Category Archives: Wetenschap

Maya Dusenbery breekt lans voor goede zorg aan vrouwen

Na het lezen van Doing Harm, van journaliste Maya Dusenbery, ben ik extra blij dat Women Inc en mensen zoals hartspecialist Angela Maas in Nederland actie voeren om vrouwen beter medisch te behandelen. Dusenbery boog zich over de behandeling die vrouwen ten deel valt in de spreekkamers van artsen. Zodra onduidelijk is of klachten een lichamelijke oorzaak hebben, zal het wel tussen de oortjes zitten. En omdat er zo weinig onderzoek plaats vind naar ‘typische vrouwenziektes’, zijn er volop leegtes waar artsen zulke vooroordelen in kunnen gieten. Zo ontstaat een vicieuze cirkel.

Dusenbery richtte Feministing.com op, een grote feministische website in de V.S. Alles verliep op rolletjes totdat ze opeens klachten kreeg en terecht kwam in een medisch circuit, gekenmerkt door artsen die geen onderzoek deden, steeds zieker worden, andere artsen opzoeken, weer weggewuifd worden, totdat uiteindelijk de diagnose reumatische artritis volgde en artsen haar eindelijk serieus namen. Die ervaring leidde tot het doen van onderzoek, het interviewen van artsen en patiënten, en een duik in de archieven. En tot de publicatie van het lovend ontvangen boek Doing Harm.

Dusenbery bleek geen uitzondering – wat haar overkwam,  geldt als routine voor talloze vrouwen. Die vicieuze cirkel van weinig kennis en dan geen extra onderzoek doen, maar terugvallen op vijandige stereotypen over vrouwen, leidt tot veel schade. De ondertitel van het boek vat dat prima samen. Vrij vertaald: ‘hoe slechte medicijnen en luie wetenschap vrouwen ziek achter laat, met misdiagnoses en onterechte afwijzingen’. (Als een uitgeverij zorgt voor een goede Nederlandse vertaling komt een professional vast tot een betere zin.)

Dat niet serieus nemen, niet herkennen, klachten op stress of hysterie gooien, kost letterlijk levens. En een moeizaam bestaan vol ziekteverzuim, pijn en een drastische vermindering van levensgeluk. Zie voor veel meer informatie Women Inc. en campagnesite van Behandel me als een dame. Of interviews met hoogleraar cardiologie Angela Maas.

Toch biedt het boek van Dusenbery hoop, naast allerlei veelbetekenende inzichten. Wat ik er uit meeneem:

  • Dusenbery ziet het wegwuiven van vrouwen als een autoriteitskwestie:

This is a crisis of authority, Dusenbery argues. Women are regarded as unreliable narrators who can’t even be trusted to speak for themselves or to testify to their own pain. In “Doing Harm,” this cultural distrust of women — ancient and ingrained — is shown to govern quality of care at every stage of treatment. Women with abdominal pain wait in emergency rooms for 65 minutes compared with 49 minutes for men, and young women are seven times more likely to be sent home from a hospital while in the middle of a heart attack.

  • Artsen zagen onbekende vrouwenziektes in eerste instantie vaak als ‘typisch iets voor gefrustreerde, hysterische blanke middenklasse dames’ die teveel energie steken in onvrouwelijke activiteiten zoals een carrière. Maar dat is het paard achter de wagen spannen. Alleen vrouwen die de tijd, de middelen en het geld hadden om door te zetten totdat iemand serieus onderzoek deed naar hun klachten, konden uiteindelijk een goede diagnose en correcte behandeling bevechten. Dat waren inderdaad witte vrouwen uit gegoede milieus. Nader onderzoek wijst altijd uit dat de aandoening ook, of juist vaker, voorkomt bij vrouwen met een gekleurde huid en uit armere lagen van de bevolking.
  • Verschillende aandoeningen werden, voordat er feitelijke diagnoses gesteld konden worden, gezien als ziektes van hysterische vrouwen die zich niet aan wilden passen aan ‘de vrouwelijke rol’. Vrouwen moesten zich gewoon schikken in een slecht huwelijk, of een kind baren, dan zouden de klachten verdwijnen als sneeuw voor de zon. De ‘het zit tussen je oortjes’ misdiagnose kent zodoende een duistere, vrouwenhatende ondertoon: terug in je hok, vrouw.
  • Zodra vrouwen voet aan de grond kregen in de medische wereld, kwam er meer aandacht voor ziektebeelden die vaker bij vrouwen voorkomen dan bij mannen. Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw gaat er eindelijk geld naar onderzoek, en komen er betere diagnoses en behandelingen.
  • Internet was een zegen. Patiënten van onbegrepen aandoeningen vonden elkaar op internet, wisselden symptomen uit zodat uit die berg een patroon naar voren kwam, verwezen elkaar naar artsen die de klachten wél serieus namen, wapenden zich met kennis en dwongen goede behandelingen af. Dusenbery erkent dat het idioot is dat je als patiënt beter geïnformeerd moet zijn over je ziekte dan de arts, maar totdat de medische wereld bij is en evenveel over vrouwenlijven weet als over mannenlijven, blijven patientenverenigingen cruciaal
  • Onder druk van patientenverenigingen nemen ook de investeringen in onderzoek toe. Vervolgens zijn het vaak vrouwelijke wetenschappers die ‘vrouwenziektes’ onder de loep nemen.
  • Zelfs als alles eindelijk goed geregeld is, blijft de situatie helaas moeizaam. Zo heette migraine een hysterisch vrouwending te zijn, totdat goed onderzoek uitwees dat het een hersenaandoening is. Het label hysterisch is er vanaf: artsen weten wat het is, kunnen de diagnose stellen, en er zijn medicijnen die helpen. Toch geldt migraine in onderzoeksland als een suf thema waar geen eer aan te behalen valt, want het is een wijvending, ontdekte Dusenbery.
  • En opnieuw zie je dat vooral vrouwen alsnog aan de slag gaan met dit soort ‘status-loze’ onderwerpen. Bij het Leids Universitair Medisch Centrum en de Erasmus Universiteit doet bijvoorbeeld een team vrouwelijke neurologen, artsen en farmacologen onderzoek naar de link tussen hormonen en migraine bij vrouwen. Vrouwen weten uit ervaring allang dat die link bestaat, maar er is geen feitelijk bewijs, en dat bewijs ontbreekt omdat er nooit officieel, volgens de regelen der kunst, onderzoek naar is gedaan. Waardoor er geen goede behandelingen komen en artsen moeten experimenteren met pillen die eigenlijk voor andere aandoeningen bedoeld zijn. Nu komt er onderzoek, en hopelijk helpt dat in de toekomst talloze migrainepatiënten om de kwaliteit van leven te verbeteren.

Enfin, kennis is macht. Leve internet – als groep optrekken voorkomt dat je als hysterisch individu weggewuifd kunt worden. Als vrouwen doordringen tot mannenbolwerken, kunnen ze op een gegeven moment de agenda mede bepalen en aandacht opeisen voor ‘vrouwendingen’. Er is hoop!

Verder lezen: behalve Doing Harm kwamen er in de V.S. bijna tegelijkertijd nog twee andere boeken uit over de crisis in goede gezondheidszorg aan vrouwen, te weten “Ask Me About My Uterus,” geschreven door by Abby Norman, en “Invisible,” van Michele Lent Hirsch.

Jongens en meisjes hebben dezelfde hersenen

Zo, dat was om half acht lekker wakker worden vanochtend. Radio 1 zond een rapportage uit over een school in het Noorden van het land, waar ze een actiedag houden om meer meesters in kleuterklassen te krijgen. Loffelijk streven, maar hoe de betrokkenen het brachten… Tja, zei de directrice, ‘meesters zijn gewoon stouter’. Met een meester voor de klas ‘kunnen kids eindelijk een keertje ravotten’. Een 24-jarige net van de Pabo afgekomen jongen vond dat ook. Met als toevoeging dat hij de Pabo maar zo zo vond. Lange verslagen moeten tikken, huuuuu, ‘ik wil gewoon lekker dóen’. De stereotypen vlogen me om de oren.

Dat volwassen mannen en vrouwen zo kritiekloos stereotiepe man-vrouw rollen herhalen (hij is lekker stout en wil dóen, zij is braaf en tikt ijverig al die verslagen op de Pabo) is een veeg teken. Het zorgt ervoor dat nieuwe generaties dezelfde onzin horen en internaliseren. En betekent dat we nog lang niet af zijn van seksisme in de samenleving. Want onze hersenen zijn flexibel, stelt wetenschapster Gina Rippon. Wat zich herhaalt, versterkt zich. Wat je oefent, wórd je uiteindelijk, omdat je hersenen zich aanpassen. Terwijl, groot nieuws en tromgeroffel, we allemaal hetzelfde beginnen. Er zit geen verschil tussen de hersenen van jongens en meisjes. We hebben mensenhersenen.

De wetenschapster die dit in kaart bracht, Gina Rippon in haar nieuwe boek The Gendered Brain: The New Neuroscience That Shatters The Myth Of The Female Brain, staat bepaalt niet alleen. Onder andere Cordelia Fine ging haar voor, evenals Rebecca M Jordan-Young. In Nederland hebben we onder andere hoogleraar Maureen Sie. Allemaal buigen zich over het terrein van neurosexisme – de ideologische overtuiging dat mannen en vrouwenhersenen van elkaar MOETEN verschillen, en dus zie je die verschillen overal of zorg je ervoor dat de gewenste verschillen uit je onderzoek komen.

Zowel Eliot als Fine leggen in hun boeken een lange geschiedenis vast van ontzettend slecht onderzoek. Ook hoogleraar Sie wordt heel moe van dat soort broddelwerk:

…het is goed mogelijk dat de onderzoekers juist de vooroordelen zelf hebben gemeten. ‘Nergens in het brein zitten gedeeltes waar functies als “autorijden” of “roddelen” of “kaartlezen” te zien zijn. Het gevaar bestaat dat een onderzoeker van tevoren een idee heeft over wat mannen goed kunnen, naar een mannenbrein kijkt en daar een functie ziet die correspondeert met de vaardigheden die nodig zijn voor een “typisch mannelijke” bezigheid. Het is net zo goed mogelijk dat verschillen tussen mannen en vrouwen voortkomen uit de manier waarop de samenleving is ingericht en de stereotiepe manier waarop we jongens en meisjes opvoeden.

Rippon stelt in haar nieuwe boek dat biologische verschillen in de lichamen van mensen, geen direct verband hebben met de hersenen van jongens en meisjes. Dat meisjes als volwassen vrouw kunnen baren, betekent niet dat ze één dag oud al voorbestemd zijn om te koken, de wc te schrobben en te roddelen, want tsja, vrouwenbrein en vrouwen zijn nou eenmaal goed in verzorgende routinetaken en het bijhouden van de verjaardagskalender. Nee. Zo zit het dus niet. Het probleem begint als we strakke sekserollen aangeleerd krijgen, en ons zodanig ontwikkelen dat je jezelf op een gegeven moment terugtrekt in je genderkeurslijf.
Ik zou heel graag zien dat SIRE publiekelijk excuses maakt voor hun compleet verdwaasde ‘jongens zijn nou eenmaal jongens’ reclame. Dat Angela Crott en andere onderwijsgoeroe’s eens een wetenschappelijk verantwoord boek lezen, in plaats van stereotypen te herhalen. Ik zou heel graag zien dat het Nederlandse onderwijssysteem in de leer gaat bij onze buren in België, en bewust omgaat met sekse stereotypering. Zie onder andere de programma’s van Gender in de Klas. Ik zou willen dat iedereen die zinnen uitbraakt van het type ”mannen/vrouwen zijn nou eenmaal….”  kan rekenen op meewarig geproest en ‘o wow wat een onzin, hou op joh’. En dat jongens en jongemannen vaker te horen krijgen dat de door hun geclaimde vrijheid voor ‘stout zijn’ niet ten koste mag gaan van de vrijheid van meisjes en vrouwen.

Haatzaaiende mannen gaan weloverwogen te werk

De tragische moordpartij in Nieuw Zeeland maakt steeds duidelijker dat daders van rechts extremistisch geweld planmatig te werk gaan. Het zijn geen eenlingen met een psychisch probleem, maar witte terroristen. Ze laten boodschappen achter op sociale media, publiceren pamfletten, en bereiden hun actie grondig voor, om de beste momenten en locaties te kiezen voor maximaal leed. Het denkkader van dit soort daders toont een giftige cocktail van seksisme, racisme en macho opvattingen over mannelijkheid, dat in extreme gevallen tot extreem geweld kan leiden.

Het rijtje loopt op. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid schudt de Europese voorbeelden zo uit zijn mouw: Anders Breivik in Noorwegen in 2011, de moordenreeks van de Nationalsozialistischer Untergrund (NSU) in de periode van 2000-2007 in Duitsland, de moord op de Britse Labour-parlementariër Jo Cox (2016). Allemaal voorbeelden van rechts-terroristische aanslagen in Europa, schrijft de NCTV.

Ook in de V.S. is het niet pluis. Onder president Trump’s bewind zijn misdaden uit haat tegen minderheden, zoals uitschelden, racistische graffiti spuiten en iemand een klap geven, met 17% gestegen. De favoriete doelwitten waren afro-amerikanen, joden en homoseksuelen. De meeste ‘echte’ terreur komt inmiddels van rechts extremisten – links en moslimgeweld nam af of lag al op een relatief laag peil.

Dat geweld gaat steeds meer internationaal. Eén van de vermoedelijke daders van de Nieuw Zeelandse moskeemoorden, de Australiër Brenton Tarrant (28), liet geschriften na waarin hij verwijst naar Breivik. Die inspireerde hem tot zijn aanslag. Uit zijn manifest, beelden en berichten op sociale media – (waar ik niet direct naar doorlink in dit artikel, geen zorgen) – kunnen we ook lezen en horen dat hij vlak voor hij begon te moorden, luisterde naar een lied van extremistische Bosnische Serviërs, en dat hij naast Breivik ook inspiratie vond bij president Trump (”a symbol of renewed white identity and common purpose”).

