Tag Archives: filosofie

De voorspellende waarde van Kate Manne’s model

Kate Manne schreef een boek over vrouwenhaat, Down Girl, en formuleerde daarin een model. Ze doet dat volgens de strikte discipline van de filosofie, met heldere afbakeningen, duidelijkheid over wat een term precies inhoudt, en logische stappen die je zelf kunt volgen. Op die manier ontwikkelt ze een model met een voorspellende waarde. Als randvoorwaarden A, B en C aanwezig zijn, volgt automatisch uitkomst D. Dat betekent dat je redelijk goed kunt voorspellen welke vrouwen in welke situaties in de problemen komen, omdat wij als samenleving op een bepaalde manier denken over en reageren op vrouwen.

Het belangrijkste inzicht van Down Girl is dat het bij misogynie niet zomaar gaat om openlijke haat. Samenlevingen zien vrouwen in principe als mensen maar, meer specifiek, als menselijke gevers. Pas als vrouwen niet geven, doemt agressie op. Andere feministen en wetenschappers zoals Claudia Card, gingen haar voor. Card omschreef misogynie bijvoorbeeld al eerder als

“the term feminists apply to the most deeply hostile environments of and attitudes toward women and girls and to the cruelest wrongs to them/us, regardless of whether perpetrators harbor feelings of hatred… evils perpetrated with aggressive (often armed) use of force and violence against women.”

Maar Manne brengt het geheel samen en voorziet het van een rijke context, met normen en regels. Zoals het onderscheid met seksisme. In de woorden van Kate Manne praat seksisme het geverschap van vrouwen goed met een beroep op de ratio. Godsdienst, de wetenschap en Mars en Venus theorieën ‘bewijzen’ dat vrouwen van nature of vanuit een door een godheid opgelegde wet automatisch en vanzelfsprekend geschikt zijn voor die rol, en die rol dus ook moeten vervullen. Misogynie is wat er gebeurt als seksisme faalt. Seksisme is het theorieboek met de regels, misogynie de heksenjacht en de brandstapel, zoals Manne dat beeldend uitlegt.

In een patriarchaal wereldbeeld ontstaat zodoende, gesteund door seksisme en gehandhaafd door misogynie, een specifiek patroon van geven en nemen:

  • Zij moet vrouwelijk gecodeerde goederen en diensten geven, zoals: aandacht, bewondering, sympathie, genegenheid, seks, kinderen, huishoudelijke arbeid, emotionele arbeid, en diversen, zoals het bieden van een veilige haven aan mannen, troost, comfort, voeding (zowel letterlijk als spiritueel, geestelijke voeding, inspiratie, oppeppers)
  • Hij heeft het recht om als mannelijk gecodeerde goederen en diensten op te eisen, zoals macht, prestige, publieke erkenning, respect, geld, weelde, hiërarchische status, opwaartse mobiliteit (de glazen lift, zeg maar), en de status die je verkrijgt als je een vrouw aan je zijde hebt die je helpt, steunt, die van je houdt en dat ook openlijk toont. Mannen hebben ook recht op hempathie. Als mannen in de problemen komen, verdienen ze het voordeel van de twijfel, plus steun en troost in hun moeilijke situatie.

Dit gendergerelateerde geven en nemen leidt tot een aantal nader uitgewerkte plichten voor vrouwen. In het model van Kate Manne zijn vrouwen verplicht om te geven aan iemand, bij voorkeur een specifieke man die sociaal gezien haar gelijke of haar superieur is. Deze mannelijke ontvanger stelt onbewust hoge eisen aan dat geven. Het moet welgemeend zijn, uit liefde. Is het niet uit liefde, dan wordt het geven al snel dubieus. De vrouwelijke gever moet bovendien eerlijk en oprecht zijn. Een man kan bijvoorbeeld geen veilige haven ervaren, als de vrouwelijke aanbieder van die veilige haven innerlijk al is afgehaakt en nadenkt over het aanvragen van een scheiding.

