Tag Archives: bedrijfsleven

Vrouwen krijgen minder kansen en hardere straffen

Mannelijke financiële adviseurs gaan twee keer zo vaak de fout in als hun vrouwelijke collega’s. Maar als vrouwen de fout in gaan, lopen ze een 20% groter risico op ontslag. Vervolgens krijgen ze ook nog eens minder vaak dan mannelijke ‘daders’ een tweede kans in hun bedrijfstak. Dat blijkt uit een jarenlange studie naar de personeelsrapporten van 1,2 miljoen Amerikaanse adviseurs en aandelenhandelaren, die een disciplinaire maatregel opgelegd kregen.

 

Waarom zijn vrouwen toch zo perfectionistisch? Als ze ‘gewoon’ eens durfden, ‘gewoon’ genoegen namen met een zesje, komt alles goed. Zo luidt de gebruikelijke riedel in Nederlandse media. Deze riedel heet framing – de bril waardoor veel auteurs problemen bekijken. Let maar eens op hoe vaak een opinieschrijver een situatie op deze manier voorstelt. Het ligt aan vrouwen zelf. Zo ook met perfectionisme. Vrouwen, stop met alles perfect willen doen! Je verpest het voor iedereen en vooral ook voor jezelf! Geen wonder dat je loopbaan stagneert, enz.

Wat deze verhalen echter weglaten, is dat vrouwen onder zware druk staan om het perfect te doen. Wij mensen geven vrouwen namelijk veel minder kansen dan mannen, en straffen vrouwen behoorlijk hardvochtig als ze fouten maken. Zoals uit het Amerikaanse onderzoek naar financiële professionals blijkt. De wetenschappers die de 1,2 miljoen disciplinaire rapporten doorploegden, concluderen:

The authors, who teach at the University of Chicago, Stanford University and the University of Minnesota, suggested the difference represented “taste-based discrimination” in the industry.“The financial advisory industry is willing to give male advisers a second chance, while female advisers are likely to be cast from the industry,” they wrote.

Als een misstap meteen einde oefening betekent, kijk je als vrouw wel linker uit om risico’s te nemen of het rustig aan te doen.  Je ziet deze bestraffende houding overal terug. Neem de filmindustrie. Gemiddeld krijgt een ervaren, bekende regisseuse eens in de tien jaar de kans aan het roer van een grote film te staan. De banen gaan vooral naar blanke mannen, waaronder mannen met een flop op hun naam.

Geen probleem, voor een man. Krijg je als vrouw echter die ene kans en mislukt het, dan gooit Hollywood de deur dicht. Dat heet het Ishtar-effect, naar de gelijknamige film die flopte. Ishtar betekende het einde van de loopbaan van Elaine May. Warren Beatty en Dustin Hoffman waren medeverantwoordelijk voor de flop, maar zij hadden geen enkel probleem daarna nieuw werk te vinden.

Hetzelfde patroon duikt op in het bedrijfsleven. Als het minder gaat met een bedrijf, krijgt een vrouwelijke directeur (CEO) in vergelijkbare omstandigheden veel meer kritiek te verduren dan een mannelijke directeur. Leidde een vrouw het noodlijdende bedrijf, dan kreeg zij de schuld van de malaise in 80% van de nieuwsartikelen over de situatie. Bij een man gebeurde dat in slechts 31% van de gevallen.

De lijst onderzoeken is eindeloos lang. Overal hetzelfde meten met twee maten. Overal hogere eisen aan vrouwen, en zwaardere straffen als ze niet supergoed zijn. Dat gebeurt ook in Nederland. Mannelijke voetballers maken er een puinbak van en de enige vraag is ‘welke coach helpt hen er weer bovenop.’ Als de resultaten van voetbalsters tegenvallen, of een voetbalclub zit financieel krap, heet het meteen ‘hef vrouwenvoetbal maar op‘.

Kortom, gewone, middelmatige vrouwen redden het niet. Gewone, middelmatige mannen wél. Mannen mogen falen en krijgen daarna vaak een tweede kans. Mensen zien mogelijkheden bij mannen en geven hen promoties, terwijl vrouwen aan een plakkende vloer kleven. Vrouwen kunnen er niet van uit gaan dat zij snel kansen krijgen. En ze liggen er verdacht snel uit. Wetenschappelijk bewezen feit.

Maar er heerst een oorverdovende stilte over dit structurele seksisme waardoor vrouwen in de marge verdwijnen. Diverse mensen voeren diverse redenen aan naar het hoe en waarom van die stilte. Vrouwen komen niet vooruit omdat mensen diversiteit onbelangrijk vinden en zich niet oprecht inspannen het speelveld gelijker te maken. Of ze ontkennen dat mannen veel meer kansen krijgen dan vrouwen, omdat dit makkelijk is. Lekker wegkijken en genieten van je privileges, met als bonus dat je kunt neerkijken op al die domme vrouwen die een probleem hebben omdat ze het niet goed doen.

Vrouwen zijn echter niet gek. Wij zien de dubbele moraal wel degelijk, en ervaren de oneerlijkheid:

Why do women have to be exceptional to warrant fair treatment? If I’m a female and am pretty average at my job, I should be afforded the same luxuries as any man who is also pretty average at the same job. My biggest gripe with all of this, is that a Dud Male Boss hardly ever gets called out for being a dud. It’s almost as if being male and “ok” at your job, means that you can get away with being a terrible manager and continue to progress to a decent middle management job. But put a female in that same position and every mistake is highlighted, with the insinuation that she’s a dud because she’s female.

Als je dit stuk hebt gelezen, weet dan dat wij allen geleerd hebben vrouwen minder te vinden dan mannen. Wees je ervan bewust. Geef vrouwen bewust meer kansen. Als een vrouw het gedrag van een bepaalde man vertoonde, zouden we dat accepteren? Zo nee, waarom vinden we hem dan nog steeds ok terwijl we haar zouden uitkotsen? Hoe eerlijk is je kritiek? Op die manier kun je jezelf bijsturen en aangeleerd gedrag afleren. Probeer het maar eens. Wie weet wordt de wereld dan wat vriendelijker voor vrouwen.

Advertenties

Onderzoek benoemingen hoogleraren staat niet op zichzelf

Heeeeeej, dat klinkt bekend! Organisaties die formeel procedures hebben om vacatures te vervullen, maar die daar voor banen in de hoogste regionen vrolijk vanaf wijken. Ze adverteren niet met vacatures en gaan uit van persoonlijke netwerken om kandidaten te vinden die ze geschikt achten. Dat bleek uit een onderzoek naar de benoeming van hoogleraren bij Nederlandse universiteiten. En dat blijkt nu opnieuw uit een studie naar benoemingspraktijken bij de grootste bedrijven van Engeland.

Vrouwen vinden is echt niet zo moeilijkGebaseerd op dit schandaal...

Wetenschapster Marieke van den Brink maakte in 2009 furore met haar onderzoek naar de totstandkoming van benoemingen van hoogleraren. Haar studie liet pijnlijk duidelijk zien dat er in de praktijk weinig terecht kwam van formele regels. In 44 procent van de commissies zat géén vrouw. In 64 procent van de gevallen was sprake van gesloten werving: universiteiten zochten kandidaten in hun eigen netwerk. Zodoende benoemden blanke mannen andere blanke mannen via allerlei verborgen achteraf-kanalen.

In Engeland richtte het onderzoek zich naar de werving van topfunctionarissen bij de grootste bedrijven van het land. Hieruit komt hetzelfde mechanisme naar voren. In verreweg de meeste gevallen was er sprake van een gesloten werving. Buitenstaanders hoorden niets over vacatures en konden dus ook niet reageren. In eenderde van de gevallen zocht de top van een bedrijf kandidaten uit het eigen netwerk.

Een woordvoerster van de Equality and Human Rights Commission (EHRC), die de studie verrichte, was duidelijk over het effect van die benoemingscultuur:

“The recruitment process to the boards of Britain’s top companies remains shadowy and opaque and is acting as a barrier to unleashing female talent”

Dat de resultaten zo gelijksoortig uitvallen, ook al betreft het een ander land, een andere periode, en een andere setting, bevestigt nog maar eens de macht van informele mannen-netwerken. Zolang de top voornamelijk bestaat uit machtige mannen die vrouwen niet zien staan, blijven ze soortgenoten aannemen. Als je weer eens leest ”waar zijn de vrouwen” dan weet je nu een belangrijk deel van het antwoord: de poortwachters van de macht houden de deur ferm gesloten. Vrouwen en mannen met een gekleurde huid? Niet welkom. En dat is niet ‘de banenwachtrij’. Dat is domweg seksisme en racisme.