Naast een steeds internationaler karakter, waarbij daders verwijzen naar voorgangers, verspreid over de wereld, geven deze terroristen ook blijk van een giftige cocktail. Het gaat én om racisme, én om vrouwenhaat, én om pogingen de positie van het blanke ras veilig te stellen. In zijn manifest laat Tarrant er geen twijfel over bestaan dat hij terreur wilde zaaien om groepen die hij als indringers ziet, weg te meppen en ruimte op te eisen voor een volgens hem bedreigd blank ras. Volgens The Guardian praat hij dat goed door zichzelf te omschrijven als een normale familieman, die zijn groep/ras wilde beschermen:

In the document, called “The great replacement”, Tarrant describes himself as a “regular white man from a regular family” who “decided to take a stand to ensure a future for my people”. He said he wanted his attack on the mosques to send a message that “nowhere in the world is safe”.

Daarbij besteedt hij veel aandacht aan geboortecijfers. Die zijn te hoog voor de indringers, de enge bruine en zwarte buitenstaanders, en te laag voor het juiste, want witte, ras. Willen ‘zijn mensen’ overleven, dan moeten de juiste vrouwen (de witte) kinderen baren. Met nadruk op moeten.

Uit onderzoek blijkt dat aanhangers van een rechts populistisch of extremistisch gedachtengoed langs dat soort wegen haat tegen ”vreemdelingen” combineren met haat tegen vrouwen of, explicieter, het feminisme. Ze voelen nostalgie naar een tijd waarin alles nog goed was. De man was thuis en in de samenleving de baas, en vrouwen en mensen met een gekleurde huid m/v/x/ kenden hun plek. Die stelden zich nederig op en gaven de witte mannelijke macho’s alle ruimte om ongestoord te doen wat ze wilden.

Dat dit privilege onder druk staat, leidt tot angst, woede en haat – en in sommige gevallen leidt dat ertoe dat zulke zich bedreigd voelende mannen de wapens oppakken en beginnen te moorden. Internet en sociale media spelen een belangrijke rol bij de radicalisering van bange witte mannen. Online gemeenschappen en fora gebruiken seksistische aannames over mannelijkheid en de status van vrouwen bijvoorbeeld om mannen in het kamp van rechts extreme haters te krijgen:

one foundational aspect of the alt-right’s various belief systems has been significantly downplayed following the election — even though it may be the key to understanding the movement’s racist, white nationalist agenda. While it’s true that the movement is most frequently described in terms of the self-stated, explicit white supremacy that defines many of its corners, for many of its members, the gateway drug that led them to join the alt-right in the first place wasn’t racist rhetoric but rather sexism: extreme misogyny evolving from male bonding gone haywire.

Als je die seksistische laag begrijpt, snap je ook beter waarom iemand als Tarrant verwijst naar zijn status als witte man met een gezin, die ‘zijn’ mensen een toekomst wil geven met hogere geboortecijfers en geweld. Waar dit naar verwijst is het aloude beeld van Man de Vader, die lelieblanke echtgenotes en fragiele dochtertjes met geweld beschermt tegen bedreigingen van een monsterlijke Ander. Hij is de enige die staat tussen het kwetsbare blanke gezin en de griezels met een donkere huidskleur, een enge godsdienst, vreemde gebruiken, een oprukkende macht die, als je niks doet, de ‘blanke westerse beschaving’ vernietigt. Tarrant klinkt wat dat betreft inderdaad net als Breivik.

Niet iedereen slaat aan het moorden, maar ook zonder geweren veroorzaken aanhangers van dit gedachtengoed schade. Zo waarschuwden 30 vrouwelijke leiders onlangs in een open brief voor de opkomst van rechts-populistische leiders van het type Trump, Putin, Bolsonaro en andere ‘sterke mannen’. Deze politieke machthebbers sluiten vaak akkoorden met andere conservatieve krachten, zoals multinationals en het Vaticaan, en voeren een politiek uit waarbij de rechten van vrouwen en minderheden afgebroken worden.

Eén van Bolsonaro’s eerste acties als kersverse president van Brazilië was bijvoorbeeld om het ministerie voor mensenrechten af te schaffen. In plaats daarvan benoemde hij een conservatieve evangelische geestelijke om op basis van ‘gezinswaarden’ een nieuw ministerie voor vrouwen, het gezin en de inheemse bevolking te leiden. Dag reproductieve rechten voor vrouwen, om maar iets te noemen. Hallo racisme, seksisme en inheemse mensen die hun bek moeten houden terwijl multinationals het Amazonewoud kappen.

Je ziet de schade ook bij Trump. De Amerikaanse president is sinds zijn aantreden druk bezig om een golf jonge, oerconservatieve rechters te benoemen, zodat die de komende decennia de witte mannenmacht kunnen beschermen. Een belangrijk doelwit vormen vrouwen: die mogen geen baas in eigen buik zijn, en kunnen fluiten naar gelijk loon voor gelijk werk. Trump liet een wet tegen geweld tegen vrouwen verlopen, zodat vrouwen minder mogelijkheden hebben te ontsnappen aan een onveilige situatie thuis. Hetzelfde gebeurde in Rusland: onder Putin is huiselijk geweld vrijwel niet meer strafbaar. Pas als je man je het ziekenhuis in slaat, kun je misschien nog terecht bij de politie voor een geldboete.

Het wordt hoog tijd dat rechts extremistisch gedachtengoed meer aandacht krijgt. Dat er meer gedaan wordt om de online radicalisering van witte mannen te bestrijden, en dat we in gaan zien dat in hun gedachtengoed racisme en seksisme hand in hand gaan. Daarom moeten we ook meer doen om de positie van vrouwen en ‘minderheden’ te versterken. En in antwoord op zulk geweld hebben we niet minder feminisme nodig, maar meer. Voor feministen is mannelijke agressie vanaf het begin een onderwerp van studie geweest. Inmiddels weten we hoe dat werkt, en kunnen we samen met mannen optrekken om het tij van angstige macho’s met fragiele ego’s te keren. Die angstige boze mannen richten teveel schade aan om weg te kijken.

Man als norm brengt vrouwen in het nauw

Wie mannen als norm neemt, brengt vrouwen in het nauw. Dat is de harde waarheid die de Engelse feministe Caroline Criado Perez gedegen onderbouwt in haar boek ‘Onzichtbare Vrouwen‘. Perez brengt haarfijn in kaart hoe gegevens en feiten over vrouwen ontbreken, of vertekend raken, omdat wetenschappers, architecten, ontwerpers en beleidsmakers zich vooral concentreren op de lichamen en behoeften van ‘de gemiddelde man’. Deze blinde vlek leidt tot dode en gewonde vrouwen.

Perez noemt een aantal voorbeelden waar ook dit weblog over publiceerde. Zo zeggen veiligheidslabels voor auto’s niks, omdat de fabrikanten crash test dummies gebruiken die de gemiddelde man voorstellen. Omdat vrouwen vaak wat kleiner van stuk zijn, gebeuren er met hun lichamen andere dingen als een auto tegen een muur knalt. Het resultaat: vrouwen lopen bij ”echte” ongelukken in de praktijk 47% meer risico op ernstige verwondingen. In de categorie lichte verwondingen loopt dat op naar 71%.

Maar ze vond nog veel meer. Zo gebruiken fabrikanten de “one-size-fits-men” aanpak. Dat betekent dat smartphones een omvang hebben die comfortabel in een mannenhand past. Voor vrouwen zijn ze te groot. En software die werkt op het herkennen van stemmen, heeft grote moeite met het herkennen van een vrouwenstem. Die van Google herkent mannenstemmen 70% beter. Dat betekent dat vrouwen hun auto of ander apparaat niet kunnen bedienen, of dat de software alleen werkt als ze hun stem forceren en op een zeer lage toon praten.

Een ander veelzeggend voorbeeld komt uit Zweden. Criado Perez ontdekte een studie naar het ijs- en sneeuwvrij maken van de openbare ruimte. Jarenlang maakte de overheid eerst de straten voor auto’s vrij, daarna pas trottoirs. Dat betekende dat vrouwen kinderwagens en boodschappenkarren met veel moeite door de sneeuw moesten duwen. Ook bleken voetgangers drie keer vaker verwondingen op te lopen, bijvoorbeeld omdat ze uitgleden over ijs, dan automobilisten.  Van die gewonde voetgangers was 70% van het vrouwelijk geslacht. Toen dit duidelijk werd, veranderde Zweden van strategie. Tegenwoordig maken gemeenten eerst de stoep sneeuwvrij, daarna pas de straten.

Andere tenenkrommende voorbeelden betreffen de medische wereld. Women Inc voert actie voor genderspecifieke zorg, omdat vrouwen lijden en sterven door de (onbewuste) man-als-norm situatie. Vrouwen ervaren minder effect en/of meer bijwerkingen van medicijnen, omdat de pillen alleen op mannen zijn getest. Artsen stellen verkeerde diagnoses omdat ze uitgaan van symptomen die mannen hebben. Bijvoorbeeld bij hartaanvallen. Ze herkennen de vrouwelijke variant van symptomen niet en sturen vrouwen naar huis terwijl ze midden in een hartaanval zitten.

En de man als norm betekent dat vrouwen niet de zorg krijgen, die ze nodig hebben, ook al is er een effectief middel voorhanden. Zo dook Criado Perez in de ontwikkelingsgeschiedenis van Viagra. Wat bleek: een geheel uit mannen bestaand panel kreeg te horen waar de werkzame stof (sildenafil citrate) goed voor was. Erecties? Potentie verhogen? Hoera! De heren gaven snel toestemming om de erectie verhogende eigenschappen verder te ontwikkelen. De werkzame stof bleek ook effectief om ernstige menstruatiekrampen te bestrijden. Maar dat kon de heren niet boeien. Medisch gezien totaal onbelangrijk, laat maar zitten, oordeelden ze, en ze gaven geen financiering. Het onderzoek stopte en er kwam geen medicijn voor vrouwen die aan dat soort krampen lijden.

Wie Onzichtbare Vrouwen leest, kan niet om Criado Perez conclusie heen. We moeten als de wiedeweerga meer onderzoek doen naar wat vrouwen nodig hebben rond medicijnen, veiligheid en leefsituaties. Vrouwen hebben geen kleine versie in het roze nodig van zoiets als pennen, maar op hun maat gemaakte producten waar ze effectief mee kunnen werken. Zodat kogelwerende vesten daadwerkelijk kwetsbare lichaamsdelen beschermen, gereedschappen goed in de hand liggen, en medicijnen de werking hebben die nodig is.

De Gereedschapskist: Himpathy

Sympathie voelen, maar alleen met hém, niet met haar. Niet zozeer tégen een vrouw kiezen, als wel vóór een man, omdat we hem geloofwaardiger, sterker, betrouwbaarder en aardiger vinden dan haar. Dat alles vat wetenschapster en auteur Kate Manne samen onder de noemer Himpathy, Hempathie in de Nederlandse vertaling. Empathie met hem, in het bijzonder een ‘hem’ die machtig is en de fout in ging. De Prindle Post, een magazine rond ethiek en filosofie, wilde deze term in oktober al uitroepen tot het woord van het jaar 2018.

Manne ziet dit gevoel met het bijbehorende gedrag als een van de steunpilaren van een systeem, waarin mannen de macht houden en vinden dat zij recht hebben op diensten en zorgen van vrouwen. In haar boek  Down Girl geeft Manne een analyse van de logica van dit systeem van misogynie. Zolang vrouwen mannen blijven verzorgen en behagen is alles ok, maar als een vrouw niet doet wat mannen willen, zorgt het systeem voor strenge straffen.

Lang niet alle vrouwen ervaren de volle kracht van dit seksistisch systeem, waarin himpathy hoogtij viert:

Misogyny, Manne explains, should be understood not as the psychology of individual men, but as “a property of social environments in which women are liable to encounter hostility due to the enforcement and policing of patriarchal norms and expectations . . . insofar as they violate patriarchal law and order”. Although so often confused with sexism, the two are different: if misogyny is the law enforcement branch of the patriarchal system, sexism is the justification.

Dit basisidee verklaart allerlei ogenschijnlijke tegenstrijdigheden. Als het patriarchaat vrouwen bij wijze van spreken blootsvoets en zwanger in de keuken wil houden, waarom hemelen we dan vrouwen op die, desnoods met geweld, hun kinderen beschermen? Waarom kunnen vrouwen het in de politiek best ver schoppen en als spreker volle zalen trekken en miljoen verdienen met hun boeken en lifestyle bedrijven?

Alles hangt echter af van de vraag of een vrouw de status quo ondermijnt, of niet. Hou je dat punt in de gaten, dan wordt de logica opeens pijnlijk duidelijk. Vrouw beschermt kinderen? Ze versterkt het moederschapsideaal en beschermt de kinderen van haar man. Goed. Vrouwelijke politici die reproductieve rechten aan banden willen leggen en tegen alimentatie zijn? Top! Ze versterken de positie van de man. Boeken schrijven en lezingen geven waarin je vrouwen oproept hun partner te pijpen op afroep en je man altijd te gehoorzamen? Zolang hij het maar leuk heeft in bed en in huis de baas blijft mag jij als vrouw best een succesvolle zaak opbouwen en geld verdienen met lezingen, geen probleem.

Vrouwen kunnen het systeem ook versterken door samen met de mannen, zij aan zij, op te komen voor belaagde mannen. Hoe machtiger de man, hoe meer himpathy mannen én vrouwen opbrengen om hem tweede, derde en vierde kansen te gunnen. Zoals Kate Manne voor de New York Times schreef:

There is a plethora of recent cases, from the Stanford swimmer Brock Turner to the Maryland school gunman Austin Rollins, fitting this general pattern: discussion focuses excessively on the perpetrator’s perspective, on the potential pain driving him or on the loss of his bright future. And the higher a man rises in the social hierarchy, the more himpathy he tends to attract. Thus, the bulk of our collective care, consideration, respect and nurturing attention is allotted to the most privileged in our society.