Om de kans te vergroten dat vrouwen zich schikken in hun geverschap aan hem, zullen mannen vaak een bepaalde mate van macht over hun vrouwelijke gever willen hebben. Het is bijvoorbeeld fijn als hij meer verdient dan zij, want dan is de drempel hoger voor de vrouw om weg te gaan. Alles wat haar ruimte geeft om nee te kunnen zeggen, is bovendien verdacht. Een eigen inkomen, bezit, reproductieve rechten, allemaal heeeeeel eng, gezien door de ogen van een man die gebruik wil blijven maken van haar diensten. Zoals Mineke Schipper een Nederlands gezegde citeert: ”Een vrouw is het beste meubelstuk in huis: je kunt haar in alle kamers gebruiken’’. En dat wil je als man graag zo houden.

Manne doet op basis van dit uitgangspunt een aantal voorspellingen, die je daarna aan de hand van allerlei gebeurtenissen, voorbeelden en incidenten kunt toetsen. De belangrijkste luiden als volgt:

  1. Als hij zonder pardon pakt wat zij eigenlijk ‘vrijwillig’ zou geven, hebben we als samenleving de neiging zijn gedrag te vergoelijken. Hij had het zwaar, hij bedoelde het niet zo, hem straffen zou hem buitenproportioneel schaden. Laten we vergeven en vergeten. Boys will be boys. Zij moet niet zo zeuren (en blijven geven).
  2. Als zij vraagt om als vrouwelijk gecodeerde diensten en goederen, kent ze haar plaats niet. Als zij zorg, troost, maatschappelijke erkenning of een veilige haven wil, zit ze per definitie fout – dat zijn dingen die zíj aan mannen moet geven, niet iets waar ze zelf om kan vragen.
  3. Als ze iets vraagt of opeist wat alleen aan hem is om te nemen, zit ze per definitie fout. Het is niet aan haar om dat te doen. Ze kent haar plek niet. Ze kaapt of steelt iets wat aan mannen toebehoort. Ze is corrupt, egoïstisch, onecht, een kille robot op een plek waar ze niet thuishoort, ze pikt de plek in van iemand anders (een man), schande!

Met die normen en de uitwerking daarvan in het achterhoofd, kun je allerlei uitkomsten voorspellen. In verkrachtingszaken – regel 1, hij “pakt” de seks die zij zou moeten geven- heeft de patriarchale cultuur er baat bij om de man te stutten en te steunen, zodat hij niet valt of in ieder geval niet te diep valt. Dat betekent dat de vrouw in kwestie geconfronteerd wordt met een gat in overtuigingskracht. Zij zal wel liegen, zij claimt onterecht de status van slachtoffer, ze heeft oneerlijke motieven, ze is onbetrouwbaar. Als het gaat om zijn woord tegen het hare, wint hij meestal, tenzij het bewijs overweldigend duidelijk is.

Gaat het om seksuele intimidatie, dan zijn er gemiddeld vier a vijf aanklachten van vrouwen nodig, voordat het gedrag van een man überhaupt bespreekbaar wordt. Dat hangt samen met situatie 2: Hij heeft recht op zorg en veiligheid, of erkenning voor zijn status, zij niet. Als vrouwen om zorg en veiligheid vragen, gebeurt er meestal niks. Veel vrouwen krijgen nooit hun recht, en zoals hierboven geschetst gunnen we mannen hun tweede, derde, vierde en vijfde kansen. Er moet heel veel gebeuren, voordat een man echt in de problemen komt. Zoals filmbaas Harvey Weinstein: jarenlange geruchten, tientallen vrouwen die uiteindelijk in de openbaarheid treden, eerdere aanklachten van verkrachting die in de doofpot verdwenen, uiteindelijk een rechtszaak, en dan nog is het twijfelachtig of de zaak stand kan houden. Machtige mannen genieten allerlei vormen van bescherming.

Gaat het om roem en eer, dan snap je meteen waarom internethordes briesend ten strijde trokken nadat wetenschapster Katie Bouman niets verkeerds deed. Ze waagde het alleen om vreugde te tonen vanwege een doorbraak: de eerste foto ooit van een zwart gat. Mensen vonden het Eureka moment en haar oprechte vreugde zo leuk, dat ze een foto van een blije Bouman deelden. Vervolgens ontstond onmiddellijk een backlash: Bouman zou nauwelijks een aandeel gehad hebben in het wetenschappelijke succes, een man zou al het werk gedaan hebben, vuile feministen zaten fout toen ze Bouman ten onrechte op wilden voeren als een voorbeeld voor vrouwen in de wetenschap. Leugen na leugen na aanval na aanval.

