Category Archives: Wetenschap

Straatintimidatie: vrijheid van meningsuiting of veiligheid en vrijheid van beweging?

Orange the World, een campagne om geweld tegen vrouwen tegen te gaan, is nog niet afgelopen, of meisjes en vrouwen in Nederland krijgen al weer tegenslag te verduren. Gemeenten mogen straatintimidatie niet strafbaar stellen, oordeelde het gerechtshof van Den Haag. Het is namelijk in strijd met de vrijheid van meningsuiting. Alleen de staat mag dat recht inperken. Zodoende staat Nederland nu voor een keuze. Wat vinden we belangrijker? Dat mannen op straat vrouwen mogen naroepen en nasissen, of de veiligheid en bewegingsvrijheid van vrouwen?

Het Haagse hof boog zich over de kwestie naar aanleiding van acties van de gemeente Rotterdam. Die deed onderzoek naar straatintimidatie en besloot het naroepen en bepotelen van vrouwen strafbaar te stellen. Nadat de gemeente de eerste boetes uitdeelde, bogen de kantonrechter en daarna het Gerechtshof in Den Haag zich over de Rotterdamse regels.

Wie oppervlakkig leest kan in de uitspraak van het Haagse gerechtshof een vrijbrief zien om naar hartelust meisjes en vrouwen na te fluiten, kushandjes toe te wuiven, te sissen en na te roepen. Uit het vonnis blijkt echter overduidelijk dat het gerechtshof zich concentreerde op een juridisch-technische zaak. Welke onderdelen van de overheid hebben het recht om maatregelen te nemen. In dit geval is dat recht volgens de rechtbank voorbehouden aan de Eerste en Tweede Kamer:

Kernvraag in dit proefproces was of het de gemeentelijke wetgever is toegestaan om – op de wijze zoals in de APV van Rotterdam is gebeurd – dergelijk gedrag (taalgebruik en gedragingen) strafbaar te stellen of dat alleen de wetgever in formele zin (de Tweede en Eerste Kamer) daartoe bevoegd is, omdat daarmee mogelijk een inbreuk wordt gemaakt op de vrijheid van meningsuiting. De conclusie van het hof is dat alleen de wetgever in formele zin daartoe bevoegd is.

In bredere zin toonde het gerechtshof juist sympathie voor de gemeente Rotterdam. Het hof erkent in haar uitspraak dat Rotterdam de verruwing van de omgangsvormen op straat tegen probeerde te gaan en stelt dat te respecteren. Alleen de manier waarop de gemeente dat probeerde te doen, klopte volgens het gerechtshof niet.

Die handreiking is mooi, want vrouwen en meisjes in Nederland worden al decennia lang in hun grondwettelijke rechten beperkt. Onderzoeken uit Nederland en andere landen wijzen uit dat straatintimidatie niet onschuldig is. Het lijkt leuk of grappig, als de spreekwoordelijke bouwvakker roept waar die mooie benen naartoe lopen, maar het probleem is dat het geen losse incidenten zijn. Als je keer op keer die zogenaamd leuke of vleiende opmerkingen hoort, wordt dat behoorlijk irritant.

Volgens onderzoek van de gemeente Rotterdam, uitgevoerd door de Erasmus Universiteit, vindt 50% van de vrouwen het intimiderend. De helft. Bovendien kunnen vrouwen geen gedachten lezen. Het Rotterdamse onderzoek meldt dat vrouwen veel energie kwijt zijn aan het goed managen van de situatie – je wil geen klappen krijgen, maar je wil ook niet als mak schaap alles over je heen laten komen. 74% loopt zo snel mogelijk door. 51% van de vrouwen maakt een afwerend gebaar of kijkt afkeurend naar de dader, waarna van die groep 12% scheldkannonades of erger naar hun hoofd geslingerd krijgt door de dader(s). Het Rotterdamse rapport:

Vrouwen geven aan dat geen enkele reactie in alle situaties goed werkt en er dus altijd onzekerheid is over de gevolgen van de eigen reactie.

Kortom, het wangedrag van jongens en mannen levert bakken met stress op, en kan vrouwen in gevaarlijke situaties brengen. Vrouwen wéten dat. En dus passen ze hun gedrag aan. Vrouwen kleden zich bedekter, trekken makkelijke schoenen aan zodat ze weg kunnen rennen, ze mijden bepaalde locaties, blijven na het donker binnen, of gaan alleen op stap met anderen. De daders blijken blind voor deze schade die ze aanrichten:

Plegers van seksuele straatintimidatie geven volgens vrouwen en professionals, maar ook zelf aan dat ze het gedrag juist vertonen uit respect voor de vrouw en dat ze er van overtuigd zijn dat vrouwen het op prijs stellen. Daarmee ontkennen ze de schade die hun gedrag bij veel vrouwen aanricht.

Wil je druk uitoefenen op de landelijke overheid om eindelijk maatregelen te nemen tegen straatintimidatie? Teken de petitie om te komen tot een burgerinitiatief. Stuur een brief naar kamerleden. Kijk op de site van stichting Straatintimidatie wat je verder nog kunt doen om wangedrag van jongens en mannen in te perken. Prima als gemeenten geen maatregelen mogen nemen tegen straatintimidatie, maar dan is de landelijke overheid nu verplicht om in actie te komen. Meisjes en vrouwen willen vrij op straat kunnen zijn, en gewoon ongestoord hun ding kunnen doen, zonder lastig gevallen te worden door mannen die zich allerlei vrijheden veroorloven.

Partnermoord verloopt volgens vast patroon

Huiselijk geweld treft vrouwen zes keer vaker dan mannen, en soms loopt het geweld uit op moord. Het aantal vermoorde vrouwen blijft, ondanks dalende algemene misdaadcijfers, nagenoeg stabiel. Volgens het CBS vermoordden mannen vorig jaar 43 keer hun partner of ex-partner, in 2017 gebeurde dat 46 keer. Die weg, van een slechte relatie naar moord, verloopt volgens een vast patroon, ontdekte de Engelse wetenschapster Jane Monckton Smith van de universiteit van Gloucestershire. Mannen die vrouwen vermoorden zijn geen natuurramp of onvermijdelijk verschijnsel a la de zwaartekracht. We kunnen iets doen.

Criminologe Monckton Smith analyseerde 372 moorden, waaronder ook een paar van mannen die hun mannelijke partner doodden. In bijna alle gevallen betrof het echter een man die een vrouw vermoordde. Uit de analyse blijkt dat het proces van kennismaken met een vrouw, tot aan de stap om haar te doden, in acht fasen verloopt. Dat zijn de volgende:

  • Voor aanvang van de relatie heeft de toekomstige dader al een geschiedenis van stalken, mishandeling en/of seksuele agressie
  • De romance ontwikkelt zich razendsnel tot een serieuze relatie
  • De relatie kenmerkt zich al snel door dwingende controle
  • Er komt een ‘trigger’ – een gebeurtenis die dient als katalysator voor nog meer dwang en controle. Monckton Smith noemt voorbeelden zoals de aankondiging van de partner dat hij/zij de relatie wil beëindigen. Of het stel krijgt te maken met financiële problemen
  • Escalatie – een toename in de intensiteit en frequentie van de controletechnieken van de toekomstige dader. De man gaat bijvoorbeeld dreigen dat hij zelfmoord zal plegen als de vrouw iets niet doet of juist wel doet. Of de partner begint de andere partner te stalken
  • De dader bereikt een beslissend punt. Hij verandert zijn manier van denken en slaat de weg in van wraak en/of moord
  • Planning – de dader koopt wapens, verkent het terrein, zoekt naar mogelijkheden om het slachtoffer alleen aan te treffen
  • De dader vermoordt zijn of haar partner, en kan daarbij ook anderen schade toebrengen of vermoorden, zoals de kinderen van het slachtoffer

In een interview met de BBC, op 28 augustus 2019, vertelde Monckton Smith dat ze inmiddels Engelse politieagenten traint, evenals advocaten en medewerkers van de reclassering. Ze hoopt dat meer mensen hun voordeel doen met deze kennis:

She hopes that now the study has been published in the Violence Against Women Journal, the model can be rolled out more widely. “As soon as they see it, victims and professionals are able to say, ‘Oh my God, I’ve got a case at stage three’, or ‘My relationship is at stage five’,” she said. “Police have been incredibly receptive, and recognise the steps in cases they are working on, because it speaks to their experience and makes an order out of the chaos that is domestic abuse, coercive control and stalking,” she added.

De Engelse wetenschapster ziet ook aanknopingspunten om iets te doen. Meer bewustwording bij de politie en hulpverleners helpt zulke professionals om een betere risico-inschatting te maken en sneller te herkennen dat een vrouw in gevaar verkeert. Als financiële stress kan leiden tot escalatie, helpt het bijvoorbeeld als gemeenten de schulddienstverlening goed op orde hebben en stellen sneller kunnen helpen. En als vrouwen kennis nemen van deze zogenaamde ‘homicide timeline‘ – het tijdpad naar moord- kunnen ze hulpverleners beter uitleggen wat er aan de hand is en waarom ze dringend hulp nodig heeft.

Vrouwenstemmen zijn vaak gericht aan dovemansoren

Vrouwen die praten? Uh oh. Zo’n vrouw zegt het verkeerde. Ze gebruikt verkeerde woorden. Ze heeft de verkeerde stem. Ze komt slecht over. Ze gebruikt die bloedirritante Gooise r. Haar stem is schril. Of nee, ze praat te snel. Of wacht, misschien zou het beter zijn als ze gewoon niet zo véél zou praten, want ze kakelt, kletst of roddelt. Wat ze precies zegt? Geen idee. Ze is vrouw. Ze klinkt irritant. Laat maar zitten.

Vrouwen en hun stemmen, ’t is al een probleem sinds de oudheid. In haar mooie bundel over krijgskoninginnen merkt schrijfster Antonia Fraser op dat mannelijke tijdgenoten al struikelden over wat deze vrouwen deden en zeiden. Ze hielden zich niet aan de destijds geldende vrouwenrol. Ze namen het bevel over legers op zich en als ze iets zeiden, leverden mannen dat over in termen van ‘kil’ en ‘onvrouwelijk’. Ook historica Mary Beard signaleert in haar manifest Vrouwen en Macht een directe lijn van opvattingen van de oude Grieken en Romeinen, over wie mag praten en wie niet, naar het huidige vrouwvijandige klimaat zodra een vrouw in het openbaar het woord neemt.

Eeuwen later en mensen schrikken nog steeds van vrouwen die het woord nemen in het openbaar. Het commentaar is vervolgens niet van de lucht. In de Verenigde Staten fungeert ‘vocal fry‘ als de steen des aanstoots van dit moment. Het gaat dan om mensen die een soort kraakje in de stem hebben, meestal omdat ze op een lagere toon praten dan de toon die hun stem van nature heeft. Oh gruwel!! roepen mensen nu. Totaal verkeerd, het klinkt voor geen meter, vrouwen, hou er asjeblieft mee op om zo te praten.

De ironie bij dit alles is dat vrouwen vaak expliciet het advies krijgen om een lager toonregister te gebruiken, zodat ze overtuigender overkomen. Maar je moet dat advies blijkbaar niet te ver doorvoeren, anders krijg je óók kritiek. Waardoor er een verlies-verlies situatie ontstaat:

Sommigen zeggen dat Thatchers stem een volle octaaf naar beneden is gegaan. Dat berust op een misverstand. Wel kreeg zij stemcoaching […]. Velen vonden haar stem te schel, waarop haar toenmalige adviseur Gordon Reece lessen regelde bij het Royal National Theathre. []… cruciaal waren zijn adviezen om haar stem daadwerkelijk te verlagen en langzamer en meer in de microfoon te spreken. Hiermee zou haar stem schor, intiemer en vooral minder intimiderend overkomen.

Nog een ironie: bij mannen komt dat kraakje in de stem even vaak voor, maar niemand schrijft krantenkolommen vol over hoe irritant dat is, dat mannen hun stemgebruik moeten veranderen, dat ze andere dingen op een andere manier moeten zeggen omdat ze anders een modderfiguur slaan en vooral irritatie opwekken. De pijlen van kritiek richten zich louter op vrouwen. Hetzelfde geldt voor de Gooise r. Vooral vrouwen kregen kritiek op dat foute accent.

Da’s zo seksistisch als wat en maakt duidelijk dat het niet gaat om wat er hoe gezegd wordt, maar wie aan het woord is. Vrouwen moeten eigenlijk hun kop houden. Dan pas is het goed. Maar omdat niemand dit expliciet zegt, en in plaats daarvan met ‘verklaringen’ komt waarom een bepaalde vorm van stemgebruik verkeerd is, gaan vrouwen zelf óók twijfelen over wat ze zeggen en hoe ze dat zeggen. Al die kritiek blijft niet zonder gevolgen. Het tast het zelfvertrouwen van vrouwen aan.

Regisseuze Jill Soloway meent dat deze zelftwijfel nog een andere oorzaak heeft. Niet alleen verliezen vrouwen hun zelfvertrouwen als ze zoveel kritiek krijgen op hun stemgeluid (en de onderwerpen waar ze over willen praten), maar daarnaast is de man het subject, de norm. Vrouwen zijn vaak de vreemde Ander, de afwijking. Ook dat heeft negatieve effecten:

I just want all the female creators to keep an eye out for that thing that says don’t do it, it’s not good enough, it’s not ready and you’re not right, and know that that’s the uninvited guest that’s always going to be there in your unconsciousness. That’s a product of growing up other, of growing up as not the subject. You think there’s something wrong with your voice all the time.

Vrouwen opereren in een giftige omgeving. Er is moed en veel inzicht voor nodig om het woord te nemen en te praten over onderwerpen waar je warm voor loopt of belang bij hebt. Maar ondanks al het ongemak rond vrouwenstemmen zit er niets anders op dan toch stug door te praten. En de onderliggende patronen aan het licht te brengen en te bekritiseren. De ervaring leert dat mensen kunnen wennen aan situaties, en zich aanpassen. Dus hoe meer vrouwen aan het woord komen, hoe gewoner het wordt en hoe minder gezeur over vrouwenstemmen er ontstaat.