Onderzoek Brekelmans legt vinger op zere plek

De media staan er bol van: kijk, vrouwenquotum mislukt  – iets wat ik al aankondigde in 2011 – en vrouwen willen zelf ook geen quotum om ervoor te zorgen dat besturen van beursgenoteerde bedrijven voor 30 procent uit vrouwen bestaan. Onder andere de Tros Nieuwsshow nodigde onderzoekster Roos Brekelmans deze zaterdag uit om te vragen hoe dat zit. Waarna Brekelmans de vinger op de zere plek legde: vrouwen proberen te overleven in mannenbastions, en als je niks doet behalve een quotum invoeren, kan dat problemen veroorzaken. Ook bij vrouwen onderling.

De presentatoren van de Tros Nieuwsshow begonnen meteen grapjes te maken: ‘oh, dus het ligt aan de mannen’ dat vrouwen geen vrouwenquotum zouden willen. Inderdaad, zei Brekelmans met een over de luidsprekers hoorbare glimlach. Bedrijven zijn vaak door mannen opgezet en opereren met de man als norm, gaf ze aan. Als vrouwen zo’n bedrijf betreden, komen ze terecht in een wereld met een managementstijl en cultuur die niet bij hen passen. In plaats van een glazen lift, zoals voor de mannen, stuiten ze op plakkende vloeren en glazen plafonds. (Als ze al binnenkomen.  En niet zwanger raken op een ongelukkig moment.)

Hoe hoger in de hiërarchie je als vrouw komt, hoe groter de druk. Je moet onder andere spitsroeden lopen. Te vrouwelijk gedrag en je bent ongeschikt, te mannelijk gedrag en je bent een bitch. Als een topvrouw in dat klimaat vrouwen een kans wil geven, vinden mensen je bovendien incompetent – je krijgt sociaal straf. Voor mannelijke bazen geldt dat niet. Die zijn top!

In dat vijandige klimaat kan promotie op basis van een quotum voor vrouwen aanvoelen als een devaluatie van hun positie, schreef Brekelmans in een opiniestuk in de Volkskrant. (Een positie die toch al wankel is – ze zijn immers de vreemde eend in de bijt.) Op Radio 1 lichtte Brekelmans dat verder toe: vrouwelijke leiders willen geloven in een eerlijke wereld. Als zij zelf alle obstakels kunnen overwinnen, zouden andere vrouwen dat ook kunnen doen.

Als je de mannencultuur in organisaties intact laat, en daar alleen een vrouwenquotum bovenop gooit, vreest Brekelmans dat een vrouwenquotum negatieve effecten kan hebben. Het zou bijvoorbeeld de spanningen tussen vrouwen onderling kunnen vergroten. De zittende vrouwen zien zoals gezegd hun positie aangetast, en nieuwkomers lijden onder seksistische aannames dat ze daar alleen zitten vanwege een quotum. Bonuspunten als degene die een vrouw dat verwijt maakt, een man is die zelf alleen op zijn plek zit vanwege het mannenquotum waar niemand over wil praten.

Laten we vooral doorgaan met alle maatregelen die mannenquota doorbreken en vrouwen een eerlijkere kans geven. Want op de radio wezen Brekelmans en de beide Trospresentatoren er gelukkig op dat er echt iets moet gebeuren. Anders blijf je kampen met bedrijven vol mannen op plekken waar een uitstekende vrouw had moeten zitten. In een rechtvaardige wereld zouden vrouwen allang zitten op de plek die ze verdienen. Maar helaas, we leven niet in een rechtvaardige wereld. Tijd om dat in te zien en passend te handelen. Ook al voelt dat raar aan.

Vrouwen kunnen ‘subtiel seksisme’ moeilijk bewijzen

Hoe toon je subtiele discriminatie wettelijk en overtuigend aan? Dat lukt nauwelijks, ondervond Ellen Pao. De Amerikaanse begon een rechtszaak tegen haar werkgever, en dolf het onderspit omdat ze niet spijkerhard kon maken dat haar sekse tegen haar werkte. Ook bij het Nederlandse College voor de Rechten van de Mens halen vrouwen vaak bakzeil, bijvoorbeeld als ze zwangerschapsdiscriminatie aan willen tonen.

… en sekse, zou ik daar aan toe willen voegen.

 

Patronen van subtiel seksisme zijn op zich bekend in de wetenschappelijke wereld. Maar of  een individueel geval een rechter kan overtuigen? Hoe kun je wettelijk en overtuigend hard maken dat een ogenschijnlijk compliment zoals ‘vrouwen hebben een betere emotionele intelligentie’ vaak werkt als een negatief etiket? Hoe toon je het effect aan van neerbuigend taalgebruik in de media, en de invloed daarvan op de kansen van politieke kandidaten zoals Hillary Clinton? En hoe kun je hard maken dat vormen van subtiel seksisme je loopbaan ondermijnen? Zeker als het gaat om zoiets als informele regels, of ‘de bedrijfscultuur’.

Ondertussen weten vrouwen precies dat er iets scheef zit en wat dat ‘iets’ is. Bijna de helft van alle zaken in de categorie ‘discriminatie op basis van geslacht’, behandeld door het College voor de Rechten van de Mens, betrof vrouwen die na de aankondiging van hun zwangerschap in de problemen kwamen. Werkgevers verlengden tijdelijke contracten niet, zeiden opeens dat de vrouw bij nader inzien niet functioneerde, of kwamen er opeens achter dat ze moesten bezuinigen, dus sorry dame, daar is het gat van de deur.

Lang niet altijd kwam het College tot het oordeel dat de werkgever discrimineerde. Gevallen waarbij het ’t woord van de een tegen het woord van de ander was, leidden bijna altijd tot het oordeel ‘ongegrond’. Waar het College bedrijven wél schuldig achtte, was vaak sprake van een duidelijke aanwijzing. Iemand gaf toe dat het baanverlies te maken had met de zwangerschap, of het stond in een e-mail. Dat soort dingen.

Bij gebrek aan dit type hard bewijs staan vrouwen meestal met lege handen, omringd door mannen die geen idee hebben waar die vrouwen nou weer over zeuren. Gelukkig hebben we tegenwoordig internet. Vrouwen kunnen via dit medium ervaringen uitwisselen en zoveel incidenten verzamelen dat het gewicht van het patroon zich kan laten gelden.

Eén vrouw plotseling ontslagen, net nadat ze haar zwangerschap aankondigde? Toeval. Bijna vijftig procent die ontslagen wordt of andere ellende ondervindt, toevallig net nadat ze hun zwangerschap melden? Discriminatie. Een patroon van seksisme. Een hard feit. Iets waar hoognodig meer gewicht aan moet worden gegeven, als het aan mij ligt.

Laten we een mannenquotum instellen

Oei, Niraï Melis kreeg de wind van voren. Ze schreef in Trouw dat een vrouwenquotum voor topfuncties wel eens zeer nuttig zou kunnen zijn: het dwingt mannen tot uitblinken. Ze krijgen namelijk meer concurrentie, en dat betekent dat de zesjes onder de mannen vaker plaats moeten maken voor een vrouw die wél gekwalificeerd is.

Sorry, dit is zooooo 2013!

 

Dat had ze niet moeten zeggen. Het regende kritiek, vaak op de persoon gericht:

Uniekalias – Zou Naraï Melis deze stelling ook kunnen onderbouwen met feiten of wilde ze gewoon lekker uithalen naar die gemene mannen die er de schuld van zijn dat zij nog niet eenzaam aan de top staat? Oh, wacht, sociologe… Laat maar.

Of van de categorie vrouwen de schuld geven:

Sisyphus Lacht – Laat de politiek, mevrouw Bussemaker voorop, maar eens laten zien hoe het moet dan. Voorlopig hebben ALLE vrouwen in het kabinet gewoon braaf toegelaten dat op elke lijst de hoogste vrouw pas op 2 kwam. Allemaal braaf genoegen genomen met een 2e plaats.

Spartuijn – Het zijn inderdaad meestal vrouwen die er voor zorgen dat de man moet uitblinken op zijn werk….Voor de meeste vrouwen zelf hoeft dat allemaal niet zo…Kinderen opvoeden en het huishouden doen verdragen ook geen zesjes cultuur….

