Category Archives: Wetenschap

Rock and Roll: vrouwen van het eerste uur

Waar het schrijven van een scriptie al niet toe kan leiden. Van een onderzoek naar muzikantes in de Rock&Roll, naar een uitgebreide website met database op internet waar je zo uren zoet bent als je ergens op begint te klikken. De scriptieschrijfster: Leah Branstetter, die haar studie voor musicologe afsloot met een onderzoek naar Rock and Roll artiesten uit de jaren vijftig. De site: Women in Rock.

Branstetter kwam tot haar thema nadat ze haar hele leven gehoord had dat vrouwen niet actief waren in Rock and Roll. Het zouden alleen mannen zijn geweest, die in de jaren vijftig de basis legden voor dit genre. Het probleem ligt diep en is structureel. Over welke periode je ook spreekt, vrouwen komen er niet aan te pas. Zo telt de beroemde Amerikaanse Hall of Fame waar het Rock and Roll betreft niet meer dan circa 8% vrouwelijke artiesten.

Branstetter geloofde er niets van, dat vrouwen geen deel uit zouden maken van de Rock and Roll. Ze dook de geschiedenis in en trof honderden artiesten aan, die in de beginjaren van het muziekgenre stevig aan de weg timmerden. Breed, als artiest en muzikante, maar ook in allerlei andere rollen, zoals songwriter:

And many more participated in other ways: writing songs, owning or working for record labels, working as session or touring musicians,designing stage wear, dancing, or managing talent—to give just a few examples. It is true that women’s careers didn’t always resemble those of their more famous male counterparts. Some female performers were well known and performed nationally as stars, while others had more influence regionally or only in one tiny club. Some made the pop charts, but even more had impact through live performance.

Branstetter ging gedegen te werk. Magazines willen nog wel eens op de proppen komen met lijstjes vrouwen die opgenomen zouden moeten worden in overzichtswerken en Hall of Fame lijstjes. Branstetter doet dit ook, maar neemt een indrukwekkende bronnenlijst mee. Wie de Engelse taal beheerst vindt daar allerlei interessante boektitels, onderzoeken en andere bronnen. Handig voor mensen die zelf aan de slag willen of zelf ander onderzoek willen doen naar gender en muziek.

Het hart van de site vormen uiteraard de biografieën van allerlei min of meer vergeten vrouwen, die in de jaren vijftig impact hadden op de Rock and Roll scene. Regelmatig komt er weer een portret van een artieste bij, dus het loont de moeite om regelmatig een kijkje te nemen. Women in Rock voorziet ook in interviews met artiesten. Tot nu toe staan er gesprekken op de site met mensen zoals Beverly Ross, Wanda Jackson, Linda Gail Lewis en Laura Lee Perkins. Branstetter stelde ook een Spotify lijst samen, zodat mensen de muziek kunnen beluisteren.

Branstetter’s site werd zeer lovend ontvangen. Voor meer over haar werk, zie bijvoorbeeld: Open Culture over de lancering van de site, of Far Out Magazine over de betekenis van deze vroege pioniersters.

Vastendieet verdient zeer kritische blik

Daar was-ie weer, deze keer bij EenVandaag. Een man die enthousiast de voordelen van het vastendieet aanprijst. Iedere week een of twee dagen nauwelijks eten en het gezondheidswalhalla opent haar poorten voor je. Klinkt super, en er zijn veel andere mensen die deze vorm van diëten aanprijzen. Vaak mannen. En dat is geen toeval: onderzoek wijst uit dat mannen inderdaad gezondheidsvoordelen ervaren bij vasten. Maar naar vrouwen is weinig onderzoek gedaan, en het onderzoek wat er is lijkt erop te wijzen dat de effecten voor vrouwen juist negatief zijn.

Zoals zo vaak blijven vrouwen onzichtbaar in onderzoeken naar medische- of gezondheidsverschijnselen. Journalisten zoals Caroline Criado Perez (Invisible Women), Maya Dusenberry (Doing Harm) en in Nederland cardiologe Angela Maas en organisaties zoals Women Inc. met campagne Behandel me als een dame, allemaal wijzen ze erop dat onderzoek decennia lang plaats vond met de man als norm. Mannen bepaalden de onderzoeksagenda en verrichten studies op basis van mannelijke dieren en/of mensen van de mannelijke sekse.

Wat onderzoekers aan resultaten vonden, inclusief onderzoek naar diëten, pasten ze vervolgens klakkeloos toe op vrouwen. Met als gevolg dode, verminkte of zieke vrouwen, en geneesmiddelen die voor vrouwen veel meer ernstige bijwerkingen hebben dan bij mannen. Pas de laatste tien, twintig jaar hebben vrouwen meer banen in de medische wereld en komen onderzoeken naar vrouwen en vrouwtjes-proefdieren op gang.

Dezelfde situatie zie je bij onderzoeken naar het effect van periodiek vasten. Veel studies gaan over mannen en mannetjesdieren. Die blijken baat te hebben bij het vastendieet en verbeteren er hun gezondheid mee. Logisch dus, dat mannen lyrisch zijn over de waarde van het vastendieet. Ze hebben groot gelijk.

Over vrouwen ontbreken gegevens echter, omdat onderzoekers hen niet meenamen in de studie. Of ze zijn gebaseerd op zulke kleine groepen vrouwen dat je alleen kunt spreken van aanwijzingen die verder onderzoek noodzakelijk maken. Binnen die context is het enige wat je kunt zeggen is, dat de eerste aanwijzingen negatief zijn. Vrouwen melden problemen met hun hormonen, schildklier en menstruatiecyclus, slapen slechter, ervaren meer stress en kunnen glucose slechter verdragen (een vroeg waarschuwingssignaal voor diabetes). Nogmaals, de studies zijn schaars, dus zie dit als aanleiding voor verder onderzoek. Maar het eerste beeld is dat veel vrouwen meestal weinig opschieten met het vastendieet.

De enige categorie vrouwen waarbij het een of twee dagen vasten dieet enigszins positieve effecten had, was een beperkte groep zwaar obese vrouwen. Het ging bij dit onderzoek van de universiteit van Adelaide om 88 vrouwen die zich tien weken aan deze dieetvorm hielden. Daarna stopt de data-stroom, dus er is geen informatie beschikbaar over de langere termijn. Bovendien werken alle diëten de eerste paar weken, maakt niet uit wat en via welke methode (waarna je in een paar jaar tijd de verloren kilo’s meestal weer terugkrijgt, plus een paar extra). Het zegt niet zoveel.

Het vastendieet is niet de enige aanpak waarbij blijkt dat mannen er meestal beter van worden, en vrouwen weinig effect ondervinden of zich er slechter door gaan voelen. Hetzelfde zie je bij het Ketogeen dieet, een methode waarbij je koolhydraten zoveel mogelijk laat staan. Opnieuw zie je dat mannen voornamelijk baat hebben bij dit dieet, terwijl vrouwen zich beroerd gaan voelen omdat het Ketogene dieet bij hen negatieve gezondheidsverschijnselen veroorzaakt. Zo raken vrouwen hormonaal uit balans en kan keto bij hen juist een toename van gewicht veroorzaken.

Kortom, prima als mannen enthousiast zijn over het vastendieet. Maar als ze daarna druk uitoefenen op vrouwen in hun omgeving om het ook te doen, gaan ze te ver. Vrouwen: kennis is macht. Trap er niet in. Wat goed is voor hem, is lang niet altijd goed voor jou.

Moordenaars vertonen opvallend vaak vrouwenhaat

En weer pakt een witte man een wapen en schiet om zich heen. Deze keer in de Amerikaanse stad El Paso. En kort daarop een andere witte man, nu in de stad Dayton, in de staat Ohio. Daders van dit soort slachtpartijen in het openbaar hebben allerlei motieven, zoals religieus-extremisme, psychische problemen en racisme. Maar wie ze allemaal naast elkaar zet, ziet een link die opvallend vaak terugkeert: bijna alle moordenaars hebben een geschiedenis van vrouwenhaat. Weerzin tegen vrouwen lijkt een overkoepelend motief, los van religie, politieke overtuiging of andere -ismen.

Bij de meest recente moordpartijen moet het uitzoekwerk nog beginnen. Maar daags na de schietpartij in Dayton is al duidelijk dat de dader onder andere zijn jongere zusje neerschoot. Daarnaast werd hij twee keer van school gestuurd, wegens het opstellen van een lijst met mensen die hij wilde vermoorden, en een lijst namen van mede studentes, die hij wilde verkrachten. Hij mocht in dat laatste geval terugkeren op voorwaarde dat hij een excuusbrief schreef naar de meisjes uit de lijst, melden diverse klasgenoten.

Magazine Mother Jones analyseerde 22 eerdere moordpartijen uit de reeks van de afgelopen acht jaar tot in de details. Van die groep daders bleek dat 86% zich eerder schuldig had gemaakt aan huiselijk geweld. 32% had voor zijn moordpartij vrouwen gestalkt of op andere manieren lastig gevallen. 50% richtte zich op vrouwen – ze doodden ook mannen en kinderen die in de weg liepen, maar verklaarden in manifesten voor of verhoren na hun misdaad dat ze vooral vrouwen wilden raken.

Het patroon geldt voor Amerika, waar massaal wapenbezit moordpartijen in de hand werkt, maar is ook duidelijk zichtbaar in Europa. Veel daders van aanslagen in Engeland, Frankrijk en Duitsland mishandelden eerst hun “eigen” vrouwen voordat ze op straat mensen begonnen te vermoorden uit naam van ras of religie. Anderen gaven op andere manieren blijk van vrouwenhaat, bijvoorbeeld door seksueel geweld, stalking of het publiceren van hatelijke tirades. De link is zo sterk dat huiselijk geweld en andere agressie tegen vrouwen mag gelden als een voorspellend signaal voor latere terreurdaden in de openbaarheid.

Daarnaast onderschrijven de daders bewust of onbewust een bepaalt soort giftige mannelijkheid: willen domineren, macho zijn, spanningen en problemen oplossen met agressie, de glamour van de krachtige man met een groot geweer in zijn handen. De ene keer is die giftige mannelijkheid religieus getint, andere keren hangt het samen met racisme. Bijvoorbeeld als witte man gekleurde mensen doden om je witte vrouwen te beschermen, zodat zij in alle rust zoveel mogelijk witte baby’s kunnen baren en zo de westerse beschaving redden. Een deel van de witte vrouwen in de V.S. omhelst die ideologie trouwens enthousiast. Ze rekenen erop dat hun mannen sterk en stoer zijn en met geweld het blanke ras verdedigen.

Het lijkt erop dat de dader van El Paso ook tot die stroming behoort. Op internet verklaarde hij het op Latijns Amerikanen gemunt te hebben, omdat die Texas onder de voet lopen. Ook maakte hij een foto van het woord Trump, met wapens neergelegd in de vorm van de letters, en publiceerde hij op een extreem rechts forum, waar hij andere mensen kon vinden die net als hij het blanke ras menen te moeten verdedigen tegen een invasie van gekleurde anderen. Desnoods met geweld jegens die gekleurde anderen, en met verplicht baren voor ‘hun’ ‘eigen’ vrouwen. Een giftige mix van racisme en seksisme.

Het erge is: dit wisten we al in de jaren tachtig. Voor haar recente boek Home Grown dook Joan Smith in het vrouwenhatende karakter van dit soort moordenaars:

The book begins with a quote from Nazir Afzal, former Chief Crown Prosecutor for the North West of England: “There was research in the 1980s…the number one finding was that the first victim of an extremist or terrorist is the woman in his own home. We’ve forgotten that. We haven’t built on that.” “Home Grown” provides irrefutable evidence based on researching the histories of many mass killers, that the men who commit public atrocities have very probably practised their terrorism at home first. It also suggests that the lessons that should have been learned in the 1980s are still being resisted today.

Dat we nog steeds weerstand bieden aan het recht in de ogen kijken van mannelijke agressie, kan wellicht verklaard worden uit het femomeen van hempathie, een term bedacht door filosofe Kate Manne. In een patriarchale samenleving vertonen veel mannen en vrouwen de neiging om mannen in bescherming te nemen. Hij bedoelde het niet zo. Het was een grapje. Ja, hij schoot dertig mensen dood, maar hij was een onbegrepen, eenzame ziel met problemen. Of nee wacht, hij was nog jong en dan zijn je hersenen nog niet helemaal uitontwikkeld, zodat het lastig is onder druk goede beslissingen te nemen. Hoe witter de man, hoe sterker de neiging hem zoveel mogelijk uit de wind te houden, wat hij ook deed.

Daarnaast hebben zeker vrouwen domweg teveel te verliezen als ze agressie van mannen aan de kaak proberen te stellen. Vrouwen worden niet geloofd, of krijgen (sociale) straf – roddel en achterklap, het stuklopen van je relatie, waarna je als vrouw meestal in armoede vervalt terwijl de man vrolijk door gaat. Als cultuur oefenen we grote druk uit op vrouwen om te blijven zwijgen. En mannen spreken mede-mannen vaak niet aan omdat zij niet het doelwit van agressie zijn, het probleem niet zien, of zich (meestal onterecht) persoonlijk aangevallen voelen en hun kont tegen de krib gooien. Zo kan mannelijke agressie door etteren. En blijven overheden, instanties en denktanks in vruchteloze rondjes doordraaien.

Het is geen toeval dat bijna alle daders van massale moordpartijen mannen zijn. Het is geen toeval dat de overgrote meerderheid van de daders andere -ismen en problemen vermengen met een fikse dosis vrouwenhaat. Het wordt hoog tijd dat we deze dodelijke problematiek door een genderlens gaan bekijken, en vroege signalen serieus nemen.

Mannen kunnen vrouwen straffeloos verkrachten

Wil je als man de opwinding voelen van het plegen van een misdaad, maar heb je geen zin in celstraf? Verkracht dan een vrouw. Geen haan die daar naar kraait, ontdekten onderzoekers uit Engeland en de V.S. In Engeland haalt nog geen 1,5 (één komma vijf) procent van de zaken een aanklacht bij een rechter. In de V.S. wandelen per 50 verkrachtingen 49 daders ongestraft weg. Nederland heeft geen volledig betrouwbare cijfers beschikbaar, maar op basis van wat we wél weten kun je stellen dat de situatie hier hetzelfde is.

