mag niet te openlijk vechten want dan ben je een bitch die dingen op een negatieve manier op wil eisen of af wil dwingen, huuuuuuu.

Website Mic doopte het seksisme van Trump zelfs als het overheersende element in het debat. Zijn neerbuigende houding, waar Clinton vaak interrumperen slechts een onderdeel van vormt, kwam zo duidelijk naar voren dat het alles kleurde.

Dat het goed kwam wijt het Engels dagblad The Guardian aan de prestaties van Clinton. Analisten bejubelden haar manieren om de seksistische uitspraken van Trump in zijn gezicht op te laten blazen. Zo maakte ze zijn strategie rondom uithoudingsvermogen expliciet. Het ging niet om stamina, maar om minachting over het uiterlijk van een vrouw ombuigen naar kritiek op haar uithoudingsvermogen. Wie trapt daar in? Niet Clinton en na haar rake analyse, het publiek ook niet meer.

Website The Hill zag deze ‘strijd der seksen’ ook en noteerde dat Trump na een half uurtje totaal de kluts kwijt raakte, omdat hij Clinton niet van haar stuk kon brengen. Ze bleef kalm, ze glimlachte, ze gebruikte Trump’s woorden tegen hem, en Trump kon alleen maar harder brullen. Tussen het snotteren door. Aan het slot van de avond was de dominante twitterhashtag over het debat ‘sniffles’, omdat Trump zo vaak snoof en snotterde tijdens het debat. De grappen daarover rolden al snel over elkaar heen. Niet goed voor Trump…

UPDATE: een post-debat analyse van Soraya Chemaly van de Huffington Post. Een analiste van The Guardian doet graag een gedachtenoefening met je: wat als Trump een vrouw zou zijn? Zelfde houding, zelfde uitspraken, maar dan door en van een vrouw. En, opmerkelijk: conservatieve kranten die in hun meer dan honderd jarige bestaan altijd steun verleenden aan de Republikeinen, spreken nu openlijk hun steun uit voor Clinton, de Democratische kandidaat.

Clinton, gender en vier tot acht jaar extra vrouwenhaat

Mocht Clinton de Amerikaanse verkiezingen in november winnen, reken dan maar op vier tot acht jaar intense vrouwenhaat, met een extra dosis ‘BITCH!!!!!!‘, voorspelt Michelle Cottle van magazine The Atlantic. Het is een van de gevolgen van een diepgewortelde minachting voor vrouwen en een dubbele moraal die ervoor zorgt dat mannen in de luwte kunnen blijven, terwijl vrouwen bij het minste of geringste op het schavot belanden. Dat iemand van de verkeerde sekse na ruim 200 jaar de hoogste politieke post in het land in handen krijgt, echt, huiveringwekkend!

De kans dat Clinton wint en dat wij vrouwen die golf hatelijke vuiligheid over ons heen krijgen, wordt steeds groter. Zelfs als alle blanke mannen op tegenkandidaat Trump stemmen, redt hij het niet om te winnen van de Democraten, verwachten demografen. De Verenigde Staten veranderen namelijk. Er komen steeds meer vrouwen en niet-blanke mannen bij. Laten dat nou precies de mensen zijn die Trump keer op keer uitscheldt en beledigt.

Dat heeft gevolgen: steeds meer vrouwen en niet-blanke mannen stemmen op de Democraten. Zo stemmen vrouwen sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw meer dan mannen. Die vrouwelijke kiezersmeerderheid vinkt steeds vaker het vakje Democraat aan, omdat ze zich steeds minder thuis voelen bij de Republikeinen en hun oorlog tegen vrouwen. Peilingen laten inmiddels ruime marges zien in het voordeel van Clinton.

Trump haalde lange tijd zijn schouders op. Hij zoekt zijn heil bij mannen. Maar die basis wankelt. Vooral blanke mannen met een goede opleiding lopen weg. En zwarte mannen? Die kijken wel linker uit dan te stemmen op een partij die hen beschouwt als louter waardeloze en criminele negers – ook al ontkent de partij zelf (uiteraard) in alle toonaarden dat Republikeinen vol racisme zitten.

Trump voelt de bui hangen. Hij reorganiseerde zijn campagneteam voor de zoveelste keer in een paar weken tijd, en valt Clinton steeds feller aan. Zijn nieuwste trucje bestaat eruit dat hij Clinton vergelijkt met de Duitse premier Angela Merkel. Niet alleen omdat het in zijn optiek beiden vuile bitches zijn, maar ook omdat blanke rechtsradicalen Merkel haten vanwege haar beleid rondom buitenlanders en asielzoekers. Door Merkel aan te halen probeert hij die stemmen voor zich te winnen, schrijft magazine Salon. Vrouwenhaat en racisme gaan wat dat betreft hand in hand bij Trump.

Dus, stel je voor dat zo’n hysterische bitcherige ISIS-lover, castreerder van mannen en verpester van het blanke ras, de hoogste politieke post van het land weet te winnen. Aaaaargh:

just as Barack Obama’s election did not herald a shiny, new post-racial America, Clinton’s would not deliver one of gender equality and enlightenment. So goes progress: Two steps forward, one step back(lash). As the culture changes, people resent that change and start freaking out, others look to exploit their fear, and things can turn really, really nasty on their way to getting better.

We zijn gewaarschuwd 😉

Sheldon en de pijn van een tweederangs status

Eindelijk kwam ik er deze vakantieperiode aan toe de biografie te lezen van Alice Sheldon, een SF schrijfster die onder de naam James Tiptree jr. furore maakte in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Julie Philips dook in het leven van deze auteur. Haar prijswinnende biografie brengt haarscherp in beeld hoezeer Sheldon aanbotste tegen haar tweederangs status als vrouw. Het duurde jaren voordat ze haar eigen stem vond en een reeks fascinerende verhalen schreef, die anno 2016 nog steeds actueel zijn.

In Nederland brak Tiptree/Sheldon nooit echt door met haar werk, concluderen twee recensenten in hun bespreking van de biografie. Inez van der Spek, die haar proefschrift aan Tiptree wijdde, speculeert dat fantasievolle verhalen over aliens en ruimtereizen niet passen bij de nuchtere Nederlandse volksaard. Wil je bijvoorbeeld haar in het Nederlands vertaalde verhalenbundel ”10.000 lichtjaren van huis” vinden, dan moet je goed zoeken in tweedehands winkels.

