Category Archives: Wetenschap

Politie laat vrouwen in de steek bij verkrachting

Zedenrechercheurs hebben grote moeite met aangiften van verkrachting. Ze zijn, net als de rest van Nederland, zo wantrouwend en alert op leugens, dat ze veel veel zaken weigeren te onderzoeken. Op die manier verdwijnen talloze waarachtige verkrachtingszaken in een la, en krijgen slachtoffers zo’n agressieve behandeling dat ze zich getraumatiseerd terugtrekken. Het uiteindelijke gevolg: daders blijven onbestraft en slachtoffers krijgen geen enkele vorm van gerechtigheid. Dat concludeert rechtspsycholoog en wetenschapper André De Zutter.

Eerst een feit van het type de aarde is rond: het overgrote deel van de daders van verkrachting, 98%, is man. Deze mannen – niet alle mannen, maar nogmaals, de meeste daders zijn man – verkrachten mannen, vrouwen, jongens, meisjes. Zeer vaak blijft dit geweld buiten beeld. Het veroordelingspercentage ligt tussen de drie en zes procent. Seksueel geweld is daarmee één van de ”veiligste” misdaden, met de grootste kans dat je er ongestraft mee weg komt.

De politie speelt helaas een vervelende rol in het onderbelicht en ononderzocht blijven van onder andere verkrachtingszaken. De Zutter onderzocht de situatie en komt tot zeer duidelijke conclusies:

Ik heb respect voor het werk van zedenrechercheurs. Zij worden net zo goed geleid door een mentale representatie van verkrachting. Dat is een idee, een beeld, niet de werkelijkheid. Ze hebben te maken met dezelfde psychologische mechanismen als valse aangevers. Dat maakt hen te wantrouwend tegenover echte slachtoffers en te goedgelovig bij valse aangiftes. We hebben slachtoffers van verkrachting gesproken voor wie de ondervraging zo’n vreselijke ervaring was dat ze liever geen aangifte hadden gedaan.

Wat De Zutter meldt is absoluut niet nieuw. Vrouwen wisten dit al eeuwenlang, aangezien zij er vanuit de kansel, de politiek en de wetenschap van langs kregen. Vrouwen? Hysterische, leugenachtige heksen die aandacht willen en mannen te gronde willen richten met hun gevaarlijke, duivelse seksualiteit. Pas vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw wisten vrouwen voldoende macht te krijgen om écht iets terug te zeggen. De tweede feministische golf koos seksueel geweld uit als één van de kernthema’s. Vrouwen voerden campagne, richtten Blijf van mijn Lijf huizen op, deden onderzoek, publiceerden boeken, klaagden de situatie aan en dwongen in 1991 veranderingen in de rechtspraak af, zodat de politie meer mogelijkheden kreeg om verkrachtingszaken in behandeling te nemen en justitie meer ruimte kreeg voor de vervolging en veroordeling.

Recent wezen ook andere onderzoeken op misstanden rond het werk van de politie. Zo onderzocht de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen de situatie in 2015 en kwam tot de conclusie dat de politie de aangiftes van tieners veel te snel afdoet als liegen. Agenten stellen zich zo vooringenomen en vijandig op, dat meiden tussen de 12 en 18 bang zijn om aangifte te doen. Ze zien er bij voorbaat al vanaf omdat ze denken dat de politie hun verhaal niet serieus zal nemen – en die angst bleek terecht, volgens de onderzoekers voor de Nationaal Rapporteur.

Op gezette tijden kunnen mensen uit de media vernemen wat deze conclusies van De Zutter en de Nationaal Rapporteur in de praktijk betekenen. Zo kreeg De Volkskrant eerder dit jaar een excuusbrief van de politie in handen. Uit de zaak bleek dat twee zedenrechercheurs een getraumatiseerde, 23-jarige verkrachte vrouw ruim zes uur lang op een zodanig agressieve, wantrouwige manier verhoorden, dat ze volkomen overstuur uit het verhoor kwam en bijna ging denken dat ze zelf gek en/of de dader was. De transcripties liegen er niet om:

‘Als blijkt dat iets niet klopt in je verhaal, dan ben ik bang dat dat echt consequenties heeft voor jou, maar ook voor het onderzoek.’ (…) ‘Dat is niet zo’, zegt Susanne tot drie keer toe. ‘Maar het is vaak warrig in mijn hoofd, ik weet de volgorde niet goed.’ ‘Soms is dit ook een schreeuw om aandacht’, zegt de rechercheur. ‘Of dat er geestelijk iets aan de hand is. Of dat er andere dingen zijn gebeurd. Of dat er iets is fout gegaan.’ (…)  ‘Het is niet zo’, zegt Susanne. ‘Het is niet zo.’ ‘Ik wil het toch gezegd hebben’, stelt de rechercheur. Even later: ‘Wat voor ervaring heb je met pijpen?’ Ze gaan in op het geslachtsdeel van de man. ‘Je zegt dat de penis slap was, maar je gaat toch kokhalzen’, stelt de rechercheur. ‘Doe eens voor? Hoe kokhals je dan?’ De rechercheurs blijven maar vragen of ze haar aangifte wil doorzetten. Susanne: ‘Ja, want het is echt gebeurd.’

Als je zo onder druk wordt gezet, is het volkomen begrijpelijk dat vrouwen bang worden om aangifte te doen. Alles kan tegen je worden gebruikt. Ook black outs vanwege een trauma, of vanwege bevriezing. Dat is een volkomen natuurlijke reactie als je in een levensgevaarlijke situatie belandt, naast vechten en vluchten. Maar zelfs de politie herkent dit niet altijd en meent dan dat een vrouw instemde omdat ze zich niet actief genoeg verweerde.

Dit alles gebeurt in een situatie waarbij volgens De Zutter hooguit vijf procent van de aangiftes vals is. Voor Engeland komt wetenschapster Joanna Bourke zelfs tot hooguit 3%. Ieder vals beschuldigde persoon is er natuurlijk één te veel, maar juist daarom is het in dit geval erg belangrijk om te blijven beseffen dat 95% tot 97% van de vrouwen daadwerkelijk verkracht is. Zij verdienen een fatsoenlijk interview, een gedegen onderzoek, en gerechtigheid. De daders verdienen vervolging, een grondig verhoor, en celstraf. Anders blijven ze namelijk ongestoord nieuwe slachtoffers maken. En dat kan echt niet.

Slachtoffer van seksueel geweld en hulp nodig? Neem dan contact op met een van de Centra voor Seksueel Geweld in Nederland, telefoonnummer 0800-0188, 24 uur per dag bereikbaar.

Advertenties

Meer diversiteit in vier eenvoudige stappen

Van een filosofisch vakblad met maximaal 21% vrouwelijke auteurs en 0% mensen met een gekleurde huid, naar een vakblad met 54% vrouwelijke auteurs en 11% auteurs met een gekleurde huid. In een paar jaar tijd. Vooruitgang kán, toont Rebecca Kukla aan. Deze professor Filosofie aan de Georgetown University werd hoofdredactrice van het Kennedy Institute of Ethics Journal en maakte het tot haar missie meer diversiteit te bereiken. Dat lukte door vier stappen consequent door te voeren.

Rebecca Kukla

Toen Kukla het roer van het tijdschrift voor Ethiek over nam, trof ze een traditioneel blank mannelijk landschap aan. Stap 1 was dan ook: het net verder, dieper en breder het water in gooien en actief op zoek gaan naar filosofen uit andere hoeken. Dat lukte door een aantal themanummers uit te brengen over actuele onderwerpen. Zo besteedde het Ethics Journal aandacht aan de Amerikaanse verkiezingen. Trump levert een goudmijn op als je het wil hebben over ethiek, en niet alleen de geijkte vaste waarden in de filosofie schreven over de gang van zaken in 2016. Via de themanummers kon de redactie een jonger, diverser auteursbestand opbouwen.

Stap 2 was de introductie van boekrecensies. Kukla en haar medewerkers besloten bewust op zoek te gaan naar publicaties vanuit gemarginaliseerde groepen, met onderwerpen op het gebied van ras, etniciteit, feminisme, (politieke) repressie, anti-fascisme enzovoorts. De redactie kan zelf kiezen wie de recensies schrijft en zorgde ervoor dat uitnodigingen terecht kwamen bij andere deskundigen dan de geijkte blanke mannennamen van de standaard namenlijstjes.

Stap 3: het landschap zelf veranderen. Tot Kukla’s komst kondigde het blad zichzelf aan als een publicatie op het gebied van ethiek, met in ieder nummer gangbare filosofie op dat terrein. In overleg veranderde Kukla dit echter in ‘toegepaste filosofie’, een veel breder begrip, met een grotere nadruk op de praktijk, op wat er in de wereld gebeurt, en op actuele thema’s. Door deze verbreding kon ook de auteurspool breder en diverser worden.

Tot slot stapte het blad af van een ingewikkeld systeem van anoniem inzenden. Normaal gesproken zijn er drie lagen van anonimiteit, waarbij ook de hoofdredactrice niet weet wie welk stuk in zond. De filosofie wereld is echter behoorlijk klein. Zodra iemand een niet gangbaar onderwerp heeft of een herkenbare eigen schrijfstijl, heeft anoniem inzenden en behandelen nauwelijks zin. Iedereen die ingevoerd is in het wereldje, snapt meteen dat als het over onderwerp X gaat, het stuk hoogstwaarschijnlijk van Y afkomstig is, want Y is de enige in haar vakgebied die zich met X bezig houdt. Anonimiteit is dan een mythe. Leuk in theorie, maar in de praktijk werkt het niet altijd.

Om die reden zorgt Kukla er tegenwoordig voor dat redacteuren artikelen zoveel mogelijk anoniem beoordelen, maar dat zijzelf wél weet wie het schreef. Dat stelt haar in staat kritiek te voorzien van een context, en soms te verwerpen omdat onbewuste vooroordelen een rol zijn gaan spelen. Daarnaast kan ze auteurs de helpende hand toesteken. Soms heeft een stuk enorme kwaliteiten, maar komt het niet goed uit de verf omdat het taalgebruik niet op niveau is. In dat geval adviseert ze auteurs om een native speaker Engels te raadplegen en met die persoon de taal te fatsoeneren. Iemand kan het stuk dan opnieuw indienen en wie weet keurt de redactie het nu wel goed. In 85% van de gevallen komen artikelen niet door de ballotage heen, signaleert Kukla, dus de kwaliteit blijft hoog. Maar auteurs met achterstanden krijgen een eerlijkere kans.

Dit alles laat ook zien dat er een vijfde ingrediënt nodig is. De wil om te veranderen, om ook het werkterrein fundamenteel te veranderen, zodat meer mensen kansen krijgen. En dat volhouden en blijven waken voor de terugkeer van conservatieve denkpatronen, waardoor je terug kunt vallen in het standaard blank mannelijke repertoire. Daarover meer in een volgend stuk.

Is Kukla er nu? Nee. Van 0 naar 11% is een mooie stap, maar ze vindt het aantal gepubliceerde artikelen van mensen met een gekleurde huid nog veel te laag. Daar is nog werk aan de winkel. Ook mag er nog wel wat meer ruimte komen voor auteurs met een handicap, of auteurs die zichzelf identificeren als transgender. Maar nu ze deze vier ontwikkelingen tot staande praktijk heeft gemaakt, is er een veel grotere kans dat méér mensen óók toegang krijgen tot het podium van een gerenommeerd vakblad. En dat is heel mooi.

Mensen vinden het lastig om vrouwen te vertrouwen

Vrouwen beginnen in de V.S. 30% van de nieuwe ondernemingen, maar investeerders mijden hen. Voor iedere dollar die een investeerder een onderneemster gunt, gaan er 23 naar een mannelijke ondernemer, blijkt uit onderzoek. Dit terwijl de onderneemsters minstens even succesvol zijn als hun mannelijke concullega’s. Het Consumer Financial Protection Bureau (CFPB) wil nader onderzoek doen naar de situatie, maar concludeert nu al dat gender een grote rol speelt. Ja, duh… Investeerders vertrouwen vrouwen minder. En dat geldt niet alleen voor de V.S., maar breed, in allerlei sectoren en in allerlei landen, ook in Nederland.

In je dromen….

Geen investering betekent dat vrouwen op een gegeven moment niet verder komen. Mannelijke ondernemers krijgen kansen, terwijl vrouwen zonder geld en middelen aan de zijlijn blijven staan. Daarbij krijgen vrouwen ook ontmoedigende boodschappen mee van seksistische financiers, tekende het Financieel Dagblad op. Potentiële investeerders hemelen mannelijke ondernemers op, terwijl ze vrouwen op precies dezelfde soort punten een stuk negatiever beoordelen. Zo heeft een jonge mannelijke ondernemer potentieel: hij heeft weinig ervaring maar geef hem een kans, komt goed. Terwijl een even jonge vrouwelijke ondernemer vooral twijfel en afkeuring oplevert – ze heeft te weinig ervaring, dat wordt niks.

Dit gebrek aan gelijke kansen voor vrouwen is een ouwe bekende voor iedereen die zich interesseert in gendervraagstukken. Het begint bij het begin, met het op waarde schatten van het werk en de prestaties van vrouwen. Onderzoek na onderzoek wijst uit dat mensen (de prestaties van) vrouwen als lager/minder beoordelen in vergelijking met mannen. Zelfs als de vrouw een beter product levert, duikelt de waardering omlaag zodra mensen erachter komen dat de producent het vrouwelijk geslacht heeft.