Beide bewegingen dienen om mannen in het zadel te houden. Door overtuigingen te bekrachtigen die mannen bevoordelen, en door mannen door dik en dun te blijven steunen als ze onverhoopt in de problemen komen. Dat verklaart ook waarom mensen misogyn kunnen denken en handelen, en tegelijkertijd toch individuele vrouwen kunnen liefhebben en eren:

How can one be both a misogynist and love individual women? Because misogyny is designed to single out and punish only those women who break the rules by exercising power, dominance, or a perceived lack of care and love-giving.

Himpathy heeft verregaande gevolgen in de praktijk. Zo blijken Engelse jury’s mannen veel vaker vrij te spreken in verkrachtingszaken, als hij blank is en in de leeftijdscategorie 18-24 jaar valt. Zo’n jongeman heeft zijn hele toekomst nog voor zich. Moet hij echt voor altijd een strafblad krijgen, vanwege een vergissing? Het gevolg van die himpathy is dat jongemannen in slechts 32% van de gevallen ‘schuldig’ te horen krijgen, tegen 46% van de mannen in de categorie 25-59 jaar. Politici pleiten er nu voor om het jurysysteem af te schaffen, omdat het seksistische rechtspraak oplevert. Dit probleem speelt ook in de V.S., waar het racistische en seksistische karakter van de rechtspraak uitgebreid onderzocht is.

Himpathy speelt ook op in de loopbanen van mannen en vrouwen. Zo gaan mannelijke werknemers in de financiële sector veel vaker over de scheef dan hun toch al schaarse vrouwelijke collega’s. Daarna krijgen ze echter opvallend minder vaak straf. Worden ze ontslagen, dan krijgen ze hogere oprotpremies mee dan vrouwelijke collega’s in dezelfde situatie. En na hun wandaden krijgen ze in 46% van de gevallen weer een baan in hun oude vakgebied, terwijl vrouwen slechts in 33% van de gevallen een tweede kans krijgen. De onderzoekers vinden bewijs voor buitengewoon toegeeflijke managers, die het lastig vinden mannen te laten vallen:

Our evidence is inconsistent with a simple Bayesian model and suggests instead that managers are more forgiving of missteps among members of their own gender/ethnic group.

In Nederland kreeg de term Himpathy/Hempathie slechts kort aandacht. Zo besprak Halina Reijn de term in oktober vorig jaar in een aflevering van De Wereld Draait Door. Van Dale nomineerde Hempathie voor woord van het jaar 2018, maar Blokkeerfries ging er met de eer vandoor. Daarna werd het weer een beetje stil rond deze term. Het helpt ook niet dat DWDD Kate Manne omschrijft als ”een columnist in de New York Times”, terwijl het gaat om een filosofe van de Cornell University. Down Girl is nog niet vertaald in het Nederlands en ik kwam in Nederlandstalige media geen recensies tegen van de oorspronkelijke versie, op wat korte stukjes in de aankondigingen-sfeer na.

Ik vind Hempathie een zeer handig woord om een veel voorkomend probleem te beschrijven. Misogynie en hempathie duidelijk herkennen en weten te plaatsen, kan zeer bevrijdend werken. Je kunt een probleem pas bestrijden en situaties veranderen, als je er een naam aan kunt geven. En die naam hebben we nu. Met een begin van een recept om de situatie te verbeteren. Zoals Kate Manne zei in een interview voor magazine Guernica:

Misogyny is the stuff that women face that destroys them in some instances. “Himpathy” is part of the explanation of why we don’t see it, because we’re identifying with “him” and seeing “him” as the good guy, or worrying about “his” future. We don’t see him as taking a life. We see him as asserting his masculinity or defending himself, or as a poor pathetic character, or as vulnerable. Sometimes these things are true, that he is pathetic and vulnerable, but let’s focus on the women. (bold/vetgedrukt door mij toegevoegd aan de tekst)

Psychologen: macho mannelijkheid is een ziekte

Mannen die zich laten leiden door klassieke opvattingen over mannelijkheid, hebben een ziekelijke aandoening die hen beschadigt. Dat stelt de American Psychological Association (APA), één van de grootste en belangrijkste vakverenigingen van psychologen in de V.S. De APA heeft voor het eerst in haar geschiedenis richtlijnen opgesteld. Psychologen kunnen die leidraad gebruiken om betere zorg te verlenen aan jongens en mannen. MET UPDATE.

Daar willen we dus vanaf.

UPDATE: hoe fragiel het macho mannelijk ego is, en hoe snel zulke mannen over gaan tot verbaal geweld en vrouwenhaat, blijkt wel uit de ophef rond een nieuwe reclame voor scheermesjes. Een grote groep mannen lijkt er problemen mee te hebben dat mannelijkheid volgens deze reclamespot ook de vorm kan krijgen van goed vaderschap, opkomen voor zwakkeren,  en vrouwen met respect behandelen. Dat je dan juist een held bent, en een voorbeeld voor je kinderen.

Je zou de reclamespot kunnen zien als een ode aan alle mannen die goede mensen willen zijn. Maar nee, er zijn verrassend veel holbewoners die graag ongestoord vrouwen tussen de benen willen grijpen en om zich heen slaan. Iedereen die daar kritiek op heeft, is een mietje en/of een jood (homofobie en antisemitisme gaan goed samen met racisme en seksisme, blijkt).

Waar hebben we het over als je omschrijvingen hanteert als macho mannelijkheid? De APA definieert zulk soort schadelijk mannelijk gedrag als:

a particular constellation of standards that have held sway over large segments of the population, including: anti-femininity, achievement, eschewal of the appearance of weakness, and adventure, risk, and violence.

Mannen die zich gedragen volgens deze macho opvattingen lopen een groter risico op verwondingen door roekeloos gedrag, hebben een grotere kans om zelfmoord te plegen en kunnen zichzelf in gevaar brengen omdat ze veel te laat medische of psychologische zorg vragen. De APA baseert definitie en richtlijn op veertig jaar wetenschappelijk onderzoek naar gender en de (schadelijke) effecten van opvattingen over gender, mannelijkheid en vrouwelijkheid.

Ik zou bijna zeggen ”uiteraard” is wat de APA doet voor feministen niets nieuws. Feministen bekritiseren de oude rolpatronen al eeuwenlang omdat dit gender keurslijf schadelijk is voor zowel vrouwen áls mannen. We gaven er woorden aan, zoals toxic masculinity/giftige mannelijkheid. We brachten in kaart wat die vorm van macho mannelijkheid teweeg brengt, zowel bij mannen als bij vrouwen die met zulke macho mannen in aanraking komen. We zeggen dat feminisme voor iedereen is, en steeds meer mannen beginnen zelf ook in te zien dat ze baat hebben bij meer feminisme.

Bij het ontmantelen van macho mannelijkheid hoort ook dat mannen in moeten zien dat ze niet beter of belangrijker zijn dan vrouwen. Zo sprak Gerda Lerner, een historica die vrouwengeschiedenis op de kaart zette in de V.S., over het schadelijke effect op jongens van een geschiedenis waar alleen mannelijke heersers macht hebben. Jongens worden op die manier arrogante, over het paard getilde betweters die neerkijken op meisjes en alles wat riekt naar ”vrouwelijkheid”:

The effect on men has been very bad too, of the omission of women’s history, because men have been given the impression that they’re much more important in the world than they actually are, and that’s not a good way to become a human being. It has fostered illusions of grandeur in every man that are unwarranted. If you can think, as a man, that everything great in the world and in civilization was created by men, then naturally you have to look down on women, and naturally you have to have different aspirations for your sons than for your daughters, and I don’t think that’s good for men either.

Maar het is fijn dat wat feministen al decennia bestuderen en bevechten, nu een officiële plek heeft gekregen in de psychologie. Meer disciplines zouden er beter op worden als ze inzichten uit de feministische wetenschap integreren. Zo vertonen economische theorieën over de toenemende kloof tussen arm en rijk mankementen, doordat ze gender buiten beeld houden. Onderzoekers denken dat ze neutrale, abstracte standpunten innemen, maar gebruiken eigenlijk witte mannen als standaard. Die blinde vlek zorgt ervoor dat hun probleemanalyse eenzijdig blijft en dat ze een deel van de oorzaak van de toenemende ongelijkheid missen. Zodoende missen ze ook een deel van de oplossingen.

Top daarom, dat onder andere psychologen oog krijgen voor de schade die mannen oplopen als ze zich willen houden aan opvattingen waarin mannen agressieve wezens zijn die geen zwakheden mogen tonen. Mannen zijn gewoon mensen, zeggen feministen. Misschien kunnen psychologen jongens en mannen met de nieuwe leidraad helpen om zichzelf evenwichtiger te ontwikkelen. Dan wordt het voor hen makkelijker hulp te vragen als er iets is, kunnen ze vrijere beroepskeuzes maken (de verpleging, kinderzorg, ook prima beroepen voor mannen), en het ‘vrouwelijke’ in zichzelf respecteren. Dan worden ze hopelijk ook verlost van de stress van een fragiele mannelijkheid, met een ego wat al in elkaar klapt als ze één keer de wc schrobben.

Vrouwen opgezadeld met vriendelijkheidstest

Senator Elizabeth Warren zette onlangs de eerste stap om zich voor de Democraten kandidaat te stellen voor het presidentschap van de V.S.  Prompt worden nu bij haar dezelfde patronen zichtbaar, als bij Hillary Clinton in 2016. De media en tegenstanders schilderden Clinton in 2016 af als een kille bitch. Mensen zouden liever stemmen op iemand zoals Warren. Díe was tenminste wel warm en aardig. Maar nu Warren aanstalten maakt voor de kandidatuur, schrijven de media dezelfde koppen voor Warren als ze in 2016 voor Clinton deden – wat dat betreft heeft de Amerikaanse journalistiek niets geleerd, signaleert een commentator in de Engelse krant The Guardian. Is ze wel vriendelijk genoeg?!?!?

Warren gold in 2016 nog als het vriendelijke alternatief voor Clinton. Het is de ironie ten top dat nét nu Warren concreet aanstalten maakt voor de kandidatuur, zij opeens ook te kil, naar en onecht zou zijn. Extra ironisch als het om precies dezelfde personen gaat – mensen die Warren destijds eerst ophemelden ten opzichte van Clinton, en haar nu opeens niet goed genoeg vinden. Journalist Ashton Pittman verzamelde in een Twitterdraad een hele reeks voorbeelden van mensen die deze ommezwaai maakten. Magazine McSweeney vat die houding samen in een satirisch artikel, waarin een fictieve kiezer uitlegt dat hij/zij/x helemaal geen hekel heeft aan vrouwelijke kandidaten – ”ik haatte alleen Hillary en heel toevallig begin ik nu Warren te haten”.

In het goed bestudeerde voorbeeld van Clinton zie je precies wanneer mensen haar aardig vonden, en wanneer niet. Zodra ze zelf macht wilde in de politiek, duikelde haar populariteit omlaag. Had ze de baan eenmaal, dan vonden mensen haar opeens weer prima:

Omgekeerd maakt het voor mannelijke politici weinig uit of ze wel of niet aardig zijn. Mannelijke kandidaten mogen boos worden, klagen, bot doen en ongezouten hun mening geven, zonder dat dit hun kandidatuur beschadigt. Pas als je overtuigend bewezen ernstige wetsovertredingen begaat en/of  ”genoeg” opheft veroorzaakt, bijvoorbeeld als je niet langer kunt ontkennen dat je je schuldig maakte aan seksueel misbruik, duikel je als man misschien van het podium af. De vriendelijkheidstest geldt alleen voor vrouwen, en o wee als ze zakt.

Het gaat om meer dan alleen krantenkoppen, anecdotes en analyses rond één kandidate. ‘Vrouwen in de politiek’ is tegenwoordig een serieus onderwerp voor wetenschappelijk onderzoek, en onafhankelijk van elkaar uitgevoerde analyses en studies wijzen allemaal in dezelfde richting. Wij mensen zijn seksistisch, bewust en/of onbewust. We hebben sterke overtuigingen hoe vrouwen moeten zijn, en op welke plekken ze wel en niet horen. Zolang vrouwen zich bescheiden opstellen en anderen dienen, is het ok, maar politiek is iets van, voor en door (blanke) mannen. Als daar een vrouw opduikt is de eerste, instinctieve reactie vaak ‘Kop dicht! Aaaaargh, weg met die heks!

Het is een houding met diepe, diepe wortels in de zogenaamde Westerse Beschaving. In het boek Vrouwen en Macht traceert historica Mary Beard die weerzin tegen vrouwen, die in het openbaar een rol willen spelen, terug tot aan de oude Grieken en Romeinen. Die wilden vrouwen ook het liefst meteen terug in hun hok meppen, zodra ze toespraken hielden of politiek actief werden.

Steeds meer vrouwen nemen geen genoegen met een tweederangs positie, ontwikkelen een feministisch bewustzijn, en willen voor zichzelf bepalen wie ze zijn, hoe ze zijn, wat ze willen. In de V.S. vormen de Republikeinen als het gaat om de politieke macht een sterke remmende factor, maar vanuit de Democratische partij winnen steeds meer vrouwen politieke posten. Pas gekozen congresleden zoals Alexandria Ocasio-Cortez, Sharice Davids, Ilhan Omar and Rashida Tlaib veranderen patronen, stellen seksisme aan de kaak en vullen macht op hun eigen manier in.

Hopelijk helpt dit Warren en andere vrouwelijke kandidaten, als de strijd om het presidentschap van de V.S. opnieuw begint.

Aanbevelingsbrieven: hoezo is ‘zorgzaam’ een negatief etiket?

Top, als je ergens een leuke stage of baan had, en een leidinggevende wil een aanbeveling schrijven om je volgende sollicitatie kansrijker te maken. Maar veel van zulke aanbevelingen hebben een problematische kant. Uit analyses van zulke stukken blijkt dat aanbevelingsbrieven voor mannen langer, krachtiger en wervender zijn dan voor vrouwen. Mannen kunnen het, vrouwen… ehm… misschien?