Ook het Engelstalige publiek bleef lang verstoken van goede herdrukken van haar verhalen. Pas met de bundel ‘Her Smoke Rose Up Forever‘ kon het brede publiek weer makkelijk toegang krijgen tot Sheldon’s werk. Nieuwe lezers merken meteen de impact van de verhalen. Misschien ligt het niet alleen aan de nuchtere Nederlandse volksaard dat Sheldon/Tiptree niet echt doorbrak in ons land. De auteur zette angstaanjagende scenario’s neer, vol ‘wat als’ ideeën die op een verontrustende manier logisch zijn:

It reads like “The Handmaid’s Tale” crossed with “28 Days Later” and distilled it through the femicides in Juarez into the most psychologically brutal 22 pages imaginable. And the horrible part is that it is absolutely imaginable – hardly even a stretch. (“Isn’t it strange how we do nothing? Just get killed by ones and twos.”) I only made it through because I was eating a maple glazed doughnut at the time.

In haar biografie maakt Philips inzichtelijk dat die grimmigheid diepe wortels heeft in de levensgeschiedenis van Sheldon. Ze werd geboren in 1915 en was het enige kind van twee zeer succesvolle ouders, die het voor hun eigen gemoedsrust nodig hadden dat Sheldon gelukkig en kalm leek. Haar hele jeugd moest ze alle emoties inslikken die haar ouders verontrustend vonden. Dat liet psychologisch diepe sporen na.

Al snel kwam Sheldon er vervolgens achter dat ze vrouwen zeer aantrekkelijk vond. Dat was in de jaren dertig, veertig en vijftig van de vorige eeuw volstrekt onbespreekbaar. Ook merkte ze dat vrouwen thuis bij de kinderen behoorden te blijven. Ze maakte mee hoe het Amerikaanse leger de talenten en kwaliteiten van vrouwen verkwanselde, hoe de overheid en de media vrouwen na de tweede wereldoorlog terug de keuken in joegen, en je als vrouw ondanks je ambities bleef vastplakken aan de vloer.

Sheldon worstelde enorm met die tweederangs status als vrouw. Hoe moest zij leven, in de verkeerde tijd, op de verkeerde locatie, met de verkeerde sekse? Hoe moest ze als vrouw omgaan met menselijke agressie, in het bijzonder de overal zichtbare en voelbare mannelijke agressie tegen vrouwen? Welke wegen kon zij bewandelen om recht te doen aan haar eigen, individuele persoonlijkheid? Ze worstelde met zelfhaat, de woede die het logische gevolg is van stelselmatige discriminatie, depressies, haar onmogelijke voorliefde voor vrouwen.

Pas door symbolisch een mannelijke identiteit aan te nemen, kon ze ontsnappen aan alle vooroordelen, beperkingen en verwachtingen, stelt Philips in haar biografie over Sheldon. Ze vond haar stem en maakte na haar debuut, in 1968, meteen furore. Bijna tien jaar lang dacht iedereen met een man van doen te hebben. Pas toen Sheldon’s moeder stierf en haar naam in het openbare overlijdensbericht voorkwam, telden vrienden een plus een bij elkaar op en ontdekten dat ze eigenlijk een vrouw was.

Niet verrassend als je dit levensverhaal leest, neemt gender zowel in haar leven als in haar verhalen een belangrijke plaats in. Ze zet de boel op losse schroeven, vat Van der Spek kernachtig samen:

niemand kon nog serieus volhouden dat mannelijkheid en vrouwelijkheid feiten zijn. Tiptrees optreden, stelt Phillips, confronteerde zowel mannen als vrouwen met hun medeplichtigheid als lezers. Tot de onthulling van Tiptrees identiteit werden zijn/haar verhalen vaak geprezen om hun ‘mannelijke stijl’, maar paradoxaal genoeg ook om hun inlevingsvermogen in het lot van vrouwen. Phillips:‘Zoals in andere passing stories bevestigt de onthulling van Tiptrees identiteit de “gendergrens” in fictie maar blaast deze tegelijkertijd ook op. Aan de ene kant wordt van een persoon in vermomming verwacht dat ze na de ontmaskering teruggaat naar haar eigen mensen, haar eigen gender. Maar de categorie gender zelf is twijfelachtig geworden: welke is wat? Wie zijn de “wij” en de “zij”?

Ook in ”onze tijd” hebben we Sheldon hard nodig. We leven nog steeds in een wereld waar (blanke) mannen dé autoriteit zijn, waarna deze poortwachters zelfverzekerd teksten uitspreken zoals

“I read a piece of writing and within a paragraph or two I know whether it is by a woman or not. I think [it is] unequal to me.” The author, who was born in Trinidad, said this was because of women’s “sentimentality, the narrow view of the world”.

Dat, vrienden, is kul.

Leven Alice Sheldon, en leve Julie Philips die haar leven zo prachtig in kaart bracht.

Trollen geven Ghostbusters een 1

Uh oh… een zeer specifieke groep boze fans bestormde sites als de International Movie Data Base (IMDB) om negatieve beoordelingen achter te laten over Ghostbusters. Ze gaven de film nog voor de première al massaal een 1. Professionele filmrecensenten die een preview zagen oordeelden veel positiever. Waarbij de vrouwelijke recensenten weer positiever zijn dan hun mannelijke collega’s. En dat allemaal omdat in de editie 2016 een team vrouwen de spoken bestrijdt. Aaaaargh!!!!

Ghostbusters lijkt te werken als een soort lakmoesproef voor gender. Dat gebeurt in een periode van veranderingen. Na ruim een kwart eeuw heeft Engeland weer een vrouwelijke premier, Nederland vaardigt meer vrouwelijke dan mannelijke atleten af naar de Olympische Spelen, en in de V.S. strijden een man en een vrouw om de hoogste positie in het land. Huuuuuuh, eng….

Ghostbusters krijgt een tik mee van die lading rond gender. Zo verschijnen momenteel de eerste bewerkte foto’s waarbij het groene slijmmonster het gezicht van Donald Trump krijgt. Je merkt het ook in de ontvangst van de film. Op sites als ScreenCrush zagen de beheerders iets vreemds op de IMDB-webpagina van Ghostbusters. Voor de première kwam de totale waardering niet verder dan een zeer schamele 3,6. Kijk je naar de groep die stemmen uitbracht, dan valt op dat jongens en mannen tussen de 18 en 44 jaar zwaar in de meerderheid zijn. Ze gaven de film massaal een 1, nog voordat ze ‘m konden zien.

Dit gebeurde al eerder met trailers voor de film. Op Youtube staat de eerste Ghostbuster trailer inmiddels te boek als de meest gehate ooit. Ook hier kwamen de negatieve scores tot stand door de neurotische ijver van een zeer vocale minderheid, waarvan het merendeel mannen.

Sites nemen inmiddels tegenmaatregelen. Zoals Metacritic:

Oftewel, fans kunnen niet reageren, want teveel van hen laten zien dat ze niet volwassen genoeg zijn om zich fatsoenlijk te kunnen gedragen. Dat betekent dat alleen professionele recensenten een score geven.

