Tag Archives: bewustwording

Vier op de tien mannen erkent seksisme

Wow, niet slecht. Veertig procent van ondervraagde mannen erkent dat seksisme bestaat en dat vrouwen er hinder van ondervinden. Dat blijkt uit onderzoek van Pew Research Center. Van de ondervraagde vrouwen oordeelt 63% dat seksisme nog steeds bestaat. En de overige circa 60% mannen en 40% vrouwen? Die hebben waarschijnlijk moeite met het erkennen van hun eigen vooroordelen, denkt The Guardian. Seksisme zit zo diep verankerd in maatschappelijke systemen en onze eigen gevoelswereld, dat het onbewust overal in sluipt.

Bij de beoordeling of seksisme nog bestaat en vrouwen hindert, maakt je sekse veel uit. Vrouwen hebben andere ervaringen dan mannen en komen zodoende vaker tot een andere mening. Neem de verkiezingscampagne in de Verenigde Staten. Veel mannen denken dat Hillary Clinton voordeel heeft van haar sekse. Trump klaagde zelfs in het openbaar dat Clinton haar ‘vrouwenkaart’ inzet en zo oneerlijk voordeel zou krijgen. Vrouwen schatten juist in dat Clinton’s sekse een nadeel is. En ze somden op wat de vrouwenkaart brengt: onder andere geweld, een lager loon, hoon en discriminatie.

Vrouwen zien het goed. Sinds er onderzoek naar wordt gedaan, blijkt dat mensen slecht tegen vrouwen kunnen die onnatuurlijk gedrag vertonen (zoals fel debatteren) of onnatuurlijke ambities hebben. Als samenleving straffen we haar, want ze overtreedt de ‘regels’. Zo geven wij als samenleving mannen meer kans. Ze krijgen promotie op grond van verwachtingen, terwijl vrouwen pas in aanmerking komen voor een hogere positie als ze keer op keer bewezen hebben dat ze de baan aankunnen. Ook naar: mannen die feministische kwesties aankaarten die vrouwen al decennia proberen te agenderen zijn helden, terwijl vrouwen zeurende mannenhaters heten. Dat dit oneerlijk is, zien steeds meer mannen in. Hoera!

Seksisme is de lucht die we inademen. Ik vind het persoonlijk top dat zo’n vier op de tien mannen en zes op de tien vrouwen zich er van bewust zijn dat die giftige zooi dromen fnuikt en ambities bitter maakt. Daarom blijft bewustwording bereiken zo’n belangrijk thema. Mannen hebben daar een cruciale rol bij – de veertig procent die inziet dat vrouwen achtergesteld worden, kan de andere 60% mannen hopelijk helpen om dat ook in te zien.

Voor degenen die nog niet zo ver zijn helpen misschien harde cijfers, gedegen onderzoekpersoonlijke verhalen, en eigen ervaringen. Ooit valt dan het kwartje wel, met wat goede wil en menselijk fatsoen:

This isn’t about casting women as victims or making villains of men. It’s about taking personal responsibility for the part we all play, albeit often unintentionally, to perpetuate the status quo and in having the courage to do our bit to change it.

Seksueel geweld: mannen krijgen het door

Hashtag #zeghet levert nog dagelijks schrijnende ervaringsverhalen op van vrouwen die te maken kregen met seksuele intimidatie en geweld. Bij de reacties staan veel twitterberichten van mannen die zich op hun pik getrapt voelen. Ook mannen die zich verbazen over de hoeveelheid ellende die vrouwen melden. Is het echt zo erg? Ja, het is echt zo erg. En steeds meer mannen krijgen dat door.

Mannen leven in een andere wereld dan vrouwen (*kuch* male privilege *kuch*). Ze lopen minder risico op straatintimidatie, ongewenste intimiteiten, aanranding en verkrachting. Dat maakt het moeilijker om je in te leven in de situatie van een ander:

Veel mannen lieten op Twitter weten dat ze schrokken van de omvang van het probleem, van de verhalen die ze plotseling van naasten hoorden. 