Toch komt Melis’ idee niet uit de lucht vallen. Onder andere magazine The Atlantic besteedde onlangs aandacht aan quota, met de kop: heeft de politiek een mannenquotum nodig? Het opinieblad citeerde Rainbow Murray, een politicoloog van de Queen Mary University in London. Ook hij stelt dat het probleem ligt bij de oververtegenwoordiging van mannen. Het zijn er teveel. En net als Melis signaleert hij dat daardoor onder andere teveel matige mannen een plekje krijgen en houden. Murray:

“We cannot automatically assume that men are present in these proportions because they were the best representatives available,” Murray said. “Anthony Weiner? Todd Akin?  Did those guys really get elected because they were the best society had to offer?”

Een mannenquotum heeft volgens Murray nog een ander effect. Bij praten over een vrouwenquotum geldt de man impliciet als norm. Hij is er, niks aan de hand. Vrouwen zijn de buitenstaanders, waar je al dan niet iets mee ‘moet’. Een mannenquotum keert die beeldvorming om. Er moet iets met mannen gebeuren, er is iets met hen aan de hand – en er is iets aan de hand met het systeem waardoor mannen steeds opnieuw mannen benoemen, en vrouwen buiten de deur houden. Zie hier, hier, hier, hier…. enz.

De Engelse krant The Guardian wijdde zelfs een Van de Redactiestuk aan het idee van een mannenquotum. Dat lijkt ondenkbaar, maar deze krant vindt het hoog tijd om het eens te hebben over de bizarre oververtegenwoordiging van blanke mannen. Die dominantie effectief aanpakken met harde quota is volgens steeds meer mensen de enige manier om het bolwerk van al die omhooggevallen old boys-netwerkers open te breken. Vrijwilligheid hielp namelijk niet.

Kortom, verlaag het huidige mannenquotum van 90%. Maak van de huidige papieren tijger regeling in Nederland – een lachertje, zegt het bedrijfsleven zelf – een serieuze maatregel. En heren en dames politici, ga in godsnaam eens aan het werk. Ook al is de huidige regeling zo slap als wat, ook die moet je handhaven:

“Misschien moeten we dáár eerst eens mee beginnen”, zegt hoogleraar Lückerath. “Als de wet zegt dat bedrijven het moeten uitleggen als zij het streefgetal niet halen, moet de wetgever ervoor zorgen dat die wet wordt nageleefd.”

Vrouwen blijken net zo ambitieus als mannen

Vrouwen blijken net zo ambitieus als mannen. Ze krijgen alleen veel minder vaak waar ze om vragen. Dat blijkt uit diverse Amerikaanse studies die zich richtten op de loopbanen van mannen en vrouwen. Managers betalen mannen vanaf het begin een hoger salaris dan vrouwen voor hetzelfde werk, en geven mannen structureel vaker kansen zich te bewijzen in een prestigieus project. Daarna maken zij significant vaker kans op een leuke promotie.

Vrouwen willen zelf niet. Ze onderhandelen niet goed over hun salaris. Ze zijn niet ambitieus. Die kreten hoor je keer op keer zodra de loonkloof ter sprake komt, of het lage percentage vrouwen in topfuncties. Probleem: zodra je goed analyseert wat er gebeurt, kom je een hele andere werkelijkheid tegen.

Zoals: als ongeveer hetzelfde percentage mannen en vrouwen onderhandelt over een hoger salaris, krijgen beiden seksen een verhoging. Maar mannen krijgen een veel grotere verhoging dan vrouwen, zodat ze er uiteindelijk vandoor gaan met 60% van het geld tegen veertig procent voor vrouwen. Sowieso krijgen mannen bij voorbaat al een hoger salaris dan vrouwen. Dat telt op. Uiteindelijk leidt die ongelijke beloning tot een enorme som geld die aan vrouwenneuzen voorbij gaat. Voor 350.000 dollar kun je na je pensioen echt leuke dingen doen. Helaas.

Daarnaast blijkt dat managers huiverig zijn om vrouwen een prestigieus project te gunnen:

the study found that women are perhaps even more anxious to take on these big-time assignments, having more project-based experience than men. Men and women were also equally quick to jump on these opportunities. They both led projects about 18 months after getting their MBAs. Yet men were given larger and more critical projects, with twice the budget of women’s projects, three times as many employees, more visibility to the boss, and a higher level of risk. Women were also given less international experience, even though men are just as likely to turn down these assignments.

Terwijl dat nou net de posities zijn om te laten zien wat je kunt, en dat je klaar bent voor de volgende stap. Het schaadt de kansen van vrouwen als zij die klussen niet krijgen. De promoties gaan daarna naar de mannen en de vrouwen hebben het nakijken.

Perceptie doet ook wat. Neem bijvoorbeeld wetenschappelijke loopbanen aan Nederlandse universiteiten. Uit onderzoek van Marieke van den Brink blijkt dat vrouwen even ambitieus zijn dan mannen, en alleen in het begin van hun wetenschappelijke loopbaan hier en daar kort verlof nemen om kinderen op de wereld te zetten. Toch wordt dit feit gebruikt als knuppel om alle vrouwen in een hok te douwen:

Het deeltijdwerk en zorgtaken van sommige vrouwen (niet van mannen!) blijken echter tot een stereotiep beeld van het ambitieniveau van álle vrouwelijke wetenschappers te leiden. Maar studies tonen aan dat de ambitie en toewijding van vrouwen niet onder doen voor die van hun mannelijke collega’s. Vooroordelen over professionele kwaliteiten van vrouwen blijken dus hardnekkig.

Ook kan je vrouwelijkheid in twijfel worden getrokken. Hetzelfde artikel over het bizar lage percentage vrouwelijke hoogleraren in Nederland besluit met de opmerking:

Aan vrouwen de schone taak om meer te laten zien wat ze in hun mars hebben en dat ze die toga aan willen trekken. En dat kan best zonder in manwijven te veranderen.

Waarom krijgen de mannen geen schone taak om breder te kijken, vrouwelijk talent beter te herkennen, en hun vooroordelen aan te pakken? Dat zou pas een nuttig loopbaan advies zijn. Oh, en: manwijven! Eng! Snel krampachtig je vrouwelijkheid bewijzen nu je uit je rol valt. Ho ho, niet teveel vrouwelijkheid tentoon spreiden. Want dan neemt de omgeving je niet meer serieus. En als je dan compenseert en iets te mannelijk gedrag toont, is dát weer niet goed. Moe, heel moe word je daar van.

De opsomming hierboven wijst op een structureel probleem. Het is een kluwen van vooroordelen, stereotypen en onbewust seksisme, structureel doorgevoerd in loongebouwen, beoordelingen en promoties. Zeggen dat de vrouwen daar iets aan moeten doen, is nogal kort door de bocht. Want tel je alles bij elkaar op, dan is de boodschap is duidelijk:

What does become clear when researchers look at this problem is that women aren’t rewarded for their ambition.

Dat houdt vrouwen inderdaad tegen. Op een gegeven moment raak je zo gefnuikt in je ambities, dat je het opgeeft. Maar dat je uiteindelijk zwicht voor het bakken van cupcakes, wil niet zeggen dat je in het begin niet net zo stond te trappelen als de mannen. En de cijfers bewijzen dat.

P&O goeroes geven Sap trap na

Jolande Sap, de afgetreden partijleider van GroenLinks, krijgt in de Volkskrant een trap na van twee P&O goeroes. In een stuk over vrouwen in topfuncties zeggen ze dat vrouwen best moedig zijn, en zeker wel kwaliteiten hebben, maar daarmee redden ze het niet. Zie het voorbeeld van Sap. Die was ‘emotioneel en te weinig opportunistisch’ om partijleider te kunnen blijven. Een man had het wel gered.

Voormalig headhunter Rochus van der Meer en P&O directeur Ans Knape -Vosmer geven blijk van een nogal apart wereldbeeld. Volgens hen staat niks, helemaal niks, vrouwen in de weg om de top te bereiken. Alleen al hieruit blijkt dat ze hun eigen vakliteratuur of ervaringen van collega’s  negeren.

Daarnaast gaat het duo uit van een onveranderlijke aard van dé man en dé vrouw, en een bedrijfscultuur die is zoals die is. Het enige mogelijke economische model is het model zoals Van der Meer en Knape-Vosmer dat kennen. Met mensen die pas vooruit komen als ze 80 uur per week betaald werk verrichten, bij de gratie van een huisvrouw thuis. Dat dit model gebaseerd is op normen en waarden die werkende vrouwen structureel in het nadeel brengen, vergeet het duo voor het gemak even.