Vrouwen krijgen kortere brieven, die bovendien veel vaker dan die voor mannen opmerkingen bevatten over hun persoonlijke leven, of hun mate van zorgzaamheid en collegialiteit. Gekoppeld aan bewuste en onderbewuste stereotypen leidt dat tot een drempel voor vrouwen. Ze komen over als harde werkers, maar niet geniaal. Etiketten zoals zorgzaam of vriendelijk leiden daarnaast tot aannames als ‘dan is ze niet assertief genoeg voor deze baan’/risico van een voetveeg.

Opstellers van aanbevelingsbrieven zouden daarom ”mannelijk” taalgebruik moeten bezigen om vrouwen een fatsoenlijke kans te bieden, adviseren onderzoekers. Er bestaat zelfs voor het Engelse taalgebied een calculator om het seksisme gehalte in zulke brieven te analyseren en de inhoud bij te stellen.

Onder andere Helen De Cruz is blij met de aandacht voor seksistische stereotypen, maar maakt zich tegelijkertijd zorgen wat het betekent als ”vrouwelijke” kwaliteiten gelden als zwakker en minder. Wat zegt dit over ons als cultuur als een kwalificatie als ‘zorgzaam’ een handicap is, vooral voor vrouwelijke kandidaten? Willen we dan geen fatsoenlijke collega’s, die sociaal vaardig zijn, kunnen samenwerken en verder kijken dan hun eigen ikje groot en lang is? Voor de academische wereld en het wervingsbeleid van universiteiten stelt ze:

Our practices of hiring someone who is a single-minded researcher, thinking only of their qualities as a researcher, without any regard for how they might be among students or colleagues are problematic. They do not reflect our lived reality in the workplace, where we do in fact care about colleagues being at least minimally decent. Worse, some instances I have heard of people who were hired who were known to be problematic, for instance, among female students, but it was overlooked because they were such excellent researchers. Given this, maybe we should re-evaluate practices whereby compassion, kindness and other qualities are coded by search committee readers as feminine and where they can hurt a candidate.

In plaats van een eigenschap als zorgzaam of collegiaal naar beneden te halen, zou De Cruz veel liever zien dat er ook bij mannen gekeken wordt naar hun sociale, dienstverlenende eigenschappen. Ook bij mannelijke kandidaten zou een woord als ‘zorgzaam’ in een aanstellingsbrief moeten komen, of een alinea over zijn vaardigheden bij het samenwerken in een team. Dan lukt het hopelijk vaker om te voorkomen dat een egoïstische streber de situatie in een hele groep verziekt.

Moord op meisje past in horrorpatroon

Wat de 16-jarige scholiere in Rotterdam overkwam heeft bij feministen een naam: femicide. Het woord is afgeleid van genocide, volkerenmoord. Alleen betreft het hier exclusief de vrouwelijke helft van het volk. Overal ter wereld, ook in Nederland, vermoorden mannen vrouwen omdat zij een vrouw is (en zij ”dus” moet doen wat de man wil of verwacht). De mannelijke agressie heeft grote gevolgen voor alle vrouwen, of het nou uitloopt op moord of niet: angst, beperkingen in onze bewegingsvrijheid, de talloze voorzorgsmaatregelen die we nemen om zo veilig mogelijk te zijn.

De redenatie om als man een vrouw te doden kan verschillen, maar komt in de kern op hetzelfde neer. Ze is ”zijn” partner of ex-partner, en als man wil hij haar blijven domineren. De dood vormt relatief vaak het slot van een geschiedenis vol huiselijk geweld. En/of de moord vindt plaats op het moment dat de vrouw de relatie verbreekt, aankondigt te willen scheiden, of al weg is (waarna hij haar doodt of eerst een tijd lastig valt en dan doodt).

In andere gevallen kent de moordenaar de vrouw in kwestie niet persoonlijk, maar staat haar sekse alsnog centraal. Zo vonden in de V.S. en Canada verschillende moordpartijen plaats waarbij de dader in verklaringen aangaf woede te voelen. Vrouwen moesten niks van hem hebben, dus moesten meisjes en vrouwen dood. Dit gebeurde onder andere in de Canadese stad Toronto. Dit soort algemene vrouwenhaat was ook het motief voor de zogenaamde Isla Vista moordenaar uit de V.S. Om maar een paar voorbeelden te noemen – er zijn er vele.

Het algemene publiek, inclusief journalisten, heeft de neiging zulke moorden af te doen als incidenten. Het gaat om een onbegrijpelijk fenomeen, een trieste gebeurtenis, het was ‘zinloos’. De man had het moeilijk en ‘opeens sloegen de stoppen door’. Dat is een geruststellend verhaal, analoog aan de mythe van de onhandige man, om een groot maatschappelijk probleem te verhullen en mannelijke agressie te negeren. Als er al iets mis is, ligt de oorzaak bij de vrouw: hij was wel agressief, maar zij wimpelde de politie af.

Hoe gaat het patroon? We zien het mechanisme in een mildere vorm al bij straatintimidatie. Mannen bewijzen, vaak in groepjes, aan elkaar hun mannelijkheid, door vrouwen lastig te vallen. De man is in dit wereldbeeld ‘dé man’ en beheerst de straat. Vrouwen zijn daar te gast en moeten zich gesis, geroep, achterna lopen, ongewenste betastingen en erger laten welgevallen. Wil een meisje of vrouw niet meewerken aan dit vertoon van macho gedrag, dan grijpen de daders in en gaan over tot agressie. Neem dit voorbeeld uit Utrecht, waarbij vier jongens een meisje uitdaagden en, toen ze protesteerde, in elkaar sloegen. Of straatintimidatie die overgaat in seksueel geweld, zoals een aanranding.

In ernstigere vorm zie je dat ook bij de dode vrouwen. De meeste vrouwen, circa driekwart, kennen hun moordenaar. Het is meestal hun partner of ex partner, en in veel van de overgebleven andere gevallen een mannelijk familielid. Dit zie je nu ook bij de moord op de 16-jarige Rotterdamse scholiere  De dader kende haar en bronnen spreken van ”een relatie”. In hoeverre dat het juiste woord is voor iets tussen een 31-jarige man en een tiener, met in mijn optiek duidelijke elementen van geobsedeerdheid en stalking, moet nog blijken. Getuigen en veel media noemen de man in ieder geval de ex van het meisje. Volgens de media wilde zij van hem af en begon hij daarna met dreigen. Zodra de tiener hem bij haar school zag staan probeerde ze nog te vluchten, maar helaas, zijn kogels waren sneller dan zij.

In Nederland sterven tussen de 30 en de 40 vrouwen per jaar op een manier die in dit patroon past. In 2016, een op zich ”rustig” jaar, waren het er bijvoorbeeld 34. Onderzoek voor moorden in de periode 2010-2015 wijst uit dat de vrouwenmoordenaar in iets meer dan de helft van de gevallen een intieme relatie had met het slachtoffer. Hij was haar partner of ex. In de meeste gevallen pleegde de man de moord met een steekwapen of wurgde hij de vrouw.

De percentages komen overeen met andere onderzoeken. In Engeland, met een grotere bevolking, staat de teller voor 2017 op 139. 109 daarvan, 76%, kende de man in kwestie. In bijna de helft van de gevallen was de dader hun partner of een ex, vergelijkbaar met Nederland. In de andere gevallen betrof het een mannelijk familielid of een zoon. Bijna de helft kwam om het leven door een scherp voorwerp, zoals een mes – dit is in Nederland zoals we zagen ook zo.

Welk wapen of welke manier een man gebruikt, hangt af van de cultuur. Zo telde de V.S. in 2016 ruim 1800 vrouwenmoorden, waarbij de man de vrouw in 56% van de gevallen doodde met een vuurwapen. Dat hangt samen met de wapencultuur in dat land. In andere culturen kunnen fenomenen zoals eerwraak een rol spelen en de kans vergroten dat de dader een mannelijk familielid van de vrouw is. Maar de kern blijft hetzelfde: een vrouw doet iets wat een man niet wil, en ze betaalt voor de vermeende wandaad met haar leven.

In 42% van de gevallen was er volgens de Engelse onderzoeksgegevens bij de femicide sprake van overkill. Zo stak een man een vrouw 175 keer. In een ander voorbeeld sloeg de man zo lang, vaak en hard op een vrouw in, dat haar gezicht voor de nabestaanden totaal onherkenbaar was. Dit soort gevallen van overkill zie je ook terug in Nederland. In het geval van de 16-jarige scholiere vuurde de dader volgens door journalisten opgetekende verklaringen zeven tot acht schoten af, waarvan vier van zeer nabij. Of de man die ”zijn” vriendin en dochter wurgde, de dochter verkrachtte, (onduidelijk in welke volgorde dit gebeurde) en de lichamen daarna verborg in de kruipruimte van hun woning. Of deze man, die 99 keer instak op de vrouw.

De forse mate van geweld maakt duidelijk dat er extra emotie in het spel is in veel gevallen waarin mannen vrouwen doden. In Engeland houdt Ingala Smith zich al jaren bezig met femicide. Zij stelt dat deze felheid aangeeft dat het hier niet gaat om onschuldige, aardige mannen die door pech en toeval opeens een misstap begaan. Het zijn mannen die vrouwen haten:

Ingala Smith, the chief executive of the domestic violence charity Nia, said: “The use of excessive violence or desecration after death challenges narratives of momentary loss of control that are especially prevalent in relation to domestic violence. “Instead it highlights the brutality and misogyny that men bring to their violence against women whether dead or alive and challenges benign rationales given by men which are often accepted and repeated in media coverage of the killings of women.”

Femicide. Onthoudt die term. En neem eens een kijkje bij de diverse overzichten en tellingen van al die dode vrouwen. Zoals het Engelse Counting Dead Women. Of deze Canadese inventarisatie. Of deze Spaanse telling uit 2017. Of de moorden op vrouwen die de Moordatlas verzamelt, tussen uitgaansgeweld onder mannen en afrekeningen in het criminele circuit door. Dan zie je het vanzelf.

Democratische vrouwen verheffen hun stem in de V.S.

Je kunt veel kritiek hebben op de Democratische partij in de V.S., maar in tegenstelling tot Republikeinen krijgen vrouwen goede kansen. Een record aantal stelde zich kandidaat voor de tussentijdse verkiezingen die op dit moment spelen. Een record aantal vrouwen won daarna inderdaad een zetel in het Congres of de Senaat. Waaronder de allereerste vertegenwoordigsters van de inheemse bevolking van de V.S., Sharice Davids en Deb Haaland, en de eerste twee moslima’s, Rashida Tlaib in Michigan and Ilhan Omar in Minnesota.

De verkiezingsresultaten in deze Amerikaanse midterms kenden een lange aanloop. Twaalf grafieken laten zien hoe de politieke verschuiving langzaam sterker en sterker zichtbaar werd. Organisatie Emily’s List speelde een belangrijke rol bij het kanaliseren van de politieke belangstelling van vrouwen na het verlies van Clinton. In 2016 meldden zich 920 vrouwen, na de winst van Trump steeg dat naar 42.000. Emily’s List steunt vrouwelijke kandidaten met coaching, fondsen, adviezen en praktische hulp en zet belangstelling om in serieuze kandidaturen. Voor het Congres steeg het aantal vrouwelijke kandidaten zodoende van 16 naar 23% in twee jaar tijd.

Als vrouwen zich kandidaat stellen, doen ze het vaak beter dan hun mannelijke collega’s. Van alle Democratische kandidaten wonnen de vrouwen 44% van hun races, terwijl de mannen niet verder kwamen dan 21%. Republikeinen vaardigen veel minder vrouwen af dan de Democraten, maar als de Republikeinse kandidaat een vrouw is wint ze in 34% van de gevallen, tegen 29% van de mannen.

De vrouwelijke kandidaten, zeker die van de Democratische kant, ontvangen massaal steun. Zo organiseerden vrouwen talloze protestmarsen, te beginnen met dag 1 van het presidentschap van Trump, waar miljoenen mensen aan deelnamen. Vrouwen doen ook veel vaker dan voorheen een financiële donatie, en/of woonden politieke bijeenkomsten bij. Vooral jonge vrouwen tonen zich politiek bewuster dan hun mannelijke leeftijdsgenoten – zo gaf een kwart van de vrouwen geld aan een campagne, terwijl jonge mannen niet verder kwamen dan 18%.

Speciale aandacht verdienen vrouwen met een gekleurde huid. Die maken vaak het verschil. Witte vrouwen zijn hopeloos verdeeld en kozen in 2016 in 47% van de gevallen voor Trump, tegen 45% voor Clinton. Dat heeft onder andere te maken met haar burgerlijke staat. Even plat gezegd: zodra een witte vrouw trouwt, kiest ze de kant van haar witte man en gooit ze de belangen van haar eigen sekse en van mensen met een gekleurde huid onder de bus. Ondertussen kiezen vrouwen met een gekleurde huid consequent voor Democraten (net als vrijgezelle witte vrouwen). Onder andere in 2017, tijdens verkiezingen in Alabama, wisten zwarte vrouwen zodoende het verschil te maken. 98% van hen koos destijds voor Doug Jones, en zorgde er zo voor dat deze Democratische politicus de beslissende stemmen kreeg om te winnen.

De grotere zichtbaarheid van vrouwen zorgt ervoor dat verschillende positieve bewegingen op gang komen. Winst van vrouwelijke kandidaten spoort andere vrouwen aan om ook een kans te wagen en zich kandidaat te stellen. De gekozen vrouwen zijn daarna effectiever: voor iedere 1,5 voorstel die een man door Congres of Senaat loodst, weet een vrouw ruim twee voorstellen aangenomen te krijgen. Vrouwen bedrijven andere politiek – ze doen bijvoorbeeld twee keer zoveel voorstellen voor betere gezondheidszorg en onderwijs dan mannelijke politici. Tot slot halen vrouwen meer geld binnen voor hun achterban. Als jouw district vertegenwoordigd wordt door een vrouw, ontvang je jaarlijks gemiddeld 49 miljoen dollar meer aan subsidies en andere overheidssteun dan een naburig district, vertegenwoordigd door een man.

