Tag Archives: Emancipatiemonitor

Nederlandse moeder loopt stuk op sociale druk

Met name vrouwen die net een kind kregen, leggen zich neer bij een traditionele rolverdeling. Daarbij blijft zij hoofdverantwoordelijke voor huishouden en gezin, terwijl ze vaak ook betaald werk buitenshuis verricht. Vrouwen ervaren extra stress en lopen in dit model een groot risico op armoede. Sociale druk speelt een zeer grote rol bij het ontstaan van deze situatie. Dat bleek eerder al uit de meest recente Emancipatiemonitor, en dat blijkt nu opnieuw uit een proefschrift van Justine Ruitenberg. Waarom? En hoe doorbreek je de status quo?

Probeer in dit vijandige klimaat maar eens de ‘juiste weg’ te vinden…

Het inschikken, redderen en regelen moet in het gangbare anderhalf verdieners model van vrouwen komen. Zij  protesteren daar nauwelijks tegen. Verschillende factoren lijken van belang voor die moedeloosheid. Ruitenberg ontdekte dat de individualisering en het Mars en Venusdenken gemeengoed zijn geworden. Beide ideologieën fungeren als rechtvaardiging van de status quo:

Toch klagen de geïnterviewde moeders nauwelijks over deze ongelijkheden, maar rechtvaardigen deze vanuit karakterverschillen of de ‘natuurlijke’ verschillen tussen mannen en vrouwen. Ongelijkheden tussen mannen en vrouwen worden niet meer gezien als iets gemeenschappelijks dat vrouwen bindt, maar als privékwesties.

Daarnaast botsen vrouwen aan tegen de houding van mensen die voor hen belangrijk zijn. Wat werkgevers en partners doen, heeft namelijk gevolgen voor vrouwen. Vrouwen verliezen hun positie op de arbeidsmarkt vanwege de discriminatie van zwangere vrouwen door werkgevers. De partner perkt keuzes nog verder in. Die houdt, als het puntje bij paaltje komt, vast aan zijn (fulltime) werkweek en weigert echt gezamenlijk verantwoordelijk te zijn voor kind en keuken. Hij helpt hooguit mee, waarbij hij zich vaak beperkt tot de leuke dingen. Wel kind van school ophalen en boodschappen doen, niet de wc pot schrobben.

Een vierde factor is het Libelle ideaalbeeld van het gelukkige gezin. Boze vrouwen zijn eng. Ruzies zijn vervelend, helemaal als je er niks mee opschiet. Moeten erkennen dat je partner geen reden voelt om te veranderen, is ook pijnlijk. In het kader van conflictvermijding en de lieve zorgzame vrouw zijn, kiezen vrouwen uiteindelijk eieren voor hun geld. Waarna ze last hebben van een ongeïnteresseerde man, en extra stress ervaren vanwege het moeten combineren van werk en gezin.

Tot slot hebben we de wortel en de stok. Van oudsher dé twee manieren om een sociale norm te handhaven. Wat de nadelen ook zijn, de anderhalf verdienersmoeder moet genoegen nemen met haar plek. Ze krijgt daarvoor een wortel voorgehouden, in de vorm van complimenten en bevestiging. Als samenleving zeggen we ‘goed zo’ tegen vrouwen die zich schikken. Dat levert een vorm van beloning op, in de zin van sociale goedkeuring, een gunstige inkomenspolitiek, en andere maatschappelijke steun.

De stok:  afkeer. Waag het niet om single te blijven. Vrijgezelle vrouwen mankeren iets, zijn egoïstisch of te veeleisend. Je telt niet mee als vrijgezel. Waag het ook niet om een alleenstaande moeder te worden. Dan heb je gefaald en zijn allerlei maatschappelijke problemen, zoals ontspoorde kinderen, jouw schuld. Waag het niet om zelfstandig te willen leven. Dan ben je een powerfeministe, een bitch die ‘gewone’ vrouwen lastig valt met dwingende dogma’s. Laat die arme vrouwen met rust, naar wijf! Als vrouwen hun natuurlijke aard willen volgen, moet je ze niet tegen houden. Vrouwen willen nou eenmaal niet, en hebben geen ambitie. Toch? Toch?