Het gebrek aan waardering blijkt ook uit andere meetbare gegevens. Werkgevers hebben minder salaris over voor een werkneemster. Om de loonkloof te dichten krijgen vrouwen vaak het advies beter te onderhandelen over hun loon en de beter betaalde banen te zoeken. Als degene met de verkeerde sekse hebben vrouwen echter maar beperkt invloed op hun omgeving. Ze kunnen bijvoorbeeld die beter betaalde baan vinden, vaak in sectoren waarin veel mannen werken. Maar als ”teveel” vrouwen dat doen, dalen na verloop van tijd de lonen in dat beroep. Geheel volgens de Wet van Sullerot: hoe meer vrouwen een activiteit ondernemen, hoe lager de status en de lonen worden. Het vrouwelijke heeft geen status…

Als vrouwen in de beoordeling van de buitenwereld slechter werk leveren en in het algemeen inferieur zijn, wordt stap 2 heel makkelijk. Vrouwen niet vertrouwen, niet serieus nemen, niet te steunen en niet in hen te investeren. Ze bakken er immers toch niks van. Als je investeert in hun onderneming, verdwijnt je geld in een zwart gat. Als je hen 100 miljoen dollar geeft voor hun debuutfilm, wordt dat vast een ramp. Beter om te kiezen voor de veilige, betrouwbare optie: een man, liefst blank.

Vrouwen krijgen zodoende nauwelijks kans om door te breken in een bepaald beroep of onderneming. Mannen geven dat af en toe zelf ook openlijk toe. Zo vatte Formule 1 autoriteit Bernie Ecclestone in één compacte paragraaf samen waarom vrouwen geen kans maken in de wereld van autoraces:

If there was somebody that was capable they wouldn’t be taken seriously anyway, so they would never have a car that is capable of competing.

Zo blijven allerlei activiteiten en bezigheden voorbehouden aan mannen, degenen die mensen wél serieus nemen, degenen waarin mensen wél willen investeren, degenen die wél goede autos krijgen om op professioneel niveau te racen, degenen die fouten mogen maken, waarna mensen zeggen ‘maar hij heeft zoveel talent, dus laten we hem nog een kans geven’. Hem, niet haar….

Kortom, die Amerikaanse cijfers over welke ondernemer wel investeringen binnen harkt en wie niet, zijn volstrekt logisch als je een wereldbeeld aanhangt waarbij hij gelijk staat aan goed en hoge kwaliteit, en zij een vreemde eend in de bijt is die er waarschijnlijk toch niks van terecht brengt, want vrouw.

Enfin, hopeloze kwestie en laat maar zitten? Nee. Bovenstaande situatie is mensenwerk. Als mensen willen, kan de situatie radicaal veranderen. Naast vrouwen zelf hebben (blanke) mannen, die vaak op sleutelposities zitten, een belangrijke rol. Zij kunnen hun macht immers aanwenden om de deur dicht te houden, óf om vrouwen kansen te geven. Als deze poortwachters deuren openen gaan de veranderingen extra snel. Duimen maar…..

Mannen en vrouwen gamen even goed

Brekend nieuws: mannen en vrouwen spelen even goed videogames. Een grootschalig onderzoek onder duizenden deelnemers aan EverQuest II en Chevaliers Romance III wijst uit dat vrouwen even snel als mannen punten verdienen en hogere levels bereiken. Het enige verschil ontstaat door de omgeving. Waar mannelijke gamers als vanzelfsprekend geaccepteerd zijn en aanmoedigingen en complimenten krijgen, botsen vrouwen regelmatig aan tegen seksuele intimidatie en beledigingen van het type ‘meisjes kunnen niet gamen’. Dat werkt onzekerheid in de hand.

Games spelen lijkt triviaal, maar de onderzoekers die keken naar de speelstijlen van mannen en vrouwen wijzen erop dat videogames regelmatig een opstap vormen naar studies en loopbanen in de ICT of de techniek. Als vrouwen terugdeinzen vanwege vooroordelen en intimidatie, en minder gamen, missen ze dat opstapje vaker dan mannen. Zonde, want vrouwen hebben aantoonbaar talent voor dit soort beroepen. Daarom roepen de onderzoekers mensen op om vrouwen wat warmer welkom te heten als ze videogames spelen.

Vrouwelijke gamers rukken gelukkig op – gelukkig, want hoe meer vrouwen, hoe groter de kans dat hun deelname vanzelfsprekend en normaal wordt gevonden. In april dit jaar bleek dat vrouwen 70% uitmaken van de groep die spelletjes op hun smartphone speelt. Kijk je naar alle games, ook op consoles en computers, dan is de situatie bijna in evenwicht met circa 45% vrouwelijke gamers in de V.S. Wel blijkt dat mannen over het algemeen meer mogelijkheden hebben om langere periodes achter elkaar te spelen. In Nederland kan bijna driekwart van de mannelijke gamers sessies van meer dan een uur houden. Vrouwen lukt dat in 56% van de gevallen.

In hun studie naar game-prestaties signaleren de onderzoekers een aantal hoopgevende ontwikkelingen die vrouwen vaker een gelijke kans geven. Zo kunnen vrouwen zich steeds vaker aansluiten bij collectieven zoals ‘de PMS Clan‘. Onderzoek wijst uit dat leden van zulke collectieven zich zelfverzekerder voelen en minder kwetsbaar zijn voor hatelijke sneren. Dat komt hun online prestatie ten goede.

Daarnaast introduceren de producenten van online platforms steeds vaker middelen om spelers die zich rottig gedragen, een halt toe te roepen. Riot Games nam bijvoorbeeld The Tribunal op in de speelwereld. Als een speler laakbaar gedrag rapporteert, analyseren andere spelers de klacht en spreken een collectief oordeel uit. Wangedrag kreeg zodoende negatieve gevolgen voor de dader. En, verrassing: online lastig vallen van vrouwen nam daarna zichtbaar af. Niet alleen voor vrouwen, maar voor iedereen leverde dat een prettigere omgeving en meer speelplezier op. Top!

Ervaring sterker dan holle vooroordelen

Terecht reageerden mensen geschokt op het nieuws dat ruim de helft van de Nederlanders liever geen vrouw als baas wil. Maar het onderzoek biedt een zeer hoopvolle aanwijzing. Namelijk deze: in sectoren met relatief veel vrouwelijke leidinggevenden maalt niemand meer om de sekse van de manager. Mensen raken gewend aan een vrouw in een leidinggevende rol en gaan haar behandelen als een normaal persoon. Ervaring is sterker dan op angsten en stereotypen gebaseerde vooroordelen. Die omslag komt tot stand zodra dertig procent van de groep uit vrouwen bestaat.

Eerst het slechte nieuws. HR Pay for People deed onderzoek naar de houding van duizend werknemers ten opzichte van leidinggevenden. Uit de enquete bleek dat van de jonge mannen 73 procent liever niet onder een vrouw werkt. Het Algemeen Dagblad gaf hun angsten behulpzaam weer door het artikel te laten begeleiden door een foto van een feeks die uit lijkt te halen naar een in elkaar duikend groepje medewerkers. Bedankt, AD, voor deze bevestiging van stereotypen. Neem je de hele onderzoeksgroep, dan wilden nog steeds ruim de helft van de m/v liever een man als baas.

De krant citeert Janka Stoker, hoogleraar Leiderschap en Organisatieveranderingskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen:

,,Bij een goede leider denken we eerder aan masculiene dan aan feminiene kwaliteiten. Een leider associëren we met daadkracht, dominantie en risicobereidheid. Die eigenschappen dichten we eerder toe aan een man dan aan een vrouw.” […],,Een goede vrouw is zorgzaam, kan goed luisteren, wil niet op de voorgrond treden, is niet dominant, maar wil samenwerken en de boel bij mekaar houden. Dat soort stereotypen hebben we in ons hoofd, vrouwen net zo goed als mannen.” De eigenschappen die we toedichten aan een leider passen dus slecht op het beeld dat we in ons hoofd hebben van een vrouw, stelt Stoker.

Zo’n beeld van ‘leider = man” heeft grote, negatieve gevolgen voor vrouwen. Onderzoek na onderzoek wijst uit dat mensen liever een man aannemen, omdat die naadloos past in het beeld van leider. Als vrouwen al een kans krijgen, moeten ze spitsroeden lopen. Vertoon je bij leiderschap passend gedrag, dan zou je een moeilijk rotwijf zijn waar niemand mee samen wil werken. Probeer je ”vrouwelijk” te blijven, dan ben je een zwak emotioneel meisje en neemt niemand je serieus. Zo kun je het onmogelijk goed doen. Iets waar mannen geen last van hebben: ze kunnen doen wat ze willen en ook als middelmatig type toch decennia lang onaantastbaar doorregeren, omringd door mensen die respectvol ruimte bieden aan deze mannen.

Maar nu naar de positieve kant. Halverwege allerlei artikelen over dit onderzoek naar de houding rond vrouwelijke bazen komt een zeer hoopvol gegeven naar voren. Wie gewend is aan vrouwelijke leiders, kan vooroordelen en nare etiketten achter zich laten en accepteert een vrouwelijke baas als iets heel normaals:

HR-baas Luyten vindt dat bedrijven meer moeten doen om te zorgen dat ook vrouwen een leidinggevende positie kunnen bemachtigen. Stel gewoon een vrouw aan als zij geschikt is, is zijn advies. Als voorbeeld noemt hij de uitzendbranche, waar relatief veel vrouwelijke manager werken. “Je ziet daar dat mannen een ander beeld hebben van een vrouw als baas, gewoon omdat ze dat meegemaakt hebben. In onze organisatie streven we naar een mix, want volgens mij heb je zowel mannen als vrouwen nodig.”

Op andere gebieden blijkt hetzelfde fenomeen. Zo onderzocht het CBS dat jongeren over het algemeen nog steeds traditionele opvattingen over rolpatronen hebben. Maar er is een groep die werkende vrouwen prima vindt, en zij hadden gemeen dat ze dat van huis uit mee hadden gekregen. Hun eigen moeder werkte betaald buitenshuis en dat was normaal, dus hoezo zou dat in hun eigen huishouden straks niet kunnen?

Of neem universiteiten: eerst verboden mannen vrouwen te studeren aan universiteiten, daarna was de eerste vrouwelijke studente een bezienswaardigheid, die achter een gordijn moest zitten omdat het anders té erg werd, daarna werd het normaal dat mannen én vrouwen studeren, en tegenwoordig zijn jonge vrouwen zelfs vaker hoog opgeleid dan jonge mannen.

Kortom, situaties normaliseren. Vrouwen worden mensen en de vooroordelen vallen weg. Alles wat er nodig is, is de wil om een bestaande situatie te problematiseren en er iets aan te doen. Vrouwelijke leiders eng en vervelend? Neem ze aan, geef ze die leidinggevende positie, en kijk, het went en je haalt die drempel van 30% en na een poosje kijkt niemand er meer van op. Selecteer je volgens je eigen overtuiging alleen naar kwaliteit en kom je vervolgens met een lijst met allemaal blanke mannen op de proppen? Zoek bewust verder, neem bewust vrouwen op in je namenlijstjes, en voordat je het weet worden je kandidatenselecties volautomatisch kleurrijk en divers. Je hoeft geen raketgeleerde te zijn. Je moet alleen wíllen.

Zelfmoord: gender speelt cruciale rol

Opwinding alom rond de hoge zelfmoordcijfers onder jongeren tussen de 10 en 20 jaar. In de media speculeren deskundigen over de oorzaken van de toename, en nemen daarbij vanalles mee. Van sociale media en Netflix series tot aan drugsgebruik en gebrekkige toegang tot zorg, het komt allemaal voorbij. Vreemd genoeg ontbreekt gender. Dat lijkt een blinde vlek. Wie even in de cijfers duikt, ziet echter meteen dat je de rol van iemands sekse niet kunt negeren.

Als baby word je in onze samenleving al opgescheept met stereotiepe opvattingen over je sekse

Volgens het CBS pleegden in 2017 bijna tweeduizend mensen zelfmoord (1917 mensen). De groep van tien tot twintig jaar viel op omdat het aantal zelfmoorden in deze leeftijdscategorie jarenlang min of meer stabiel bleef hangen rond de vijftig per jaar. Nu zijn het er opeens 81.

Als je gender meeneemt bij dit soort cijfers, worden bepaalde patronen opeens zichtbaar. Jongens plegen vaker zelfmoord. Kijk je naar de harde cijfers, dan ging het in 2016 om 6 jongens en 3 meisjes in de leeftijdscategorie van 10-15 jarigen. Bij de 15 tot 20-jarigen pleegden 24 jongens zelfmoord, en 15 meisjes. Kijk je nog iets verder, dan nemen de verschillen toe. In de categorie 20-25-jarigen pleegden 53 jongens zelfmoord, tegenover  20 meisjes.

Dit wil overigens niet zeggen dat alles ok is met de meiden. Zo constateerde psycholoog Frans Duintjer jaren geleden al dat jongens inderdaad vaker zelfmoord plegen, maar dat meisjes veel meer pogingen doen. Omdat hun pogingen minder vaak fataal zijn, komen ze minder terecht in de zelfmoordstatistieken zoals het CBS die publiceert. Maar er is wel degelijk iets aan de hand, anders doe je geen zelfmoordpoging. Meiden staan in onze samenleving onder een zware druk: we hebben vaker te maken met seksueel geweld en sociale druk om bescheiden, zorgend, troostend, vriendelijk en lief te zijn. Gezond assertief gedrag leidt al snel tot het scheldwoord bitch, en zelfs onze premier vindt dat vrouwen geen kwaliteit hebben. Je zou van minder depressief worden.

