Category Archives: Vrouw en Taal

Uniek: Jemisin wint derde Hugo op een rij

Auteur N.K. Jemisin leverde een unieke prestatie. Ze won de Hugo Award voor beste roman voor de derde keer achter elkaar. De Hugo geldt als een van de belangrijkste prijzen voor science fiction en fantasy. Het is nog nooit eerder gebeurd dat iemand deze onderscheiding zo vaak op een rij won. Ook in andere categorieën deden schrijfsters het dit jaar buitengewoon goed: ze wonnen zo’n beetje alle prijzen die er dit jaar te vergeven waren.

Foto: Barnes & Noble

Jemisin sloeg haar unieke drieslag met de Broken Earth cyclus, over een door vulkanisch geweld geteisterde wereld. Bepaalde mensen, de zogenaamde Orogenes, kunnen die aardkracht beheersen. Andere mensen vrezen hen vanwege dit talent, maar hebben hen ook hard nodig om rampen te voorkomen. In die gespannen situatie volgt Jemisin de levens van een moeder en dochter, en hoe zij overleven terwijl de wereld een apocalyptische periode van vulkaanuitbarstingen, aardbevingen en andere ellende doormaakt. De Nederlandse vertalingen komen eraan: eind vorig jaar verwierf Luitingh-Sijthoff de rechten dus je kunt deel 1, Het Vijfde Seizoen, inmiddels in je eigen taal lezen. Hoera!

In haar speech, bij de uitreiking van de Hugo, vertelde Jemisin dat ze bewust koos voor een verhaal over gebroken mensen, levend in een gebroken wereld, die moeten zien te overleven onder grimmige omstandigheden:

This has been a hard year, hasn’t it? A hard few years. A hard century. For some of us, things have always been hard. I wrote the Broken Earth trilogy to speak to that struggle, and what it takes just to live, let alone thrive, in a world that seems determined to break you. A world of people who constantly question your competence, your relevance, your very existence.

Als auteur met een gekleurde huid maakte Jemisin helaas vaak mee dat anderen haar niet wilden laten bloeien. (De racistische houding van Trump maakt het er niet beter op.) Zo was ze bijna geen auteur geworden omdat uitgevers haar debuutroman, Killing Moon, afwezen, vertelde ze in haar speech. De poortwachters van de ”echte” SF en fantasy beoordeelden dit boek in eerste instantie als iets waar zwarte lezers misschien belangstelling voor konden hebben, maar verder niet.

Net als haar hoofdpersonen ging Jemisin door totdat iemand wél open stond voor wat ze te zeggen had. En de rest is geschiedenis, zoals dat dan zo mooi heet. Echt, ik wil het liefst uitroepen ‘zie je wel?, nah nah nahnanaaaaaaaah’. Want ik promoot Jemisin al jaren op dit weblog omdat ik haar geweldig vind schrijven. Ze experimenteert met werelden, speelt met vertelperspectief, en ontwijkt keer op keer stereotiepe verwachtingen door met een onthulling alles wat je dacht onderuit te halen. Zulke gelaagde werken, en dan ook nog eens spannend en emotioneel, het kán. Literatuur hoeft niet droog en saai te zijn. Luitingh-Sijthoff, verwerf aub ook de vertaalrechten voor Killing Moon en deel 2, The Shadowed Sun. En de Inheritance Trilogy, waar een recensent over schreef:

Imagine my surprise then to discover that not only was I immediately pulled into Jemisin’s intensely vibrant world, which is so effortlessly realized, but like an addict following his first taste, I now intend to seek out everything else she’s ever published. And again, I don’t even like fantasy. Or so I thought.

Naast Jemisin wonnen ook andere vrouwen belangrijke prijzen. Martha Wells kreeg een Hugo voor haar novelle All Systems Red, over een sociaal onhandige robot met de betekenisvolle naam Murderbot. Inderdaad. Ga lezen als je meer wil weten 😉 De Hugo voor het beste korte verhaal ging naar Welcome to Your Authentic Indian Experience (TM), van Rebecca Roanhorse, een vertegenwoordiger van de inheemse bevolking van de V.S. maar zeker geen uitzondering. Mijn grote heldin Ursula le Guin won postuum een Hugo voor No Time to Spare, haar allerlaatste bundel essays en artikelen. En zo ging het door, de ene getalenteerde vrouw na de andere die terecht lof en eer voor haar werk kreeg. Kortom, het was een mooie dag bij de Hugo Awards. Doe je voordeel met de lijst van winnaars en genomineerde auteurs m/v/x, en veel leesplezier!

 

Advertenties

Jamie Li is gewoon erg slim

Ophef over vlogster Jamie Li. Haar ultieme tip in sexy, but tired, but sexy, een life style boek voor jonge vrouwen: mannen moeten hun zaad kwijt, dus vrouwen, maak zin in seks, ook als je eigenlijk niet wil, anders loopt hij bij je weg. Haar boodschap lijkt uit de middeleeuwen te stammen dus die ophef begrijp ik volkomen. Maar de bredere context is belangrijk. Li is gewoon erg slim. De jonge ZZP-er zag de cultuur waarin ze moet overleven en geld verdienen, en sloot bewust of onbewust een patriarchale deal. Ze is het symptoom, niet het probleem.

Trouwe lezers van dit blog kennen waarschijnlijk wel de rubriek De Gereedschapskist, waarin ik steeds een term uit de feministische wetenschap behandel. Woorden zijn namelijk van levensbelang: ze maken iets zichtbaar. Pas als het zichtbaar is, kun je het misschien aanpakken. Zo bestonden er eeuwenlang geen termen voor de situatie in een huwelijk, waarbij een vrouw geen zin had in seks en een man toch haar lijf opeiste. Desnoods met geweld. Pas in de jaren zestig en zeventig kwamen feministen met een woord voor dit type gedrag: verkrachting binnen het huwelijk. Ze problematiseerden deze gang van zaken. Inmiddels is het strafbaar (sinds 1991).

In dit geval heeft de hele situatie rond Jamie Li alle kenmerken van een ander fenomeen, waar we sinds een paar jaar een term voor hebben. Te weten de patriarchale deal. Website Sociological Images omschrijft deze strategie als volgt: een patriarchale deal is een beslissing om rolpatronen die vrouwen benadelen, te accepteren, in ruil voor ieder beetje macht wat een individu los kan peuteren uit het systeem. Het is een individuele strategie, bedoeld om het systeem ten eigen bate te manipuleren, terwijl het systeem zelf intact blijft.

De vrouwen die zo’n deal sluiten, doen dit meestal omdat ze iets in hun mars hebben. Neem Jamie Li. Ze richtte Quarter Magazine op. Ze werkte een tijdje bij Sanoma Media, als beauty & lifestyle editor, en beschikte daardoor al snel over een sterk netwerk onder Bekende Nederlanders (zoals Katja Schuurman). Toen ze sociale media op zocht en haar eigen merk werd, boekte ze al snel succes. Kortom, duidelijk een leuke, goed uitziende vrouw met ambitie. Ze keek waar ze succes kon boeken, en ging in die richting aan de slag.