In alle gevallen loopt het slecht met je af. De alleenstaande vrouw sterft eenzaam in haar armoedige appartementje en wordt daarna opgegeten door haar vijf katten. De alleenstaande moeder bederft de samenleving, dus je mag vrijuit op haar schieten (verbaal). En de carrièrebitch zit aan het einde van een lange werkdag, door iedereen gehaat, huilend op de bank. Had ze maar een lief gezin gehad, in plaats van een carrière, dan was ze vast en zeker veel gelukkiger geweest.

Hoe doorbreek je die moedeloze, ‘het is nou eenmaal zo en zo is het nou eenmaal’ houding? Zowel de Emancipatiemonitor, als het proefschrift van Ruitenberg, leveren enkele interessante inkijkjes op. Het blijkt dat eigen ervaringen en voorbeelden uit de directe omgeving behulpzaam zijn bij het kunnen breken met de dwingende sociale normen.

Bij eigen ervaring gaat het om bewustwording en het zien van de schaduwzijde van het beeld van de gelukkige deeltijdmoeder. Zo geven vrouwen na ontslag, ziekte en/of scheiding vaak aan, dat zij achteraf gezien andere financiële keuzes zouden hebben gemaakt. Want na de scheiding lopen vrouwen veel meer risico dan mannen om te vervallen in armoede.

Daarnaast blijken voorbeelden uit de directe omgeving van groot belang. Met name de boodschappen die je in je jeugd mee kreeg. De Emancipatiemonitor schrijft daarover bijvoorbeeld:

Mensen die wel hebben meegekregen dat het belangrijk is dat ook mannen zorgen en huishouden, willen of hebben dit vaker in hun eigen leven gerealiseerd.

Ook steun van de omgeving, met name de moeder, weegt zwaar:

Zo blijkt onder meer dat moeders die veel uren blijven werken vanuit de wens om economisch zelfstandig te zijn (30 procent van de moeders), daartoe vaak expliciet of impliciet gestimuleerd zijn door een krachtige moeder, of juist door een moeder die klaagde over het huisvrouwenbestaan. Evenals de rol van de werkgever. Moeders die zich duidelijk gesteund voelen in hun carrière door ouders, leraren, partners en bazen, streven vaker een gelijke rolverdeling met hun partner na en willen meer uren werken.

Wat vrouwen nodig hebben zijn goede voorbeelden, goede ervaringen, en steun om daadwerkelijk vrije keuzes te kunnen maken. Zolang overheid, partners en werkgevers het laten afweten, kun je niet van individuele vrouwen verwachten dat zij zichzelf bij hun schoenveters uit het moeras trekken. Helemaal niet als een meerderheid vindt dat de vrouw daarmee in strijd met haar eigen natuur handelt en verandert in een eng wijf.

Tot slot valt de Zesde Clan op dat de rol van collectieve actie onderbelicht blijft. Zowel bij de Emancipatiemonitor, als in het proefschrift van Ruitenberg. Dat viel blijkbaar buiten het onderwerp van beide studies. Keer op keer blijkt echter dat het geïndividualiseerde Mars en Venusdenken, de ‘als het niet lukt is het je eigen schuld’ mentaliteit, ondermijnd kunnen worden door krachten te bundelen. Structureel onrecht kun je het beste collectief aanvechten.

We hebben een veelkleurige feministische beweging nodig, die vrouwen verenigt en steunt bij het opkomen voor je rechten. Voor iedere vrouw zal die steun er anders uit zien, maar wat ons verenigt zijn de maatschappelijke onderwaardering voor vrouwen en het vrouwelijke, en de manieren waarop seksistische patronen ons klem zetten. Op grond daarvan kunnen we elkaar helpen bij bewustwording en concrete stappen zetten om de situatie te verbeteren. Dat werkt. En biedt in sociaal psychologisch opzicht tegenwicht aan de constante kritiek op vrouwen.