Maar goed, bij ”succesvolle” pogingen tot zelfmoord voeren jongens en mannen de boventoon. En dat is een groot probleem. Kijk je naar de volwassenen, dan blijkt ook hier dat mannen vaker dan vrouwen zelfmoord plegen. Het verschil neemt iets toe. In 2015 werd bijvoorbeeld zichtbaar dat het aantal vrouwen dat zelfmoord pleegde gelijk bleef. Bij de mannen steeg het aantal echter met 30. Deskundigen verwijzen voor dit verschil bij volwassenen naar gender:

Jan Mokkenstorm, psychiater bij suïcidepreventieplatform 113Online zegt dat sommige mannen minder goed kunnen omgaan met nieuwe levensfases dan vrouwen: “Van scholier naar werknemer, van jongen naar adolescent, van vriendje naar vader. Als zij die nieuwe rol niet kunnen volhouden, leidt het in hun beleving tot gezichtsverlies.”  En mannen zoeken ook minder snel hulp als het fout gaat, terwijl dat juist erg belangrijk is, benadrukt de psychiater: “Ze hebben het gevoel alles zelf te moeten oplossen. Zeker als het gaat over praten over hun gevoelens van hopeloosheid. Ze betrekken anderen daar niet bij en drinken soms te vaak.”

Mokkenstorm houdt het neutraal, maar wat hij hier benoemt gaat duidelijk over rolpatronen en opvattingen over mannelijkheid. Het belang van status, waarbij mislukking niet acceptabel is en gezichtsverlies ten koste van alles voorkomen moet worden. De ‘mannen huilen niet’ dogma’s, waardoor mannen blijven doen alsof alles ok is, nergens over praten, en hun emoties inslikken want een echte man lost alles zelf op en praten over gevoelens is voor mietjes. Enzovoorts.

Onderzoek naar de situatie in Europa wijst nog op een ander aspect waarbij gender cruciaal is: als falen niet mag, als je geen gezichtsverlies wil leiden als man, is het voor mannen veel belangrijker dan voor vrouwen dat je zelfmoordpoging ook echt slaagt. Hun mannelijkheid staat op het spel. Wetenschappers denken dat de intentie van mannen zodoende sterker is dan bij vrouwen. Bij vrouwen zouden de ambivalentie en twijfel wellicht groter zijn.

Zulke traditionele beelden van een specifiek soort stoere mannelijkheid krijgen helaas veel steun van rechtse groeperingen en de alt-right beweging die via internet een conservatief wereldbeeld verspreidt. OneWorld schrijft hierover:

mannen en vrouwen zouden strikt gescheiden rollen hebben, die biologisch bepaald zijn. Gendergelijkheid zou een dwaas streven zijn, zonder enige wetenschappelijke basis. Hoewel die vaststelling van geen kant klopt, vindt die veel weerklank. Dat is waar de manosphere overlapt met alt-right. Ze herkauwen en bekrachtigen allebei rigide ideeën van mannelijkheid, door het mannelijke systematisch te onderscheiden van het vrouwelijke. Deze grens moet volgens hen bewaakt en versterkt worden.

Dit is precies wat feministen bedoelen als we zeggen dat seksisme ook schadelijk is voor jongens en mannen. Waarom zou je als man niet over je gevoelens mogen praten? Waarom moet je als man per se sterk, onverstoorbaar en tot het bittere einde aan toe zelfstandig zijn, terwijl je soms gewoon om hulp moet vragen? Waarom wijzen we gevoelens toe aan vrouwen en gaan we er daarna minachtend over doen, in de trant van roddeltantes, zeikwijven, huuuu emoties, daar heb je de hysterische overdrijfbrigade weer, nee, wij mannen, wij zijn sterk en stoer en ver verheven boven dat wijvengedoe.

Deze hokjes, waarbij mannen zich krampachtig afzetten van vrouwen, vrouwen de grond in boren en van zichzelf stoïcijnse superhelden maken, beschadigen iedereen. Zo’n manier van tweedelingen aanbrengen leidt tot vijandbeelden waar we vanaf moeten. Het leidt tot zwart-wit denken waarin alle nuances ontbreken. Als man ben je óf de sterke leider, of een verachtelijk watje, iets er tussenin bestaat blijkbaar niet.

Feministen zeggen dat wij allemaal mensen zijn. We komen niet van Mars of Venus, we komen van de aarde. Feministen zeggen ook dat je zeer veel over het hoofd ziet als je geen aandacht hebt voor gender en machtsverhoudingen. Je ziet aspecten van situaties over het hoofd en mist zodoende ook mogelijke oplossingen en preventieve maatregelen. Al die deskundigen die nu bij zelfmoord onder jongeren kijken naar de sociale media en de geestelijke gezondheidszorg, zouden als de wiedeweerga ook de rol van mannelijkheid, vrouwelijkheid en gender mee moeten nemen in hun analyses. Alleen dan kunnen we het tij misschien keren.

Bel 113 voor hulp. En lees boeken. Bijvoorbeeld van Cordelia Fine. Of het boek Vrouwen en Ambitie, van Anna Fels. En waarom feminisme voor iedereen is, van Bell Hooks.

Nieuwsronde: vrouw als kanarie in de kolenmijn

Zo weinig tijd, zoveel mooie artikelen. Daarom een nieuwsronde met links naar allerlei interessante analyses, mooi geschreven artikelen en essays. Geniet ervan en hopelijk biedt het stof tot nadenken….

  • Allereerst een mooie analyse van wielrenster en wieleranalist Marijn de Vries over de onderwaardering van de vrouwensport. Ze kreeg meteen te maken met het klassiek Hollandse koor van zeur niet roepers toen ze daar aandacht voor wilde vragen. Pas toen mannen het onderwerp serieuzer namen, kwam het thema op de agenda. Maar ze blijft hoopvol: via haar bestuursfunctie kan ze meer invloed uitoefenen en lobbyen voor preventie van seksueel misbruik en een betere betaling van grofwielrensters. Ze ziet vooruitgang. Lees vooral haar hele artikel voor dagblad Trouw.
  • Om te begrijpen hoe dit werkt – vrouw begint ergens over en zeurt, man begint ergens over en het is belangrijk – kan de term Patriarchaat behulpzaam zijn. Charlotte Higgins constateert in de krant The Guardian dat dit begrip een tijdje uit de mode was, want jeetje, kan er niet een ander, vriendelijker woord voor komen. Maar om de systematische marginalisering van vrouwen en het vrouwelijke te begrijpen én er effectief iets aan te doen, blijkt patriarchaat toch het beste te voldoen. Steeds meer feministische groepen gebruiken het woord weer en worden er strijdbaarder door. Zelfs kritische religieuze mensen gebruiken de term op een goede manier in hun analyses. Wow.
  • Vrouwen blijven de kanariepiet in de kolenmijn, citeert journaliste Elizabeth Chang. Als er ergens iets giftigs broeit in de samenleving, merk je dat als eerste aan de dode en gewonde vrouwen. Chang werkte voor de Amerikaanse krant Capitol Gazette, waar een man onlangs vijf mensen dood schoot. Al snel bleek dat hij een historie had van vrouwenhaat en vrouwen belagen. Hij kon het niet verkroppen dat een vrouw hem afwees en dat de krant er over schreef. Na allerlei juridisch getouwtrek besloot hij zijn gelijk met geweld te halen. Iets wat wel meer mannen doen….
  • ….maar waarover media vaak zwijgen in alle talen. Ook in Nederlandse kranten las ik er weinig tot niets over. Terwijl seksisme en vrouwenhaat overduidelijk een belangrijke rol speelde als factor in dit geweld. Veel mannen die meer dan drie mensen in een keer doodschieten, schopten, sloegen en belaagden daarvoor vrouwen. We moeten stoppen om mannen met fragiele egootjes te beschermen en dit probleem aanpakken, roept feministische auteur Laurie Penny op. Echt, het is mogelijk te veranderen: ,,There is nothing in men’s nature that obliges them to behave like this. The problem is not masculinity but misogyny. There are plenty of shy, lonely men living in their parents’ basements who have not taken up violent woman-hatred as a way to relax after work.”
  • Dat vrouwen het beter krijgen is in eenieders belang, want terreurorganisaties vinden wanhopige vrouwen maar wat fijn. In ruil voor voedsel en water kunnen ze vrouwen dwingen terroristische acties uit te voeren. De vrouwen zijn zo wanhopig dat ze iedere kans aangrijpen om de dag te overleven. Ze zijn zodoende een gewillige prooi. Volgens de NATO bieden ze betere ”hulp” aan vrouwen dan organisaties die terrorisme juist willen bestrijden.
  • De Academy of Motion Picture Arts and Sciences, de groep mensen die beslist welke film een Oscar krijgt en welke niet, wordt steeds diverser. Vrouwen maken inmiddels 31% uit van de Academy, tegen een kwart in 2015. Het aantal mensen met een gekleurde huid verdubbelde zelfs ten opzichte van 2015 – het percentage steeg van 8 naar 16%. Belgisch magazine Knack constateert dat de Academy eindelijk gevoelig lijkt te worden voor de aanhoudende kritiek op de monocultuur, en pogingen doet meer diversiteit te bereiken. Mooi nieuws, want Oscars zijn van invloed op trends in filmland, en welke verhalen we status geven en welke niet. Hoe diverser dus de kiescommissie, hoe groter de kans op meer diversiteit in de stemmen die we horen.
  • Dat blijkt ook maar weer eens bij Ocean’s 8. Waar mannenproducties zoals The Expendables rustig drie sterren bijeen harken, geven filmcritici Ocean’s 8 hooguit een magere twee sterren. Steeds meer vrouwen nemen daar aanstoot aan. Vervang ‘jaren tachtig macho’s en hoera ze blazen dingen op’ door ‘acht actrices op hoogtepunten in hun carrière stelen dingen’ en je hebt de switch van man naar vrouw gemaakt. Waarom krijgt het mannelijke vermaak dan hogere waarderingen dan de vrouwelijke variant? Seksisme, signaleren de actrices en vele vrouwen met hen. Plus de eenzijdige groep critici. Ruim 80% blank en mannelijk. Waarom bepaalt die monocultuur onze smaak? Ocean’s 8 rulez!
  • Een ongewenste zwangerschap voorkomen. Prettige seks – hoe en wat. En pijnlijke menstruaties. Zo ziet de top drie eruit van de zorgen die vrouwen hebben rond hun seksuele gezondheid, volgens een onderzoek van Public Health England. De organisatie bevroeg een groep van 7000 vrouwen om tot deze top drie te komen. Wat betreft menstruatiepijnen en andere ellende blijkt 42% van de vrouwen ergens aan te lijden, maar nog geen 20% zoekt daarvoor medische hulp. Veel vrouwen willen niet zeuren, schamen zich of zijn terecht bang afgepoeierd te worden door artsen die moeite hebben om vrouwen te geloven.
  • Mannelijke journalisten volgen en reetweeten vooral (91%) andere mannen op Twitter, wijst onderzoek uit. Vrouwelijke journalisten komen bijna niet door dit bolwerk van elkaar schouderkloppen gevende mannenbroeders heen. Mannen domineren op die manier discussies op sociale media en beïnvloeden daarmee ook politieke ontwikkelingen. Want ook politici volgen vooral mannen en mannelijke journalisten op Twitter. Zo krijg je een zichzelf versterkende loop tussen media en politiek.Het goede nieuws? Meten is weten, en als je zelf inziet hoe eenzijdig je Twittergedrag is, kun je je gedrag aanpassen en bewust de opinies van vrouwen versterken.
  • Vrouwen zijn vaak solidair met elkaar. Dat blijkt maar weer eens uit een hele lading verhalen van vrouwen die elkaar in bescherming namen in situaties rond straatintimidatie en seksueel geweld. Wildvreemde vrouwen zien dat er iets mis gaat en helpen een andere vrouw. Op Tumblr delen nu steeds meer vrouwen dit soort ervaringen. Hartverwarmend. En wat zou het fijn zijn als wij vrouwen overal veilig rond zouden kunnen lopen…..
  • Fun Facts rond vrouwelijke burgemeesters: tot 1933 verbood de Gemeentewet vrouwelijke burgemeesters. Het ambt was voorbehouden aan mannen. Na opheffing van het verbod werd Truus Smulders-Beliën de eerste. De vooruitgang verliep moeizaam. Dik in de jaren tachtig telde Nederland slechts 25 vrouwelijke burgemeesters. In 2017 was dat opgelopen tot 81, en dit jaar 99. Dat is inclusief de aanstaande benoeming van Femke Halsema in Amsterdam. Partijen als de SGP weigeren stelselmatig vrouwen voor te dragen voor het ambt. De Kroon is vooruitstrevender: 35% van de door Nederland gekozen burgemeesters is vrouw.