Ook bij de ”officiële” recensenten treedt echter een veelbetekenende gender-kloof op. De groep professionals kreeg previews en geeft Ghostbusters op de site Rotten Tomatoes 77% positief, een redelijk solide score. De vrouwelijke recensenten zijn echter met 89% positieve reacties veel lovender dan de grotere groep mannelijke recensenten, die niet verder kwam dan 72% positieve reacties. Misschien omdat ze meer moeite hebben zich te identificeren met de hoofdrolspelers?  Ze moeten zich als man opeens in vrouwen inleven, en als je dat niet gewend bent, dan is dat moeilijk.

Women&Hollywood concludeert:

So the battle of the sexes over “Ghostbusters” continues, and as the female film critics and audience members finally rejoice in the release of the film, the only worthwhile thing to say to the haters comes from Manohla Dargis: “Girls rule, women are funny, get over it.”

Ondertussen, in de echte wereld: jonge meisjes die ademloos naar de vrouwelijke Ghostbusters opkijken en hopelijk geïnspireerd raken: ja, je kunt als vrouw de hoofdrol hebben, vrouwelijke nerds zijn top, ja, vrouwen kunnen als team opereren en spannende avonturen beleven, heej, eindelijk vrouwelijke action figures zodat je in je fantasie nieuwe avonturen kunt creëren. Geweldig! Leuk! Zien! Doen!

De Gereedschapskist: perception bias (je ziet niet wat je ziet)

Zet drie vrouwen in een groep van tien en veel mensen denken dat vrouwen die groep domineren. Of: een man en een vrouw schrijven allebei een boek over persoonlijke dingen, vol emotie. De man krijgt lof want zijn verhaal raakt aan universele waarden. De vrouw zeurt en schreef een inferieur boekje. Voor die vreemde kronkels bestaat een naam. Perception bias. Of, vrij vertaald: vooroordelen in perceptie.

Voorbeelden te over van vertekeningen in de waarneming. Neem bijvoorbeeld een Amerikaans programma, Stuff You Missed in History Class. Oftewel dingen die je miste tijdens de geschiedenisles. De redactie ontvangt stelselmatig klachten dat het programma teveel aandacht besteedt aan vrouwen. De redactie zou vaker iets over mannen moeten vertellen. Producenten doken hun archieven in. Ze kwamen erachter dat vrouwen maximaal een kwart van het totaal uitmaakten, terwijl mannen in 40 tot 50% van de afleveringen domineerden (de rest had neutrale thema’s). 25% vrouwen? Teveel! Klacht!

Deze vooroordelen duiken ook op als het gaat om communicatie. Vrouwen beppen teveel, beweren auteurs in het Mars en Venus genre. Ze herhalen dat steeds, dus dan moet het wel kloppen. Een taalkundige ging op onderzoek uit. Hij kwam erachter dat auteurs elkaar citeren, zonder dat ze ooit verwijzen naar bestaand onderzoek. Waar baseren ze zich dan wel op? De taalkundige kwam uiteindelijk uit op pamfletten van conservatieve Christelijke groeperingen uit de V.S. uit 1993. Samengevat:

there was a flurry of Christian-right marriage counselors promoting the idea that women are gabbermouths and men are taciturn, and therefore ladies need to squelch hopes of having their emotional needs met in their marriages.

Wie wél gedegen wetenschappelijk onderzoek doet, ziet kleine verschillen tussen de seksen. Daarnaast telt de context. Als het gaat om de publieke ruimte en de wereld van betaald werk wijst alles er op dat mannen de gesprekken juist domineren. Mannen onderbreken vrouwen regelmatig, en op online fora nemen mannen zoveel ruimte in, dat anderen wegblijven. Omgekeerd blijkt dat vrouwen van een meerderheid sociale straf krijgen als ze ”te verbaal’ worden en op die manier ‘teveel’ ruimte innemen.

Vooroordelen in de perceptie komen ook tot uiting in onbewuste taalpatronen. Zo analyseerde de Lezeres des Vaderlands het gebruik van bijvoeglijk naamwoorden in boekenrecensies. Wat blijkt? Recensenten geven hoog op van de eruditie en het hoogstaande intellect van mannelijke auteurs. Mannen mogen een klagerige toon gebruiken. Als ze zeer persoonlijke verhalen schrijven over emoties, is dat omdat ze daarmee universele menselijke waarheden weergeven. Uiteraard op een indrukwekkende manier.

Bij vrouwen daarentegen wemelt het van negatieve kwalificaties. Vrouwen produceren ‘schrijfsels’, ‘sneue onboekjes’ en ‘weinig lezenswaardige romans’.  Geen woord over het intellect van schrijfsters of het hoogstaande erudiete gehalte van hun werk. Wel op de persoon gerichte kwalificaties over negatieve karaktertrekken zoals bemoeizucht. Ook het uiterlijk van schrijfsters lijkt belangrijker dan hun boek.

Kortom, we kijken met een gekleurde blik. We zien niet wat we zien. Een kwart programma’s over vrouwen voelt aan alsof vrouwen ”iedere keer” aan bod komen. Een kwart vrouwen actief op een gebied waarin het wemelt van de vrouwen, heet opeens een doorbraak. Zo vond NRC dat vrouwen eindelijk doorbreken in hun Cultuur Top 100. Oh?:

 3 u3 uur geleden  NRC 21 vrouwen tegenover 67 mannen (=24% vrouw). Noemen we dat tegenwoordig een “doorbraak”?

Gevalletje vertekende waarneming bij een krantenredactie.

Wat te doen? Wat helpt is #lekker tellen en goed kijken naar wat er feitelijk gebeurt. Voelt iets aan alsof vrouwen domineren, maar komen vrouwen niet verder dan maximaal 25% van het totaal? Dan is er geen reden tot angstvisioenen of feestjes. Dan is er veel werk aan de winkel.

Progressieve stem uit Amerika: Melissa McEwan over Clinton

Clinton officieel kandidaat voor het Amerikaanse presidentschap! En in haar eerste speech als die officiële kandidaat, maakt ze meteen duidelijk dat ze er alles aan doet om vrouwen baas in eigen buik te laten blijven. Geweldig. Ik volg haar kandidatuur op de voet. Eén van de bronnen die ik daarbij vaak raadpleeg is Shakesville, de site van feministe Melissa McEwan. McEwan schreef talloze goede artikelen, onder andere over Clinton’s campagne en haar kandidatuur. Die halen de Nederlandse media zelden tot nooit. Vandaar dat ik haar werk graag voor het voetlicht breng.

McEwan betrekt Clinton’s sekse, en welke invloed dat heeft op haar politieke strijd, expliciet in haar analyses. Belangrijk, want in de komende verkiezingsstrijd kun je niet om gender heen. Ten eerste is Clinton de eerste vrouwelijke presidentskandidate ooit in de V.S. Ten tweede heeft ze als tegenkandidaat een man. Dat werkt een hij versus zij-verhaal in de hand. Ten derde gaat het om Trump, een man die controversiële standpunten over vrouwen inneemt. En ten vierde is Clinton als enige presidentskandidaat expliciet begaan met de gezondheidszorg aan Amerikaanse vrouwen, inclusief hun mensenrecht op het kunnen en mogen afbreken van een ongewenste zwangerschap.