De Gereedschapskist: discourse analyse

Taal vormt ons en geeft ons een manier om de wereld om ons heen te beschrijven. Daarom is het analyseren van teksten een machtig wapen. Woorden kunnen namelijk aangeven wie de macht heeft, taal drukt uit wat we belangrijk vinden en wat niet. Omdat zoveel denkbeelden vrouwen beperken en reduceren, is het voor feministen extra belangrijk om duidelijk voor ogen te hebben wat er speelt. Dat geeft bewustwording. Het mooie is: jij kunt het ook. Aan de hand van discours analyse.

Wat is discourse analyse? Dat  is:

een interdisciplinaire stroming die op het einde van de jaren 60 en in het begin van de jaren 70 van de vorige eeuw is ontstaan als een kruisbestuiving tussen linguïstiek, literatuurstudie, antropologie, semiotiek, sociologie, psychologie en communicatiewetenschap (Van Dijk, 1988). In discoursanalyse worden taaluitingen bestudeerd en gerelateerd aan een ruimere context. Zowel gesproken woord (radioteksten, interviews, groepsgesprekken) als geschreven tekst (krantenartikels, dagboeknota’s, beleidsbrieven) worden daarbij als vindplaats van discours beschouwd.

Het gaat dus niet om een of andere super abstracte taaltheorie, maar om wat mensen in het echt zeggen en schrijven. Die uitingen kun je gericht analyseren. Welke woorden gebruikt iemand? Welke elementen in het verhaal krijgen de nadruk? Welke aspecten verdwijnen uit beeld? Gebruikt de auteur vergelijkingen en metaforen en zo ja, wat zeggen die over de ideologische kleur van de tekst? Hoe verhouden de resultaten van zo’n discourse analyse zich tot jezelf en andere kwesties die in de samenleving spelen?

Een van de manieren om een discourse analyse te verrichten is om de gebruikte woorden in kaart te brengen. Zo onderzocht een Amerikaan met softwareprogramma Word Cloud de termen die reclamemakers gebruiken om speelgoed te verkopen aan jongens en meisjes. De verschillen in woordgebruik spraken boekdelen. Voor meisjes:

Voor jongens zag deze ‘taalwolk’  er heel anders uit, namelijk zo:

Door woordgebruik te analyseren zie je precies hoe reclamebureau’s en commerciële bedrijven bestaande rolpatronen bevestigen en versterken. Meisjes zijn, jongens doen. Meisjes houden zich bezig met liefde, jongens met vechten. Meisjes bevinden zich in een magische wereld waar ze lekker kunnen kletsen, jurken showen en voor babypoppen zorgen. Jongens bouwen, veroveren en wedijveren met elkaar wie de sterkste is. Dat is nogal wat. Ben je zes jaar, slaat de commercie je al om de oren met rolpatronen uit de jaren vijftig.

Taal zegt ook iets over machtsverhoudingen. Een mooi voorbeeld van de toepassing van discoursen analyse in langere teksten staat in de afstudeerscriptie ‘Macht en Kennis in de discoursen rondom het Nederlandse Emancipatiebeleid‘  van Maartje Meuwissen. Meuwissen analyseerde onder andere teksten uit de Emancipatiemonitor. Deze monitor besteedt aandacht aan allerlei kwesties, waaronder geweld. Bij dit hele hoofdstuk over huiselijk geweld, verkrachting, prostitutie etc, zeggen de auteurs vooral veel over de slachtoffers. Er ontbreekt iets in het discourse. Meuwissen:

[Zoals]… de Nota zelf al concludeert, speelt bij geweld ‘de sekse van het slachtoffer respectievelijk de dader een rol’. Opvallend is dan ook dat Nota alleen ingaat op het feit dat vrouwen slachtoffers zijn en niet op het feit dat mannen daders zijn, zoals de hoofddoelstelling van het hoofdstuk al aangeeft: ‘geweld tegen vrouwen’. Hierdoor komt het discours rondom veiligheid tot stand. De titel had ook kunnen luiden ‘geweld door mannen’.