 

Mannen ontkennen straatintimidatie

Voor mannen blijkt het erg moeilijk om vrouwen serieus te nemen als die aangeven te maken te hebben met straatintimidatie. Dat bleek weer eens toen de Amerikaanse radiopersoonlijkheid John Williams sociale media benutte om een vrouwelijke collega, Amy Guth, te dissen. Zij vertelde te zijn lastiggevallen door een onbekende man die haar uit het niets aansprak en erover begon dat hun kinderen razendknap zouden zijn, als ze die zouden maken. Onzin, vond Williams. Zoiets komt toch niet voor? Als het al was gebeurd, zou ze het moeten zien als een compliment, iets onschuldigs. Twitter ontplofte.

De hele Twitterdraad is een goudmijn voor sociologisch onderzoek. Allereerst biedt het ’t zoveelste bewijs voor de vele manieren waarop vrouwen gebukt gaan onder mannelijk wangedrag. Vrouwen en een paar mannen melden dat mannen hen lastig vallen. De mannen opereren alleen, op momenten waarop hun slachtoffer ook alleen en/of kwetsbaar is, of bewegen zich in groepjes en gebruiken hun numerieke overwicht om de situatie te domineren. (Als je de meldingen van vrouwen niet vertrouwt kun je gelukkig steeds meer onderzoeken vinden. Zo gebeurt in de gemeente Rotterdam 60% van de straatintimidatie in groepsverband en heeft 94% van de 1200 ondervraagde vrouwen nare dingen meegemaakt op straat.)

Tegelijkertijd geven veel mensen aan dat mannen geen idee hebben dat dit allemaal gebeurt. Vrouwen en een paar mannen geven in de twitterdraad prachtige voorbeelden van hoe dat werkt. Een man schrijft dat hij pas doorhad hoe vrouwen spitsroeden lopen op straat, toen hij in drukke New Yorkse straten gescheiden raakte van zijn vriendin. Hij volgde haar en merkte opeens dat vreemde mannen regelmatig vervelende opmerkingen tegen haar maakte en zich aan haar opdrongen. Een vrouw maakte dezelfde situatie mee en rapporteert ook dat toen mannen erachter kwamen dat ze met haar vriend was, ze zich prompt verontschuldigden – tegenover hém, niet tegenover haar.

Als ze navraag doen, tonen deze mannen zich geschokt over de antwoorden die ze van vrouwen krijgen. Het is veel. Het is constant. Het is ernstig. Omgaan met die schok en schrik is lastig. Het zijn negatieve emoties waar we als mens automatisch voor terugdeinzen. Het is verleidelijk om blind te blijven voor de vele intimiderende incidenten die vrouwen meemaken – en als man kun je dat makkelijk doen want de daders richten zich voornamelijk op vrouwen.

Als wegkijken niet lukt, kun je altijd je toevlucht nemen tot ontkennen, zoals Williams deed. Maar wat is waarschijnlijker, vragen de vrouwen Williams in hun reacties op zijn Twitterbericht. Dat de halve mensheid liegt, of dat mannen zoals Williams de ervaringen van vrouwen niet willen horen?

Een tweede barrière is dat het bij straatintimidatie gaat om opvattingen over mannelijkheid, iets waar alle leden van die sekse mee te maken hebben. Mannen kunnen nog zo hard roepen dat de meeste mannen fijne mensen zijn die vrouwen met het allergrootste respect behandelen, maar onderzoek na onderzoek wijst uit dat er een zeer sterk verband bestaat tussen opvattingen over de rol van mannen en seksueel geweld. Wie roept ‘niet alle mannen‘ zodra het probleem van mannelijke agressie op tafel komt, ontkent de rol van mannelijkheid en blijft onderdeel van het probleem. Dat is voor een man niet leuk om te horen. En biedt een nieuwe stimulans om de kwestie te ontkennen of af te wentelen op vrouwen.

Kortom de situatie is nog steeds zoals feministe Jane Gilmore in 2015 zo puntig samenvatte:

Ondertussen melden alle vrouwen in de Twitterdraad rond Williams dat zij geen enkele vrouw kennen die NIET te maken heeft gehad met straatintimidatie. De leverancier van de agressie was altijd een man. Vrouwen melden in hun twitterberichten dat het eerste incident plaats vond toen ze tussen de 12 en de 16 jaar oud waren. Oftewel het begon zodra ze niet duidelijk meer een kind waren. De mannelijke dader(s) waren in alle gevallen ouder en/of met meer, dus die eerste ervaring kwam meestal behoorlijk bedreigend over op de jonge tienermeiden.

Veel vrouwen melden daarnaast dat situaties snel kunnen escaleren, als ze niet reageren naar de zin van de mannen. Als ze niet blij en flirterig reageren, als ze nee zeggen, gaan de mannen angstwekkend snel over tot verbaal en fysiek geweld. Ze schelden vrouwen uit, achtervolgen hen, gooien stenen of bierflesjes naar ze, of pakken hen fysiek aan zodat een vrouw zich letterlijk los moet worstelen.

De aanhoudende ongewenste opdringerigheid en agressie is uitputtend voor vrouwen, signaleert Guth:

“We don’t keep track in the same way that might be expected because it’s so frequent, and began prior to puberty for many of us, so it’s part of the female experience unfortunately,” Guth wrote in an email.[…] “As a woman, any level of dismissal in any workplace is part of a cultural pattern of behavior that falls under the ‘death by a thousand cuts’ phenomenon,” Guth said. “Incidents or transgressions may be like paper cuts, but they certainly add up over time.”

Dat doorgaan alsof er niets aan de hand is, alsof mannen niks te maken hebben met het probleem, dát moet veranderen. Zolang mannelijke daders ongestraft wegkomen met hun gedoe, zolang mannen hun seksegenoten hun gang laten gaan, zolang zijn straten en huizen onveilig voor vrouwen en worden wij vrouwen ernstig gehinderd in onze bewegingsvrijheid, onze mogelijkheden om iets leuks te doen, onze levensvreugde. Mannen, aan de slag.

De dominantie van de dikke historische mannenboeken

Wil je weten hoe een door mannen gedomineerde canon tot stand komt? Dan kun je dat nú zien – het mechanisme is in werking gezet- rond historische romans. Het vuistdikke Reconquista van Miquel Bulnes. Musch, het vuistdikke eerste deel van een trilogie over het leven van Johan de Wit. Tafels in boekhandels bezwijken bijna onder het gewicht van deze Serieuze Historische Romans. Ik kan me niet herinneren dat de nieuwste Simone van der Vlugt  ooit zo breed gepromoot werd. Haar romans verschijnen, maar als Bulnes en co kloeke historische romans met mannelijke hoofdpersonen publiceren is dat een Evenement met hoofdletter E.

Het lijkt er sterk op dat mannelijke auteurs profiteren van een sociale en geschiedkundige context: mannen zijn de serieuze historici en leveranciers van Echte Boeken.

Geschiedenis als vak: Zowel wetenschapster Maria Greve als, jaren later, Suze Zijlstra, constateren dat mensen een duidelijke beeldvorming hebben over wie er over de geschiedenis gaan. Zeg ‘geschiedkundige’ of ‘historicus’ en de meeste mensen denken automatisch aan mannen, onderzochten zij. Mannen organiseerden zich in historische genootschappen en verkregen leerstoelen aan de universiteiten. ”Bronnenonderzoek in archieven en bibliotheken werd beschouwd als een heroïsche zoektocht van vastberaden mannen naar ware historische kennis”, schrijft Greve.

Echte Romans: Corina Koolen deed onderzoek en constateert dat literaire kwaliteit nauw verbonden is met mannen. Vrouwen schrijven net als mannen, maar lezers, uitgeverijen en recensenten willen dat niet zien. In hun beleving missen vrouwen steevast de X-factor die de mannelijke auteur wél heeft. Vrouwen schrijven misschien wel leuk, of zijn populair, of verkopen goed, maar literatuur… meh. Vervolgens krijgen mannelijke auteurs met hun Literaire Roman de literaire eer. En de prijzen. En het geld.

Binnen deze tweedeling tussen universele romans van mannen en genderspecifieke romannetjes van vrouwen, hebben mensen m/v ook duidelijke ideeën over wie over welk soort onderwerp mogen schrijven. Greve:

Slechts enkele uitzonderlijke vrouwen zouden in de ogen van de critici beschikken over voldoende kennis om zich in staatkundige en historische verschijnselen te kunnen verdiepen. In het algemeen diende de vrouw niet over economie, politiek of geschiedenis maar over ‘kalmer tooneelen’ te schrijven.

Dat gold voor de negentiende eeuw, maar deze mentaliteit leeft voort, ontdekte Koolen.

Misschien niet zo vreemd dat mannelijke auteurs direct en indirect baat hebben bij deze mannelijke geschiedenis en erkenning van literaire kwaliteit bij mannen. Zij passen naadloos in het onbewuste beeld van het soort mensen dat zich met geschiedenis en literatuur bezig houdt. Ze komen terecht in een gespreid bedje. Bulnes’ roman Reconquista, over de strijd tussen zuidelijke Mohammedanen en noordelijke Christenen in het middeleeuwse Spanje, werd volgens zijn uitgever groots besproken. Zijn voorganger, Het bloed in onze aderen, belandde in 2012 op de shortlist van de Libris Literatuurprijs. Op dit moment lopen de media ook warm voor Jean-Marc van Tol met zijn historische roman over Johan de Wit. ”Je reinste Game of Thrones”, hijgt Vrij Nederland.

Ik denk dat het ook te maken heeft met marketing. Neem de omslag van Musch: een kloek, ”mannelijk” ontwerp in donkere kleuren, met grote strakke letters en een koninklijke vogel. Alles zegt ‘serieuze roman, Kwaliteit’:

Vergelijk dat met de gemiddelde kaft van een historische roman van een schrijfster zoals Simone van der Vlugt:

Lichte kleuren, roze, bloemetjes, een bevallige vrouwenhand, alles roept ‘vrouwelijk’. Misschien zelfs wel ‘chicklit’ – een frivool genre met boeken die geen man wil lezen. Nergens zegt een recensent zoiets als ‘net Game of Thrones’. Terwijl omschrijvingen daar wel aanleiding toe kunnen geven. Zoals deze omschrijving bij de roman ‘De Dochter van de Zeemeermin’ van Lydia Rood: ”1403, de Middeleeuwen: een tijd van oorlog, bijgeloof en van strijd om de troon”.

Ik gun Bulnes en Van der Tol alle aandacht van harte hoor. Hun boeken zijn vast goed en leuk om te lezen. En de historische roman is een prachtig genre. Maar het valt mij op dat de media en de boekhandels de Bulnes en Van der Tol heren wel érg op het schild hijsen. Zij krijgen alle ruimte van literaire bijlagen die, zoals de Lezeres des Vaderlands en anderen onderzochten, het werk van vrouwen negeren of alleen in kleine signalementen behandelen, terwijl mannelijke auteurs de belangrijke lange reportages krijgen. Dit terwijl het letterlijk wemelt van schrijfsters die in hetzelfde genre werken. Zie bijvoorbeeld deze lijst van Hebban.

Kortom, het is geen gelijk speelveld. En dat is erg vervelend, want als diezelfde door mannen gedomineerde recensentengroep en literaire experts-kliek de Canon van de Historische Roman opstelt, in de context van de man als de echte historicus en de man als de echte auteur, zul je zien dat mannelijke auteurs daarin domineren. We zijn er zelf bij – het mechanisme speelt zich op dit moment voor je eigen ogen af. Het is nu gaande. Wilde ik even signaleren….

Klassieker Joanna Russ krijgt nieuwe uitgave

Leve de universiteit van Texas! Die verzorgde een gedegen nieuwe uitgave van de klassieker ‘How to Suppress Women’s Writing” van Joanna Russ, met een voorwoord van Jessa Crispin. (In Nederland verscheen haar boek onder de veel mildere titel Andere Levens, Andere Letteren). Dit is geweldig nieuws, want wat Russ schreef over uitsluitingsmechanismen bij schrijfsters geldt net zo goed voor de situatie rond kunstenaressen, onderneemsters, wetenschapsters, opiniemaaksters enzovoorts. En is nog steeds akelig actueel.

Bron: Financieel Dagblad

Russ wijst er in haar boek op dat culturen echt wel veranderen en beschaafder kunnen worden. Zo hebben we sinds een paar decennia nauwelijks wetgeving die vrouwen expliciet en gericht uitsluit van bepaalde beroepen of bezigheden. Vrouwen blijven sinds de jaren vijftig handelingsbekwaam na hun huwelijk. Bijna niemand doet in het openbaar nog botte uitspraken dat vrouwen iets niet zouden kunnen, niet zouden mogen of niks voorstellen. Doet iemand dat wel, dan volgt (terecht) felle kritiek.

Je zou oppervlakkig gezien kunnen denken dat alles ok is. In de praktijk, stelt Russ, wéten we als samenleving echter heel goed wie iets mag zijn of doen, en wie niet. Zo zijn historici witte mannen, onderzocht Suze Zijlstra. Serieuze auteurs vinden we witte mannen, onderzocht Corina Koolen. Ondernemers vinden we witte mannen, analyseerde het Financieel Dagblad.

Vanuit dat wereldbeeld zijn vrouwen vreemde eenden in de bijt. Ze horen er niet bij. Duiken ze toch op, dan ontstaat er een probleem waar je zo snel mogelijk vanaf wilt. Russ zette voor de literaire wereld op een rijtje wat de acties zijn om het Serieuze Schrijverschap te behouden voor leden uit de correcte groep, namelijk witte mannen. Heel in het kort: ontkennen, belachelijk maken of afbreken, bijvoorbeeld door te zeggen dat ze inferieur werk aflevert, dat ze een waardeloos onderwerp uitkoos, dat ze slechts een eenzame uitzondering is, zich op de verkeerde genres richt, enzovoorts.