De verkiezingen vormen zodoende, in de analyse van de LA Times, een soort lakmoesproef. Wat vindt de V.S. van het vrouwenstandpunt van Trump? Als hij wint, gaat een meerderheid blijkbaar akkoord met de vrouw als rechteloze broedmachine, tweederangs werkneemster en angstaanjagende Ander. Iek!!!!

Kortom, gender staat centraal en dat levert ontzettend interessant materiaal op om te signaleren, bespreken en, waar nodig, te bekritiseren. Duik gerust in de stapel artikelen die McEwan op een rijtje zette. Ze praat je onder andere bij over de manier waarop mediaverhalen functioneren, (framing), de manieren waarop Clinton moet manoeuvreren om deze meestal seksistische media-framing in goede banen te leiden, en hoe haar eigen Hillary Sexism Watch McEwan ferm in het kamp van Clinton plaatste, nu ze acht jaar later opnieuw deelneemt aan de verkiezingsstrijd.

Niet in dat overzicht van artikelen, maar ook interessant: Een Observatie, over het verschil in status tussen opiniestukken van mannen en vrouwen over Clinton. En de Hillary Sexism Watch? Nog steeds gaande, en nog steeds hoognodig. Te beginnen met Bernie maakte geen betere kandidate van Clinton, dat deed Clinton zelf. En de observatie dat mensen Clinton best top vinden, totdat ze promotie wil. Dan is ze opeens een kille bitch. Zie voor dit patroon ook het boek ‘Women Don’t Ask’.

Hierboven: Clinton’s historische toespraak waarin ze de kandidatuur bij de Democraten officieel claimt

SF Museum lanceert tijdschrift met groot vrouwelijk aandeel

Het Amerikaanse Museum of Science Fiction versterkt met haar eerste nummer van The Journal of Science Fiction een welkome trend naar meer diversiteit. Het nieuwe blad bevat opvallend veel artikelen van vrouwelijke redacteuren. Ook de inhoud van de bijdragen richt zich deels op vrouwen en vrouwelijke personages in SF verhalen. Hulde!

journal of sf kaft eerste nummer 2016

illustratie op de kaft van het eerste nummer van het nieuwe Journal of Science Fiction

Het eerste nummer bevat bijdragen van Monica Louzon, Karma Waltonen en Amanda M Rudd. Daarmee komen drie van de vijf hoofdartikelen van de hand van een vrouw. Eén van die stukken, geschreven door Waltonen, richt zich de manier waarop SF schrijfsters het concept van ‘houden van De Ander’ gebruikten om seksuele taboes te slechten. Op die manier speelde het genre een rol in het veranderen van de cultuur – ten goede, met meer tolerantie voor alles wat buiten het strikte man-vrouw hetero klassieke gezinsmodel valt.

Het belangrijke aandeel van vrouwen in The Journal of Science Fiction past in de tijdgeest. De afgelopen jaren kwam er steeds meer kritiek op de dominantie van poortwachters in de SF – veelal blanke mannen met zeer specifieke opvattingen over wat goede SF is en welke kant het op moet met het genre. Tegelijkertijd met die aanzwellende kritiek op de status quo begonnen ook de pogingen, veelal van vrouwen, om de geschiedenis van SF in beeld te houden. Mensen hebben namelijk de neiging om het aandeel van vrouwen te vergeten en daar kwam terecht verzet tegen.

Anno nu kun je de situatie moeilijk ideaal noemen – zodra vrouwen zichtbaarder worden, zijn er mensen die zich bedreigd voelen en hard terugslaan. Maar niemand kan meer om de vrouwen heen. Onder andere de Engelse krant The Guardian schrijft dat jarenlang buffelen in de marge dit jaar waarschijnlijk gaat leiden tot belangrijke doorbraken op het gebied van diversiteit en inclusie. Hoera!

BONUS Inspiratie en leestips? Komen ze:

  • Een lijstje met dit jaar te verschijnen SF en fantasy romans van schrijfsters, waar lezers het meest naar uitkijken
  • Een podcast van The New Yorker. Onder de slechts licht ironische titel Zijn Vrouwen Mensen interviewt Jill Lepore Amelia Lester en David Haglund over de rol van vrouwen in de moderne SF
  • Weblog SF Mistressworks timmert nog steeds aan de weg, met besprekingen van het werk van vroege en moderne SF schrijfsters
  • Zelf blijf ik de boeken van Octavia Butler en N.K. Jemisin hardnekkig promoten 😉
  • En had u al gehoord van Karen Lord? Probeer haar boeken maar eens….

Enfin, veel leesplezier!

 

Zomerfilm top tien ziet meer vrouwen dan voorheen

Van de vijftig commercieel gezien meest succesvolle films, die tussen januari en juni 2015 in de V.S. in premiere gingen, slagen er 21 niet voor de Bechdel test. De andere 29 kregen het gelukkig wél voor elkaar twee met name genoemde vrouwelijke personages in het verhaal voor te laten komen, die spraken over iets anders dan een man. De top tien vertoont een opmerkelijke verbetering ten opzichte van 2014. Negen van de tien haalden de Bechdel test in ieder geval op onderdelen.

Mad Max droeg bij aan een vrouwvriendelijkere top tien. Verder grijp ik gewoon ieder excuus aan om beelden uit die film te tonen 😉

In 2014 kwamen de tien meest succesvolle films in diezelfde periode niet verder dan een schamele 50%. Van vijftig naar negentig procent betekent een grote vooruitgang. Een productie als Pitch Perfect 2 grossierde in vrouwenrollen. En Mad Max Fury Road kende dan wel weinig dialoog, maar met een groot aantal vrouwelijke personages kwam het totale plaatje er toch zeer gunstig uit te zien. Dat soort films haalden het gemiddelde behoorlijk omhoog.

De relatief gezien vrouwvriendelijke top tien behoeft wel enige nuancering. Ten eerste let de Bechdel test niet op de duur van gesprekken. De top tien van 2014 kende een hoog gehalte superheldenfilms, zoals Captain AmericaX-Men, en Amazing Spider-Man 2. De vrouwelijke personages in al die films gezamenlijk hadden samen nog geen tien regels tekst in onderlinge ‘gesprekken’. Een keer met je ogen knipperen en je had het Bechdel-moment al gemist. In 2015 keert in grote lijnen dezelfde situatie terug.

