Tag Archives: Amerikaanse universiteiten

Gerda Lerner, pionier in de vrouwengeschiedenis

Geschiedenis? Ridders! Koningen! Oorlogen, waarbij de ene koning de andere koning bevecht! Oh, en kerkvaders, filosofen, ontdekkingsreizigers. Op de een of andere manier allemaal mannen. Vrouwen zorgden thuis voor de kindjes en verder niks. Toch? Nou nee, vond Gerda Lerner. Deze historicus zette eigenhandig het vak Vrouwengeschiedenis bij Amerikaanse universiteiten op het lesrooster. Niets was daarna meer hetzelfde. Op 2 januari 2013 overleed ze, na een lang en productief leven.

Lerner voelde zich persoonlijk aangesproken door het ‘probleem’ van vrouwen in de geschiedenis. In het standaardwerk The Creation of a Feminist Consciousness bracht ze in kaart wat het betekent om geen verleden te hebben:

The discovery that predominates and appears to have contributed to the structure of her work is that women have exhausted themselves and wasted their time continuously repeating earlier efforts, largely because they were unaware that they were not breaking new intellectual ground each time they addressed questions of gender.

Dit niet-weten kwam onder andere door een gebrek aan mogelijkheden en middelen om kennis van de ene generatie door te geven aan de andere, en door culturele omstandigheden die het voor vrouwen onmogelijk maakten een traditie te vormen. Slechts geïsoleerde eenlingen of kleine groepjes wisten hier en daar boven het maaiveld uit te steken, waarna er weer een tijdje niets kwam. Een volgende persoon of groepje moest weer van voren af aan beginnen.

Desondanks bleven vrouwen het proberen, met alle mogelijkheden die ze hadden:

the author describes women’s various attempts to “authorize” themselves through mysticism, heretical religious practices, alternative modes of thought, and motherhood. She laments the talent lost by the repression of women, illustrated by the wasteful and repetitive nature of women’s Biblical criticism–which, deprived of a written tradition, each generation had to start anew.

Lerner schreef openlijk over verlies en vergetelheid. In The Creation of Patriarchy analyseerde ze bijvoorbeeld op basis van kleitabletten uit Mesopotamië hoe de status van vrouwen door de eeuwen heen verslechterde, totdat vrouwen niets meer waren dan een wormvormig, dienstbaar aanhangsel van mannen. Pijnlijke informatie, kan de Zesde Clan je verzekeren. Maar het leidde tot een schat aan informatie en een levenslange verdere zoektocht.

Wat Lerner deed was vragen stellen, zoals:

it is a fact that has been acknowledged by every historian of slavery that the first slaves in every civilization that we know were women and children. But other historians have stated that fact, but they have never asked the simple question, well, why was that so? What does it signify?

Van daaruit kwam ze niet alleen op analyses van nederlagen, maar ook vasthoudendheid, doorzettingsvermogen, successen, goede voorbeelden, bijdragen van vrouwen aan de geschiedenis. In essays pleitte ze voor het letten op gender, om de bijdragen van vrouwen in de geschiedenis duidelijk te maken. Ze was één van de eersten die aandacht gaf aan het werk van ‘zwarte’ vrouwen. Ze stond aan de basis van feministische organisatie NOW en besteedde veel tijd aan activisme. Vrouwen organiseren, ze hun gemeenschappelijke kracht laten ontdekken, en veranderingen afdwingen.

Lerner kon op die manier een link leggen tussen heden en verleden. Dat werd soms persoonlijk. Vrouwen die in de middeleeuwen een boek probeerden te schrijven, kregen bergen kritiek. Lerner merkte dat die vijandigheid tot op de dag van vandaag voortleeft, en ze ervoer zelf dat dit op haar persoonlijk een negatief effect had:

Get the token woman to have to take a determined stand in a strong position, then harass her and heckle her, and when she responds the way any man would, sit back and grin. ‘Abrasive, unfeminine, aggressive, just as we thought.’  Well, you can’t expect to make a serious critique of the male academic bastion without them howling and kicking back. But I guess I’m tired of being the one up front.”

Desondanks liet Lerner zich niet het zwijgen opleggen, net zo min als de illustere voorgangers die ze eigenhandig van de vergetelheid redde. Ze schreef verder, bleef activistisch, en zorgde ervoor dat talloze universiteiten vrouwengeschiedenis op een fatsoenlijke manier een plek geven in het onderwijsprogramma.

Lerner stierf op 92-jarige leeftijd. Maar haar erfenis leeft voort, want:

She is survived by a daughter, son and four grandchildren. As well as thousands of students like myself whose lives were forever altered by her work, her intellect and her activism.

