Tag Archives: discourse analyse

Man veegt vrouwenquotum van tafel op basis van…. ja, wat eigenlijk?

Errol Keyner werkt als adjunct-directeur en krijgt via Z24, met links via dagbladen zoals Volkskrant en Trouw, een podium om zijn afkeer van een vrouwenquotum te ventileren. Op persoonlijke titel, haast hij zich erbij te vertellen. Keyner voelt zich geprikkeld omdat Eurocommissaris Reding nu echt ernst wil maken met het invoeren van een quotum voor vrouwen aan de top. Dat kan en mag niet, vindt Keyner. De Zesde Clan besteedt graag aandacht aan zijn redenaties, want hij geeft een goed inkijkje in de mentaliteit die vrouwen op hun plek houdt.

Vrouwenquota hebben bewezen effect. Nog een reden voor Keyner om erg bang te worden….

Wat roept Keyner over vrouwenquota? Welnu, achtereenvolgens dit:

  • Quota discrimineren capabele mannen ten faveure van minder competente vrouwen
  • Er zijn veel meer mannen dan vrouwen die de ambitie, ervaring, kennis en talenten hebben om de rol van commissaris zinvol te vervullen
  • discriminatie speelt wel een rol, maar een ondergeschikte
  • Het lijkt dan een kwestie van geduld alvorens de goed opgeleide meisjes geboren rond 1960 rijp zijn voor een commissarispositie
  • De top is alleen haalbaar als rücksichtslos alles wordt opzijgezet voor dat ene. […] Op Reding na, begrijpt ieder zinnig mens dat de top vrijwel onhaalbaar is wanneer je er een decennium tussenuit piept om je grotendeels op het moederschap te richten.
  • als uiteindelijk de top wordt gehaald, heeft de commissaris geen last van het stigma dat ze die positie aan quota te danken heeft.

Dat zijn nogal wat beweringen. Waarop baseert hij zich? Verder dan dat ‘ieder zinnig mens’ dit alles wel weet, komt hij niet. Onderzoeksresultaten, cijfers, uitkomsten van kwalitatieve analyses, het ontbreekt. Geen idee waar Keyner al deze wijsheden vandaan haalt. Het hoofdargument blijkt ‘ik moet er niks van hebben omdat het slecht is en ik er niks van moet hebben’. Lekkere logica van deze meneer.

Daarnaast vertoont zijn verhaal enorme gaten. Zo spreekt Keyner van keuzes zonder de context mee te nemen. Niemand maakt keuzes in het luchtledige. Culturele normen en waarden, randvoorwaarden zoals belastingstelsel en kinderopvang, de manier waarop de economie is ingericht, het speelt allemaal mee. Door dat allemaal weg te laten is het lekker makkelijk om problemen van tafel te vegen. Als er al een probleem is, is dat haar schuld, had ze maar beter moeten kiezen.

Keyner stapt ook heel gemakkkelijk over discriminatie heen. Hij erkent wel dat er iets structureels scheef zit, maar schuift dat weg als zijnde niet zo belangrijk:

Toegegeven, dat zou betekenen dat een kwart in plaats van de huidige 14 procent van de commissarissen vrouw zou moeten zijn. Discriminatie speelt zonder twijfel een kwalijke rol. Voor de goede orde: een ondergeschikte rol.

Punt. Daar houdt het op. Maakt u zich geen zorgen, dames, niks aan de hand, het valt echt reuze mee met de loonkloof tussen mannen en vrouwen, de discriminatie van vrouwen die het wagen zwanger te worden, de structurele onderwaardering van vrouwen en het vrouwelijke, de manier waarop blanke mannen blanke mannen benoemen en talentvolle vrouwen niet eens zien. Als dat en meer al een rol speelt zal dat echt niet zoveel invloed hebben op uw loopbaan, hoor.

Keyner grossiert ook in beladen taalgebruik. Minder netjes gezegd: stemmingmakerij. Zo moet Eurocommissaris Viviane Reding het ontgelden. Ze ‘heeft het op haar heupen’. Nou, als een vrouw het op haar heupen heeft, dan weten we het wel, he?!? Volgens Keyner lijdt ze ook aan ‘blind doorzettingsvermogen’ en ‘frustraties’. Keyner spreekt daarnaast van het ‘door de strot duwen’ van een quotum, bedrijven ‘het mes op de keel’ zetten. Toe maar. Het is nog net niet de Derde Wereldoorlog en de Totale Ondergang van het Bedrijfsleven.