Daarnaast zegt de Bechdel test niets over al dan niet progressieve denkbeelden over gender. Neem Jurassic World. Die haalde de test, onder andere omdat twee zussen over iets anders dan een man praatten. Maar deze film kwam in opspraak vanwege een hoog gehalte aan seksisme. Het origineel, Jurassic Park, getuigde in 1993 van een veel progressievere houding rondom vrouwen en werk. Onder andere de New York Times vatte de genderproblemen van Jurassic World als volgt samen:

Owen may be a parody of a hunk, what with his greasy workingman hands, shirt-busting arm muscles and nicely coiffed chin hair, but at least he does cool stuff like wrangle raptors and, spoiler alert, Claire. She mostly just schemes and screams, before Owen melts her like an ice cube on a hot griddle, proving that, yes, she’s every bit as bad as Joss Whedon thought when on Twitter he called out “Jurassic World” as sexist: “She’s a stiff, he’s a life-force — really? Still?” Yes, still.

Enfin, Vox geeft graag een overzicht van deze controverse, met tijdlijn en al.

Fijn dat vooruitgang zichtbaar is. Bonus: financieel gezien hebben filmstudio’s ook geen enkele reden om te vegeteren op een dieet van mannenensembles en eenzame smurfinnen. Dus Hollywood, waar wacht je op?

Gender ontkennen werkt averechts bij aanpak huiselijk geweld

De ‘genderneutrale’ aanpak van huiselijk geweld in Nederland gaat in werkelijkheid gebukt onder vooroordelen en stereotypen. Dat blijkt uit een genderscan, uitgevoerd in opdracht van de rijksoverheid. Onder andere de mythe dat de emancipatie in Nederland zou zijn voltooid, blijkt een schadelijk effect te hebben. Daardoor zien hulpverleners en politie de effecten van machtsverschillen over het hoofd en classificeren ze zaken te snel als gevallen van wederzijdse agressie, waarbij de man en de vrouw beiden even schuldig zouden zijn aan huiselijk geweld. Verschillende organisaties pleiten er nu voor dat gender terugkeert als factor in de aanpak van deze vorm van intieme terreur.

De genderscan signaleert onwil om in termen van gender te denken. Daardoor ontstaan misvattingen, vooroordelen en impliciete aannames, die een nadelig effect hebben op de aanpak van huiselijk geweld. Hoe komt dat?  Op bladzijden 48 en 49 van het rapport noemen de onderzoekers een aantal oorzaken. Het is de moeite waard de tekst in z’n geheel te citeren:

  • een verkeerde interpretatie van de systeemgerichte benadering. De nadruk die wordt gelegd op ieders rol in de systeemdynamiek en op het belang van meervoudige partijdigheid, kan ertoe leiden dat hulpverleners abusievelijk gaan denken dat beide partijen verantwoordelijk zijn voor het geweld.

  • een gebrek aan kennis over gendergerelateerde oorzaken van partnergeweld. Dit zou worden versterkt doordat de laatste jaren ook in prevalentie-onderzoek mannelijk slachtofferschap en vrouwelijk plegerschap is benadrukt en niet altijd genuanceerd weergegeven.

  • eigen referentiekader van (vrouwelijke) hulpverleners: zij zijn vaak zelf hoogopgeleid en voelen zich geëmancipeerd. Vanuit dat referentiekader hebben ze moeite om afhankelijkheid en rolpatronen te herkennen als motiverende factoren voor het gedrag van vrouwelijke slachtoffers van partnermishandeling.

In het verlengde hiervan noemen respondenten ook de maatschappelijke visie op vrouwenemancipatie in Nederland. Die zou zijn voltooid, wat maakt dat gender niet meer wordt (h)erkend als relevante factor in het ontstaan en voortduren van partnergeweld. […]

De moeite die het kostte om gendergerelateerde aspecten op tafel te krijgen, lijkt niet samen te hangen met de (door uitvoerders ervaren) relevantie van deze aspecten, maar eerder met een soort onwil om in termen van gender te denken. […] 

In de uitvoering bestaat het beeld dat systeemgericht werken en een gendersensitieve aanpak elkaar uitsluiten. Dat beeld is gebaseerd op het idee dat gendersensitief werken hetzelfde is als het ‘ouderwetse’ seksespecifieke werken vanuit de vrouwenhulpverlening, met alleen maar aandacht voor de vrouw als slachtoffer. Men heeft moeite omgendersensitief te onderscheiden van seksespecifiek.

Het komt erop neer dat mensen het niet meer willen hebben over gender. Het gaat om een hardnekkige weerstand tegen ‘feministisch denken‘, iets waar dagblad NRC in 2007 ook al over schreef, onder andere omdat de emancipatie voltooid zou zijn (bedankt, minister de Geus en Mars en Venus denkers!) en omdat iedereen zelf verantwoordelijk zou zijn voor zijn of haar eigen situatie.

Juist vanwege die mentaliteit kunnen seksistische praktijken en machtsongelijkheid in het verborgene door blijven etteren. De effecten daarvan tref je overal aan. Neem bijvoorbeeld een officieel verhaal op de site van de gemeente Edam-Volendam. Daarin gaat het in een op zich al kort stuk ruim drie alinea’s lang over vrouwen en de manier waarop die agressie uitlokken en verergeren. Met passages als:

Een vrouw doet vaak iets waardoor het geweld op gang wordt gebracht, maar heeft daar geen erg in. Zo kan ze een ruzie de verkeerde kant opsturen. Als hij bijvoorbeeld voelt dat het misgaat en wegloopt om af te koelen, loopt zij hem achterna en verwijt hem dat hij altijd wegloopt. Dan maakt ze de situatie alleen maar erger. Een ander voorbeeld gaat over een vrouw die haar man steeds ‘zeikerd’ noemde. Haar man flipte daar helemaal op en zij wist dat niet. Het scheelt al een stuk als ze dat woord niet meer gebruikt. ’’Karen: ,,Veel vrouwen weten niet hoe ze overkomen. Hoe ze iets doen en hoe dat anders kan.”

Pas helemaal onderaan het artikel volgt een korte alinea met de opmerking dat mannen natuurlijk ook anders met conflicten om moeten gaan. Phew, fijn dat de gemeente dit nog even meeneemt in een verhaal vol zeurende, provocerende vrouwen die te dom zijn om te snappen dat ze zelf huiselijk geweld uitlokken. Het lijken de Verenigde Staten wel.

Als je zo denkt over de rol van man en vrouw bij huiselijk geweld, en daarbij gelooft in de mythe van de voltooide emancipatie, is het niet zo vreemd dat beleidsmakers en hulpverleners de plank veelvuldig mis slaan in de aanpak van deze vorm van systematische agressie.