Lukt het om vrouwen af te schrikken of, als ze toch schrijven, in het hokje broddelaarsters te houden, dan heb je meteen een extra stok om vrouwen mee weg te slaan. Kijk, vrouwen mogen en kunnen alles maar doen het niet. Of ze doen het wel maar komen niet verder dan truttige romannetjes. Ze kunnen het blijkbaar niet. Ze spannen zich niet genoeg in. Zie je wel, mánnen zijn de serieuze auteurs.

Die manier van kijken en denken heeft voor vrouwen verstrekkende negatieve gevolgen. Anno 2018 ontdekte Corina Koolen dat lezers, recensenten en uitgevers nog steeds niet goed kunnen kijken naar het werk van schrijfsters. Mensen plakken allerlei seksistische etiketten op romans van schrijfsters en weigeren hun werk te erkennen als literatuur. Wat Russ kwalitatief analyseerde, trof Koolen even genadeloos hard aan in haar kwantitatieve onderzoek.

Wat schrijfsters overkomt, overkomt ook andere vrouwen die opduiken op plaatsen waar ze niet horen. Zo vinden we het in Nederland volstrekt normaal als er alleen blanke mannen aan tafel zitten bij talkshows op de televisie. Als er plotseling louter vrouwen aan tafel dreigen te komen, in het programma Buitenhof in dit geval, worden mensen zenuwachtig. Dus zegt de redactie één van de vrouwen af en laat voor haar in de plaats een man komen. Zo ver gaat onze cultuur om het plaatje weer een beetje te laten kloppen.

Vrouwen lopen niet alleen tv optredens mis, ze lopen vanuit het “mannen behoren X te doen” wereldbeeld ook geld en middelen mis om hun ambities te verwezenlijken. Vervolgens kan iedereen hoofdschuddend zeggen “tsja, ze kunnen en willen niet, vrouwen blijven liever bij hun gezin”.

Het Financieel Dagblad schonk bijvoorbeeld onlangs aandacht aan een fascinerend onderzoek naar het taalgebruik van investeerders. Mannen en vrouwen met macht (en geld) spraken met jonge ondernemers die kapitaal wilden werven om hun onderneming te starten of verder uit te bouwen. Na de analyse van talloze gesprekken bleek dat de investeerders bij ‘ondernemer’ aan mannen denken. Vrouwen zijn de vreemde eend, het klopt niet dat zij daar zitten als ondernemer. Daarna hijsen ze mannen in het zadel en wijzen vrouwen af:

De capaciteiten van vrouwelijke ondernemers werden stelselmatig omlaag gepraat, die van mannen omhoog. Mannelijke eigenschappen werden geassocieerd met ondernemerschap, vrouwelijke juist niet. Zelfs als het over dezelfde eigenschappen ging. Alsof – zo schrijven de onderzoekers – het imago van de vrouw ‘strijdig is met de persoonlijkheid van de entrepreneur’. Bijvoorbeeld: ‘Zoals alle vrouwen is ze voorzichtig. Ze durft niet.’ Over een man daarentegen: ‘Hij is voorzichtig, en dat is goed. Hij neemt weloverwogen beslissingen.’ Leeftijd en ervaring werden ook verschillend uitgelegd. Bij een vrouw negatief: ‘Ze is jong en heeft waarschijnlijk geen ervaring in het leiden van een business.’ Bij een man is dat iets positiefs: ‘Hij is een jonge kerel en heeft nog een veelbelovende toekomst voor zich liggen.’

De omgeving moet wakker worden, vooroordelen bijsturen en vrouwen eerlijker beoordelen. Dan pas verandert er écht iets en maakt een vrouwelijke canon of traditie een kans. Joanna Russ constateerde dat in How to Suppress Women’s Writing, en in Nederland kun je haar gelijk dagelijks ervaren door het nieuws te volgen en bijvoorbeeld dat onderzoek van Koolen te lezen.

Daarom top dat haar boek opnieuw breed verkrijgbaar is. Lees haar analyse, ken de argumenten om vrouwen buitenspel te zetten, en wees er alert op als je die mechanismen vervolgens tegen komt op kantoor, aan de talkshow-tafel, op je literaire platform enzovoorts. Want vrouwen zetten door en er is hoop op verbetering:

For hundreds of years, despite those odds against them, the “wrong” writers still manage to write. Likely it won’t be remembered long enough or taken seriously enough, but to read this book is to admire this buried tradition, and realize how much there is to be discovered — and how there’s no time like the present to look at the marginalized writers you might be missing. “Only on the margins does growth occur,” Russ promises, like the guide in a story telling you how to defeat the dragon. Get angry; then get a reading list.

Verbeter je vak in een uurtje per week

Een uurtje per week. Dat is alles wat er voor nodig is om je vak sterk te verbeteren, ontdekte journalist Ed Young van magazine The Atlantic. Hij merkte dat hij in zijn artikelen over ontwikkelingen in de wetenschap vooral mannen aan het woord liet komen. Met een uurtje per week extra kwam hij echter zonder veel problemen op een 50-50 man/vrouw verhouding.

Met een groter aandeel vrouwen boorde hij niet alleen nieuwe bronnen aan. Deze vrouwen boden ook nieuwe inzichten, andere invalshoeken, andere uitgangspunten. Kortom ze verrijkten zijn stukken en gaven de lezer meer diversiteit en meer kennis.

Achteraf constateert Young zelf ook met enige verbazing hoe makkelijk het was om de uitoefening van zijn beroep te verbeteren. Het enige wat hij deed was beter opletten, en vaardigheden inzetten die hij toch al had. Zo vroeg hij mensen die hij interviewde gericht naar vrouwen die ook iets over het onderwerp konden zeggen – een gangbare journalistieke methode. Daarnaast belde hij een paar minuten langer rond op zoek naar bronnen. Zo kreeg hij meer vrouwen aan de telefoon dan wanneer hij snel snel zijn geijkte contactpersonen raadpleegde en gedachteloos zijn verhaal begon te tikken.

Een andere man, Jesse Davis, schreef een programma om diversiteit binnen zijn Twittergedrag onder de loep te nemen. Uit zijn eigen analyse bleek dat hij in een mannenreservaat opereerde. Zelf volgde hij vooral mannen (72%) en ook zijn volgers bleken merendeels man (83%). Als man versterkte hij vooral de standpunten van mannen, door hun tweets breder zichtbaar te maken en/of hun uitspraken te retweeten.

Davis is niet de enige die in een Twitter-mannenbubbel zit, en dat heeft grote gevolgen. Zo bleek tijdens de afgelopen Engelse verkiezingen dat mensen de opinies van mannelijke journalisten bijna vijf keer vaker retweetten dan opinies van vrouwelijke journalisten (gecorrigeerd voor allerlei factoren). De mannen kregen zodoende een veel groter podium met de bijbehorende invloed en autoriteit. Zodoende kregen ze ook meer macht in het publieke debat – ze domineerden de discussies.

Als je deze blinde vlek eenmaal in beeld hebt, kun je de onbalans makkelijk aanpassen. Ga gericht op zoek naar twitteraccounts van vrouwen en voeg ze toe aan je lijstje te volgen accounts. Zo verbreed je je horizon en hoor je eens wat anders. Retweet vaker berichten van vrouwen. Of benut Twitter om seksisme en discriminatie aan te pakken. Zo heb je Man Who Has It All, een slimme parodie op de manier waarover we als cultuur over vrouwen praten: ”Dad with a career? Beat stress by snacking on veggies, teaming up with other dads & dressing for your face shape”.

Wat dit alles duidelijk maakt is dat de wil om te veranderen de basis vormt. Die wil ontbreekt nogal eens, blijkt uit onderzoek van Donya Ahmadi van de TU Delft. Zij achterhaalde dat bijvoorbeeld ambtenaren zelf denken dat ze goed om gaan met diversiteit, maar in hun taal racistische termen gebruikten en het vooral bij slogans en goede voornemens hielden. Dat loste de problemen uiteraard niet op.

Als je écht meer diversiteit wil, krijg je het echter. Zelfs in sectoren waarvan mensen denken dat het niet kan, zoals de advocatuur met z’n 24 uur per dag bereikbaarheidsnorm. Zo kent advocatenkantoor Jones Day een voor deze sector uitstekende balans: de Amsterdamse vestiging bestaat uit 26 mannelijke en 19 vrouwelijke advocaten. Internationaal gezien leiden vrouwen 16 van de in totaal 44 kantoren. Het bedrijf ziet zelf in dat er nog ruimte is voor verbetering. Zo heeft het Amsterdamse kantoor vijftien partners, waaronder slechts vier vrouwen. Dat kan en moet beter, oordeelt de onderneming in de openbaarheid.

Kortom, geen woorden maar daden. Echt willen. En aandacht voor gender en diversiteit veranderen van extra taak (zucht, moeilijk, werkdruk) tot een structureel element van je dagelijkse routine, iets wat normaal is en wat er gewoon bij hoort. Dan is het zo gepiept.

Mannenliteratuur vertekent het vrouwbeeld

Onderzoek op basis van duizenden romans over een periode van 200 jaar wijst uit, dat mannelijke auteurs vrouwen meestal niet zien staan. Ze geven vrouwelijke personages maximaal dertig procent van de ruimte – meestal minder. Er zit geen vooruitgang in: mannelijke auteurs uit de Victoriaanse tijd schreven zelfs vaker over vrouwen dan nu. Dit draagt bij aan beeldvorming waarbij we de wereld zien door de ogen van mannen. Slecht nieuws voor vrouwen. Die zien zichzelf nauwelijks terug in verhalen, of worden geconfronteerd met gaslighting.

Gaslighting is een term voor een vorm van psychologische ondermijning. Door een genderbril bekeken: mannen die vrouwen aan zichzelf laten twijfelen door hen constant te vertellen dat ze niet weten wat ze weten, niet voelen wat ze voelen, dat ze zich dingen inbeelden, overreageren, slechte intenties hebben. Zie voor een Nederlands voorbeeld de SF serie Missie Aarde, waarin haar mannelijke collega’s het enige vrouwelijke bemanningslid van een ruimteschip mentaal door de mangel halen, net zolang totdat ze zelf ook gaat geloven in bepaalde vrouwvijandige mythes.

Sarah Churchwell schrijft in een mooi essay dat mannelijke auteurs in hun romans vaak terugvallen op gaslighting van vrouwen via vrouwelijke personages. Ze definiëren de wereld zoals hen dat als man goed uitkomt en reduceren vrouwen tot hysterische domme karikaturen en/of hulpjes van de man. Hun verwrongen vrouwbeeld steekt in verhevigde mate de kop op tijdens periodes, waarin vrouwen in het openbare leven protesteren tegen hun tweederangs status en meer ruimte opeisen. Dat levert bijvoorbeeld personages op die zichzelf feministisch noemen maar de mannelijke held tegeljkertijd op een vernederende manier dwingen om zittend te plassen, beschrijft Churchwell. Huuuu, enge feministen….

Die literaire traditie levert vooral verliezers op, signaleert Churchwell. Verhalen hebben effecten op mensen. Mannen verliezen iets als ze niet lezen of alleen boeken kiezen van mannen, over stoere mannen die oorlog voeren en sexy vrouwen veroveren. Lezeressen vervallen in een totaal gevoel van vervreemding als ze vooral verhalen lezen waarin ze niet voorkomen, of waarin de enige rol die is van een bordkartonnen hatelijk stereotype. De standaard canon vol boeken van blanke mannen die vrouwen negeren of vertekend weergeven is zodoende vooral een lijst van boeken die geen vrouw zou moeten willen lezen. (Tenzij je als schrijfster een studie van hun seksisme wil maken, om de vrouwenhaat daarna te ontmantelen in je eigen romans).

Daarnaast heeft het ook psychologische effecten op schrijfsters, als onze cultuur de beeldvorming uit de kokers van mannen aanneemt voor neutraal en universeel:

Here’s playwright Alison Croggon on the effect such bias can have on the confidence of a writer: “The woman who begins with talent but who finds herself struggling to gain notice simply because she is a woman, can find her ambitions dwindling, her possibilities shrunken, in a continually amplifying feedback loop. Just as success breeds confidence, so the lack of it breeds uncertainty. If millions of reinforcing signals say a woman’s work is less significant, something will eventually begin to stick. This kind of intensifying feedback, which begins at birth, is very difficult to track and even more difficult to combat.”

Dat verzet is echter broodnodig om de dominante beeldvorming te veranderen. Gelukkig komt de zaak steeds meer in beweging. Onderzoeken zoals VIDA tonen in overduidelijke cijfers aan dat het werk van mannen nog steeds onevenredig veel aandacht krijgt in literaire media. Dat leidt tot bewustwording en debat, met hier en daar een verbetering. Vrouwelijke auteurs zoeken ook steeds vaker zelf hun weg, waarbij internet en sociale media zeer behulpzame kanalen zijn. En er kwamen campagnes zoals Lees Vrouwen. In inspirerende artikelen vertellen lezers hoe ze hun leesgewoonten aanpasten en ruimte maakten voor verhalen  van en vaak ook over vrouwen. Churchwell juicht deze ontwikkelingen toe. Het vormt een noodzakelijk cultureel tegenwicht en biedt mogelijkheden om onszelf anders te laten kijken en denken.