Waarom is dat? De onderzoekster hoorde van haar gesprekspartners later dat het weglaten van mannen een bewuste keuze was:

Haar verklaring voor het feit dat mannen in het narratief over geweld ontbreken is de volgende: ‘Het is belangrijk je terminologie zo te kiezen dat je mensen niet voor het hoofd stoot en toch de essentie weergeeft’.

Mannen identificeren als dader is problematisch in een samenleving waarin mannen meer macht hebben dan vrouwen. We hebben een kabinet vol mannelijke ministers die het misschien niet zo leuk vinden als hun sekse in verband gebracht wordt met seksueel geweld. Dat kan bedreigend zijn, onaangenaam, en een verdedigende reactie oproepen. Wil je voor elkaar krijgen dat de overheid geld geeft voor projecten en organisaties die de slachtoffers helpen, dan is het strategisch gezien slim en beter om de rol van de man te verdoezelen en een boodschap te brengen die acceptabeler is: er zijn slachtoffers en die hebben hulp nodig.

Hoe begrijpelijk ook, dit discourse is problematisch. Het past namelijk in een patroon waarbij de focus ligt op de vrouw en de man uit beeld verdwijnt. Neem bijvoorbeeld de dominante verhalen over vrouwen die op de een of andere manier (mede) schuldig zouden zijn aan hun eigen verkrachting. Vrouwen hadden iets wel moeten doen, zoals zich netter moeten kleden, of iets niet moeten doen, bijvoorbeeld naar een café gaan.

Deze boodschap zit er zo diep ingeramd dat de helft van de Britse vrouwen desgevraagd aangaf dat het de eigen schuld van vrouwen is als ze verkracht worden. Bijna een kwart van de vrouwen zou zelf nooit aangifte doen van verkrachting. Uit schaamte, en uit schuldgevoel omdat ze deze misdaad waarschijnlijk zelf uitgelokt had. Over de mannelijke dader ondertussen geen woord.

Net als bij het discourse van de emancipatiemonitor ligt de focus ook in deze verhalen op het slachtoffer, de vrouwen. In beide gevallen blijven mannen buiten beeld. Het gaat niet om hen, we zien niet wat zij doen, en daardoor weten we ook niet precies hoe we de situatie van mannen moeten analyseren. Terwijl zij toch echt de basis van het probleem vormen. Het zijn in overgrote meerderheid mannen die vrouwen en andere mannen molesteren. In Nederlandde V.S., etc.

Als je dit ziet, kun je vragen gaan stellen. Wat maakt dat mannen buiten beeld blijven? Wat houdt ons tegen mannen aan te spreken op hun gedrag en hun rol in het geheel te onderzoeken?  Zulke vragen leiden tot inzichten, en inzichten leiden tot bewustwording. Vrouwen kunnen zich dan makkelijker losmaken van de dominante verhalen. Dat kan erg bevrijdend zijn. Als  de man een misdaad begaat, waarom moet de vrouw dan boeten? Wie sloeg hier eigenlijk, wie ging over tot verkrachting? Dat maakt het voor vrouwen hopelijk makkelijker te vertellen wat hen overkwam en aangifte te doen.