Vanuit al die zogenaamd vaststaande feiten, en genderongelijkheid negerend, moet het daarom volgens deze P&O goeroes wel aan vrouwen liggen dat ze de top meestal niet halen. Geen Stijl vat de vele oordelen die ze vellen mooi samen:

De vrouw “hecht aan haar ‘comfortzone’“. De vrouw “heeft te veel interesses“. Vrouwen “ambiëren geen leiderschap op een macroschaal“. Vrouwen “zijn emotioneel en te weinig opportunistisch“. De vrouw “zal bereid moeten zijn af te wijken van haar emotionele voorkeur“. En natuurlijk “beperkt de prioriteitenbalans van vrouwen hun inzet“. Concluderend: “De marsroute [naar de top] wordt bepaald door de prioriteitstelling van de vrouw zelf. Zij zal concessies moeten doen op terreinen die haar na aan het hart liggen.” Volgens R&A maakt het dus niet uit hoeveel positieve vrouwendiscriminatie je verzint, vrouwenquota opwerpt en succesvolle mannen + grote bedrijven de schuld geeft. Deze emotionele, breed geïnteresseerde, beperkt inzetbare en ambitieloze wezens met nesteldrang zijn hun eigen grootste tegenstander op weg naar de top.

Ja, het is echt 2012, en dit zijn letterlijke citaten.

Vanuit dit wereldbeeld is het voor hen vanzelfsprekend dat de situatie rond Sap bepaald werd door haar vrouw zijn. Als er een man had gezeten, zou die volgens Van der Meer en Knape-Vosmer nog steeds partijleider van GroenLinks zijn. Omdat een man op deze positie ‘rationeler en minder moedig’ was geweest. Toe maar! Vrouw emotioneel, man rationeel. Hoe seksistisch wil je het hebben?

De enige onderbouwing voor dit alles is dit: ‘onze gezamenlijke werkervaring in het personeelsmanagement en in de werving en selectie’. Dat klinkt leuk. Ze hebben gezien wat ze hebben gezien. Dat zal best, maar het probleem is dat individuele mensen een gekleurd wereldbeeld hebben. Het vergt kritisch, verantwoord uitgevoerd onderzoek om vooroordelen, blinde vlekken en automatische aannames uit te sluiten en het effect van onbewuste discriminatie aan het licht te brengen.

Doe je dat, dan blijkt dat mensen niet door hun biologische aard bepaald worden. Zie onder andere hierhier en hier. Machtsverhoudingen, culturele normen en waarden, historisch gegroeide ongelijkheden en verwachtingen spelen een minstens zo grote rol in het ontstaan van zichtbaar gedrag, wie wel gezien wordt als kandidaat voor de top en leverancier van kwaliteit, en wie niet. Zie onder andere hierhier en hier.

Als het gaat om betaalde arbeid en de doorstroom van vrouwen naar topfuncties, zijn het juist P&O functionarissen en headhunters die een grote rol spelen bij het in stand houden van een ongelijk speelveld op de werkvloer. Zulke functionarissen maken deel uit van een cultuur die, om maar eens wat te noemen, vrouwen structureel een lager loon geeft dan mannen voor hetzelfde werk.

Erger nog, hoe harder mensen roepen dat ze alleen letten op kwaliteit, niet op gender, hoe groter de kans dat ze zich in hun werving en selectie laten leiden door vooroordelen. Zie onder andere hier, hier en hier. Oh, en deze, ook een leuk voorbeeld van het zogenaamde gelijke speelveld voor mannen en vrouwen.

Het is heel kwalijk dat Van der Weg en Ans Knape-Vosmer hun seksistische praat presenteren als neutrale feiten. De werkelijkheid, zoals zichtbaar in aantoonbare patronen en getallen, laat echt iets anders zien dan hun subjectieve beleving doet vermoeden. Als ze hun eigen tekst nog eens goed lezen, gaan ze dat misschien zelf ook inzien.  

Man veegt vrouwenquotum van tafel op basis van…. ja, wat eigenlijk?

Errol Keyner werkt als adjunct-directeur en krijgt via Z24, met links via dagbladen zoals Volkskrant en Trouw, een podium om zijn afkeer van een vrouwenquotum te ventileren. Op persoonlijke titel, haast hij zich erbij te vertellen. Keyner voelt zich geprikkeld omdat Eurocommissaris Reding nu echt ernst wil maken met het invoeren van een quotum voor vrouwen aan de top. Dat kan en mag niet, vindt Keyner. De Zesde Clan besteedt graag aandacht aan zijn redenaties, want hij geeft een goed inkijkje in de mentaliteit die vrouwen op hun plek houdt.

Vrouwenquota hebben bewezen effect. Nog een reden voor Keyner om erg bang te worden….

Wat roept Keyner over vrouwenquota? Welnu, achtereenvolgens dit:

  • Quota discrimineren capabele mannen ten faveure van minder competente vrouwen
  • Er zijn veel meer mannen dan vrouwen die de ambitie, ervaring, kennis en talenten hebben om de rol van commissaris zinvol te vervullen
  • discriminatie speelt wel een rol, maar een ondergeschikte
  • Het lijkt dan een kwestie van geduld alvorens de goed opgeleide meisjes geboren rond 1960 rijp zijn voor een commissarispositie
  • De top is alleen haalbaar als rücksichtslos alles wordt opzijgezet voor dat ene. […] Op Reding na, begrijpt ieder zinnig mens dat de top vrijwel onhaalbaar is wanneer je er een decennium tussenuit piept om je grotendeels op het moederschap te richten.
  • als uiteindelijk de top wordt gehaald, heeft de commissaris geen last van het stigma dat ze die positie aan quota te danken heeft.

Dat zijn nogal wat beweringen. Waarop baseert hij zich? Verder dan dat ‘ieder zinnig mens’ dit alles wel weet, komt hij niet. Onderzoeksresultaten, cijfers, uitkomsten van kwalitatieve analyses, het ontbreekt. Geen idee waar Keyner al deze wijsheden vandaan haalt. Het hoofdargument blijkt ‘ik moet er niks van hebben omdat het slecht is en ik er niks van moet hebben’. Lekkere logica van deze meneer.

Daarnaast vertoont zijn verhaal enorme gaten. Zo spreekt Keyner van keuzes zonder de context mee te nemen. Niemand maakt keuzes in het luchtledige. Culturele normen en waarden, randvoorwaarden zoals belastingstelsel en kinderopvang, de manier waarop de economie is ingericht, het speelt allemaal mee. Door dat allemaal weg te laten is het lekker makkelijk om problemen van tafel te vegen. Als er al een probleem is, is dat haar schuld, had ze maar beter moeten kiezen.

Keyner stapt ook heel gemakkkelijk over discriminatie heen. Hij erkent wel dat er iets structureels scheef zit, maar schuift dat weg als zijnde niet zo belangrijk:

Toegegeven, dat zou betekenen dat een kwart in plaats van de huidige 14 procent van de commissarissen vrouw zou moeten zijn. Discriminatie speelt zonder twijfel een kwalijke rol. Voor de goede orde: een ondergeschikte rol.

Punt. Daar houdt het op. Maakt u zich geen zorgen, dames, niks aan de hand, het valt echt reuze mee met de loonkloof tussen mannen en vrouwen, de discriminatie van vrouwen die het wagen zwanger te worden, de structurele onderwaardering van vrouwen en het vrouwelijke, de manier waarop blanke mannen blanke mannen benoemen en talentvolle vrouwen niet eens zien. Als dat en meer al een rol speelt zal dat echt niet zoveel invloed hebben op uw loopbaan, hoor.

Keyner grossiert ook in beladen taalgebruik. Minder netjes gezegd: stemmingmakerij. Zo moet Eurocommissaris Viviane Reding het ontgelden. Ze ‘heeft het op haar heupen’. Nou, als een vrouw het op haar heupen heeft, dan weten we het wel, he?!? Volgens Keyner lijdt ze ook aan ‘blind doorzettingsvermogen’ en ‘frustraties’. Keyner spreekt daarnaast van het ‘door de strot duwen’ van een quotum, bedrijven ‘het mes op de keel’ zetten. Toe maar. Het is nog net niet de Derde Wereldoorlog en de Totale Ondergang van het Bedrijfsleven.

Het is het oude liedje. We moeten vooral geduld hebben, heel veel geduld, dan komt het vanzelf wel goed. Op miraculeuze wijze. Als die domme vrouwtjes maar slimmere keuzes maken, zelf zorgen voor een echtgenoot die hen steunt, familieleden die de kinderen willen opvangen, niet zo zeuren over dat tikkeltje discriminatie, en zonder veranderingen te eisen zichzelf aanpassen aan de manier waarop je volgens Keyner carrière behoort te maken. Namelijk door alles opzij te zetten en je tweehonderd procent in te zetten voor je werk, je werk en nog eens je werk.