In dit voorbeeld overtraden mensen bewust of onbewust duidelijk regel drie. In deze context: mannen zijn wetenschappers. Mannen zijn de eenzame genieën. Roem en eer zijn voorbehouden aan mannen. Bouman is in die optiek een fraudeur die terug naar de keuken moet. En zoals feministe Jil Filipovic terecht stelt: de internettrollen die Bouman belaagden, zijn alleen maar de meest expliciete, agressieve woordvoerders van standpunten die talloze mensen innemen, alleen dan implicieter,  of overtrokken met een vernislaagje beleefde minachting. Regel drie was ook de reden waarom Manne het verlies van Hillary Clinton kon voorspellen, voordat de verkiezingen van 2016 plaats vonden, en er niet raar van opkijkt dat 2019 dezelfde soort vrouwvijandige dynamieken vertoont. Je kunt het voorspellen: het presidentschap is aan mannen om te nemen. Vrouwen moeten wegblijven.

Enfin, bestudeer de regels, en lees daarna de krant/internet. Gegarandeerd dat je opeens gaat zien waarom een PVV politica die abortus wil verbieden, en in ieder geval moeilijker wil maken, nauwelijks een onvertogen woord hoort, terwijl iemand als Bouman de volle laag krijgt vanwege blijdschap om wetenschappelijk succes. En wees alert als je omgeving druk uitoefent om met de komst van je eerste kindje stappen terug te doen op het gebied van je inkomen. Hoe minder financiële ruimte je hebt, hoe groter de macht van een man om op te blijven eisen wat je later tijdens de rit misschien niet meer wil geven.

Meer diversiteit in vier eenvoudige stappen

Van een filosofisch vakblad met maximaal 21% vrouwelijke auteurs en 0% mensen met een gekleurde huid, naar een vakblad met 54% vrouwelijke auteurs en 11% auteurs met een gekleurde huid. In een paar jaar tijd. Vooruitgang kán, toont Rebecca Kukla aan. Deze professor Filosofie aan de Georgetown University werd hoofdredactrice van het Kennedy Institute of Ethics Journal en maakte het tot haar missie meer diversiteit te bereiken. Dat lukte door vier stappen consequent door te voeren.

Rebecca Kukla

Toen Kukla het roer van het tijdschrift voor Ethiek over nam, trof ze een traditioneel blank mannelijk landschap aan. Stap 1 was dan ook: het net verder, dieper en breder het water in gooien en actief op zoek gaan naar filosofen uit andere hoeken. Dat lukte door een aantal themanummers uit te brengen over actuele onderwerpen. Zo besteedde het Ethics Journal aandacht aan de Amerikaanse verkiezingen. Trump levert een goudmijn op als je het wil hebben over ethiek, en niet alleen de geijkte vaste waarden in de filosofie schreven over de gang van zaken in 2016. Via de themanummers kon de redactie een jonger, diverser auteursbestand opbouwen.

Stap 2 was de introductie van boekrecensies. Kukla en haar medewerkers besloten bewust op zoek te gaan naar publicaties vanuit gemarginaliseerde groepen, met onderwerpen op het gebied van ras, etniciteit, feminisme, (politieke) repressie, anti-fascisme enzovoorts. De redactie kan zelf kiezen wie de recensies schrijft en zorgde ervoor dat uitnodigingen terecht kwamen bij andere deskundigen dan de geijkte blanke mannennamen van de standaard namenlijstjes.

Stap 3: het landschap zelf veranderen. Tot Kukla’s komst kondigde het blad zichzelf aan als een publicatie op het gebied van ethiek, met in ieder nummer gangbare filosofie op dat terrein. In overleg veranderde Kukla dit echter in ‘toegepaste filosofie’, een veel breder begrip, met een grotere nadruk op de praktijk, op wat er in de wereld gebeurt, en op actuele thema’s. Door deze verbreding kon ook de auteurspool breder en diverser worden.