Heel toevallig zijn de dingen waar je succes mee kunt boeken, dingen die we als Nederlandse cultuur van vrouwen accepteren. Vrouw maakt Youtube filmpjes over make-up? Goed! Duizenden volgers! Vrouw zoekt kapitaal om haar onderneming uit te breiden: fout! Alleen mannen zijn serieuze ondernemers waar je serieus in investeert! Vrouw roept vrouwen op hun partner op afroep te pijpen, in de hoop dat hij dan misschien bij haar blijft? Goed, bestseller! Vrouw roept vrouwen op dat ze eigen wensen en behoeften hebben, nee mogen zeggen en dat mannen dat moeten accepteren? Eng, zure feministe, zeur!

Deze deal brengt Li als individu maximale winst: aandacht, volgers, inkomsten, een bestseller, een spannend leven waarbij je bijvoorbeeld een dagje op stap kunt met Ronnie Flex – bijna 470.000 keer bekeken toen ik keek.  In ruil daarvoor spuwt Li dit soort teksten uit: 

Mannen zitten altijd in kamp konijn. Als je [als vrouw] écht geen zin hebt, doordat je niet lekker in je vel zit of lichamelijke klachten hebt, dan heb ik geen praktische tips voor je […] Maar als dat niet het geval is, dan moet je zin maken. Want mannen moeten hun zaad kwijt.” […] „is de zak eenmaal geleegd, dan heb je de man terug waar je voor hebt getekend. Dan is-ie weer leuk en gezellig.”

Dit is dezelfde soort kul die SGP-ers, mannenrechtenactivisten en andere oerconservatieve fans van traditionele rolpatronen ook spuwen. Sterker nog, toen onvrijwillig celibataire mannen, Incels, besloten dat hun seksloze leven de schuld was van vrouwen en in het rond begonnen te schieten, stonden er meteen opiniemakers als Ross Douthat op met het voorstel om een soort seks-distributiesysteem in te stellen. Geef dat soort mannnen een vrouw die wél seks met ze heeft, dan stopt dat soort geweld vanzelf. Incels waren super enthousiast. Boeien, dat vrouwen mensen zijn met gevoel en verstand – verdelen die handel. Vergeleken bij dit soort gasten valt Li eigenlijk nog mee.

Laten we dit soort vrouwenhaat vooral blijven bestrijden waar we het tegenkomen. Ja, Li heeft het recht een boek te publiceren, waarin ze mannen reduceert tot hersenloze konijnen en vrouwen tot consumptiegoederen zonder een eigen wil. Anderen hebben het recht kritiek te uiten en te wijzen op het hoge gehalte seksisme van haar schrijfsels. Maar laten we breder kijken naar de cultuur die vrouwen als Li produceert. Alleen dan kunnen we meer doen dan symptoombestrijding.

Schrijfsters en lezeressen streven naar meer diversiteit in romantische verhalen

Miljoenen lezeressen verslinden romantische verhalen, en het uitgeven van romans in dit genre groeide uit tot een massale industrie. In dit feest van lezen en plezier beginnen zowel lezeressen als auteurs meer diversiteit te eisen. Nu de uitgeverijen nog. Want de diversiteit in de groep auteurs daalt gestaag. Onderzoek toont aan dat van de 3.752 romantische boeken, uitgegeven door de 20 toonaangevende uitgeverijen, slechts 6,2 procent geschreven werd door een auteur met een gekleurde huid.

The Ripped Bodice, een in romantische verhalen gespecialiseerde boekhandel, doet sinds twee jaar onderzoek naar de schrijvers van romantiek. Ze richtten zich op traditionele uitgeverijen. Uit hun analyse blijkt dat het percentage auteurs met een gekleurde huid daalt. In 2016 ging het nog om bijna 8 procent, vorig jaar 6,2.

De harde cijfers bevestigden voor getroffenen en geïnteresseerden een gevoel en een geleefde ervaring – nee ze waren niet gek, ze zagen het goed:

“There was a certain amount of relief from members of the community, including authors, bloggers, and readers who had been saying this was an urgent problem for years,” says Leah Koch, “and now have data to underscore their experiences. But ultimately, the numbers were very disheartening for a lot of people.” “The reaction from publishers was…quiet.” added Leah. “We’d like to see more active responses.”

In Nederland verschijnen veel uit het Engels vertaalde romantische boeken, dus de situatie zal hier niet veel anders zijn. Gezien dit gure klimaat is het extra leuk als mensen laten zien hoe het wél kan. Onlangs presenteerde de Drontense schrijfster Marijke Jansen bijvoorbeeld de bundel Brave New Love, met daarin tien liefdesverhalen waarbij diversiteit centraal staat. Sinds vorig jaar beschikt Nederland ook over de eerste uitgeverij die zich specifiek richt op lesbische romantiek. Het betreft Tinteling FEM, een imprint van Tinteling Romance.

Ook in de V.S. komt de situatie langzamerhand in beweging. Volgens de New York Times beraden Harlequin en Avon, twee grote uitgeverijen, zich op maatregelen om de auteursgroep minder blank te krijgen. Het onderwerp stond onlangs ook hoog op de agenda van een congres van de Romance Writers of America, in Denver. Fans van het genre doen er ondertussen alles aan om boeken aan te bevelen die meer diversiteit bieden, en auteurs als Jeannie Lin en Beverly Jenkins te promoten. Een site als Smart Bitches, Trashy Books neemt diversiteit standaard mee in recensies, en geeft verhalen een lagere score als ze racistische en seksistische elementen bevatten.

Stapje voor stapje komt zo de vooruitgang tot stand. Want gebrek aan diversiteit is een probleem van mensen, en mensen kunnen er iets aan doen. Zo is het onderzoek van Ripped Bodice vol lof over Crimson, onderdeel van uitgeverij Simon & Schuster. Deze imprint slaagde er in 2017 in om maar liefst 29.3% van de gepubliceerde romans te laten schrijven door een auteur met een gekleurde huid. Zie je? Het kan best. Moge veel uitgeverijen dat goede voorbeeld volgen.

Kwart WW1 gedichten kwam van een vrouw

Engelstalige vrouwen schreven een kwart van de gedichten in en over de Eerste Wereldoorlog in Engeland. Wow, dat wist ik niet. Zoals zovelen dacht ik bij Engelse poëzie over die Grote Oorlog automatisch aan mannen zoals Wilfred Owen. Maar zoals de BBC benadrukt, vertegenwoordigden deze mannelijke militairen een minderheid. Ze kwamen niet verder dan 20% van de ‘productie’. Dat hun werk desondanks zo dominant is, komt door de manier waarop de canon tot stand kwam.

