Tag Archives: Boekenweek

Ophef boekenweek is teken van vooruitgang

De moeder, de vrouw. Dit thema van de boekenweek 2019 leidde, tot verbazing van organisator CPNB, tot ophef. Ik vind die ophef een teken van vooruitgang. Twintig jaar geleden zouden de meeste mensen niet met hun ogen geknipperd hebben en een instantie klakkeloos z’n gang hebben laten gaan. Nu niet. Het wemelt op twitter van de protesten, 300 auteurs en uitgeverijen publiceerden een protestbrief in NRC Handelsblad en De Morgen, en boekhandel Savannah Bay gaat een eigen boekenweekthema bedenken. Met een door vrouwen geschreven boekenweekessay – en geschenk.

Bij alle reacties die tot nu toe verschijnen licht ik graag een paar thema’s uit. Allereerst de veelbetekenende reactie van de stichting Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek. De CPNB liet in een interview weten dat ze de ophef niet aan zagen komen en waarschijnlijk de verwoording van het thema onderschat hebben:

We wilden de veelkantigheid van het moederschap laten zien. ‘De moeder de vrouw’ uit het gedicht van Nijhoff vonden we een mooie literaire verwijzing. We dachten dat het duidelijk zou zijn. Maar allerlei discussies zijn door elkaar heen gaan lopen.’

De CPNB maakt hiermee pijnlijk duidelijk dat ze totaal gemist hebben welke lading deze termen hebben. Eeuwenlang was ‘de’ vrouw een groot probleem. Mannen schreven boeken vol over haar inferieure aard, losse zeden, hysterische emoties en leugenachtige sluwheid. Binnen die staat van zonde en slechtheid was het moederschap, naast non worden, de enige geaccepteerde positie van de vrouw. Allerlei geleerde mannen en kerkvaders schreven voor hoe belangrijk het was dat vrouwen trouwden en kinderen kregen en hoe ze vervolgens moesten zijn. Deze belerende teksten stonden bol van woorden als dienen, verzorgen, gehoorzamen, zwijgen, de man volgen, al dan niet religieus bekrachtigd met Bijbelteksten.

Tot op de dag van vandaag benutten mannen met macht hun podium nog steeds om uit te leggen waarom ze vrouwen minderwaardig vinden. En gebruikt een bepaalde groep mensen ‘moeder de vrouw’ nog steeds om te verwijzen naar de vrouw die zichzelf helemaal wegcijfert om voor zijn kinderen en voor hem te zorgen. ‘Moeder de vrouw’ heeft geen eigen naam, haar taak en functie zijn belangrijk, niet zijzelf als persoon, zoals deze cartoon treffend parodieert:

Hoe seksistisch dit de vrouw de moeder/moeder de vrouw is, weet je meteen als je andere varianten probeert. Je hoort nooit ‘vader de man’ of ‘dochter het meisje’, signaleert Paulien Cornelisse. Inderdaad, en daarom ben ik rond dit boekenweekthema zo blij met de protesten. ‘De moeder’, ‘de vrouw’ zijn terecht zeer problematische begrippen geworden, en vrouwen eisen het recht op om hier zelf iets over te zeggen te krijgen. Dat het CPNB de ophef niet aan zag komen zegt alles over het CPNB. Nederlandse vrouwen en veel mannen zijn inmiddels een stapje verder.

Andere tegenreacties over de ophef spreken ook boekdelen. Özcan Akyol benutte zijn podium als columnist van het AD om vrouwen die aanstoot nemen tegen het boekenweekthema, te betichten van hysterie. Dit woord duikt regelmatig op als vrouwen in verzet komen tegen onrecht. Ze hebben geen terechte aanklacht, nee, ze zijn hysterisch. Het is naast ‘hoer’ hét etiket om vrouwen te diskwalificeren en terug in hun hok te meppen.

Akyol haalt nog een ander seksistisch geintje uit in zijn opiniestuk. Hij verklaart vrouwen zo sterk, nobel en ”veel subtieler dan mannen”, dat ze dit soort protesten helemaal niet nodig zouden hebben. Ook dit type argument kent een lange geschiedenis. Opleidingen, hadden vrouwen niet nodig. Stemrecht ook niet, want de vrouw had al genoeg invloed als moeder en echtgenote. Politiek was zo’n smerig bedrijf, daar moesten edele vrouwen met hun tere aard helemaal niks van willen weten, ze waren zo goed en hoogstaand dat ze dat maar beter konden overlaten aan mannen. Opnieuw, brrrrrrr.