Werkgevers en regering aan zet bij dichten loonkloof

Mannen nemen jaarlijks gemiddeld 5000 euro meer loon naar huis dan vrouwen, bleek uit een nieuwe editie van het Nationaal Salaris Onderzoek van Intermediair en de Nyenrode Business Universiteit. Ophef alom, maar er is een heel simpel antwoord op die kloof: bedrijven houden zich aan de wet en betalen gelijk loon voor gelijk werk. Kijk maar naar gemeenten: die houden zich aan de CAO, hanteren een transparant stelsel van schalen en stappen binnen een schaal, en voilà, man en vrouw verdienen nagenoeg evenveel, blijkt uit de personeelsmonitor van het A+O fonds.

Het A+O fonds constateert dat de situatie bij gemeenten al jaren redelijk gelijkwaardig is. Het totale personeelsbestand bestaat ruwweg 50-50 uit mannen en vrouwen. Vrouwen maken rond de 40% uit van de leidinggevenden, en als het gaat om het gemiddelde bruto maandsalaris ligt het een beetje aan de schommelingen bij in- en uitstroom van medewerkers of mannen danwel vrouwen iets meer verdienen. Zo liet de monitor van 2016 zien dat mannen gemiddeld 87 euro meer kregen dan hun vrouwelijke collega’s (gecorrigeerd voor allerlei factoren zoals parttime werken). In 2017 verdienden vrouwen 26 euro meer dan mannen, terwijl de balans in 2018 weer licht in het voordeel van de mannen uitviel.

Omdat de situatie op te lossen is als je je gewoon aan de wet houdt, is het beschamend dat Nederland nog steeds vrouwenwerk onderwaardeert, zodat de zogenaamde vrouwenberoepen veel minder loon opleveren voor een medewerker dan een baan in een zogenaamd mannenberoep. En dat er, gecorrigeerd voor die tweedeling in de arbeidsmarkt, en factoren zoals leeftijd, ervaring en omvang van het dienstverband, nog steeds een ”onverklaarbare” kloof is van circa 6% in het voordeel van mannen.

Het zorgwekkende is dat de trend negatief is. De kloof blijft niet alleen hardnekkig bestaan, hij is de laatste twee jaar toegenomen, concludeert het salarisonderzoek. En de toekomstige vooruitzichten blijven positiever voor mannen dan voor vrouwen:

Van 61,2 procent van de mannen is sinds 2017 (het vorige NSO) het salaris gestegen, tegen 52,2 procent van de vrouwen. Onder vrouwen liep 8,3 procent tegen een salarisverlaging aan, onder mannen was dat 5,5 procent. Overigens geldt ook: hoe hoger de voltooide opleiding, hoe meer respondenten aangeven dat hun salaris de voorbije twee jaar is gestegen. Kortom, ben je man en ook nog eens hoogopgeleid, dan heb je grootste kans op salarisverhoging.

Maar de link tussen een hogere opleiding en een hoger salaris bestaat alleen voor mannen. Vrouwen hebben het nakijken:

De salariskloof blijkt zelfs breder te worden naarmate de gevolgde opleiding hoger is. De groep vrouwen met een hbo-opleiding verdient gemiddeld 40.394 euro, de groep mannen met hbo 48.750 euro: een verschil van ruim 8 duizend euro.

Zoals ik en vele feministen en wetenschappers met mij betogen: de loonkloof is niet onverklaarbaar. Die kloof ontstaat door discriminatie. En een gebrek aan handhaving van de overheid. We hebben in Nederland wel een wet Gelijke Behandeling, maar de regering doet niets om bedrijven te straffen die er een potje van maken. Ik heb in mijn leven nog nooit gemerkt dat de premier expliciet en met gepaste felheid het standpunt inneemt dat dit echt niet kan, op het acht uur journaal acties aankondigt, en dat bedrijven vervolgens in het nieuws komen omdat ze hun medewerksters miljoenen achterstallig loon moeten betalen.

Het enige wat ik zie zijn tips om bijvoorbeeld als individuele vrouw beter te leren onderhandelen. Iets wat vrouwen allang doen, maar waar werkgevers hen vervolgens vaak negatief voor beoordelen – oftewel: vrouwen krijgen sociale straf als ze brutaal worden – waarna de bedrijven vrouwen niet geven wat ze vragen. Vrouwen krijgen ook wel eens de tip om hun successen op te schrijven zodat ze sterker staan als ze om salarisverhoging vragen, of de ondernemingsraad in te schakelen, of hun zaak aan te kaarten bij het College voor de Rechten van de Mens om een oordeel vellen. En dan houdt het in wezen op.

Op die manier krijgen vrouwen de verantwoordelijkheid voor de loonkloof in hun mik geschoven en moeten ze, iedere keer per persoon, in hun uppie uitzoeken dat ze achtergesteld zijn, alleen onderhandelen, als individu naar het CVRM stappen, waarna er een individueel oordeel komt en een bedrijf misschien voor die ene vrouw een hoger salaris moet uitbetalen. Die eventuele persoonlijke successen veranderen niets aan de structurele achterstelling van vrouwen.

Of het recent aangekondigde Actieplan tegen discriminatie hoop biedt, valt nog maar te bezien. Dat plan voorziet vooral in voorlichting, verkennend onderzoek, en meer personeel voor de Inspectie SZW om te analyseren hoe bedrijven personeel werven, en of dat eerlijk gaat. Als ik dit lees zakt de moed me al in de schoenen. Het klinkt allemaal boterzacht, met eventuele maatregelen die pas na al die verkenningen en onderzoeken misschien over tien jaar wellicht een beetje merkbaar worden voor bedrijven, maar nu in ieder geval nog niet.

Dit alles in een situatie waarbij we dondersgoed weten wat er gebeurt en dus helemaal niet meer zoveel hoeven te onderzoeken. Vier Nederlandse hoogleraren zetten op hun site Athena’s Angels alles op een rij over vooroordelen, vrouwendiscriminatie en hoe dat in elkaar zit. Iris Bohnet schreef met What Works de definitieve gids om organisaties zo in te richten dat man, vrouw, witte mensen en mensen met een gekleurde huid gelijkwaardig behandeld worden en gelijke kansen krijgen – inclusief gelijk loon voor gelijk werk. Organisaties als het Amerikaanse kenniscentrum Catalyst beschikken over talloze inzichten, rapporten en adviezen om situaties zoals de loonkloof uit te bannen. Toch blijft iedereen maar verkennen en onderzoeken en bedenken hoe die loonkloof toch zo hardnekkig kan blijven bestaan, en tja, misschien moeten vrouwen gewoon beter onderhandelen over hun salaris….? Toch?

Bedrijven wéten dat ze vrouwen minder loon kunnen betalen en bij zwangerschap straffeloos op straat kunnen zetten, zeker als het gaat om werkneemsters met flex- en tijdelijke contracten. Het scheelt ze per jaar miljoenen. Waarom extra geld uitgeven als dat niet hoeft? Zolang bedrijven nauwelijks risico lopen als ze vrouwen discrimineren, kunnen we er op rekenen dat toekomstige salaris onderzoeken opnieuw dezelfde of een ergere loonkloof laten zien. Hoe lang accepteren we dit nog?

Mannen profiteren van de glazen lift

Mannen worden volgens Van Eck vaker gevraagd voor leidinggevende en beleidsfuncties in het onderwijs en ze worden eerder gekozen als ze er op solliciteren. “Mannen in het basisonderwijs, dat wordt toch vaak als bijzonder gezien en dat geeft ze net een streepje voor op andere kandidaten.”

Dat schreef de NOS in een artikel over mannen in het onderwijs. De omroep interviewde onder andere Edith van Eck, senior onderzoeker van het Kohnstamm Instituut. Wat zij beschrijft noemen feministen de glazen lift: de structuren en opvattingen die ervoor zorgen dat mannen baat hebben bij hun sekse om in het werk vooruit te komen. En dat gebeurt niet alleen bij mannen in het onderwijs.

Onlangs kon het brede publiek kennis maken met nieuw onderzoek dat het bestaan van deze glazen lift bewijst. Onderzoek uitgevoerd in opdracht van het Financieel Dagblad wijst uit dat recruiters mannen veel vaker benaderen dan vrouwen, ongeacht de sector op de arbeidsmarkt. Het nieuws haalde alle landelijke media.

Maar het is geen nieuws. Intermediair schreef twee jaar geleden al over de voorkeur voor mannen (- en vroeg in één adem door wat vrouwen moeten doen om uit de dode hoek te komen. Alsof vrouwen het probleem zijn en zelf voor een oplossing moeten zorgen.) Nog eerder, in 2011, toonde  Marieke van den Brink al aan hoe mannen andere mannen benaderen en voordragen voor hoogleraarsfuncties. Vrouwen konden op hun kop staan, maar kwamen er niet tussen.

De omgeving schat de ervaring en kennis van mannen ook stelselmatig hoger in dan dat van vrouwen, ontdekte Julia Wouters in haar studie De Zijkant van de Macht. Ook als uit objectieve feiten blijkt dat hij eigenlijk minder ervaring heeft dan zij, zien anderen hem tóch als sterker en beter. Het is een soort collectieve verdwazing, die voortvloeit uit de status van de man als de Eerste Sekse.

Dat heeft allerlei effecten. Beroemd en berucht zijn wat dat betreft onderzoeken waarbij de betrokken wetenschappers dezelfde cv’s versturen, en alleen de naam veranderen. Keer op keer blijkt dan dat mensen de fictieve mannelijke kandidaat liever aannemen dan de fictieve vrouw. Daarnaast bieden ze de mannelijke kandidaat (nogmaals: op basis van hetzelfde cv) structureel een hoger startsalaris en betere secundaire arbeidsvoorwaarden. Deze praktijk zet vrouwen op achterstand en vergroot de loonkloof.

Zelfs als je een plekje aan tafel verovert, wil dat niet zeggen dat je als vrouw eindelijk gezien wordt. Zo merkten hoog opgeleide, assertieve, vrouwelijke stafleden van president Obama dat ze niet werden uitgenodigd voor belangrijke vergaderingen en dat ze, bij de vergaderingen waar ze wel aan deelnamen, niet gehoord werden door de mannelijke deelnemers. Ook dit is een veel vertoonde dynamiek, waar meerdere onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken het bewijs voor leveren. Vrouwen niet zien en horen, ongeacht hoe ze iets zeggen en wat ze doen om gehoord te worden, is zo’n wijd verbreid fenomeen dat er zelfs een cartoon over bestaat:

Wat helpt is om te beginnen om de juiste woorden te gebruiken. Mannen bonuspunten geven, puur en alleen omdat ze een man zijn, is seksistisch. Vrouwen niet zien, overslaan, en achterstellen, is discriminatie, en daar hebben we in Nederland wetten voor omdat het niet mag. Als opnieuw blijkt dat wij als land nog steeds seksistisch zijn, vooroordelen hebben en zodoende vrouwen benadelen, moeten we actie ondernemen. Niet door vrouwen op te zadelen met nog meer werk, maar door als recruiter, als werkgever, en als overheid, op te treden en de structuren zodanig te veranderen, dat vrouwen gelijke kansen krijgen.

Verder moeten recruiters, werkgevers en organisaties aan de bak. Die moeten hun houding veranderen en vrouwen beter in beeld krijgen. Want het gaat niet alleen om recruiters. Ook op andere manieren komen banen veel vaker bij mannen dan bij vrouwen terecht – en soms kunnen vrouwen dat niet weten en kunnen ze er (dus) ook weinig aan doen. Zo discrimineren algoritmes vrouwen, zodat vacatures alleen op het scherm van mannen verschijnen.  Amazon schrapte bijvoorbeeld eind 2018 een programma, omdat het vrouwen oversloeg bij het geautomatiseerd zoeken naar geschikte kandidaten voor ict functies:

In effect, Amazon’s system taught itself that male candidates were preferable. It penalized resumes that included the word “women’s,” as in “women’s chess club captain.” And it downgraded graduates of two all-women’s colleges, according to people familiar with the matter. They did not specify the names of the schools. […] The Seattle company ultimately disbanded the team by the start of last year because executives lost hope for the project, according to the people, who spoke on condition of anonymity.

Meer weten? Het College voor de Rechten van de Mens deed verschillende onderzoeken naar de discriminatie van vrouwen op de arbeidsmarkt – waaronder de loonkloof, zwangerschapsdiscriminatie en andere zaken – en heeft vast en zeker aanbevelingen om dit aan te pakken. De vier hoogleraren van Athena’s Angels verzamelden talloze onderzoeken die mensen kunnen lezen om zichzelf te scholen in gender, seksisme en de manieren waarop bewuste en onbewuste vooroordelen mannen sterken en vrouwen achterstellen. En laten we de achterstelling van vrouwen aub eens wat harder aanpakken, met boetes, in plaats van steeds maar weer te zeggen dat bedrijven zichzelf moeten reguleren. Dat doen ze niet – zie de beschamende resultaten van het beleid om dertig procent vrouwen in topfuncties te bereiken. Zelfs de Sociaal Economische Raad wil nu een hard quotum met sancties, wat dit onderwerp betreft.

De Gereedschapskist: ‘aversive sexism’ en de empathie-kloof

Twee begrippen voor de prijs van één. Aversive sexism, oftewel ‘Vermijdend seksisme’ en de empathie-kloof. In beide gevallen gaat het om termen die sociologen in eerste instantie gebruikten voor kwesties die te maken hebben met racisme en andere vormen van discriminatie op basis van etniciteit. Maar ze zijn ook prima toepasbaar op genderkwesties.

De empathiekloof heeft te maken met beeldvorming. Wiens verhalen vinden we belangrijk, wie horen we niet of nauwelijks? Als je een witte man bent zie je vooral jouw verhalen terug in films, romans en videogames. Je kunt je makkelijk identificeren als de hoofdrol wordt vertolkt door iemand die veel op jou lijkt. Komt er opeens een ander perspectief, dan is het flink slikken. Je bent dat niet gewend, het voelt vreemd aan, misschien zelfs wel ongemakkelijk.

Die empathiekloof stak bijvoorbeeld de kop op in heisa om vrouwelijke voetbalcommentatoren. In landen als Engeland en Duitsland, waar vrouwen WK wedstrijden live versloegen, liepen vooral mannen te hoop tegen hun optreden. Ze vonden de stemmen van vrouwen te schril, wat wisten zij nou van voetbal, en konden die vrouwen niet beter thuis in de keuken blijven en vrouwendingen doen, zoals vloeren dweilen? Kortom nul sympathie voor deze hardwerkende professionals.