Meer lezen? Zie onder andere dit stuk over strijkbouten voor mannen en meisjes, en met welke boodschap fabrikanten dit voorwerp aan de man/vrouw brengen. Of lees dit artikel over de principes van discourse analyse, van Teun van Dijk van de Universiteit van Amsterdam. De krant lezen zal nooit meer hetzelfde zijn 😉

Wij lezen de Emancipatiemonitor zodat u dat niet hoeft te doen, deel 4: geweld

Geweld tegen vrouwen en mannen is zeer verschillend van karakter. Vrouwen hebben te maken met ernstigere vormen van geweld dan mannen. Vrouwen kennen in tweederde van de gevallen de dader, meestal een vriend of ex-vriend, terwijl bij mannen de dader in meer dan de helft van de gevallen een onbekende is. Mannen zijn vaker het slachtoffer op straat of in de horeca. Voor vrouwen is juist het eigen huis de gevaarlijkste plek, gevolgd door horecagelegenheden. Dat blijkt uit de Emancipatiemonitor 2010.

Vanwege die verschillen tussen aard van geweld en soort dader, pleit de Emancipatiemonitor ervoor dat de hulpverlening aan slachtoffers seksespecifiek blijft. Vrouwen hebben andere hulp en steun nodig dan mannen. Bovendien spelen bij vrouwen veel vaker machtsverschillen en afhankelijkheidsrelaties een rol. 

Dit speelt bij ‘gewoon’ geweld, maar zeker ook bij seksueel geweld. Deze vorm van agressie speelt bijna altijd tussen een vrouw en een bekende man – opnieuw: partner of ex-partner. Zo’n 3 procent van de vrouwen in Nederland is het slachtoffer van dit type geweld. Dit is waarschijnlijk een te laag percentage, omdat veel vrouwen uit angst en schaamte hun mond houden. Van de mannen is 0,5% slachtoffer van seksueel geweld, en ook dan is de dader meestal een man, bijvoorbeeld een familielid.

Je recht halen is lastig. Neem verkrachting. Volgens de Emancipatiemonitor kon justitie in 2009 690 verkrachtingszaken noteren. Daarvan kwamen er 315 voor de rechter. In 265 gevallen besloten rechtbanken niet verder te gaan op technische gronden. Dat zegt alleen iets over het kunnen produceren van overtuigend bewijs. Ligt dat te moeilijk dan stopt de juridische procedure vanwege technische gronden. Het is een frustrerende stand van zaken: vrouwen komen er bekaaid af in de rechtszaal, zoals advocate Agathe van Bon-Moors in 2007 aan de Gelderlander vertelde.

De Emancipatiemonitor onderzocht ook de opvattingen van mannen en vrouwen over geweld. Opvallende uitkomsten: maar liefst de helft van de mannen vindt dat bij mishandeling of seksueel geweld man én vrouw beide schuld hebben. Ook vindt 25% van de mannen dat vrouwen het als een compliment moeten beschouwen als een man hen in het voorbijgaan een tik op de bil geven. En 11% van de mannen blijkt nog steeds moeite te hebben met het feit dat als een vrouw nee zegt, ze ook nee bedoeld. Gezien die opvattingen is het niet zo vreemd dat bepaalde mannen menen dat zij hun vriendin of ex-vriendin rustig mogen mishandelen. Hopelijk laat de Emancipatiemonitor van 2012 een positiever beeld zien.

Wij lezen de Emancipatiemonitor zodat u dat niet hoeft te doen: inkomen

 Tussen mannen en vrouwen bestaat anno 2011 nog steeds een loonverschil van gemiddeld 9%. Dit verschil kan niet verklaard worden uit factoren zoals deeltijdwerk, mate van ervaring of opleiding. En het verschil neemt iets toe: in het jaar 2000 was het twee procent lager. In de bouwnijverheid is de situatie het ergst: daar is het niet te verklaren beloningsverschil maar liefst 22%. Dat blijkt uit de nieuwste cijfers van de Emancipatiemonitor 2010.

Niet alleen krijgen vrouwen binnen een bepaalde beroepsgroep niet hetzelfde loon voor hetzelfde werk, ze worden ook nog eens ernstig benadeeld vanwege een scherpe seksescheiding op de arbeidsmarkt. Je hebt zeer duidelijke mannen- en vrouwenberoepen, en vrouwenberoepen worden stelselsmatig lager gewaardeerd. Vanwege die apartheid verdient een alleenstaande fulltime werkende vrouw anno nu nog steeds maar 80% van het gemiddelde salaris van een alleenstaande werkende man.