Schrik, ”plotseling” iets horen, dat zijn termen die passen bij fenomenen zoals ‘de schellen vallen van je ogen’, er vallen kwartjes, er gaat mensen een lampje op. Da’s top. Want mannen zijn mensen met gevoel en verstand. Waarom zouden zij niet in staat zijn te snappen dat vrouwen in rotposities terecht kunnen komen?

Neem Sam Gerrits. Die signaleert vanuit zijn eigen werkervaringen en contacten met cliënten dat seksuele intimidatie en verkrachting diepe sporen nalaten in de psyche van meisjes en vrouwen. Hij juicht #zeghet toe, omdat de actie zorgt voor bewustwording. De berichten doorbreken het stilzwijgen rondom seksueel geweld. Dat draagt bij tot begrip:

Ik denk niet dat ik de enige man ben die onder de indruk was van de #zeghet verhalen op Twitter. […] En dan heb ik het nog niet eens over de mannen die gisteren door #zeghet dingen spontaan zijn gaan snappen. Vriendjes die ineens door hebben waarom hun meisje zo overspannen reageert op bepaalde grappen, mannen die voor het eerst horen waarom hun vrouw nooit naar die en die kroeg wil.

#Zeghet hielp ook Peter Kwint om te beseffen dat hij echt in een andere wereld leeft dan vrouwen.   Dat vrouwen meer dan mannen in aanraking komen met intimidatie, aanranding en verkrachting kon hij ”met een beetje empathie nog wel raden”. Maar dat het zo vaak voorkomt, en zo veel, en ook bij vrouwen die hij kent en van wie hij nooit eerder iets hoorde, dát raakte hem. Hij noemt zichzelf nu bewuster dan voorheen.

Met hun artikelen dragen deze mannen bij aan meer bewustwording. Hard nodig, want bij seksueel geweld helpt het niet om vrouwen te adviseren hun gedrag, kledingkeuze en bewegingsvrijheid aan te passen. Sterker nog, dit kan leiden tot impliciete verwijten aan vrouwen, of zelfs beschuldigingen van het type ‘had je maar’. Ook geeft het geen pas om aan te zetten met dooddoeners van het type ‘mannen zijn nou eenmaal mannen’. In het filmpje: ‘beren zijn nou eenmaal beren’. Ja, en? Moeten we dan stil blijven zitten en de andere kant opkijken, want tsja, boys will be boys?

Seksuele intimidatie en geweld gaan ons allemaal aan. Mannen maken net zo goed deel uit van sociale mores die seksueel geweld in de taboesfeer houden en vrouwen er de schuld van geven. Daarom vind ik het zo fijn om de berichten van mannen als Kwint en Gerrits te lezen. Het is een eerste stap. Wie weet gaan ze hun maten voortaan aanspreken op seksistisch gedrag. Wie weet roepen ze vaker dan voorheen mensen tot de orde die de ervaringen van vrouwen wegwuiven.

Het hoeft helemaal niet groots en meeslepends te zijn. Veranderingen beginnen bij jezelf, met kleine handelingen, een opmerking hier, een steuntje in de rug daar. Met een beetje geluk breiden dit soort goede voorbeelden zich uit tot alle lagen van de bevolking. Wie weet kunnen wij vrouwen dan ongestoord over straat lopen. Rustig ons werk doen, zonder bang te zijn voor betastingen en ongewenste seksuele aandacht. Gerust een date regelen met een leuke man, zonder vrees voor aanranding of verkrachting. Wat zou dat heerlijk zijn.

UPDATE: nog een man die wakker schrok. James Worthy las de berichten op #zeghet, en begon zichzelf het een en ander af te vragen:

Dat hele #zeghet gebeuren op Twitter heeft mij enorm aan het denken gezet over mezelf en of ik weleens grensoverschrijdend bezig ben geweest. Ik belde een ex op en vroeg aan haar of haar grenzen nog intact waren toen ze mij dumpte. Het bleef lang stil, totdat ze begon te praten. “Het leek soms net of de lattenbodem iedere avond stuk moest. Als ik mijn kleren uittrok, verdwaalde je vrijwel direct in een soort mist die schizofreen maakte.” Ik belde nog een ex, en nog een ex en toen belde ik mijn vrouw. En allemaal hadden ze het over die mistbanken.