Kortom, als de Democraten slim zijn, zetten ze zwaar in op vrouwen met een gekleurde huid, en vrijgezelle witte vrouwen. Die zouden aan de macht moeten komen in de top van de partij, de koers moeten bepalen, en de race moeten leiden. De partij is aan het leren – zo verontschuldigde voorzitter Tom Perez zich onlangs bij zwarte kiezers, voor de manier waarop de partij zwarte kiezers en kandidaten in het verleden behandeld had. Mensen met een gekleurde huid, in het bijzonder vrouwen, vormen de basis en de ruggengraat van de Democratische partij. Ze verdienen meer steun, meer macht, en meer respect. Met alle overwinningen die ze tijdens deze verkiezingen boekten, inclusief de bijbehorende macht, wordt de kans groter dat ze eindelijk krijgen wat ze verdienen.

De Gereedschapskist: D.A.R.V.O.

Agressie en geweld? Geen probleem, je doet gewoon een DARVO-tje. DARVO staat voor Deny, Attack, Reverse Victim and Offender – oftewel ontkennen, aanvallen, rol van dader en slachtoffer omkeren. Slachtoffers de schuld geven is een zeer bekende tactiek, eeuwenoud, maar onder andere professor Jennifer J. Freyd van de universiteit van Orgenon ziet dat daders steeds vaker ook de rolomkering inzetten om onder de gevolgen van wangedrag en criminaliteit uit te komen. Recent deed de Amerikaanse rechter Brett Kavanaugh dat nog, toen zijn benoeming tot het Hoogste Gerechtshof in gevaar kwam door beschuldigingen van seksuele agressie. In die situatie vond hij zichzelf het grootste slachtoffer, en hij was woedend.

DARVO komt uit de koker van de sociale wetenschappen en de psychologie. Onder andere Louise F. Fitzgerald,  professor emeritus van de University of Illinois, en Jennifer J. Freyd, van de University of Oregon, denken en schrijven erover. Zij zien het als een verdedigingsmechanisme van daders. Die willen geen negatieve gevolgen ondervinden van hun wangedrag of misdaden, en nemen daarom hun toevlucht tot ontkennen. Als ontkennen niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat er opnames bestaan van hun misdrijf, gaan ze over tot het slachtoffer de schuld geven. Werkt ook dat onvoldoende, dan zetten ze de stap naar een rolomkering. Eigenlijk zijn zij zelf het ware slachtoffer in de hele situatie. Mensen moeten met hén medelijden hebben, niet met dat gluiperige ”slachtoffer”.

Freyd kwam op het begrip DARVO nadat ze zag hoe Anita Hill in de jaren negentig het nauw raakte, op het moment dat ze kandidaat opperrechter Clarence Thomas beschuldigde van seksueel wangedrag. In de daarop volgende periode kreeg zij de ene na de andere aantijging voor haar kiezen, terwijl de beschuldigde buiten schot bleef. Uiteindelijk moest zij zwaar beschadigd afdruipen. Thomas kreeg zijn benoeming en mocht zijn succesvolle carrière voortzetten.

Freyd ziet dat DARVO op dit moment een ontwikkeling door maakt in de V.S. Mede onder invloed van de president nemen daders steeds vaker hun toevlucht tot stap 3, de rolomkering, signaleert ze. Die rolomkering vindt op dit moment ook steeds vaker plaats in de #metoo beweging. Die beweging stuit na een succesvol eerste jaar op steeds meer verzet. Niet vrouwen zijn slachtoffers van machtsongelijkheid en structurele seksuele intimidatie, nee, mannen zijn de echte slachtoffers. Ze kunnen niks meer doen of zeggen, of hun carrière wordt al vernietigd door een wraakzuchtige horde vrouwen die ‘te ver gaan’.

Uit onderzoek blijkt dat daders DARVO toepassen omdat het werkt. Maar machtsmisbruik daargelaten heeft de strategie op individuele mede-mensen alleen het door de dader gewenste succes zolang anderen deze tactiek niet als zodanig herkennen. Zodra mensen informatie krijgen over de tactiek en situaties op de drie stappen analyseren, valt de DARVO-gebruiker door de mand en heeft de strategie minder effect. Mensen trappen er niet meer in. Dat ziet Freyd als de grote winst van het huidige klimaat rond #metoo en toenemende debatten over racisme en antisemitisme:

We can begin to put an end to DARVO by calling it out when we see it. We can not only prevent it from working but also use it as a valuable indication that the man in question is addicted to power, incapable of apology, and afflicted with such narcissism that he cannot bear to be out of control. Such a response to accusations or disclosure is itself a behavior for which men must be held accountable. If the accusation is true, a man who is not addicted to “masculine” power will apologize. If it isn’t true, he can just state the facts.

Politie laat vrouwen in de steek bij verkrachting

Zedenrechercheurs hebben grote moeite met aangiften van verkrachting. Ze zijn, net als de rest van Nederland, zo wantrouwend en alert op leugens, dat ze veel veel zaken weigeren te onderzoeken. Op die manier verdwijnen talloze waarachtige verkrachtingszaken in een la, en krijgen slachtoffers zo’n agressieve behandeling dat ze zich getraumatiseerd terugtrekken. Het uiteindelijke gevolg: daders blijven onbestraft en slachtoffers krijgen geen enkele vorm van gerechtigheid. Dat concludeert rechtspsycholoog en wetenschapper André De Zutter.

Eerst een feit van het type de aarde is rond: het overgrote deel van de daders van verkrachting, 98%, is man. Deze mannen – niet alle mannen, maar nogmaals, de meeste daders zijn man – verkrachten mannen, vrouwen, jongens, meisjes. Zeer vaak blijft dit geweld buiten beeld. Het veroordelingspercentage ligt tussen de drie en zes procent. Seksueel geweld is daarmee één van de ”veiligste” misdaden, met de grootste kans dat je er ongestraft mee weg komt.

De politie speelt helaas een vervelende rol in het onderbelicht en ononderzocht blijven van onder andere verkrachtingszaken. De Zutter onderzocht de situatie en komt tot zeer duidelijke conclusies:

Ik heb respect voor het werk van zedenrechercheurs. Zij worden net zo goed geleid door een mentale representatie van verkrachting. Dat is een idee, een beeld, niet de werkelijkheid. Ze hebben te maken met dezelfde psychologische mechanismen als valse aangevers. Dat maakt hen te wantrouwend tegenover echte slachtoffers en te goedgelovig bij valse aangiftes. We hebben slachtoffers van verkrachting gesproken voor wie de ondervraging zo’n vreselijke ervaring was dat ze liever geen aangifte hadden gedaan.

Wat De Zutter meldt is absoluut niet nieuw. Vrouwen wisten dit al eeuwenlang, aangezien zij er vanuit de kansel, de politiek en de wetenschap van langs kregen. Vrouwen? Hysterische, leugenachtige heksen die aandacht willen en mannen te gronde willen richten met hun gevaarlijke, duivelse seksualiteit. Pas vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw wisten vrouwen voldoende macht te krijgen om écht iets terug te zeggen. De tweede feministische golf koos seksueel geweld uit als één van de kernthema’s. Vrouwen voerden campagne, richtten Blijf van mijn Lijf huizen op, deden onderzoek, publiceerden boeken, klaagden de situatie aan en dwongen in 1991 veranderingen in de rechtspraak af, zodat de politie meer mogelijkheden kreeg om verkrachtingszaken in behandeling te nemen en justitie meer ruimte kreeg voor de vervolging en veroordeling.

Recent wezen ook andere onderzoeken op misstanden rond het werk van de politie. Zo onderzocht de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen de situatie in 2015 en kwam tot de conclusie dat de politie de aangiftes van tieners veel te snel afdoet als liegen. Agenten stellen zich zo vooringenomen en vijandig op, dat meiden tussen de 12 en 18 bang zijn om aangifte te doen. Ze zien er bij voorbaat al vanaf omdat ze denken dat de politie hun verhaal niet serieus zal nemen – en die angst bleek terecht, volgens de onderzoekers voor de Nationaal Rapporteur.

Op gezette tijden kunnen mensen uit de media vernemen wat deze conclusies van De Zutter en de Nationaal Rapporteur in de praktijk betekenen. Zo kreeg De Volkskrant eerder dit jaar een excuusbrief van de politie in handen. Uit de zaak bleek dat twee zedenrechercheurs een getraumatiseerde, 23-jarige verkrachte vrouw ruim zes uur lang op een zodanig agressieve, wantrouwige manier verhoorden, dat ze volkomen overstuur uit het verhoor kwam en bijna ging denken dat ze zelf gek en/of de dader was. De transcripties liegen er niet om:

‘Als blijkt dat iets niet klopt in je verhaal, dan ben ik bang dat dat echt consequenties heeft voor jou, maar ook voor het onderzoek.’ (…) ‘Dat is niet zo’, zegt Susanne tot drie keer toe. ‘Maar het is vaak warrig in mijn hoofd, ik weet de volgorde niet goed.’ ‘Soms is dit ook een schreeuw om aandacht’, zegt de rechercheur. ‘Of dat er geestelijk iets aan de hand is. Of dat er andere dingen zijn gebeurd. Of dat er iets is fout gegaan.’ (…)  ‘Het is niet zo’, zegt Susanne. ‘Het is niet zo.’ ‘Ik wil het toch gezegd hebben’, stelt de rechercheur. Even later: ‘Wat voor ervaring heb je met pijpen?’ Ze gaan in op het geslachtsdeel van de man. ‘Je zegt dat de penis slap was, maar je gaat toch kokhalzen’, stelt de rechercheur. ‘Doe eens voor? Hoe kokhals je dan?’ De rechercheurs blijven maar vragen of ze haar aangifte wil doorzetten. Susanne: ‘Ja, want het is echt gebeurd.’

Als je zo onder druk wordt gezet, is het volkomen begrijpelijk dat vrouwen bang worden om aangifte te doen. Alles kan tegen je worden gebruikt. Ook black outs vanwege een trauma, of vanwege bevriezing. Dat is een volkomen natuurlijke reactie als je in een levensgevaarlijke situatie belandt, naast vechten en vluchten. Maar zelfs de politie herkent dit niet altijd en meent dan dat een vrouw instemde omdat ze zich niet actief genoeg verweerde.

Dit alles gebeurt in een situatie waarbij volgens De Zutter hooguit vijf procent van de aangiftes vals is. Voor Engeland komt wetenschapster Joanna Bourke zelfs tot hooguit 3%. Ieder vals beschuldigde persoon is er natuurlijk één te veel, maar juist daarom is het in dit geval erg belangrijk om te blijven beseffen dat 95% tot 97% van de vrouwen daadwerkelijk verkracht is. Zij verdienen een fatsoenlijk interview, een gedegen onderzoek, en gerechtigheid. De daders verdienen vervolging, een grondig verhoor, en celstraf. Anders blijven ze namelijk ongestoord nieuwe slachtoffers maken. En dat kan echt niet.

Slachtoffer van seksueel geweld en hulp nodig? Neem dan contact op met een van de Centra voor Seksueel Geweld in Nederland, telefoonnummer 0800-0188, 24 uur per dag bereikbaar.

Meer diversiteit in vier eenvoudige stappen

Van een filosofisch vakblad met maximaal 21% vrouwelijke auteurs en 0% mensen met een gekleurde huid, naar een vakblad met 54% vrouwelijke auteurs en 11% auteurs met een gekleurde huid. In een paar jaar tijd. Vooruitgang kán, toont Rebecca Kukla aan. Deze professor Filosofie aan de Georgetown University werd hoofdredactrice van het Kennedy Institute of Ethics Journal en maakte het tot haar missie meer diversiteit te bereiken. Dat lukte door vier stappen consequent door te voeren.

Rebecca Kukla

Toen Kukla het roer van het tijdschrift voor Ethiek over nam, trof ze een traditioneel blank mannelijk landschap aan. Stap 1 was dan ook: het net verder, dieper en breder het water in gooien en actief op zoek gaan naar filosofen uit andere hoeken. Dat lukte door een aantal themanummers uit te brengen over actuele onderwerpen. Zo besteedde het Ethics Journal aandacht aan de Amerikaanse verkiezingen. Trump levert een goudmijn op als je het wil hebben over ethiek, en niet alleen de geijkte vaste waarden in de filosofie schreven over de gang van zaken in 2016. Via de themanummers kon de redactie een jonger, diverser auteursbestand opbouwen.

Stap 2 was de introductie van boekrecensies. Kukla en haar medewerkers besloten bewust op zoek te gaan naar publicaties vanuit gemarginaliseerde groepen, met onderwerpen op het gebied van ras, etniciteit, feminisme, (politieke) repressie, anti-fascisme enzovoorts. De redactie kan zelf kiezen wie de recensies schrijft en zorgde ervoor dat uitnodigingen terecht kwamen bij andere deskundigen dan de geijkte blanke mannennamen van de standaard namenlijstjes.

Stap 3: het landschap zelf veranderen. Tot Kukla’s komst kondigde het blad zichzelf aan als een publicatie op het gebied van ethiek, met in ieder nummer gangbare filosofie op dat terrein. In overleg veranderde Kukla dit echter in ‘toegepaste filosofie’, een veel breder begrip, met een grotere nadruk op de praktijk, op wat er in de wereld gebeurt, en op actuele thema’s. Door deze verbreding kon ook de auteurspool breder en diverser worden.

Tot slot stapte het blad af van een ingewikkeld systeem van anoniem inzenden. Normaal gesproken zijn er drie lagen van anonimiteit, waarbij ook de hoofdredactrice niet weet wie welk stuk in zond. De filosofie wereld is echter behoorlijk klein. Zodra iemand een niet gangbaar onderwerp heeft of een herkenbare eigen schrijfstijl, heeft anoniem inzenden en behandelen nauwelijks zin. Iedereen die ingevoerd is in het wereldje, snapt meteen dat als het over onderwerp X gaat, het stuk hoogstwaarschijnlijk van Y afkomstig is, want Y is de enige in haar vakgebied die zich met X bezig houdt. Anonimiteit is dan een mythe. Leuk in theorie, maar in de praktijk werkt het niet altijd.