Tot slot stapte het blad af van een ingewikkeld systeem van anoniem inzenden. Normaal gesproken zijn er drie lagen van anonimiteit, waarbij ook de hoofdredactrice niet weet wie welk stuk in zond. De filosofie wereld is echter behoorlijk klein. Zodra iemand een niet gangbaar onderwerp heeft of een herkenbare eigen schrijfstijl, heeft anoniem inzenden en behandelen nauwelijks zin. Iedereen die ingevoerd is in het wereldje, snapt meteen dat als het over onderwerp X gaat, het stuk hoogstwaarschijnlijk van Y afkomstig is, want Y is de enige in haar vakgebied die zich met X bezig houdt. Anonimiteit is dan een mythe. Leuk in theorie, maar in de praktijk werkt het niet altijd.

Om die reden zorgt Kukla er tegenwoordig voor dat redacteuren artikelen zoveel mogelijk anoniem beoordelen, maar dat zijzelf wél weet wie het schreef. Dat stelt haar in staat kritiek te voorzien van een context, en soms te verwerpen omdat onbewuste vooroordelen een rol zijn gaan spelen. Daarnaast kan ze auteurs de helpende hand toesteken. Soms heeft een stuk enorme kwaliteiten, maar komt het niet goed uit de verf omdat het taalgebruik niet op niveau is. In dat geval adviseert ze auteurs om een native speaker Engels te raadplegen en met die persoon de taal te fatsoeneren. Iemand kan het stuk dan opnieuw indienen en wie weet keurt de redactie het nu wel goed. In 85% van de gevallen komen artikelen niet door de ballotage heen, signaleert Kukla, dus de kwaliteit blijft hoog. Maar auteurs met achterstanden krijgen een eerlijkere kans.

Dit alles laat ook zien dat er een vijfde ingrediënt nodig is. De wil om te veranderen, om ook het werkterrein fundamenteel te veranderen, zodat meer mensen kansen krijgen. En dat volhouden en blijven waken voor de terugkeer van conservatieve denkpatronen, waardoor je terug kunt vallen in het standaard blank mannelijke repertoire. Daarover meer in een volgend stuk.

Is Kukla er nu? Nee. Van 0 naar 11% is een mooie stap, maar ze vindt het aantal gepubliceerde artikelen van mensen met een gekleurde huid nog veel te laag. Daar is nog werk aan de winkel. Ook mag er nog wel wat meer ruimte komen voor auteurs met een handicap, of auteurs die zichzelf identificeren als transgender. Maar nu ze deze vier ontwikkelingen tot staande praktijk heeft gemaakt, is er een veel grotere kans dat méér mensen óók toegang krijgen tot het podium van een gerenommeerd vakblad. En dat is heel mooi.

Gelijkheid, gelijkwaardigheid en andere lastige begrippen

De Zesde Clan juicht de oproep toe van cardiologe en professor Angela Maas van het UMC St Radboud in Nijmegen. Zij wil dat artsen bij hartklachten afstappen van op mannen gebaseerde behandelprotocollen. Want hartklachten bij vrouwen uiten zich anders en moeten deels ook anders behandeld worden. Een mooie aanleiding voor een discussie over gelijkheid. Want hoe zit dat nou, feministen? Jullie willen toch dat iedereen gelijk behandeld wordt?

Cardiologe Angela Maas.

De term ‘gelijkheid’ leidt op twee manieren tot misverstanden. Ten eerste beschuldigen teveel mensen feministen ervan dat ze een soort grijze brei willen bereiken, waarbij gelijkheid in zou houden dat iedereen hetzelfde moet zijn. Die angst  ligt aan de basis van allerlei zorgelijke adviezen aan vrouwen, zoals ‘pas op, wordt geen manwijf‘! Die angst leidt ook tot doemscenario’s over  infantiele en hulpeloze jongens en mannen, die in de vormeloze chaos van seksegelijkheid compleet de weg kwijt raken.

Tegelijkertijd wordt ‘gelijkheid’ vaak gebruikt om een praktijk te verdoezelen waarbij de man de norm is. Deze illusie leidt bijvoorbeeld tot politici die met droge ogen beweren dat gender geen rol speelt, ze gingen alleen voor kwaliteit, en ach gossie, toevallig leverde dat een team op van louter blanke mannen. Voorbeelden daarvan te over op dit weblog. Zie ook Mark Rutte.