Om het nog erger te maken sluiten de betrokkenen zichzelf af van de inzichten en ervaringen uit de vrouwenhulpverlening, vanwege nog meer vooroordelen: die seksespecifieke aanpak zou draaien om ‘de vrouw als slachtoffer’. Veel mensen reageren vervolgens allergisch op dit idee. Ze staan er niet bij stil dat iemand feitelijk wel degelijk slachtoffer kan zijn, en niet zomaar de stap kan maken van slachtoffer naar overlever. De uitvoerders verwarren bovendien ‘het analyseren van systematisch onrecht’ met ‘zeurende feministen die zwelgen in slachtofferschap’. Nou nee, beste mensen. Da’s de boodschapper de schuld geven.

Al met al is de huidige, zogenaamd genderneutrale, aanpak van huiselijk geweld juist doordrenkt van niet erkende gendervooroordelen. Het ontbreekt aan alertheid op rolpatronen, machtsongelijkheid en de socialisering van mannen en vrouwen, waardoor met name vrouwen in de knel komen. Die lopen een te groot risico om de schuld te krijgen van haar eigen mishandeling, en/of verantwoordelijk gesteld te worden voor situaties waarin ze weinig zeggenschap had.

Daar moet verandering in komen, en het rapport geeft daar ook adviezen voor. Hopelijk luisteren gemeente, rijk, politie en hulpverlening daar naar en lezen ze de genderscan nauwkeurig. Want huiselijk geweld is een genderprobleem. Waar vrouwen onevenredig vaak het slachtoffer van worden. En dat moet stoppen.

Nederland reageert positief op Lees Vrouwen 2015

ReadWomen2014 kreeg zoveel succes, dat Nederland niet achter kan blijven. In Nederland roept journalist Kirsten van Santen lezers op om mee te doen aan de actie #leesvrouwen2015. Meteen na haar oproep in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden kwamen er zoveel positieve reacties binnen, dat deze beide media niet tot volgend jaar willen wachten. Vanaf deze zomer beginnen ze al met een campagne om de Nederlandse leesgewoonten op te schudden. Iedereen kan ook meedoen op Twitter, met hashtag #leesvrouwen2015.

ReadWomen2014 ontstond uit frustratie om de manier waarop de literaire wereld omgaat met schrijfsters. Jaar na jaar analyseert organisatie VIDA de boekenbijlagen van allerlei kranten, en de inhoud van literaire bladen. Dat leidt tot The Count, De Telling, met altijd weer als schokkend resultaat dat mannen het werk van mannen recenseren. Vrouwen komen er nauwelijks aan te pas. Met vertekende beelden van de werkelijkheid tot gevolg:

”the canon lets in the male writers, then says, ‘Look: that’s the great literature, see how it’s writing about the human condition!’, when in fact it’s only writing about the male condition.”

Die relatieve onzichtbaarheid van schrijfsters, die onbalans, moet doorbroken worden, vond schrijfster Joanna Walsh. Als de literaire bladen geen zin hebben in diversiteit, moet de actie maar van de lezers komen. Dus begon ze met haar campagne om bewust een jaar lang werk van vrouwen te lezen. Ze kreeg een enorme response op haar actie. Boekenwurmen gingen tellen en kwamen erachter hoeveel blanke mannelijke auteurs ze lazen. Nauwelijks vrouwen, nauwelijks stemmen uit andere culturen dan de Engelse of de Amerikaanse. Oeps…

In Nederland is dat net zo. Dat begint al vroeg, als je nog op school zit. Daar krijg je de literaire canon voorgeschoteld (vertaling: de ene na de andere roman van blanke mannelijke auteurs) en kom je terecht in een wereld die Hella S. Haasse lange tijd afschilderde als ‘een duffe briefromanschrijfster’. Wie met zo’n scholing actief wordt in de literaire wereld, zet die trend vrolijk door. Bijvoorbeeld in advertenties: zes titels promoten, waarvan geen eentje van een schrijfster.

Met als gevolg de Nederlandse variant van de VIDA telling, inclusief mannen die werk van mannen recenseren en schrijfsters niet zien staan, of hun werk op vreemde gronden afkraken – de patronen die Joanna Russ identificeerde, zijn nog steeds zeer actueel. Ook in Nederland blijft de eregalerij gesloten voor vrouwen.

Deze structurele discriminatie leidt tot eenzijdige boekenkasten en een stereotiep beeld van romans van vrouwen. Iets waar mensen zich pas bewust van worden, als ze er op letten:

Anke Meijer trof in haar boekenkast overwegend mannelijke schrijvers aan. ,,Zou het leuk zijn om vooral vrouwenboeken te lezen?”, reageert ze. ,,Gaan ze veel over liefdesrelaties? Wordt de emotionele kant van de personen vooral beschreven? Of valt het reuze mee en zijn het goed geschreven boeken?”

Dat soort fenomenen. Read Women 2014 leidde en leidt tot bewustwording. Tot het actief opzoeken van andere stemmen, die je ogen en je hart openen voor de realiteit en de verbeeldingskracht van driekwart van de wereld. Mensen ontdekten opnieuw dat lezen geweldig is. Boeken geven inspiratie, plezier, troost. Verhalen laten je huiveren, of ontroeren je, of geven je nieuwe inzichten. Volg het live op Twitter, via #readwomen2014.

Wat zou het fijn zijn als de Nederlandse campagne hetzelfde effect krijgt. En lezers op het spoor zet van auteurs waar ze anders nooit aan zouden denken. Hopelijk wordt Lees Vrouwen 2015 net zo’n succes als Read Women 2014.

Tot slot:

In de tussentijd vraagt de redactie lezers om te blijven reageren, vooral op de wijze waarop boekhandels, critici en media in Nederland met vrouwenboeken omgaan. Bij voorkeur per mail onder vermelding van #leesvrouwen2015: cultuur@lc.nl of kunst@dvhn.nl

Jaaroverzichten, ook voor feministen

Ja, ja, volop misstanden in de wereld etc., maar mensen konden in 2013 ook plezier beleven met inspirerende feministische hoogtepunten. PolicyMic zocht 28 momenten uit waar je een echt YES!!!!-gevoel van krijgt. Gevoelens van kracht, vreugde, herkenning, erkenning, en hoop.

Opzij riep Edith Schippers uit tot machtigste vrouw van 2013.

Het jaaroverzicht van 2013 kent een hoog sterrengehalte. Deze vrouwen hebben, vanwege hun roem, een platform, en gebruiken dat. Beyoncé die trots verkondigde ‘ja, ik ben een feministe’. Jennifer Lawrence die de laatdunkende houding jegens vrouwenlichamen bekritiseerde, en vrouwen aanmoedigde zichzelf fysiek goed te voelen. Bollywoodactrice Mallika Sherawat die korte metten maakte met een seksistische journalist, en hardop uitsprak dat vrouwen in India er beroerd vanaf komen, dat dit onrecht is en dat er verandering moet komen. Goed zo!