Het bestaan van dit laag betaalde roze ghetto van verkoopsters en schoonmaaksters verklaart ook waarom vrouwen overheersen in de laagste inkomensgroepen: de eerste drie laagste inkomens in Nederland bevatten respectievelijk 60, 80 en bijna 70% vrouwen. De hoogste salarisgroep bestaat voor meer dan 80% uit mannen.

Dit klinkt vervelend en dat is het ook. Gelukkig ziet de Emancipatiemonitor wel lichtpuntjes. Zo blijven steeds meer moeders betaald werk verrichten na de komst van het eerste kind. Ook verbeterde de positie op de arbeidsmarkt van alleenstaande moeders. Wat betreft economische zelfstandigheid gaat het ook goed: van de groep vrouwen tussen de 30 en 55 jaar kan zestig procent zichzelf redden.

Daarmee is het streefdoel van de overheid bereikt. Dat het gemiddelde percentage economisch zelfstandige vrouwen toch nog lager ligt dan de beoogde zestig procent, komt vooral door de groep vrouwen van boven de 55 jaar. Zij groeiden op in de tijd dat vrouwen moesten stoppen met werken na hun huwelijk, en zijn daardoor minder zelfstandig dan de jongere generaties.

Wij lezen de Emancipatiemonitor zodat u dat niet hoeft te doen, deel 2: onderwijs

Hoera, de invoering van de tweede fase in het onderwijs zorgt ervoor dat de keuzes van meisjes en jongens dichter bij elkaar komen. Vooral meisjes laten traditioneel vrouwelijke vakken vallen en gaan meer voor economie en techniek. En de onderwijsprestaties van jongens zijn niet slechter dan dertig jaar geleden. Niks geen jongenscrisis dus. Dat is goed nieuws uit de Emancipatiemonitor 2010. Deze editie besteedde speciale aandacht aan de studie- en beroepskeuze van jongeren, hun positie op de arbeidsmarkt en hun inkomen.

Delen van het onderzoek voor het hoofdstuk onderwijs kwamen vorig jaar al in het nieuws. Zo bleken alle horrorverhalen over jongetjes die sneuvelden in het ‘gefeminiseerde’ basisonderwijs op niks gebaseerd te zijn. Hun eigen gedrag bleek de grootste oorzaak van eventuele lichte achterstanden. Laat je enkele opvallend kwetsbare groepen buiten beschouwing, zoals Marokkaanse jongens met ADHD, dan deden jongens en meisjes het even goed.

Hoe zit het dan met het hoger (beroeps)onderwijs? De Emancipatiemonitor constateert dat van de generatie van dertig jaar geleden eenderde van zowel mannen als vrouwen een hogere (beroeps) opleiding afrondde. Voor de mannen is dat anno nu nog steeds eenderde gebleven: 35%.  Ze zijn het dus niet slechter gaan doen. Huidige verschillen ontstaan omdat vrouwen het flink beter zijn gaan doen en in 41% van de gevallen een diploma van een hogere opleiding halen.

Dat is een verschil van 6%. Niet het einde van de wereld, maar de meiden doen het dus wel wat beter dan de jongens in het MBO, HBO en op universiteiten. De Emancipatiemonitor vindt deze uitkomst lastig dit te verklaren. Misschien ligt het aan de veranderende denkbeelden over vrouwen en betaald werk: thuis blijven met een mannelijke kostwinner is geen automatisme meer. Voor jonge vrouwen is het daardoor duidelijk geworden dat ze hun best moeten doen op school, en dat doen ze dan ook.

Gekeken naar inhoudelijke vakkenkeuze blijken jongens en meisjes naar elkaar toe te groeien. Dat komt vooral door de invoering van de tweede fase. Daardoor vielen bijvoorbeeld wiskunde en economie uit het profiel cultuur en maatschappij, voorheen een populaire keuze bij de meiden. Als ze hier nu voor kiezen, beperken ze hun kansen op vervolgstudies en een baan. Dus doen meiden dit profiel niet meer. Meisjes kiezen ook net als jongens vaker voor een dubbel profiel.