Verder lezen: Zie voor de mannelijke dominantie in de Nederlandse literatuur de bevindingen van de Lezeres des Vaderlands. In haar artikelen duikt ze ook regelmatig in de inhoud van romans en zie je dat vrouwelijke personages er ook in Nederland bekaaid vanaf komen. Zoek je geloofwaardige vrouwelijke personages, dan moet je bij de schrijfsters zijn, want hun mannelijke collega’s blijven steken in slachtoffers of hoeren. Zie verder een artikel over de vooroordelen rond hun werk, waar schrijfsters nog steeds mee geconfronteerd worden. Of deze mooie beschouwing van auteur Niña Weijers, of deze analyse van Sanne van Oosten, of dit artikel over de manier waarop ons literatuuronderwijs vrouwen buiten sluit. Kortom nog genoeg werk te doen….

Het massale geweld van boze mannen

Als vrouwen op deze schaal zouden moorden, zou het feminisme allang in het beklaagdenbankje staan. Dat signaleert Gary Younge in de Engelse krant The Guardian na de zoveelste aanslag door een man. Mannen pakken een wapen op en schieten in het rond. Of ze gebruiken een voertuig als wapen, zoals onlangs in de Canadese stad Toronto. Vaak zijn het mannen met een verleden van vrouwenhaat en seksueel geweld – wat “klein” of “normaal” begon groeit soms uit tot moordende agressie…

Maar we doen niets met dat feit, constateert Younge:

There will be, though, no appeals for moderate men to denounce toxic masculinity, no extra surveillance where men congregate, no government-sponsored schemes to promote moderate manhood, or travel bans for men. Indeed, the one thing that is consistently true for such incidents, whether they are classified as terrorist or not, will for the most part go unremarked. […]  ”The fact they are male is both accepted and expected. Boys will be boys; mass murderers will be men”.

Zijn opiniestuk komt na de meest recente aanslag, deze keer in de Canadese stad Toronto. Een man reed met zijn auto in op een groep mensen, voor het merendeel vrouwen, zodat vrouwen de meerderheid van de 24 slachtoffers vormden.

Voor zijn daad liet hij een bericht achter over de Incel beweging. Deze beweging bestaat uit mannen die ongewild maagd bleven. Ze verzamelen zich via internet en geven vrouwen (de ”Stacys”) de schuld van hun nare situatie. En de Incels zijn niet de enigen. Ze maken deel uit van een bredere groep verongelukte, zeer conservatieve mannen die vrouwen terug in de keuken willen meppen. Zie voor meer website We Hunted the Mammoth, waar David Futrelle hun hatelijke denkbeelden al jaren analyseert. Hij sluit verdere moorden niet uit.

Voor hem en voor talloze feministen is de meest recente geweldsuitbarsting geen nieuws. Het is al jaren bekend dat niet alle mannen moorden, maar als mannen moorden hebben ze het verdacht vaak op vrouwen voorzien. Bij huiselijk geweld slaat een vrouw zelden een man dood, maar omgekeerd vermoorden mannen jaarlijks tientallen vrouwen. Het komt zo vaak voor dat diverse landen tellingen bijhouden om de dode vrouwen een gezicht te geven en het patroon inzichtelijk te maken. Zoals in Engeland, Spanje of mijn telling voor het jaar 2016.

Ten tweede blijkt dat zo’n beetje de helft van alle mannen, die een wapen oppakken en in het openbaar in het rond schieten, eerst vrouwen misbruikten, mishandelden, stalkten of andere enge dingen deden. Ten derde: geloof mannen als ze zeggen dat ze uit vrouwenhaat handelden. Alek Minassian van de Toronto-moordpartij en voor hem Elliot Rodger, die in Californie begon te moorden, wilden beiden wraak nemen op vrouwen. Dat schreven ze zelf, in lange manifesten of korte berichten op Facebook.

Waarom noemen we dit geen terreur, vragen feministen zoals Amanda Marcotte zich af:

The FBI definition of terrorism is “the unlawful use of force and violence against persons or property to intimidate or coerce a government, the civilian population, or any segment thereof, in furtherance of political or social objectives.” Misogynist violence is rarely talked about as terrorism, despite being rooted in a gender ideology and directed toward a clear “political or social objective,” the suppression or subjection of women. It’s time that changed.

Als je deze mannelijke agressie namelijk wél ziet voor wat het is, kun je eindelijk maatregelen nemen. Wetenschappers en politici doen er daarbij verstandig aan vrouwen te raadplegen. Feministen bestuderen mannelijke haat en agressie namelijk al eeuwen, omdat ons leven en welzijn daar letterlijk vanaf hingen.

Het waren feministen die mannelijke agressie problematiseerden, koppelden aan mensenrechten en begrippen introduceerden zoals verkrachting binnen het huwelijk. Het waren feministen die voor het eerst expliciet benoemden dat (seksueel) geweld te maken heeft met macht en de behoefte om vrouwen te controleren en domineren. Het waren en zijn veelal vrouwen die goed onderbouwde artikelen schrijven over mannelijke massamoordenaars en hun vrouwenhaat. Vrouwen die al die losstaande geweld ”incidenten” samenvoegden tot een patroon en de achterliggende ideologie van de haat bloot legden:

het patriarchaat – een dominant en structureel seksistisch sociopolitiek en cultureel systeem dat een toxische invloed heeft op de levens van zowel vrouwen als mannen

De inzichten van feministen zijn cruciaal om het probleem te analyseren. Zoals Tracee Ellie Ross’ zegt in haar veel bekeken TED toespraak: het is vervolgens aan mannen om het wangedrag van mannen aan te pakken. Hoe zit het met hen en hun eigen opvattingen over mannelijkheid, hoe moeten zij omgaan met de excessen van gefrustreerde mannen. En vooral: hoe kunnen zij als mannen, als lid van de sekse die de grootleverancier van geweld is, de de wereld veiliger maken voor vrouwen – en voor zichzelf.

Bedrijven benadelen vrouwen structureel

Vrouwendiscriminatie, veel bedrijven komen er nog mee weg. Ze ontslaan vrouwen zodra die aangeven zwanger te zijn – en beroven ons zo van een inkomen en een baan. Heb je wel betaald werk, dan betalen werkgevers vrouwen minder loon voor hetzelfde werk. Het College voor de Rechten van de Mens (CVRM) is één van de weinige instanties in Nederland die dit soort wantoestanden in beeld brengt, toetst en oordelen uit spreekt. En die oordelen laten aan duidelijkheid niets te wensen over.

Een greep uit recente feiten:

Het College ontving een recordaantal klachten en meldingen in 2017. In ruim eenderde van de gevallen betrof het zwangerschapsdiscriminatie. Werkgevers hebben het met name gemunt op vrouwen met een onzeker arbeidscontract, oftewel stagiaires, trainees, uitzendkrachten, vrouwen met een nul uren contract en kortlopende contracten voor bepaalde tijd. Al die constructies maken het makkelijk van een contract af te komen of een contract niet te verlengen, toevallig net nadat een vrouw de mededeling deed.

De afgelopen tijd betrapte het CVRM diverse ondernemers op precies dit gedrag:

  • Het Centraal Bureau RijvaardigheidsbewijzenZie verder in dit artikel voor de houding van dit bedrijf.
  • Stichting Sociale Wijkteams Amersfoort. Klinkt sociaal, maar deze organisatie verlengde het tijdelijke contract van een vrouw niet toen zij zwanger raakte.
  • Bloem en Sfeer Producten BV gaf vier andere tijdelijke krachten een vast contract. Alleen een zwangere medewerkster viel zeer toevallig nét buiten de boot. Niet toevallig dus. Discriminatie, oordeelde het CVRM.
  • Canon Nederland BV besloot de vrouw de schuld te geven. Het bedrijf beweerde dat een zwangere werkneemster geen vast contract kreeg ”omdat er twijfels waren over haar capaciteiten in het licht van de toekomstige strategische ontwikkelingen binnen de organisatie”. Vreemd, want alle voorgaande keren kreeg de vrouw lovende beoordelingen. Pas toen ze aankondigde zwanger te zijn vond de organisatie haar opeens niet meer ok. Discriminatie, oordeelde het CVRM

Het College onderzoekt ook de salarissen van mannen en vrouwen. Een grondige studie bij drie sectoren wijst uit dat werkgevers vrouwen structureel op achterstand zetten. In algemene ziekenhuizen, in de verzekeringsbranche en op hoge scholen krijgen mannen meer geld dan vrouwen, zodra er sprake is van grijze gebieden of subjectieve criteria, constateren de onderzoekers. Alleen blijft dit feit vaak verborgen omdat niemand anders de situatie onderzoekt:

Vóór de drie onderzoeken van het College is slechts mondjesmaat onderzocht in hoeverre binnen Nederlandse organisaties sprake is van onrechtmatige beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen.  De onderzoeken van het College leggen de valkuilen bloot, die vooral in het nadeel van vrouwen uitvallen.

Dat gebrek aan kennis is stuitend. Want ondertussen gaan werkgevers keer op keer al dan niet bewust de fout in. Bijvoorbeeld als ze de beloning af laten hangen van het laatst verdiende loon. Of als ze de inschaling baseren op de salarisonderhandelingen in plaats van de kennis, ervaring en opleiding van de kandidaat. Dan kun je zeggen ‘vrouwen, onderhandel fermer’, maar zo simpel is het niet. Zo’n beetje vanaf onze geboorte conditioneert onze cultuur vrouwen om bescheiden, helpend en troostend te zijn. Wij moeten lief zijn, niet assertief. Breken we met die norm, dan wijst onderzoek bij herhaling uit dat wij als samenleving vrouwen straffen. Wij vrouwen zijn geen idioten. We snappen hoe het zit. En zien vaak af van onderhandelen.

Soms doet een werkgever beiden tegelijk – zwangerschapsdiscriminatie en vrouwen financieel benadelen binnen de arbeidsrelatie. Zo besloot het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen een salarisperiodiek op te schorten omdat de werkneemster zwanger was geworden. Daarna verlengde het CBR haar tijdelijke contract niet, zodat ze helemaal geen inkomen meer had. Top, dat CBR.

De Nederlandse regering staat er ondertussen bij en kijkt er naar. Bedrijven moeten vooral zichzelf reguleren, heet het. Ja, vrouwen minder betalen mag niet, maar feiten verzamelen of straffen uitdelen ho maar. Wetgeving blijft vaak steken in krachteloze voornemens, beloftes en ‘geef ondernemingen de kans het zelf in orde te maken’. Het CVRM wordt daar doodmoe van en roept het kabinet op zaken met elkaar in verband te brengen en écht integraal aan te pakken. Want het schiet niet op zo.

De genderpolitiek van de barbecue

Lente en zomer, dat betekent onder andere dat we met ons allen weer overspoeld worden door artikelen en beelden van mannen rond de barbecue. Deze mannen voelen zich mannelijk en sexy achter de barbecue en gooien “vanuit hun oergevoel “grote lappen vlees op het vuur. Maar deze overtuiging gaat veel verder dan dat, betoogt Carol J. Adams in haar klassieker ‘The Sexual Politics of Meat’. Deze macho mannelijke vleeseter heeft een grote, veelal negatieve invloed op de positie van vrouwen en dieren, betoogt ze.

Toen Adams haar boek over vlees eten en gender publiceerde, sloeg haar theorie in als een bom. In een patriarchale cultuur waarin mannen de baas zijn en het beste eten krijgen, te weten vlees, nemen vrouwen en dieren nagenoeg dezelfde plek in, signaleert ze. Het zijn beiden inferieure wezens die je kunt reduceren tot een al dan niet geseksualiseerd ding, een consumptiegoed.

Beiden worden daarbij gereduceerd tot onderdelen. Dieren veranderen in kippenvleugels en sukadelapjes, soms als vrouwelijk voorgesteld. Vrouwen veranderen in sexy torso’s zonder hoofd, losse billen en benen, en worden regelmatig geassocieerd met het dierlijke.

Deze fragmentatie en reductie tot consumptiegoed gaat vaak gepaard met agressie. Als vrouwen en dieren veranderd zijn in een ding, kun je doen met ze wat je wil. Vastzetten, doden, verkrachten, mishandelen, maakt niet uit. Omgekeerd wen je door jagen en dieren doden aan het opjagen en doden van mensen, zag Adams terug bij het gedachtengoed van feministen uit de tijd van de Eerste Wereldoorlog. Het slachten van dieren gaat over in het slachten van mensen, onder het toeziend oog van agressieve viriele patriarchen.

Adams wijst erop dat opvallend veel proto-feministen dit verband zagen, tussen mannelijke macht, viriele agressie en de tweederangs status van dieren en henzelf. Naast vrouwenrechten streden ze regelmatig ook voor het dierenwelzijn.Nog steeds houden veel meer vrouwen dan mannen zich bezig met dierenrechten. Daarnaast stonden opvallend veel feministische denkers een vegetarische levensstijl voor: ze wilden als vrouw niet geëxploiteerd worden en wilden op hun beurt geen dieren exploiteren.