Vermijdend seksisme (aversive sexism) steekt de kop op bij mensen die zichzelf liberaal en eerlijk vinden. Ze keuren seksisme in principe af. Als ze iemand anders openlijk seksistische dingen horen zeggen, zoals ‘vrouwen zijn te hysterisch om een land te regeren’, stuit dit hen tegen de borst. Maar stiekem vinden ze vrouwen aan de top ook he-le-maal niks.

Feministisch blad Ms publiceert regelmatig stukken over de analyses van de Gender Watch, en voegt daar eigen analyses aan toe. Zo meent Melanye Price dat een vorm van ontkennend seksisme een rol speelt bij de intense haat die Clinton bij teveel mensen oproept. Ms geeft drie checks om te achterhalen of vermijdend seksisme een rol speelt bij je afkeer van een vrouwelijke leider of een andere vrouw die ergens opduikt waar ze volgens seksistische normen niet thuishoort:

  • Val je haar hard aan maar vind je een mannelijke leider die precies dezelfde dingen deed en zei nog steeds een toffe gast? Zo ja, dan kan vermijdend seksisme een factor zijn in je hekel aan de vrouw die macht heeft of macht wil
  • Haatte je haar eerst en zocht je pas daarna naar argumenten om die haat te rechtvaardigen? Zo ja, dan kan vermijdend seksisme een factor zijn.
  • Reken je haar genadeloos af op beslissingen, waar je andere politici die precies hetzelfde besloten allang voor vergaf? Zo ja, dan kan vermijdend seksisme een factor zijn.

Het kost moeite om je kunstmatige haat af te leren. Russ Belville kan erover meepraten. Hij begon pas kritisch over zijn eigen houding na te denken nadat hij een vraag las aan iemand die Hillary Clinton aanviel toen zij streed om het presidentschap. Wat had ‘die bitch Hillary’ de klager eigenlijk aangedaan? Belville, die zijn artikel publiceerde voordat Ms Magazine de analyse van vermijdend seksisme op internet zette, vertelt over zijn houding en noemt daarbij precies de soorten irrationele weerzin die het feministische blad opsomde. Hillary afrekenen op kwesties waar anderen net zo goed een aandeel in hadden. Van iedere mug een olifant maken:

Maybe Hillary Clinton is what she is because only those qualities and decisions would propel a woman far enough against the current of institutionalized sexism to make it to the presidency. Maybe the grandstanding lies and the political calculations only seem so heinous when they’re done “backwards and in heels”. Hillary Clinton is still not a politician I can say I like, but I think I’m beginning to see her now as simply a compromised corporate-owned centrist Democrat (like a lot of them) and not as evil incarnate.

Je ziet het vermijdend seksisme ook terug in de huidige Democratische race, waar kandidaat Elizabeth Warren gestaag meer steun verzamelt. In 2016 betreurden veel mensen het feit dat Hillary Clinton de Democratische kandidaat voor het presidentschap was geworden. Ze wezen op allerlei minpunten en haastten ze zich om te zeggen dat ze niets tegen een vrouwelijke kandidaat hadden, maar Clinton… Waarom niet iemand anders gekozen, zoals Elizabeth Warren? Die was veel sympathieker en toegankelijker en vriendelijker.

Nu, drie jaar later, doet Warren mee en zoals gezegd doet ze het tot nu toe goed in de race om de Democratische afgevaardigde voor de presidentsverkiezingen te worden. Prompt staan diezelfde mensen op om te betreuren dat Warren kans maakt. Ze hebben op zich niks tegen vrouwelijke kandidaten, maar Warren…. was er nou echt geen andere vrouw? Journalist Ashton Pittman verzamelde een hele reeks voorbeelden van politici, opiniemakers en andere influencers die zich op deze manier in bochten wringen. Ze zijn niet tegen vrouwen, alleen deze ene vrouw. Zo houden ze hun zelfbeeld intact, terwijl ze vrouwen in machtsposities nog steeds in de praktijk afkeuren. Geen enkele vrouw is in hun ogen goed genoeg.

Doe er je voordeel mee…

Ontkennen van vooroordelen heeft averechts effect

Wie ontkent dat hij of zij vooroordelen heeft over vrouwen (en mannen), gedraagt zich daarna seksistischer dan mensen die zich wel rekenschap geven van vooroordelen. Dat blijkt uit onderzoek van een team Franse onderzoekers, geleid door Isabelle Régner en Pascal Huguet van de Aix-Marseille Université. Ze namen sollicitatiecommissies onder de loep en telden hoeveel vrouwelijke kandidaten een baan kregen. Hoe sterker commissies van zichzelf dachten open en eerlijk te kiezen, hoe minder vrouwelijke kandidaten ze benoemden.

Eerdere studies naar de rol van sollicitatiecommissies richtten zich vooral op fictieve situaties. Of testten de rol van vooroordelen door bijvoorbeeld cv’s te laten beoordelen, waarbij boven het ene CV toevallig de naam van een man stond, en bij de andere een vrouw. Die onderzoeken lieten al zien dat mensen de voorkeur geven aan mannen. Degenen die bijvoorbeeld kandidaten voor een baan bij een laboratorium moesten beoordelen, namen bij precies hetzelfde CV vaker de man aan. Dat niet alleen, maar ze boden deze fictieve man ook een hoger startsalaris, mentoring en betere secundaire arbeidsvoorwaarden aan, dan de keren dat ze de fictieve vrouw aan wilden nemen.

De Franse studie bestudeerde echter wat er in de praktijk gebeurt, met echte sollicitaties en echte kandidaten. Ze bestudeerden de besluiten van commissies die bepalen welke wetenschappers een elite onderzoeksplek krijgen bij the National Committee for Scientific Research (CNRS). In twee jaar tijd vond die afweging veertig keer plaats. Wat bleek? Hoe meer leden van sollicitatiecommissies meenden dat ze volledig neutraal en eerlijk waren, hoe meer mannen ze aannamen voor de prestigieuze baan bij de CNRS. Commissies die zich wel bewust waren van de seksistische obstakels die vrouwen tegen komen, namen vaker een vrouw aan.

De studie schetst zodoende een profiel van mensen waar je als sollicitante bij voorbaat al 1-0 achter staat. Wie het bestaan van vooroordelen ontkende, ontdekten Isabelle Régner en Pascal Huguet, onderschrijft vaker theorieën dat vrouwen gewoon beter hun best moeten doen en dan komt alles goed. Ook leefden bij de leden van die commissies een duidelijker beeld van vrouwen die nou eenmaal minder ambitieus zijn en meer aandacht hebben voor kinderen. Vervolgens gaven ze vaker de voorkeur aan een man.

Commissies die zich wél bewust waren van eigen vooroordelen, hadden scherper zicht op obstakels waar vrouwen mee te maken hebben, en deden hun best om vrouwen gelijke kansen te geven. Vervolgens namen ze mannen aan, maar ook vrouwen, en meer vrouwen dan de commissies die zich van geen kwaad bewust waren.

In interviews verklaarde Régner dat de uitkomst van het onderzoek haar niet verbaasde, en dat het hoop biedt. Namelijk dat bewustwording effect heeft. Het helpt mensen vooroordelen te overwinnen en vrouwen een eerlijke kans te geven:

“We were not surprised by the result since we already knew that such implicit gender stereotypes are present in the general population. As women are underrepresented in science, we inherently conclude that science is simply not for women,” says Régner. “The result does bring with it a solution though — when we realize that we have an intrinsic bias, we will make a conscious effort to block this bias.” Régner and colleagues point out that education and training is required to overcome such biases. “We must train evaluators and not simply inform of the existence of discrimination and intrinsic bias,” she says. “We need to explain to them that their behaviour involves memory, and how they themselves are victims of this so that they can effectively counteract it.”

Onzichtbare vrouwen wint belangrijke prijs

De Royal Society, een van de oudste academische organisaties in Engeland, heeft feministe en auteur Caroline Criado Perez geëerd met de prijs voor het beste wetenschappelijke boek van 2019. Ze versloeg vier mannelijke genomineerden met haar boek Onzichtbare Vrouwen, over het gebrek aan data en feiten over de situatie van vrouwen, en de vaak zeer schadelijke gevolgen van die blinde vlek. Aan de prijs is een bedrag verbonden van 25.000 pond.

De jury loofde haar boek omdat het een enorm probleem in kaart brengt. Stel je voor dat je in een wereld woont waar je telefoon niet in je hand past, aldus de Society op haar website. Waar je arts je pillen voorschrijft die niet effectief zijn voor jouw lijf, dat je bij een auto-ongeluk 47% meer risico loopt om ernstig gewond te raken, waar je iedere week uren lang in touw bent met werk wat geen waardering krijgt, nou, grote kans dat je dan een vrouw bent. Perez laat precies zien hoe de wereld een gevaarlijk, discriminerend oord wordt als overal de man als norm geldt en we geen idee hebben wat er met vrouwen gebeurt.

Behalve slecht hanteerbaar gereedschap, slecht zittende werkkleding, onveilige auto’s en software die moeite heeft met een vrouwenstem, kost die blinde vlek letterlijk levens. Zo sterven meer vrouwen dan mannen aan bijwerkingen van medicijnen en sturen artsen vrouwen naar huis terwijl ze midden in een hartaanval zitten, omdat artsen vooral de symptomen van mannen herkennen. Het is niet voor niets dat in Nederland een cardiologe als Angela Maas erop staat dat artsen beter opgeleid worden en gaan herkennen hoe ziektes zichtbaar worden in een vrouwenlijf. Ze publiceerde het boek Hart voor Vrouwen zodat vrouwen beter bewapend met kennis de spreekkamer in kunnen lopen. En hopelijk een hartaanval wat vaker overleven. Zo hoog is de nood, zo erg de schade als deskundigen geen idee hebben wat er aan de hand is zodra het niet in mannelijke vorm voor hun neus staat.

In interviews vertelde Perez dat ze zeer goed weet dat ze met haar werk een knuppel in een hoenderhok gooide. Ze kwam weerstand tegen:

When she began writing, she said, she gave a talk at the launch of the women’s health all-party parliamentary group, during which she said “very innocuous things that are very well-known, like how women are more likely to be misdiagnosed with a heart attack, how female animals are not being included in studies, how women are having adverse drug reactions”. She received an angry response from some of the male doctors present.“It was a real shock to me. As someone who doesn’t have a science background, I’ve always looked up to scientists as objective and rational. Even though I knew there was this bias in medical science, I thought that hearing the evidence, they would react in a ‘We need to fix this’ kind of way rather than a ‘What is this stupid woman talking about?’ kind of way,” she said.

Ze is daarom extra blij met de prijs van de Royal Society. Het is een blijk van erkenning van de wetenschappelijke wereld en een steun in de rug om veranderingen te bereiken.

Bergen data leggen seksistische patronen bloot

Amerikaanse partijprogramma’s bevatten gemiddeld slechts 3% tekst specifiek over vrouwen. Kledingvoorschriften op school zijn vooral tegen meisjes gericht en seksualiseren hun lichaam. Wij mensen staan bevooroordeeld tegenover boeken van schrijfsters, en beoordelen hun werk stelselmatig als minder literarair en minder belangrijk dan het werk van schrijvers. Hoe weten we dat? Omdat mensen open data en grote bergen gegevens kunnen analyseren met behulp van computers. Die bergen data leggen seksistische patronen genadeloos bloot. Wetenschappers en sites zoals The Pudding doen leuke dingen met de verzamelde inzichten.

Open data en het analyseren van grote hoeveelheden onderzoeksgegevens rukken op. Het CBS omschrijft open data als ‘vrij toegankelijke datasets die eenvoudig door computers verwerkt kunnen worden’. Daarnaast verzamelen wetenschappers grote hoeveelheden informatie, waar ze daarna software op los laten. Beide methodes maken inzichtelijk hoe wij mensen denken en handelen. De resultaten zijn, als het gaat om gender, meestal niet fraai. Maar hoe confronterend ook, ze helpen wel om zichtbaar te maken wat er gebeurt, en bevorderen het bewustzijn. Daarna kun je er hopelijk iets aan doen….

Voorbeelden? Neem taalkundige Corina Koolen. Zij onderzocht met behulp van computers de oordelen die lezers geven over de literaire kwaliteit van romans. In een heel interessant artikel legt ze de methode uit, en zet ze een aantal uitkomsten op een rijtje. Zo kan software bepaalde woorden herkennen, die vaak samen voorkomen in de context van een beter of minder goed beoordeelde roman. Koolen: ” ‘mobiele telefoon’ is meer typisch voor romans met een lage score, ‘de oorlog’ voor romans met een hoge score. Los doen deze elementen niet altijd veel, maar opgeteld kunnen ze aardig de gemiddelde scoren voorspellen.”

Kijk je op die manier naar een dataset, dan blijkt al snel dat auteurs veel overeenkomsten vertonen. Een los stuk tekst geeft geen enkel inzicht in de sekse van de auteur. Maar als de naam van de auteur bekend is bij de lezer, zodat die weet of het een man of een vrouw is, beoordelen lezers het werk van die vrouwelijke auteur prompt als lager, minder:

Uit de computeranalyses blijkt dat de stijl van een tekst veel meer wordt bepaald door het genre, dialoog en narratief dan door het gender van de auteur. ‘Het gaat dus vooral om perceptie: vrouwelijke auteurs zijn geen andere soort, zij schrijven – net als mannelijke auteurs – in de stijl van het genre dat zij beoefenen. Er wordt vaak een ‘idee van vrouwelijkheid’ in teksten van vrouwelijke auteurs gelegd. Bovendien kunnen lezers niet uitleggen waarom ‘vrouwelijk’ gelijk staat aan laag-literair en ‘mannelijk’ niet. Een man die op zoek is naar zichzelf, is het onderwerp van een bildungsroman. Een roman over een vrouw die dat doet, is in de perceptie van de lezer sneller een ‘vrouwenboek’. Het is allemaal heel subtiel en alle lezers doen er – vaak onbewust – aan mee. Blijkbaar haakt de lezer bij het beoordelen van de tekst onbewust te veel in op die elementen die stereotypen bevestigen.’