Om die reden zorgt Kukla er tegenwoordig voor dat redacteuren artikelen zoveel mogelijk anoniem beoordelen, maar dat zijzelf wél weet wie het schreef. Dat stelt haar in staat kritiek te voorzien van een context, en soms te verwerpen omdat onbewuste vooroordelen een rol zijn gaan spelen. Daarnaast kan ze auteurs de helpende hand toesteken. Soms heeft een stuk enorme kwaliteiten, maar komt het niet goed uit de verf omdat het taalgebruik niet op niveau is. In dat geval adviseert ze auteurs om een native speaker Engels te raadplegen en met die persoon de taal te fatsoeneren. Iemand kan het stuk dan opnieuw indienen en wie weet keurt de redactie het nu wel goed. In 85% van de gevallen komen artikelen niet door de ballotage heen, signaleert Kukla, dus de kwaliteit blijft hoog. Maar auteurs met achterstanden krijgen een eerlijkere kans.

Dit alles laat ook zien dat er een vijfde ingrediënt nodig is. De wil om te veranderen, om ook het werkterrein fundamenteel te veranderen, zodat meer mensen kansen krijgen. En dat volhouden en blijven waken voor de terugkeer van conservatieve denkpatronen, waardoor je terug kunt vallen in het standaard blank mannelijke repertoire. Daarover meer in een volgend stuk.

Is Kukla er nu? Nee. Van 0 naar 11% is een mooie stap, maar ze vindt het aantal gepubliceerde artikelen van mensen met een gekleurde huid nog veel te laag. Daar is nog werk aan de winkel. Ook mag er nog wel wat meer ruimte komen voor auteurs met een handicap, of auteurs die zichzelf identificeren als transgender. Maar nu ze deze vier ontwikkelingen tot staande praktijk heeft gemaakt, is er een veel grotere kans dat méér mensen óók toegang krijgen tot het podium van een gerenommeerd vakblad. En dat is heel mooi.

Mensen vinden het lastig om vrouwen te vertrouwen

Vrouwen beginnen in de V.S. 30% van de nieuwe ondernemingen, maar investeerders mijden hen. Voor iedere dollar die een investeerder een onderneemster gunt, gaan er 23 naar een mannelijke ondernemer, blijkt uit onderzoek. Dit terwijl de onderneemsters minstens even succesvol zijn als hun mannelijke concullega’s. Het Consumer Financial Protection Bureau (CFPB) wil nader onderzoek doen naar de situatie, maar concludeert nu al dat gender een grote rol speelt. Ja, duh… Investeerders vertrouwen vrouwen minder. En dat geldt niet alleen voor de V.S., maar breed, in allerlei sectoren en in allerlei landen, ook in Nederland.

In je dromen….

Geen investering betekent dat vrouwen op een gegeven moment niet verder komen. Mannelijke ondernemers krijgen kansen, terwijl vrouwen zonder geld en middelen aan de zijlijn blijven staan. Daarbij krijgen vrouwen ook ontmoedigende boodschappen mee van seksistische financiers, tekende het Financieel Dagblad op. Potentiële investeerders hemelen mannelijke ondernemers op, terwijl ze vrouwen op precies dezelfde soort punten een stuk negatiever beoordelen. Zo heeft een jonge mannelijke ondernemer potentieel: hij heeft weinig ervaring maar geef hem een kans, komt goed. Terwijl een even jonge vrouwelijke ondernemer vooral twijfel en afkeuring oplevert – ze heeft te weinig ervaring, dat wordt niks.

Dit gebrek aan gelijke kansen voor vrouwen is een ouwe bekende voor iedereen die zich interesseert in gendervraagstukken. Het begint bij het begin, met het op waarde schatten van het werk en de prestaties van vrouwen. Onderzoek na onderzoek wijst uit dat mensen (de prestaties van) vrouwen als lager/minder beoordelen in vergelijking met mannen. Zelfs als de vrouw een beter product levert, duikelt de waardering omlaag zodra mensen erachter komen dat de producent het vrouwelijk geslacht heeft.

Het gebrek aan waardering blijkt ook uit andere meetbare gegevens. Werkgevers hebben minder salaris over voor een werkneemster. Om de loonkloof te dichten krijgen vrouwen vaak het advies beter te onderhandelen over hun loon en de beter betaalde banen te zoeken. Als degene met de verkeerde sekse hebben vrouwen echter maar beperkt invloed op hun omgeving. Ze kunnen bijvoorbeeld die beter betaalde baan vinden, vaak in sectoren waarin veel mannen werken. Maar als ”teveel” vrouwen dat doen, dalen na verloop van tijd de lonen in dat beroep. Geheel volgens de Wet van Sullerot: hoe meer vrouwen een activiteit ondernemen, hoe lager de status en de lonen worden. Het vrouwelijke heeft geen status…

Als vrouwen in de beoordeling van de buitenwereld slechter werk leveren en in het algemeen inferieur zijn, wordt stap 2 heel makkelijk. Vrouwen niet vertrouwen, niet serieus nemen, niet te steunen en niet in hen te investeren. Ze bakken er immers toch niks van. Als je investeert in hun onderneming, verdwijnt je geld in een zwart gat. Als je hen 100 miljoen dollar geeft voor hun debuutfilm, wordt dat vast een ramp. Beter om te kiezen voor de veilige, betrouwbare optie: een man, liefst blank.

Vrouwen krijgen zodoende nauwelijks kans om door te breken in een bepaald beroep of onderneming. Mannen geven dat af en toe zelf ook openlijk toe. Zo vatte Formule 1 autoriteit Bernie Ecclestone in één compacte paragraaf samen waarom vrouwen geen kans maken in de wereld van autoraces:

If there was somebody that was capable they wouldn’t be taken seriously anyway, so they would never have a car that is capable of competing.

Zo blijven allerlei activiteiten en bezigheden voorbehouden aan mannen, degenen die mensen wél serieus nemen, degenen waarin mensen wél willen investeren, degenen die wél goede autos krijgen om op professioneel niveau te racen, degenen die fouten mogen maken, waarna mensen zeggen ‘maar hij heeft zoveel talent, dus laten we hem nog een kans geven’. Hem, niet haar….

Kortom, die Amerikaanse cijfers over welke ondernemer wel investeringen binnen harkt en wie niet, zijn volstrekt logisch als je een wereldbeeld aanhangt waarbij hij gelijk staat aan goed en hoge kwaliteit, en zij een vreemde eend in de bijt is die er waarschijnlijk toch niks van terecht brengt, want vrouw.

Enfin, hopeloze kwestie en laat maar zitten? Nee. Bovenstaande situatie is mensenwerk. Als mensen willen, kan de situatie radicaal veranderen. Naast vrouwen zelf hebben (blanke) mannen, die vaak op sleutelposities zitten, een belangrijke rol. Zij kunnen hun macht immers aanwenden om de deur dicht te houden, óf om vrouwen kansen te geven. Als deze poortwachters deuren openen gaan de veranderingen extra snel. Duimen maar…..

Mannen en vrouwen gamen even goed

Brekend nieuws: mannen en vrouwen spelen even goed videogames. Een grootschalig onderzoek onder duizenden deelnemers aan EverQuest II en Chevaliers Romance III wijst uit dat vrouwen even snel als mannen punten verdienen en hogere levels bereiken. Het enige verschil ontstaat door de omgeving. Waar mannelijke gamers als vanzelfsprekend geaccepteerd zijn en aanmoedigingen en complimenten krijgen, botsen vrouwen regelmatig aan tegen seksuele intimidatie en beledigingen van het type ‘meisjes kunnen niet gamen’. Dat werkt onzekerheid in de hand.

Games spelen lijkt triviaal, maar de onderzoekers die keken naar de speelstijlen van mannen en vrouwen wijzen erop dat videogames regelmatig een opstap vormen naar studies en loopbanen in de ICT of de techniek. Als vrouwen terugdeinzen vanwege vooroordelen en intimidatie, en minder gamen, missen ze dat opstapje vaker dan mannen. Zonde, want vrouwen hebben aantoonbaar talent voor dit soort beroepen. Daarom roepen de onderzoekers mensen op om vrouwen wat warmer welkom te heten als ze videogames spelen.

Vrouwelijke gamers rukken gelukkig op – gelukkig, want hoe meer vrouwen, hoe groter de kans dat hun deelname vanzelfsprekend en normaal wordt gevonden. In april dit jaar bleek dat vrouwen 70% uitmaken van de groep die spelletjes op hun smartphone speelt. Kijk je naar alle games, ook op consoles en computers, dan is de situatie bijna in evenwicht met circa 45% vrouwelijke gamers in de V.S. Wel blijkt dat mannen over het algemeen meer mogelijkheden hebben om langere periodes achter elkaar te spelen. In Nederland kan bijna driekwart van de mannelijke gamers sessies van meer dan een uur houden. Vrouwen lukt dat in 56% van de gevallen.

In hun studie naar game-prestaties signaleren de onderzoekers een aantal hoopgevende ontwikkelingen die vrouwen vaker een gelijke kans geven. Zo kunnen vrouwen zich steeds vaker aansluiten bij collectieven zoals ‘de PMS Clan‘. Onderzoek wijst uit dat leden van zulke collectieven zich zelfverzekerder voelen en minder kwetsbaar zijn voor hatelijke sneren. Dat komt hun online prestatie ten goede.

Daarnaast introduceren de producenten van online platforms steeds vaker middelen om spelers die zich rottig gedragen, een halt toe te roepen. Riot Games nam bijvoorbeeld The Tribunal op in de speelwereld. Als een speler laakbaar gedrag rapporteert, analyseren andere spelers de klacht en spreken een collectief oordeel uit. Wangedrag kreeg zodoende negatieve gevolgen voor de dader. En, verrassing: online lastig vallen van vrouwen nam daarna zichtbaar af. Niet alleen voor vrouwen, maar voor iedereen leverde dat een prettigere omgeving en meer speelplezier op. Top!

Ervaring sterker dan holle vooroordelen

Terecht reageerden mensen geschokt op het nieuws dat ruim de helft van de Nederlanders liever geen vrouw als baas wil. Maar het onderzoek biedt een zeer hoopvolle aanwijzing. Namelijk deze: in sectoren met relatief veel vrouwelijke leidinggevenden maalt niemand meer om de sekse van de manager. Mensen raken gewend aan een vrouw in een leidinggevende rol en gaan haar behandelen als een normaal persoon. Ervaring is sterker dan op angsten en stereotypen gebaseerde vooroordelen. Die omslag komt tot stand zodra dertig procent van de groep uit vrouwen bestaat.

Eerst het slechte nieuws. HR Pay for People deed onderzoek naar de houding van duizend werknemers ten opzichte van leidinggevenden. Uit de enquete bleek dat van de jonge mannen 73 procent liever niet onder een vrouw werkt. Het Algemeen Dagblad gaf hun angsten behulpzaam weer door het artikel te laten begeleiden door een foto van een feeks die uit lijkt te halen naar een in elkaar duikend groepje medewerkers. Bedankt, AD, voor deze bevestiging van stereotypen. Neem je de hele onderzoeksgroep, dan wilden nog steeds ruim de helft van de m/v liever een man als baas.

De krant citeert Janka Stoker, hoogleraar Leiderschap en Organisatieveranderingskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen:

,,Bij een goede leider denken we eerder aan masculiene dan aan feminiene kwaliteiten. Een leider associëren we met daadkracht, dominantie en risicobereidheid. Die eigenschappen dichten we eerder toe aan een man dan aan een vrouw.” […],,Een goede vrouw is zorgzaam, kan goed luisteren, wil niet op de voorgrond treden, is niet dominant, maar wil samenwerken en de boel bij mekaar houden. Dat soort stereotypen hebben we in ons hoofd, vrouwen net zo goed als mannen.” De eigenschappen die we toedichten aan een leider passen dus slecht op het beeld dat we in ons hoofd hebben van een vrouw, stelt Stoker.

Zo’n beeld van ‘leider = man” heeft grote, negatieve gevolgen voor vrouwen. Onderzoek na onderzoek wijst uit dat mensen liever een man aannemen, omdat die naadloos past in het beeld van leider. Als vrouwen al een kans krijgen, moeten ze spitsroeden lopen. Vertoon je bij leiderschap passend gedrag, dan zou je een moeilijk rotwijf zijn waar niemand mee samen wil werken. Probeer je ”vrouwelijk” te blijven, dan ben je een zwak emotioneel meisje en neemt niemand je serieus. Zo kun je het onmogelijk goed doen. Iets waar mannen geen last van hebben: ze kunnen doen wat ze willen en ook als middelmatig type toch decennia lang onaantastbaar doorregeren, omringd door mensen die respectvol ruimte bieden aan deze mannen.

Maar nu naar de positieve kant. Halverwege allerlei artikelen over dit onderzoek naar de houding rond vrouwelijke bazen komt een zeer hoopvol gegeven naar voren. Wie gewend is aan vrouwelijke leiders, kan vooroordelen en nare etiketten achter zich laten en accepteert een vrouwelijke baas als iets heel normaals:

HR-baas Luyten vindt dat bedrijven meer moeten doen om te zorgen dat ook vrouwen een leidinggevende positie kunnen bemachtigen. Stel gewoon een vrouw aan als zij geschikt is, is zijn advies. Als voorbeeld noemt hij de uitzendbranche, waar relatief veel vrouwelijke manager werken. “Je ziet daar dat mannen een ander beeld hebben van een vrouw als baas, gewoon omdat ze dat meegemaakt hebben. In onze organisatie streven we naar een mix, want volgens mij heb je zowel mannen als vrouwen nodig.”

Op andere gebieden blijkt hetzelfde fenomeen. Zo onderzocht het CBS dat jongeren over het algemeen nog steeds traditionele opvattingen over rolpatronen hebben. Maar er is een groep die werkende vrouwen prima vindt, en zij hadden gemeen dat ze dat van huis uit mee hadden gekregen. Hun eigen moeder werkte betaald buitenshuis en dat was normaal, dus hoezo zou dat in hun eigen huishouden straks niet kunnen?