Ruim 25 jaar later sturen lezers Adams nog steeds krantenknipsels, foto’s en reclames die haar theorie illustreren, schrijft ze in de jubileumuitgave van haar klassieker. Propaganda die stelt dat vegetarisch leven iets is waar je je als man verre van wilt houden. Echte mannen eten vlees, drinken bier, scheuren rond in grote auto’s, geven scores aan de borsten en billen van vrouwen, doen wat ze willen, lekker stoer, boys will be boys, zonder nare betutteling van bitcherige schooljuffen.

Mensen stuurden ook foto’s van reclameposters waarop grote garnalen met benen, hoge hakken en tuitende lipjes klanten verleidelijk aankijken en vragen om opgegeten te worden. Omgekeerd veranderen vrouwen regelmatig in prooidieren die na de ‘jacht’ klaar liggen voor mannelijke consumptie.

Niet verassend borrelt die man = vlees cultuur extra opvallend op in het barbecue seizoen. De praktijk rond de barbecue draait om vlees, bevestigt een stereotiep beeld van mannelijkheid en versterkt oude rolpatronen. In 2014 en 2016 hield Trendbox bijvoorbeeld een nationaal BBQ onderzoek en kwam tot de volgende conclusies. Vrouwen doen de boodschappen en maken de salades. Mannen braden het vlees op de barbecue. Meer dan de helft van de mannen vindt dat mannen beter zijn in het grillen dan vrouwen. De meeste ondervraagden vinden het schoonmaken en opruimen na afloop een vervelend karweitje. Vervolgens blijkt dat mannen zich massaal aan dat nare werk onttrekken en het opruimen en schoonmaken overlaten aan vrouwen.

NRC Handelsblad recenseerde The Sexual Politics of Meat ten tijde van de publicatie voornamelijk positief:

Dat er in de hoofden van mensen, zowel bij daders als slachtoffers, altijd verband is geweest tussen de schending van de integriteit van dieren en die van vermeende tweederangs mensen, in het bijzonder vrouwen, maakt Adams volgens mij aannemelijk. De historische en literaire beelden en volkse uitdrukkingen die slaan op zowel dieren als vrouwen, en die beide categorieen wezens plegen voor te stellen als consumeerbare en exploiteerbare objecten, zijn onmiskenbaar legio. Volgens Adams autoriseert en legitimeert de dominante patriarchale cultuur niet alleen de symbolische consumptie van vrouwen, maar ook de letterlijke consumptie van dieren. Het is allemaal verrassend en uitdagend leesvoer.

Warm aanbevolen, dit boek. En wat de barbecue betreft: vrouwen, claim je plek achter de barbecue. Leg er eens iets vegetarisch op. Mannen, maak die salade lekker zelf en druk je niet als het tijd wordt om schoon te maken. Andere rolpatronen beginnen bij jezelf, in kleine stapjes. Succes!

Engeland in de ban van de loonkloof

Engeland is op dit moment in de ban van de loonkloof. Bedrijven met meer dan 250 werknemers moeten volgens een nieuwe wet voor ’s avonds 4 april 2018 gegevens openbaar maken over de salarissen van mannen en vrouwen. Wat blijkt? Veel bedrijven proberen de loonkloof te versluieren door duidelijk verkeerde cijfers aan te leveren, of door bepaalde groepen uit de overzichten te houden. Het algemene beeld nu is dat vrouwen, door allerlei praktijken, ruim 2,2 ton (in ponden) mislopen tijdens hun loopbaan. Dat komt aardig overeen met de drie ton (in euro’s) die Nederlandse vrouwen missen.

Uit alles blijkt dat Britste ondernemers alleen tandenknarsend openheid van zaken geven in de beloning van hun medewerkers. Werkgevers moeten aangeven wat mannen en vrouwen in hun organisatie gemiddeld per uur verdienen, en hoe het zit met de bonussen. Twee maanden voor de deadline had slechts 10% van het totale aantal bedrijven de verplichte cijfers openbaar gemaakt. Bij bedrijven die wel voldoen aan de wet, komen bovendien onregelmatigheden aan het licht.

Zo dienden diverse ondernemingen rapporten in met overal bedrag 0 ingevuld, of met cijfers die absurde uitkomsten opleveren. Zoals een loonkloof van meer dan 100 procent. Dat zou inhouden dat vrouwen hun werkgever betálen voor ieder gewerkt uur. Andere bedrijven probeerden de kloof te verminderen door bepaalde groepen niet mee te rekenen. Zoals partners. Dat zijn voornamelijk mannen en zij verdienen meestal zeer hoge salarissen. Door hen uit de overzichten te houden, lijkt de loonkloof kleiner dan-ie in werkelijkheid is.

Ondanks dit soort trucjes komen uit alle nu bekende data verontrustende patronen naar voren. Mannen krijgen veel vaker een bonus dan vrouwen, en ze krijgen in zo’n geval ook veel hogere bedragen extra dan hun vrouwelijke collega’s. Zo is de bonus-kloof bij Goldman Sachs 72 procent in het nadeel van vrouwen. Bij zender Discovery krijgen mannen per uur 13% meer salaris en 49% hogere bonussen. Bij dierenartsen krijgt een fulltime werkende man gemiddeld 36% meer salaris dan een fulltime werkende vrouw. Toen de top communicatiedirecteur van Downing Street 10 opstapte, was zijn opvolger een vrouw. Zij bleek 15.000 pond per jaar minder te verdienen dan haar voorganger. En zo gaat dat maar door.

Uit de berg data blijkt dat vrouwen in hun eerste arbeidsjaar al iets minder verdienen dan mannen, ook al zijn ze hoger opgeleid. Maar na vijf jaar zijn mannen de vrouwen al voorbij gestreefd en verdienen ze jaarlijks gemiddeld 9000 pond meer dan vrouwen.

Dat verschil loopt in de rest van de loopbaan alleen maar op. Mannen krijgen niet alleen vaker bonussen en in geval van een bonus hogere bedragen, ze krijgen ook eerder promotie en bereiken sneller de hoogste regionen in een bedrijf. Zo krijgen mannelijke managers 40% vaker en sneller promotie dan hun vrouwelijke collega’s. Niet zo vreemd, als je bedenkt dat Britse werkgevers er middeleeuwse opvattingen op nahouden als het gaat om hun medewerksters. Ze staan bol van de vooroordelen, en dat uit zich op allerlei manieren – minder promoties, lagere salarissen, sneller ontslag.

Kortom, de loonkloof is echt, bewijzen de harde cijfers voor de zoveelste keer – want feministen en iedereen die gelijkwaardigheid voorstaat, wijzen al langer op dit soort wantoestanden. Het is echter heel fijn om een enorme berg data te hebben, die dit feit nogmaals bewijzen en extra inzichten opleveren in de ernst van de situatie. De cijfers maken pijnlijk duidelijk hoe mannelijk de top in organisaties is, en hoe discriminerende praktijken grote kloven veroorzaken.

De sociale druk loopt inmiddels op. Zo lanceerde vrouwen in Engeland #paymetoo om rechtvaardige beloningen te eisen. Wat ook helpt: lid worden van een vakbond. Bij een bond aangesloten vrouwen hebben over het algemeen een iets betere positie op de arbeidsmarkt, met een minder grote loonkloof ten opzichte van mannelijke collega’s. Volgende stap: maatregelen van de overheid!

Traditionele verhalenvertellers zorgen voor gelijkwaardigheid

Verhalen vertellen heeft zichtbare effecten, ontdekten wetenschappers Daniel Smith, Andrea Migliano en een team van de University College London (UCL). Ze leefden een tijdje bij de Agta, jagers en verzamelaars in de Fillipijnen. De verhalen die mensen elkaar vertellen, promoten waarden en normen zoals samenwerking en gelijkwaardigheid. Groepen met meerdere traditionele verhalenvertellers bleken hechter en werkten beter samen dan groepen zonder of met maar een enkele verhalenvertellers, bleek uit hun onderzoek.

 

Smith, Migliano en hun mede-onderzoekers woonden verhalen-vertel-sessies bij, noteerden de inhoud van de verhalen en keken daarna naar het functioneren van verschillende groepen Agta. Veel verhalen gaan over samenwerking en gelijkwaardigheid. Een typisch voorbeeld betreft een oorsprongsmythe over de zon en de maan. De als mannelijk gedefinieerde zon en als vrouwelijk gedefinieerde maan maken ruzie over wie de hemel mag verlichten. De ruzie escaleert tot een gevecht, waarbij beiden even sterk blijken te zijn. Het gevecht lost niets op. Uiteindelijk besluiten ze in overleg het werk te verdelen. Ieder neemt de helft van de tijd voor zijn/haar rekening. De zon verlicht de aarde nu overdag, de maan ’s nachts.

Kinderen krijgen zulke verhalen van jongs af aan mee. Migliano:

“A magic moment was when we listened to the stories told by the elders, with all of the children around us laughing and really paying attention,” Migliano told Seeker, still beaming at the recollection.

De verhalenvertellers krijgen indirect een beloning voor hun inspanning om samenwerking en collectiviteit te versterken in de groep waar ze deel van uitmaken. Ze bleken populair en anderen betrekken hen graag bij het verzamelen van voedsel. Die iets hogere bestaanszekerheid leidde er (ook) toe dat verhalenvertellers gemiddeld iets meer kinderen kregen en dat die kinderen ook iets vaker overleefden tot hun volwassenheid. In die zin heeft goed verhalen vertellen een evolutionair voordeel – een grotere kans dat je je genen door kunt geven, aldus Daniel Smith.

Enfin, vandaar dat ik in dit weblog regelmatig aandacht besteed aan de moderne verhalenvertellers – schrijvers, filmmakers, enzovoorts. De verhalen die we vertellen, hebben effecten op ons wereldbeeld en ons groepsgedrag. Het maakt verschil of verhalen het podium aan één beperkte groep geven, ten koste van alle anderen, óf gelijkwaardigheid en samenwerking tonen.

Trump versterkt belangstelling voor feministische analyse

Sinds de Amerikaanse president Trump Twitter gebruikte om op te scheppen over de omvang van zijn nucleaire knop, herleeft de belangstelling voor een bijna twintig jaar oud artikel. In 1987 publiceerde wetenschapster Carol Cohn een analyse van het taalgebruik en de manier van denken van de bijna geheel mannelijke groep nucleaire specialisten. Haar analyse deed mij denken aan een analyse die nog verder teruggaat, namelijk naar de manier van spreken en denken van de Oude Grieken. Ga mee op tijdreis, en huiver.

Eerst Trump. Die twitterde in de Nederlandse vertaling:

Kan iemand van zijn uitgeputte en verhongerde regime tegen hem zeggen dat ook ik zo’n nucleaire knop heb. Maar die van mij is veel groter en veroorzaakt veel meer schade, en bovendien werkt mijn knop wel!

Critici waren er (terecht) snel bij om te wijzen op het belachelijke, macho gehalte van deze uitspraak, een variant op ‘de mijne is groter’ en ‘ik kan verder plassen dan jij’.

Carol Cohn ontdekte dit soort macho taal en de bijbehorende manier van denken ook al in 1987, toen ze een jaar lang mee liep met de exclusief mannelijke specialisten die het nucleaire arsenaal van de V.S. beheerden.  In haar fascinerende verslag – serieus, lees haar volledige artikel in feministisch magazine Signs – vertelt ze hoe ze struikelde over dit soort taalgebruik, waarbij landen hard worden, de ene raket nog dieper kan penetreren dan de andere en je met het nieuwste wapen orgastische explosies kunt bereiken.

Maar ze gaat een stapje verder. Achter die eerste laag van macho taalgebruik ontdekte ze een tweede laag. Ze ontdekte dat de betrokken mannen ook beelden van huiselijkheid en vaderschap gebruiken. Raketten liggen onder een kerstboom, je kunt ze aaien alsof het onschuldige huisdiertjes zijn, in plaats van dodelijke wapens die miljoenen mensen kunnen doden. Daarnaast krijgen bommen van hun trotse pappies namen zoals Little Boy, die met hun explosie een nieuwe wereld inluiden.

Wat Cohn ontdekte was dat de wetenschappers en specialisten het scheppen van nieuw leven en het creëren van een nieuwe wereld met zulk taalgebruik symbolisch van vrouwen afpakten en zich toe eigenden. De mannen verwekken jongetjes zoals Little Boy en samen gebruiken ze agressie en vernietigingsmacht om over een als vrouwelijk geldende natuur te heersen – zo gaven de bij de kernproeven rond het atol Bikini betrokkenen mannen iedere krater een vrouwennaam, signaleert Cohn.

Op dat niveau van vaderschap en het domineren van de natuur ontstond een derde laag. Er sluipen religieuze beelden in het taalgebruik, merkte Cohn. De eerste kernproef kreeg bijvoorbeeld de naam van de Drie Eenheid, de mannelijke scheppende trits van God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest (NB mensen doen moeite om de heilige geest vrouwelijk te maken, maar de katholieke dogma’s moeten hier niets van hebben. Het is allemaal God en God is mannelijk dus de heilige geest is ook mannelijk.) Daarnaast spraken de mannen over zichzelf als priesters, The Priesthood. Zo krijgt de mannelijke kracht om te baren en die gevaarlijke vrouwen en Moeder Aarde te bedwingen religieuze ondersteuning.

Deze manier van denken – dat mannen mannelijk nageslacht voortbrengen en over het inferieure vrouwelijke heersen, desnoods met geweld – kent een zeer lange geschiedenis. Precies diezelfde gedachtengang en die manier van denken vind je bijvoorbeeld terug bij de Oude Grieken, ontdekte wetenschapster Vigdis Songe-Møller in haar klassieker Filosofie Zonder Vrouwen.