Wat Corina Koolen doet met literair onderzoek, verheft een site als The Pudding tot grote hoogte. De mensen achter deze Amerikaanse website benutten open data, zoals verkiezingsprogramma’s van politieke partijen in de V.S., of kledingvoorschriften op scholen, om er vervolgens visuele essays van te maken. Zo bleek uit de analyse van de teksten van verkiezingsprogramma’s dat Amerikaanse partijen specifieke vrouwenkwesties compleet negeren. Zelfs in jaren waarin je zou mogen verwachten dat er aandacht voor is, zoals tijdens de Seneca Falls conferentie, de strijd voor het kiesrecht, campagnes om vrouwen naar de fabriek te lokken tijdens de tweede wereld oorlog, en de strijd voor legale abortus, schitteren vrouwenkwesties door afwezigheid. Zie ook de youtube video van The Pudding hierboven in de tekst.

The Pudding heeft nog veel meer van dit soort mooie producties. Hoe zit het bijvoorbeeld met die kledingvoorschriften? In de meeste gevallen blijken de ge- en verboden meisjes harder te treffen dan jongens. En brengen veel scholen een seksistisch verband aan tussen het sexy uiterlijk van meisjes, en het schaden van de concentratie van mannelijke leerlingen en docenten met hun  te sexy aanwezigheid. Bedek jezelf, slet, anders leid je mannen af van hun Belangrijke Taken! Geen boodschap die je een elfjarige wil geven, maar het gebeurt. En meisjes pikken die boodschap op en gaan zich schamen voor hun lijf. Niet goed.

Andere interessante en leuke visuele essays die de moeite waard zijn om te bekijken: Het lijkt erop alsof mannen met hogere stemmen zingen dan vroeger. Klopt dat? LGBTQ mensen trokken vaak naar steden om te ontsnappen aan strikte sociale controle in kleine dorpen. Welke rol speelt gender in de keuze voor een stadswijk? Onder andere de loonkloof – doordat vrouwen minder inkomen verdienen, zijn lesbische stellen veroordeeld tot de goedkopere buurten. Homoseksuele stellen concentreren zich in exclusievere wijken. Lees verder in Mannen zijn van Chelsea, Vrouwen zijn van Park Slope. En hoe lang moet een vrouw gemiddeld reizen om in de V.S. een abortuskliniek te bereiken? Die vorm van medische zorg blijkt steeds ontoegankelijker te worden…

The Pudding, van harte aanbevolen.

Voorbeeld Turkije kan wetenschapsters helpen

Europese universiteiten zouden het voorbeeld van… jawel… Turkije moeten volgen, om academische vrouwen eerlijke kansen te geven. Dat stelt N plus One magazine in een wetenschappelijk onderbouwde analyse van seksisme op universiteiten, plakkende vloeren, glazen plafonds, en wat daaraan te doen. In Turkije heeft ‘wetenschap’ geen mannelijke lading, stelt het blad, zijn werving- en selectieprocedures openbaar en strak georganiseerd, en werd weerstand bij mannelijke academici verzacht door de personeelspool uit te breiden, zodat een man niet de indruk kreeg dat hij kansen mis liep omdat een universiteit per se een vrouw wilde benoemen.

N plus One magazine dringt aan op actie, omdat vrouwen nu massaal uitvallen in een hindernisloop waarbij factoren die hen benadelen, mannen juist bevoordelen. Door allerlei mechanismen krijgen mannen zo vaak kansen, het voordeel van de twijfel, of toegang tot de juiste personen, dat een onevenredig aantal van hen doorstoot tot de top. Onderbouwd met allerlei goed uitgevoerd onderzoek toont de auteur van het artikel aan dat vrouwen, die een loopbaan in de wetenschap willen,  in de marge belanden vanwege drie hoofdoorzaken: mannelijke romantische partners, mannelijke medestudenten en de vooroordelen van mannelijke poortwachters op universiteiten, laboratoria en onderzoekscentra.

Wat betreft romantische partners wijst onderzoek uit dat veel mannen er automatisch vanuit gaan dat hun carrière belangrijker is dan die van hun echtgenote. Wil ‘de echtgenote van’ ook iets, dan stuit zij al snel op mokkende mannen die klagen, emotionele chantage uitoefenen, en de situatie saboteren, net zolang totdat zij inschikt. De ‘partners van’ geven vervolgens eigen banen op om voor het werk van hun man te verhuizen naar zijn nieuwe werkplek. En draaien thuis op voor de zorg voor kinderen en huishouden, terwijl hij ongehinderd onderzoek doet en blijft publiceren. Wat dat betreft kunnen vrouwen maar beter niet trouwen, als ze hun eigen dromen waar willen maken. Een deprimerende situatie, die het gevolg is van een complex samengaan van opvoeding, verwachtingen, sociale druk, discriminatie, machtsstructuren enz. enz.

Wat betreft mannelijke medestudenten: die ontmoedigen hun vrouwelijke mede studenten en geven hun vrouwelijke docenten en professoren op seksistische gronden lagere waarderingen dan hun mannelijke docenten en professoren. In beide gevallen schaden ze de motivatie, kansen en vooruitzichten van de vrouwen met wie zij in aanraking komen.

Wat betreft de mannen met macht op universiteiten, laboratoria en onderzoekscentra: deze mannen houden een old boys network in stand waar vrouwen niet doorheen komen. Het blad citeert onder andere het baanbrekende onderzoek van Marieke van den Brink, naar de gang van zaken rond benoemingen op universiteiten. Ze bewijst dat witte mannen witte mannen als hoogleraar recruteren en vrouwen niet zien staan. N plus One constateert dat dit netwerk de reden is waarom diversiteitscampagnes zo vaak falen. Zo lang mannen mannen benoemen en elkaars positie beschermen, is de rest dekstoelen recht zetten op de Titanic.

De mannen met macht en status beïnvloeden ook de wetenschappelijke positie van hun vrouwelijke collega’s. Bij veel universiteiten hangt promotie af van publicaties en het effect van je publicaties. Daarom is het voor wetenschapsters erg schadelijk dat mannelijke wetenschappers hun werk niet lezen, en vooral zichzelf en werk van mannelijke collega’s citeren. N plus One:

The gendering of citation practices combined with the rarity of women in the upper echelons of the academy mean that fewer women are in a position to influence the shape of the discipline itself, leaving such power overwhelmingly in the hands of men. In a study of the five hundred most influential recent philosophy articles and the citation networks connecting them, only 3.5 percent were by female scholars, leaving whole islands of debate networks totally bereft of women

Dit leidt tot eenzijdige wetenschap, waarbij zogenaamd universeel geldige conclusies eigenlijk alleen gelden voor mannen, en je een groot deel van de probleemanalyse en mogelijke oplossingen mist. Neem bijvoorbeeld de Franse wetenschapper Piketty. Die schreef een boek over toenemende ongelijkheid door een concentratie van kapitaal in de handen van een kleine elite, maar negeerde gender als categorie, negeerde het werk van feministische economen, en miste zodoende allerlei oorzaken van die ongelijkheid, en mogelijke oplossingen.

Vrouwen botsen daarnaast aan tegen twee vijandige praktijken. Ten eerste een structureel wantrouwen jegens wetenschapsters. Keer op keer moeten ze bewijzen dat ze hun vak beheersen, dat ze écht weten waar ze het over hebben. Dit zorgt ervoor dat vrouwen onder hoge druk staan, perfectie moeten leveren, en bijvoorbeeld langer schaven aan publicaties omdat redacties van vakbladen hun artikelen anders weigeren. De tweede vijandige praktijk is seksuele intimidatie. Dat jaagt vrouwen letterlijk de wetenschap uit. Blijven ze, dan kampen ze met trauma’s en wordt het voor hen lastiger om zich thuis te voelen in het academische milieu. Ze hebben aan den lijve ervaren dat ze moeten werken in een seksistisch systeem, waarbij mannen stelselmatig het voordeel van de twijfel krijgen terwijl zij in de kou blijven staan.

Al die mechanismen en hindernissen zorgen ervoor dat het niet uitmaakt dat minder mannen studeren en, als ze gaan studeren, vaak minder presteren dan vrouwen:

The same mechanisms that pull women down are the ones that push men up, compensating for the latter’s initial lack of numbers in undergraduate studies until they become an overwhelming majority among the academic elite. All these various parts, some seemingly innocuous and others quite abominable, operate together, defeating attempts that remediate only a single aspect of the patriarchal machine.

Vandaar dat het magazine de blik werpt op Turkije. Vanuit het verleden heeft wetenschap hier een genderneutrale betekenis. De universiteit geldt als een veilige plek waar vrouwen op een respectabele manier een loopbaan kunnen hebben. Daarnaast verlopen sollicitatieprocedures gecentraliseerd, volgens heldere regels. Het gaat net niet zover als orkesten, die kandidaten achter een gordijn voor laten spelen (en opeens veel meer vrouwelijke muzikanten aannamen), maar het scheelt weinig.

O, en quota instellen, adviseert het vakblad. Want, zoals N plus One magazine constateert: op dit moment genieten mannen zoveel oneigenlijke voordelen, met zo’n sterk old boys network, dat je niet anders kunt dan daar iets krachtigs tegenover zetten.

Hoe gaat dat in de praktijk? In Nederland nam onder andere de TU Eindhoven drastische maatregelen. De komende maanden wil de universiteit alleen vrouwen benoemen. Pas als vacatures langer dan een half jaar open blijven staan, wil de universiteit de cv’s van mannelijke kandidaten zien. Nee, dat leidt niet tot de Apocalypse, zoals Linda Duits grappend schreef. Integendeel, vanwege alle voordelen die mannen genieten, mag je stellen dat universiteiten genoegen namen met minder goede mannelijke kandidaten. Ze misten de excellente vrouwen. Dus heel goed idee om van houding te veranderen en meer te doen om vrouwen een eerlijke kans te geven. Ook al zijn vrouwen in de techniek schaars, onder andere de TU zelf en het het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren zijn optimistisch over de haalbaarheid:

“Er zijn jarenlang mannen van middelmatige kwaliteit  benoemd en zeer hooggekwalificeerde vrouwen gepasseerd, dus het zou heel raar zijn als het niet lukt om vrouwen te vinden”, zegt voorzitter Hanneke Takkenberg, zelf hoogleraar in Rotterdam.

Rock and Roll: vrouwen van het eerste uur

Waar het schrijven van een scriptie al niet toe kan leiden. Van een onderzoek naar muzikantes in de Rock&Roll, naar een uitgebreide website met database op internet waar je zo uren zoet bent als je ergens op begint te klikken. De scriptieschrijfster: Leah Branstetter, die haar studie voor musicologe afsloot met een onderzoek naar Rock and Roll artiesten uit de jaren vijftig. De site: Women in Rock.

Branstetter kwam tot haar thema nadat ze haar hele leven gehoord had dat vrouwen niet actief waren in Rock and Roll. Het zouden alleen mannen zijn geweest, die in de jaren vijftig de basis legden voor dit genre. Het probleem ligt diep en is structureel. Over welke periode je ook spreekt, vrouwen komen er niet aan te pas. Zo telt de beroemde Amerikaanse Hall of Fame waar het Rock and Roll betreft niet meer dan circa 8% vrouwelijke artiesten.

Branstetter geloofde er niets van, dat vrouwen geen deel uit zouden maken van de Rock and Roll. Ze dook de geschiedenis in en trof honderden artiesten aan, die in de beginjaren van het muziekgenre stevig aan de weg timmerden. Breed, als artiest en muzikante, maar ook in allerlei andere rollen, zoals songwriter:

And many more participated in other ways: writing songs, owning or working for record labels, working as session or touring musicians,designing stage wear, dancing, or managing talent—to give just a few examples. It is true that women’s careers didn’t always resemble those of their more famous male counterparts. Some female performers were well known and performed nationally as stars, while others had more influence regionally or only in one tiny club. Some made the pop charts, but even more had impact through live performance.

Branstetter ging gedegen te werk. Magazines willen nog wel eens op de proppen komen met lijstjes vrouwen die opgenomen zouden moeten worden in overzichtswerken en Hall of Fame lijstjes. Branstetter doet dit ook, maar neemt een indrukwekkende bronnenlijst mee. Wie de Engelse taal beheerst vindt daar allerlei interessante boektitels, onderzoeken en andere bronnen. Handig voor mensen die zelf aan de slag willen of zelf ander onderzoek willen doen naar gender en muziek.

Het hart van de site vormen uiteraard de biografieën van allerlei min of meer vergeten vrouwen, die in de jaren vijftig impact hadden op de Rock and Roll scene. Regelmatig komt er weer een portret van een artieste bij, dus het loont de moeite om regelmatig een kijkje te nemen. Women in Rock voorziet ook in interviews met artiesten. Tot nu toe staan er gesprekken op de site met mensen zoals Beverly Ross, Wanda Jackson, Linda Gail Lewis en Laura Lee Perkins. Branstetter stelde ook een Spotify lijst samen, zodat mensen de muziek kunnen beluisteren.

Branstetter’s site werd zeer lovend ontvangen. Voor meer over haar werk, zie bijvoorbeeld: Open Culture over de lancering van de site, of Far Out Magazine over de betekenis van deze vroege pioniersters.

Vastendieet verdient zeer kritische blik

Daar was-ie weer, deze keer bij EenVandaag. Een man die enthousiast de voordelen van het vastendieet aanprijst. Iedere week een of twee dagen nauwelijks eten en het gezondheidswalhalla opent haar poorten voor je. Klinkt super, en er zijn veel andere mensen die deze vorm van diëten aanprijzen. Vaak mannen. En dat is geen toeval: onderzoek wijst uit dat mannen inderdaad gezondheidsvoordelen ervaren bij vasten. Maar naar vrouwen is weinig onderzoek gedaan, en het onderzoek wat er is lijkt erop te wijzen dat de effecten voor vrouwen juist negatief zijn.

Zoals zo vaak blijven vrouwen onzichtbaar in onderzoeken naar medische- of gezondheidsverschijnselen. Journalisten zoals Caroline Criado Perez (Invisible Women), Maya Dusenberry (Doing Harm) en in Nederland cardiologe Angela Maas en organisaties zoals Women Inc. met campagne Behandel me als een dame, allemaal wijzen ze erop dat onderzoek decennia lang plaats vond met de man als norm. Mannen bepaalden de onderzoeksagenda en verrichten studies op basis van mannelijke dieren en/of mensen van de mannelijke sekse.

Wat onderzoekers aan resultaten vonden, inclusief onderzoek naar diëten, pasten ze vervolgens klakkeloos toe op vrouwen. Met als gevolg dode, verminkte of zieke vrouwen, en geneesmiddelen die voor vrouwen veel meer ernstige bijwerkingen hebben dan bij mannen. Pas de laatste tien, twintig jaar hebben vrouwen meer banen in de medische wereld en komen onderzoeken naar vrouwen op gang.