Naast uitspraken besteedt de lijst ook aandacht aan concrete acties. Seksueel geweld en aanvallen op het principe baas in eigen buik zorgden voor de meeste solidariteit. Massale verontwaardiging over een dodelijke verkrachting in India, waarna de overheid eindelijk wetgeving aan nam om vrouwen beter te beschermen tegen seksueel geweld. Een speciale televisie uitzending om geld in te zamelen voor de gezondheidszorg aan vrouwen in Texas, die op dit moment hevig lijden onder de gevolgen van de sluiting van klinieken. Acties waardoor Facebook zich eindelijk gedwongen zag de vele uitingen van vrouwenhaat in te perken.

Wat zullen we in Nederland een feministisch hoogtepunt noemen? Op zich staat het er niet zo goed voor, constateerde Ascha ten Broeke eerder dit jaar tot haar spijt. De Sinterklaasfolders toonden tenenkrommende stereotypen, feministisch maandblad Opzij staat in de etalage en kan mogelijk doorstarten bij de Groene Amsterdammer, en allerlei vrouwen roepen in de media om het hardst dat ze juist géén feministe willen zijn, of feministen agressief vinden en liever aanschurken tegen een echte man. Kortom, diepe, diepe zucht.

Maar toch, een voorzet. Het artikel van twee intelligente studentes die oproepen al dat conservatieve denken over ‘echte mannen’ en ‘echte vrouwen’ los te laten. Want die bestaan niet. Waarna het duo in een landelijke krant het begrip gender nog eens goed uitlegt en besluit met de opmerking:

Het zou moeten gaan over hoe de maatschappij bijdraagt aan de constructie van mannelijkheid of vrouwelijkheid in plaats van hoe men denkt dat de biologie dat doet. Dat laatste slaat de discussie namelijk dood: zo is het en het kan niet anders. Dus laten we de discussie rondom gender open houden, zodat iedereen zijn eigen invulling kan geven aan zijn of haar eigen vorm van man of vrouw zijn.

Hoogtepunt! Ook Sunny Bergman maakte weer veel indruk, deze keer met haar documentaire over seksualiteit en de dubbele moraal. Van Dale nam het door haar gelanceerde begrip ‘sletvrees’ op in de nominaties voor het woord van het jaar. Hoogleraar Angela Maas die ervoor wil zorgen dat de medische wereld alerter wordt op de manieren waarop aandoeningen zoals hartklachten zich uiten bij vrouwen. Daar redt ze levens mee, want vrouwen zijn in de gezondheidszorg nog steeds slechter af dan mannen. Auteur Joke van Leeuwen die de AKO-prijs won en eens te meer liet zien dat vrouwen geweldig kunnen schrijven.

Ook vierden we in 2013 invloedrijke vrouwen. Tijdschrift Opzij maakte een overzicht en riep minister Edith Schippers uit tot machtigste vrouw – een ietwat omstreden benoeming trouwens, maar goed. Management Scope beperkte zich tot de wereld van bestuurders en benoemde commissaris Margot Scheltema als invloedrijkste vrouw van 2013. Het blad hoopt op een positief effect van nieuwe wetgeving rondom vrouwen in besturen:

…als organisaties eenmaal een vrouw binnen hebben, houden ze die kennelijk zo lang mogelijk vast. Om in 2016 aan het quotum te kunnen voldoen van minstens dertig procent vrouwen in de ondernemingstop, zullen er echter nog heel wat meer bij moeten komen. Allereerst zal de Wet bestuur en toezicht wellicht een ruilverkaveling op gang brengen tussen de have too much en de have not enough op de lijst, maar hopelijk manifesteert zich naast de arrivées ook een nieuwe generatie.

Wie weet. Ondanks sombere berichten broeit en bruist het in Nederland, en gebeuren er ook bij ons mooie dingen. Inspirerende voorbeelden te over.

Cordelia Fine hekelt neuroseksisten

Een nieuwe dag, een nieuwe studie die zou bewijzen dat de hersenen van mannen en vrouwen radicaal van elkaar verschillen. Daarom kan hij goed kaart lezen, en is zij goed in communicatie. Gaaaaaap…. Tijd voor Cordelia Fine om opnieuw aandacht te vragen voor het neuroseksisme in de wetenschap.

Fine zou graag zien dat de media genuanceerder schrijven over dit soort studies. Wie de methode en de inhoud van deze (en andere) studie(s) over sekseverschillen onder de loep neemt, komt er namelijk vrij snel achter dat de wetenschappers allerlei vragen negeren en hun eigen vooroordelen inbouwen in de opzet van het onderzoek. Dat begint al bij de drang om verschillen te vinden. Zoeken naar overeenkomsten klinkt blijkbaar niet sexy genoeg.

Het maffe is dat er genoeg kritiek bestaat op studies die de bedrading van de hersenen benutten om allerlei fenomenen te verklaren. Een kritische houding hoort er tegenwoordig bij. Met één uitzondering, signaleert magazine Salon: sekseverschillen. Als het gaat om hersenen en gender slikken veel mensen de meest vergaande beweringen voor zoete koek:

Even if we’re growing skeptical of neuroscience, we as a society seem to love the idea that the difference between the genders is “hard-wired.” […] It’s easy to see this play out in real time, as gender traditionalists crow over each new study like the PNAS one, holding up supposedly scientific evidence that, for instance, women can’t do math.

Cordelia Fine maakt deel uit van een groep wetenschappers die niet meedoen aan de stereotypering van mannen en vrouwen, en fatsoenlijk onderzoek willen zien. Daarom vraagt Fine aandacht voor deze meest recente studie. De auteurs gebruikten in dit geval een set gegevens waaruit geen of slechts minieme sekseverschillen bleken. Vervolgens beperkten ze zich tot enkele onderdelen uit die totale database, lieten er een aantal berekeningen op los, en kwamen opeens tot ingrijpende conclusies over de seksen. Daarbij deden ze uitspraken over aspecten die buiten het onderzoek vielen:

As for map-reading and remembering conversations, these weren’t measured at all. Yet the authors describe these differences as “pronounced” and as reflecting “behavioral complementarity”—scientific jargon-speak for “men are from Mars, women are from Venus.”

Knap van die wetenschappers. De Zesde Clan dacht altijd ‘meten is weten’, maar zonder te meten weten dit soort wetenschappers blijkbaar toch hoe het zit. Zouden ze helderziend zijn? Of toegang hebben tot informatie waar gewone stervelingen niet over beschikken? Vreemd, heel vreemd.

De auteurs negeren bovendien belangrijke aspecten in hun onderzoek. Zo gaan ze niet in op de relatie tussen de omvang van het brein, en de fysieke structuur ervan. Deze wetenschappers negeren ook het feit dat hersenen reageren op hun omgeving. Ervaringen in het dagelijks leven oefenen invloed uit op de structuur van de hersenen. Bepaalde gebieden kunnen in dichtheid of omvang toenemen, of juist kleiner worden. Met een duur woord heet dat experience-dependent brain plasticity.