Het brengt hem tot een nieuwe definitie van mannelijkheid als het gaat om relaties met vrouwen. Heel goed.

Internet is een machtig wapen voor meer bewustwording

Leve internet. Moesten we eerst beetje bij beetje patronen helder krijgen en konden we inzichten eerst slechts via papier verspreiden, nu hebben we internet. Dat blijkt een machtig wapen voor meer bewustwording. Zo benadrukken mensen bericht na bericht, foto na foto, andere manieren van kijken. Meest recente voorbeeld: #ilooklikeasurgeon, ik zie eruit als een chirurg. Of geven ranglijsten onbedoeld een perfect bewijs voor de dubbele moraal waarbij hij goed is en zij slecht.

We ‘weten’ allemaal dat de chirurg een man is. Want als er ergens in een tijdschrift, televisieserie of  andere media sprake is van een chirurg is dat de beelden die je erbij krijgt. Vrouwen zijn die mannelijke beeldvorming zat en zetten op dit moment foto’s van zichzelf op Twitter. Kijk, deze vrouw is een chirurg. Deze vrouw ook. Zij ook.

Hetzelfde geldt voor ingenieurs. Ook hier stel je jezelf automatisch een man voor, omdat je meestal een foto of filmmateriaal van een man ziet als het gaat over ingenieurs. Een vrouwelijke ingenieur, Isis Wenger, besloot vuur met vuur te bestrijden en via Twitter wereldkundig te maken dat een vrouw dit beroep ook prima kan uitoefenen.

Wenger kwam tot haar actie nadat ze mee had gewerkt aan een reclame voor het bedrijf waar ze werkt Daarop ontving ze vijandige reacties. Veel mensen zouden in het zicht van die haat in elkaar krimpen – een hele menselijke reactie. Wenger wist de haat gelukkig om te buigen tot iets positiefs, te weten de Twittercampagne:

I didn’t want or ask for any of this attention, but if I can use this to put a spotlight on gender issues in tech I consider that to be at least one win. The reality is that most people are well intentioned but genuinely blind to a lot of the crap that those who do not identify as male have to deal with.

De Twittercampagne kreeg ook onverwachtse effecten. Zo surfden veel vrouwen naar de site van Everyday sexism om hun ervaringen tijdens hun studiekeuze, opleiding en werk te beschrijven. Naast een berg ongelofelijk ouderwets seksisme, hebben sommige vrouwen gelukkig ook betere ervaringen. Er vallen bij die voorbeelden eindelijk kwartjes bij omstanders:

Sexism is when two subcontractors walk into the site office and ask for someone from my company. I step up to greet them, but they look straight past me at my (male) boss, to ask him a question. Feminism is when my boss looks at them, looks at me, turns his back and says: ‘Ask Holly, she’s the site engineer.’ Victory is the feeling you get when you see the faces of the two subcontractors, as they realise a woman half their age is the one in charge.

Naast al deze bewuste pogingen tot bijstelling van dominante beelden, kunnen internet ‘producties’ ook onbedoeld een feministisch bewustzijn bevorderen. Een voorbeeld vormen digitale lijsten met de meest gehate sterren. Verrassing, die voor feministen geen verrassing zal zijn: de rangorde maakt duidelijk dat het publiek vrouwelijke sterren veel harder bekritiseert, en hen vermeende wandaden veel langer aanrekent, dan mannelijk sterren. Een ster zoals Bill Cosby kan zoveel vrouwen molesteren dat ze niet allemaal op de voorpagina van de New York Times passen en tóch populairder blijven dan de Kardashians.

Dit lijkt triviaal, maar dit soort discriminatie en haat heeft grote gevolgen. Website Daily Dot noemt actrice Anne Hathaway als voorbeeld. Die gaf in 2013 een paar irritatie opwekkende interviews over haar rol in de musicalfilm Les Miserables en kwam daarna nauwelijks meer aan de bak. Alsof ze melaats was. Pas onlangs kreeg ze weer een bijrolletje, in de SF film Interstellar.