Dezelfde situatie zie je bij onderzoeken naar het effect van periodiek vasten. Veel studies gaan over mannen en mannetjesdieren. Die blijken baat te hebben bij het vastendieet en verbeteren er hun gezondheid mee. Logisch dus, dat mannen lyrisch zijn over de waarde van het vastendieet. Ze hebben groot gelijk.

Over vrouwen ontbreken gegevens echter, omdat onderzoekers hen niet meenamen in de studie. Of ze zijn gebaseerd op zulke kleine groepen vrouwen dat je alleen kunt spreken van aanwijzingen die verder onderzoek noodzakelijk maken. Binnen die context is het enige wat je kunt zeggen dat de eerste aanwijzingen negatief zijn. Vrouwen melden problemen met hun hormonen, schildklier en menstruatiecyclus, slapen slechter, ervaren meer stress en kunnen glucose slechter verdragen (een vroeg waarschuwingssignaal voor diabetes). Nogmaals, de studies zijn schaars, dus zie dit als aanleiding voor verder onderzoek. Maar het eerste beeld is dat veel vrouwen meestal weinig opschieten met het vastendieet.

De enige categorie vrouwen waarbij het een of twee dagen vasten dieet enigszins positieve effecten had, was een beperkte groep zwaar obese vrouwen. Het ging bij dit onderzoek van de universiteit van Adelaide om 88 vrouwen die zich tien weken aan deze dieetvorm hielden. Daarna stopt de data-stroom, dus er is geen informatie beschikbaar over de langere termijn. Bovendien werken alle diëten de eerste paar weken, maakt niet uit wat en via welke methode (waarna je in een paar jaar tijd de verloren kilo’s meestal weer terugkrijgt, plus een paar extra). Het zegt niet zoveel.

Het vastendieet is niet de enige aanpak waarbij blijkt dat mannen er meestal beter van worden, en vrouwen weinig effect ondervinden of zich er slechter door gaan voelen. Hetzelfde zie je bij het Ketogeen dieet, een methode waarbij je koolhydraten zoveel mogelijk laat staan. Opnieuw zie je dat mannen voornamelijk baat hebben bij dit dieet, terwijl vrouwen zich beroerd gaan voelen omdat het Ketogene dieet bij hen negatieve gezondheidsverschijnselen veroorzaakt. Zo raken vrouwen hormonaal uit balans en kan keto bij hen juist een toename van gewicht veroorzaken.

Kortom, prima als mannen enthousiast zijn over het vastendieet. Maar als ze daarna druk uitoefenen op vrouwen in hun omgeving om het ook te doen, gaan ze te ver. Vrouwen: kennis is macht. Trap er niet in. Wat goed is voor hem, is lang niet altijd goed voor jou.

Moordenaars vertonen opvallend vaak vrouwenhaat

En weer pakt een witte man een wapen en schiet om zich heen. Deze keer in de Amerikaanse stad El Paso. En kort daarop een andere witte man, nu in de stad Dayton, in de staat Ohio. Daders van dit soort slachtpartijen in het openbaar hebben allerlei motieven, zoals religieus-extremisme, psychische problemen en racisme. Maar wie ze allemaal naast elkaar zet, ziet een link die opvallend vaak terugkeert: bijna alle moordenaars hebben een geschiedenis van vrouwenhaat. Weerzin tegen vrouwen lijkt een overkoepelend motief, los van religie, politieke overtuiging of andere -ismen.

Bij de meest recente moordpartijen moet het uitzoekwerk nog beginnen. Maar daags na de schietpartij in Dayton is al duidelijk dat de dader onder andere zijn jongere zusje neerschoot. Daarnaast werd hij twee keer van school gestuurd, wegens het opstellen van een lijst met mensen die hij wilde vermoorden, en een lijst namen van mede studentes, die hij wilde verkrachten. Hij mocht in dat laatste geval terugkeren op voorwaarde dat hij een excuusbrief schreef naar de meisjes uit de lijst, melden diverse klasgenoten.

Magazine Mother Jones analyseerde 22 eerdere moordpartijen uit de reeks van de afgelopen acht jaar tot in de details. Van die groep daders bleek dat 86% zich eerder schuldig had gemaakt aan huiselijk geweld. 32% had voor zijn moordpartij vrouwen gestalkt of op andere manieren lastig gevallen. 50% richtte zich op vrouwen – ze doodden ook mannen en kinderen die in de weg liepen, maar verklaarden in manifesten voor of verhoren na hun misdaad dat ze vooral vrouwen wilden raken.

Het patroon geldt voor Amerika, waar massaal wapenbezit moordpartijen in de hand werkt, maar is ook duidelijk zichtbaar in Europa. Veel daders van aanslagen in Engeland, Frankrijk en Duitsland mishandelden eerst hun “eigen” vrouwen voordat ze op straat mensen begonnen te vermoorden uit naam van ras of religie. Anderen gaven op andere manieren blijk van vrouwenhaat, bijvoorbeeld door seksueel geweld, stalking of het publiceren van hatelijke tirades. De link is zo sterk dat huiselijk geweld en andere agressie tegen vrouwen mag gelden als een voorspellend signaal voor latere terreurdaden in de openbaarheid.

Daarnaast onderschrijven de daders bewust of onbewust een bepaalt soort giftige mannelijkheid: willen domineren, macho zijn, spanningen en problemen oplossen met agressie, de glamour van de krachtige man met een groot geweer in zijn handen. De ene keer is die giftige mannelijkheid religieus getint, andere keren hangt het samen met racisme. Bijvoorbeeld als witte man gekleurde mensen doden om je witte vrouwen te beschermen, zodat zij in alle rust zoveel mogelijk witte baby’s kunnen baren en zo de westerse beschaving redden. Een deel van de witte vrouwen in de V.S. omhelst die ideologie trouwens enthousiast. Ze rekenen erop dat hun mannen sterk en stoer zijn en met geweld het blanke ras verdedigen.

Het lijkt erop dat de dader van El Paso ook tot die stroming behoort. Op internet verklaarde hij het op Latijns Amerikanen gemunt te hebben, omdat die Texas onder de voet lopen. Ook maakte hij een foto van het woord Trump, met wapens neergelegd in de vorm van de letters, en publiceerde hij op een extreem rechts forum, waar hij andere mensen kon vinden die net als hij het blanke ras menen te moeten verdedigen tegen een invasie van gekleurde anderen. Desnoods met geweld jegens die gekleurde anderen, en met verplicht baren voor ‘hun’ ‘eigen’ vrouwen. Een giftige mix van racisme en seksisme.

Het erge is: dit wisten we al in de jaren tachtig. Voor haar recente boek Home Grown dook Joan Smith in het vrouwenhatende karakter van dit soort moordenaars:

The book begins with a quote from Nazir Afzal, former Chief Crown Prosecutor for the North West of England: “There was research in the 1980s…the number one finding was that the first victim of an extremist or terrorist is the woman in his own home. We’ve forgotten that. We haven’t built on that.” “Home Grown” provides irrefutable evidence based on researching the histories of many mass killers, that the men who commit public atrocities have very probably practised their terrorism at home first. It also suggests that the lessons that should have been learned in the 1980s are still being resisted today.

Dat we nog steeds weerstand bieden aan het recht in de ogen kijken van mannelijke agressie, kan wellicht verklaard worden uit het femomeen van hempathie, een term bedacht door filosofe Kate Manne. In een patriarchale samenleving vertonen veel mannen en vrouwen de neiging om mannen in bescherming te nemen. Hij bedoelde het niet zo. Het was een grapje. Ja, hij schoot dertig mensen dood, maar hij was een onbegrepen, eenzame ziel met problemen. Of nee wacht, hij was nog jong en dan zijn je hersenen nog niet helemaal uitontwikkeld, zodat het lastig is onder druk goede beslissingen te nemen. Hoe witter de man, hoe sterker de neiging hem zoveel mogelijk uit de wind te houden, wat hij ook deed.

Daarnaast hebben zeker vrouwen domweg teveel te verliezen als ze agressie van mannen aan de kaak proberen te stellen. Vrouwen worden niet geloofd, of krijgen (sociale) straf – roddel en achterklap, het stuklopen van je relatie, waarna je als vrouw meestal in armoede vervalt terwijl de man vrolijk door gaat. Als cultuur oefenen we grote druk uit op vrouwen om te blijven zwijgen. En mannen spreken mede-mannen vaak niet aan omdat zij niet het doelwit van agressie zijn, het probleem niet zien, of zich (meestal onterecht) persoonlijk aangevallen voelen en hun kont tegen de krib gooien. Zo kan mannelijke agressie door etteren. En blijven overheden, instanties en denktanks in vruchteloze rondjes doordraaien.

Het is geen toeval dat bijna alle daders van massale moordpartijen mannen zijn. Het is geen toeval dat de overgrote meerderheid van de daders andere -ismen en problemen vermengen met een fikse dosis vrouwenhaat. Het wordt hoog tijd dat we deze dodelijke problematiek door een genderlens gaan bekijken, en vroege signalen serieus nemen.

Mannen kunnen vrouwen straffeloos verkrachten

Wil je als man de opwinding voelen van het plegen van een misdaad, maar heb je geen zin in celstraf? Verkracht dan een vrouw. Geen haan die daar naar kraait, ontdekten onderzoekers uit Engeland en de V.S. In Engeland haalt nog geen 1,5 (één komma vijf) procent van de zaken een aanklacht bij een rechter. In de V.S. wandelen per 50 verkrachtingen 49 daders ongestraft weg. Nederland heeft geen volledig betrouwbare cijfers beschikbaar, maar op basis van wat we wél weten kun je stellen dat de situatie hier hetzelfde is.

Magazine The Atlantic dook in de situatie en komt net als Engelse collega’s tot de conclusie dat er een epidemie van ongeloof heerst. Zodra een vrouw aangifte wil doen, treden bij de autoriteiten allerlei scripts in werking. Vaak onbewust. De vrouw liegt. Ze overdrijft. Ze wílde seks, maar daarna toch niet, en roept nu verkrachting om de man in kwestie dwars te zitten. En hoe zit het met die vrouw? Had ze alcohol op, wat voor kleding droeg ze, gaf ze aanleiding voor ‘misverstanden’?

Vanuit dat epidemische ongeloof gaat het snel bergafwaarts. Voor de V.S. omschrijven deskundigen de situatie als volgt:

Police may try to discourage the victim from filing a report. If she insists on pursuing a case, it may not be assigned to a detective. If her case is assigned to a detective, it will likely close with little investigation and no arrest. If an arrest is made, the prosecutor may decline to bring charges: no trial, no conviction, no punishment. […] in 49 out of every 50 rape cases, the alleged assailant goes free—often, we now know, to assault again. Which means that rape—more than murder, more than robbery or assault—is by far the easiest violent crime to get away with.

Het gebrek aan actie als een vrouw een verkrachting wil melden, is niet alleen zichtbaar in dramatisch lage vervolgingspercentages. Het is ook zichtbaar in bergen niet onderzocht bewijsmateriaal. Vrouwen kunnen een zogenaamde ‘rape kit‘ laten maken. Dat betekent dat medisch personeel kledingresten met bloed en/of sperma, en soortgelijke sporen op en in het lichaam, op de correcte manier verzamelt als bewijsmateriaal. Nog steeds liggen tienduizenden van dit soort pakketjes bewijsmateriaal ongeopend op planken te verstoffen. Pas onder president Obama kwamen fondsen vrij om alsnog te kijken welke DNA sporen de rape kits bevatten, en maken agenten een begin met daders zoeken. Nog steeds liggen echter naar schatting 250.000 rape kits op de plank:

“I believe fundamentally there was a gender bias at issue,” Vance said of the backlog at a press conference. “A crime mostly involving women was simply not viewed as important to solve.”

In Engeland zie je hetzelfde mechanisme van ongeloof en vrouwen afwimpelen zonder fatsoenlijk onderzoek te verrichten. Slechts één op de 65 zaken komt in het stadium van aanklacht, de andere 64 zaken sneuvelen. Ook hier constateren onderzoekers een hindernisbaan waardoor steeds meer zaken afvallen, vergelijkbaar met de beschrijving hierboven. Ook hier begint het bij ongeloof en wantrouwen jegens vrouwen die aangifte willen doen. Weet ze dat wel zeker? Weet ze wel welke straf er staat op het doen van een valse aangifte? Het proces is zo wreed dat slachtoffers regelmatig verzuchtten dat ze wensten dat ze nooit door hadden gezet:

“If I could do it again I would not do it. What it did to my mental health, it was not worth it.”

In Nederland zijn écht betrouwbare cijfers schaars, wegens versnippering, veranderende definities, onbetrouwbare ICT en ander gedoe. Het lijkt er echter sterk op dat ons land met dezelfde situatie kampt als Engeland en de V.S. In Nederland wil slechts 13 procent van de vrouwen aangifte doen, meldt De Volkskrant. Daarna volgt een ‘informatief gesprek’ bij de politie. Dat gesprek zorgt ervoor dat ruim de helft, 59 procent, van de meldingen afvalt. Van de aangiftes die dan nog overblijven, haakt het OM bij 57 procent van de gevallen af, vaak wegens allerlei problemen rond de bewijsvoering. Zoals dagblad Trouw het samenvat: zedenzaken zijn langdurig (gemiddeld duren ze twee jaar), pijnlijk, en leiden zelden tot een veroordeling.

Goed onderzoek doen en daders veroordelen loont echter. Omdat slachtoffers recht wordt gedaan, maar ook omdat straf daders wel degelijk tegenhoudt. Van de in Nederland veroordeelde mannen (en nogmaals, veroordeling en celstraf zijn een enorme uitzondering op de regel) gaat een kwart daarna gewoon weer in de fout. Maar celstraf zorgt er ook voor dat de andere 75% de boodschap begrijpt en stopt met verkrachten. Het heeft dus zin om misdaad aan te pakken. Wow!

Daarnaast leveren fatsoenlijk onderzochte zaken een schat aan informatie op. De Amerikaanse politie behandelt tot nu toe iedere verkrachtingszaak als een op zichzelf staand geval. Daar moeten ze echter snel mee stoppen, want op basis van DNA sporen uit rape kits blijkt dat één op de vijf verkrachters serieverkrachters zijn en slachtoffer na slachtoffer maken. Ze hebben geen herkenbare aanpak: ze verkrachten als de gelegenheid zich voordoet, en hun slachtoffers zijn vrouwen die ze kennen, maar ook totaal onbekende vrouwen die toevallig voorhanden waren.