Door dit aanpassingsvermogen van de menselijke hersenen te negeren, ontstaan fouten in de logica:

by failing to look at gendered social influences, the authors guarantee that no data will be produced that challenge the notion of “hardwired” male/female neural signatures.

Opnieuw vreemd, want op andere terreinen accepteren mensen tegenwoordig dat het brein zich kan aanpassen aan de omgeving. Alleen in geval van de seksen vergeten mensen dit opeens. Plotseling heet het dat vrouwenhersenen nou eenmaal anders zijn. Dus kan zij beter het eten maken, terwijl hij de plannen maakt, want ‘zo is het nou eenmaal’. Op die manier gebruiken mensen een wetenschappelijk sausje om de status quo te handhaven. Een situatie waarin vrouwen zich heel toevallig vooral moeten beperken tot zorgen en dienen. Kind en keuken. Goh….

Twee essays die het feminisme vooruit hielpen

Eén van de dingen die de Zesde Clan graag doet is de originele teksten publiceren van werken die belangrijk zijn (geweest) voor het feminisme. Deze teksten zitten soms diep weggestopt in de krochten van het internet, en verdienen een bredere distributie. De Zesde Clan neemt je graag mee naar twee essays. Over de ‘male gaze‘, films die beelden tonen vanuit de optiek van een hetero man, en hoe indelingen in de geschiedenis veranderen als je de vrouw als norm neemt.

De mannelijke blik, ook in comics…

Laura Mulvey was degene die het begrip ‘male gaze’ introduceerde. Ze deed dat in haar essay visual pleasure and narrative cinema. Met psychoanalyse als uitgangspunt stelde Mulvey dat in een ongelijke wereld, de vrouw een object is waar je naar kijkt. De vrouw is passief, de man actief. Hij geeft betekenis aan de beelden van en over de vrouw, en hij bepaalt wat belangrijk of sexy is en wat niet.

Film biedt een uniek platform om de toeschouwer mee te nemen in die mannelijke kijk op de wereld. Met de cameravoering, door beelden weg te snijden, close ups te gebruiken, belichting, muziek, en andere technieken kan een film de kijker ongemerkt meevoeren in een visie die eigenlijk grote groepen mensen buiten sluit. Feminism 101 geeft een mooi overzicht van de male gaze in de moderne tijd, en wijst erop dat Mulvey’s essay nog steeds actueel is:

Mulvey states that in film women are typically the objects, rather than the possessors, of gaze because the control of the camera (and thus the gaze) comes from factors such as the as the assumption of heterosexual men as the default target audience for most film genres. While this was more true in the time it was written, when Hollywood protagonists were overwhelmingly male, the base concept of men as watchers and women as watched still applies today, despite the growing number of movies targeted toward women and that feature female protagonists.

Dan de geschiedenis. Historici zijn gewend de wereld op te delen in periodes, maar daarbij gaan zij vaak uit van mannen. Neem je de vrouw als uitgangspunt, dan kun je je afvragen of de klassieke indeling wel klopt. Zo vroeg Joan Kelley-Gadol zich in 1977 af: Hadden vrouwen eigenlijk wel een Renaissance? Ze komt erop uit dat de renaissance die mannen meer kansen bood, voor vrouwen juist achteruitgang betekende. Zij kregen pas een soort renaissance in de negentiende en begin twintigste eeuw.

Sinds 1977 heeft de wetenschap enorme sprongen vooruit gemaakt, maar haar tekst blijft een belangrijke mijlpaal. Het was één van de eerste keren dat een onderzoekster geschiedenis bestudeerde vanuit een feministisch perspectief, rekening houdend met gender. Anderen, zoals Gerda Lerner, behoorden ook tot die groep pioniers. Ze maakten de weg vrij voor geweldige studies zoals Women’s Work, the first  20.000 years, of gespecialiseerde onderzoeken, zoals invloedrijke courtisanes in het Frankrijk van de negentiende eeuw, of de gesloten wereld van gouvernantes, in ‘Tussen salon en souterrain’.

Hoe staat het tegenwoordig met gender/feminisme in de wetenschap? Buiten de wereld van vrouwenstudies blijkt het klimaat vaak guur. Bijvoorbeeld bij Criminologie, de wetenschap die misdaad wil onderzoeken en verklaren. Dat was lang een tak van sport van mannen, door mannen, over mannen. Vrouwen kwamen hooguit aan bod als willoos slachtoffer. Hoogleraar De Haan van de universiteit van Groningen pleitte in een essay voor meer aandacht voor gender in de criminologie. Nederland loopt volgens hem achter:

Terwijl het feminisme in de criminologie in vrijwel de gehele Westerse wereld als een invloedrijk en vernieuwend per- spectief wordt beschouwd, heeft het in Nederland eigenlijk alleen buiten de criminologie zijn wetenschappelijke sporen achter gelaten’ (p. 262). Hierbij valt onder meer te denken aan vrouwenstudies op het gebied van het recht. Binnen de Nederlandse criminologie zien we slechts een eclips van het genderperspectief. Als verklaring noemt Van Swaaningen onder meer dat juist in de tijd dat elders de feministische criminologie in opkomst was ‘in Nederland sterk op de criminologie bezuinigd werd, waardoor van enige wetenschappelijke vernieuwing lange tijd geen sprake kon zijn’.

Vanwege die omstandigheden bleef criminologie in Nederland een wetenschap die gender negeerde en de helft van de bevolking niet meenam in analyses, onderzoeksvragen en studies naar misdaad en straf. De Haan ervoer dit aan den lijve. Je zou, gezien onze seksistische cultuur, verwachten dat De Haan als man meer gewicht in de schaal zou leggen, maar zelfs hem lukte het niet gender bespreekbaar te maken:

Zo hebt ik bijvoorbeeld kunnen constateren dat in de hele maatschappelijke discussie over geweld op straat aan de relatie tussen mannelijkheid en geweld vrijwel onbespreekbaar was. Telkens wanneer ik in publieke discussie de kwestie ter sprake bracht, ontstond er onmiddellijk een wat ongemakkelijke, lacherige sfeer waarin geen moment serieus op argumenten werd ingegaan. Niet alleen onder beleidsmakers, publiek en politiek, ook onder criminologen en strafrechtswetenschappers is de relatie tussen gender en (gewelds)criminaliteit vaak een blinde vlek.

Dat leidt tot verarming en blinde vlekken. Om nog maar te zwijgen over wetenschap van een slechtere kwaliteit. inzicht in gender kan cruciaal zijn voor een goed begrip van een tijdperk of problematiek. Mis je dat, dan mis je feiten en vertonen je analyses leemtes en onjuistheden. Pioniers zoals Mulvey en Kelley-Gadol verdienen daarom volgens de Zesde Clan lof en eer. En mensen zoals De Haan alle aanmoediging om gender te blijven meenemen in wetenschappelijk onderzoek.