Dichteres Charlotte Mew

Canon-vorming komt tot stand op basis van status en macht. Zo ook hier. Militairen, zeker vanuit de hogere rangen zoals officier, stonden zeer hoog in aanzien in het Engeland van rond 1914. Zelfs als ze, zoals Owen, nauwelijks bekend waren als dichter in hun eigen tijd, kregen ze daarna alsnog een podium. De literaire elite hees de militaire mannen op een schild, onder andere door hun gedichten te bundelen en te publiceren. Vrouwen kregen geen plek in die prestigieuze overzichten.

Dus voilà, wie op school gedichten krijgt uit en over de Eerste Wereldoorlog, krijgt Wilfred Owen en collega’s voorgeschoteld. Engelse (maar ook Nederlandse) leerlingen horen of lezen niks van bijvoorbeeld Evelyn Underhill, die in haar gedicht ‘Non-combatants’ stelde: “Never of us be said/We had no war to wage.” Of Charlotte Mew, die net zo goed als Owen de vernietigende effecten van oorlog beschreef.

Langzamerhand beginnen mensen te morrelen aan dat beeld van ‘oorlogspoëzie = mannen zoals Owen’. Website Allpoetry zette een aantal dichteressen op een rijtje, met  links naar hun gedichten. De universiteit van Leicester publiceerde een speciale paper, om aandacht te vestigen op de stem van vrouwen. Volgens de universiteit

We are engaged in a process foreseen in 1918 by Eleanor Farjeon: ”Men will begin to judge the thing that’s past As men will judge it in a hundred years.” The quotation chosen to head this Bookmark may seem to be deliberately provocative, but even the most diligent reader of the poetry of the period would be hard-pressed to find any popular anthology that includes the work of a single female poet and might be tempted therefore to add to the quotation used, ‘or cared what they wrote’.

Tegenwoordig raken mensen zelfs een beetje los van het Westelijk front. De Eerste Wereldoorlog speelde zich op zeer veel fronten af, in allerlei andere landen dan België/Frankrijk/Duitsland. De gedichten die uit de koloniën en andere verder weggelegen fronten komen, beginnen ook aandacht te krijgen.

Het gaat niet snel, dat bijsturen en verbreden van de klassieke canon, maar het gebeurt. Vooruitgang!

Boeken! En nog meer boeken!

Lezen, heerlijk… In de zomervakantie heeft iedereen hopelijk wat meer tijd om in andere werelden te duiken. En het leukste is dat je daarna boekentips kunt delen met andere lezers. Hieronder de mijne…

Maria Dermoût

Nog Pas Gisteren, Maria Dermoût. Bij een afgeschreven-boeken-verkoop in de bibliotheek trof ik een bundel aan met haar verzamelde werk. Ik had nog nooit van deze Nederlands-Indische schrijfster gehoord. Dat zegt vooral iets over mijzelf en mijn ouwe docent Nederlands, die alleen de selecte club universelen interessant vond en verschrikt opkeek toen ik een boek van Helen Knopper op mijn leeslijst zette – hij had nog nooit van haar gehoord, terwijl ze ook destijds al verschillende werken had geschreven.

Ook Dermoût hoorde duidelijk niet bij het standaard curriculum, wat een gemis in mijn opvoeding was. Want ik heb nog een aantal verhalen en romans te gaan, maar de novelle Nog Pas Gisteren smaakte al zeker naar meer. In krap negentig pagina’s schetst Dermoût door de ogen van een jong meisje een beklemmende koloniale wereld, die op instorten staat. Dermoût maakt optimaal gebruik van het verschil in kennis, ervaring en inzicht tussen het jonge meisje en jij, de volwassen lezer.

Het meisje gist naar het waarom van de houding van familieleden ten opzichte van elkaar. Als lezer moet je ook een beetje gissen, maar kun je een heel eind komen – verboden relaties, overspel, huwelijken die net als de bredere situatie op instorten staan. De hoofdpersoon snapt niet precies waarom vertrouwde inheemse mensen opeens kil doen en vertrekken. Als lezer snap je het wel: de politieke situatie verandert en mensen zijn het zat om voor blanke plantagehouders te werken.

Bij Nog Pas Gisteren had ik dezelfde leeservaring als bij Een Dwaze Maagd van Ida Simons: het verhaal besluipt je van achteren. Het begint klein en onschuldig. Je denkt tralalala, valt wel mee. Om vervolgens in de laatste pagina’s WHAM een emotionele uppercut te krijgen van heb ik jou daar.

In Trainwreck analyseert feministe en journaliste Sady Doyle het fenomeen van de Gevallen Vrouwelijke Beroemdheid. Zij ziet in de tragedies rondom Marilyn Monroe, Britney Spears en Amy Winehouse de manier waarop de samenleving vrouwen afstraft als ze het wagen de openbaarheid op te zoeken. Magazine The Atlantic publiceerde een lovende bespreking van dit boek en put hoop uit het feit dat de gang van zaken rond huidige beroemdheden wijzen op een verandering ten goede:

the female celebrities who are ascendant today are dominant precisely because they have studiously avoided, for the most part, the Spearsian style of public downfall. Beyoncé, Taylor, Rihanna, Angelina, Shonda—these women are, for the most part, deeply in control of their own stories and images. […] …they serve less as icons of fallen femininity than of what may well be the new regime: one in which women set their own agendas.

Ingetogen en mooi: The sister : a novel based on the life of Alice James van Lynne Alexander. Kun je een mooi boek schrijven over een 19e-eeuwse vrouw die, vanwege pijnlijke zware menstruaties en andere aandoeningen het grootste deel van de tijd op bed ligt? Ja, bewijst Alexander. Ze kruipt helemaal in de fictieve denkwereld van de echt bestaande Alice en geeft zo een inkijkje in het bestaan van iemand die niet bekend werd, zoals haar schrijvende broers, maar die een zeer rijk innerlijk leven leidde en zich staande hield, ondanks al dat op bed moeten liggen. Lastig te beschrijven boek, lees het 😉

De Ancillary trilogie, van Ann Leckie… Mooie, spannende boeken, waar ik eerder al aandacht aan besteedde. Tijdschrift Vileine noemt ze een instant classic en gelijk hebben ze.

En de winnaars van het beste Groninger boek 2018 zijn… twee winnaressen, te weten Nhung Dam en Karin Sitalsing! Dam is theatermaakster en deed onlangs nog met een productie mee aan Oerol. In Duizend Vaders, haar literaire debuut, schrijft ze hoe een 11-jarig vluchtelingenkind zich probeert te handhaven in een nieuw land, Groningen. Sitalsing ging in haar non-fictieboek Boeroes op zoek naar de levens van de ‘gewone’ blanke Surinamers. Geen rijke plantagehouders, maar arme sappelaars die in de negentiende eeuw naar Suriname reisden in de hoop op een beter leven – en dat meestal niet vonden.