Beide bewegingen samen – vaker dubbel profiel, minder vaak cultuur – zorgen ervoor dat meiden vaker kiezen voor economie, natuur of techniek. Zo steeg in het VWO het aantal meiden met natuur en techniek van bijna nul naar 22%. En op het VMBO kiezen zowel meiden als jongens even vaak voor de richtingen economie en landbouw. Overal nam de inhoudelijke kloof in vakken tussen jongens en meisjes daardoor af.

Op de hoogste onderwijsniveau’s, HBO en universiteit, blijkt dat steeds minder vrouwen traditionele studies kiezen zoals een taal of kunst. Ze richten zich vooral op gezondheidszorg, onderwijs, rechten en bedrijfskunde, en in mindere mate beta studies. Bij de exacte vakken gaat het om kleine aantallen meiden, maar desalniettemin is de stijging opvallend. De Emancipatiemonitor spreekt van een ‘inhaalslag’. Kanttekening: in Europees verband hobbelt Nederland achteraan. In geen enkel ander Europees land vormen de exacte vakken zo’n mannelijk bolwerk en stromen zo weinig vrouwen door naar studies als informatica, wiskunde of techniek.

De adder in het gras zit aan het einde van dit verhaal. Ja, meiden doen het goed in het onderwijs, vrouwen kiezen vaker voor niet-traditionele studierichtingen. Maar eenmaal op de arbeidsmarkt staan ze vanaf het begin op achterstand. Wat blijkt namelijk? De afgestudeerde man met diploma X krijgt meteen in zijn eerste baan een hoger salaris dan de vrouw met hetzelfde diploma X, die in dezelfde sector aan de slag gaat.

Volgende keer:  het hoofdstuk werk en inkomen. Dan krijgt u meteen antwoord op de vraag hoeveel onverklaarbaar loonverschil er structureel wordt aangetroffen tussen een man en een vrouw met dezelfde baan.

Wij lezen de Emancipatiemonitor zodat u dat niet hoeft te doen, deel 1: houding en mentaliteit

Nederlanders hebben een conservatieve mentaliteit. De Emancipatiemonitor 2010 brengt de elkaar versterkende meningen, normen en waarden keurig in beeld. Van ‘de moeder weet beter hoe ze voor kinderen moet zorgen’ tot aan ‘fulltime werk is het beste wat een man kan overkomen’, het sluit op elkaar aan en zorgt ervoor dat veel mensen de kudde volgen. Het resultaat is het anderhalfverdieners model, waarbij hij fulltime werkt en zij hooguit parttime, en een achterstelling van vrouwen op gebieden die niet behoren tot huishouden en kinderen opvoeden.

Normen, waarden en meningen over allerlei onderwerpen komen bij diverse hoofdstukken terug. De Zesde Clan zet de onderzochte opvattingen hier op een rijtje. Lees en huiver:

  • moeders met kinderen tot 4 jaar zouden van 27% van de bevoking óf niet buitenshuis mogen werken, of hooguit twee dagen per week
  • moeders met kinderen tot 4 jaar mogen van 24% van de bevolking maximaal drie dagen per week buitenshuis betaald werken
  • Kinderen op de basisschool? Dan meent 43% dat een baan van hooguit drie dagen ideaal is voor de moeder.
  • Vader met kind tot 4 jaar: vier dagen per week werken is prima volgens 40%, nog eens 32% vindt voor vaders een fulltime baan ook ideaal.
  • Kinderen op de basisschool? Dan is voor vader een fulltime baan voor 49% van de bevolking het beste, en vindt nog eens 38% een forse deeltijdbaan van vier dagen in de week ook goed.
  • Tweederde van de bevolking vindt het ok als een peuter naar de kinderopvang gaan, mits dat beperkt blijft tot twee a drie dagen per week.
  • 49% van de vrouwen en 71% van de mannen vindt dat een baby het eerste jaar thuis bij de ouders moet blijven
  • 55% van de mannen vindt een vrouw het beste geschikt om kinderen op te voeden
  • 40% van de stelletjes heeft nooit expliciet afspraken gemaakt over de verdeling van taken in huishouden en zorg voor kinderen
  • 37% van de bevolking vindt dat de vrouw net zo goed thuis kan blijven als haar inkomen maar net genoeg is om de kinderopvang te betalen
  • 41% van de vrouwen en 31% van de mannen vindt dat vrouwen te weinig invloed hebben bij de besluitvorming over belangrijke kwesties (denk aan kabinetsformaties etc.)