Magazine The Atlantic dook in de situatie en komt net als Engelse collega’s tot de conclusie dat er een epidemie van ongeloof heerst. Zodra een vrouw aangifte wil doen, treden bij de autoriteiten allerlei scripts in werking. Vaak onbewust. De vrouw liegt. Ze overdrijft. Ze wílde seks, maar daarna toch niet, en roept nu verkrachting om de man in kwestie dwars te zitten. En hoe zit het met die vrouw? Had ze alcohol op, wat voor kleding droeg ze, gaf ze aanleiding voor ‘misverstanden’?

Vanuit dat epidemische ongeloof gaat het snel bergafwaarts. Voor de V.S. omschrijven deskundigen de situatie als volgt:

Police may try to discourage the victim from filing a report. If she insists on pursuing a case, it may not be assigned to a detective. If her case is assigned to a detective, it will likely close with little investigation and no arrest. If an arrest is made, the prosecutor may decline to bring charges: no trial, no conviction, no punishment. […] in 49 out of every 50 rape cases, the alleged assailant goes free—often, we now know, to assault again. Which means that rape—more than murder, more than robbery or assault—is by far the easiest violent crime to get away with.

Het gebrek aan actie als een vrouw een verkrachting wil melden, is niet alleen zichtbaar in dramatisch lage vervolgingspercentages. Het is ook zichtbaar in bergen niet onderzocht bewijsmateriaal. Vrouwen kunnen een zogenaamde ‘rape kit‘ laten maken. Dat betekent dat medisch personeel kledingresten met bloed en/of sperma, en soortgelijke sporen op en in het lichaam, op de correcte manier verzamelt als bewijsmateriaal. Nog steeds liggen tienduizenden van dit soort pakketjes bewijsmateriaal ongeopend op planken te verstoffen. Pas onder president Obama kwamen fondsen vrij om alsnog te kijken welke DNA sporen de rape kits bevatten, en maken agenten een begin met daders zoeken. Nog steeds liggen echter naar schatting 250.000 rape kits op de plank:

“I believe fundamentally there was a gender bias at issue,” Vance said of the backlog at a press conference. “A crime mostly involving women was simply not viewed as important to solve.”

In Engeland zie je hetzelfde mechanisme van ongeloof en vrouwen afwimpelen zonder fatsoenlijk onderzoek te verrichten. Slechts één op de 65 zaken komt in het stadium van aanklacht, de andere 64 zaken sneuvelen. Ook hier constateren onderzoekers een hindernisbaan waardoor steeds meer zaken afvallen, vergelijkbaar met de beschrijving hierboven. Ook hier begint het bij ongeloof en wantrouwen jegens vrouwen die aangifte willen doen. Weet ze dat wel zeker? Weet ze wel welke straf er staat op het doen van een valse aangifte? Het proces is zo wreed dat slachtoffers regelmatig verzuchtten dat ze wensten dat ze nooit door hadden gezet:

“If I could do it again I would not do it. What it did to my mental health, it was not worth it.”

In Nederland zijn écht betrouwbare cijfers schaars, wegens versnippering, veranderende definities, onbetrouwbare ICT en ander gedoe. Het lijkt er echter sterk op dat ons land met dezelfde situatie kampt als Engeland en de V.S. In Nederland wil slechts 13 procent van de vrouwen aangifte doen, meldt De Volkskrant. Daarna volgt een ‘informatief gesprek’ bij de politie. Dat gesprek zorgt ervoor dat ruim de helft, 59 procent, van de meldingen afvalt. Van de aangiftes die dan nog overblijven, haakt het OM bij 57 procent van de gevallen af, vaak wegens allerlei problemen rond de bewijsvoering. Zoals dagblad Trouw het samenvat: zedenzaken zijn langdurig (gemiddeld duren ze twee jaar), pijnlijk, en leiden zelden tot een veroordeling.

Goed onderzoek doen en daders veroordelen loont echter. Omdat slachtoffers recht wordt gedaan, maar ook omdat straf daders wel degelijk tegenhoudt. Van de in Nederland veroordeelde mannen (en nogmaals, veroordeling en celstraf zijn een enorme uitzondering op de regel) gaat een kwart daarna gewoon weer in de fout. Maar celstraf zorgt er ook voor dat de andere 75% de boodschap begrijpt en stopt met verkrachten. Het heeft dus zin om misdaad aan te pakken. Wow!

Daarnaast leveren fatsoenlijk onderzochte zaken een schat aan informatie op. De Amerikaanse politie behandelt tot nu toe iedere verkrachtingszaak als een op zichzelf staand geval. Daar moeten ze echter snel mee stoppen, want op basis van DNA sporen uit rape kits blijkt dat één op de vijf verkrachters serieverkrachters zijn en slachtoffer na slachtoffer maken. Ze hebben geen herkenbare aanpak: ze verkrachten als de gelegenheid zich voordoet, en hun slachtoffers zijn vrouwen die ze kennen, maar ook totaal onbekende vrouwen die toevallig voorhanden waren.

De daders stapelen zich op nu de Amerikaanse politie eindelijk serieus aan het werk gaat met rape kits. Nathan Loebe verkrachtte zeven vrouwen in een periode van 12 jaar. Dandre Shabazz verkrachtte minstens vijftien meisjes en vrouwen tussen december 2001 en mei 2005. Gary Clair belandde achter de tralies nadat hij in 2010 drie vrouwen verkrachtte, maar na onderzoek van rape kits steeg het aantal slachtoffers naar vier. In al deze gevallen had de politie de kans gekregen om deze mannen na hun eerste misdaad op te pakken. Dat gebeurde niet, en dus gingen ze door en verpestten de levens van nog meer meisjes en vrouwen.

Het wordt hoog tijd dat de overheid seksueel geweld tegen vrouwen serieus neemt. Dat aangiftes geaccepteerd worden zonder dat slachtoffers als dader behandeld worden en door tien brandende hoepels moeten springen. Dat in Nederland de wetgeving rond verkrachting eindelijk gaat voldoen aan het verdrag van Istanbul, een door Nederland ondertekend verdrag van de Raad van Europa, dat gericht is op het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en van huiselijk geweld. Het probleem is té groot en treft té veel vrouwen.

Gereedschapskist: ‘manslamming’

Charlotte Riley voerde een experiment uit. Wat zou er gebeuren als ze op straat en in het openbaar vervoer niet automatisch aan de kant zou gaan voor mannen? Haar verslag in The New Statesman is hilarisch, maar maakt een ding pijnlijk duidelijk: mannen verwachten bewust of onbewust dat vrouwen en andere wezens ruimte voor hen maken. Doen vrouwen dat niet, dan volgen botsingen. Oftewel: manslamming.

Dit persoonlijke experiment staat niet op zichzelf. Een vakbondsorganisator uit New York, Beth Breslaw, hield het een paar weken vol om stug rechtdoor te lopen als ze tegenliggers kreeg. Vele botsingen met mannelijke voetgangers waren het vervolg. Ze kwam op het idee voor dit experiment door de ervaringen van een vrouwelijke kennis:

“She would get on the train and have nowhere to sit because men were all spread out on the seats,” Breslaw told me with a laugh. “Then she’d get off the train and have nowhere to walk because men don’t get out of the way.” It’s a phenomenon that perhaps we could call manslamming: the sidewalk M.O. of men who remain apparently oblivious to the personal space of those around them. Should you choose not to yield to these men, they will walk directly into you without even acknowledging it.

Naast Riley herhaalde ook de Canadese journaliste Kelli Korducki dat experiment, nu in Toronto. Ook zij zag zich geconfronteerd met mannen die niet uit wilden wijken omdat ze er klakkeloos vanuit gingen dat zij gewoon door kunnen lopen en dat vrouwen wel opzij zullen gaan. Ook in dit geval waren vele botsingen het gevolg. Kortom, of je nou kijkt naar Londen, New York of Toronto, besluit als vrouw om over straat te lopen ‘als een man’ en je krijgt vele, vele botsingen/manslamming.

In Nederland fietsland heb ik zelf ook een paar keer gekeken wat er gebeurt als je in een rechte lijn doorfietst met mannelijke tegenliggers. Opeens valt dan op hoeveel mannelijke weggebruikers het ruim nemen met hun rij-laan. Bijna botsingen met scheldende mannen op fietsen en brommertjes (‘kijk uit je doppen, stomme doos’) waren het gevolg. Zoveel dat ik het experiment stopte omdat ik ongelukken vreesde. Voortaan hou ik me weer aan het allerrechtste rechter buitenkantje van ‘mijn’ deel van de rij-laan. Dan blijf ik veilig voor breeduit fietsende heren. (En senioren m/v op elektrische fietsen, want dat is ook een groep waarvan opvallend veel leden denken dat er niemand anders te bekennen is op de weg.)

Enfin. Waarom manslamming? Mannen geven desgevraagd zelf toe dat zij gesocialiseerd zijn om ruimte in te nemen in het openbaar. Ze denken er verder niet over na – tenzij lastige vrouwen hen confronteren met hun gedrag.

Maar als je wat breder en dieper kijkt, is het niet zo gek dat mannen als vanzelfsprekend door de openbare ruimte bewegen en hun gang gaan zonder verder bewust ergens op te letten. De Heinrich Böll stichting signaleert bijvoorbeeld dat alles in de openbare ruimte de boodschap afgeeft dat dit het terrein is van mannen. Denk bijvoorbeeld aan straatnamen: als het gaat om een mensennaam dragen straten, lanen en pleinen bijna altijd de naam van een man. Of denk aan stoplichten met een mannelijk symbool – zo vanzelfsprekend dat als een stad besluit om een vrouwelijk figuurtje in de straatlamp in te bouwen, daar grote koppen in kranten op volgen. Ook standbeelden tonen meestal al dan niet foute mannelijke figuren.

Sterker, de hele inrichting van de openbare ruimte is gericht op mannen. Trappen en roltrappen op plaatsen waar je zou kunnen wéten dat er veel vrouwen met kinderwagens komen. Onverlichte fietstunnels. Plaveisel waar je gegarandeerd op blijft steken of je enkels verstuikt als je schoenen met een hak draagt. Openbare toiletten die zo ontworpen zijn, dat alleen mannen er staande in kunnen urineren – als vrouw zoek je het maar uit, met boetes voor wildplassen tot gevolg. Hoogtes, lengtes en breedtes zijn afgestemd op ‘de gemiddelde man’, alle anderen moeten rekken, strekken, reiken en wringen.

Manslamming is het logische eindresultaat van al die concrete feitelijke situaties en symbolische signalen die uitroepen dat het om mannen gaat. Het topje van de ijsberg, concreet gedrag waar veel meer achter zit dan je denkt. Doe er je voordeel mee…

Tweede sekse begon circa 8000 jaar geleden

Archeologen in Spanje onderzochten ruim 500 graven uit het neolithische tijdperk, en kwamen erachter dat er aanwijzingen zijn voor een beginnende dominantie van mannen. Mannen kregen anderhalf keer vaker een formeel graf dan vrouwen en kinderen. Vaak vertoonden hun skeletten tekenen van geweld en kregen ze wapens mee in hun graf. Ook komen mannelijke figuren in dit tijdvak vaker voor op grotschilderingen dan vrouwelijke figuren. Opnieuw meestal in verband met oorlog voeren of jagen. De archeologen zien hiervoor bewijs dat de dominantie van mannen samenhangt met maatschappelijke ontwikkelingen, niet met genen, en dat die dominantie ook weer teruggedrongen kan worden.

Het onderzoek werd uitgevoerd door Marta Cintas-Peña en Leonardo García Sanjuán, archeologen van de Universiteit van Seville. De mannelijke dominantie in Spanje was in het neolithische tijdperk, 8000 jaar voor Christus, nog niet heel sterk, merkten ze. De meest rijkelijk versierde graven met mooie giften bevatten zowel skeletten van mannen als vrouwen, dus als het gaat om een hoge sociale status konden vrouwen ook sterke posities innemen en een formeel graf ”winnen”.  Maar de eerste signalen voor de tweede sekse zijn daar, bij de Spaanse graven, signaleren Cintas-Peña en García Sanjuán. Niet vastgelegd in teksten, maar zichtbaar gemaakt in de fysieke overblijfselen van een prehistorische beschaving

Bij hun onderzoek borduurden Cintas-Peña en García Sanjuán voort op werk van Gerda Lerner. Deze Amerikaanse historica zette vrouwengeschiedenis in de V.S. op de kaart en deed onder andere onderzoek naar vertaalde kleitabletten uit samenlevingen van 2000 jaar geleden, zoals Mesopotamië.

De teksten van kleitabletten gaan vaak over wetgeving en handel. Ze maken duidelijk dat de sociale positie van vrouwen gestaag verslechterde. De vroegste kleitabletten tonen aan dat vrouwen handel konden drijven op de markt, een sterke positie hadden in huwelijken, en als priesteres leidersrollen in de maatschappij op zich konden nemen, ontdekte Lerner. Naarmate de tijd vorderde verdwenenen echter steeds meer rechten en werden vrouwen steeds vaker willoze instrumenten in handen van mannen.

In haar boek The Creation of Patriarchy legt Lerner onder andere de link met oorlog, waardoor mannen steeds meer macht kregen (iets wat ook de Spaanse archeologen signaleren). In Mesopotamië leidde oorlog ook tot de komst van slavinnen en concubines. De tweederangs status van die vrouwen tastte de algemene status van vrouwen steeds verder aan. Dit gebeurde in een tijdvak waarin de samenleving steeds gelaagder werd, met een steeds duidelijker verschil tussen arm en rijk. De rijkdom en de slaven kwamen steeds vaker terecht bij een mannelijke elite en vrouwen verloren steeds meer terrein. Uiteindelijk konden alleen priesteressen nog een beetje zeggenschap houden over hun eigen leven. Zelfs dat brokkelde af toen mannelijke goden de plek van godinnen innamen.

Maar nogmaals, deze ontwikkeling was sociaal, het gaat hier niet om een biologische vanzelfsprekendheid. Dit blijkt ook uit ander archeologisch onderzoek. Zo kende het gebied wat nu delen van midden en zuid-Duitsland omvat, de zogenaamde Hallstadt cultuur. Tussen 750 en 450 jaar voor Christus troffen archeologen in de mooiste graven met de meest indrukwekkende grafgiften alleen mannelijke skeletten aan. In de periode daarna, vanaf circa 480 tot circa 380 voor Christus sloeg dat echter radicaal om. De mannen verdwenen en in alle elite graven van die tijd lagen opeens vrouwelijke skeletten.