Wat zijn in hemelsnaam de misdaden van deze vrouwen, kun je je afvragen. Nou, het patroon komt duidelijk naar voren:

across the list, a familiar pattern emerged: 14 of the 21 entries were women, whose descriptions were peppered with adjectives like “difficult,” “intolerable,” and “bratty.” Across the Internet, it’s actually hard to find a case where a man ranks in first all by himself. On BuzzLamp’s most-hated list, Kris Jenner and Kardashian come out on top, and hating them more than criminals, abusers, or alleged rapists isn’t even all that culturally specific: They also are the “winners” of South Africa’s Channel 24’s unlikability survey as well.

Dat roept terecht vragen op. Je kunt dit soort bewijs moeilijk ontkennen: het staat er, je kunt turven, je kunt lezen wat er staat. Met een grimmig plaatje tot gevolg. Dat kan de aanzet geven tot meer bewustwording. Zo werkt het dus… Het valt te hopen dat mensen, die dit eenmaal een keer door kregen, zichzelf wat vaker achter de oren krabben nadat ze zonder na te denken een vrouw hebben uitgemaakt voor moeilijk kreng. En zich afvragen: waarom doe ik dit, en kan het anders? Leve internet!

Internet en haat vormen een giftige cocktail

Hoeveel vrouwen zouden zijn afgehaakt op internet, vanwege voortdurende haat? Die vraag komt aan de orde in verschillende artikelen in Engelstalige media. Steeds meer mensen pleiten ervoor online haat serieus te nemen als een probleem rondom mensenrechten. Want als het digitale klimaat zo giftig is dat vrouwen afvallen, heeft dat ingrijpende gevolgen voor werk, inkomen, je sociale leven en het uiten van je creativiteit.

De impact op werk, deel kunnen nemen aan het publieke debat, je veilig voelen, dat alles zijn redenen waarom Amanda Hess internethaat definieert als een mensenrechten-probleem. De haat komt neer op discriminatie en bekrachtigt het beeld van de vrouw als de geminachte Ander, die op moet zouten:

On the Internet, women are overpowered and devalued. […] ..when anonymous harassers come along—saying they would like to rape us, or cut off our heads, or scrutinize our bodies in public, or shame us for our sexual habits—they serve to remind us in ways both big and small that we can’t be at ease online. It is precisely the banality of Internet harassment, University of Miami law professor Mary Anne Franks has argued, that makes it “both so effective and so harmful, especially as a form of discrimination.” The personal and professional costs of that discrimination manifest themselves in very real ways.

De vraag naar de precieze concrete schade blijft een vraag, omdat onderzoek meestal ontbreekt. We moeten het doen met individuele anekdotes. Bestaand onderzoek steunt de teneur van die persoonlijke ervaringen echter. Wie zich bijvoorbeeld met een vrouwennaam op een chatsite meldt, krijgt 25 keer zoveel zooi naar haar hoofd geslingerd dan een als mannelijk geïdentificeerde deelnemer. En in de V.S. blijkt uit onderzoek dat het percentage deelnemers aan discussiefora daalde van 28 naar 17 procent. Die daling kwam bijna geheel voor rekening van vrouwelijke internetgebruikers. Een plus een is….

In het licht van al die feiten is het des te erger, dat allerlei mensen blijven ontkennen dat er een probleem is. Iedereen heeft toegang tot internet, niemand verbied je om iets te publiceren, als je afhaakt was dat omdat je dat zelf wilde, dus waar gaat het over. Bovendien gaat het om een virtuele vorm van intimidatie. Je hebt niet te maken met een verkrachter die zich onder je bed schuil houdt, dus wat is het probleem? Om die reden halen autoriteiten vaak hun schouders op. Agenten weten niet wat ze met zulke situaties aan moeten.

De aard van internetintimidatie maakt dat je pas merkt hoe erg het is, als je het zelf ervaart. Ook Conor Friedersdorf zegt in The Atlantic dat hij in eerste instantie niet snapte waarom vrouwen zich zo druk maakten. Als man kreeg hij ook vanalles over zich heen, inclusief doodsbedreigingen. Hij kon daar tegen, dus wat zeuren die vrouwen? Pas toen hij een tijdje een journalistiek weblog van een vrouwelijke collega bijhield, en de commentaren las die zij dag in dag uit ontving, begreep hij dat vrouwen een speciaal soort reacties over zich heen krijgen.