Of neem universiteiten: eerst verboden mannen vrouwen te studeren aan universiteiten, daarna was de eerste vrouwelijke studente een bezienswaardigheid, die achter een gordijn moest zitten omdat het anders té erg werd, daarna werd het normaal dat mannen én vrouwen studeren, en tegenwoordig zijn jonge vrouwen zelfs vaker hoog opgeleid dan jonge mannen.

Kortom, situaties normaliseren. Vrouwen worden mensen en de vooroordelen vallen weg. Alles wat er nodig is, is de wil om een bestaande situatie te problematiseren en er iets aan te doen. Vrouwelijke leiders eng en vervelend? Neem ze aan, geef ze die leidinggevende positie, en kijk, het went en je haalt die drempel van 30% en na een poosje kijkt niemand er meer van op. Selecteer je volgens je eigen overtuiging alleen naar kwaliteit en kom je vervolgens met een lijst met allemaal blanke mannen op de proppen? Zoek bewust verder, neem bewust vrouwen op in je namenlijstjes, en voordat je het weet worden je kandidatenselecties volautomatisch kleurrijk en divers. Je hoeft geen raketgeleerde te zijn. Je moet alleen wíllen.

Zelfmoord: gender speelt cruciale rol

Opwinding alom rond de hoge zelfmoordcijfers onder jongeren tussen de 10 en 20 jaar. In de media speculeren deskundigen over de oorzaken van de toename, en nemen daarbij vanalles mee. Van sociale media en Netflix series tot aan drugsgebruik en gebrekkige toegang tot zorg, het komt allemaal voorbij. Vreemd genoeg ontbreekt gender. Dat lijkt een blinde vlek. Wie even in de cijfers duikt, ziet echter meteen dat je de rol van iemands sekse niet kunt negeren.

Als baby word je in onze samenleving al opgescheept met stereotiepe opvattingen over je sekse

Volgens het CBS pleegden in 2017 bijna tweeduizend mensen zelfmoord (1917 mensen). De groep van tien tot twintig jaar viel op omdat het aantal zelfmoorden in deze leeftijdscategorie jarenlang min of meer stabiel bleef hangen rond de vijftig per jaar. Nu zijn het er opeens 81.

Als je gender meeneemt bij dit soort cijfers, worden bepaalde patronen opeens zichtbaar. Jongens plegen vaker zelfmoord. Kijk je naar de harde cijfers, dan ging het in 2016 om 6 jongens en 3 meisjes in de leeftijdscategorie van 10-15 jarigen. Bij de 15 tot 20-jarigen pleegden 24 jongens zelfmoord, en 15 meisjes. Kijk je nog iets verder, dan nemen de verschillen toe. In de categorie 20-25-jarigen pleegden 53 jongens zelfmoord, tegenover  20 meisjes.

Dit wil overigens niet zeggen dat alles ok is met de meiden. Zo constateerde psycholoog Frans Duintjer jaren geleden al dat jongens inderdaad vaker zelfmoord plegen, maar dat meisjes veel meer pogingen doen. Omdat hun pogingen minder vaak fataal zijn, komen ze minder terecht in de zelfmoordstatistieken zoals het CBS die publiceert. Maar er is wel degelijk iets aan de hand, anders doe je geen zelfmoordpoging. Meiden staan in onze samenleving onder een zware druk: we hebben vaker te maken met seksueel geweld en sociale druk om bescheiden, zorgend, troostend, vriendelijk en lief te zijn. Gezond assertief gedrag leidt al snel tot het scheldwoord bitch, en zelfs onze premier vindt dat vrouwen geen kwaliteit hebben. Je zou van minder depressief worden.

Maar goed, bij ”succesvolle” pogingen tot zelfmoord voeren jongens en mannen de boventoon. En dat is een groot probleem. Kijk je naar de volwassenen, dan blijkt ook hier dat mannen vaker dan vrouwen zelfmoord plegen. Het verschil neemt iets toe. In 2015 werd bijvoorbeeld zichtbaar dat het aantal vrouwen dat zelfmoord pleegde gelijk bleef. Bij de mannen steeg het aantal echter met 30. Deskundigen verwijzen voor dit verschil bij volwassenen naar gender:

Jan Mokkenstorm, psychiater bij suïcidepreventieplatform 113Online zegt dat sommige mannen minder goed kunnen omgaan met nieuwe levensfases dan vrouwen: “Van scholier naar werknemer, van jongen naar adolescent, van vriendje naar vader. Als zij die nieuwe rol niet kunnen volhouden, leidt het in hun beleving tot gezichtsverlies.”  En mannen zoeken ook minder snel hulp als het fout gaat, terwijl dat juist erg belangrijk is, benadrukt de psychiater: “Ze hebben het gevoel alles zelf te moeten oplossen. Zeker als het gaat over praten over hun gevoelens van hopeloosheid. Ze betrekken anderen daar niet bij en drinken soms te vaak.”

Mokkenstorm houdt het neutraal, maar wat hij hier benoemt gaat duidelijk over rolpatronen en opvattingen over mannelijkheid. Het belang van status, waarbij mislukking niet acceptabel is en gezichtsverlies ten koste van alles voorkomen moet worden. De ‘mannen huilen niet’ dogma’s, waardoor mannen blijven doen alsof alles ok is, nergens over praten, en hun emoties inslikken want een echte man lost alles zelf op en praten over gevoelens is voor mietjes. Enzovoorts.

Onderzoek naar de situatie in Europa wijst nog op een ander aspect waarbij gender cruciaal is: als falen niet mag, als je geen gezichtsverlies wil leiden als man, is het voor mannen veel belangrijker dan voor vrouwen dat je zelfmoordpoging ook echt slaagt. Hun mannelijkheid staat op het spel. Wetenschappers denken dat de intentie van mannen zodoende sterker is dan bij vrouwen. Bij vrouwen zouden de ambivalentie en twijfel wellicht groter zijn.

Zulke traditionele beelden van een specifiek soort stoere mannelijkheid krijgen helaas veel steun van rechtse groeperingen en de alt-right beweging die via internet een conservatief wereldbeeld verspreidt. OneWorld schrijft hierover:

mannen en vrouwen zouden strikt gescheiden rollen hebben, die biologisch bepaald zijn. Gendergelijkheid zou een dwaas streven zijn, zonder enige wetenschappelijke basis. Hoewel die vaststelling van geen kant klopt, vindt die veel weerklank. Dat is waar de manosphere overlapt met alt-right. Ze herkauwen en bekrachtigen allebei rigide ideeën van mannelijkheid, door het mannelijke systematisch te onderscheiden van het vrouwelijke. Deze grens moet volgens hen bewaakt en versterkt worden.

Dit is precies wat feministen bedoelen als we zeggen dat seksisme ook schadelijk is voor jongens en mannen. Waarom zou je als man niet over je gevoelens mogen praten? Waarom moet je als man per se sterk, onverstoorbaar en tot het bittere einde aan toe zelfstandig zijn, terwijl je soms gewoon om hulp moet vragen? Waarom wijzen we gevoelens toe aan vrouwen en gaan we er daarna minachtend over doen, in de trant van roddeltantes, zeikwijven, huuuu emoties, daar heb je de hysterische overdrijfbrigade weer, nee, wij mannen, wij zijn sterk en stoer en ver verheven boven dat wijvengedoe.

Deze hokjes, waarbij mannen zich krampachtig afzetten van vrouwen, vrouwen de grond in boren en van zichzelf stoïcijnse superhelden maken, beschadigen iedereen. Zo’n manier van tweedelingen aanbrengen leidt tot vijandbeelden waar we vanaf moeten. Het leidt tot zwart-wit denken waarin alle nuances ontbreken. Als man ben je óf de sterke leider, of een verachtelijk watje, iets er tussenin bestaat blijkbaar niet.

Feministen zeggen dat wij allemaal mensen zijn. We komen niet van Mars of Venus, we komen van de aarde. Feministen zeggen ook dat je zeer veel over het hoofd ziet als je geen aandacht hebt voor gender en machtsverhoudingen. Je ziet aspecten van situaties over het hoofd en mist zodoende ook mogelijke oplossingen en preventieve maatregelen. Al die deskundigen die nu bij zelfmoord onder jongeren kijken naar de sociale media en de geestelijke gezondheidszorg, zouden als de wiedeweerga ook de rol van mannelijkheid, vrouwelijkheid en gender mee moeten nemen in hun analyses. Alleen dan kunnen we het tij misschien keren.

Bel 113 voor hulp. En lees boeken. Bijvoorbeeld van Cordelia Fine. Of het boek Vrouwen en Ambitie, van Anna Fels. En waarom feminisme voor iedereen is, van Bell Hooks.

Nieuwsronde: vrouw als kanarie in de kolenmijn

Zo weinig tijd, zoveel mooie artikelen. Daarom een nieuwsronde met links naar allerlei interessante analyses, mooi geschreven artikelen en essays. Geniet ervan en hopelijk biedt het stof tot nadenken….

  • Allereerst een mooie analyse van wielrenster en wieleranalist Marijn de Vries over de onderwaardering van de vrouwensport. Ze kreeg meteen te maken met het klassiek Hollandse koor van zeur niet roepers toen ze daar aandacht voor wilde vragen. Pas toen mannen het onderwerp serieuzer namen, kwam het thema op de agenda. Maar ze blijft hoopvol: via haar bestuursfunctie kan ze meer invloed uitoefenen en lobbyen voor preventie van seksueel misbruik en een betere betaling van grofwielrensters. Ze ziet vooruitgang. Lees vooral haar hele artikel voor dagblad Trouw.
  • Om te begrijpen hoe dit werkt – vrouw begint ergens over en zeurt, man begint ergens over en het is belangrijk – kan de term Patriarchaat behulpzaam zijn. Charlotte Higgins constateert in de krant The Guardian dat dit begrip een tijdje uit de mode was, want jeetje, kan er niet een ander, vriendelijker woord voor komen. Maar om de systematische marginalisering van vrouwen en het vrouwelijke te begrijpen én er effectief iets aan te doen, blijkt patriarchaat toch het beste te voldoen. Steeds meer feministische groepen gebruiken het woord weer en worden er strijdbaarder door. Zelfs kritische religieuze mensen gebruiken de term op een goede manier in hun analyses. Wow.
  • Vrouwen blijven de kanariepiet in de kolenmijn, citeert journaliste Elizabeth Chang. Als er ergens iets giftigs broeit in de samenleving, merk je dat als eerste aan de dode en gewonde vrouwen. Chang werkte voor de Amerikaanse krant Capitol Gazette, waar een man onlangs vijf mensen dood schoot. Al snel bleek dat hij een historie had van vrouwenhaat en vrouwen belagen. Hij kon het niet verkroppen dat een vrouw hem afwees en dat de krant er over schreef. Na allerlei juridisch getouwtrek besloot hij zijn gelijk met geweld te halen. Iets wat wel meer mannen doen….
  • ….maar waarover media vaak zwijgen in alle talen. Ook in Nederlandse kranten las ik er weinig tot niets over. Terwijl seksisme en vrouwenhaat overduidelijk een belangrijke rol speelde als factor in dit geweld. Veel mannen die meer dan drie mensen in een keer doodschieten, schopten, sloegen en belaagden daarvoor vrouwen. We moeten stoppen om mannen met fragiele egootjes te beschermen en dit probleem aanpakken, roept feministische auteur Laurie Penny op. Echt, het is mogelijk te veranderen: ,,There is nothing in men’s nature that obliges them to behave like this. The problem is not masculinity but misogyny. There are plenty of shy, lonely men living in their parents’ basements who have not taken up violent woman-hatred as a way to relax after work.”
  • Dat vrouwen het beter krijgen is in eenieders belang, want terreurorganisaties vinden wanhopige vrouwen maar wat fijn. In ruil voor voedsel en water kunnen ze vrouwen dwingen terroristische acties uit te voeren. De vrouwen zijn zo wanhopig dat ze iedere kans aangrijpen om de dag te overleven. Ze zijn zodoende een gewillige prooi. Volgens de NATO bieden ze betere ”hulp” aan vrouwen dan organisaties die terrorisme juist willen bestrijden.
  • De Academy of Motion Picture Arts and Sciences, de groep mensen die beslist welke film een Oscar krijgt en welke niet, wordt steeds diverser. Vrouwen maken inmiddels 31% uit van de Academy, tegen een kwart in 2015. Het aantal mensen met een gekleurde huid verdubbelde zelfs ten opzichte van 2015 – het percentage steeg van 8 naar 16%. Belgisch magazine Knack constateert dat de Academy eindelijk gevoelig lijkt te worden voor de aanhoudende kritiek op de monocultuur, en pogingen doet meer diversiteit te bereiken. Mooi nieuws, want Oscars zijn van invloed op trends in filmland, en welke verhalen we status geven en welke niet. Hoe diverser dus de kiescommissie, hoe groter de kans op meer diversiteit in de stemmen die we horen.
  • Dat blijkt ook maar weer eens bij Ocean’s 8. Waar mannenproducties zoals The Expendables rustig drie sterren bijeen harken, geven filmcritici Ocean’s 8 hooguit een magere twee sterren. Steeds meer vrouwen nemen daar aanstoot aan. Vervang ‘jaren tachtig macho’s en hoera ze blazen dingen op’ door ‘acht actrices op hoogtepunten in hun carrière stelen dingen’ en je hebt de switch van man naar vrouw gemaakt. Waarom krijgt het mannelijke vermaak dan hogere waarderingen dan de vrouwelijke variant? Seksisme, signaleren de actrices en vele vrouwen met hen. Plus de eenzijdige groep critici. Ruim 80% blank en mannelijk. Waarom bepaalt die monocultuur onze smaak? Ocean’s 8 rulez!
  • Een ongewenste zwangerschap voorkomen. Prettige seks – hoe en wat. En pijnlijke menstruaties. Zo ziet de top drie eruit van de zorgen die vrouwen hebben rond hun seksuele gezondheid, volgens een onderzoek van Public Health England. De organisatie bevroeg een groep van 7000 vrouwen om tot deze top drie te komen. Wat betreft menstruatiepijnen en andere ellende blijkt 42% van de vrouwen ergens aan te lijden, maar nog geen 20% zoekt daarvoor medische hulp. Veel vrouwen willen niet zeuren, schamen zich of zijn terecht bang afgepoeierd te worden door artsen die moeite hebben om vrouwen te geloven.
  • Mannelijke journalisten volgen en reetweeten vooral (91%) andere mannen op Twitter, wijst onderzoek uit. Vrouwelijke journalisten komen bijna niet door dit bolwerk van elkaar schouderkloppen gevende mannenbroeders heen. Mannen domineren op die manier discussies op sociale media en beïnvloeden daarmee ook politieke ontwikkelingen. Want ook politici volgen vooral mannen en mannelijke journalisten op Twitter. Zo krijg je een zichzelf versterkende loop tussen media en politiek.Het goede nieuws? Meten is weten, en als je zelf inziet hoe eenzijdig je Twittergedrag is, kun je je gedrag aanpassen en bewust de opinies van vrouwen versterken.
  • Vrouwen zijn vaak solidair met elkaar. Dat blijkt maar weer eens uit een hele lading verhalen van vrouwen die elkaar in bescherming namen in situaties rond straatintimidatie en seksueel geweld. Wildvreemde vrouwen zien dat er iets mis gaat en helpen een andere vrouw. Op Tumblr delen nu steeds meer vrouwen dit soort ervaringen. Hartverwarmend. En wat zou het fijn zijn als wij vrouwen overal veilig rond zouden kunnen lopen…..
  • Fun Facts rond vrouwelijke burgemeesters: tot 1933 verbood de Gemeentewet vrouwelijke burgemeesters. Het ambt was voorbehouden aan mannen. Na opheffing van het verbod werd Truus Smulders-Beliën de eerste. De vooruitgang verliep moeizaam. Dik in de jaren tachtig telde Nederland slechts 25 vrouwelijke burgemeesters. In 2017 was dat opgelopen tot 81, en dit jaar 99. Dat is inclusief de aanstaande benoeming van Femke Halsema in Amsterdam. Partijen als de SGP weigeren stelselmatig vrouwen voor te dragen voor het ambt. De Kroon is vooruitstrevender: 35% van de door Nederland gekozen burgemeesters is vrouw.