Dat boek verscheen in 1999, dus Cohn kon hier onmogelijk aan refereren toen ze haar wetenschappelijke artikel publiceerde. Maar toen ik haar originele artikel las, moest ik meteen aan de bevindingen van Songe-Møller denken.

Zij analyseerde gedichten en verhandelingen van Griekse denkers zoals Plato, Parmenides, Hesiod en Socrates, en ontdekte twee scholen die een tijdje naast elkaar bestonden. De ene betreft de hier boven beschreven macho gedachtengang. Maar er bleek ook een andere denkrichting, Eentje die er van uit gaat dat je tegengestelden hebt. Dag en nacht, nat en droog, mannelijk en vrouwelijk. Het ene is niet beter dan het andere, beiden zijn nodig en moeten in balans blijven.

Die manier van denken verdween echter uit het zicht toen mensen zoals Plato dominant werden. Plato en zijn medestanders onderschreven een ideaal wereldbeeld waarin vrouwen gemankeerde mannen zijn, mannen creatief en leven-gevend zijn en de geestelijk vader worden van allerlei zonen, die het goede werk van de mannen voortzetten en heersen over de chaotische natuur en al die passieve, enge vrouwen.

Deze denkers grepen daarbij terug op botanische metaforen. Ze zagen mannen als perfecte mensen die, net als planten, een scheut vormen. Die plantenscheut groeit uit tot een nieuwe man, een evenbeeld, uniform, heel, perfect. De ene perfecte man brengt de andere voort zonder dat er een vrouw aan te pas komt die de boel kan verzieken met haar lekkende, inferieure, dood-brengende lijf.

Die gedachtengang tref je later ook aan bij de auteurs van de Bijbel, waar God de Vader is en Sem Arpaksad verwekte, en Arpaksad verwekte Selach, en Selach verwekte Eber, man na man die mannen verwekt zonder dat er een vrouw in beeld komt. De oude kerkvaders gingen met hun hand op de Bijbel vrolijk door met het claimen van leven scheppende vermogens voor superieure mannen en het neersabelen van vrouwen.

Anno nu hebben we de nucleaire specialisten en kerngeleerden, die alles wat macho mannelijk is de hemel inprijzen en Little Boys verwekken. In dit wereldbeeld handelen en scheppen de macho mannen met goddelijke goedkeuring. Ze kunnen penetreren en de grootste hebben en andere, zwakkere mensen of landen hun wil opleggen met hun machtige fallus..eh.. raketten. Ze kunnen, zoals Trump, opscheppen dat zij de grootste (knop) hebben, eentje die wél werkt, lekker puh.

Zo’n Tweet van Trump lijkt onschuldig, maar is bij nader inzien het topje van een smerige ijsberg. En los even van die hele vrouwenhatende geschiedenis gaat het bij dit incident met Trump niet om twee jongetjes en een wedstrijdje ver-plassen, maar om mannen met macht, een president die een andere heerser wil  tonen hoe macho mannelijk hij wel niet is. Eentje die daarbij de optie heeft om de wereld in de as te leggen en miljarden mensen de dood in te jagen, op basis van zijn seksisme en zijn ‘ik als stoere macho man kan alles maken’ wereldbeeld. Laat dat even op je inwerken.

Vrouwen worden zichtbaar als je goed kijkt

Women Inc lanceerde onlangs de campagne ‘Beperkt Zicht’. Kern van het verhaal: als je uitgaat van stereotiepe beelden over mannen en vrouwen, sla je vaak de plank mis. Je ziet niet wat er is. Voorbeelden te over. Zo classificeerden archeologen een Vikinggraf bij de Zweedse plaats Birka als de laatste rustplaats van een mannelijke krijger, gezien de zwaarden, paarden en andere ”mannelijke” grafgiften. Onderzoek wijst nu echter uit dat die stoere Vikingman een stoere Vikingvrouw is.

Het graf bij Birka was al bekend sinds 1880. De mensen die destijds betrokken waren bij de vondst, concludeerden dat de aanwezigheid van een zwaard duidde op een man. Niet zomaar een man, maar een groot militair leider. Het graf bevatte namelijk ook andere rijke giften, en de skeletten van twee paarden.

De botten van het lichaam verdwenen in een archief en niemand keek er meer naar. Totdat moderne wetenschappers de ontdekking opnieuw onderzochten en iets vreemds opmerkten aan de botten. Ze waren iets te verfijnd en te dun om toe te behoren aan een man. Na verder onderzoek bleek de belangrijke militaire leider inderdaad het vrouwelijke geslacht te hebben.

Deze her-identificatie past in een breder patroon. Er lopen al langer onderzoeken naar de resten van lichamen in Vikinggraven. In 2014 werd bijvoorbeeld bekend dat het bij graven, waarvan wetenschappers eerst zeiden ‘allemaal mannen’, in de helft van de gevallen ging om een vrouw. Ook in deze gevallen zorgden grafgiften voor verkeerde identificaties. Zwaard = man, luidde de regel. Alleen begroeven de Vikingen vrouwen ook met hun zwaarden.

Zelfs als echter duidelijk is of het graf een vrouw of een man bevat, kan het mis gaan. Zo vonden archeologen twee graven met een identieke opzet. De ene, in Gokstad (Noorwegen) bestond uit een schip met daarin allerlei grafgiften en het lichaam van een man. Dat moest een Vikingleider van ongekende statuur zijn, nam men aan. Twintig jaar later vonden mensen in Osburg een ander scheepsgraf, met daarin de lichamen van twee vrouwen. Nu spraken wetenschappers echter niet van een groot leider. Nee, het zou gaan om een koningin die haar status dankte aan haar huwelijk, en die waarschijnlijk met een slavin begraven was.

Oeps, wetenschap, your bias is showing….

Mooi dat wetenschappers vaker terug naar de tekentafel gaan. Botten opnieuw onderzoeken, feiten achterhalen, en minder snel een aanname doen. Want die schoten uit de heup raken meestal kant noch wal.

Person of Interest neemt seksueel geweld tegen vrouwen serieus

Televisieserie Person of Interest (POI), bedacht door Jonathan Nolan en geproduceerd door SF grootheid J.J. Abrams,  sloot een tijdje geleden af op Net 5. Nu de finale van het laatste seizoen erop zit, wordt het tijd voor een terugblik – bezien door een genderlens, natuurlijk. Wat dan onder andere opvalt is dat de serie seksueel geweld tegen vrouwen bijzonder serieus neemt. In een cultuur waarin we dit meestal doodzwijgenweghonen of het slachtoffer de schuld geven, vind ik dat zeer verfrissend.

Marta Fernández-Morales van de University of the Balearic Islands, en María Isabel Menéndez-Menéndez, van de universiteit van Burgos (Spanje), onderzochten de manier waarop POI geweld tegen vrouwen terug liet komen in het eerste seizoen. Wat hen opviel is dat de makers geweld tegen vrouwen dezelfde relevantie toekennen als ”officiële” terroristische daden.

Om hun stelling te verhelderen kort iets over de opzet van de serie. POI speelt zich af na de aanslag op de Twin Towers van New York. De overheid van de V.S. is erop gebrand om herhaling te voorkomen en geeft opdracht om een systeem te ontwikkelen dat aanslagen kan voorspellen. Harold Finch, gespeeld door acteur Michael Emerson, krijgt dat voor elkaar. Hij ontwikkelt The Machine, een kunstmatige intelligentie (A.I.). Dankzij The Machine krijgt de overheid een ‘relevant’ sofinummer van een potentiële terrorist, en kan mensen oppakken nog voordat ze daadwerkelijk bommen laten ontploffen.

De machine ziet echter álle misdaden waarbij sprake is van voorbedachte rade. Finch ontvangt zodoende ook zogenaamde ‘irrelevante’ nummers, van mensen die slachtoffer of dader worden van gewone misdrijven.  In eerste instantie wil Finch daar niks mee. Hij stopt zelfs een goede vriend die wél met de irrelevante nummers aan de slag wil. Uiteindelijk drukken de slachtoffers te zwaar op zijn gemoed. Hij besluit op eigen houtje een operatie op te zetten om deze gewone burgers te helpen. Voor het zwaardere werk contracteert hij John Reese (acteur Jim Caviezel), een aan lager wal geraakte ex-CIA-er.

Al snel blijkt dat beide mannen iets hebben met geweld tegen vrouwen. Finch werd bijvoorbeeld achtervolgd door irrelevante nummers die bij herhaling terugkwamen en dan stopten. Opeens viel het kwartje bij hem: deze nummers behoorden bijna altijd toe aan een vrouw. Die vrouwen leefden samen met de dader, de man die hen uiteindelijk zou vermoorden. Het waren slachtoffers van huiselijk geweld. Op zijn beurt blijkt Reese achtervolgd te worden door herinneringen aan zijn ex. Hij verliet haar voor zijn werk, waarna zij met een andere man trouwde. Deze man mishandelde haar en beroofde haar uiteindelijk van het leven. Sindsdien functioneren mannen die vrouwen belagen als zijn Berserk Button .

Beide mannen nemen huiselijk geweld en breder, seksueel geweld tegen vrouwen, zeer serieus. Ze beschouwen het stoppen van mannen die agressief zijn jegens vrouwen als een topprioriteit, even relevant als politieke terreur. Fernández-Morales en Menéndez-Menéndez hierover:

Within a show that portrays the post-9/11 mood of inevitability, seemingly defending the idea that the common good should always comes first and that political terrorism against the U.S. must be the number one priority, the hyper-masculine maverick John Reese thinks otherwise. In a world where gender violence is dismissed as “irrelevant” by the government and its intelligence agencies, he becomes a vigilante that exposes their priorities as unfair for the regular citizen and vindicates abuse against women as yet another form of terror. […] we argue that Nolan transplants ideas related to the War on Terror onto everyday threats including gender terrorism.

Vaak zijn het Finch en Reese die een dame in nood redden uit handen van een agressieve man. Zo pakt Reese een US Marshal aan die zijn beroep misbruikt om zijn ex op te sporen, nadat ze wegens huiselijk geweld probeerde te vluchten. In een andere aflevering draait alles om een stalker. Stalking is een moeilijk te bewijzen misdrijf, waarbij de politie niet of pas veel te laat in actie komt. De aflevering maakt voelbaar hoe stalkers het leven van een vrouw tot een hel maken. Daarna maakt POI op zijn beurt korte metten met de dader: Reese gooit de stalker een raam uit, BAM! Afgelopen met die terreur.

Regelmatig toont de serie echter ook vrouwen die het heft in eigen handen nemen. Een aflevering draait bijvoorbeeld om een arts, dokter Tillman. Ze is op zoek naar de verkrachter van haar zusje. Tevens de indirecte moordenaar, want na de verkrachting belandde haar zusje in een uitzichtloze depressie en pleegde zelfmoord. Als ze de man vindt, bedenkt ze een minutieus plan om hem te vermoorden. Reese grijpt in op het moment dat ze de dader al heeft ontvoerd en op weg is naar een geïsoleerde plek, om de moord te plegen en het lijk te laten verdwijnen.

Een ander voorbeeld is het personage Root. Deze hacker moest als meisje toezien hoe een jeugdvriendinnetje ’s avonds in de auto stapte van een dorpsgenoot. Deze man misbruikte het meisje en liet daarna haar lichaam verdwijnen. Root slaagt er later in een drugskartel op te zetten tegen de dader, zodat de mafiosi hem doodschieten.

Tot slot detective Carter (actrice Taraji P. Henson). Ze begon als vijand van hoofdpersonen Finch en Reese, maar kiest uiteindelijk hun kant en ontwikkelt zich tot een mede-hoofdpersoon. In seizoen drie blijkt dat zij ook zo haar ervaringen heeft met mannen die vrouwen belagen. Haar ex is een militair met een posttraumatische stressstoornis en losse handjes. Dat verklaart waarom ze in aflevering negen van seizoen 1 zo fel wordt als het gaat om huiselijk geweld. Ze praat in op een slachtoffer om aangifte te doen, confronteert de agressieve echtgenoot in een kroeg, en geeft de vrouw haar directe nummer om te bellen als ze in gevaar komt. Als de vrouw inderdaad belt, laat Carter letterlijk alles uit haar handen vallen om haar te redden.

Kortom, zoals de beide onderzoeksters constateren: ook al zijn het vaak de mannen (met name Reese) die de vrouwen redden, de vrouwen weten zelf wel degelijk ook van wanten:

we approach agency in the show, which fluctuates between the convention of presenting the male action (super)hero – Reese – as the savior of the damsel in distress, and portraying women as agents who can protect themselves and their peers. Although the former is more frequent, we conclude, the weight given to gender violence as a narrative and characterization device makes Person of Interest different from other post-9/11 shows; the clearest one so far in the vindication of this problem that affects millions of women as “relevant” within a media discourse dominated by the allegedly more important, macro-level fears of our time.

Toegift: Fernández-Morales en Menéndez-Menéndez benoemen dit niet in hun studie, maar uit onderzoek blijkt dat veel daders van politieke terreur begonnen met terreur tegen vrouwen, voordat ze door-evolueerden naar het plegen van aanslagen in de publieke ruimte. Nog een reden om geweld tegen vrouwen niet af te doen als een irrelevante privé aangelegenheid, maar dit geweld de status te geven van een zaak van nationale veiligheid.