Friedersdorf schrok van de zeer persoonlijke, hypergeseksualiseerde uitingen van blinde haat. Reacties die, ook als je ze probeert te negeren, een onevenredig grote belasting vormen. Hij had zelf geen idee dat het zo erg was, omdat hij dit type reactie normaal gesproken niet zag. Nu pas begreep hij bepaalt gedrag van vrouwelijke collega’s. De zelfcensuur, bijgestelde ambities en inperkingen, zoals stoppen met een politiek weblog. En kreeg hij een idee van de schade:

This is the very time that people like Matt Yglesias and Ezra Klein were building the personal blogs from which they would become successful national pundits. One wonders how many equally talented women we missed out on reading due to misogynists hurling vile invective at rising female journalists.

Kortom, pas als mensen met privileges zelf ervaren hoe de wereld eruit ziet voor iemand die afwijkt van de norm, krijgen ze door hoe ingrijpend internaathaat is. Dat maakt de aanpak lastig. Keer op keer moeten de ogen van een individueel persoon geopend worden. Tot die tijd krijg je vooral minachting of bagatelliserende opmerkingen over je  heen, als je de haat aan de kaak wil stellen.

Doen alsof er geen probleem is, tovert het probleem niet weg. Doorgaan met een gestructureerde bewustwordingscampagne is het enige wat er op zit. Omdat het gaat om een mensenrechtenprobleem. En omdat de digitale haat samen hangt met praktijken uit de dagelijkse realiteit:

The men screeching at you online to shut up—or condescending to you about how cute it is that you think you have an opinion—aren’t outliers. They reflect reality. They just do so in a way that’s more direct, because the social structures that allow sexism in real life to be more subtle haven’t really taken hold on the internet. The fact of the matter is these kinds of pressuring tactics do work to silence women’s voices, and that alone is reason enough to take them seriously.

Belgisch onderwijs respecteert het kind

België geeft het goede voorbeeld in onderwijsland. Eind vorig jaar ondertekenden de Vlaamse minister van Onderwijs en Gelijke Kansen, en talloze koepelorganisaties, een verklaring. Daarin staat dat de ondertekenaars onder andere willen bevorderen dat leerlingen en onderwijzers een genderbewustzijn ontwikkelen, zodat betrokkenen zien hoe traditionele verwachtingen over jongens en meisjes ongelijkheden in stand houden. Eind mei 2013 volgt een landelijke studiedag in Brussel, om deze en andere afspraken in de praktijk vorm te geven.

Het programma ziet er vernieuwend, inspirerend en optimistisch uit. Te beginnen met een introductie van het begrip gender, en de link met heteronormativiteit en homofobie. Niemand minder dan Dr. Elizabeth Meyer, van de California Polytechnic State Universiteit, zal deze openingslezing houden. De rest van de dag kunnen onderwijzers en schooldirecteuren zich buigen over allerlei actuele kwesties.

Ook de situatie van jongens in de klas komt aan bod. In Nederland krijgt dat vaak een verongelukt toontje – jongens doen het slechter dan meisjes, dus moet het onderwijs jongensvriendelijker worden gemaakt en moeten mannelijke docenten meer ruimte krijgen. Zo niet in Belgie. Daar neemt Wendelien Vantieghem van de universiteit Gent – Onderzoeksgroep CuDOS (60’) – allereerst de houding van jongens onder de loep. In het bijzonder

de impact van een “macho- mannelijke” anti-schoolcultuur op het studiegedrag- en de attitudes van jongeren. Verder beschouwen we de impact van de identiteitsontwikkeling tijdens de puberteit, met speciale aandacht voor de genderidenti- teit. Ten slotte gaan we wat dieper in op mogelijke aanknopingspunten voor scholen en beleid om met deze processen om te gaan.