De daders stapelen zich op nu de Amerikaanse politie eindelijk serieus aan het werk gaat met rape kits. Nathan Loebe verkrachtte zeven vrouwen in een periode van 12 jaar. Dandre Shabazz verkrachtte minstens vijftien meisjes en vrouwen tussen december 2001 en mei 2005. Gary Clair belandde achter de tralies nadat hij in 2010 drie vrouwen verkrachtte, maar na onderzoek van rape kits steeg het aantal slachtoffers naar vier. In al deze gevallen had de politie de kans gekregen om deze mannen na hun eerste misdaad op te pakken. Dat gebeurde niet, en dus gingen ze door en verpestten de levens van nog meer meisjes en vrouwen.

Het wordt hoog tijd dat de overheid seksueel geweld tegen vrouwen serieus neemt. Dat aangiftes geaccepteerd worden zonder dat slachtoffers als dader behandeld worden en door tien brandende hoepels moeten springen. Dat in Nederland de wetgeving rond verkrachting eindelijk gaat voldoen aan het verdrag van Istanbul, een door Nederland ondertekend verdrag van de Raad van Europa, dat gericht is op het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en van huiselijk geweld. Het probleem is té groot en treft té veel vrouwen.

Gereedschapskist: ‘manslamming’

Charlotte Riley voerde een experiment uit. Wat zou er gebeuren als ze op straat en in het openbaar vervoer niet automatisch aan de kant zou gaan voor mannen? Haar verslag in The New Statesman is hilarisch, maar maakt een ding pijnlijk duidelijk: mannen verwachten bewust of onbewust dat vrouwen en andere wezens ruimte voor hen maken. Doen vrouwen dat niet, dan volgen botsingen. Oftewel: manslamming.

Dit persoonlijke experiment staat niet op zichzelf. Een vakbondsorganisator uit New York, Beth Breslaw, hield het een paar weken vol om stug rechtdoor te lopen als ze tegenliggers kreeg. Vele botsingen met mannelijke voetgangers waren het vervolg. Ze kwam op het idee voor dit experiment door de ervaringen van een vrouwelijke kennis:

“She would get on the train and have nowhere to sit because men were all spread out on the seats,” Breslaw told me with a laugh. “Then she’d get off the train and have nowhere to walk because men don’t get out of the way.” It’s a phenomenon that perhaps we could call manslamming: the sidewalk M.O. of men who remain apparently oblivious to the personal space of those around them. Should you choose not to yield to these men, they will walk directly into you without even acknowledging it.

Naast Riley herhaalde ook de Canadese journaliste Kelli Korducki dat experiment, nu in Toronto. Ook zij zag zich geconfronteerd met mannen die niet uit wilden wijken omdat ze er klakkeloos vanuit gingen dat zij gewoon door kunnen lopen en dat vrouwen wel opzij zullen gaan. Ook in dit geval waren vele botsingen het gevolg. Kortom, of je nou kijkt naar Londen, New York of Toronto, besluit als vrouw om over straat te lopen ‘als een man’ en je krijgt vele, vele botsingen/manslamming.

In Nederland fietsland heb ik zelf ook een paar keer gekeken wat er gebeurt als je in een rechte lijn doorfietst met mannelijke tegenliggers. Opeens valt dan op hoeveel mannelijke weggebruikers het ruim nemen met hun rij-laan. Bijna botsingen met scheldende mannen op fietsen en brommertjes (‘kijk uit je doppen, stomme doos’) waren het gevolg. Zoveel dat ik het experiment stopte omdat ik ongelukken vreesde. Voortaan hou ik me weer aan het allerrechtste rechter buitenkantje van ‘mijn’ deel van de rij-laan. Dan blijf ik veilig voor breeduit fietsende heren. (En senioren m/v op elektrische fietsen, want dat is ook een groep waarvan opvallend veel leden denken dat er niemand anders te bekennen is op de weg.)

Enfin. Waarom manslamming? Mannen geven desgevraagd zelf toe dat zij gesocialiseerd zijn om ruimte in te nemen in het openbaar. Ze denken er verder niet over na – tenzij lastige vrouwen hen confronteren met hun gedrag.

Maar als je wat breder en dieper kijkt, is het niet zo gek dat mannen als vanzelfsprekend door de openbare ruimte bewegen en hun gang gaan zonder verder bewust ergens op te letten. De Heinrich Böll stichting signaleert bijvoorbeeld dat alles in de openbare ruimte de boodschap afgeeft dat dit het terrein is van mannen. Denk bijvoorbeeld aan straatnamen: als het gaat om een mensennaam dragen straten, lanen en pleinen bijna altijd de naam van een man. Of denk aan stoplichten met een mannelijk symbool – zo vanzelfsprekend dat als een stad besluit om een vrouwelijk figuurtje in de straatlamp in te bouwen, daar grote koppen in kranten op volgen. Ook standbeelden tonen meestal al dan niet foute mannelijke figuren.

Sterker, de hele inrichting van de openbare ruimte is gericht op mannen. Trappen en roltrappen op plaatsen waar je zou kunnen wéten dat er veel vrouwen met kinderwagens komen. Onverlichte fietstunnels. Plaveisel waar je gegarandeerd op blijft steken of je enkels verstuikt als je schoenen met een hak draagt. Openbare toiletten die zo ontworpen zijn, dat alleen mannen er staande in kunnen urineren – als vrouw zoek je het maar uit, met boetes voor wildplassen tot gevolg. Hoogtes, lengtes en breedtes zijn afgestemd op ‘de gemiddelde man’, alle anderen moeten rekken, strekken, reiken en wringen.

Manslamming is het logische eindresultaat van al die concrete feitelijke situaties en symbolische signalen die uitroepen dat het om mannen gaat. Het topje van de ijsberg, concreet gedrag waar veel meer achter zit dan je denkt. Doe er je voordeel mee…

Tweede sekse begon circa 8000 jaar geleden

Archeologen in Spanje onderzochten ruim 500 graven uit het neolithische tijdperk, en kwamen erachter dat er aanwijzingen zijn voor een beginnende dominantie van mannen. Mannen kregen anderhalf keer vaker een formeel graf dan vrouwen en kinderen. Vaak vertoonden hun skeletten tekenen van geweld en kregen ze wapens mee in hun graf. Ook komen mannelijke figuren in dit tijdvak vaker voor op grotschilderingen dan vrouwelijke figuren. Opnieuw meestal in verband met oorlog voeren of jagen. De archeologen zien hiervoor bewijs dat de dominantie van mannen samenhangt met maatschappelijke ontwikkelingen, niet met genen, en dat die dominantie ook weer teruggedrongen kan worden.

Het onderzoek werd uitgevoerd door Marta Cintas-Peña en Leonardo García Sanjuán, archeologen van de Universiteit van Seville. De mannelijke dominantie in Spanje was in het neolithische tijdperk, 8000 jaar voor Christus, nog niet heel sterk, merkten ze. De meest rijkelijk versierde graven met mooie giften bevatten zowel skeletten van mannen als vrouwen, dus als het gaat om een hoge sociale status konden vrouwen ook sterke posities innemen en een formeel graf ”winnen”.  Maar de eerste signalen voor de tweede sekse zijn daar, bij de Spaanse graven, signaleren Cintas-Peña en García Sanjuán. Niet vastgelegd in teksten, maar zichtbaar gemaakt in de fysieke overblijfselen van een prehistorische beschaving

Bij hun onderzoek borduurden Cintas-Peña en García Sanjuán voort op werk van Gerda Lerner. Deze Amerikaanse historica zette vrouwengeschiedenis in de V.S. op de kaart en deed onder andere onderzoek naar vertaalde kleitabletten uit samenlevingen van 2000 jaar geleden, zoals Mesopotamië.

De teksten van kleitabletten gaan vaak over wetgeving en handel. Ze maken duidelijk dat de sociale positie van vrouwen gestaag verslechterde. De vroegste kleitabletten tonen aan dat vrouwen handel konden drijven op de markt, een sterke positie hadden in huwelijken, en als priesteres leidersrollen in de maatschappij op zich konden nemen, ontdekte Lerner. Naarmate de tijd vorderde verdwenenen echter steeds meer rechten en werden vrouwen steeds vaker willoze instrumenten in handen van mannen.

In haar boek The Creation of Patriarchy legt Lerner onder andere de link met oorlog, waardoor mannen steeds meer macht kregen (iets wat ook de Spaanse archeologen signaleren). In Mesopotamië leidde oorlog ook tot de komst van slavinnen en concubines. De tweederangs status van die vrouwen tastte de algemene status van vrouwen steeds verder aan. Dit gebeurde in een tijdvak waarin de samenleving steeds gelaagder werd, met een steeds duidelijker verschil tussen arm en rijk. De rijkdom en de slaven kwamen steeds vaker terecht bij een mannelijke elite en vrouwen verloren steeds meer terrein. Uiteindelijk konden alleen priesteressen nog een beetje zeggenschap houden over hun eigen leven. Zelfs dat brokkelde af toen mannelijke goden de plek van godinnen innamen.

Maar nogmaals, deze ontwikkeling was sociaal, het gaat hier niet om een biologische vanzelfsprekendheid. Dit blijkt ook uit ander archeologisch onderzoek. Zo kende het gebied wat nu delen van midden en zuid-Duitsland omvat, de zogenaamde Hallstadt cultuur. Tussen 750 en 450 jaar voor Christus troffen archeologen in de mooiste graven met de meest indrukwekkende grafgiften alleen mannelijke skeletten aan. In de periode daarna, vanaf circa 480 tot circa 380 voor Christus sloeg dat echter radicaal om. De mannen verdwenen en in alle elite graven van die tijd lagen opeens vrouwelijke skeletten.

Je ziet ook opvallende verschillen per gebied. Zo beschrijft James Whitley de situatie in Griekenland in de ijzertijd. In de meeste gebieden krijgen mannelijke krijgers alle aandacht, met specifieke vormen van begraven, wapens als grafgift, en opvallende tekens in het landschap, zoals grafheuvels. Daarnaast troffen archeologen vooral skeletten van kinderen aan. In het symbolische landschap (zie de link, pagina 220) hebben vrouwen geen eigen plek, alleen als een soort onbeduidende tussencategorie, tussen de mannelijke krijger en kinderen in.

Behalve de stadstaat Athene. Daar vinden wetenschappers in diezelfde periode wel degelijk vrouwengraven, met tekenen van een goed ontwikkelde ”vrouwelijke” symboliek. Sterker nog, lange tijd waren de vrouwengraven uit de tiende en negende eeuw voor Christus spectaculairder dan de mannengraven – uitgebreidere versieringen, rijkere grafgiften, mooiere locaties voor de laatste rustplaats, signaleert Whitley (pagina 221 en verder).

De graven blijven bestaan tot de achtste eeuw voor Christus. Dan verdwijnen ook in Athene de rijkelijk versierde elite graven voor vrouwen en blijven alleen de macho mannen en de kinderen over als zichtbare vertegenwoordigers van de gemeenschap in het hiernamaals. Vrouwen komen alleen nog voor op geschilderde of gebeeldhouwde taferelen, als rouwende figuur of als monster. Pas vanaf de zesde eeuw komen archeologen weer vrouwengraven tegen, en dan betreft het vooral jonge vrouwen, wellicht maagden (p. 229-230).

Kortom, de status van vrouwen veranderde, verschilde per tijdvak, en was lange tijd, in jagers-verzamelaarsculturen, gelijk aan die van mannen:

A study has shown that in contemporary hunter-gatherer tribes, men and women tend to have equal influence on where their group lives and who they live with. The findings challenge the idea that sexual equality is a recent invention, suggesting that it has been the norm for humans for most of our evolutionary history. Mark Dyble, an anthropologist who led the study at University College London, said: “There is still this wider perception that hunter-gatherers are more macho or male-dominated. We’d argue it was only with the emergence of agriculture, when people could start to accumulate resources, that inequality emerged.” Dyble says the latest findings suggest that equality between the sexes may have been a survival advantage and played an important role in shaping human society and evolution. “Sexual equality is one of a important suite of changes to social organisation, including things like pair-bonding, our big, social brains, and language, that distinguishes humans,” he said. “It’s an important one that hasn’t really been highlighted before.”

Dus mocht je zo’n Mars of Venus type spreken, of iemand die in biologisch/genetische absoluten spreekt om mannelijke overheersing te ”verklaren”, dan mag je die persoon gerust negeren. Of een goed boek te lezen geven.

Mannen profiteren van seksuele intimidatie

Seksuele intimidatie op het werk gebeurt niet zomaar. Dat dient een doel. En vrouwelijke wetenschappers zouden geen vrouwelijke wetenschappers zijn, als ze niet in onderzoek naar seksuele intimidatie doken en gefundeerde bewijzen op een rij zetten die verklaren waarom dit vervelende, schadelijke gedrag structureel de kop op steekt. Amerikaanse onderzoeksters zien als belangrijkste doelen: vrouwelijke concurrentie uitschakelen, de eigen machtspositie veilig stellen, en de eigen status opkrikken ten koste van anderen. Ook signaleren ze dat de ergste overtreders vaak een paar vrouwen gebruiken als schaamlap – kijk, ik promootte mevrouw X, ik ben een goeie vent, tralala.

De analyse naar het profijt van seksuele intimidatie werd uitgevoerd door een hele reeks Amerikaanse professoren Geografie en geologie. Onder hen mensen zoals Becky Mansfield en Darla Monroe van de universiteit van Ohio, Rebecca Lave van de universiteit van Indiana, Mona Domosh van Dartmouth College en vele anderen. Hun hoofdconclusie luidt:

sexual harassment benefits men by systematically undermining women, even those not directly targeted. Harassment tells women “you do not belong here” (NAS 2018) and contributes to the presumption of incompetence (Gutierrez y Muhs et al. 2012). Lecherous professors harass bright female graduate students right out of academia, derailing their lives and impoverishing our field. […] Just writing this essay is an example of the sort of defensive work that drains time and effort from women’s scholarship. While these lecherous men heap work on the rest of us, they write unhindered. Even being punished for harassment can benefit the harasser, for example as their workload decreases when female advisees are steered elsewhere (Spahr and Young 2018).