Keyner toont zich daarmee een conservatieve man van de oude stempel. Geen woord over de beweging om de arbeidscultuur kritisch te onderzoeken, te pleiten voor een inrichting van de economie en de maatschappij zodat mensen zorg en betaalde arbeid kunnen combineren zonder zichzelf als arbeidskracht te diskwalificeren. Iets waar feministe Joke Smit al in de jaren zeventig voor streed.

Nee, van Keyner moet alles hetzelfde blijven. Voor hem is het vanzelfsprekend dat een topfunctie alleen is weggelegd voor mensen die de vereiste tachtig urige werkweken kunnen draaien omdat er thuis iemand is die voor al het andere zorgt. Waarbij die persoon aan de top toevallig bijna altijd een man is, en degene die thuis de boel draaiende houdt geheel toevallig bijna altijd een vrouw. Toeval, echt waar.

Ondertussen, in de echte wereld. Noorwegen voerde een vrouwenquotum in en bleef gewoon bestaan. Sterker nog, het gaat economisch goed met het land. Feit.

Effectief loopbaanadvies moet rekening houden met gender

De wereld ziet er aantoonbaar anders uit voor mannen dan voor vrouwen, en dat moet ook doorklinken in zaken als loopbaanadvies. Vrouwen die serieus aan de slag willen met hun werk doen er namelijk goed aan om slim te netwerken en niet te vaak van werkgever te veranderen. Terwijl het voor mannen juist voordelig is als ze jobhoppen. Dat ontdekte het Amerikaanse kenniscentrum Catalyst.

Catalyst doet veel onderzoek naar gender en werk. Op basis van harde bewijzen en feiten kon de organisatie de afgelopen paar jaar al een paar conclusies trekken die duidelijk maken dat de situatie op de werkvloer behoorlijk scheef is:

In past Catalyst reports, we tackled a number of persistent myths regarding why women’s 
careers continue to lag men’s. The report Pipeline’s Broken Promise dispelled the myths that 
women lag men in level or salary because of lower aspirations or because they are taking time 
out to have children. And Mentoring: Necessary But Insufficient for Advancement revealed that 
while women have largely heeded the advice that mentors are important, men’s mentors were 
more senior than women’s. Having mentors more highly placed puts men in a better position 
to get sponsorship —the behind-the-scenes support of highly placed influential others— that is 
critical to advancement.

Voor een recent onderzoek naar de ontwikkeling van de loopbanen en het inkomen van mannen en vrouwen zagen ze opnieuw dat het geijkte loopbaanadvies voor vrouwen minder nuttig is dan voor mannen. Vrouwen blijken als sollicitant namelijk beoordeeld te worden op bewezen prestaties. Mannen daarentegen worden aangenomen op basis van hun potentie. Een werkgever heeft bij voorbaat al goede verwachtingen van een zo op het oog solide uitziende mannelijke kandidaat, en is daardoor veel eerder bereid de man aan te nemen en hem een aantrekkelijk aanbod te doen.

Vrouwen krijgen die automatische bonuspunten niet, en dat heeft grote gevolgen voor hun loopbaan. Om alle toestanden rond loopbaanonderbrekingen etc uit te sluiten, onderzocht Catalyst de situatie van ruim drieduizend fulltime werkende mannen en vrouwen zonder kinderen. Uit die analyse bleek bijvoorbeeld dat verandering van werkgever voor vrouwen totaal anders uitpakt dan voor mannen. Mannen bleken gemiddeld 13.700 dollar meer te verdienen dan seksegenoten die op hun plek bleven zitten. Jobhoppende vrouwen gingen juist gemiddeld 53.000 dollar per jaar minder verdienen dan vrouwen die bij hun oude werkgever bleven.

Een andere opvallende conclusie uit het onderzoek was dat vrouwen die met een enorme ambitie zeer pro actief hun loopbaan probeerden te managen, daar weinig mee opschoten. Ook al deden ze alles volgens het handboekje, dan nog bleven hun loopbaan en inkomen op bijna hetzelfde niveau als vrouwen die geen gerichte strategie gebruikten om vooruit te komen. Er was maar één inspanning waarmee vrouwen wél resultaat boekten: slim netwerken.

Dit grijpt terug op het eerdere gegeven dat bedrijven vrouwen beoordelen en aannemen op basis van bewezen prestaties. Hoe meer mensen een vrouw kent, hoe meer mensen weten wat ze aantoonbaar in haar mars heeft, hoe groter de groep die bereid is haar aan te nemen en een goed aanbod te doen. Netwerken, en al netwerkende duidelijk maken wat je kunt en wilt, is daarmee één van de weinige middelen die een individuele vrouw succesvol kan inzetten om de taaie groepscultuur om haar heen te doorbreken.

Het rapport maakt daarmee twee dingen duidelijk. Je kunt als individu wel degelijk invloed uitoefenen. Slim netwerken loont. Maar uiteindelijk legt de vrouw het altijd af tegen de dominante groepscultuur. Keihard bleef namelijk overeind staan dat vrouwen die alles goed deden, daar alsnog minder mee vooruitkwamen dan mannen in termen van salaris en hun positie binnen een bedrijf. Wat ze ook deden, ze bleven vrouwen. En dus misten ze de goodwill en steun in de rug die mannen automatisch ontvangen. Het wordt hoog tijd dat bedrijven zelf ook eens iets gaan doen om een einde te maken aan dit soort oneerlijke praktijken.

België gaat voor vrouwenquotum

Het is officieel: België gaat grote bedrijven met een quotum dwingen meer vrouwen in raden van commissarissen en bestuur te benoemen. Het was een lastig politiek besluit. De oppositie kwam één stem tekort om het voorstel aan te vechten. België verwacht pas over een jaar of twaalf het effect van de maatregel goed te kunnen evalueren. Ondernemingen krijgen namelijk ruim de tijd om hun personeelsbeleid aan te passen.

De Belgische aanpak staat in schril contrast met de Nederlandse polderpolitiek. Die aanpak voorziet in mooie beloftes. Als resultaten uitblijven staat daar geen enkele sanctie op.

De verschillende initiatieven om het glazen plafond te doorbreken komen niet uit de lucht vallen. Het is de Europese Unie een doorn in het oog dat er aan de top zo’n monocultuur van blanke mannen heerst. Neem Nederland: topvrouwen zijn er nauwelijks. Alle ons omringende landen doen het beter en hoewel Nederland hier en daar lichte vooruitgang boekt, valt dat in het niet bij de positieve ontwikkelingen in de rest van de EU. We lopen achter. Maar tot op de dag van vandaag laten ondernemers bestaande projecten om op vrijwillige basis meer vrouwen door te laten stromen naar de top links liggen.

Het enige positieve voor de situatie hier is dat de verschillende uitkomsten van het politieke debat wetenschappers een gouden kans bieden. Ze kunnen nu onderzoeken welke aanpak het beste werkt om het monopolie van blanke mannen te doorbreken. De Nederlandse of de Belgische. Benieuwd welke universiteit dit oppakt!

Nederland kiest voor papieren tijger

De kop van het artikel in de Volkskrant klinkt nog goed: ,In 2016 minstens 30% vrouwen aan de top’. Maar helaas. De Nederlandse regering kiest niet voor een hard quotum, maar om streefcijfers waar geen sancties aan vast zitten. Bedrijven krijgen zodoende alle ruimte om de doelstellingen te omzeilen. Blanke mannen kunnen rustig doorgaan met het benoemen van blanke mannen.

Nederland kan rustig verder slapen, want blanke mannen houden de wacht.

Uit het artikel blijkt dat de politieke wil totaal ontbreekt. De Volkskrant:

De Eerste Kamer, voor het laatst in de oude samenstelling bijeen, stemde dinsdag in met de maatregel die moet leiden tot meer evenwicht in de bestuurskamers. De Tweede Kamer deed dat bijna anderhalf jaar geleden al. De behandeling van het voorstel lag lang stil door de kabinetswissel. Daardoor liet de beantwoording van vragen van senatoren op zich wachten. Het kabinet-Rutte, dat niets ziet in diversiteitsbeleid, werkte eerst een serie andere dossiers af.