Kijk! In Nederland beschikt de overheid ook over goed wetenschappelijk onderbouwd onderzoek waaruit blijkt dat de anti school houding van jongens een van de belangrijkste oorzaken van hun relatieve achterstand vormt. In de praktijk hoor je in de media echter alleen pedagogen die terugwillen naar de jaren vijftig, toen jongens nog jongens mochten zijn, mannen nog échte mannen waren, en vrouwen hun plek wisten. Wat fijn dat ze in België wel linker uitkijken om mee te gaan in dat soort conservatisme.

Kritisch analyseren wat er speelt rondom gender is belangrijk, omdat het schadelijk voor hun ontwikkeling is om kinderen in een strak rollenpatroon te proppen. Om die reden strijden ouders en deskundigen in Engeland bijvoorbeeld ook tegen seksistische marketing, onder andere via de beweging Laat Speelgoed Speelgoed zijn (LTBT):

“Ideas of gender are limiting to children,” says Lise Eliot, neuro- scientist and author of Pink Brain, Blue Brain: How Small Differences Grow Into Troublesome Gaps – And What We Can About It. Eliot supports the LTBT movement, explaining: “Children are very black and white in their attitudes. They perceive gender as opposites because we often present it very simplistically as such. This is not the case, though: we are not opposites. “Psychologically and neurologically there are far more similarities than differences, particularly in children. By imposing these categories on children through the options we present them with, we limit their interests what they might become.”

Belgische onderwijzers en pedagogen letten om die reden op gender – namelijk om stereotypering te bestrijden en kinderen een kans te geven zelf te ontdekken wat ze leuk vinden om te doen, en over welke vaardigheden ze beschikken. Nederland, kijk asjeblieft eens wat onze zuiderburen doen. En volg hun goede voorbeeld. Het Nederlandse onderwijsklimaat zal er flink van opknappen. En misschien gaan jongens dan eindelijk weer wat positiever denken over leren en studeren, zonder dat je het onderwijs vrouwonvriendelijk hoeft te maken.

België pakt gender apartheid in de klas aan

Hoe vaak zeggen ouders en docenten niet tegen een jongen: ‘niet huilen, je bent toch een stoere vent?’ Het lijkt nergens over te gaan, maar samen met nog duizend andere van dit soort aanwijzingen krijgen jongens en meisjes er al vroeg ingeramd hoe ze zich dienen te gedragen. Met alle gevolgen van dien. De Belgische lerarenorganisatie Klasse wil een einde maken aan dit soort stereotiepe opvoeding. Met de campagne ‘Meisjes zijn anders, jongens ook’ wil de organisatie zowel docenten als ouders bewust maken van de manier waarop ze kinderen in een genderkeurslijf persen. En dat het ook anders kan.

Klasse wil docenten bewust maken van hun verschillende aanpak van jongens en meisjes. Zo blijkt uit onderzoeken dat leerkrachten meisjes meer herhalingsvragen stellen, terwijl jongens vaker doordenkvragen krijgen. Docenten prijzen jongens om hun intelligentie en meisjes om hun inzet. Voorlichtingsmateriaal voor vervolgopleidingen toont jongens als dokter, ingenieur en piloot, terwijl de meisjes voorbeelden zien van verpleegsters of secretaresses. Ook docenten doen mee aan die genderapartheid. Bij het begeleiden van leerlingen sturen ze jongens vaak onbewust een andere kant op dan meisjes. Hij naar de technische school, zij naar een verzorgend beroep.

Die stereotiepe benadering blijft niet zonder gevolgen. Jongens doen het wat slechter op school, maar komen vaker terecht in opleidingen met status en banen die veel verdienen. Meisjes doen het wat beter op school, maar komen daarna terecht in het roze ghetto van de slechtbetaalde dienstverlenende sector. Klasse wil docenten  een beter doordacht jongens en meisjesbeleid te laten voeren. ,,Dat wil zeggen: balanceren tussen een gelijke aanpak voor jongens en meisjes en waar mogelijk rekening houden met de verschillen,” aldus de organisatie.

Niet alleen docenten krijgen te maken met deze campagne. Klasse neemt ook de ouders mee in de bewustwording. Klasse voor Ouders confronteert 700 000 gezinnen met hun vooroordelen over meisjes en jongens. De campagne wordt ondersteund door nieuwsbrieven, filmpjes en een brochure.