Je ziet ook opvallende verschillen per gebied. Zo beschrijft James Whitley de situatie in Griekenland in de ijzertijd. In de meeste gebieden krijgen mannelijke krijgers alle aandacht, met specifieke vormen van begraven, wapens als grafgift, en opvallende tekens in het landschap, zoals grafheuvels. Daarnaast troffen archeologen vooral skeletten van kinderen aan. In het symbolische landschap (zie de link, pagina 220) hebben vrouwen geen eigen plek, alleen als een soort onbeduidende tussencategorie, tussen de mannelijke krijger en kinderen in.

Behalve de stadstaat Athene. Daar vinden wetenschappers in diezelfde periode wel degelijk vrouwengraven, met tekenen van een goed ontwikkelde ”vrouwelijke” symboliek. Sterker nog, lange tijd waren de vrouwengraven uit de tiende en negende eeuw voor Christus spectaculairder dan de mannengraven – uitgebreidere versieringen, rijkere grafgiften, mooiere locaties voor de laatste rustplaats, signaleert Whitley (pagina 221 en verder).

De graven blijven bestaan tot de achtste eeuw voor Christus. Dan verdwijnen ook in Athene de rijkelijk versierde elite graven voor vrouwen en blijven alleen de macho mannen en de kinderen over als zichtbare vertegenwoordigers van de gemeenschap in het hiernamaals. Vrouwen komen alleen nog voor op geschilderde of gebeeldhouwde taferelen, als rouwende figuur of als monster. Pas vanaf de zesde eeuw komen archeologen weer vrouwengraven tegen, en dan betreft het vooral jonge vrouwen, wellicht maagden (p. 229-230).

Kortom, de status van vrouwen veranderde, verschilde per tijdvak, en was lange tijd, in jagers-verzamelaarsculturen, gelijk aan die van mannen:

A study has shown that in contemporary hunter-gatherer tribes, men and women tend to have equal influence on where their group lives and who they live with. The findings challenge the idea that sexual equality is a recent invention, suggesting that it has been the norm for humans for most of our evolutionary history. Mark Dyble, an anthropologist who led the study at University College London, said: “There is still this wider perception that hunter-gatherers are more macho or male-dominated. We’d argue it was only with the emergence of agriculture, when people could start to accumulate resources, that inequality emerged.” Dyble says the latest findings suggest that equality between the sexes may have been a survival advantage and played an important role in shaping human society and evolution. “Sexual equality is one of a important suite of changes to social organisation, including things like pair-bonding, our big, social brains, and language, that distinguishes humans,” he said. “It’s an important one that hasn’t really been highlighted before.”

Dus mocht je zo’n Mars of Venus type spreken, of iemand die in biologisch/genetische absoluten spreekt om mannelijke overheersing te ”verklaren”, dan mag je die persoon gerust negeren. Of een goed boek te lezen geven.

Mannen profiteren van seksuele intimidatie

Seksuele intimidatie op het werk gebeurt niet zomaar. Dat dient een doel. En vrouwelijke wetenschappers zouden geen vrouwelijke wetenschappers zijn, als ze niet in onderzoek naar seksuele intimidatie doken en gefundeerde bewijzen op een rij zetten die verklaren waarom dit vervelende, schadelijke gedrag structureel de kop op steekt. Amerikaanse onderzoeksters zien als belangrijkste doelen: vrouwelijke concurrentie uitschakelen, de eigen machtspositie veilig stellen, en de eigen status opkrikken ten koste van anderen. Ook signaleren ze dat de ergste overtreders vaak een paar vrouwen gebruiken als schaamlap – kijk, ik promootte mevrouw X, ik ben een goeie vent, tralala.

De analyse naar het profijt van seksuele intimidatie werd uitgevoerd door een hele reeks Amerikaanse professoren Geografie en geologie. Onder hen mensen zoals Becky Mansfield en Darla Monroe van de universiteit van Ohio, Rebecca Lave van de universiteit van Indiana, Mona Domosh van Dartmouth College en vele anderen. Hun hoofdconclusie luidt:

sexual harassment benefits men by systematically undermining women, even those not directly targeted. Harassment tells women “you do not belong here” (NAS 2018) and contributes to the presumption of incompetence (Gutierrez y Muhs et al. 2012). Lecherous professors harass bright female graduate students right out of academia, derailing their lives and impoverishing our field. […] Just writing this essay is an example of the sort of defensive work that drains time and effort from women’s scholarship. While these lecherous men heap work on the rest of us, they write unhindered. Even being punished for harassment can benefit the harasser, for example as their workload decreases when female advisees are steered elsewhere (Spahr and Young 2018).

Degene die beoordeelt of je studie slaagt, of je een stageplek krijgt, of je tijdelijke aanstelling verandert in een vaste aanstelling, is een poortwachter. De Amerikaanse wetenschapsters constateren dat met name die poortwachters weten dat ze ongestraft weg kunnen komen met een hoop wangedrag. Uit ervaring en uit onderzoek weten vrouwen dat zij vaak nadelige gevolgen ondervinden van klachten indienen tegen mannen die zulke cruciale posities hebben. Dit dwingt vrouwen tot pijnlijke keuzes om ondanks zulke dader-poortwachters toch te bloeien. Zo schrijven de wetenschapsters:

Further, these “brilliant” harassers are often gatekeepers. Women are evaluated throughout their careers by the very men who abuse and belittle them. This forces women scholars and their allies to make painful daily choices about whether to nurture professional relationships with these powerful men (Wang 2017). Even citing their work or including it in our syllabi burnishes their reputations (Usher 2018). But if we opt out by ignoring them, we risk losing access to the resources, opportunities for advancement, and intellectual foment accessed only through complicity. If we report a supervisor’s harassment during fieldwork, we can be blocked from access to the field data we helped to collect.

Dit blijkt ook uit de ervaringen van Nederlandse studentes en wetenschapsters. Zo maakte Janne Heederik de moedige keuze iets te vertellen over haar ervaringen met veldwerk. Tot twee keer toe kreeg ze te maken met hoger in rang geplaatste mannen, die wangedrag vertoonden en haar schade toebrachten. Voor het blad One World schreef ze:

De tweede keer dat ik in een dergelijke situatie terechtkwam, besloot ik dit wel met mijn begeleiders (beide man) te delen. Het betrof een man die mij in contact kon brengen met een organisatie die ik al weken probeerde te bereiken, maar die tot nu toe geen gehoor gaf. Hij kende de manager en beloofde mij om een meeting met hem te regelen. Ook deze man bediende zich van ongewenste aanrakingen, en hij stelde op een gegeven moment voor om “te komen dineren en ons daarbij uit te kleden”. Ik voelde me net zo ongemakkelijk als de eerste keer, en toch twijfelde ik over wat ik moest doen. Het voelde wrang en oneerlijk dat ik een deel van mijn onderzoek moest opgeven om mijn eigen veiligheid en integriteit te waarborgen. Maar uiteindelijk heb ik ook deze keer gekozen voor mijn veiligheid, en heb ik het contact verbroken. Een keuze waar ik achter sta, maar die mij ook mateloos frustreert.

De rang van de vrouw maakt weinig uit – het overkomt een studente tijdens veldwerk, maar ook universitaire docenten of zelfs hoogleraren. Er staat altijd wel een man boven hen, is het niet hiërarchisch gezien, dan wel in status en invloed. En gebeurt het niet op de universiteit, dan gebeurt het wel tijdens congressen of andere plaatsen waar mannen zich vrij voelen om ongestraft vrouwen te belagen.

De mannen die dit soort gedrag vertonen, weten dondersgoed wat ze doen. De Amerikaanse onderzoeksters zien dit bijvoorbeeld in de omtrekkende bewegingen die daders maken, om hun schadelijke handelingen te vertroebelen of aan het oog te onttrekken. Zo signaleren ze dat seksuele intimidators vaak een select aantal vrouwen om zich heen verzamelen, waar ze zich extra voor inspannen om hun loopbaan te bevorderen:

Predatory men may even champion a select few female scholars. This is not only a great smokescreen for their otherwise bad treatment of academic women; it allows the male scholar to demand payback. Does the esteemed man require a nomination for a prestigious award? Who better to write it than a woman that he promoted. The hypocrisy is astounding, and it is compounded by the fact that some of the most predatory “big name” scholars in our field built their reputations on progressive, even radical, political positions (see also Joshi et al. 2015, Liu 2006, Mott and Cockayne 2017, Sanders 1990). Yet they have been staggeringly cavalier about how they themselves dominate and disenfranchise women and people of color.

Andere veelgebruikte tactieken die mannen gebruiken zijn de verdedigingsmethoden van ‘het was maar een grapje‘, of ‘ ‘grutjes, ik wist niet dat ik iets verkeerd deed’, of het aloude cultuurargument: ‘vroeger deed niemand hier moeilijk over’. De Harvey Weinstein smoes zeg maar.

Omdat zoveel vrouwen eieren voor hun geld kiezen en seksuele intimidatie niet proberen op te lossen via formele wegen die hen hooguit opnieuw tot slachtoffer maken, is lastig te achterhalen hoe vaak het precies voorkomt. Schattingen gaan uit van 1 op de 3 vrouwen. Voor Nederlandse universiteiten voerde het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren een kwalitatief onderzoek uit. Het netwerk liet 53 vrouwen interviewen en hoorden van hen hoe zij te maken kregen met ”wetenschappelijke sabotage, seksuele intimidatie en bedreigingen. De daders zijn meestal mannelijke leidinggevenden”.

De vrouwelijke hoogleraren die Athena’s Angels oprichtten, krijgen vanuit hun kanalen soortgelijke signalen binnen. Wat dat betreft lijkt het er duidelijk op, dat je de analyse van de Amerikaanse aardwetenschapsters breder kunt trekken, naar andere faculteiten, naar andere landen, naar andere instanties. Het betreft menselijk gedrag, bevorderd door seksistische normen en waarden, in organisaties waar de macht in handen is van een beperkte groep mannen. Deze poortwachters kunnen vervolgens een onevenredig grote invloed uitoefenen op de kansen en carrières van onder andere vrouwen, die, zonder obstakels, wellicht stevige concurrentie vormen. Zeker als ze zelf eigenlijk niet zo goed zijn in hun vak.

Vaak duurt het jaren voordat iemand zo’n man stopt. Neem bijvoorbeeld de onthullingen in het NRC Handelsblad over een hoogleraar van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. De man hield de eer aan zichzelf en nam zelf ontslag na een onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag. Studentenblad Folia schreef over de zaak en constateerde dat de man tien tot vijftien jaar lang misbruik maakte van zijn macht. De auteurs van het stuk kozen ervoor de naam van de man niet te noemen- het ging hen om de aard van de situatie, niet de individuele dader.

Maar misschien is er meer aan de hand. Ook NRC journalisten reconstrueerden zijn loopbaan en gedrag, en gaven een onthutsend beeld van de acties waar deze man mee weg kwam. Hij kon zich tot een poortwachter ontwikkelen en ging vervolgens jarenlang ongestoord zijn gang. Zijn invloed reikte zelfs tot de rechtszaal. Zo mochten de NRC journalisten uiteindelijk van de rechter de naam van de man niet noemen. Zo goed beschermd blijven dit soort types, zelfs als ze aantoonbaar fors en systematisch over de scheef gingen en zorgden voor een giftig werkklimaat voor vrouwen. Uiteraard gaat NRC tegen de uitspraak in beroep.

Vanwege de voordelen die mannen verkrijgen door vrouwen weg te pesten of klein te houden, en het relatief grote aantal mannen onder de poortwachters, blijft het aanpakken van hun gedrag lastig. Maar de aandacht voor seksuele intimidatie, aangewakkerd door #metoo en vrouwen die steeds bozer worden (en zelf langzaam meer macht krijgen) maken dat daders steeds vaker te maken krijgen met negatieve gevolgen van hun acties. De hoogleraar rechtsgeleerdheid spreidde ruim tien jaar lang zijn gif, maar hij is uiteindelijk vertrokken. Hetzelfde gebeurde met handtastelijke leraren van toneelscholen in Amsterdam, Maastricht en Arnhem. Het bewustzijn neemt toe, en zodoende worden meer mensen alert. Meer mensen zeggen er iets van of proberen maatregelen te nemen. Langzaam keert het tij. Het is hoog tijd daarvoor.

Wetenschap legt achterstelling vrouwen bloot

Weblog De Zesde Clan houdt van feiten. We kunnen roeptoeteren wat we willen, maar gedegen uitgevoerd wetenschappelijk onderzoek biedt feiten en analyses waar je als weldenkend mens niet omheen kunt. Daarom besteed ik graag aandacht aan een aantal onderzoeken, die de Nederlandse algemene media nauwelijks haalden, maar die wel degelijk van belang zijn om beter te begrijpen waarom vrouwen en meiden nog steeds geen gelijke kansen hebben. Komen ze:

SPORT. Eveline Pels dook in 2016 voor haar Masterthesis sportbeleid & sportmanagement, Universiteit Utrecht, in de belevingswereld van meisjes tussen de 10 en 12 jaar. Dit om te achterhalen waarom meisjes in Amsterdam veel minder vaak deelnemen aan sport dan jongens van diezelfde leeftijd. Haar conclusies liegen er niet om.

Het niet voldoen aan de norm, zowel op het gebied van gender als lichamelijk, brengt kritiek, pesterijen en onzekerheid met zich mee wat vervolgens invloed heeft op de sportparticipatie van meisjes. Masculiniteit is binnen veel sport- en beweegactiviteiten leidend, waardoor meisjes zich niet altijd prettig en geaccepteerd voelen tijdens sport- en beweegactiviteiten. Ook is de zichtbaarheid van het afwijkende lichaam een reden voor meisjes om niet te sporten, of om zich anders te gedragen, omdat zij het gevoel hebben dat ze bekeken worden. Voornamelijk de zogenoemde ‘male gaze’, het gevoel bekeken te worden door mannen, heeft invloed op het handelen van meisjes tijdens sport.

GEWELD: Maar liefst 22% van de Nederlandse vrouwen heeft ervaring met seksueel geweld. 52% van de meisjes voelt zich zo onder druk gezet door jongens, dat ze aan seks beginnen voordat ze er zelf klaar voor zijn. Hoofdonderzoeker Melissa Palmer van de London School of Hygiene and Tropical Medicine pleit voor betere voorlichting op school. Daarnaast rapporteert een kwart van de vrouwen dwang rond hun reproductieve rechten. In een kwalitatieve studie van de Bournemouth University bleek dat partners condooms doorprikken of stiekem afdoen om hun vriendin ongewild zwanger te maken. En hoewel de cijfers rond dodelijk geweld in het algemeen dalen, vertoont fataal geweld tegen vrouwen juist een flinke stijging. In bijna alle gevallen betrof het mannen die het nodig vonden hun partner of ex-partner te vermoorden.