Al in 2009, toen de tweede kamer instemde met de streefcijfers, waarschuwden deskundigen al dat het een papieren tijger zou worden. Onder andere de site voor economen Me Judice vond het voorstel niet ver genoeg gaan, op basis van economische en wetenschappelijke argumenten:

Nu hebben Nederlanders een nogal allergische reactie op alles wat naar ‘feministische prietpraat’ ruikt. Maar u hoeft helemaal niet geëmancipeerd te zijn om het plan prijzenswaardig te vinden. Immers, we weten dat diversiteit een bewezen succesfactor is. Uit economische experimenten blijkt dat teams van vrouwen en mannen de beste resultaten opleveren (van den Bos, Harteveld en Stoop, 2009; Gratton, 2007; Kamas, Preston en Baum, 2008; Sent, van Staveren en Vyrastekova, 2009). Met andere woorden, het gaat hier om ‘harde’ economie en niet om ‘softe’ vrouwenemancipatie.

Nu de Eerste Kamer anderhalf jaar later ook akkoord is en de slappe maatregel ingevoerd kan worden, blijft diezelfde kritiek van kracht. Onder andere Opzij heeft geen goed woord over voor de houding van de regering:

Onze Minister President Mark Rutte heeft alvast wel gezegd, dat hij uiteindelijk niet meer dan 50% vrouwen aan de top wenst. ‘Het moet wel leuk blijven,’ liet hij vorige week weten bij de presentatie van het vrouwenhandvest Talent naar de Top. Leuk blijven, zegt de premier. Alsof de zeventig procent mannen (of erger) waarmee vrouwen nu te maken hebben, zo geweldig grappig is.

Angst, vooroordelen, en met het vingertje wijzen naar zeurende feministen, het levert een onsmakelijke cocktail op. Rationele argumenten, bewezen feiten en economische voorspoed hebben het nakijken. Om nog maar te zwijgen over al die talentvolle vrouwen die genegeerd worden om het bestaande mannenquotum te behouden. Een verloren kans.

Topman praat zijn mond voorbij

Vrouwen aannemen voor belangrijke functies? Asjeblieft niet zeg! Het enige wat er dan gebeurt is dat die meisjes prompt zwanger worden en er maanden lang vandoor gaan. Dat zei Simon Murray, een Engelse topmanager. Zijn uitlatingen in een officieel, openbaar interview kwamen hem op veel kritiek te staan. Murray heeft inmiddels zijn excuses aangeboden en gezegd dat hij natúúrlijk een grote voorstander is van vrouwen op hoge posten. Maar ondertussen zei hij gewoon hardop en publiekelijk wat veel mensen stiekum denken.
Simon Murray heeft geen zin om te investeren in vrouwen, want die worden toch maar zwanger en gaan dan weg.

Daarvoor is allerlei bewijs, direct en indirect. Zo publiceerde de Volkskrant bijna tegelijkertijd met de middeleeuwse uitlatingen van Murray een heel artikel over de moeizame relatie tussen werkvloer en zwangere vrouw. Maar liefst de helft van de vrouwen wacht met een zwangerschap totdat ze een vast arbeidscontract heeft, meldt de krant. De vrouwen zijn heel voorzichtig, omdat ze sterk het gevoel hebben dat hun baan gevaar loopt als ze zwanger worden.

Die vrees voor een negatieve reactie van de werkgever blijkt geheel terecht. Keer op keer blijkt dat een baan op mysterieuze wijze verloren gaat zodra de vrouw het blijde nieuws vertelt. Zeker als ze een jaarcontract of ander flexibel contract heeft wordt de zwangere vrouw opeens ongeschikt geacht en neemt een ander persoon opeens haar taken over. De Commissie Gelijke Behandeling kan hier over meepraten: die heeft een paar keer per maand dit soort zaken op de rol staan. In 2008 betrof zelfs 34% van alle oordelen zaken van zwangere vrouwen die rare dingen meemaakten op hun werk nadat ze het nieuws vertelden.

Ook het Meldpunt Discriminatie merkt keer op keer dat werkgevers niet zitten te wachten op een zwangere werkneemster. Het Meldpunt merkt echter dat de zwangerschap vaak niet genoemd wordt als reden voor ontslag of demotie. Werkgevers blijken dondersgoed te weten dat ze aangepakt kunnen worden als ze eerlijk zeggen waar het op staat, en zoeken het dus in vage argumenten waar een vrouw zich moeilijk tegen kan verweren. Zoals economische moeilijkheden waardoor helaas net de zwangere vrouw de laan uit moet. Of het beruchte ‘onvoldoende functioneren’.

Daarnaast heeft de Universiteit van Hasselt onderzoek gedaan. Uit die studie, waaraan Nederlandse en Belgische vrouwen deelnamen, blijkt dat 20% van de vrouwen gediscriminineerd wordt. Nadat ze zwanger raakten, krijgen ze opeens negatieve beoordelingen, blijken ze opeens wegbezuinigd te worden, of is er na hun verlof geen werk meer voor ze. Of alleen lager betaald werk op een lager niveau.

Kortom, Nederland heeft tot nu toe geen topmanager gehad die zo openlijk zijn weerzin tegen zwangere werkneemsters uitsprak. Maar ook zonder openlijke uitspraken is de situatie duidelijk. Werkgevers praten niet, ze handelen. En de zwangere vrouw ondervindt daarvan de gevolgen. In de vorm van verlies van werk, verlies van promoties, problemen bij de terugkeer na het zwangerschapsverlof. Werkgevers mogen sinds 1980 niemand benadelen vanwege een zwangerschap, maar in de praktijk zijn de ideeën van mensen zoals Simon Murray gemeengoed. Te triest voor woorden.

Amerika geeft nieuwe betekenis aan baas in eigen buik

Niet baas in eigen buik, maar bedrijf in eigen buik! Het valt steeds meer Amerikanen op dat hun conservatieve regeringsvertegenwoordigers geen inmenging van de overheid in het bedrijfsleven dulden. Baarmoeders daarentegen zijn vrij wild, hier mag de overheid zich naar hartelust in mengen en regels stellen die steeds strenger worden. De oplossing? Maak van je baarmoeder een bedrijf!

De ACLU, een organisatie die waakt over de privacy van mensen en de naleving van de Amerikaanse grondwet, heeft een website gelanceerd om dit mogelijk te maken. Via Incorporate my Uterus kunnen vrouwen hun baarmoeder laten inschrijven als onderneming. Nu ze een bedrijf zijn, krijgen ze meer vrijheden om zelf te beschikken over hun lijf en leven. Aan mannen is ook gedacht: zij kunnen hun steun betuigen door voor de vorm een fictieve baarmoeder aan te melden.

Aanleiding voor de actie was een debat in het bestuur van de staat Florida. In een discussie over vakbonden en het bedrijfsleven sprak de Democratische afgevaardigde Scott Randolph de volgende woorden:

The point is that Republicans are always talking about deregulation and big government. But I say their philosophy is small government for the big guy and big government for the little guy. And so, if my wife’s uterus was incorporated or my friend’s bedroom was incorporated, maybe the Republicans would be talking about deregulating.”
Randolph kreeg op zijn kop omdat hij dit waagde te zeggen, en nota bene het woord baarmoeder gebruikte. Uterus zou in de ogen van de Republikeinen een vies woord zijn, niet te gebruiken in het openbaar en zeker niet in het bijzijn van bezoekers of jonge uitzendkrachten. Terwijl dit toch echt de correcte, neutraal medische term voor baarmoeder is. De ontzetting van de Republikeinen over het gebruik van het woord uterus zorgde dan ook voor allerlei sarcastische reacties, zoals hier, en hier:
Webmagazine Salon heeft Scott ondertussen uitgeroepen tot held en steunt de Incorporate my Uterus actie van harte:
Scott Randolph is my new hero — in one stroke he managed to not only tie together the entire social agenda of today’s GOP — crush unions, restrict abortions, and allow corporations to do as they please — but to also reveal the hysterical prudery of the folks currently in charge in Florida. A woman’s womb is a scary thing, indeed. Meanwhile, can someone get to work on my next T-shirt: “Get the government out of my uterus, and into Goldman Sachs”?
Wie weet is het ook goed voor de beeldvorming over vrouwen. Uit de abortuswetgeving van de laatste maanden komen vrouwen naar voren als onverantwoordelijke, leugenachtige, impulsieve idioten, die bij het minste of geringste naar een abortuskliniek huppelen. Nu kunnen vrouwen trots zeggen dat ze een eigen zaak hebben en hun eigen lijf managen. Klinkt al veel positiever…

Rechts vecht vrouwenquotum aan

Meldde de Zesde Clan onlangs nog het fijne nieuws dat België kiest voor een vrouwenquotum, moeten we helaas nu al weer melden dat conservatieve partijen roet in het eten gooien. Zowel De Morgen als De Standaard melden dat drie rechtse partijen naar de Hoge Raad stappen om te vragen of  het instellen van een quotum juridisch gezien mag. De partijen proberen ook het debat te ontregelen door de methode van het filibusten toe te passen. Een in de V.S. populaire tactiek die inhoudt dat je net zo lang door ouwehoert totdat er geen tijd meer is om over een wetsvoorstel te stemmen.