Degene die beoordeelt of je studie slaagt, of je een stageplek krijgt, of je tijdelijke aanstelling verandert in een vaste aanstelling, is een poortwachter. De Amerikaanse wetenschapsters constateren dat met name die poortwachters weten dat ze ongestraft weg kunnen komen met een hoop wangedrag. Uit ervaring en uit onderzoek weten vrouwen dat zij vaak nadelige gevolgen ondervinden van klachten indienen tegen mannen die zulke cruciale posities hebben. Dit dwingt vrouwen tot pijnlijke keuzes om ondanks zulke dader-poortwachters toch te bloeien. Zo schrijven de wetenschapsters:

Further, these “brilliant” harassers are often gatekeepers. Women are evaluated throughout their careers by the very men who abuse and belittle them. This forces women scholars and their allies to make painful daily choices about whether to nurture professional relationships with these powerful men (Wang 2017). Even citing their work or including it in our syllabi burnishes their reputations (Usher 2018). But if we opt out by ignoring them, we risk losing access to the resources, opportunities for advancement, and intellectual foment accessed only through complicity. If we report a supervisor’s harassment during fieldwork, we can be blocked from access to the field data we helped to collect.

Dit blijkt ook uit de ervaringen van Nederlandse studentes en wetenschapsters. Zo maakte Janne Heederik de moedige keuze iets te vertellen over haar ervaringen met veldwerk. Tot twee keer toe kreeg ze te maken met hoger in rang geplaatste mannen, die wangedrag vertoonden en haar schade toebrachten. Voor het blad One World schreef ze:

De tweede keer dat ik in een dergelijke situatie terechtkwam, besloot ik dit wel met mijn begeleiders (beide man) te delen. Het betrof een man die mij in contact kon brengen met een organisatie die ik al weken probeerde te bereiken, maar die tot nu toe geen gehoor gaf. Hij kende de manager en beloofde mij om een meeting met hem te regelen. Ook deze man bediende zich van ongewenste aanrakingen, en hij stelde op een gegeven moment voor om “te komen dineren en ons daarbij uit te kleden”. Ik voelde me net zo ongemakkelijk als de eerste keer, en toch twijfelde ik over wat ik moest doen. Het voelde wrang en oneerlijk dat ik een deel van mijn onderzoek moest opgeven om mijn eigen veiligheid en integriteit te waarborgen. Maar uiteindelijk heb ik ook deze keer gekozen voor mijn veiligheid, en heb ik het contact verbroken. Een keuze waar ik achter sta, maar die mij ook mateloos frustreert.

De rang van de vrouw maakt weinig uit – het overkomt een studente tijdens veldwerk, maar ook universitaire docenten of zelfs hoogleraren. Er staat altijd wel een man boven hen, is het niet hiërarchisch gezien, dan wel in status en invloed. En gebeurt het niet op de universiteit, dan gebeurt het wel tijdens congressen of andere plaatsen waar mannen zich vrij voelen om ongestraft vrouwen te belagen.

De mannen die dit soort gedrag vertonen, weten dondersgoed wat ze doen. De Amerikaanse onderzoeksters zien dit bijvoorbeeld in de omtrekkende bewegingen die daders maken, om hun schadelijke handelingen te vertroebelen of aan het oog te onttrekken. Zo signaleren ze dat seksuele intimidators vaak een select aantal vrouwen om zich heen verzamelen, waar ze zich extra voor inspannen om hun loopbaan te bevorderen:

Predatory men may even champion a select few female scholars. This is not only a great smokescreen for their otherwise bad treatment of academic women; it allows the male scholar to demand payback. Does the esteemed man require a nomination for a prestigious award? Who better to write it than a woman that he promoted. The hypocrisy is astounding, and it is compounded by the fact that some of the most predatory “big name” scholars in our field built their reputations on progressive, even radical, political positions (see also Joshi et al. 2015, Liu 2006, Mott and Cockayne 2017, Sanders 1990). Yet they have been staggeringly cavalier about how they themselves dominate and disenfranchise women and people of color.

Andere veelgebruikte tactieken die mannen gebruiken zijn de verdedigingsmethoden van ‘het was maar een grapje‘, of ‘ ‘grutjes, ik wist niet dat ik iets verkeerd deed’, of het aloude cultuurargument: ‘vroeger deed niemand hier moeilijk over’. De Harvey Weinstein smoes zeg maar.

Omdat zoveel vrouwen eieren voor hun geld kiezen en seksuele intimidatie niet proberen op te lossen via formele wegen die hen hooguit opnieuw tot slachtoffer maken, is lastig te achterhalen hoe vaak het precies voorkomt. Schattingen gaan uit van 1 op de 3 vrouwen. Voor Nederlandse universiteiten voerde het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren een kwalitatief onderzoek uit. Het netwerk liet 53 vrouwen interviewen en hoorden van hen hoe zij te maken kregen met ”wetenschappelijke sabotage, seksuele intimidatie en bedreigingen. De daders zijn meestal mannelijke leidinggevenden”.

De vrouwelijke hoogleraren die Athena’s Angels oprichtten, krijgen vanuit hun kanalen soortgelijke signalen binnen. Wat dat betreft lijkt het er duidelijk op, dat je de analyse van de Amerikaanse aardwetenschapsters breder kunt trekken, naar andere faculteiten, naar andere landen, naar andere instanties. Het betreft menselijk gedrag, bevorderd door seksistische normen en waarden, in organisaties waar de macht in handen is van een beperkte groep mannen. Deze poortwachters kunnen vervolgens een onevenredig grote invloed uitoefenen op de kansen en carrières van onder andere vrouwen, die, zonder obstakels, wellicht stevige concurrentie vormen. Zeker als ze zelf eigenlijk niet zo goed zijn in hun vak.

Vaak duurt het jaren voordat iemand zo’n man stopt. Neem bijvoorbeeld de onthullingen in het NRC Handelsblad over een hoogleraar van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. De man hield de eer aan zichzelf en nam zelf ontslag na een onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag. Studentenblad Folia schreef over de zaak en constateerde dat de man tien tot vijftien jaar lang misbruik maakte van zijn macht. De auteurs van het stuk kozen ervoor de naam van de man niet te noemen- het ging hen om de aard van de situatie, niet de individuele dader.

Maar misschien is er meer aan de hand. Ook NRC journalisten reconstrueerden zijn loopbaan en gedrag, en gaven een onthutsend beeld van de acties waar deze man mee weg kwam. Hij kon zich tot een poortwachter ontwikkelen en ging vervolgens jarenlang ongestoord zijn gang. Zijn invloed reikte zelfs tot de rechtszaal. Zo mochten de NRC journalisten uiteindelijk van de rechter de naam van de man niet noemen. Zo goed beschermd blijven dit soort types, zelfs als ze aantoonbaar fors en systematisch over de scheef gingen en zorgden voor een giftig werkklimaat voor vrouwen. Uiteraard gaat NRC tegen de uitspraak in beroep.

Vanwege de voordelen die mannen verkrijgen door vrouwen weg te pesten of klein te houden, en het relatief grote aantal mannen onder de poortwachters, blijft het aanpakken van hun gedrag lastig. Maar de aandacht voor seksuele intimidatie, aangewakkerd door #metoo en vrouwen die steeds bozer worden (en zelf langzaam meer macht krijgen) maken dat daders steeds vaker te maken krijgen met negatieve gevolgen van hun acties. De hoogleraar rechtsgeleerdheid spreidde ruim tien jaar lang zijn gif, maar hij is uiteindelijk vertrokken. Hetzelfde gebeurde met handtastelijke leraren van toneelscholen in Amsterdam, Maastricht en Arnhem. Het bewustzijn neemt toe, en zodoende worden meer mensen alert. Meer mensen zeggen er iets van of proberen maatregelen te nemen. Langzaam keert het tij. Het is hoog tijd daarvoor.

Wetenschap legt achterstelling vrouwen bloot

Weblog De Zesde Clan houdt van feiten. We kunnen roeptoeteren wat we willen, maar gedegen uitgevoerd wetenschappelijk onderzoek biedt feiten en analyses waar je als weldenkend mens niet omheen kunt. Daarom besteed ik graag aandacht aan een aantal onderzoeken, die de Nederlandse algemene media nauwelijks haalden, maar die wel degelijk van belang zijn om beter te begrijpen waarom vrouwen en meiden nog steeds geen gelijke kansen hebben. Komen ze:

SPORT. Eveline Pels dook in 2016 voor haar Masterthesis sportbeleid & sportmanagement, Universiteit Utrecht, in de belevingswereld van meisjes tussen de 10 en 12 jaar. Dit om te achterhalen waarom meisjes in Amsterdam veel minder vaak deelnemen aan sport dan jongens van diezelfde leeftijd. Haar conclusies liegen er niet om.

Het niet voldoen aan de norm, zowel op het gebied van gender als lichamelijk, brengt kritiek, pesterijen en onzekerheid met zich mee wat vervolgens invloed heeft op de sportparticipatie van meisjes. Masculiniteit is binnen veel sport- en beweegactiviteiten leidend, waardoor meisjes zich niet altijd prettig en geaccepteerd voelen tijdens sport- en beweegactiviteiten. Ook is de zichtbaarheid van het afwijkende lichaam een reden voor meisjes om niet te sporten, of om zich anders te gedragen, omdat zij het gevoel hebben dat ze bekeken worden. Voornamelijk de zogenoemde ‘male gaze’, het gevoel bekeken te worden door mannen, heeft invloed op het handelen van meisjes tijdens sport.

GEWELD: Maar liefst 22% van de Nederlandse vrouwen heeft ervaring met seksueel geweld. 52% van de meisjes voelt zich zo onder druk gezet door jongens, dat ze aan seks beginnen voordat ze er zelf klaar voor zijn. Hoofdonderzoeker Melissa Palmer van de London School of Hygiene and Tropical Medicine pleit voor betere voorlichting op school. Daarnaast rapporteert een kwart van de vrouwen dwang rond hun reproductieve rechten. In een kwalitatieve studie van de Bournemouth University bleek dat partners condooms doorprikken of stiekem afdoen om hun vriendin ongewild zwanger te maken. En hoewel de cijfers rond dodelijk geweld in het algemeen dalen, vertoont fataal geweld tegen vrouwen juist een flinke stijging. In bijna alle gevallen betrof het mannen die het nodig vonden hun partner of ex-partner te vermoorden.

VOOROORDELEN: Vrouwen navigeren even goed als mannen in het verkeer. Toch leven mannen in de waan dat zij het beter doen dan vrouwen. Dat ontdekten onderzoekers van de Universiteit Leiden. De feiten wijzen uit dat gender niet uit maakt voor je gedrag in het verkeer. Wat wél uitmaakt is leeftijd: hoe ouder, hoe vaker het mis gaat.

POLITIEK: Hoe rechtser de politieke partij, hoe minder vrouwelijke kandidaten op lokale kieslijsten. De SGP trekt de cijfers behoorlijk naar beneden, omdat deze partij zo vijandig staat tegenover politiek actieve vrouwen. Voor de lijsten bij de aanstaande Provinciale Statenverkiezingen staat de teller bij de mannenbroeders bijvoorbeeld op nul vrouwen. Veel partijen, zoals de VVD, hebben daarnaast geen specifiek beleid om het aandeel vrouwen te vergroten. Druk komt van de kiezers. De actie Stem op een Vrouw was de vorige keer zeer succesvol. Zo kruipt het percentage vrouwen in de Nederlandse politiek tóch langzaam omhoog.

BONUS: deze handige woordenlijst, zodat je weet wat iemand bedoelt als die zegt dat iemand ‘woke‘ is geworden

De voorspellende waarde van Kate Manne’s model

Kate Manne schreef een boek over vrouwenhaat, Down Girl, en formuleerde daarin een model. Ze doet dat volgens de strikte discipline van de filosofie, met heldere afbakeningen, duidelijkheid over wat een term precies inhoudt, en logische stappen die je zelf kunt volgen. Op die manier ontwikkelt ze een model met een voorspellende waarde. Als randvoorwaarden A, B en C aanwezig zijn, volgt automatisch uitkomst D. Dat betekent dat je redelijk goed kunt voorspellen welke vrouwen in welke situaties in de problemen komen, omdat wij als samenleving op een bepaalde manier denken over en reageren op vrouwen.

Het belangrijkste inzicht van Down Girl is dat het bij misogynie niet zomaar gaat om openlijke haat. Samenlevingen zien vrouwen in principe als mensen maar, meer specifiek, als menselijke gevers. Pas als vrouwen niet geven, doemt agressie op. Andere feministen en wetenschappers zoals Claudia Card, gingen haar voor. Card omschreef misogynie bijvoorbeeld al eerder als

“the term feminists apply to the most deeply hostile environments of and attitudes toward women and girls and to the cruelest wrongs to them/us, regardless of whether perpetrators harbor feelings of hatred… evils perpetrated with aggressive (often armed) use of force and violence against women.”

Maar Manne brengt het geheel samen en voorziet het van een rijke context, met normen en regels. Zoals het onderscheid met seksisme. In de woorden van Kate Manne praat seksisme het geverschap van vrouwen goed met een beroep op de ratio. Godsdienst, de wetenschap en Mars en Venus theorieën ‘bewijzen’ dat vrouwen van nature of vanuit een door een godheid opgelegde wet automatisch en vanzelfsprekend geschikt zijn voor die rol, en die rol dus ook moeten vervullen. Misogynie is wat er gebeurt als seksisme faalt. Seksisme is het theorieboek met de regels, misogynie de heksenjacht en de brandstapel, zoals Manne dat beeldend uitlegt.

In een patriarchaal wereldbeeld ontstaat zodoende, gesteund door seksisme en gehandhaafd door misogynie, een specifiek patroon van geven en nemen:

  • Zij moet vrouwelijk gecodeerde goederen en diensten geven, zoals: aandacht, bewondering, sympathie, genegenheid, seks, kinderen, huishoudelijke arbeid, emotionele arbeid, en diversen, zoals het bieden van een veilige haven aan mannen, troost, comfort, voeding (zowel letterlijk als spiritueel, geestelijke voeding, inspiratie, oppeppers)
  • Hij heeft het recht om als mannelijk gecodeerde goederen en diensten op te eisen, zoals macht, prestige, publieke erkenning, respect, geld, weelde, hiërarchische status, opwaartse mobiliteit (de glazen lift, zeg maar), en de status die je verkrijgt als je een vrouw aan je zijde hebt die je helpt, steunt, die van je houdt en dat ook openlijk toont. Mannen hebben ook recht op hempathie. Als mannen in de problemen komen, verdienen ze het voordeel van de twijfel, plus steun en troost in hun moeilijke situatie.