VOOROORDELEN: Vrouwen navigeren even goed als mannen in het verkeer. Toch leven mannen in de waan dat zij het beter doen dan vrouwen. Dat ontdekten onderzoekers van de Universiteit Leiden. De feiten wijzen uit dat gender niet uit maakt voor je gedrag in het verkeer. Wat wél uitmaakt is leeftijd: hoe ouder, hoe vaker het mis gaat.

POLITIEK: Hoe rechtser de politieke partij, hoe minder vrouwelijke kandidaten op lokale kieslijsten. De SGP trekt de cijfers behoorlijk naar beneden, omdat deze partij zo vijandig staat tegenover politiek actieve vrouwen. Voor de lijsten bij de aanstaande Provinciale Statenverkiezingen staat de teller bij de mannenbroeders bijvoorbeeld op nul vrouwen. Veel partijen, zoals de VVD, hebben daarnaast geen specifiek beleid om het aandeel vrouwen te vergroten. Druk komt van de kiezers. De actie Stem op een Vrouw was de vorige keer zeer succesvol. Zo kruipt het percentage vrouwen in de Nederlandse politiek tóch langzaam omhoog.

BONUS: deze handige woordenlijst, zodat je weet wat iemand bedoelt als die zegt dat iemand ‘woke‘ is geworden

De voorspellende waarde van Kate Manne’s model

Kate Manne schreef een boek over vrouwenhaat, Down Girl, en formuleerde daarin een model. Ze doet dat volgens de strikte discipline van de filosofie, met heldere afbakeningen, duidelijkheid over wat een term precies inhoudt, en logische stappen die je zelf kunt volgen. Op die manier ontwikkelt ze een model met een voorspellende waarde. Als randvoorwaarden A, B en C aanwezig zijn, volgt automatisch uitkomst D. Dat betekent dat je redelijk goed kunt voorspellen welke vrouwen in welke situaties in de problemen komen, omdat wij als samenleving op een bepaalde manier denken over en reageren op vrouwen.

Het belangrijkste inzicht van Down Girl is dat het bij misogynie niet zomaar gaat om openlijke haat. Samenlevingen zien vrouwen in principe als mensen maar, meer specifiek, als menselijke gevers. Pas als vrouwen niet geven, doemt agressie op. Andere feministen en wetenschappers zoals Claudia Card, gingen haar voor. Card omschreef misogynie bijvoorbeeld al eerder als

“the term feminists apply to the most deeply hostile environments of and attitudes toward women and girls and to the cruelest wrongs to them/us, regardless of whether perpetrators harbor feelings of hatred… evils perpetrated with aggressive (often armed) use of force and violence against women.”

Maar Manne brengt het geheel samen en voorziet het van een rijke context, met normen en regels. Zoals het onderscheid met seksisme. In de woorden van Kate Manne praat seksisme het geverschap van vrouwen goed met een beroep op de ratio. Godsdienst, de wetenschap en Mars en Venus theorieën ‘bewijzen’ dat vrouwen van nature of vanuit een door een godheid opgelegde wet automatisch en vanzelfsprekend geschikt zijn voor die rol, en die rol dus ook moeten vervullen. Misogynie is wat er gebeurt als seksisme faalt. Seksisme is het theorieboek met de regels, misogynie de heksenjacht en de brandstapel, zoals Manne dat beeldend uitlegt.

In een patriarchaal wereldbeeld ontstaat zodoende, gesteund door seksisme en gehandhaafd door misogynie, een specifiek patroon van geven en nemen:

  • Zij moet vrouwelijk gecodeerde goederen en diensten geven, zoals: aandacht, bewondering, sympathie, genegenheid, seks, kinderen, huishoudelijke arbeid, emotionele arbeid, en diversen, zoals het bieden van een veilige haven aan mannen, troost, comfort, voeding (zowel letterlijk als spiritueel, geestelijke voeding, inspiratie, oppeppers)
  • Hij heeft het recht om als mannelijk gecodeerde goederen en diensten op te eisen, zoals macht, prestige, publieke erkenning, respect, geld, weelde, hiërarchische status, opwaartse mobiliteit (de glazen lift, zeg maar), en de status die je verkrijgt als je een vrouw aan je zijde hebt die je helpt, steunt, die van je houdt en dat ook openlijk toont. Mannen hebben ook recht op hempathie. Als mannen in de problemen komen, verdienen ze het voordeel van de twijfel, plus steun en troost in hun moeilijke situatie.

Dit gendergerelateerde geven en nemen leidt tot een aantal nader uitgewerkte plichten voor vrouwen. In het model van Kate Manne zijn vrouwen verplicht om te geven aan iemand, bij voorkeur een specifieke man die sociaal gezien haar gelijke of haar superieur is. Deze mannelijke ontvanger stelt onbewust hoge eisen aan dat geven. Het moet welgemeend zijn, uit liefde. Is het niet uit liefde, dan wordt het geven al snel dubieus. De vrouwelijke gever moet bovendien eerlijk en oprecht zijn. Een man kan bijvoorbeeld geen veilige haven ervaren, als de vrouwelijke aanbieder van die veilige haven innerlijk al is afgehaakt en nadenkt over het aanvragen van een scheiding.

Om de kans te vergroten dat vrouwen zich schikken in hun geverschap aan hem, zullen mannen vaak een bepaalde mate van macht over hun vrouwelijke gever willen hebben. Het is bijvoorbeeld fijn als hij meer verdient dan zij, want dan is de drempel hoger voor de vrouw om weg te gaan. Alles wat haar ruimte geeft om nee te kunnen zeggen, is bovendien verdacht. Een eigen inkomen, bezit, reproductieve rechten, allemaal heeeeeel eng, gezien door de ogen van een man die gebruik wil blijven maken van haar diensten. Zoals Mineke Schipper een Nederlands gezegde citeert: ”Een vrouw is het beste meubelstuk in huis: je kunt haar in alle kamers gebruiken’’. En dat wil je als man graag zo houden.

Manne doet op basis van dit uitgangspunt een aantal voorspellingen, die je daarna aan de hand van allerlei gebeurtenissen, voorbeelden en incidenten kunt toetsen. De belangrijkste luiden als volgt:

  1. Als hij zonder pardon pakt wat zij eigenlijk ‘vrijwillig’ zou geven, hebben we als samenleving de neiging zijn gedrag te vergoelijken. Hij had het zwaar, hij bedoelde het niet zo, hem straffen zou hem buitenproportioneel schaden. Laten we vergeven en vergeten. Boys will be boys. Zij moet niet zo zeuren (en blijven geven).
  2. Als zij vraagt om als vrouwelijk gecodeerde diensten en goederen, kent ze haar plaats niet. Als zij zorg, troost, maatschappelijke erkenning of een veilige haven wil, zit ze per definitie fout – dat zijn dingen die zíj aan mannen moet geven, niet iets waar ze zelf om kan vragen.
  3. Als ze iets vraagt of opeist wat alleen aan hem is om te nemen, zit ze per definitie fout. Het is niet aan haar om dat te doen. Ze kent haar plek niet. Ze kaapt of steelt iets wat aan mannen toebehoort. Ze is corrupt, egoïstisch, onecht, een kille robot op een plek waar ze niet thuishoort, ze pikt de plek in van iemand anders (een man), schande!

Met die normen en de uitwerking daarvan in het achterhoofd, kun je allerlei uitkomsten voorspellen. In verkrachtingszaken – regel 1, hij “pakt” de seks die zij zou moeten geven- heeft de patriarchale cultuur er baat bij om de man te stutten en te steunen, zodat hij niet valt of in ieder geval niet te diep valt. Dat betekent dat de vrouw in kwestie geconfronteerd wordt met een gat in overtuigingskracht. Zij zal wel liegen, zij claimt onterecht de status van slachtoffer, ze heeft oneerlijke motieven, ze is onbetrouwbaar. Als het gaat om zijn woord tegen het hare, wint hij meestal, tenzij het bewijs overweldigend duidelijk is.

Gaat het om seksuele intimidatie, dan zijn er gemiddeld vier a vijf aanklachten van vrouwen nodig, voordat het gedrag van een man überhaupt bespreekbaar wordt. Dat hangt samen met situatie 2: Hij heeft recht op zorg en veiligheid, of erkenning voor zijn status, zij niet. Als vrouwen om zorg en veiligheid vragen, gebeurt er meestal niks. Veel vrouwen krijgen nooit hun recht, en zoals hierboven geschetst gunnen we mannen hun tweede, derde, vierde en vijfde kansen. Er moet heel veel gebeuren, voordat een man echt in de problemen komt. Zoals filmbaas Harvey Weinstein: jarenlange geruchten, tientallen vrouwen die uiteindelijk in de openbaarheid treden, eerdere aanklachten van verkrachting die in de doofpot verdwenen, uiteindelijk een rechtszaak, en dan nog is het twijfelachtig of de zaak stand kan houden. Machtige mannen genieten allerlei vormen van bescherming.

Gaat het om roem en eer, dan snap je meteen waarom internethordes briesend ten strijde trokken nadat wetenschapster Katie Bouman niets verkeerds deed. Ze waagde het alleen om vreugde te tonen vanwege een doorbraak: de eerste foto ooit van een zwart gat. Mensen vonden het Eureka moment en haar oprechte vreugde zo leuk, dat ze een foto van een blije Bouman deelden. Vervolgens ontstond onmiddellijk een backlash: Bouman zou nauwelijks een aandeel gehad hebben in het wetenschappelijke succes, een man zou al het werk gedaan hebben, vuile feministen zaten fout toen ze Bouman ten onrechte op wilden voeren als een voorbeeld voor vrouwen in de wetenschap. Leugen na leugen na aanval na aanval.

In dit voorbeeld overtraden mensen bewust of onbewust duidelijk regel drie. In deze context: mannen zijn wetenschappers. Mannen zijn de eenzame genieën. Roem en eer zijn voorbehouden aan mannen. Bouman is in die optiek een fraudeur die terug naar de keuken moet. En zoals feministe Jil Filipovic terecht stelt: de internettrollen die Bouman belaagden, zijn alleen maar de meest expliciete, agressieve woordvoerders van standpunten die talloze mensen innemen, alleen dan implicieter,  of overtrokken met een vernislaagje beleefde minachting. Regel drie was ook de reden waarom Manne het verlies van Hillary Clinton kon voorspellen, voordat de verkiezingen van 2016 plaats vonden, en er niet raar van opkijkt dat 2019 dezelfde soort vrouwvijandige dynamieken vertoont. Je kunt het voorspellen: het presidentschap is aan mannen om te nemen. Vrouwen moeten wegblijven.

Enfin, bestudeer de regels, en lees daarna de krant/internet. Gegarandeerd dat je opeens gaat zien waarom een PVV politica die abortus wil verbieden, en in ieder geval moeilijker wil maken, nauwelijks een onvertogen woord hoort, terwijl iemand als Bouman de volle laag krijgt vanwege blijdschap om wetenschappelijk succes. En wees alert als je omgeving druk uitoefent om met de komst van je eerste kindje stappen terug te doen op het gebied van je inkomen. Hoe minder financiële ruimte je hebt, hoe groter de macht van een man om op te blijven eisen wat je later tijdens de rit misschien niet meer wil geven.

Maya Dusenbery breekt lans voor goede zorg aan vrouwen

Na het lezen van Doing Harm, van journaliste Maya Dusenbery, ben ik extra blij dat Women Inc en mensen zoals hartspecialist Angela Maas in Nederland actie voeren om vrouwen beter medisch te behandelen. Dusenbery boog zich over de behandeling die vrouwen ten deel valt in de spreekkamers van artsen. Zodra onduidelijk is of klachten een lichamelijke oorzaak hebben, zal het wel tussen de oortjes zitten. En omdat er zo weinig onderzoek plaats vind naar ‘typische vrouwenziektes’, zijn er volop leegtes waar artsen zulke vooroordelen in kunnen gieten. Zo ontstaat een vicieuze cirkel.

Dusenbery richtte Feministing.com op, een grote feministische website in de V.S. Alles verliep op rolletjes totdat ze opeens klachten kreeg en terecht kwam in een medisch circuit, gekenmerkt door artsen die geen onderzoek deden, steeds zieker worden, andere artsen opzoeken, weer weggewuifd worden, totdat uiteindelijk de diagnose reumatische artritis volgde en artsen haar eindelijk serieus namen. Die ervaring leidde tot het doen van onderzoek, het interviewen van artsen en patiënten, en een duik in de archieven. En tot de publicatie van het lovend ontvangen boek Doing Harm.

Dusenbery bleek geen uitzondering – wat haar overkwam,  geldt als routine voor talloze vrouwen. Die vicieuze cirkel van weinig kennis en dan geen extra onderzoek doen, maar terugvallen op vijandige stereotypen over vrouwen, leidt tot veel schade. De ondertitel van het boek vat dat prima samen. Vrij vertaald: ‘hoe slechte medicijnen en luie wetenschap vrouwen ziek achter laat, met misdiagnoses en onterechte afwijzingen’. (Als een uitgeverij zorgt voor een goede Nederlandse vertaling komt een professional vast tot een betere zin.)

Dat niet serieus nemen, niet herkennen, klachten op stress of hysterie gooien, kost letterlijk levens. En een moeizaam bestaan vol ziekteverzuim, pijn en een drastische vermindering van levensgeluk. Zie voor veel meer informatie Women Inc. en campagnesite van Behandel me als een dame. Of interviews met hoogleraar cardiologie Angela Maas.

Toch biedt het boek van Dusenbery hoop, naast allerlei veelbetekenende inzichten. Wat ik er uit meeneem:

  • Dusenbery ziet het wegwuiven van vrouwen als een autoriteitskwestie:

This is a crisis of authority, Dusenbery argues. Women are regarded as unreliable narrators who can’t even be trusted to speak for themselves or to testify to their own pain. In “Doing Harm,” this cultural distrust of women — ancient and ingrained — is shown to govern quality of care at every stage of treatment. Women with abdominal pain wait in emergency rooms for 65 minutes compared with 49 minutes for men, and young women are seven times more likely to be sent home from a hospital while in the middle of a heart attack.