Het is het oude liedje. We moeten vooral geduld hebben, heel veel geduld, dan komt het vanzelf wel goed. Op miraculeuze wijze. Als die domme vrouwtjes maar slimmere keuzes maken, zelf zorgen voor een echtgenoot die hen steunt, familieleden die de kinderen willen opvangen, niet zo zeuren over dat tikkeltje discriminatie, en zonder veranderingen te eisen zichzelf aanpassen aan de manier waarop je volgens Keyner carrière behoort te maken. Namelijk door alles opzij te zetten en je tweehonderd procent in te zetten voor je werk, je werk en nog eens je werk.

Keyner toont zich daarmee een conservatieve man van de oude stempel. Geen woord over de beweging om de arbeidscultuur kritisch te onderzoeken, te pleiten voor een inrichting van de economie en de maatschappij zodat mensen zorg en betaalde arbeid kunnen combineren zonder zichzelf als arbeidskracht te diskwalificeren. Iets waar feministe Joke Smit al in de jaren zeventig voor streed.

Nee, van Keyner moet alles hetzelfde blijven. Voor hem is het vanzelfsprekend dat een topfunctie alleen is weggelegd voor mensen die de vereiste tachtig urige werkweken kunnen draaien omdat er thuis iemand is die voor al het andere zorgt. Waarbij die persoon aan de top toevallig bijna altijd een man is, en degene die thuis de boel draaiende houdt geheel toevallig bijna altijd een vrouw. Toeval, echt waar.

Ondertussen, in de echte wereld. Noorwegen voerde een vrouwenquotum in en bleef gewoon bestaan. Sterker nog, het gaat economisch goed met het land. Feit.

De Gereedschapskist: discourse analyse

Taal vormt ons en geeft ons een manier om de wereld om ons heen te beschrijven. Daarom is het analyseren van teksten een machtig wapen. Woorden kunnen namelijk aangeven wie de macht heeft, taal drukt uit wat we belangrijk vinden en wat niet. Omdat zoveel denkbeelden vrouwen beperken en reduceren, is het voor feministen extra belangrijk om duidelijk voor ogen te hebben wat er speelt. Dat geeft bewustwording. Het mooie is: jij kunt het ook. Aan de hand van discours analyse.

Wat is discourse analyse? Dat  is:

een interdisciplinaire stroming die op het einde van de jaren 60 en in het begin van de jaren 70 van de vorige eeuw is ontstaan als een kruisbestuiving tussen linguïstiek, literatuurstudie, antropologie, semiotiek, sociologie, psychologie en communicatiewetenschap (Van Dijk, 1988). In discoursanalyse worden taaluitingen bestudeerd en gerelateerd aan een ruimere context. Zowel gesproken woord (radioteksten, interviews, groepsgesprekken) als geschreven tekst (krantenartikels, dagboeknota’s, beleidsbrieven) worden daarbij als vindplaats van discours beschouwd.

Het gaat dus niet om een of andere super abstracte taaltheorie, maar om wat mensen in het echt zeggen en schrijven. Die uitingen kun je gericht analyseren. Welke woorden gebruikt iemand? Welke elementen in het verhaal krijgen de nadruk? Welke aspecten verdwijnen uit beeld? Gebruikt de auteur vergelijkingen en metaforen en zo ja, wat zeggen die over de ideologische kleur van de tekst? Hoe verhouden de resultaten van zo’n discourse analyse zich tot jezelf en andere kwesties die in de samenleving spelen?

Een van de manieren om een discourse analyse te verrichten is om de gebruikte woorden in kaart te brengen. Zo onderzocht een Amerikaan met softwareprogramma Word Cloud de termen die reclamemakers gebruiken om speelgoed te verkopen aan jongens en meisjes. De verschillen in woordgebruik spraken boekdelen. Voor meisjes:

Voor jongens zag deze ‘taalwolk’  er heel anders uit, namelijk zo:

Door woordgebruik te analyseren zie je precies hoe reclamebureau’s en commerciële bedrijven bestaande rolpatronen bevestigen en versterken. Meisjes zijn, jongens doen. Meisjes houden zich bezig met liefde, jongens met vechten. Meisjes bevinden zich in een magische wereld waar ze lekker kunnen kletsen, jurken showen en voor babypoppen zorgen. Jongens bouwen, veroveren en wedijveren met elkaar wie de sterkste is. Dat is nogal wat. Ben je zes jaar, slaat de commercie je al om de oren met rolpatronen uit de jaren vijftig.