Aan dit beeld willen conservatieve partijen liever niets veranderen.

Zonder al deze strategieën zou de Kamer morgen over het wetsvoorstel gestemd hebben. Gezien de oorsponkelijke toezeggingen was de verwachting dat de regeling met 72 tegen en 78 stemmen voor aangenomen zou worden. De wet voorziet erin dat grote beursgenoteerde ondernemingen binnen een periode van vijf jaar een bestuur moeten hebben dat voor dertig procent uit vrouwen bestaat. Een kleine meerderheid van de politiek zag dit als de enige mogelijkheid om serieus iets te doen aan de achterstelling van ambitieuze vrouwen in het bedrijfsleven. Want goede voornemens hebben tot nu toe niks uitgehaald.

Met de stap naar de Hoge Raad bouwen conservatieven een wachttijd in van vijf tot dertig dagen. Of het voorstel opnieuw in stemming komt, en hoe het dan uitpakt, is op dit moment onzeker.

Meer vrouwen levert meer omzet op

Stijgt het aandeel van vrouwen in een onderneming van veertig naar vijftig procent, dan levert dat direct een stijging van de omzet op met 6 tot 7 procent. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam, waar onder andere de Volkskrant vandaag over bericht.

Dit positieve nieuws volgt op twee andere positieve berichten: meer dan drie vrouwen in een raad van bestuur zorgt voor vernieuwing, en meer vrouwen in leidinggevende posities zorgt ervoor dat bedrijven een socialer gezicht krijgen. Ze doen meer aan maatschappelijk verantwoord ondernemen, behandelen hun personeel beter en doneren vaker aan een goed doel.

Het onderzoek van de Uva bracht aan het licht dat bedrijven het beste functioneerden, als vrouwen 50 tot 60% van de mensen uitmaken die aan het roer staan. De onderzoekers:

De bedrijven met 50 tot 60 procent vrouwen aan het roer boekten de meeste omzet, winst en winst per aandeel. Bedrijven met minder vrouwen deden het slechter, de bedrijven met méér vrouwen ook. […] De goede prestaties zijn er aantoonbaar aan te danken dat werknemers elkaars werk goed in de gaten houden, de zogenoemde monitoring. Verder blijken mensen in gemengde teams elkaar de ruimte te geven om zich te ontwikkelen en goede prestaties te leveren.

België kiest voor vrouwenquotum

Over vijf jaar moeten raden van besturen van beursgenoteerde ondernemingen in België voor eenderde uit vrouwen bestaan. Dat meldt De Morgen vandaag. Met het aannemen van deze wet maakt buurland België duidelijk dat het land niet langer wil wachten totdat hoogopgeleide vrouwen vanzelf doorstromen, conservatieve mannen vanzelf plaats maken voor progressievere mensen, of totdat Pasen en Pinksteren op één dag vallen.

De Kamercommissie Handelsrecht nam vandaag een voorstel aan van groene, christelijke en socialistische partijen om een quotum voor vrouwen te introduceren. Ook overheidsbedrijven moeten over vijf jaar besturen hebben die voor eenderde uit vrouwen bestaat. Voldoen overheids- en beursgenoteerde bedrijven na vijf jaar niet aan deze eis, dan mogen de periode daarna alleen vrouwen benoemd worden op opengevallen functies. Net zolang totdat het quotum wel is behaald.

Onmiddellijk na het aannemen van de wet barstte de kritiek los. Zo gaven vertegenwoordigers van het bedrijfsleven in De Standaard aan dat ze de wet een signaal van wantrouwen vinden. Ook een politieke partij, de N-VA, liet onmiddellijk weten de wet aan te willen vechten.

De ontwikkelingen in België zijn het gevolg van beleid van de Europese Unie. De EU wil een einde maken aan het onofficiële quotum van minstens 92% mannen in raden van bestuur, en eist van aangesloten lidstaten dat ze actie ondernemen om meer vrouwen op topfuncties te krijgen. Noorwegen geldt als een goed voorbeeld. Hier moeten bedrijven zich al enkele jaren houden aan een strenge eis van 40% vrouwen in raden van bestuur. De economie in dit land draait nog steeds uitstekend en de ondernemingen hebben de veranderingen goed doorstaan.

Naast België kozen eerder Frankrijk en Spanje al voor het instellen van quota. Duitsland en Nederland zijn er nog niet uit en twijfelen tussen het instellen van quota of het aannemen van een plan van aanpak met goede voornemens. Engeland heeft vorige week gekozen voor goede voornemens. Of dat effect zal hebben, wagen deskundigen te betwijfelen:

Benja Stig Fagerland, who advised the Norwegian government on the issue, said the decision to recommend targets rather than quotas was a cop out. “I don’t think defined targets in the UK will be effective. Unless you want to wait 100 years for boardroom equality the UK needs to introduce quotas.”

Mannen zien probleem glazen plafond niet

Een aantal onderzoeken, uit zowel Nederland als Engeland, brengt een kloof tussen mannen en vrouwen aan het licht. Of het nou gaat om topposities of ‘gewone’ banen in en sector zoals de ICT, een meerderheid van de ondervraagde vrouwen geeft aan dat ze in hun sector meer moeite moeten doen dan mannen om minder te bereiken in termen van salaris en promoties. De meeste mannen geven aan dat ze geen idee hebben waar de vrouwen het over hebben.

Laten we de verschillende zeer recente onderzoeken eens aflopen. Eerst Engeland: daar vond onderzoek plaats naar vrouwen in hoge functies in de grootste ondernemingen van Engeland. Bijna driekwart van de vrouwen, 73% , gaf aan dat zij een ernstig glazen plafond ervaren, waardoor zij niet verder komen dan de middenmoot. Van de mannen dacht maar 38% dat vrouwen extra obstakels tegenkomen op hun weg naar de top. Een behoorlijk verschil van inzicht.

Dan Nederland: vorig jaar publiceerde het blad Computable de resultaten van onderzoek van IT Job Board naar de situatie van mannen en vrouwen in de ICT branche. Driekwart van de ondervraagde vrouwen gaf aan dat zij sterk de indruk hebben dat zij minder salaris krijgen voor hetzelfde werk. Van de mannen dacht juist driekwart dat vrouwen evenveel verdienen als mannen. Daarnaast vond tweederde van de vrouwen dat zij achtergesteld worden ten opzichte van mannen als het gaat om werkomstandigheden en voorzieningen. De meeste mannen dachten dat er geen verschillen waren. Opnieuw een grote kloof in perceptie.

Ook de Emancipatiemonitor 2010 laat een verschil zien. Bijna de helft van de ondervraagde mannen (47%) denkt dat vrouwen evenveel kans hebben om de top te bereiken dan mannen. Van de vrouwen is 38% dezelfde mening toegedaan. Die kloof werkt door in de antwoorden op stellingen. Bijna zestig procent van de vrouwen (59%) vindt dat het aantal topvrouwen de komende vijf jaar moet verdubbelen. Slechts 36% van de mannen ziet de noodzaak daarvan.

Opvallend? Ja. Verbazingwekkend? Nee. Want waar gaat het hier om? Eigenlijk vraag je aan een Afro-Amerikaan of hij wel eens het gevoel heeft gediscrimineerd te worden vanwege zijn huidskleur. Diezelfde vraag stel je ook aan een blanke. Niet zo vreemd dat de blanke veel vaker ‘huh?’ zal antwoorden: hij voldoet aan de norm en komt dat soort discriminatie daarom nauwelijks tegen. Zo gaat het ook met vrouwen, en de problemen die zij als minderheidsgroep tegenkomen als ze zich wagen in gebieden waar mannen de toon zetten. 

Mocht u zich afvragen wie er gelijk heeft, dan is het antwoord eenvoudig: die gevoelens van achterstelling komen niet uit de lucht vallen. Zo krijgt de Commissie Gelijke Behandeling regelmatig te maken met werkgevers die mannen hogere lonen betalen dan vrouwen die hetzelfde soort werk doen. Of vrouwen straffen omdat ze het waagden om zwanger te worden. Of andere soorten van verboden onderscheid op basis van geslacht maken. Zie onder andere deze, deze , deze en deze uitspraken.