  • Artsen zagen onbekende vrouwenziektes in eerste instantie vaak als ‘typisch iets voor gefrustreerde, hysterische blanke middenklasse dames’ die teveel energie steken in onvrouwelijke activiteiten zoals een carrière. Maar dat is het paard achter de wagen spannen. Alleen vrouwen die de tijd, de middelen en het geld hadden om door te zetten totdat iemand serieus onderzoek deed naar hun klachten, konden uiteindelijk een goede diagnose en correcte behandeling bevechten. Dat waren inderdaad witte vrouwen uit gegoede milieus. Nader onderzoek wijst altijd uit dat de aandoening ook, of juist vaker, voorkomt bij vrouwen met een gekleurde huid en uit armere lagen van de bevolking.
  • Verschillende aandoeningen werden, voordat er feitelijke diagnoses gesteld konden worden, gezien als ziektes van hysterische vrouwen die zich niet aan wilden passen aan ‘de vrouwelijke rol’. Vrouwen moesten zich gewoon schikken in een slecht huwelijk, of een kind baren, dan zouden de klachten verdwijnen als sneeuw voor de zon. De ‘het zit tussen je oortjes’ misdiagnose kent zodoende een duistere, vrouwenhatende ondertoon: terug in je hok, vrouw.
  • Zodra vrouwen voet aan de grond kregen in de medische wereld, kwam er meer aandacht voor ziektebeelden die vaker bij vrouwen voorkomen dan bij mannen. Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw gaat er eindelijk geld naar onderzoek, en komen er betere diagnoses en behandelingen.
  • Internet was een zegen. Patiënten van onbegrepen aandoeningen vonden elkaar op internet, wisselden symptomen uit zodat uit die berg een patroon naar voren kwam, verwezen elkaar naar artsen die de klachten wél serieus namen, wapenden zich met kennis en dwongen goede behandelingen af. Dusenbery erkent dat het idioot is dat je als patiënt beter geïnformeerd moet zijn over je ziekte dan de arts, maar totdat de medische wereld bij is en evenveel over vrouwenlijven weet als over mannenlijven, blijven patientenverenigingen cruciaal
  • Onder druk van patientenverenigingen nemen ook de investeringen in onderzoek toe. Vervolgens zijn het vaak vrouwelijke wetenschappers die ‘vrouwenziektes’ onder de loep nemen.
  • Zelfs als alles eindelijk goed geregeld is, blijft de situatie helaas moeizaam. Zo heette migraine een hysterisch vrouwending te zijn, totdat goed onderzoek uitwees dat het een hersenaandoening is. Het label hysterisch is er vanaf: artsen weten wat het is, kunnen de diagnose stellen, en er zijn medicijnen die helpen. Toch geldt migraine in onderzoeksland als een suf thema waar geen eer aan te behalen valt, want het is een wijvending, ontdekte Dusenbery.
  • En opnieuw zie je dat vooral vrouwen alsnog aan de slag gaan met dit soort ‘status-loze’ onderwerpen. Bij het Leids Universitair Medisch Centrum en de Erasmus Universiteit doet bijvoorbeeld een team vrouwelijke neurologen, artsen en farmacologen onderzoek naar de link tussen hormonen en migraine bij vrouwen. Vrouwen weten uit ervaring allang dat die link bestaat, maar er is geen feitelijk bewijs, en dat bewijs ontbreekt omdat er nooit officieel, volgens de regelen der kunst, onderzoek naar is gedaan. Waardoor er geen goede behandelingen komen en artsen moeten experimenteren met pillen die eigenlijk voor andere aandoeningen bedoeld zijn. Nu komt er onderzoek, en hopelijk helpt dat in de toekomst talloze migrainepatiënten om de kwaliteit van leven te verbeteren.

Enfin, kennis is macht. Leve internet – als groep optrekken voorkomt dat je als hysterisch individu weggewuifd kunt worden. Als vrouwen doordringen tot mannenbolwerken, kunnen ze op een gegeven moment de agenda mede bepalen en aandacht opeisen voor ‘vrouwendingen’. Er is hoop!

Verder lezen: behalve Doing Harm kwamen er in de V.S. bijna tegelijkertijd nog twee andere boeken uit over de crisis in goede gezondheidszorg aan vrouwen, te weten “Ask Me About My Uterus,” geschreven door by Abby Norman, en “Invisible,” van Michele Lent Hirsch.

Jongens en meisjes hebben dezelfde hersenen

Zo, dat was om half acht lekker wakker worden vanochtend. Radio 1 zond een rapportage uit over een school in het Noorden van het land, waar ze een actiedag houden om meer meesters in kleuterklassen te krijgen. Loffelijk streven, maar hoe de betrokkenen het brachten… Tja, zei de directrice, ‘meesters zijn gewoon stouter’. Met een meester voor de klas ‘kunnen kids eindelijk een keertje ravotten’. Een 24-jarige net van de Pabo afgekomen jongen vond dat ook. Met als toevoeging dat hij de Pabo maar zo zo vond. Lange verslagen moeten tikken, huuuuu, ‘ik wil gewoon lekker dóen’. De stereotypen vlogen me om de oren.

Dat volwassen mannen en vrouwen zo kritiekloos stereotiepe man-vrouw rollen herhalen (hij is lekker stout en wil dóen, zij is braaf en tikt ijverig al die verslagen op de Pabo) is een veeg teken. Het zorgt ervoor dat nieuwe generaties dezelfde onzin horen en internaliseren. En betekent dat we nog lang niet af zijn van seksisme in de samenleving. Want onze hersenen zijn flexibel, stelt wetenschapster Gina Rippon. Wat zich herhaalt, versterkt zich. Wat je oefent, wórd je uiteindelijk, omdat je hersenen zich aanpassen. Terwijl, groot nieuws en tromgeroffel, we allemaal hetzelfde beginnen. Er zit geen verschil tussen de hersenen van jongens en meisjes. We hebben mensenhersenen.

De wetenschapster die dit in kaart bracht, Gina Rippon in haar nieuwe boek The Gendered Brain: The New Neuroscience That Shatters The Myth Of The Female Brain, staat bepaalt niet alleen. Onder andere Cordelia Fine ging haar voor, evenals Rebecca M Jordan-Young. In Nederland hebben we onder andere hoogleraar Maureen Sie. Allemaal buigen zich over het terrein van neurosexisme – de ideologische overtuiging dat mannen en vrouwenhersenen van elkaar MOETEN verschillen, en dus zie je die verschillen overal of zorg je ervoor dat de gewenste verschillen uit je onderzoek komen.

Zowel Eliot als Fine leggen in hun boeken een lange geschiedenis vast van ontzettend slecht onderzoek. Ook hoogleraar Sie wordt heel moe van dat soort broddelwerk:

…het is goed mogelijk dat de onderzoekers juist de vooroordelen zelf hebben gemeten. ‘Nergens in het brein zitten gedeeltes waar functies als “autorijden” of “roddelen” of “kaartlezen” te zien zijn. Het gevaar bestaat dat een onderzoeker van tevoren een idee heeft over wat mannen goed kunnen, naar een mannenbrein kijkt en daar een functie ziet die correspondeert met de vaardigheden die nodig zijn voor een “typisch mannelijke” bezigheid. Het is net zo goed mogelijk dat verschillen tussen mannen en vrouwen voortkomen uit de manier waarop de samenleving is ingericht en de stereotiepe manier waarop we jongens en meisjes opvoeden.

Rippon stelt in haar nieuwe boek dat biologische verschillen in de lichamen van mensen, geen direct verband hebben met de hersenen van jongens en meisjes. Dat meisjes als volwassen vrouw kunnen baren, betekent niet dat ze één dag oud al voorbestemd zijn om te koken, de wc te schrobben en te roddelen, want tsja, vrouwenbrein en vrouwen zijn nou eenmaal goed in verzorgende routinetaken en het bijhouden van de verjaardagskalender. Nee. Zo zit het dus niet. Het probleem begint als we strakke sekserollen aangeleerd krijgen, en ons zodanig ontwikkelen dat je jezelf op een gegeven moment terugtrekt in je genderkeurslijf.
Ik zou heel graag zien dat SIRE publiekelijk excuses maakt voor hun compleet verdwaasde ‘jongens zijn nou eenmaal jongens’ reclame. Dat Angela Crott en andere onderwijsgoeroe’s eens een wetenschappelijk verantwoord boek lezen, in plaats van stereotypen te herhalen. Ik zou heel graag zien dat het Nederlandse onderwijssysteem in de leer gaat bij onze buren in België, en bewust omgaat met sekse stereotypering. Zie onder andere de programma’s van Gender in de Klas. Ik zou willen dat iedereen die zinnen uitbraakt van het type ”mannen/vrouwen zijn nou eenmaal….”  kan rekenen op meewarig geproest en ‘o wow wat een onzin, hou op joh’. En dat jongens en jongemannen vaker te horen krijgen dat de door hun geclaimde vrijheid voor ‘stout zijn’ niet ten koste mag gaan van de vrijheid van meisjes en vrouwen.

Haatzaaiende mannen gaan weloverwogen te werk

De tragische moordpartij in Nieuw Zeeland maakt steeds duidelijker dat daders van rechts extremistisch geweld planmatig te werk gaan. Het zijn geen eenlingen met een psychisch probleem, maar witte terroristen. Ze laten boodschappen achter op sociale media, publiceren pamfletten, en bereiden hun actie grondig voor, om de beste momenten en locaties te kiezen voor maximaal leed. Het denkkader van dit soort daders toont een giftige cocktail van seksisme, racisme en macho opvattingen over mannelijkheid, dat in extreme gevallen tot extreem geweld kan leiden.

Het rijtje loopt op. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid schudt de Europese voorbeelden zo uit zijn mouw: Anders Breivik in Noorwegen in 2011, de moordenreeks van de Nationalsozialistischer Untergrund (NSU) in de periode van 2000-2007 in Duitsland, de moord op de Britse Labour-parlementariër Jo Cox (2016). Allemaal voorbeelden van rechts-terroristische aanslagen in Europa, schrijft de NCTV.

Ook in de V.S. is het niet pluis. Onder president Trump’s bewind zijn misdaden uit haat tegen minderheden, zoals uitschelden, racistische graffiti spuiten en iemand een klap geven, met 17% gestegen. De favoriete doelwitten waren afro-amerikanen, joden en homoseksuelen. De meeste ‘echte’ terreur komt inmiddels van rechts extremisten – links en moslimgeweld nam af of lag al op een relatief laag peil.

Dat geweld gaat steeds meer internationaal. Eén van de vermoedelijke daders van de Nieuw Zeelandse moskeemoorden, de Australiër Brenton Tarrant (28), liet geschriften na waarin hij verwijst naar Breivik. Die inspireerde hem tot zijn aanslag. Uit zijn manifest, beelden en berichten op sociale media – (waar ik niet direct naar doorlink in dit artikel, geen zorgen) – kunnen we ook lezen en horen dat hij vlak voor hij begon te moorden, luisterde naar een lied van extremistische Bosnische Serviërs, en dat hij naast Breivik ook inspiratie vond bij president Trump (”a symbol of renewed white identity and common purpose”).

Naast een steeds internationaler karakter, waarbij daders verwijzen naar voorgangers, verspreid over de wereld, geven deze terroristen ook blijk van een giftige cocktail. Het gaat én om racisme, én om vrouwenhaat, én om pogingen de positie van het blanke ras veilig te stellen. In zijn manifest laat Tarrant er geen twijfel over bestaan dat hij terreur wilde zaaien om groepen die hij als indringers ziet, weg te meppen en ruimte op te eisen voor een volgens hem bedreigd blank ras. Volgens The Guardian praat hij dat goed door zichzelf te omschrijven als een normale familieman, die zijn groep/ras wilde beschermen:

In the document, called “The great replacement”, Tarrant describes himself as a “regular white man from a regular family” who “decided to take a stand to ensure a future for my people”. He said he wanted his attack on the mosques to send a message that “nowhere in the world is safe”.

Daarbij besteedt hij veel aandacht aan geboortecijfers. Die zijn te hoog voor de indringers, de enge bruine en zwarte buitenstaanders, en te laag voor het juiste, want witte, ras. Willen ‘zijn mensen’ overleven, dan moeten de juiste vrouwen (de witte) kinderen baren. Met nadruk op moeten.

Uit onderzoek blijkt dat aanhangers van een rechts populistisch of extremistisch gedachtengoed langs dat soort wegen haat tegen ”vreemdelingen” combineren met haat tegen vrouwen of, explicieter, het feminisme. Ze voelen nostalgie naar een tijd waarin alles nog goed was. De man was thuis en in de samenleving de baas, en vrouwen en mensen met een gekleurde huid m/v/x/ kenden hun plek. Die stelden zich nederig op en gaven de witte mannelijke macho’s alle ruimte om ongestoord te doen wat ze wilden.

Dat dit privilege onder druk staat, leidt tot angst, woede en haat – en in sommige gevallen leidt dat ertoe dat zulke zich bedreigd voelende mannen de wapens oppakken en beginnen te moorden. Internet en sociale media spelen een belangrijke rol bij de radicalisering van bange witte mannen. Online gemeenschappen en fora gebruiken seksistische aannames over mannelijkheid en de status van vrouwen bijvoorbeeld om mannen in het kamp van rechts extreme haters te krijgen:

one foundational aspect of the alt-right’s various belief systems has been significantly downplayed following the election — even though it may be the key to understanding the movement’s racist, white nationalist agenda. While it’s true that the movement is most frequently described in terms of the self-stated, explicit white supremacy that defines many of its corners, for many of its members, the gateway drug that led them to join the alt-right in the first place wasn’t racist rhetoric but rather sexism: extreme misogyny evolving from male bonding gone haywire.

Als je die seksistische laag begrijpt, snap je ook beter waarom iemand als Tarrant verwijst naar zijn status als witte man met een gezin, die ‘zijn’ mensen een toekomst wil geven met hogere geboortecijfers en geweld. Waar dit naar verwijst is het aloude beeld van Man de Vader, die lelieblanke echtgenotes en fragiele dochtertjes met geweld beschermt tegen bedreigingen van een monsterlijke Ander. Hij is de enige die staat tussen het kwetsbare blanke gezin en de griezels met een donkere huidskleur, een enge godsdienst, vreemde gebruiken, een oprukkende macht die, als je niks doet, de ‘blanke westerse beschaving’ vernietigt. Tarrant klinkt wat dat betreft inderdaad net als Breivik.