 

Mannen ontkennen straatintimidatie

Voor mannen blijkt het erg moeilijk om vrouwen serieus te nemen als die aangeven te maken te hebben met straatintimidatie. Dat bleek weer eens toen de Amerikaanse radiopersoonlijkheid John Williams sociale media benutte om een vrouwelijke collega, Amy Guth, te dissen. Zij vertelde te zijn lastiggevallen door een onbekende man die haar uit het niets aansprak en erover begon dat hun kinderen razendknap zouden zijn, als ze die zouden maken. Onzin, vond Williams. Zoiets komt toch niet voor? Als het al was gebeurd, zou ze het moeten zien als een compliment, iets onschuldigs. Twitter ontplofte.

De hele Twitterdraad is een goudmijn voor sociologisch onderzoek. Allereerst biedt het ’t zoveelste bewijs voor de vele manieren waarop vrouwen gebukt gaan onder mannelijk wangedrag. Vrouwen en een paar mannen melden dat mannen hen lastig vallen. De mannen opereren alleen, op momenten waarop hun slachtoffer ook alleen en/of kwetsbaar is, of bewegen zich in groepjes en gebruiken hun numerieke overwicht om de situatie te domineren. (Als je de meldingen van vrouwen niet vertrouwt kun je gelukkig steeds meer onderzoeken vinden. Zo gebeurt in de gemeente Rotterdam 60% van de straatintimidatie in groepsverband en heeft 94% van de 1200 ondervraagde vrouwen nare dingen meegemaakt op straat.)

Tegelijkertijd geven veel mensen aan dat mannen geen idee hebben dat dit allemaal gebeurt. Vrouwen en een paar mannen geven in de twitterdraad prachtige voorbeelden van hoe dat werkt. Een man schrijft dat hij pas doorhad hoe vrouwen spitsroeden lopen op straat, toen hij in drukke New Yorkse straten gescheiden raakte van zijn vriendin. Hij volgde haar en merkte opeens dat vreemde mannen regelmatig vervelende opmerkingen tegen haar maakte en zich aan haar opdrongen. Een vrouw maakte dezelfde situatie mee en rapporteert ook dat toen mannen erachter kwamen dat ze met haar vriend was, ze zich prompt verontschuldigden – tegenover hém, niet tegenover haar.

Als ze navraag doen, tonen deze mannen zich geschokt over de antwoorden die ze van vrouwen krijgen. Het is veel. Het is constant. Het is ernstig. Omgaan met die schok en schrik is lastig. Het zijn negatieve emoties waar we als mens automatisch voor terugdeinzen. Het is verleidelijk om blind te blijven voor de vele intimiderende incidenten die vrouwen meemaken – en als man kun je dat makkelijk doen want de daders richten zich voornamelijk op vrouwen.

Als wegkijken niet lukt, kun je altijd je toevlucht nemen tot ontkennen, zoals Williams deed. Maar wat is waarschijnlijker, vragen de vrouwen Williams in hun reacties op zijn Twitterbericht. Dat de halve mensheid liegt, of dat mannen zoals Williams de ervaringen van vrouwen niet willen horen?

Een tweede barrière is dat het bij straatintimidatie gaat om opvattingen over mannelijkheid, iets waar alle leden van die sekse mee te maken hebben. Mannen kunnen nog zo hard roepen dat de meeste mannen fijne mensen zijn die vrouwen met het allergrootste respect behandelen, maar onderzoek na onderzoek wijst uit dat er een zeer sterk verband bestaat tussen opvattingen over de rol van mannen en seksueel geweld. Wie roept ‘niet alle mannen‘ zodra het probleem van mannelijke agressie op tafel komt, ontkent de rol van mannelijkheid en blijft onderdeel van het probleem. Dat is voor een man niet leuk om te horen. En biedt een nieuwe stimulans om de kwestie te ontkennen of af te wentelen op vrouwen.

Kortom de situatie is nog steeds zoals feministe Jane Gilmore in 2015 zo puntig samenvatte:

Ondertussen melden alle vrouwen in de Twitterdraad rond Williams dat zij geen enkele vrouw kennen die NIET te maken heeft gehad met straatintimidatie. De leverancier van de agressie was altijd een man. Vrouwen melden in hun twitterberichten dat het eerste incident plaats vond toen ze tussen de 12 en de 16 jaar oud waren. Oftewel het begon zodra ze niet duidelijk meer een kind waren. De mannelijke dader(s) waren in alle gevallen ouder en/of met meer, dus die eerste ervaring kwam meestal behoorlijk bedreigend over op de jonge tienermeiden.

Veel vrouwen melden daarnaast dat situaties snel kunnen escaleren, als ze niet reageren naar de zin van de mannen. Als ze niet blij en flirterig reageren, als ze nee zeggen, gaan de mannen angstwekkend snel over tot verbaal en fysiek geweld. Ze schelden vrouwen uit, achtervolgen hen, gooien stenen of bierflesjes naar ze, of pakken hen fysiek aan zodat een vrouw zich letterlijk los moet worstelen.

De aanhoudende ongewenste opdringerigheid en agressie is uitputtend voor vrouwen, signaleert Guth:

“We don’t keep track in the same way that might be expected because it’s so frequent, and began prior to puberty for many of us, so it’s part of the female experience unfortunately,” Guth wrote in an email.[…] “As a woman, any level of dismissal in any workplace is part of a cultural pattern of behavior that falls under the ‘death by a thousand cuts’ phenomenon,” Guth said. “Incidents or transgressions may be like paper cuts, but they certainly add up over time.”

Dat doorgaan alsof er niets aan de hand is, alsof mannen niks te maken hebben met het probleem, dát moet veranderen. Zolang mannelijke daders ongestraft wegkomen met hun gedoe, zolang mannen hun seksegenoten hun gang laten gaan, zolang zijn straten en huizen onveilig voor vrouwen en worden wij vrouwen ernstig gehinderd in onze bewegingsvrijheid, onze mogelijkheden om iets leuks te doen, onze levensvreugde. Mannen, aan de slag.

De dominantie van de dikke historische mannenboeken

Wil je weten hoe een door mannen gedomineerde canon tot stand komt? Dan kun je dat nú zien – het mechanisme is in werking gezet- rond historische romans. Het vuistdikke Reconquista van Miquel Bulnes. Musch, het vuistdikke eerste deel van een trilogie over het leven van Johan de Wit. Tafels in boekhandels bezwijken bijna onder het gewicht van deze Serieuze Historische Romans. Ik kan me niet herinneren dat de nieuwste Simone van der Vlugt  ooit zo breed gepromoot werd. Haar romans verschijnen, maar als Bulnes en co kloeke historische romans met mannelijke hoofdpersonen publiceren is dat een Evenement met hoofdletter E.

Het lijkt er sterk op dat mannelijke auteurs profiteren van een sociale en geschiedkundige context: mannen zijn de serieuze historici en leveranciers van Echte Boeken.

Geschiedenis als vak: Zowel wetenschapster Maria Greve als, jaren later, Suze Zijlstra, constateren dat mensen een duidelijke beeldvorming hebben over wie er over de geschiedenis gaan. Zeg ‘geschiedkundige’ of ‘historicus’ en de meeste mensen denken automatisch aan mannen, onderzochten zij. Mannen organiseerden zich in historische genootschappen en verkregen leerstoelen aan de universiteiten. ”Bronnenonderzoek in archieven en bibliotheken werd beschouwd als een heroïsche zoektocht van vastberaden mannen naar ware historische kennis”, schrijft Greve.

Echte Romans: Corina Koolen deed onderzoek en constateert dat literaire kwaliteit nauw verbonden is met mannen. Vrouwen schrijven net als mannen, maar lezers, uitgeverijen en recensenten willen dat niet zien. In hun beleving missen vrouwen steevast de X-factor die de mannelijke auteur wél heeft. Vrouwen schrijven misschien wel leuk, of zijn populair, of verkopen goed, maar literatuur… meh. Vervolgens krijgen mannelijke auteurs met hun Literaire Roman de literaire eer. En de prijzen. En het geld.

Binnen deze tweedeling tussen universele romans van mannen en genderspecifieke romannetjes van vrouwen, hebben mensen m/v ook duidelijke ideeën over wie over welk soort onderwerp mogen schrijven. Greve:

Slechts enkele uitzonderlijke vrouwen zouden in de ogen van de critici beschikken over voldoende kennis om zich in staatkundige en historische verschijnselen te kunnen verdiepen. In het algemeen diende de vrouw niet over economie, politiek of geschiedenis maar over ‘kalmer tooneelen’ te schrijven.

Dat gold voor de negentiende eeuw, maar deze mentaliteit leeft voort, ontdekte Koolen.

Misschien niet zo vreemd dat mannelijke auteurs direct en indirect baat hebben bij deze mannelijke geschiedenis en erkenning van literaire kwaliteit bij mannen. Zij passen naadloos in het onbewuste beeld van het soort mensen dat zich met geschiedenis en literatuur bezig houdt. Ze komen terecht in een gespreid bedje. Bulnes’ roman Reconquista, over de strijd tussen zuidelijke Mohammedanen en noordelijke Christenen in het middeleeuwse Spanje, werd volgens zijn uitgever groots besproken. Zijn voorganger, Het bloed in onze aderen, belandde in 2012 op de shortlist van de Libris Literatuurprijs. Op dit moment lopen de media ook warm voor Jean-Marc van Tol met zijn historische roman over Johan de Wit. ”Je reinste Game of Thrones”, hijgt Vrij Nederland.

Ik denk dat het ook te maken heeft met marketing. Neem de omslag van Musch: een kloek, ”mannelijk” ontwerp in donkere kleuren, met grote strakke letters en een koninklijke vogel. Alles zegt ‘serieuze roman, Kwaliteit’:

Vergelijk dat met de gemiddelde kaft van een historische roman van een schrijfster zoals Simone van der Vlugt:

Lichte kleuren, roze, bloemetjes, een bevallige vrouwenhand, alles roept ‘vrouwelijk’. Misschien zelfs wel ‘chicklit’ – een frivool genre met boeken die geen man wil lezen. Nergens zegt een recensent zoiets als ‘net Game of Thrones’. Terwijl omschrijvingen daar wel aanleiding toe kunnen geven. Zoals deze omschrijving bij de roman ‘De Dochter van de Zeemeermin’ van Lydia Rood: ”1403, de Middeleeuwen: een tijd van oorlog, bijgeloof en van strijd om de troon”.

Ik gun Bulnes en Van der Tol alle aandacht van harte hoor. Hun boeken zijn vast goed en leuk om te lezen. En de historische roman is een prachtig genre. Maar het valt mij op dat de media en de boekhandels de Bulnes en Van der Tol heren wel érg op het schild hijsen. Zij krijgen alle ruimte van literaire bijlagen die, zoals de Lezeres des Vaderlands en anderen onderzochten, het werk van vrouwen negeren of alleen in kleine signalementen behandelen, terwijl mannelijke auteurs de belangrijke lange reportages krijgen. Dit terwijl het letterlijk wemelt van schrijfsters die in hetzelfde genre werken. Zie bijvoorbeeld deze lijst van Hebban.

Kortom, het is geen gelijk speelveld. En dat is erg vervelend, want als diezelfde door mannen gedomineerde recensentengroep en literaire experts-kliek de Canon van de Historische Roman opstelt, in de context van de man als de echte historicus en de man als de echte auteur, zul je zien dat mannelijke auteurs daarin domineren. We zijn er zelf bij – het mechanisme speelt zich op dit moment voor je eigen ogen af. Het is nu gaande. Wilde ik even signaleren….