Tot slot de ja-maar types die de protesten verdraaien. Mogen mannen dan niet schrijven over vrouwen en moeders? Boehoehoehoe, identiteitspolitiek, de creativiteit gaat ten onder aan politiek correct geleuter. Dit is een favoriet argument van conservatieven om alle pogingen af te slaan om meer diversiteit te bereiken. Daarbij vergeten ze gemakshalve dat zijzelf ook aan identiteitspolitiek doen: de identiteit van de blanke man die kan terugvallen op zijn machtspositie als de neutrale standaard, de objectieve brenger van universele waarheden – terwijl alles aan elkaar hangt van subjectiviteit, blinde vlekken, de angst om privileges en macht te verliezen, enzovoorts. Zeg maar de profiteur van het informele mannenquotum aan de top van het bedrijfsleven of de politiek, die tegen een vrouwenquotum is want ‘we moeten alleen voor kwaliteit gaan’. Zoals Mark Rutte.

De CPNB heeft inmiddels in een verklaring laten weten te willen kijken hoe ze een positieve wending kunnen geven aan het thema van de boekenweek. De stichting gaat graag in gesprek met de ondertekenaars van de protestbrief. Misschien lukt het om tot ”creatieve oplossingen” te komen, hoopt de CPNB. Nog beter lijkt mij: beter voeling houden met de maatschappij, zich bewust worden van seksisme, en vanaf nu boekenweekgeschenken – en essays jaarlijks 50-50 door mannelijke en vrouwelijke auteurs laten schrijven.

Advertenties

Literatuur is voor blanke mannen

Wat een verrassing. Vlak na de bijna geheel uit mannen bestaande jury, die alleen mannelijke auteurs nomineerde voor de Libris Literatuurprijs, komen nu de opiniebladen die de boekenweek vieren. Dat doen ze met de focus op mannen en hun werk. Het gaat om de broeders en hun brouilles, en De Groene Amsterdammer verbeeldt het boekenweekthema van de vriendschap met een tekening van twee jongens. Geen wonder dat het achter dit soort covers wemelt van mannen en hun boeken.

Dit is niks nieuws. Vorig jaar signaleerde de Zesde Clan bijvoorbeeld al dat de jaarlijkse VN Detective en Thrillergids een feestje was van mannen die het werk van andere mannen de hemel in prezen. Dat door vrouwen geschreven boeken prima verkopen in Nederland, maakt niet goed dat vrouwelijke auteurs afwezig zijn bij het toekennen van lauwerkransen en prijzen, want:

Schrijvers die niet worden bestudeerd, die op scholen en universiteiten niet worden onderwezen, belanden uiteindelijk in de prullenbak van de geschiedenis. Vrouwelijke schrijvers lopen dat risico nog altijd vaker dan mannen.

Ook internationaal is het beeld dat mannelijke auteurs veel meer aandacht en prestige toegekend krijgen dan vrouwelijke auteurs. Mannen schrijven kritieken over mannen, mannen schrijven de Grote Amerikaanse Roman, en de uitzondering (zoals tijdschrift Granta) bevestigt vooral de regel.

Dat heeft gevolgen voor de boeken die boven komen drijven als ‘de beste’en ‘het meest vernieuwend’. Waar de mannelijke visie de norm is, wijkt de rest af. Allochtonen, vrouwen, ze hebben niet dezelfde impact als de dominante stem van de blanke man. Schrijfsters zoals Jeanette Winterson voelen dat haarscherp aan, bijvoorbeeld bij romans die een autobiografisch element bevatten:

Let’s not call this “sexism.” Let’s call it an “asymmetrical judgment” between men and women. If Henry Miller writes “Tropic of Cancer” and calls the hero “Henry Miller,” he’s still allowed to say these are novels, and none of the guys question it. Because a man is allowed to be bigger. A woman isn’t. She can only possibly talk about herself. [..] Paul Auster, Henry Miller, Milan Kundera, any of those writers who quote themselves directly, Philip Roth, for God’s sake! We all say, “That’s so great! That’s so interesting!” But if you do that as a woman, it becomes confessional and autobiographical.

Bekentenisliteratuur, beperkt tot de eigen persoonlijke levenssfeer, dat is de nette vertaling van oordelen zoals bijvoorbeeld de jury van de Gouden Strop die vorig jaar nog velde. De jury wees schrijfsters af omdat het in hun boeken vooral zou gaan om relationeel gedoe, zieleroerselen van onevenwichtige dames. En de Ako Literatuurprijs wees schrijfsters af omdat het in hun romans vooral zou gaan om kleine persoonlijke wissewasjes. Ook hier gingen de nominaties naar louter mannelijke auteurs, en ook hier is het geen toeval dat vrouwen buiten de boot vallen omdat hun boeken niet groots en meeslepend genoeg zouden zijn.

De Zesde Clan gelooft niet in toeval. We doen een klemmend beroep op redacties om eens goed na te gaan vanuit welke normen en waarden zij komen tot onderwerpen als ‘broeders en hun brouilles’. Waarom ze het begrip ‘vriendschap’ als vanzelfsprekend verbeelden  als twee jongens. En niet twee meisjes, of iets anders. Ze zouden er zomaar achter kunnen komen dat het bij dit symbolische en universele eigenlijk gaat om het mannelijke. Met die focus, die zogenaamd alleen draait om kwaliteit, sluiten ze de helft van de bevolking buiten. Dat kan nooit de bedoeling zijn.