Niet iedereen slaat aan het moorden, maar ook zonder geweren veroorzaken aanhangers van dit gedachtengoed schade. Zo waarschuwden 30 vrouwelijke leiders onlangs in een open brief voor de opkomst van rechts-populistische leiders van het type Trump, Putin, Bolsonaro en andere ‘sterke mannen’. Deze politieke machthebbers sluiten vaak akkoorden met andere conservatieve krachten, zoals multinationals en het Vaticaan, en voeren een politiek uit waarbij de rechten van vrouwen en minderheden afgebroken worden.

Eén van Bolsonaro’s eerste acties als kersverse president van Brazilië was bijvoorbeeld om het ministerie voor mensenrechten af te schaffen. In plaats daarvan benoemde hij een conservatieve evangelische geestelijke om op basis van ‘gezinswaarden’ een nieuw ministerie voor vrouwen, het gezin en de inheemse bevolking te leiden. Dag reproductieve rechten voor vrouwen, om maar iets te noemen. Hallo racisme, seksisme en inheemse mensen die hun bek moeten houden terwijl multinationals het Amazonewoud kappen.

Je ziet de schade ook bij Trump. De Amerikaanse president is sinds zijn aantreden druk bezig om een golf jonge, oerconservatieve rechters te benoemen, zodat die de komende decennia de witte mannenmacht kunnen beschermen. Een belangrijk doelwit vormen vrouwen: die mogen geen baas in eigen buik zijn, en kunnen fluiten naar gelijk loon voor gelijk werk. Trump liet een wet tegen geweld tegen vrouwen verlopen, zodat vrouwen minder mogelijkheden hebben te ontsnappen aan een onveilige situatie thuis. Hetzelfde gebeurde in Rusland: onder Putin is huiselijk geweld vrijwel niet meer strafbaar. Pas als je man je het ziekenhuis in slaat, kun je misschien nog terecht bij de politie voor een geldboete.

Het wordt hoog tijd dat rechts extremistisch gedachtengoed meer aandacht krijgt. Dat er meer gedaan wordt om de online radicalisering van witte mannen te bestrijden, en dat we in gaan zien dat in hun gedachtengoed racisme en seksisme hand in hand gaan. Daarom moeten we ook meer doen om de positie van vrouwen en ‘minderheden’ te versterken. En in antwoord op zulk geweld hebben we niet minder feminisme nodig, maar meer. Voor feministen is mannelijke agressie vanaf het begin een onderwerp van studie geweest. Inmiddels weten we hoe dat werkt, en kunnen we samen met mannen optrekken om het tij van angstige macho’s met fragiele ego’s te keren. Die angstige boze mannen richten teveel schade aan om weg te kijken.

Man als norm brengt vrouwen in het nauw

Wie mannen als norm neemt, brengt vrouwen in het nauw. Dat is de harde waarheid die de Engelse feministe Caroline Criado Perez gedegen onderbouwt in haar boek ‘Onzichtbare Vrouwen‘. Perez brengt haarfijn in kaart hoe gegevens en feiten over vrouwen ontbreken, of vertekend raken, omdat wetenschappers, architecten, ontwerpers en beleidsmakers zich vooral concentreren op de lichamen en behoeften van ‘de gemiddelde man’. Deze blinde vlek leidt tot dode en gewonde vrouwen.

Perez noemt een aantal voorbeelden waar ook dit weblog over publiceerde. Zo zeggen veiligheidslabels voor auto’s niks, omdat de fabrikanten crash test dummies gebruiken die de gemiddelde man voorstellen. Omdat vrouwen vaak wat kleiner van stuk zijn, gebeuren er met hun lichamen andere dingen als een auto tegen een muur knalt. Het resultaat: vrouwen lopen bij ”echte” ongelukken in de praktijk 47% meer risico op ernstige verwondingen. In de categorie lichte verwondingen loopt dat op naar 71%.

Maar ze vond nog veel meer. Zo gebruiken fabrikanten de “one-size-fits-men” aanpak. Dat betekent dat smartphones een omvang hebben die comfortabel in een mannenhand past. Voor vrouwen zijn ze te groot. En software die werkt op het herkennen van stemmen, heeft grote moeite met het herkennen van een vrouwenstem. Die van Google herkent mannenstemmen 70% beter. Dat betekent dat vrouwen hun auto of ander apparaat niet kunnen bedienen, of dat de software alleen werkt als ze hun stem forceren en op een zeer lage toon praten.

Een ander veelzeggend voorbeeld komt uit Zweden. Criado Perez ontdekte een studie naar het ijs- en sneeuwvrij maken van de openbare ruimte. Jarenlang maakte de overheid eerst de straten voor auto’s vrij, daarna pas trottoirs. Dat betekende dat vrouwen kinderwagens en boodschappenkarren met veel moeite door de sneeuw moesten duwen. Ook bleken voetgangers drie keer vaker verwondingen op te lopen, bijvoorbeeld omdat ze uitgleden over ijs, dan automobilisten.  Van die gewonde voetgangers was 70% van het vrouwelijk geslacht. Toen dit duidelijk werd, veranderde Zweden van strategie. Tegenwoordig maken gemeenten eerst de stoep sneeuwvrij, daarna pas de straten.

Andere tenenkrommende voorbeelden betreffen de medische wereld. Women Inc voert actie voor genderspecifieke zorg, omdat vrouwen lijden en sterven door de (onbewuste) man-als-norm situatie. Vrouwen ervaren minder effect en/of meer bijwerkingen van medicijnen, omdat de pillen alleen op mannen zijn getest. Artsen stellen verkeerde diagnoses omdat ze uitgaan van symptomen die mannen hebben. Bijvoorbeeld bij hartaanvallen. Ze herkennen de vrouwelijke variant van symptomen niet en sturen vrouwen naar huis terwijl ze midden in een hartaanval zitten.

En de man als norm betekent dat vrouwen niet de zorg krijgen, die ze nodig hebben, ook al is er een effectief middel voorhanden. Zo dook Criado Perez in de ontwikkelingsgeschiedenis van Viagra. Wat bleek: een geheel uit mannen bestaand panel kreeg te horen waar de werkzame stof (sildenafil citrate) goed voor was. Erecties? Potentie verhogen? Hoera! De heren gaven snel toestemming om de erectie verhogende eigenschappen verder te ontwikkelen. De werkzame stof bleek ook effectief om ernstige menstruatiekrampen te bestrijden. Maar dat kon de heren niet boeien. Medisch gezien totaal onbelangrijk, laat maar zitten, oordeelden ze, en ze gaven geen financiering. Het onderzoek stopte en er kwam geen medicijn voor vrouwen die aan dat soort krampen lijden.

Wie Onzichtbare Vrouwen leest, kan niet om Criado Perez conclusie heen. We moeten als de wiedeweerga meer onderzoek doen naar wat vrouwen nodig hebben rond medicijnen, veiligheid en leefsituaties. Vrouwen hebben geen kleine versie in het roze nodig van zoiets als pennen, maar op hun maat gemaakte producten waar ze effectief mee kunnen werken. Zodat kogelwerende vesten daadwerkelijk kwetsbare lichaamsdelen beschermen, gereedschappen goed in de hand liggen, en medicijnen de werking hebben die nodig is.

De Gereedschapskist: Himpathy

Sympathie voelen, maar alleen met hém, niet met haar. Niet zozeer tégen een vrouw kiezen, als wel vóór een man, omdat we hem geloofwaardiger, sterker, betrouwbaarder en aardiger vinden dan haar. Dat alles vat wetenschapster en auteur Kate Manne samen onder de noemer Himpathy, Hempathie in de Nederlandse vertaling. Empathie met hem, in het bijzonder een ‘hem’ die machtig is en de fout in ging. De Prindle Post, een magazine rond ethiek en filosofie, wilde deze term in oktober al uitroepen tot het woord van het jaar 2018.

Manne ziet dit gevoel met het bijbehorende gedrag als een van de steunpilaren van een systeem, waarin mannen de macht houden en vinden dat zij recht hebben op diensten en zorgen van vrouwen. In haar boek  Down Girl geeft Manne een analyse van de logica van dit systeem van misogynie. Zolang vrouwen mannen blijven verzorgen en behagen is alles ok, maar als een vrouw niet doet wat mannen willen, zorgt het systeem voor strenge straffen.

Lang niet alle vrouwen ervaren de volle kracht van dit seksistisch systeem, waarin himpathy hoogtij viert:

Misogyny, Manne explains, should be understood not as the psychology of individual men, but as “a property of social environments in which women are liable to encounter hostility due to the enforcement and policing of patriarchal norms and expectations . . . insofar as they violate patriarchal law and order”. Although so often confused with sexism, the two are different: if misogyny is the law enforcement branch of the patriarchal system, sexism is the justification.

Dit basisidee verklaart allerlei ogenschijnlijke tegenstrijdigheden. Als het patriarchaat vrouwen bij wijze van spreken blootsvoets en zwanger in de keuken wil houden, waarom hemelen we dan vrouwen op die, desnoods met geweld, hun kinderen beschermen? Waarom kunnen vrouwen het in de politiek best ver schoppen en als spreker volle zalen trekken en miljoen verdienen met hun boeken en lifestyle bedrijven?

Alles hangt echter af van de vraag of een vrouw de status quo ondermijnt, of niet. Hou je dat punt in de gaten, dan wordt de logica opeens pijnlijk duidelijk. Vrouw beschermt kinderen? Ze versterkt het moederschapsideaal en beschermt de kinderen van haar man. Goed. Vrouwelijke politici die reproductieve rechten aan banden willen leggen en tegen alimentatie zijn? Top! Ze versterken de positie van de man. Boeken schrijven en lezingen geven waarin je vrouwen oproept hun partner te pijpen op afroep en je man altijd te gehoorzamen? Zolang hij het maar leuk heeft in bed en in huis de baas blijft mag jij als vrouw best een succesvolle zaak opbouwen en geld verdienen met lezingen, geen probleem.

Vrouwen kunnen het systeem ook versterken door samen met de mannen, zij aan zij, op te komen voor belaagde mannen. Hoe machtiger de man, hoe meer himpathy mannen én vrouwen opbrengen om hem tweede, derde en vierde kansen te gunnen. Zoals Kate Manne voor de New York Times schreef:

There is a plethora of recent cases, from the Stanford swimmer Brock Turner to the Maryland school gunman Austin Rollins, fitting this general pattern: discussion focuses excessively on the perpetrator’s perspective, on the potential pain driving him or on the loss of his bright future. And the higher a man rises in the social hierarchy, the more himpathy he tends to attract. Thus, the bulk of our collective care, consideration, respect and nurturing attention is allotted to the most privileged in our society.

Beide bewegingen dienen om mannen in het zadel te houden. Door overtuigingen te bekrachtigen die mannen bevoordelen, en door mannen door dik en dun te blijven steunen als ze onverhoopt in de problemen komen. Dat verklaart ook waarom mensen misogyn kunnen denken en handelen, en tegelijkertijd toch individuele vrouwen kunnen liefhebben en eren:

How can one be both a misogynist and love individual women? Because misogyny is designed to single out and punish only those women who break the rules by exercising power, dominance, or a perceived lack of care and love-giving.

Himpathy heeft verregaande gevolgen in de praktijk. Zo blijken Engelse jury’s mannen veel vaker vrij te spreken in verkrachtingszaken, als hij blank is en in de leeftijdscategorie 18-24 jaar valt. Zo’n jongeman heeft zijn hele toekomst nog voor zich. Moet hij echt voor altijd een strafblad krijgen, vanwege een vergissing? Het gevolg van die himpathy is dat jongemannen in slechts 32% van de gevallen ‘schuldig’ te horen krijgen, tegen 46% van de mannen in de categorie 25-59 jaar. Politici pleiten er nu voor om het jurysysteem af te schaffen, omdat het seksistische rechtspraak oplevert. Dit probleem speelt ook in de V.S., waar het racistische en seksistische karakter van de rechtspraak uitgebreid onderzocht is.

Himpathy speelt ook op in de loopbanen van mannen en vrouwen. Zo gaan mannelijke werknemers in de financiële sector veel vaker over de scheef dan hun toch al schaarse vrouwelijke collega’s. Daarna krijgen ze echter opvallend minder vaak straf. Worden ze ontslagen, dan krijgen ze hogere oprotpremies mee dan vrouwelijke collega’s in dezelfde situatie. En na hun wandaden krijgen ze in 46% van de gevallen weer een baan in hun oude vakgebied, terwijl vrouwen slechts in 33% van de gevallen een tweede kans krijgen. De onderzoekers vinden bewijs voor buitengewoon toegeeflijke managers, die het lastig vinden mannen te laten vallen:

Our evidence is inconsistent with a simple Bayesian model and suggests instead that managers are more forgiving of missteps among members of their own gender/ethnic group.

In Nederland kreeg de term Himpathy/Hempathie slechts kort aandacht. Zo besprak Halina Reijn de term in oktober vorig jaar in een aflevering van De Wereld Draait Door. Van Dale nomineerde Hempathie voor woord van het jaar 2018, maar Blokkeerfries ging er met de eer vandoor. Daarna werd het weer een beetje stil rond deze term. Het helpt ook niet dat DWDD Kate Manne omschrijft als ”een columnist in de New York Times”, terwijl het gaat om een filosofe van de Cornell University. Down Girl is nog niet vertaald in het Nederlands en ik kwam in Nederlandstalige media geen recensies tegen van de oorspronkelijke versie, op wat korte stukjes in de aankondigingen-sfeer na.

Ik vind Hempathie een zeer handig woord om een veel voorkomend probleem te beschrijven. Misogynie en hempathie duidelijk herkennen en weten te plaatsen, kan zeer bevrijdend werken. Je kunt een probleem pas bestrijden en situaties veranderen, als je er een naam aan kunt geven. En die naam hebben we nu. Met een begin van een recept om de situatie te verbeteren. Zoals Kate Manne zei in een interview voor magazine Guernica:

Misogyny is the stuff that women face that destroys them in some instances. “Himpathy” is part of the explanation of why we don’t see it, because we’re identifying with “him” and seeing “him” as the good guy, or worrying about “his” future. We don’t see him as taking a life. We see him as asserting his masculinity or defending himself, or as a poor pathetic character, or as vulnerable. Sometimes these things are true, that he is pathetic and vulnerable, but let’s focus on the women. (bold/vetgedrukt door mij toegevoegd aan de tekst)

Psychologen: macho mannelijkheid is een ziekte

Mannen die zich laten leiden door klassieke opvattingen over mannelijkheid, hebben een ziekelijke aandoening die hen beschadigt. Dat stelt de American Psychological Association (APA), één van de grootste en belangrijkste vakverenigingen van psychologen in de V.S. De APA heeft voor het eerst in haar geschiedenis richtlijnen opgesteld. Psychologen kunnen die leidraad gebruiken om betere zorg te verlenen aan jongens en mannen. MET UPDATE.