Tot slot een inspirerend idee. Anne stond voor haar boekenkast en telde, onder andere geïnspireerd door de Lezeres des Vaderlands, het aantal vrouwen, mannen en nationaliteiten dat op de planken stond. Dat bleek bedroevend weinig. Haar collectie was 78% man en 95% blank. Dus besloot ze op wereldreis te gaan:

Ik zal dwars door Afrika trekken, kriskras door Azië en eilandhoppend door Oceanië. Niets bijzonders, zou je denken, behalve dan dat mijn vervoermiddel geen vliegtuig maar papier zal zijn en mijn gids geen Lonely Planet maar een schrijver uit elk land ter wereld. Ik ga op reis door de wereldliteratuur.

Per land zoekt ze mooie romans uit – zie hier de lijst tot nu toe. Daarbij werd al snel duidelijk dat een Nederlandse lezer die meer wil dan standaard, er soms bekaaid vanaf komt. Zo verscheen haar keuze voor het Afrikaanse land Gabon, een roman geschreven door Angèle Rawiri, alleen in het Frans en in een Engelse vertaling. Fijn dus dat ze een weblog bijhoudt over haar literaire avontuur, dan weten we in ieder geval van het bestaan van een titel en kun je daarna makkelijker zelf iets zoeken en vinden.

Nieuwsronde: vrouw als kanarie in de kolenmijn

Zo weinig tijd, zoveel mooie artikelen. Daarom een nieuwsronde met links naar allerlei interessante analyses, mooi geschreven artikelen en essays. Geniet ervan en hopelijk biedt het stof tot nadenken….

  • Allereerst een mooie analyse van wielrenster en wieleranalist Marijn de Vries over de onderwaardering van de vrouwensport. Ze kreeg meteen te maken met het klassiek Hollandse koor van zeur niet roepers toen ze daar aandacht voor wilde vragen. Pas toen mannen het onderwerp serieuzer namen, kwam het thema op de agenda. Maar ze blijft hoopvol: via haar bestuursfunctie kan ze meer invloed uitoefenen en lobbyen voor preventie van seksueel misbruik en een betere betaling van grofwielrensters. Ze ziet vooruitgang. Lees vooral haar hele artikel voor dagblad Trouw.
  • Om te begrijpen hoe dit werkt – vrouw begint ergens over en zeurt, man begint ergens over en het is belangrijk – kan de term Patriarchaat behulpzaam zijn. Charlotte Higgins constateert in de krant The Guardian dat dit begrip een tijdje uit de mode was, want jeetje, kan er niet een ander, vriendelijker woord voor komen. Maar om de systematische marginalisering van vrouwen en het vrouwelijke te begrijpen én er effectief iets aan te doen, blijkt patriarchaat toch het beste te voldoen. Steeds meer feministische groepen gebruiken het woord weer en worden er strijdbaarder door. Zelfs kritische religieuze mensen gebruiken de term op een goede manier in hun analyses. Wow.
  • Vrouwen blijven de kanariepiet in de kolenmijn, citeert journaliste Elizabeth Chang. Als er ergens iets giftigs broeit in de samenleving, merk je dat als eerste aan de dode en gewonde vrouwen. Chang werkte voor de Amerikaanse krant Capitol Gazette, waar een man onlangs vijf mensen dood schoot. Al snel bleek dat hij een historie had van vrouwenhaat en vrouwen belagen. Hij kon het niet verkroppen dat een vrouw hem afwees en dat de krant er over schreef. Na allerlei juridisch getouwtrek besloot hij zijn gelijk met geweld te halen. Iets wat wel meer mannen doen….
  • ….maar waarover media vaak zwijgen in alle talen. Ook in Nederlandse kranten las ik er weinig tot niets over. Terwijl seksisme en vrouwenhaat overduidelijk een belangrijke rol speelde als factor in dit geweld. Veel mannen die meer dan drie mensen in een keer doodschieten, schopten, sloegen en belaagden daarvoor vrouwen. We moeten stoppen om mannen met fragiele egootjes te beschermen en dit probleem aanpakken, roept feministische auteur Laurie Penny op. Echt, het is mogelijk te veranderen: ,,There is nothing in men’s nature that obliges them to behave like this. The problem is not masculinity but misogyny. There are plenty of shy, lonely men living in their parents’ basements who have not taken up violent woman-hatred as a way to relax after work.”
  • Dat vrouwen het beter krijgen is in eenieders belang, want terreurorganisaties vinden wanhopige vrouwen maar wat fijn. In ruil voor voedsel en water kunnen ze vrouwen dwingen terroristische acties uit te voeren. De vrouwen zijn zo wanhopig dat ze iedere kans aangrijpen om de dag te overleven. Ze zijn zodoende een gewillige prooi. Volgens de NATO bieden ze betere ”hulp” aan vrouwen dan organisaties die terrorisme juist willen bestrijden.
  • De Academy of Motion Picture Arts and Sciences, de groep mensen die beslist welke film een Oscar krijgt en welke niet, wordt steeds diverser. Vrouwen maken inmiddels 31% uit van de Academy, tegen een kwart in 2015. Het aantal mensen met een gekleurde huid verdubbelde zelfs ten opzichte van 2015 – het percentage steeg van 8 naar 16%. Belgisch magazine Knack constateert dat de Academy eindelijk gevoelig lijkt te worden voor de aanhoudende kritiek op de monocultuur, en pogingen doet meer diversiteit te bereiken. Mooi nieuws, want Oscars zijn van invloed op trends in filmland, en welke verhalen we status geven en welke niet. Hoe diverser dus de kiescommissie, hoe groter de kans op meer diversiteit in de stemmen die we horen.
  • Dat blijkt ook maar weer eens bij Ocean’s 8. Waar mannenproducties zoals The Expendables rustig drie sterren bijeen harken, geven filmcritici Ocean’s 8 hooguit een magere twee sterren. Steeds meer vrouwen nemen daar aanstoot aan. Vervang ‘jaren tachtig macho’s en hoera ze blazen dingen op’ door ‘acht actrices op hoogtepunten in hun carrière stelen dingen’ en je hebt de switch van man naar vrouw gemaakt. Waarom krijgt het mannelijke vermaak dan hogere waarderingen dan de vrouwelijke variant? Seksisme, signaleren de actrices en vele vrouwen met hen. Plus de eenzijdige groep critici. Ruim 80% blank en mannelijk. Waarom bepaalt die monocultuur onze smaak? Ocean’s 8 rulez!
  • Een ongewenste zwangerschap voorkomen. Prettige seks – hoe en wat. En pijnlijke menstruaties. Zo ziet de top drie eruit van de zorgen die vrouwen hebben rond hun seksuele gezondheid, volgens een onderzoek van Public Health England. De organisatie bevroeg een groep van 7000 vrouwen om tot deze top drie te komen. Wat betreft menstruatiepijnen en andere ellende blijkt 42% van de vrouwen ergens aan te lijden, maar nog geen 20% zoekt daarvoor medische hulp. Veel vrouwen willen niet zeuren, schamen zich of zijn terecht bang afgepoeierd te worden door artsen die moeite hebben om vrouwen te geloven.
  • Mannelijke journalisten volgen en reetweeten vooral (91%) andere mannen op Twitter, wijst onderzoek uit. Vrouwelijke journalisten komen bijna niet door dit bolwerk van elkaar schouderkloppen gevende mannenbroeders heen. Mannen domineren op die manier discussies op sociale media en beïnvloeden daarmee ook politieke ontwikkelingen. Want ook politici volgen vooral mannen en mannelijke journalisten op Twitter. Zo krijg je een zichzelf versterkende loop tussen media en politiek.Het goede nieuws? Meten is weten, en als je zelf inziet hoe eenzijdig je Twittergedrag is, kun je je gedrag aanpassen en bewust de opinies van vrouwen versterken.
  • Vrouwen zijn vaak solidair met elkaar. Dat blijkt maar weer eens uit een hele lading verhalen van vrouwen die elkaar in bescherming namen in situaties rond straatintimidatie en seksueel geweld. Wildvreemde vrouwen zien dat er iets mis gaat en helpen een andere vrouw. Op Tumblr delen nu steeds meer vrouwen dit soort ervaringen. Hartverwarmend. En wat zou het fijn zijn als wij vrouwen overal veilig rond zouden kunnen lopen…..
  • Fun Facts rond vrouwelijke burgemeesters: tot 1933 verbood de Gemeentewet vrouwelijke burgemeesters. Het ambt was voorbehouden aan mannen. Na opheffing van het verbod werd Truus Smulders-Beliën de eerste. De vooruitgang verliep moeizaam. Dik in de jaren tachtig telde Nederland slechts 25 vrouwelijke burgemeesters. In 2017 was dat opgelopen tot 81, en dit jaar 99. Dat is inclusief de aanstaande benoeming van Femke Halsema in Amsterdam. Partijen als de SGP weigeren stelselmatig vrouwen voor te dragen voor het ambt. De Kroon is vooruitstrevender: 35% van de door Nederland gekozen burgemeesters is vrouw.