In an interview with the New York Times after the publication of Fireweed in 2002, Lerner was asked whether women’s studies were still needed. She replied to the interviewer with a laugh, saying, “For 4,000 years men have defined culture by looking at the activities of other men. The minute we start questioning it, the first question was, ‘Well, when are you going to stop separating yourself out and mainstream? Give us another 4,000 years and we’ll talk about mainstreaming.”

NB Voor Nederland: Vrouwenstudies begonnen aan een opmars in de jaren zeventig. In 1983 erkende de Vrije Universiteit van Amsterdam vrouwengeschiedenis als een officieel bijvak. Daarnaast verschenen vanaf 1980 Jaarboeken voor de Vrouwengeschiedenis. Het 32ste jaarboek gaat onder andere in op de Slutwalks en op gender als theatrale constructie. Ook organisaties als Aletta, het instituut voor vrouwengeschiedenis, houden deze wetenschappelijke discipline levend.

Studies tonen keerzijde van de medaille

‘Kind nekt carrière moeder’, luidt de onheilspellende titel van een studie uit buurland België naar de manier waarop vrouwen kind en loopbaan proberen te combineren. Vergelijk dat met de resultaten uit een andere studie, waarin Amerikaanse onderzoekers aan de mannen vroegen hoe zij dat nou eigenlijk doen. Iets wat niet vaak gebeurt. Maar vraag je het ze, dan is het volgens een deel uit die groep simpel. Ze hebben thuis een huisvrouw die de zaken regelt, zodat zij, de man, zich geheel aan hun carrière kunnen wijden. Aha…

De studie naar de mannen omvatte heren die in de academische wereld in de V.S. werken. Van deze groep had vijftien procent geen kinderen. Voor hen geen kinderen die een loopbaan kunnen nekken. De vaders dan? Meer dan de helft bleek een traditioneel rollenpatroon te volgen, waarbij de zorg voor huis en kinderen voornamelijk bij de vrouw lag. Veel mannen benadrukten dat dit natuurlijk ook best wel de volledig vrije keuze van hun vrouw was, hoor. Echt waar.

De onderzoekers plaatsten daar vraagtekens bij. Hoe vrijwillig is een keuze als je man onwillig is en dwars voor opties gaat liggen:

“[I]t appears that men overemphasize their wife’s decision as a ‘choice,’ when in reality their wife’s choice to care for the children is constrained by her husband’s schema of children as primarily ‘her issue,’ ” the authors write.[…]  “That these graduate students and faculty members distance themselves from child care and home care is illustrative of a general trend among men in the transitional dual-earner model. These men portray decisions about child rearing as made entirely by their wives, rather than joint decisions, which has the effect of rhetorically — and possibly practically — removing them from the responsibility of care-work,” the authors write.

Andere mannen waren dan ook eerlijk. Ze gaven volmondig toe dat ze er belang bij hebben dat hun vrouw thuis de zaken regelt. Uit interviews tekenden de onderzoekers onder andere deze uitspraken op:

Some of those interviewed expressed awareness of how they benefited. “For me it’s a little easier because I have a wife that has stayed home and taken care of [the children]. I imagine it would be much much more challenging if I didn’t have a spouse that was planning on staying home,” said one. But others seemed decidedly less sympathetic to the impact of their choices. Asked, “Do you think that having children then is difficult to manage with being a scientist?” one physicist said, “No, absolutely not. That’s why you have a wife.”

Handig! Een huisvrouw. Zouden vrouwen ook moeten hebben. Want uit Belgisch onderzoek van de universiteit van Brussel blijkt dat de omstandigheden op de werkvloer voor vrouwen acuut verslechteren zodra er een kind komt. Een kind is háár pakkie an, dus op het werk kregen ze prompt minder verantwoordelijkheid. Daardoor verminderde de inhoud van hun baan, en vrouwen kunnen minder hun eigen ideeën en creativiteit kwijt. Dat levert ontevredenheid en stress op, en bevordert de uitstroom. Een complex verhaal met een duidelijk resultaat. Vrouwen gaan minder uren werken of stoppen zelfs tijdelijk:

Voor De Vylder was deeltijds werk in het reclamebureau geen optie. ‘Dat had mijn baas al snel duidelijk gemaakt. Op een gegeven moment dacht ik: loont het nog wel de moeite, als ik er zo weinig voor terug krijg? Toen koos ik voor een loopbaanonderbreking.’

Dus naast mannen die het als de verantwoordelijkheid van de vrouw beschouwen om voor huis en haard te zorgen, kampen ze met werkgevers die hen vaak op een zijspoor zetten, zodat hun werk vervelender wordt en toekomstperspectieven verdwijnen. Vrouwen gaan dan knopen tellen. Ze zijn niet immers niet gek. Er speelt vanalles mee, niet alleen de baby. Vandaar dat er kritiek kwam op de titel van het rapport en de beschreven situatie. Zoals An Goovaerts, chef binnenland van dagblad De Morgen, in een opiniestuk stelt:

Kinderen nekken geen carrière. Dat doen inflexibele werkuren, conservatieve denkpatronen, moeilijke schooluren, te dure crèches, te dure poetsvrouwen en te lage lonen.