Daar willen we dus vanaf.

UPDATE: hoe fragiel het macho mannelijk ego is, en hoe snel zulke mannen over gaan tot verbaal geweld en vrouwenhaat, blijkt wel uit de ophef rond een nieuwe reclame voor scheermesjes. Een grote groep mannen lijkt er problemen mee te hebben dat mannelijkheid volgens deze reclamespot ook de vorm kan krijgen van goed vaderschap, opkomen voor zwakkeren,  en vrouwen met respect behandelen. Dat je dan juist een held bent, en een voorbeeld voor je kinderen.

Je zou de reclamespot kunnen zien als een ode aan alle mannen die goede mensen willen zijn. Maar nee, er zijn verrassend veel holbewoners die graag ongestoord vrouwen tussen de benen willen grijpen en om zich heen slaan. Iedereen die daar kritiek op heeft, is een mietje en/of een jood (homofobie en antisemitisme gaan goed samen met racisme en seksisme, blijkt).

Waar hebben we het over als je omschrijvingen hanteert als macho mannelijkheid? De APA definieert zulk soort schadelijk mannelijk gedrag als:

a particular constellation of standards that have held sway over large segments of the population, including: anti-femininity, achievement, eschewal of the appearance of weakness, and adventure, risk, and violence.

Mannen die zich gedragen volgens deze macho opvattingen lopen een groter risico op verwondingen door roekeloos gedrag, hebben een grotere kans om zelfmoord te plegen en kunnen zichzelf in gevaar brengen omdat ze veel te laat medische of psychologische zorg vragen. De APA baseert definitie en richtlijn op veertig jaar wetenschappelijk onderzoek naar gender en de (schadelijke) effecten van opvattingen over gender, mannelijkheid en vrouwelijkheid.

Ik zou bijna zeggen ”uiteraard” is wat de APA doet voor feministen niets nieuws. Feministen bekritiseren de oude rolpatronen al eeuwenlang omdat dit gender keurslijf schadelijk is voor zowel vrouwen áls mannen. We gaven er woorden aan, zoals toxic masculinity/giftige mannelijkheid. We brachten in kaart wat die vorm van macho mannelijkheid teweeg brengt, zowel bij mannen als bij vrouwen die met zulke macho mannen in aanraking komen. We zeggen dat feminisme voor iedereen is, en steeds meer mannen beginnen zelf ook in te zien dat ze baat hebben bij meer feminisme.

Bij het ontmantelen van macho mannelijkheid hoort ook dat mannen in moeten zien dat ze niet beter of belangrijker zijn dan vrouwen. Zo sprak Gerda Lerner, een historica die vrouwengeschiedenis op de kaart zette in de V.S., over het schadelijke effect op jongens van een geschiedenis waar alleen mannelijke heersers macht hebben. Jongens worden op die manier arrogante, over het paard getilde betweters die neerkijken op meisjes en alles wat riekt naar ”vrouwelijkheid”:

The effect on men has been very bad too, of the omission of women’s history, because men have been given the impression that they’re much more important in the world than they actually are, and that’s not a good way to become a human being. It has fostered illusions of grandeur in every man that are unwarranted. If you can think, as a man, that everything great in the world and in civilization was created by men, then naturally you have to look down on women, and naturally you have to have different aspirations for your sons than for your daughters, and I don’t think that’s good for men either.

Maar het is fijn dat wat feministen al decennia bestuderen en bevechten, nu een officiële plek heeft gekregen in de psychologie. Meer disciplines zouden er beter op worden als ze inzichten uit de feministische wetenschap integreren. Zo vertonen economische theorieën over de toenemende kloof tussen arm en rijk mankementen, doordat ze gender buiten beeld houden. Onderzoekers denken dat ze neutrale, abstracte standpunten innemen, maar gebruiken eigenlijk witte mannen als standaard. Die blinde vlek zorgt ervoor dat hun probleemanalyse eenzijdig blijft en dat ze een deel van de oorzaak van de toenemende ongelijkheid missen. Zodoende missen ze ook een deel van de oplossingen.

Top daarom, dat onder andere psychologen oog krijgen voor de schade die mannen oplopen als ze zich willen houden aan opvattingen waarin mannen agressieve wezens zijn die geen zwakheden mogen tonen. Mannen zijn gewoon mensen, zeggen feministen. Misschien kunnen psychologen jongens en mannen met de nieuwe leidraad helpen om zichzelf evenwichtiger te ontwikkelen. Dan wordt het voor hen makkelijker hulp te vragen als er iets is, kunnen ze vrijere beroepskeuzes maken (de verpleging, kinderzorg, ook prima beroepen voor mannen), en het ‘vrouwelijke’ in zichzelf respecteren. Dan worden ze hopelijk ook verlost van de stress van een fragiele mannelijkheid, met een ego wat al in elkaar klapt als ze één keer de wc schrobben.

Vrouwen opgezadeld met vriendelijkheidstest

Senator Elizabeth Warren zette onlangs de eerste stap om zich voor de Democraten kandidaat te stellen voor het presidentschap van de V.S.  Prompt worden nu bij haar dezelfde patronen zichtbaar, als bij Hillary Clinton in 2016. De media en tegenstanders schilderden Clinton in 2016 af als een kille bitch. Mensen zouden liever stemmen op iemand zoals Warren. Díe was tenminste wel warm en aardig. Maar nu Warren aanstalten maakt voor de kandidatuur, schrijven de media dezelfde koppen voor Warren als ze in 2016 voor Clinton deden – wat dat betreft heeft de Amerikaanse journalistiek niets geleerd, signaleert een commentator in de Engelse krant The Guardian. Is ze wel vriendelijk genoeg?!?!?

Warren gold in 2016 nog als het vriendelijke alternatief voor Clinton. Het is de ironie ten top dat nét nu Warren concreet aanstalten maakt voor de kandidatuur, zij opeens ook te kil, naar en onecht zou zijn. Extra ironisch als het om precies dezelfde personen gaat – mensen die Warren destijds eerst ophemelden ten opzichte van Clinton, en haar nu opeens niet goed genoeg vinden. Journalist Ashton Pittman verzamelde in een Twitterdraad een hele reeks voorbeelden van mensen die deze ommezwaai maakten. Magazine McSweeney vat die houding samen in een satirisch artikel, waarin een fictieve kiezer uitlegt dat hij/zij/x helemaal geen hekel heeft aan vrouwelijke kandidaten – ”ik haatte alleen Hillary en heel toevallig begin ik nu Warren te haten”.

In het goed bestudeerde voorbeeld van Clinton zie je precies wanneer mensen haar aardig vonden, en wanneer niet. Zodra ze zelf macht wilde in de politiek, duikelde haar populariteit omlaag. Had ze de baan eenmaal, dan vonden mensen haar opeens weer prima:

Omgekeerd maakt het voor mannelijke politici weinig uit of ze wel of niet aardig zijn. Mannelijke kandidaten mogen boos worden, klagen, bot doen en ongezouten hun mening geven, zonder dat dit hun kandidatuur beschadigt. Pas als je overtuigend bewezen ernstige wetsovertredingen begaat en/of  ”genoeg” opheft veroorzaakt, bijvoorbeeld als je niet langer kunt ontkennen dat je je schuldig maakte aan seksueel misbruik, duikel je als man misschien van het podium af. De vriendelijkheidstest geldt alleen voor vrouwen, en o wee als ze zakt.

Het gaat om meer dan alleen krantenkoppen, anecdotes en analyses rond één kandidate. ‘Vrouwen in de politiek’ is tegenwoordig een serieus onderwerp voor wetenschappelijk onderzoek, en onafhankelijk van elkaar uitgevoerde analyses en studies wijzen allemaal in dezelfde richting. Wij mensen zijn seksistisch, bewust en/of onbewust. We hebben sterke overtuigingen hoe vrouwen moeten zijn, en op welke plekken ze wel en niet horen. Zolang vrouwen zich bescheiden opstellen en anderen dienen, is het ok, maar politiek is iets van, voor en door (blanke) mannen. Als daar een vrouw opduikt is de eerste, instinctieve reactie vaak ‘Kop dicht! Aaaaargh, weg met die heks!

Het is een houding met diepe, diepe wortels in de zogenaamde Westerse Beschaving. In het boek Vrouwen en Macht traceert historica Mary Beard die weerzin tegen vrouwen, die in het openbaar een rol willen spelen, terug tot aan de oude Grieken en Romeinen. Die wilden vrouwen ook het liefst meteen terug in hun hok meppen, zodra ze toespraken hielden of politiek actief werden.

Steeds meer vrouwen nemen geen genoegen met een tweederangs positie, ontwikkelen een feministisch bewustzijn, en willen voor zichzelf bepalen wie ze zijn, hoe ze zijn, wat ze willen. In de V.S. vormen de Republikeinen als het gaat om de politieke macht een sterke remmende factor, maar vanuit de Democratische partij winnen steeds meer vrouwen politieke posten. Pas gekozen congresleden zoals Alexandria Ocasio-Cortez, Sharice Davids, Ilhan Omar and Rashida Tlaib veranderen patronen, stellen seksisme aan de kaak en vullen macht op hun eigen manier in.

Hopelijk helpt dit Warren en andere vrouwelijke kandidaten, als de strijd om het presidentschap van de V.S. opnieuw begint.

Aanbevelingsbrieven: hoezo is ‘zorgzaam’ een negatief etiket?

Top, als je ergens een leuke stage of baan had, en een leidinggevende wil een aanbeveling schrijven om je volgende sollicitatie kansrijker te maken. Maar veel van zulke aanbevelingen hebben een problematische kant. Uit analyses van zulke stukken blijkt dat aanbevelingsbrieven voor mannen langer, krachtiger en wervender zijn dan voor vrouwen. Mannen kunnen het, vrouwen… ehm… misschien?

Vrouwen krijgen kortere brieven, die bovendien veel vaker dan die voor mannen opmerkingen bevatten over hun persoonlijke leven, of hun mate van zorgzaamheid en collegialiteit. Gekoppeld aan bewuste en onderbewuste stereotypen leidt dat tot een drempel voor vrouwen. Ze komen over als harde werkers, maar niet geniaal. Etiketten zoals zorgzaam of vriendelijk leiden daarnaast tot aannames als ‘dan is ze niet assertief genoeg voor deze baan’/risico van een voetveeg.

Opstellers van aanbevelingsbrieven zouden daarom ”mannelijk” taalgebruik moeten bezigen om vrouwen een fatsoenlijke kans te bieden, adviseren onderzoekers. Er bestaat zelfs voor het Engelse taalgebied een calculator om het seksisme gehalte in zulke brieven te analyseren en de inhoud bij te stellen.

Onder andere Helen De Cruz is blij met de aandacht voor seksistische stereotypen, maar maakt zich tegelijkertijd zorgen wat het betekent als ”vrouwelijke” kwaliteiten gelden als zwakker en minder. Wat zegt dit over ons als cultuur als een kwalificatie als ‘zorgzaam’ een handicap is, vooral voor vrouwelijke kandidaten? Willen we dan geen fatsoenlijke collega’s, die sociaal vaardig zijn, kunnen samenwerken en verder kijken dan hun eigen ikje groot en lang is? Voor de academische wereld en het wervingsbeleid van universiteiten stelt ze:

Our practices of hiring someone who is a single-minded researcher, thinking only of their qualities as a researcher, without any regard for how they might be among students or colleagues are problematic. They do not reflect our lived reality in the workplace, where we do in fact care about colleagues being at least minimally decent. Worse, some instances I have heard of people who were hired who were known to be problematic, for instance, among female students, but it was overlooked because they were such excellent researchers. Given this, maybe we should re-evaluate practices whereby compassion, kindness and other qualities are coded by search committee readers as feminine and where they can hurt a candidate.

In plaats van een eigenschap als zorgzaam of collegiaal naar beneden te halen, zou De Cruz veel liever zien dat er ook bij mannen gekeken wordt naar hun sociale, dienstverlenende eigenschappen. Ook bij mannelijke kandidaten zou een woord als ‘zorgzaam’ in een aanstellingsbrief moeten komen, of een alinea over zijn vaardigheden bij het samenwerken in een team. Dan lukt het hopelijk vaker om te voorkomen dat een egoïstische streber de situatie in een hele groep verziekt.

Moord op meisje past in horrorpatroon

Wat de 16-jarige scholiere in Rotterdam overkwam heeft bij feministen een naam: femicide. Het woord is afgeleid van genocide, volkerenmoord. Alleen betreft het hier exclusief de vrouwelijke helft van het volk. Overal ter wereld, ook in Nederland, vermoorden mannen vrouwen omdat zij een vrouw is (en zij ”dus” moet doen wat de man wil of verwacht). De mannelijke agressie heeft grote gevolgen voor alle vrouwen, of het nou uitloopt op moord of niet: angst, beperkingen in onze bewegingsvrijheid, de talloze voorzorgsmaatregelen die we nemen om zo veilig mogelijk te zijn.

De redenatie om als man een vrouw te doden kan verschillen, maar komt in de kern op hetzelfde neer. Ze is ”zijn” partner of ex-partner, en als man wil hij haar blijven domineren. De dood vormt relatief vaak het slot van een geschiedenis vol huiselijk geweld. En/of de moord vindt plaats op het moment dat de vrouw de relatie verbreekt, aankondigt te willen scheiden, of al weg is (waarna hij haar doodt of eerst een tijd lastig valt en dan doodt).

In andere gevallen kent de moordenaar de vrouw in kwestie niet persoonlijk, maar staat haar sekse alsnog centraal. Zo vonden in de V.S. en Canada verschillende moordpartijen plaats waarbij de dader in verklaringen aangaf woede te voelen. Vrouwen moesten niks van hem hebben, dus moesten meisjes en vrouwen dood. Dit gebeurde onder andere in de Canadese stad Toronto. Dit soort algemene vrouwenhaat was ook het motief voor de zogenaamde Isla Vista moordenaar uit de V.S. Om maar een paar voorbeelden te noemen – er zijn er vele.