Als feministen het echter hebben over gelijkheid tussen man en vrouw, gaat het vooral om sociale, maatschappelijke, economische en politieke gelijkheid. Het is niet eerlijk als mannen wel stemrecht hebben, en vrouwen niet. Het is niet eerlijk als mannen gemiddeld 8% meer salaris krijgen dan vrouwen voor hetzelfde werk. In die gevallen eisen feministen gelijkheid. Vrouwen ook stemrecht, vrouwen hetzelfde salaris voor hetzelfde werk.

De reden dat feministen soms huiverig zijn om het te hebben over een andere behandeling voor vrouwen, op basis van verschillen tussen mannen en vrouwen, is omdat vrouwen al eeuwenlang een andere behandeling kregen en krijgen. Namelijk een tweederangs behandeling.

Op basis van haar andere, ‘natuurlijke aard’ als vrouw, stelden mannen allerlei verboden in. Eeuwenlang mochten vrouwen niet naar universiteiten, waren ze uitgesloten van bepaalde beroepen, hadden ze geen autoriteit in de kerk, mochten ze zich niet vrij bewegen en geen besluiten nemen over haar eigen lijf en leden, enzovoorts. De lijst van geboden en verboden is lang en deprimerend.

Daarbovenop komt een filosofische traditie die je op z’n minst terug kunt volgen tot aan de Oude Grieken, om in tegengestelden te denken. Licht, donker. Rationeel, emotioneel. Dit ging samen met de neiging een hiërarchie aan te brengen, waarbij het eerste deel van zo’n paar steeds de hoogste status had. Het is opvallend hoe naadloos ‘man’ en ‘mannelijk’ gekoppeld werd aan alles wat een hoge status had. Rationeel is beter dan emotioneel, en verroest, mannen zijn rationeel! Wat fijn!

Met die erfenis van de vrouw als minderwaardige Ander, en het probleem dat het vrouwelijke geen status geeft, zitten we nog steeds. Vanwege die cultuurgeschiedenis benadrukken feministen het idee van gelijkwaardigheid. Ja, er zijn verschillen tussen mannen en vrouwen. Maar die verschillen zijn veel kleiner dan Mars en Venusdenkers doen voorkomen. En je moet rekening houden met de wisselwerking tussen natuur en cultuur (zie voor verdieping onder andere dit interview met genderfilosofe Sakky Haslanger).

Feministen ontkennen dus niet dat er verschillen bestaan, maar ze benaderen dit vraagstuk genuanceerd, met als doel mannen en vrouwen allebei evenveel recht te doen en gelijke kansen te geven.

In die traditie doet professor Maas haar oproep. Zij wil dat artsen het mannenmodel voor hartklachten loslaten en specifiek aandacht besteden aan de vrouwelijke biologie:

‘De diagnose hartinfarct wordt bij vrouwen nog te vaak gemist. Bij hen gaat een hartinfarct vaak gepaard met hevig zweten en met misselijkheid. Vaak denken artsen dan aan griep. […] Er gaan inmiddels meer vrouwen dan mannen dood aan hartaandoeningen. Het is hoog tijd dat cardiologen hier ook rekening mee gaan houden.’

Juist door wél onderscheid naar sekse te maken, hou je de situatie gelijkwaardig. Beide seksen even goede medische zorg, beide seksen in geval van hartklachten ongeveer dezelfde kansen om te overleven.

Hou je geen rekening met de specifieke situatie, dan  blijkt maar al te vaak dat mannen stiekem de norm zijn. Door de man als uitgangspunt te nemen, worden vrouwen onterecht benadeeld. De reden dat feministen hier zo op letten is omdat het soms letterlijk om leven en dood gaat. Bij medische zaken, maar bijvoorbeeld ook bij veiligheidsvraagstukken. Als je auto’s test op veiligheid maar alleen testpoppen gebruikt, die uitgaan van de bouw van de gemiddelde man, raken vrouwen vaker en ernstiger gewond, en sterven vaker bij auto ongelukken. Harde feiten, mensen.

