Tag Archives: EenVandaag opiniepanel

Racisme en seksisme: en de zwarte vrouwen dan?

Racisme, seksisme, ze werken op dezelfde manieren en als je ertegen protesteert levert dat ook vergelijkbare manieren van weerstand op. Neem bijvoorbeeld het geklaag over de toon van mensen die demonstreren tegen zulke onderdrukkende -ismen. Maar ook de vrouwen met een gekleurde huid. Of het nou gaat om de strijd tegen racisme of seksisme, in beide gevallen loopt die groep het risico om buiten beeld te blijven. Hoog tijd dus om seksisme en racisme aan elkaar te verbinden en ervoor te zorgen dat we het volledige beeld blijven zien!

Wie protesteert, krijgt kritiek. Onder andere over de manier waarop. Een deel van de ondervraagden van het EenVandaag opiniepanel gaven onlangs aan dat ze op zich begrip hebben voor demonstraties tegen politiegeweld en racisme, maar de toon… Kan het niet wat beleefder…. Feministen zijn zeer bekend met deze weerstand. Waarom moeten die strijdende vrouwen zo grof zijn? Ze moeten beleefd zijn en geduldig, dan zijn ‘wij’ misschien bereid in beweging te komen. Maar alleen als je het lief vraagt! En je plek blijft kennen, nederig en dienstbaar.

Het enige goede nieuws is dat als het gaat om racisme, mensen dat eerder en beter herkennen en erkennen dan seksisme. Zo ontdekte het EenVandaag opiniepanel onderzoek dat witte mensen en mensen van kleur elkaar vinden in het afkeuren van racisme, aldus EenVandaag. Gemiddeld is 71 procent van alle ondervraagden die mening toegedaan. Dat is bij seksisme wel anders. Veel onderzoeken tonen een man-vrouw kloof aan, waarbij vrouwen seksisme melden en mannen denken dat het wel mee valt, of zelfs vinden dat vrouwen overdrijven.

Zo viel het Jaap van Muijen, hoogleraar leiderschapsontwikkeling aan Nyenrode Business Universiteit, op dat als het gaat om de loonkloof, mannen over het algemeen vinden dat man en vrouw gelijkwaardig worden behandeld. Vrouwen zien dat absoluut anders. De vrouwen hebben onder andere het gevoel dat ze harder moeten werken om hetzelfde als mannen te bereiken. Van Muijnen in Intermediair: ”Ze werken trouwens daadwerkelijk bijna drie weken per jaar meer dan hun contract van ze vraagt, terwijl mannen precies hun contracturen maken.’’

Ook als het gaat om straatintimidatie blijken mannen in een totaal andere wereld te leven dan vrouwen. Vrouwen melden massaal dat mannen hen hinderlijk lastig vallen, en passen hun gedrag aan: vrouwen vermijden oogcontact, mijden groepjes mannen, nemen een andere route, passen hun kleding aan. Veel mannen herkennen het probleem nauwelijks. Als ze het fenomeen straatintimidatie niet actief ontkennen, bagatelliseren ze het probleem wel. Of opperen dat veel vrouwen het juist leuk vinden om aangesproken te worden door hen totaal onbekende mannen.

Kortom, als het gaat om racisme hebben we na decennia lang gedoe bereikt dat de overgrote meerderheid, ongeacht huidskleur, erkent dat we een probleem hebben. Bij seksisme ligt dat anders. Veel mannen herkennen niet waar vrouwen het over hebben. Dat is van belang, omdat ook racisme niet gevrijwaard blijft van de negatieve effecten van seksisme. Zo ligt in de V.S. de focus op de strijd tegen politiegeweld op de mannen uit de zwarte gemeenschap. De vrouwelijke doden blijven zo systematisch onderbelicht dat het neerkomt op het uitgummen van hun ervaringen. Activisten begonnen daarom een campagne met Twitterhashtag #sayhername, om vrouwen terug in beeld te brengen in het debat over politiegeweld.

Deze correcties zijn broodnodig, omdat we anders in een aloud patroon blijven vallen. Namelijk het patroon dat we bij racisme denken aan mannen met een gekleurde huid, en bij feminisme aan vrouwen met een witte huid. In beide gevallen vallen de vrouwen met een gekleurde huid buiten de boot: ze zijn niet de focus van de antiracisme beweging, maar komen ook niet goed aan bod in de antiseksisme beweging, het feminisme.

We moeten erkennen dat beide onderdrukkende systemen, racisme en seksisme, op dezelfde manier functioneren. Bij racisme moeten we oppassen dat mannen voorrang krijgen, en bij het feminisme moeten we oppassen dat witte vrouwen voorrang krijgen. Anders blijft de focus liggen op mensen zoals George Floyd en Michael Brown, en vergeten we mensen zoals Sandra Bland en Tanisha Anderson. En we moeten in alle gevallen waken voor de toonpolitie. Want die dient vooral om mensen die protesteren tegen seksisme en racisme de mond te snoeren. De problematiek is te serieus om dat toe te staan.

Nederland kan eeuwen wachten op vrouwelijke premier, als de genderdiscussie zo primitief blijft

De verkiezingen in de V.S. leveren scherpe analyses over gender op, vanwege het seksistische gedrag van Donald Trump en het feit dat de strijd om het hoogste ambt gaat tussen een man en een vrouw. Hoe zit het in Nederland met het emancipatoire bewustzijn? Niet goed, blijkt uit allerlei incidenten. Dat is vervelend, want inzicht in de situatie rondom gender is cruciaal om te begrijpen waarom mannen in de politiek de macht blijven houden. Zonder kritische discussies over die situatie kunnen we nog eeuwen langer wachten op een vrouwelijke premier in Nederland.