Taal zegt ook iets over machtsverhoudingen. Een mooi voorbeeld van de toepassing van discoursen analyse in langere teksten staat in de afstudeerscriptie ‘Macht en Kennis in de discoursen rondom het Nederlandse Emancipatiebeleid‘  van Maartje Meuwissen. Meuwissen analyseerde onder andere teksten uit de Emancipatiemonitor. Deze monitor besteedt aandacht aan allerlei kwesties, waaronder geweld. Bij dit hele hoofdstuk over huiselijk geweld, verkrachting, prostitutie etc, zeggen de auteurs vooral veel over de slachtoffers. Er ontbreekt iets in het discourse. Meuwissen:

[Zoals]… de Nota zelf al concludeert, speelt bij geweld ‘de sekse van het slachtoffer respectievelijk de dader een rol’. Opvallend is dan ook dat Nota alleen ingaat op het feit dat vrouwen slachtoffers zijn en niet op het feit dat mannen daders zijn, zoals de hoofddoelstelling van het hoofdstuk al aangeeft: ‘geweld tegen vrouwen’. Hierdoor komt het discours rondom veiligheid tot stand. De titel had ook kunnen luiden ‘geweld door mannen’.

Waarom is dat? De onderzoekster hoorde van haar gesprekspartners later dat het weglaten van mannen een bewuste keuze was:

Haar verklaring voor het feit dat mannen in het narratief over geweld ontbreken is de volgende: ‘Het is belangrijk je terminologie zo te kiezen dat je mensen niet voor het hoofd stoot en toch de essentie weergeeft’.

Mannen identificeren als dader is problematisch in een samenleving waarin mannen meer macht hebben dan vrouwen. We hebben een kabinet vol mannelijke ministers die het misschien niet zo leuk vinden als hun sekse in verband gebracht wordt met seksueel geweld. Dat kan bedreigend zijn, onaangenaam, en een verdedigende reactie oproepen. Wil je voor elkaar krijgen dat de overheid geld geeft voor projecten en organisaties die de slachtoffers helpen, dan is het strategisch gezien slim en beter om de rol van de man te verdoezelen en een boodschap te brengen die acceptabeler is: er zijn slachtoffers en die hebben hulp nodig.

Hoe begrijpelijk ook, dit discourse is problematisch. Het past namelijk in een patroon waarbij de focus ligt op de vrouw en de man uit beeld verdwijnt. Neem bijvoorbeeld de dominante verhalen over vrouwen die op de een of andere manier (mede) schuldig zouden zijn aan hun eigen verkrachting. Vrouwen hadden iets wel moeten doen, zoals zich netter moeten kleden, of iets niet moeten doen, bijvoorbeeld naar een café gaan.

Deze boodschap zit er zo diep ingeramd dat de helft van de Britse vrouwen desgevraagd aangaf dat het de eigen schuld van vrouwen is als ze verkracht worden. Bijna een kwart van de vrouwen zou zelf nooit aangifte doen van verkrachting. Uit schaamte, en uit schuldgevoel omdat ze deze misdaad waarschijnlijk zelf uitgelokt had. Over de mannelijke dader ondertussen geen woord.

Net als bij het discourse van de emancipatiemonitor ligt de focus ook in deze verhalen op het slachtoffer, de vrouwen. In beide gevallen blijven mannen buiten beeld. Het gaat niet om hen, we zien niet wat zij doen, en daardoor weten we ook niet precies hoe we de situatie van mannen moeten analyseren. Terwijl zij toch echt de basis van het probleem vormen. Het zijn in overgrote meerderheid mannen die vrouwen en andere mannen molesteren. In Nederlandde V.S., etc.

Als je dit ziet, kun je vragen gaan stellen. Wat maakt dat mannen buiten beeld blijven? Wat houdt ons tegen mannen aan te spreken op hun gedrag en hun rol in het geheel te onderzoeken?  Zulke vragen leiden tot inzichten, en inzichten leiden tot bewustwording. Vrouwen kunnen zich dan makkelijker losmaken van de dominante verhalen. Dat kan erg bevrijdend zijn. Als  de man een misdaad begaat, waarom moet de vrouw dan boeten? Wie sloeg hier eigenlijk, wie ging over tot verkrachting? Dat maakt het voor vrouwen hopelijk makkelijker te vertellen wat hen overkwam en aangifte te doen.

Meer lezen? Zie onder andere dit stuk over strijkbouten voor mannen en meisjes, en met welke boodschap fabrikanten dit voorwerp aan de man/vrouw brengen. Of lees dit artikel over de principes van discourse analyse, van Teun van Dijk van de Universiteit van Amsterdam. De krant lezen zal nooit meer hetzelfde zijn 😉