Door aandacht te besteden aan individuele omstandigheden, de biologie van vrouwen én mannen, krijg je uiteindelijk weer gelijkheid. Het gaat zeg maar om gelijkheid via de weg  van de gelijkwaardigheid. Da’s een positieve ontwikkeling en daarom steunt De Zesde Clan de oproep van professor Maas.

Filosofen richten zich op impliciete vooroordelen

Als vrouwen te horen krijgen dat ze iets niet mogen doen, heb je te maken met openlijk seksisme en kun je dat aanvechten. Maar wat doe je met verborgen seksisme, subtiele discriminatie, een onuitgesproken web van vooroordelen? Er valt bijna niet tegen te vechten. De ander kan altijd roepen dat je je aanstelt, of spoken ziet, of dat hij/zij het niet zo bedoeld had, gutteguttegut, wat een gezeur. Het vakblad voor Sociale Filosofie herkent deze problematiek en wijdt er een speciaal themanummer aan (link werkt tot en met 31-12-2012).

Het tijdschrift signaleert dat de studierichting Filosofie, van alle ‘zachte vakken’, de minste vrouwen telt. Naast openlijke uitsluiting en problemen zoals seksuele intimidatie, vindt er ook een subtiele discriminatie van vrouwen plaats, waar de academische wereld pas sinds kort enige aandacht aan geeft. Gebrek aan onderzoek maakt dat harde cijfers tot nu toe schaars zijn – dit bemoeilijkt de discussie. Daarnaast dragen verschillende trends bij aan een verdere versluiering van de problemen.

Zo beargumenteert Margaret Crouch in haar bijdrage aan het themanummer dat Amerikaanse universiteiten nog wel naar diversiteit streven, maar dat zij dit gieten in een marktmodel. Het gaat niet meer om rechtvaardigheid en emancipatie, maar om het verbeteren van producten en het verhogen van efficiency. In de Verenigde Staten staan universiteiten bovendien onder druk om zakelijk te presteren en mensen op te leiden voor werk. In dit marktdenken komt filosofie al snel onder vuur te liggen als een wazige studie voor losbollen. Dit klimaat is niet bevorderlijk voor het stellen van fundamentele vragen en nadenken over hoe de wereld in elkaar zit.

Ga je echter gericht kijken naar de departementen Filosofie, dan valt er genoeg te bespreken. Zo wijzen diverse auteurs erop dat onbewuste vooroordelen elkaar op allerlei manieren versterken. Als mannen domineren, bepalen zij bijvoorbeeld de groepscultuur. Mannelijke studenten voelen zich vervolgens eerder thuis in dat klimaat. Vrouwelijke studenten stromen eerder uit omdat ze aan alle kanten voelen dat ze niet echt mee mogen doen.

Daarnaast geven mensen het werk van mannen of als mannelijk gekwalificeerde eigenschappen een hogere status. Daar zijn leuke onderzoeken naar gedaan. Een identiek cv scoort bijvoorbeeld hoger als de beoordelaar denkt dat het om een man gaat. Voor vrouwen is het in zo’n culturele context moeilijker gezag te verwerven, een goede reputatie op te bouwen en in aanmerking te komen voor promotie.

Ook onderzoeksmethoden kunnen bestaande ongelijke verhoudingen in stand houden of zelfs versterken. Zo kun je onderzoek doen naar de ideeën die mensen hebben. Als je echter alleen daarover praat en geen aandacht besteedt aan de context waarin deze gedachten ontstaan, blijf je oud gedachtengoed herhalen. Je bouwt de vooroordelen al in terwijl de studie nog moet beginnen.

Het gaat ook mis als je programma’s samenstelt en zegt ‘we letten alleen op de kwaliteit’. Dan krijg je situaties waarin onbewuste vooroordelen de vrije hand hebben. Plotseling, geheel toevallig, blijkt dan dat kwaliteit gelijk staat aan mannelijk. Vrouwen vallen af. Dat gebeurde bij de vorming van het kabinet Rutte, en je ziet dit mechanisme opnieuw in Engeland, waar de regering gereorganiseerd werd en opeens opvallend veel vrouwen het veld moesten ruimen. Dit is geen toeval, maar een hardnekkig patroon van het diskwalificeren en marginaliseren van vrouwen omdat zij geen man zijn.

