Tag Archives: eerste feministische golf

Mannen hebben geen trek in vrouwenwerk

Een aantal ‘typisch mannelijke’ banen verdwijnt snel, terwijl ‘vrouwelijke’ sectoren zoals de zorg juist groeien. Toch deinzen veel mannen er voor terug om vrouwenwerk te doen, blijkt uit ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. De mannen voelen zich gestigmatiseerd, vrouwenwerk betaalt fors minder, en ze denken dat ze de benodigde kwaliteiten missen. Nederlandse opiniemakers spreken al van zorgelijke ontwikkelingen waarbij (jonge) mannen massaal afhaken en buiten spel staan op de arbeidsmarkt.

Mannen zouden er goed aan doen te kijken naar wat vrouwen doen, en van vrouwen te leren. De economische crisis kostte veel mensen hun baan. Vrouwen werden, volgens de New York Times, zelfs harder getroffen door werkloosheid dan mannen. De toekomst ziet er al evenmin florissant uit: zo verwacht de SER dat vooral vrouwen de dupe worden van toenemende automatisering. Zo verdwijnen talloze administratieve kantoorbanen als computers dat werk over nemen.

Vrouwen hebben veel ervaring met het opvangen van dit soort klappen. Rond de vorige eeuwwisseling maakten we een soortgelijke leegloop mee, signaleerden feministes van de eerste golf. Allerlei vrouwenwerk, zoals kaas maken, kleding naaien en kaarsen produceren, verdween met de industrialisering naar fabrieken buitenshuis. Daar gingen mannen dat werk doen. Voor vrouwen zat er niets anders op dan zich aan te passen en nieuwe wegen te zoeken.

Op dit moment doen vrouwen hetzelfde. Ze verliezen hun baan en zoeken nieuwe wegen. Ze zorgen ervoor dat ze hoog opgeleid zijn, signaleert de New York Times. Ze tonen zich flexibeler in hun gedrag dan mannen, scholen zich om, pakken aan wat ze kunnen.

Mannen daarentegen halen hun neus op voor laag vrouwenwerk. Zodoende beperken ze zichzelf en lopen ze kansen mis. Natuurlijk hebben mannen daar hun redenen voor. Naast een stigma levert vrouwenwerk minder salaris op. Een lasser (man) verdient in de V.S. 18 dollar per uur, stelt de New York Times. Zou hij in de zorg gaan werken, dan haalt hij waarschijnlijk niet meer dan tien dollar per uur. Bijna een halvering. In Nederland is het net zo: werkgevers onthouden vrouwen drie ton gedurende hun loopbaan.

Daarnaast vinden mannen zichzelf vaak niet geschikt voor vrouwenwerk:

“I ain’t gonna be a nurse; I don’t have the tolerance for people,” he said. “I don’t want it to sound bad, but I’ve always seen a woman in the position of a nurse or some kind of health care worker. I see it as more of a woman’s touch.” […]  Lawrence Katz, an economist at Harvard, has a term for this: “retrospective wait unemployment,” or “looking for the job you used to have.” “It’s not a skill mismatch, but an identity mismatch,” he said. “It’s not that they couldn’t become a health worker, it’s that people have backward views of what their identity is.”

Om het tij te keren doen werkgevers pogingen die identiteit bij te stellen. De zorg slap vrouwenwerk? Welnee. Ziekenhuizen doen hun best om de zorg als iets stoers te promoten. De adrenaline die door je heen jaagt als operatieverpleegkundige treedt ook op als je gaat bergbeklimmen, stellen pr-mensen. Bergbeklimmen is supermannelijk sportief en macho, kortom werken in een operatiekamer is macho. Ook in Nederland doen mensen hun best het vrouwelijke imago te verminderen en mannen te lokken.

Als mannen toehappen en een vrouwenbaan accepteren, belonen werkgevers hen. Mannen krijgen meer salaris. Het College voor de Rechten van de Mens kwam er bijvoorbeeld achter dat mannen, werkzaam in algemene ziekenhuizen, in alle onderzochte functiegroepen meer loon krijgen dan vrouwen. Ze nemen enkele tientjes tot tweehonderd euro per maand meer mee naar huis. Ook krijgen mannen sneller promotie dan hun vrouwelijke collega’s. Een fenomeen wat bekend staat als de ‘glazen lift’. Hoe meer mannen een beroep oppakken, hoe hoger de status (en het loon).

Het omgekeerde gebeurt niet. Als meer vrouwen mannenwerk oppakken, schieten hogere managers in de weerstand en vinden ‘we’ al die vrouwen een probleem. Bij de rechtelijke macht vinden we het bijvoorbeeld opeens belangrijk dat rechters een afspiegeling vormen van de samenleving en dan is het erg als er ‘teveel’ vrouwen komen. Ook denken mensen dat de kwaliteit zal dalen als er meer vrouwen in de beroepsgroep komen. Voordat je het weet veranderen activiteiten op die manier in vrouwenwerk met een lage status. Met de bijbehorende lagere lonen. Waarna de cyclus opnieuw kan beginnen.