Wat betreft het voorbeeld van de ICT: onderzoek van Ernst & Young wees uit dat mannen in de ICT sector procentueel gezien veel vaker dan vrouwen promoties krijgen en hogere salarissen verdienen dan hun vrouwelijke collega’s. Ook hun secundaire arbeidsvoorwaarden zijn beter dan dat van vrouwen. Paar cijfers uit de analyse: 41% van de mannen kreeg een bonus tegen 23% van de vrouwen. Loonsverhoging: 41% van de mannen kreeg geen loonsverhoging, maar bij vrouwen steeg dat percentage naar 58. En eenderde van de mannen kreeg een dertiende maand, tegen 13% van de vrouwen.

Geen wonder dat in 2004 bijna eenderde van de ICT vrouwen uitkeek naar een andere baan, tegen slechts 14% van de mannen: de vrouwen voelden zich achtergesteld en ondergewaardeerd. Vrouwen zijn namelijk mensen. Dus het steekt hen als ze er bijvoorbeeld achter komen dat hun een mannelijke collega meer salaris krijgt dan zij voor hetzelfde werk. En gaan vrouwen zich afvragen wat ze in hemelsnaam aan het doen zijn: al die tijd en moeite steken in iets waar ze veel minder waardering voor krijgen dan een man.

Achterstelling heeft invloed op de ambities en prestaties van de achtergestelde groep. Het wordt hoog tijd dat bedrijven serieuze maatregelen nemen om hun vrouwelijke werknemers even goed te behandelen als hun mannelijke.

Europese landen worstelen met vrouwenquotum

Wat hebben Duitsland, Engeland, België en Nederland met elkaar gemeen? Allemaal zitten ze in hun maag met een monocultuur van blanke mannen in de top, en allemaal worstelen ze met het wel of niet invoeren van quota om meer vrouwen op invloedrijke posities te krijgen. Het Belgische documentatiecentrum Rosa stelt sinds vandaag een speciale webpagina ter beschikking. Hier vind je alle relevante krantenartikelen, de cijfers in België, en een goede opsomming van argumenten voor en tegen quota zoals die gebruikt zijn in de diverse landen. Kortom, alles wat je altijd al wilde weten over quota maar nooit durfde te vragen, je vindt het hier.

Frankrijk zet vaart achter meer topvrouwen

Frankrijk wil af van de eenzijdige blanke mannelijke samenstelling van de top in het bedrijfsleven. Afgelopen donderdag nam de regering een wet aan die grote bedrijven verplicht binnen drie jaar tijd veertig procent vrouwen in leidinggevende posities te hebben. Het land volgt daarmee het voorbeeld van Noorwegen, waar dit al langer het beleid is. Dat land is sinds de invoering van het quotum niet veranderd in een rokende puinhoop, alle doemverhalen ten spijt. Dus wie weet gaat het in Frankrijk ook wel goed. 

De Franse wetgeving gaat gelden voor bedrijven met meer dan 500 werknemers en een omzet van meer dan vijftig miljoen euro per jaar. Op dit moment zitten er in de top veertig van grote bedrijven maar zeven ondernemingen die aan de eis voldoen. Er valt nog een wereld te winnen als het land vrouwelijk talent beter gaat benutten. Met zeven ondernemingen steekt Frankrijk overigens nog gunstig af ten opzichte van bijvoorbeeld Nederland. Daar is de overheid goed bezig, maar benoemden grote bedrijven volgens Management Team vorig jaar nauwelijks topvrouwen.

Geloof in rechtvaardige wereld grootste obstakel voor quotum

In de sociologie/psychologie heet het: het geloof in een rechtvaardige wereld. Als jij hard werkt en talent hebt kom je vanzelf aan de top. Lukt dat niet dan is er iets mis met jezelf. Die overtuiging is één van de grootste obstakels in de huidige discussie over een quotum om meer vrouwen op topfuncties te krijgen. Want het gaat er niet eerlijk aan toe op de werkvloer. Het zijn blanke mannen die bevooroordeeld worden, de promoties krijgen, en onderling de macht verdelen. Met als gevolg dat we de talenten verliezen van vrouwen en allochtonen.

Voorbeeldje? Een peiling bij Trouw, met tot nu toe 1884 stemmen, laat zien dat 47% het eens is met de stelling geen quotum, want ‘in de top tellen enkel persoonlijke kwaliteiten.’ Nog eens 33% van deze groep stemmers is tegen ‘omdat talentvolle vrouwen het wel redden’. Dit is het geloof in een rechtvaardige wereld ten voeten uit. Maar dit geloof is een mythe. Uit de grote berg voorbeelden hier twee ontnuchterende, wetenschappelijk verantwoorde feiten, ondersteund door het beeld wat naar voren komt als je je oor te luisteren legt bij de machtigste bestuurders van Nederland.

Ten eerste: onderzoek over een periode van vijf jaar, naar de loopbanen van meer dan 20.000 werknemers van een groot Canadees bedrijf, bracht aan het licht dat vrouwen nauwelijks kans maken om te ontsnappen aan de onderste regionen van de werkvloer. De promoties in de lagere rangen gingen buitengewoon vaak naar allochtone en autochtone mannen. Vanaf het middenkader hadden ook de allochtone mannen het nakijken. Alleen blanke mannen maakten kans op topfuncties.

Dat vrouwen aan de top niet honderd procent schitterden door afwezigheid was, omdat er een paar zodanig briljante blanke vrouwen rondliepen, dat niemand met goed fatsoen om hen heen kon. Het ging hier om de eenzame uitzondering die de regel bevestigt. Alle andere vrouwen bleven onderaan de arbeidsmarkt steken. Ook als ze talentvol en competent waren, ook als ze zich voor tweehonderd procent gaven, maakt niet uit. De handicap een vrouw te zijn was zo groot, dat alleen buitengewoon briljante blanke vrouwen nog een klein kansje maakten.

Een goed onderzocht voorbeeld dichter bij huis gaat om de benoeming van hoogleraren. Dr. Marieke van den Brink onderzocht hoe dat ging. Wat bleek? Benoemingen verliepen in de meeste gevallen achter gesloten deuren, via informele procedures. Blanke mannen zochten naar hoogleraren in een kring van blanke mannen. Ze herkenden het talent bij vrouwen en allochtonen niet, verkeerden niet in kringen waarin veel vrouwen voorkwamen, en droegen dus ook nauwelijks vrouwen of allochtonen voor bij de veelal uit blanke mannen bestaande selectiecommissies. Als vrouw kon je nog zo hard aan de weg timmeren, je kwam er gewoonweg niet tussen.

Tot zover de wetenschappelijke analyses. Wat gebeurt er als je naar die machtige mannen zelf kijkt?  De Volkskrant bracht vorig jaar de machtigste bestuurders in kaart. Ten opzichte van eerder analyses was er eind 2010 een lichte verschuiving merkbaar. Er zaten iets meer vrouwen en allochtonen in de groep. Maar de gemiddelde machtige bestuurder is nog steeds een blanke man, en voor de Volkskrant wilden deze mannen anoniem wel toegeven waar dat aan lag: ze vormen een gesloten bolwerk en vinden buitenstaanders eigenlijk een beetje eng. Als het puntje bij paaltje komt vallen ze terug op hun old boys network.

Veel mensen willen hier niet aan. Zodra hardere maatregelen ter sprake komen roept iedereen om het hardst dat positieve discriminatie en/of een quotum vrouwen onterecht bevooroordelen, dat het ervoor zorgt dat competente mannen het veld moeten ruimen zodat een of andere excuustruus er een zooitje van kan maken. Waar je in dat debat bijna niemand over hoort is, dat op dit moment het omgekeerde gebeurt. Blanke mannen worden bevooroordeeld. Competente vrouwen moeten het veld ruimen zodat een of andere blanke man er een zooitje van kan maken.

Over die dagelijkse bevooroordeling van blanke mannen hoor je echter bijna niemand. Zolang mensen harde, wetenschappelijke feiten negeren en dit niet erkennen, verandert er niets. Daarom beginnen vrouwen die weten waar ze het over hebben, en mannelijke bestuurders die inzien hoeveel vrouwelijk talent er verloren gaat, hun geduld verliezen. Ze roepen op tot hardere maatregelen. Het gaat hier namelijk om een combinatie van onbewuste vooroordelen, vastgeroeste patronen, en een taaie conservatieve cultuur. Dat verander je niet met louter mooie woorden en goede voornemens. Het wordt tijd dat Nederland een sprong voorwaarts maakt en eindelijk werk gaat maken van de talenten van vrouwen.