Filosofen richten zich op impliciete vooroordelen

Als vrouwen te horen krijgen dat ze iets niet mogen doen, heb je te maken met openlijk seksisme en kun je dat aanvechten. Maar wat doe je met verborgen seksisme, subtiele discriminatie, een onuitgesproken web van vooroordelen? Er valt bijna niet tegen te vechten. De ander kan altijd roepen dat je je aanstelt, of spoken ziet, of dat hij/zij het niet zo bedoeld had, gutteguttegut, wat een gezeur. Het vakblad voor Sociale Filosofie herkent deze problematiek en wijdt er een speciaal themanummer aan (link werkt tot en met 31-12-2012).

Het tijdschrift signaleert dat de studierichting Filosofie, van alle ‘zachte vakken’, de minste vrouwen telt. Naast openlijke uitsluiting en problemen zoals seksuele intimidatie, vindt er ook een subtiele discriminatie van vrouwen plaats, waar de academische wereld pas sinds kort enige aandacht aan geeft. Gebrek aan onderzoek maakt dat harde cijfers tot nu toe schaars zijn – dit bemoeilijkt de discussie. Daarnaast dragen verschillende trends bij aan een verdere versluiering van de problemen.

Zo beargumenteert Margaret Crouch in haar bijdrage aan het themanummer dat Amerikaanse universiteiten nog wel naar diversiteit streven, maar dat zij dit gieten in een marktmodel. Het gaat niet meer om rechtvaardigheid en emancipatie, maar om het verbeteren van producten en het verhogen van efficiency. In de Verenigde Staten staan universiteiten bovendien onder druk om zakelijk te presteren en mensen op te leiden voor werk. In dit marktdenken komt filosofie al snel onder vuur te liggen als een wazige studie voor losbollen. Dit klimaat is niet bevorderlijk voor het stellen van fundamentele vragen en nadenken over hoe de wereld in elkaar zit.

Ga je echter gericht kijken naar de departementen Filosofie, dan valt er genoeg te bespreken. Zo wijzen diverse auteurs erop dat onbewuste vooroordelen elkaar op allerlei manieren versterken. Als mannen domineren, bepalen zij bijvoorbeeld de groepscultuur. Mannelijke studenten voelen zich vervolgens eerder thuis in dat klimaat. Vrouwelijke studenten stromen eerder uit omdat ze aan alle kanten voelen dat ze niet echt mee mogen doen.

Daarnaast geven mensen het werk van mannen of als mannelijk gekwalificeerde eigenschappen een hogere status. Daar zijn leuke onderzoeken naar gedaan. Een identiek cv scoort bijvoorbeeld hoger als de beoordelaar denkt dat het om een man gaat. Voor vrouwen is het in zo’n culturele context moeilijker gezag te verwerven, een goede reputatie op te bouwen en in aanmerking te komen voor promotie.

Ook onderzoeksmethoden kunnen bestaande ongelijke verhoudingen in stand houden of zelfs versterken. Zo kun je onderzoek doen naar de ideeën die mensen hebben. Als je echter alleen daarover praat en geen aandacht besteedt aan de context waarin deze gedachten ontstaan, blijf je oud gedachtengoed herhalen. Je bouwt de vooroordelen al in terwijl de studie nog moet beginnen.

Het gaat ook mis als je programma’s samenstelt en zegt ‘we letten alleen op de kwaliteit’. Dan krijg je situaties waarin onbewuste vooroordelen de vrije hand hebben. Plotseling, geheel toevallig, blijkt dan dat kwaliteit gelijk staat aan mannelijk. Vrouwen vallen af. Dat gebeurde bij de vorming van het kabinet Rutte, en je ziet dit mechanisme opnieuw in Engeland, waar de regering gereorganiseerd werd en opeens opvallend veel vrouwen het veld moesten ruimen. Dit is geen toeval, maar een hardnekkig patroon van het diskwalificeren en marginaliseren van vrouwen omdat zij geen man zijn.

Het gaat ook mis als je denkt een vrije discussie te voeren, terwijl in wezen de dominante groep de dominante cultuur uitdraagt:

Although philosophers aim to advance truth and understanding, some common practices of philosophical exchange can function to silence and misrepresent the concerns of those who are marginalized within the discipline. […]  Her examination of a recent online exchange illustrates how implicit biases against women can be perpetuated in this manner. Ultimately, she suggests that greater critical reflexive attention to philosophical practices and norms of discussion can help address these problems.

Kortom, genoeg wetenschappelijke bijdragen om je tanden in te zetten…