 

Ophef boekenweek is teken van vooruitgang

De moeder, de vrouw. Dit thema van de boekenweek 2019 leidde, tot verbazing van organisator CPNB, tot ophef. Ik vind die ophef een teken van vooruitgang. Twintig jaar geleden zouden de meeste mensen niet met hun ogen geknipperd hebben en een instantie klakkeloos z’n gang hebben laten gaan. Nu niet. Het wemelt op twitter van de protesten, 300 auteurs en uitgeverijen publiceerden een protestbrief in NRC Handelsblad en De Morgen, en boekhandel Savannah Bay gaat een eigen boekenweekthema bedenken. Met een door vrouwen geschreven boekenweekessay – en geschenk.

Bij alle reacties die tot nu toe verschijnen licht ik graag een paar thema’s uit. Allereerst de veelbetekenende reactie van de stichting Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek. De CPNB liet in een interview weten dat ze de ophef niet aan zagen komen en waarschijnlijk de verwoording van het thema onderschat hebben:

We wilden de veelkantigheid van het moederschap laten zien. ‘De moeder de vrouw’ uit het gedicht van Nijhoff vonden we een mooie literaire verwijzing. We dachten dat het duidelijk zou zijn. Maar allerlei discussies zijn door elkaar heen gaan lopen.’

De CPNB maakt hiermee pijnlijk duidelijk dat ze totaal gemist hebben welke lading deze termen hebben. Eeuwenlang was ‘de’ vrouw een groot probleem. Mannen schreven boeken vol over haar inferieure aard, losse zeden, hysterische emoties en leugenachtige sluwheid. Binnen die staat van zonde en slechtheid was het moederschap, naast non worden, de enige geaccepteerde positie van de vrouw. Allerlei geleerde mannen en kerkvaders schreven voor hoe belangrijk het was dat vrouwen trouwden en kinderen kregen en hoe ze vervolgens moesten zijn. Deze belerende teksten stonden bol van woorden als dienen, verzorgen, gehoorzamen, zwijgen, de man volgen, al dan niet religieus bekrachtigd met Bijbelteksten.

Tot op de dag van vandaag benutten mannen met macht hun podium nog steeds om uit te leggen waarom ze vrouwen minderwaardig vinden. En gebruikt een bepaalde groep mensen ‘moeder de vrouw’ nog steeds om te verwijzen naar de vrouw die zichzelf helemaal wegcijfert om voor zijn kinderen en voor hem te zorgen. ‘Moeder de vrouw’ heeft geen eigen naam, haar taak en functie zijn belangrijk, niet zijzelf als persoon, zoals deze cartoon treffend parodieert:

Hoe seksistisch dit de vrouw de moeder/moeder de vrouw is, weet je meteen als je andere varianten probeert. Je hoort nooit ‘vader de man’ of ‘dochter het meisje’, signaleert Paulien Cornelisse. Inderdaad, en daarom ben ik rond dit boekenweekthema zo blij met de protesten. ‘De moeder’, ‘de vrouw’ zijn terecht zeer problematische begrippen geworden, en vrouwen eisen het recht op om hier zelf iets over te zeggen te krijgen. Dat het CPNB de ophef niet aan zag komen zegt alles over het CPNB. Nederlandse vrouwen en veel mannen zijn inmiddels een stapje verder.

Andere tegenreacties over de ophef spreken ook boekdelen. Özcan Akyol benutte zijn podium als columnist van het AD om vrouwen die aanstoot nemen tegen het boekenweekthema, te betichten van hysterie. Dit woord duikt regelmatig op als vrouwen in verzet komen tegen onrecht. Ze hebben geen terechte aanklacht, nee, ze zijn hysterisch. Het is naast ‘hoer’ hét etiket om vrouwen te diskwalificeren en terug in hun hok te meppen.

Akyol haalt nog een ander seksistisch geintje uit in zijn opiniestuk. Hij verklaart vrouwen zo sterk, nobel en ”veel subtieler dan mannen”, dat ze dit soort protesten helemaal niet nodig zouden hebben. Ook dit type argument kent een lange geschiedenis. Opleidingen, hadden vrouwen niet nodig. Stemrecht ook niet, want de vrouw had al genoeg invloed als moeder en echtgenote. Politiek was zo’n smerig bedrijf, daar moesten edele vrouwen met hun tere aard helemaal niks van willen weten, ze waren zo goed en hoogstaand dat ze dat maar beter konden overlaten aan mannen. Opnieuw, brrrrrrr.