Deze kloof is mensenwerk: het zijn mannen die op basis van stereotiepe veronderstellingen vrouwenwerk mijden. Het zijn wij mensen die vrouwenwerk onderwaarderen en kinderen opvoeden met allerlei rare ideeën over ‘echte’ mannen en ‘echte’ vrouwen. Zolang we vrouwen blijven zien als de minderwaardige Ander, blijft wat ze doen besmet werk waar ‘echte mensen’ hun vingers niet aan willen branden. Met alle problemen van dien. Maar het voordeel is: wijzelf kunnen die opvattingen veranderen. Als we willen.

1001 Vrouwen brengt geschiedenis tot leven

Ontroerend: een klein potlood met een de boodschap dat vrouwen óók moeten kunnen stemmen bij verkiezingen. Misschien niet zo spectaculair als de versierde show-BH van Mata Hari, maar wél een mijlpaal in de geschiedenis. Want met het stemrecht kregen vrouwen eindelijk toegang tot het democratische proces. Het kiespotlood is te zien in een expositie rondom het boek 1001 vrouwen, bij de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, aan de Oude Turfmarkt. Tentoonstelling en boek prikkelen de geest. Els Kloek, pionier van de vrouwengeschiedenis in Nederland, kan tevreden zijn.

Ooit van Teuntje Straetmans gehoord? Deze Culemborgse kwam als koloniste terecht in Brazilië en voer daarna naar New York. Trijn Rembrandts dan? Heldin die tijdens het beleg van Alkmaar in 1573 de stad verdedigde. Maria Margaretha van Os? Schilderde stillevens. 1001 Vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis brengt het ene na het andere onbekende verhaal. De portretten bieden unieke inkijkjes in het leven van eeuwen terug en brengen ten onrechte vergeten vrouwen terug in de belangstelling.

Door het boek bladerend vallen vanzelf patronen op. De middeleeuwen staan in het teken van religie en adel, met veel oorlog. Veel vrouwen vallen in een van de drie categorieën die daar mee te maken hebben. Als ze iets doen wat niet behoort tot kerk, politiek en oorlog, zijn vrouwen vooral te vinden in de handel, of treden ze op als weldoenster.

In de zeventiende eeuw verschuiven de classificaties. Nederland beleefde een Gouden Eeuw en ook voor vrouwen lagen hier opeens mogelijkheden. Veel portretten uit dit tijdvak vallen in de categorie beeldende kunst of dicht- en letterkunde. Politiek komt op een goede derde plaats. Nederland was immers een republiek geworden, en vrouwen uit de elite konden soms ook een rol spelen, bijvoorbeeld als regentes. Opvallend: de eerste actrices doen hun intrede, en vrouwen verkleden zich als man om op avontuur uit te gaan. Dat zullen ze daarvoor en daarna ook nog gedaan hebben, maar in de zeventiende eeuw blijkbaar vaker dan anders.

In de achttiende eeuw vormen schrijvende vrouwen de meerderheid, terwijl ‘kerk en godsdienst’, zo alomtegenwoordig in de middeleeuwen, nagenoeg uit beeld verdwijnt. In de negentiende eeuw gaan vrouwen zich voor het eerst actief organiseren om op te komen voor armen en verdrukten. Hier en daar dringt tot sommige vrouwen het pijnlijke besef door, dat zijzelf ook tot de armen en verdrukten horen. Er beginnen voorzichtig geluiden te klinken die je zou kunnen omschrijven als vroeg-feministisch. Vrouwen blijven ook actief schrijven en dichten in deze periode.

De twintigste eeuw brengt de eerste vrouwen die daadwerkelijk, als zelfstandig individu, mee kunnen doen met de maatschappij. Voor het eerst bereiken vrouwen op eigen kracht functies in de politiek. Film, toneel en muziek rukken op, vrouwen mogen studeren en officieel wetenschap bedrijven, en drukken met een eerste en tweede feministische golf een stempel op de samenleving.

Aan de verschuivingen van de rubriek waarbinnen 1001 vrouwen de portretten kan plaatsen, zie je precies hoe de maatschappij verandert en op welke terreinen vrouwen kansen kregen – en grepen. Dan merk je ook hoe ver we gekomen zijn. Tot na 1900 waren vrouwen formeel buitengesloten van instituties als bestuur, kerk, leger, universiteit en handelsbeurs. Ondanks die uitsluiting levert het boek vrouw na vrouw die toch naam wist te maken en invloed uitoefende op een bepaald gebied. Zodra ze wel toegang kregen tot springplanken naar de macht, drongen vrouwen prompt door tot het landsbestuur, de media, de wetenschap, enzovoorts. Het is heel mooi om dat te zien.

Tot 20 mei 2013 kun je dat bescheiden stempotloodje nog zien, plus het pistool van Hannie Schaft, en boeken en dichtbundels van geleerde dames uit de Nederlandse geschiedenis. En als je dan het bijbehorende boek meeneemt kun je daar nog wekenlang in bladeren en kennis maken met talloze voormoeders. Nog meer? De digitale tegenhanger van het boek, het Vrouwenlexicon, biedt alle relevante secundaire literatuur en nieuwe toevoegingen aan de reeks biografieën. Aanbevolen!