Uit de antwoorden op de stellingen blijkt overduidelijk dat mannen zichzelf zien, en door anderen gezien worden, als de kostwinner. Voor vrouwen zou betaald werk minder belangrijk moeten zijn. Met name als er kinderen komen keuren veel mensen betaald werk voor moeders af: van de kwart die geen tot hooguit twee dagen betaald werk acceptabel vindt, tot de bijna eenderde die het met drie dagen wel genoeg vindt.

Daar komt dan bovenop dat iets meer dan de helft van de mannen naar de vrouw kijkt als het gaat om kinderen opvoeden – zij zou dat beter kunnen. En dat 40 % van de mensen niet van tevoren bespreekt hoe ze het gaan regelen met de verdeling van arbeid en zorg, taken in huis, etc. Gezien die opvattingen is het niet zo vreemd dat veel mensen volautomatisch in traditionele rolpatronen rollen. En dat dit met name gebeurt op het moment dat het eerste kind geboren wordt.

De uitzonderingen komen uit de hoek van de mensen die niet voldoen aan het mannetje/vrouwtje/kindje model. Zo hechten alleenstaande vrouwen veel meer belang aan het hebben van betaald werk dan vrouwen met partner. Zij zeggen ook veel vaker expliciet dat zij zelfstandig willen kunnen leven. Bij vragen over de verdeling van betaald en onbetaald werk hield 10% het bovendien op ‘geen antwoord’, omdat zij andere manieren van leven hebben dan het gangbare model van stelletjes of gezinnen.

Het positieve nieuws is dat grote minderheden van de mannen en vrouwen beginnen in te zien dat die stand van zaken maakt dat vrouwen maatschapppelijk gezien achterop raken. Maar liefst 41% van de vrouwen vindt dat vrouwen te weinig invloed hebben op belangrijke besluiten, en 31% van de mannen steunt hen daarin. Gemiddeld 65% van de bevolking snapt bovendien waarom er zoveel moeite wordt gedaan om meer vrouwen de kans te geven door te stromen naarvloedrijke posities. En 44% van de vrouwen, plus 34% van de mannen, zou graag zien dat de volgende minister-president een vrouw is. Wie weet!

Emancipatiemonitor noteert stand in het land

Hoe staat het met de emancipatie van mannen en vrouwen in Nederland? Iedere twee jaar meet de Emancipatiemonitor de temperatuur van de patiënt. En komt met goed en minder goed nieuws. Meer meisjes kiezen voor exacte vakken, meer vrouwen verrichten betaald werk, en de helft van de mannen acht zichzelf even geschikt voor het opvoeden van kinderen als een vrouw.

Minder goed nieuws is er helaas ook. Er komt niets terecht van doelen en streefcijfers. De scheiding op de arbeidsmarkt in mannen en vrouwenberoepen is stricter dan ooit, en wie moeder wordt mag van ‘de’ samenleving hooguit twee tot drie dagen iets anders doen dan thuis zitten en voor de kinderen en het huishouden zorgen. De Zesde Clan neemt de komende weken steeds een ander hoofdstuk onder de loep om dieper in te gaan op de resultaten.