Tot slot de ja-maar types die de protesten verdraaien. Mogen mannen dan niet schrijven over vrouwen en moeders? Boehoehoehoe, identiteitspolitiek, de creativiteit gaat ten onder aan politiek correct geleuter. Dit is een favoriet argument van conservatieven om alle pogingen af te slaan om meer diversiteit te bereiken. Daarbij vergeten ze gemakshalve dat zijzelf ook aan identiteitspolitiek doen: de identiteit van de blanke man die kan terugvallen op zijn machtspositie als de neutrale standaard, de objectieve brenger van universele waarheden – terwijl alles aan elkaar hangt van subjectiviteit, blinde vlekken, de angst om privileges en macht te verliezen, enzovoorts. Zeg maar de profiteur van het informele mannenquotum aan de top van het bedrijfsleven of de politiek, die tegen een vrouwenquotum is want ‘we moeten alleen voor kwaliteit gaan’. Zoals Mark Rutte.

De CPNB heeft inmiddels in een verklaring laten weten te willen kijken hoe ze een positieve wending kunnen geven aan het thema van de boekenweek. De stichting gaat graag in gesprek met de ondertekenaars van de protestbrief. Misschien lukt het om tot ”creatieve oplossingen” te komen, hoopt de CPNB. Nog beter lijkt mij: beter voeling houden met de maatschappij, zich bewust worden van seksisme, en vanaf nu boekenweekgeschenken – en essays jaarlijks 50-50 door mannelijke en vrouwelijke auteurs laten schrijven.

De dominantie van de dikke historische mannenboeken

Wil je weten hoe een door mannen gedomineerde canon tot stand komt? Dan kun je dat nú zien – het mechanisme is in werking gezet- rond historische romans. Het vuistdikke Reconquista van Miquel Bulnes. Musch, het vuistdikke eerste deel van een trilogie over het leven van Johan de Wit. Tafels in boekhandels bezwijken bijna onder het gewicht van deze Serieuze Historische Romans. Ik kan me niet herinneren dat de nieuwste Simone van der Vlugt  ooit zo breed gepromoot werd. Haar romans verschijnen, maar als Bulnes en co kloeke historische romans met mannelijke hoofdpersonen publiceren is dat een Evenement met hoofdletter E.

Het lijkt er sterk op dat mannelijke auteurs profiteren van een sociale en geschiedkundige context: mannen zijn de serieuze historici en leveranciers van Echte Boeken.

Geschiedenis als vak: Zowel wetenschapster Maria Greve als, jaren later, Suze Zijlstra, constateren dat mensen een duidelijke beeldvorming hebben over wie er over de geschiedenis gaan. Zeg ‘geschiedkundige’ of ‘historicus’ en de meeste mensen denken automatisch aan mannen, onderzochten zij. Mannen organiseerden zich in historische genootschappen en verkregen leerstoelen aan de universiteiten. ”Bronnenonderzoek in archieven en bibliotheken werd beschouwd als een heroïsche zoektocht van vastberaden mannen naar ware historische kennis”, schrijft Greve.

Echte Romans: Corina Koolen deed onderzoek en constateert dat literaire kwaliteit nauw verbonden is met mannen. Vrouwen schrijven net als mannen, maar lezers, uitgeverijen en recensenten willen dat niet zien. In hun beleving missen vrouwen steevast de X-factor die de mannelijke auteur wél heeft. Vrouwen schrijven misschien wel leuk, of zijn populair, of verkopen goed, maar literatuur… meh. Vervolgens krijgen mannelijke auteurs met hun Literaire Roman de literaire eer. En de prijzen. En het geld.

Binnen deze tweedeling tussen universele romans van mannen en genderspecifieke romannetjes van vrouwen, hebben mensen m/v ook duidelijke ideeën over wie over welk soort onderwerp mogen schrijven. Greve:

Slechts enkele uitzonderlijke vrouwen zouden in de ogen van de critici beschikken over voldoende kennis om zich in staatkundige en historische verschijnselen te kunnen verdiepen. In het algemeen diende de vrouw niet over economie, politiek of geschiedenis maar over ‘kalmer tooneelen’ te schrijven.

Dat gold voor de negentiende eeuw, maar deze mentaliteit leeft voort, ontdekte Koolen.

Misschien niet zo vreemd dat mannelijke auteurs direct en indirect baat hebben bij deze mannelijke geschiedenis en erkenning van literaire kwaliteit bij mannen. Zij passen naadloos in het onbewuste beeld van het soort mensen dat zich met geschiedenis en literatuur bezig houdt. Ze komen terecht in een gespreid bedje. Bulnes’ roman Reconquista, over de strijd tussen zuidelijke Mohammedanen en noordelijke Christenen in het middeleeuwse Spanje, werd volgens zijn uitgever groots besproken. Zijn voorganger, Het bloed in onze aderen, belandde in 2012 op de shortlist van de Libris Literatuurprijs. Op dit moment lopen de media ook warm voor Jean-Marc van Tol met zijn historische roman over Johan de Wit. ”Je reinste Game of Thrones”, hijgt Vrij Nederland.

Ik denk dat het ook te maken heeft met marketing. Neem de omslag van Musch: een kloek, ”mannelijk” ontwerp in donkere kleuren, met grote strakke letters en een koninklijke vogel. Alles zegt ‘serieuze roman, Kwaliteit’:

Vergelijk dat met de gemiddelde kaft van een historische roman van een schrijfster zoals Simone van der Vlugt:

Lichte kleuren, roze, bloemetjes, een bevallige vrouwenhand, alles roept ‘vrouwelijk’. Misschien zelfs wel ‘chicklit’ – een frivool genre met boeken die geen man wil lezen. Nergens zegt een recensent zoiets als ‘net Game of Thrones’. Terwijl omschrijvingen daar wel aanleiding toe kunnen geven. Zoals deze omschrijving bij de roman ‘De Dochter van de Zeemeermin’ van Lydia Rood: ”1403, de Middeleeuwen: een tijd van oorlog, bijgeloof en van strijd om de troon”.

Ik gun Bulnes en Van der Tol alle aandacht van harte hoor. Hun boeken zijn vast goed en leuk om te lezen. En de historische roman is een prachtig genre. Maar het valt mij op dat de media en de boekhandels de Bulnes en Van der Tol heren wel érg op het schild hijsen. Zij krijgen alle ruimte van literaire bijlagen die, zoals de Lezeres des Vaderlands en anderen onderzochten, het werk van vrouwen negeren of alleen in kleine signalementen behandelen, terwijl mannelijke auteurs de belangrijke lange reportages krijgen. Dit terwijl het letterlijk wemelt van schrijfsters die in hetzelfde genre werken. Zie bijvoorbeeld deze lijst van Hebban.

Kortom, het is geen gelijk speelveld. En dat is erg vervelend, want als diezelfde door mannen gedomineerde recensentengroep en literaire experts-kliek de Canon van de Historische Roman opstelt, in de context van de man als de echte historicus en de man als de echte auteur, zul je zien dat mannelijke auteurs daarin domineren. We zijn er zelf bij – het mechanisme speelt zich op dit moment voor je eigen ogen af. Het is nu gaande. Wilde ik even signaleren….