Dit gendergerelateerde geven en nemen leidt tot een aantal nader uitgewerkte plichten voor vrouwen. In het model van Kate Manne zijn vrouwen verplicht om te geven aan iemand, bij voorkeur een specifieke man die sociaal gezien haar gelijke of haar superieur is. Deze mannelijke ontvanger stelt onbewust hoge eisen aan dat geven. Het moet welgemeend zijn, uit liefde. Is het niet uit liefde, dan wordt het geven al snel dubieus. De vrouwelijke gever moet bovendien eerlijk en oprecht zijn. Een man kan bijvoorbeeld geen veilige haven ervaren, als de vrouwelijke aanbieder van die veilige haven innerlijk al is afgehaakt en nadenkt over het aanvragen van een scheiding.

Om de kans te vergroten dat vrouwen zich schikken in hun geverschap aan hem, zullen mannen vaak een bepaalde mate van macht over hun vrouwelijke gever willen hebben. Het is bijvoorbeeld fijn als hij meer verdient dan zij, want dan is de drempel hoger voor de vrouw om weg te gaan. Alles wat haar ruimte geeft om nee te kunnen zeggen, is bovendien verdacht. Een eigen inkomen, bezit, reproductieve rechten, allemaal heeeeeel eng, gezien door de ogen van een man die gebruik wil blijven maken van haar diensten. Zoals Mineke Schipper een Nederlands gezegde citeert: ”Een vrouw is het beste meubelstuk in huis: je kunt haar in alle kamers gebruiken’’. En dat wil je als man graag zo houden.

Manne doet op basis van dit uitgangspunt een aantal voorspellingen, die je daarna aan de hand van allerlei gebeurtenissen, voorbeelden en incidenten kunt toetsen. De belangrijkste luiden als volgt:

  1. Als hij zonder pardon pakt wat zij eigenlijk ‘vrijwillig’ zou geven, hebben we als samenleving de neiging zijn gedrag te vergoelijken. Hij had het zwaar, hij bedoelde het niet zo, hem straffen zou hem buitenproportioneel schaden. Laten we vergeven en vergeten. Boys will be boys. Zij moet niet zo zeuren (en blijven geven).
  2. Als zij vraagt om als vrouwelijk gecodeerde diensten en goederen, kent ze haar plaats niet. Als zij zorg, troost, maatschappelijke erkenning of een veilige haven wil, zit ze per definitie fout – dat zijn dingen die zíj aan mannen moet geven, niet iets waar ze zelf om kan vragen.
  3. Als ze iets vraagt of opeist wat alleen aan hem is om te nemen, zit ze per definitie fout. Het is niet aan haar om dat te doen. Ze kent haar plek niet. Ze kaapt of steelt iets wat aan mannen toebehoort. Ze is corrupt, egoïstisch, onecht, een kille robot op een plek waar ze niet thuishoort, ze pikt de plek in van iemand anders (een man), schande!

Met die normen en de uitwerking daarvan in het achterhoofd, kun je allerlei uitkomsten voorspellen. In verkrachtingszaken – regel 1, hij “pakt” de seks die zij zou moeten geven- heeft de patriarchale cultuur er baat bij om de man te stutten en te steunen, zodat hij niet valt of in ieder geval niet te diep valt. Dat betekent dat de vrouw in kwestie geconfronteerd wordt met een gat in overtuigingskracht. Zij zal wel liegen, zij claimt onterecht de status van slachtoffer, ze heeft oneerlijke motieven, ze is onbetrouwbaar. Als het gaat om zijn woord tegen het hare, wint hij meestal, tenzij het bewijs overweldigend duidelijk is.

Gaat het om seksuele intimidatie, dan zijn er gemiddeld vier a vijf aanklachten van vrouwen nodig, voordat het gedrag van een man überhaupt bespreekbaar wordt. Dat hangt samen met situatie 2: Hij heeft recht op zorg en veiligheid, of erkenning voor zijn status, zij niet. Als vrouwen om zorg en veiligheid vragen, gebeurt er meestal niks. Veel vrouwen krijgen nooit hun recht, en zoals hierboven geschetst gunnen we mannen hun tweede, derde, vierde en vijfde kansen. Er moet heel veel gebeuren, voordat een man echt in de problemen komt. Zoals filmbaas Harvey Weinstein: jarenlange geruchten, tientallen vrouwen die uiteindelijk in de openbaarheid treden, eerdere aanklachten van verkrachting die in de doofpot verdwenen, uiteindelijk een rechtszaak, en dan nog is het twijfelachtig of de zaak stand kan houden. Machtige mannen genieten allerlei vormen van bescherming.

Gaat het om roem en eer, dan snap je meteen waarom internethordes briesend ten strijde trokken nadat wetenschapster Katie Bouman niets verkeerds deed. Ze waagde het alleen om vreugde te tonen vanwege een doorbraak: de eerste foto ooit van een zwart gat. Mensen vonden het Eureka moment en haar oprechte vreugde zo leuk, dat ze een foto van een blije Bouman deelden. Vervolgens ontstond onmiddellijk een backlash: Bouman zou nauwelijks een aandeel gehad hebben in het wetenschappelijke succes, een man zou al het werk gedaan hebben, vuile feministen zaten fout toen ze Bouman ten onrechte op wilden voeren als een voorbeeld voor vrouwen in de wetenschap. Leugen na leugen na aanval na aanval.

In dit voorbeeld overtraden mensen bewust of onbewust duidelijk regel drie. In deze context: mannen zijn wetenschappers. Mannen zijn de eenzame genieën. Roem en eer zijn voorbehouden aan mannen. Bouman is in die optiek een fraudeur die terug naar de keuken moet. En zoals feministe Jil Filipovic terecht stelt: de internettrollen die Bouman belaagden, zijn alleen maar de meest expliciete, agressieve woordvoerders van standpunten die talloze mensen innemen, alleen dan implicieter,  of overtrokken met een vernislaagje beleefde minachting. Regel drie was ook de reden waarom Manne het verlies van Hillary Clinton kon voorspellen, voordat de verkiezingen van 2016 plaats vonden, en er niet raar van opkijkt dat 2019 dezelfde soort vrouwvijandige dynamieken vertoont. Je kunt het voorspellen: het presidentschap is aan mannen om te nemen. Vrouwen moeten wegblijven.

Enfin, bestudeer de regels, en lees daarna de krant/internet. Gegarandeerd dat je opeens gaat zien waarom een PVV politica die abortus wil verbieden, en in ieder geval moeilijker wil maken, nauwelijks een onvertogen woord hoort, terwijl iemand als Bouman de volle laag krijgt vanwege blijdschap om wetenschappelijk succes. En wees alert als je omgeving druk uitoefent om met de komst van je eerste kindje stappen terug te doen op het gebied van je inkomen. Hoe minder financiële ruimte je hebt, hoe groter de macht van een man om op te blijven eisen wat je later tijdens de rit misschien niet meer wil geven.

Maya Dusenbery breekt lans voor goede zorg aan vrouwen

Na het lezen van Doing Harm, van journaliste Maya Dusenbery, ben ik extra blij dat Women Inc en mensen zoals hartspecialist Angela Maas in Nederland actie voeren om vrouwen beter medisch te behandelen. Dusenbery boog zich over de behandeling die vrouwen ten deel valt in de spreekkamers van artsen. Zodra onduidelijk is of klachten een lichamelijke oorzaak hebben, zal het wel tussen de oortjes zitten. En omdat er zo weinig onderzoek plaats vind naar ‘typische vrouwenziektes’, zijn er volop leegtes waar artsen zulke vooroordelen in kunnen gieten. Zo ontstaat een vicieuze cirkel.

Dusenbery richtte Feministing.com op, een grote feministische website in de V.S. Alles verliep op rolletjes totdat ze opeens klachten kreeg en terecht kwam in een medisch circuit, gekenmerkt door artsen die geen onderzoek deden, steeds zieker worden, andere artsen opzoeken, weer weggewuifd worden, totdat uiteindelijk de diagnose reumatische artritis volgde en artsen haar eindelijk serieus namen. Die ervaring leidde tot het doen van onderzoek, het interviewen van artsen en patiënten, en een duik in de archieven. En tot de publicatie van het lovend ontvangen boek Doing Harm.

Dusenbery bleek geen uitzondering – wat haar overkwam,  geldt als routine voor talloze vrouwen. Die vicieuze cirkel van weinig kennis en dan geen extra onderzoek doen, maar terugvallen op vijandige stereotypen over vrouwen, leidt tot veel schade. De ondertitel van het boek vat dat prima samen. Vrij vertaald: ‘hoe slechte medicijnen en luie wetenschap vrouwen ziek achter laat, met misdiagnoses en onterechte afwijzingen’. (Als een uitgeverij zorgt voor een goede Nederlandse vertaling komt een professional vast tot een betere zin.)

Dat niet serieus nemen, niet herkennen, klachten op stress of hysterie gooien, kost letterlijk levens. En een moeizaam bestaan vol ziekteverzuim, pijn en een drastische vermindering van levensgeluk. Zie voor veel meer informatie Women Inc. en campagnesite van Behandel me als een dame. Of interviews met hoogleraar cardiologie Angela Maas.

Toch biedt het boek van Dusenbery hoop, naast allerlei veelbetekenende inzichten. Wat ik er uit meeneem:

  • Dusenbery ziet het wegwuiven van vrouwen als een autoriteitskwestie:

This is a crisis of authority, Dusenbery argues. Women are regarded as unreliable narrators who can’t even be trusted to speak for themselves or to testify to their own pain. In “Doing Harm,” this cultural distrust of women — ancient and ingrained — is shown to govern quality of care at every stage of treatment. Women with abdominal pain wait in emergency rooms for 65 minutes compared with 49 minutes for men, and young women are seven times more likely to be sent home from a hospital while in the middle of a heart attack.

  • Artsen zagen onbekende vrouwenziektes in eerste instantie vaak als ‘typisch iets voor gefrustreerde, hysterische blanke middenklasse dames’ die teveel energie steken in onvrouwelijke activiteiten zoals een carrière. Maar dat is het paard achter de wagen spannen. Alleen vrouwen die de tijd, de middelen en het geld hadden om door te zetten totdat iemand serieus onderzoek deed naar hun klachten, konden uiteindelijk een goede diagnose en correcte behandeling bevechten. Dat waren inderdaad witte vrouwen uit gegoede milieus. Nader onderzoek wijst altijd uit dat de aandoening ook, of juist vaker, voorkomt bij vrouwen met een gekleurde huid en uit armere lagen van de bevolking.
  • Verschillende aandoeningen werden, voordat er feitelijke diagnoses gesteld konden worden, gezien als ziektes van hysterische vrouwen die zich niet aan wilden passen aan ‘de vrouwelijke rol’. Vrouwen moesten zich gewoon schikken in een slecht huwelijk, of een kind baren, dan zouden de klachten verdwijnen als sneeuw voor de zon. De ‘het zit tussen je oortjes’ misdiagnose kent zodoende een duistere, vrouwenhatende ondertoon: terug in je hok, vrouw.
  • Zodra vrouwen voet aan de grond kregen in de medische wereld, kwam er meer aandacht voor ziektebeelden die vaker bij vrouwen voorkomen dan bij mannen. Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw gaat er eindelijk geld naar onderzoek, en komen er betere diagnoses en behandelingen.
  • Internet was een zegen. Patiënten van onbegrepen aandoeningen vonden elkaar op internet, wisselden symptomen uit zodat uit die berg een patroon naar voren kwam, verwezen elkaar naar artsen die de klachten wél serieus namen, wapenden zich met kennis en dwongen goede behandelingen af. Dusenbery erkent dat het idioot is dat je als patiënt beter geïnformeerd moet zijn over je ziekte dan de arts, maar totdat de medische wereld bij is en evenveel over vrouwenlijven weet als over mannenlijven, blijven patientenverenigingen cruciaal
  • Onder druk van patientenverenigingen nemen ook de investeringen in onderzoek toe. Vervolgens zijn het vaak vrouwelijke wetenschappers die ‘vrouwenziektes’ onder de loep nemen.
  • Zelfs als alles eindelijk goed geregeld is, blijft de situatie helaas moeizaam. Zo heette migraine een hysterisch vrouwending te zijn, totdat goed onderzoek uitwees dat het een hersenaandoening is. Het label hysterisch is er vanaf: artsen weten wat het is, kunnen de diagnose stellen, en er zijn medicijnen die helpen. Toch geldt migraine in onderzoeksland als een suf thema waar geen eer aan te behalen valt, want het is een wijvending, ontdekte Dusenbery.
  • En opnieuw zie je dat vooral vrouwen alsnog aan de slag gaan met dit soort ‘status-loze’ onderwerpen. Bij het Leids Universitair Medisch Centrum en de Erasmus Universiteit doet bijvoorbeeld een team vrouwelijke neurologen, artsen en farmacologen onderzoek naar de link tussen hormonen en migraine bij vrouwen. Vrouwen weten uit ervaring allang dat die link bestaat, maar er is geen feitelijk bewijs, en dat bewijs ontbreekt omdat er nooit officieel, volgens de regelen der kunst, onderzoek naar is gedaan. Waardoor er geen goede behandelingen komen en artsen moeten experimenteren met pillen die eigenlijk voor andere aandoeningen bedoeld zijn. Nu komt er onderzoek, en hopelijk helpt dat in de toekomst talloze migrainepatiënten om de kwaliteit van leven te verbeteren.

Enfin, kennis is macht. Leve internet – als groep optrekken voorkomt dat je als hysterisch individu weggewuifd kunt worden. Als vrouwen doordringen tot mannenbolwerken, kunnen ze op een gegeven moment de agenda mede bepalen en aandacht opeisen voor ‘vrouwendingen’. Er is hoop!

Verder lezen: behalve Doing Harm kwamen er in de V.S. bijna tegelijkertijd nog twee andere boeken uit over de crisis in goede gezondheidszorg aan vrouwen, te weten “Ask Me About My Uterus,” geschreven door by Abby Norman, en “Invisible,” van Michele Lent Hirsch.