Het gaat ook mis als je denkt een vrije discussie te voeren, terwijl in wezen de dominante groep de dominante cultuur uitdraagt:

Although philosophers aim to advance truth and understanding, some common practices of philosophical exchange can function to silence and misrepresent the concerns of those who are marginalized within the discipline. […]  Her examination of a recent online exchange illustrates how implicit biases against women can be perpetuated in this manner. Ultimately, she suggests that greater critical reflexive attention to philosophical practices and norms of discussion can help address these problems.

Kortom, genoeg wetenschappelijke bijdragen om je tanden in te zetten…

Martha Nussbaum komt op voor het pretpakket

Het pretpakket, heet het laagdunkend in het voortgezet onderwijs. Al die sukkels die talen en geschiedenis verkiezen boven de vakken die er echt toe doen, zoals wiskunde en economie. Op de universiteiten en hogescholen heerst dezelfde pikorde. Martha Nussbaum laat nu echter een flink tegengeluid horen. Haar meest recente boek, ‘Niet voor de winst’, is net uit in een Nederlandse vertaling. De Amerikaanse filosofe en hoogleraar komt daarin op voor het pretpakket. Want wat mensen van de alfavakken leren is net zo belangrijk als de betavakken, stelt ze.

Martha Nussbaum, één van de helden van de Zesde Clan.

Dagblad Trouw publiceerde een recensie van haar boek. Recensente Leonie Breebaart:

Zoals ze uitvoerig uiteenzet, zijn het namelijk juist deze ‘zachte’ vakken die kinderen leren rekening te houden met andermans gevoelens, die hen tot bewuste burgers maken. Wie romans leert lezen, of toneelspeelt, moet zich tenslotte wel verdiepen in een onbekende, een leuke moslim misschien, of iemand die niet zo cool is als de mediacultuur ons inpepert dat we moeten zijn. En wie leert filosoferen, leert verantwoordelijkheid te nemen voor zijn opvattingen.

‘Niet voor de winst’ ligt nu in de boekhandel. Bevalt de kennismaking je, dan verwijst de Zesde Clan je graag door naar ander werk van Nussbaum. Ze is namelijk erg veelzijdig, en schreef eerder goed leesbare filosofische boeken over onder andere democratie, ethiek, de aard van emoties, en de situatie van vrouwen. Daarvan willen we er eentje uitlichten: Sex & Social Justice.

Nussbaum gaat in dit boek in op het respect voor en de waardigheid van mensen, en de manieren waarop deze begrippen opeens terzijde worden geschoven omdat het om vrouwen gaat. Denk aan de Franse revolutie: vrijheid, gelijkheid en broederschap, maar in de praktijk bleek het alleen om mannen te gaan (het woord ‘broederschap’ gaf dat al een beetje weg). Vrouwen bleven even rechteloos als voorheen achter in de keuken en gingen pas twee eeuwen later meetellen als mens en burger.

Hoe werkt dat precies, wat kunnen we daaraan doen, en welke elementen uit tradities zoals het liberalisme en feminisme kunnen daarbij behulpzaam zijn? Dat is wat Nussbaum onderzoekt in een aantal essays. Geen gemakkelijk leesvoer voor bij het strand, maar je kunt de informatie doseren door iedere keer een essay te lezen en de rest even te bewaren voor een ander moment. Dit prachtig boek is voor zover de Zesde Clan weet nog niet vertaald in het Nederlands, maar zeer de moeite waard. Zie hier voor een voorproefje van het boek, en neem eens een kijkje bij deze lezersgids.

Popband wil meer vrouwen zien op conferenties

De Zesde Clan wist niet dat het bestond! Een band met een filosofische inslag, genaamd The 21th century Monads, die liedjes maakt over het gebrek aan vrouwen op wetenschappelijke conferenties. Of over mensen die een paper moeten beoordelen en er automatisch van uit gaan dat de auteur wel weer een man zal zijn. Wauw. Lees de teksten en luister hier naar de liedjes.

Een voorproefje van de teksten:

When I flip the page
I feel something close to rage
If not a single name of a lady can be found
Or one lady for 50 dudes
So don’t tell me that I’m being rude
‘cause I’ll be quickly telling you
Do a little bit better than that
I like to see the ladies
I like to see the ladies
At the conferences giving papers