Klassieker Joanna Russ krijgt nieuwe uitgave

Leve de universiteit van Texas! Die verzorgde een gedegen nieuwe uitgave van de klassieker ‘How to Suppress Women’s Writing” van Joanna Russ, met een voorwoord van Jessa Crispin. (In Nederland verscheen haar boek onder de veel mildere titel Andere Levens, Andere Letteren). Dit is geweldig nieuws, want wat Russ schreef over uitsluitingsmechanismen bij schrijfsters geldt net zo goed voor de situatie rond kunstenaressen, onderneemsters, wetenschapsters, opiniemaaksters enzovoorts. En is nog steeds akelig actueel.

Bron: Financieel Dagblad

Russ wijst er in haar boek op dat culturen echt wel veranderen en beschaafder kunnen worden. Zo hebben we sinds een paar decennia nauwelijks wetgeving die vrouwen expliciet en gericht uitsluit van bepaalde beroepen of bezigheden. Vrouwen blijven sinds de jaren vijftig handelingsbekwaam na hun huwelijk. Bijna niemand doet in het openbaar nog botte uitspraken dat vrouwen iets niet zouden kunnen, niet zouden mogen of niks voorstellen. Doet iemand dat wel, dan volgt (terecht) felle kritiek.

Je zou oppervlakkig gezien kunnen denken dat alles ok is. In de praktijk, stelt Russ, wéten we als samenleving echter heel goed wie iets mag zijn of doen, en wie niet. Zo zijn historici witte mannen, onderzocht Suze Zijlstra. Serieuze auteurs vinden we witte mannen, onderzocht Corina Koolen. Ondernemers vinden we witte mannen, analyseerde het Financieel Dagblad.

Vanuit dat wereldbeeld zijn vrouwen vreemde eenden in de bijt. Ze horen er niet bij. Duiken ze toch op, dan ontstaat er een probleem waar je zo snel mogelijk vanaf wilt. Russ zette voor de literaire wereld op een rijtje wat de acties zijn om het Serieuze Schrijverschap te behouden voor leden uit de correcte groep, namelijk witte mannen. Heel in het kort: ontkennen, belachelijk maken of afbreken, bijvoorbeeld door te zeggen dat ze inferieur werk aflevert, dat ze een waardeloos onderwerp uitkoos, dat ze slechts een eenzame uitzondering is, zich op de verkeerde genres richt, enzovoorts.

Lukt het om vrouwen af te schrikken of, als ze toch schrijven, in het hokje broddelaarsters te houden, dan heb je meteen een extra stok om vrouwen mee weg te slaan. Kijk, vrouwen mogen en kunnen alles maar doen het niet. Of ze doen het wel maar komen niet verder dan truttige romannetjes. Ze kunnen het blijkbaar niet. Ze spannen zich niet genoeg in. Zie je wel, mánnen zijn de serieuze auteurs.

Die manier van kijken en denken heeft voor vrouwen verstrekkende negatieve gevolgen. Anno 2018 ontdekte Corina Koolen dat lezers, recensenten en uitgevers nog steeds niet goed kunnen kijken naar het werk van schrijfsters. Mensen plakken allerlei seksistische etiketten op romans van schrijfsters en weigeren hun werk te erkennen als literatuur. Wat Russ kwalitatief analyseerde, trof Koolen even genadeloos hard aan in haar kwantitatieve onderzoek.

Wat schrijfsters overkomt, overkomt ook andere vrouwen die opduiken op plaatsen waar ze niet horen. Zo vinden we het in Nederland volstrekt normaal als er alleen blanke mannen aan tafel zitten bij talkshows op de televisie. Als er plotseling louter vrouwen aan tafel dreigen te komen, in het programma Buitenhof in dit geval, worden mensen zenuwachtig. Dus zegt de redactie één van de vrouwen af en laat voor haar in de plaats een man komen. Zo ver gaat onze cultuur om het plaatje weer een beetje te laten kloppen.

Vrouwen lopen niet alleen tv optredens mis, ze lopen vanuit het “mannen behoren X te doen” wereldbeeld ook geld en middelen mis om hun ambities te verwezenlijken. Vervolgens kan iedereen hoofdschuddend zeggen “tsja, ze kunnen en willen niet, vrouwen blijven liever bij hun gezin”.

Het Financieel Dagblad schonk bijvoorbeeld onlangs aandacht aan een fascinerend onderzoek naar het taalgebruik van investeerders. Mannen en vrouwen met macht (en geld) spraken met jonge ondernemers die kapitaal wilden werven om hun onderneming te starten of verder uit te bouwen. Na de analyse van talloze gesprekken bleek dat de investeerders bij ‘ondernemer’ aan mannen denken. Vrouwen zijn de vreemde eend, het klopt niet dat zij daar zitten als ondernemer. Daarna hijsen ze mannen in het zadel en wijzen vrouwen af:

De capaciteiten van vrouwelijke ondernemers werden stelselmatig omlaag gepraat, die van mannen omhoog. Mannelijke eigenschappen werden geassocieerd met ondernemerschap, vrouwelijke juist niet. Zelfs als het over dezelfde eigenschappen ging. Alsof – zo schrijven de onderzoekers – het imago van de vrouw ‘strijdig is met de persoonlijkheid van de entrepreneur’. Bijvoorbeeld: ‘Zoals alle vrouwen is ze voorzichtig. Ze durft niet.’ Over een man daarentegen: ‘Hij is voorzichtig, en dat is goed. Hij neemt weloverwogen beslissingen.’ Leeftijd en ervaring werden ook verschillend uitgelegd. Bij een vrouw negatief: ‘Ze is jong en heeft waarschijnlijk geen ervaring in het leiden van een business.’ Bij een man is dat iets positiefs: ‘Hij is een jonge kerel en heeft nog een veelbelovende toekomst voor zich liggen.’

De omgeving moet wakker worden, vooroordelen bijsturen en vrouwen eerlijker beoordelen. Dan pas verandert er écht iets en maakt een vrouwelijke canon of traditie een kans. Joanna Russ constateerde dat in How to Suppress Women’s Writing, en in Nederland kun je haar gelijk dagelijks ervaren door het nieuws te volgen en bijvoorbeeld dat onderzoek van Koolen te lezen.

Daarom top dat haar boek opnieuw breed verkrijgbaar is. Lees haar analyse, ken de argumenten om vrouwen buitenspel te zetten, en wees er alert op als je die mechanismen vervolgens tegen komt op kantoor, aan de talkshow-tafel, op je literaire platform enzovoorts. Want vrouwen zetten door en er is hoop op verbetering:

For hundreds of years, despite those odds against them, the “wrong” writers still manage to write. Likely it won’t be remembered long enough or taken seriously enough, but to read this book is to admire this buried tradition, and realize how much there is to be discovered — and how there’s no time like the present to look at the marginalized writers you might be missing. “Only on the margins does growth occur,” Russ promises, like the guide in a story telling you how to defeat the dragon. Get angry; then get a reading list.