Het algemene publiek, inclusief journalisten, heeft de neiging zulke moorden af te doen als incidenten. Het gaat om een onbegrijpelijk fenomeen, een trieste gebeurtenis, het was ‘zinloos’. De man had het moeilijk en ‘opeens sloegen de stoppen door’. Dat is een geruststellend verhaal, analoog aan de mythe van de onhandige man, om een groot maatschappelijk probleem te verhullen en mannelijke agressie te negeren. Als er al iets mis is, ligt de oorzaak bij de vrouw: hij was wel agressief, maar zij wimpelde de politie af.

Hoe gaat het patroon? We zien het mechanisme in een mildere vorm al bij straatintimidatie. Mannen bewijzen, vaak in groepjes, aan elkaar hun mannelijkheid, door vrouwen lastig te vallen. De man is in dit wereldbeeld ‘dé man’ en beheerst de straat. Vrouwen zijn daar te gast en moeten zich gesis, geroep, achterna lopen, ongewenste betastingen en erger laten welgevallen. Wil een meisje of vrouw niet meewerken aan dit vertoon van macho gedrag, dan grijpen de daders in en gaan over tot agressie. Neem dit voorbeeld uit Utrecht, waarbij vier jongens een meisje uitdaagden en, toen ze protesteerde, in elkaar sloegen. Of straatintimidatie die overgaat in seksueel geweld, zoals een aanranding.

In ernstigere vorm zie je dat ook bij de dode vrouwen. De meeste vrouwen, circa driekwart, kennen hun moordenaar. Het is meestal hun partner of ex partner, en in veel van de overgebleven andere gevallen een mannelijk familielid. Dit zie je nu ook bij de moord op de 16-jarige Rotterdamse scholiere  De dader kende haar en bronnen spreken van ”een relatie”. In hoeverre dat het juiste woord is voor iets tussen een 31-jarige man en een tiener, met in mijn optiek duidelijke elementen van geobsedeerdheid en stalking, moet nog blijken. Getuigen en veel media noemen de man in ieder geval de ex van het meisje. Volgens de media wilde zij van hem af en begon hij daarna met dreigen. Zodra de tiener hem bij haar school zag staan probeerde ze nog te vluchten, maar helaas, zijn kogels waren sneller dan zij.

In Nederland sterven tussen de 30 en de 40 vrouwen per jaar op een manier die in dit patroon past. In 2016, een op zich ”rustig” jaar, waren het er bijvoorbeeld 34. Onderzoek voor moorden in de periode 2010-2015 wijst uit dat de vrouwenmoordenaar in iets meer dan de helft van de gevallen een intieme relatie had met het slachtoffer. Hij was haar partner of ex. In de meeste gevallen pleegde de man de moord met een steekwapen of wurgde hij de vrouw.

De percentages komen overeen met andere onderzoeken. In Engeland, met een grotere bevolking, staat de teller voor 2017 op 139. 109 daarvan, 76%, kende de man in kwestie. In bijna de helft van de gevallen was de dader hun partner of een ex, vergelijkbaar met Nederland. In de andere gevallen betrof het een mannelijk familielid of een zoon. Bijna de helft kwam om het leven door een scherp voorwerp, zoals een mes – dit is in Nederland zoals we zagen ook zo.

Welk wapen of welke manier een man gebruikt, hangt af van de cultuur. Zo telde de V.S. in 2016 ruim 1800 vrouwenmoorden, waarbij de man de vrouw in 56% van de gevallen doodde met een vuurwapen. Dat hangt samen met de wapencultuur in dat land. In andere culturen kunnen fenomenen zoals eerwraak een rol spelen en de kans vergroten dat de dader een mannelijk familielid van de vrouw is. Maar de kern blijft hetzelfde: een vrouw doet iets wat een man niet wil, en ze betaalt voor de vermeende wandaad met haar leven.

In 42% van de gevallen was er volgens de Engelse onderzoeksgegevens bij de femicide sprake van overkill. Zo stak een man een vrouw 175 keer. In een ander voorbeeld sloeg de man zo lang, vaak en hard op een vrouw in, dat haar gezicht voor de nabestaanden totaal onherkenbaar was. Dit soort gevallen van overkill zie je ook terug in Nederland. In het geval van de 16-jarige scholiere vuurde de dader volgens door journalisten opgetekende verklaringen zeven tot acht schoten af, waarvan vier van zeer nabij. Of de man die ”zijn” vriendin en dochter wurgde, de dochter verkrachtte, (onduidelijk in welke volgorde dit gebeurde) en de lichamen daarna verborg in de kruipruimte van hun woning. Of deze man, die 99 keer instak op de vrouw.

De forse mate van geweld maakt duidelijk dat er extra emotie in het spel is in veel gevallen waarin mannen vrouwen doden. In Engeland houdt Ingala Smith zich al jaren bezig met femicide. Zij stelt dat deze felheid aangeeft dat het hier niet gaat om onschuldige, aardige mannen die door pech en toeval opeens een misstap begaan. Het zijn mannen die vrouwen haten:

Ingala Smith, the chief executive of the domestic violence charity Nia, said: “The use of excessive violence or desecration after death challenges narratives of momentary loss of control that are especially prevalent in relation to domestic violence. “Instead it highlights the brutality and misogyny that men bring to their violence against women whether dead or alive and challenges benign rationales given by men which are often accepted and repeated in media coverage of the killings of women.”

Femicide. Onthoudt die term. En neem eens een kijkje bij de diverse overzichten en tellingen van al die dode vrouwen. Zoals het Engelse Counting Dead Women. Of deze Canadese inventarisatie. Of deze Spaanse telling uit 2017. Of de moorden op vrouwen die de Moordatlas verzamelt, tussen uitgaansgeweld onder mannen en afrekeningen in het criminele circuit door. Dan zie je het vanzelf.

Democratische vrouwen verheffen hun stem in de V.S.

Je kunt veel kritiek hebben op de Democratische partij in de V.S., maar in tegenstelling tot Republikeinen krijgen vrouwen goede kansen. Een record aantal stelde zich kandidaat voor de tussentijdse verkiezingen die op dit moment spelen. Een record aantal vrouwen won daarna inderdaad een zetel in het Congres of de Senaat. Waaronder de allereerste vertegenwoordigsters van de inheemse bevolking van de V.S., Sharice Davids en Deb Haaland, en de eerste twee moslima’s, Rashida Tlaib in Michigan and Ilhan Omar in Minnesota.

De verkiezingsresultaten in deze Amerikaanse midterms kenden een lange aanloop. Twaalf grafieken laten zien hoe de politieke verschuiving langzaam sterker en sterker zichtbaar werd. Organisatie Emily’s List speelde een belangrijke rol bij het kanaliseren van de politieke belangstelling van vrouwen na het verlies van Clinton. In 2016 meldden zich 920 vrouwen, na de winst van Trump steeg dat naar 42.000. Emily’s List steunt vrouwelijke kandidaten met coaching, fondsen, adviezen en praktische hulp en zet belangstelling om in serieuze kandidaturen. Voor het Congres steeg het aantal vrouwelijke kandidaten zodoende van 16 naar 23% in twee jaar tijd.

Als vrouwen zich kandidaat stellen, doen ze het vaak beter dan hun mannelijke collega’s. Van alle Democratische kandidaten wonnen de vrouwen 44% van hun races, terwijl de mannen niet verder kwamen dan 21%. Republikeinen vaardigen veel minder vrouwen af dan de Democraten, maar als de Republikeinse kandidaat een vrouw is wint ze in 34% van de gevallen, tegen 29% van de mannen.

De vrouwelijke kandidaten, zeker die van de Democratische kant, ontvangen massaal steun. Zo organiseerden vrouwen talloze protestmarsen, te beginnen met dag 1 van het presidentschap van Trump, waar miljoenen mensen aan deelnamen. Vrouwen doen ook veel vaker dan voorheen een financiële donatie, en/of woonden politieke bijeenkomsten bij. Vooral jonge vrouwen tonen zich politiek bewuster dan hun mannelijke leeftijdsgenoten – zo gaf een kwart van de vrouwen geld aan een campagne, terwijl jonge mannen niet verder kwamen dan 18%.

Speciale aandacht verdienen vrouwen met een gekleurde huid. Die maken vaak het verschil. Witte vrouwen zijn hopeloos verdeeld en kozen in 2016 in 47% van de gevallen voor Trump, tegen 45% voor Clinton. Dat heeft onder andere te maken met haar burgerlijke staat. Even plat gezegd: zodra een witte vrouw trouwt, kiest ze de kant van haar witte man en gooit ze de belangen van haar eigen sekse en van mensen met een gekleurde huid onder de bus. Ondertussen kiezen vrouwen met een gekleurde huid consequent voor Democraten (net als vrijgezelle witte vrouwen). Onder andere in 2017, tijdens verkiezingen in Alabama, wisten zwarte vrouwen zodoende het verschil te maken. 98% van hen koos destijds voor Doug Jones, en zorgde er zo voor dat deze Democratische politicus de beslissende stemmen kreeg om te winnen.

De grotere zichtbaarheid van vrouwen zorgt ervoor dat verschillende positieve bewegingen op gang komen. Winst van vrouwelijke kandidaten spoort andere vrouwen aan om ook een kans te wagen en zich kandidaat te stellen. De gekozen vrouwen zijn daarna effectiever: voor iedere 1,5 voorstel die een man door Congres of Senaat loodst, weet een vrouw ruim twee voorstellen aangenomen te krijgen. Vrouwen bedrijven andere politiek – ze doen bijvoorbeeld twee keer zoveel voorstellen voor betere gezondheidszorg en onderwijs dan mannelijke politici. Tot slot halen vrouwen meer geld binnen voor hun achterban. Als jouw district vertegenwoordigd wordt door een vrouw, ontvang je jaarlijks gemiddeld 49 miljoen dollar meer aan subsidies en andere overheidssteun dan een naburig district, vertegenwoordigd door een man.

Kortom, als de Democraten slim zijn, zetten ze zwaar in op vrouwen met een gekleurde huid, en vrijgezelle witte vrouwen. Die zouden aan de macht moeten komen in de top van de partij, de koers moeten bepalen, en de race moeten leiden. De partij is aan het leren – zo verontschuldigde voorzitter Tom Perez zich onlangs bij zwarte kiezers, voor de manier waarop de partij zwarte kiezers en kandidaten in het verleden behandeld had. Mensen met een gekleurde huid, in het bijzonder vrouwen, vormen de basis en de ruggengraat van de Democratische partij. Ze verdienen meer steun, meer macht, en meer respect. Met alle overwinningen die ze tijdens deze verkiezingen boekten, inclusief de bijbehorende macht, wordt de kans groter dat ze eindelijk krijgen wat ze verdienen.

De Gereedschapskist: D.A.R.V.O.

Agressie en geweld? Geen probleem, je doet gewoon een DARVO-tje. DARVO staat voor Deny, Attack, Reverse Victim and Offender – oftewel ontkennen, aanvallen, rol van dader en slachtoffer omkeren. Slachtoffers de schuld geven is een zeer bekende tactiek, eeuwenoud, maar onder andere professor Jennifer J. Freyd van de universiteit van Orgenon ziet dat daders steeds vaker ook de rolomkering inzetten om onder de gevolgen van wangedrag en criminaliteit uit te komen. Recent deed de Amerikaanse rechter Brett Kavanaugh dat nog, toen zijn benoeming tot het Hoogste Gerechtshof in gevaar kwam door beschuldigingen van seksuele agressie. In die situatie vond hij zichzelf het grootste slachtoffer, en hij was woedend.

DARVO komt uit de koker van de sociale wetenschappen en de psychologie. Onder andere Louise F. Fitzgerald,  professor emeritus van de University of Illinois, en Jennifer J. Freyd, van de University of Oregon, denken en schrijven erover. Zij zien het als een verdedigingsmechanisme van daders. Die willen geen negatieve gevolgen ondervinden van hun wangedrag of misdaden, en nemen daarom hun toevlucht tot ontkennen. Als ontkennen niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat er opnames bestaan van hun misdrijf, gaan ze over tot het slachtoffer de schuld geven. Werkt ook dat onvoldoende, dan zetten ze de stap naar een rolomkering. Eigenlijk zijn zij zelf het ware slachtoffer in de hele situatie. Mensen moeten met hén medelijden hebben, niet met dat gluiperige ”slachtoffer”.

Freyd kwam op het begrip DARVO nadat ze zag hoe Anita Hill in de jaren negentig het nauw raakte, op het moment dat ze kandidaat opperrechter Clarence Thomas beschuldigde van seksueel wangedrag. In de daarop volgende periode kreeg zij de ene na de andere aantijging voor haar kiezen, terwijl de beschuldigde buiten schot bleef. Uiteindelijk moest zij zwaar beschadigd afdruipen. Thomas kreeg zijn benoeming en mocht zijn succesvolle carrière voortzetten.

Freyd ziet dat DARVO op dit moment een ontwikkeling door maakt in de V.S. Mede onder invloed van de president nemen daders steeds vaker hun toevlucht tot stap 3, de rolomkering, signaleert ze. Die rolomkering vindt op dit moment ook steeds vaker plaats in de #metoo beweging. Die beweging stuit na een succesvol eerste jaar op steeds meer verzet. Niet vrouwen zijn slachtoffers van machtsongelijkheid en structurele seksuele intimidatie, nee, mannen zijn de echte slachtoffers. Ze kunnen niks meer doen of zeggen, of hun carrière wordt al vernietigd door een wraakzuchtige horde vrouwen die ‘te ver gaan’.

Uit onderzoek blijkt dat daders DARVO toepassen omdat het werkt. Maar machtsmisbruik daargelaten heeft de strategie op individuele mede-mensen alleen het door de dader gewenste succes zolang anderen deze tactiek niet als zodanig herkennen. Zodra mensen informatie krijgen over de tactiek en situaties op de drie stappen analyseren, valt de DARVO-gebruiker door de mand en heeft de strategie minder effect. Mensen trappen er niet meer in. Dat ziet Freyd als de grote winst van het huidige klimaat rond #metoo en toenemende debatten over racisme en antisemitisme:

We can begin to put an end to DARVO by calling it out when we see it. We can not only prevent it from working but also use it as a valuable indication that the man in question is addicted to power, incapable of apology, and afflicted with such narcissism that he cannot bear to be out of control. Such a response to accusations or disclosure is itself a behavior for which men must be held accountable. If the accusation is true, a man who is not addicted to “masculine” power will apologize. If it isn’t true, he can just state the facts.