Politiek in Nederland blijft, praktisch en symbolisch, iets van blanke mannen. Vrouwen zijn een minderheid in de politiek. Als het er echt op aan komt houden mannen de touwtjes strak in handen. Zo lieten twee mannelijke partijleiders bij de vorige formatiebesprekingen hun vrouwelijke nummer twee thuis. In plaats daarvan namen ze blanke mannelijke vertrouwelingen mee naar de onderhandelingen. Ook blijven de zwaarste/machtigste posten stevig in het mannelijk kamp, inclusief het premierschap.

Na de verkiezingen in maart 2017 is de kans op herhaling groot. Ten eerste omdat alleen al het constateren van het feit dat vrouwen ontbraken bij de vorige formatie, destijds zorgde voor een golf van vijandige ‘terug in je hok’ reacties. Mensen wilden er niet over praten. Vrouwen moesten niet zeuren. Met zo’n houding leer je niks en doen mannen bij de volgende formatie weer hetzelfde.

Ten tweede omdat alle berichten over werving en selectie rieken naar een verkokerde blik, waarbij mannen in eigen kring op zoek gaan naar soortgelijke mannen, middels een proces waar Marieke van den Brink uitgebreid promotie-onderzoek naar deed. Het veld van partijleiders zal in 2017 opnieuw bijna geheel blank en mannelijk zijn, zelfs als nog niet duidelijk is hoe de strijd uitpakt, zoals bij de PvdA. Uit een opinieonderzoek van EenVandaag blijkt dat vrouwen zulke praktijken eerder signaleren en problematisch vinden dan mannen. Maar dat mannen vooral naar vrouwen wijzen als schuldige:

Onder mannen is een derde het eens met de stelling dat partijen liever mannen dan vrouwen kandideren, onder vrouwen de helft. En misschien gaat het verder: met de stelling dat vrouwen worden gediscrimineerd door partijen is 30 procent van de mannen het eens, maar een grotere groep van 44 procent van de vrouwen vermoedt discriminatie. […] het ligt, zo is de indruk, ook aan wat vrouwen zelf zouden doen en laten, al zijn het vooral mannen die het antwoord op de schuldvraag bij de vrouwen zelf zoeken. [vetgedrukt door red.]

Die blindheid voor het structurele machtsvoordeel van mannen maakt dat allerlei mechanismen onzichtbaar blijven, die ervoor zorgen dat de hiërarchie tussen de seksen intact blijft. Kiezers beginnen bijvoorbeeld de man over- en de vrouw onder te waarderen.  Wint een vrouw alsnog, dan gebeurt dat vaker in situaties waarbij een partij er slecht voor staat en laten partijgenoten haar bij tegenslag sneller vallen. De vrouwelijke partijleider ruimt zodoende eerder het veld dan mannelijke collega’s.

Ten derde omdat het mannelijk overwicht een machocultuur in stand houdt. Het problematische haantjesgedrag van mannelijke parlementariërs was al in 1997 onderwerp van kritische stukken in de kranten. Ruim tien jaar later schreef Femke Halsema over dat machogedoe in haar politieke memoires en anno nu vertonen de heren nog steeds masculien machtsvertoon op een apenrots vol alfamannetjes.

Deze machocultuur koppelt mee met algemeen onbehagen zodra een vrouw té zichtbaar wordt in een mannenbolwerk. Dat onbehagen over een verstoring in de hiërarchie zorgt voor weerstand. Die weerstand uit zich onder andere in taalgebruik en ‘grapjes’ met een snijdende ondertoon. Zo heeft de vooral uit vrouwen bestaande Commissie Zorg de bijnaam ‘de commissie van de kijvende wijven’. En als twee politici met elkaar in debat gaan, kopt een landelijk dagblad ‘Bitchfight in de ministerraad’.

Al deze factoren leiden tot een seksistisch denkraam waarbinnen mannen gelden als de stevige debaters en vrouwen hysterisch zijn. Vervolgens wordt het logisch dat mannen voor mannen kiezen en dat vrouwen denken ‘ik kan het niet, ik maak geen kans’ en het niet eens meer proberen. Vervolgens kun je vrouwen daar dan op afrekenen en is de vicieuze cirkel weer rond.

Het kritische debat over dit seksistische klimaat staat in Nederland nog in de kinderschoenen. Analyses blijken steken op een  neerbuigend ‘zie je wel, vrouwen willen niet, ze liggen te slapen’. Zie hier voor een voorbeeld van zo’n analyse, waarbij vrouwen niet alleen verantwoordelijk gesteld worden voor hun eigen marginalisering, maar ook nog de veeg uit de pan krijgen dat ze sowieso niet goed genoeg zijn.

Een ander voorbeeld: vrouwen krijgen in ons land, nota bene van collega’s zoals Kamerlid Marith Volp, nog steeds het advies wat Margaret Thatcher al kreeg (en wat niet werkte want je ontkomt niet aan je sekse): zacht en laag praten. Ja, doei! Het probleem is meestal dat de omgeving meer waarde hecht aan wat een man zegt. Hoe hij het zegt maakt niet uit. En zij? Zij moet haar kop houden. Zegt of doet ze toch iets, dan is ze een bitch of een manwijf of een kenau of, zoals Trump uitriep, een nasty woman.

We horen steeds ‘het komt wel goed’. ‘We moeten geduld hebben’. ‘Hopelijk meldt zich op een gegeven moment een vrouw’. Als de feministische analyse blijft steken op het niveau ‘vrouwen willen niet‘ (maar waaróm ”willen” ze niet?), of ‘we moeten geduld hebben, dan komt het vanzelf goed’, blijven mannen aan de macht in de Nederlandse politiek omdat we vrouwen buiten sluiten.

Willen we dat echt?