Ode aan Renate Dorrestein

Ai wat een triest nieuws bracht uitgeverij Podium vandaag: schrijfster Renate Dorrestein is overleden. In mijn hart nam en neemt ze een bijzondere plek in. Niet alleen schreef ze spannende romans en goed doordachte essays vol waardevolle inzichten, maar voor mij vormde ze ook één van de toegangspoorten tot het feministische gedachtengoed. Onder andere haar bundel Korte Metten leverde veel stof tot nadenken – en toonde aan dat feminisme en humor vanzelfsprekend prima samen gaan.

Foto: Dagblad van het Noorden

Ik kocht Korte Metten destijds in een kringloopwinkel en viel als een blok voor de lichtvoetige maar kritische manier waarop Dorrestein allerlei sociale fenomenen onder de loep nam. De ware aard van de Nederlandse man, de volkomen ware stelling dat menstruatie niet fijn is, de diepere betekenis van de damestas, haar ervaringen tijdens lezingen over het feminisme (altijd een wantrouwig kijkende man die cijfers eist). Maar ook de vele kleine, persoonlijke observaties die aantonen hoe diep vrouwen geïndoctrineerd zijn om tegen de klippen op aardig te blijven, zich klein te maken en te navigeren in een vijandige wereld.

Een topcolumn uit haar bundel vind ik die over feministen en katten. ”Aan feministische personen zit zo dikwijls een poes vast, dat gesproken mag worden van een causaal verband”, schreef ze. Daarna schaamde ik me nooit meer voor het feit dat ook ik mezelf als feministe identificeer en mijn huis graag deel met een of meer katten. Sterker nog, ik sloot me meteen aan bij de Australian Cat Ladies toen die organisatie in 2013 werd opgericht. En streef nu naar een professioneel einde als kattenvrouwtje.

Dat is trouwens hard werken en veel geld sparen om na je pensioen aan de slag te gaan. Eén kat kost gemiddeld 400 euro per jaar, dus als je er een stuk of acht neemt zit je aan de duizenden euro’s. Behalve jaarlijkse vaccinaties zijn dierenarts-kosten niet meegerekend in dit gemiddelde. Mankeert Poekie dus iets en moet je medicijnen kopen of medische ingrepen betalen, dan zit je al snel ver boven dit gemiddelde. Kortom, het gaat hier om een serieuze ambitie waar je niet zomaar aan kunt beginnen. Je moet vooraf plannen, organiseren en je intensief voorbereiden om, eenmaal oud en verlept, een succesvol kattenvrouwtje te worden.

Een ander topboek vond ik haar feuilleton Voor Alles een Dame. Deze roman/almanak/…X… introduceerde me tot Katholieke vrouwelijke heiligen, recepten voor taart en gebak, en onnavolgbare verwikkelingen op een internaat voor moeilijk opvoedbare meisjes. Tussen alle bedrijven door eiste Dorrestein een plek op voor vrouwen om te doen en te schrijven wat ze willen, met respect voor hun eigen (literaire) tradities:

Van de Berliner bol naar het boek is, zo hebben we gezien, maar een kleine stap. Ook een literair werk geldt al snel als een misbaksel wanneer het anders smaakt dan binnen de gangbare conventies wenselijk wordt geacht. De auteur dient niet af te wijken van de norm. Maar dat is nu juist het probleem. Want hoe zou iemand die de last van eeuwenlang kool koken met zich mee zeult, niet kunnen verschillen van iemand met de lust van eeuwen dobbelen achter de knopen?

Dorrestein maakt dit punt niet voor niets. Analyses van recensies van haar werk tonen aan dat veel critici haar romans duidelijk niet begrepen en neersabelden met oordelen als ‘triviaal’, te veel ‘gemekker’ over voedsel en andere minachtende etiketten. Volgens Vooys volgen die recensies steevast hetzelfde patroon:

  • levensbeschrijving met veel aandacht voor het uiterlijk en de kledingkeuze van Dorrestein
  • dan wordt Dorresteins nieuw verschenen boek getoetst aan haar maatschappijvisie zoals die uit haar columns en vroegere bezigheden spreekt
  • welles-nietes gedoe over de sekseverhoudingen, het feministische gehalte van en het waarheidsgehalte in haar werk (getoetst aan wat de recensent feministisch of ‘waar’ vindt, alsof dat een universele, neutrale en objectieve visie is)
  • negatieve beladen waardeoordelen die vooral tegen vrouwen worden gebruikt, zoals ‘te boos’ en ‘drammerig’

Deze meestal mannelijke recensenten hadden geen oog voor de literaire traditie waar Dorrestein zich in wilde scharen en waarmee ze juist weerwoord leverde op gangbare oordelen. Zo geldt het feuilleton nog steeds als een inferieur genre, zeker als de hoofdpersonen vrouwen zijn: het zijn romantische niemendalletjes, soaps, sensatieverhalen, alles behalve Serieuze Literatuur met een hoofdletter L. Wat Voor Alles een Dame in mijn ogen alleen maar leuker en subversieve maakt: dat wat de gangbare kritiek neersabelt, omarmde Dorrestein juist en verhief tot schitterende hoogten.

De laatste jaren zijn literaire recensenten meer tot het inzicht gekomen wat lezeressen en lezers al lang hadden: dat Renate Dorrestein, mede oprichtster van de Anna Bijns prijs, een unieke stem was in de Nederlandse letteren. Haar laatste bundel, ‘Dagelijks Werk’, kreeg lovende kritieken. Dorrestein was toen al ziek. Ze benutte de tijd die ze nog had om voor de laatste keer haar eigen zegje te doen:

“stel je voor dat je na je dood, als je je niet meer kunt verweren, een biográáf achter je aan krijgt”.

Daarnaast geeft ze lezers een kijkje in de keuken van haar schrijverschap.

Heel erg dat dit de laatste ‘echte Dorrestein’ zal zijn. Vaarwel, Renate!

Toegift: dit mooie interview uit dagblad Trouw, van oktober vorig jaar.

Mannenliteratuur vertekent het vrouwbeeld

Onderzoek op basis van duizenden romans over een periode van 200 jaar wijst uit, dat mannelijke auteurs vrouwen meestal niet zien staan. Ze geven vrouwelijke personages maximaal dertig procent van de ruimte – meestal minder. Er zit geen vooruitgang in: mannelijke auteurs uit de Victoriaanse tijd schreven zelfs vaker over vrouwen dan nu. Dit draagt bij aan beeldvorming waarbij we de wereld zien door de ogen van mannen. Slecht nieuws voor vrouwen. Die zien zichzelf nauwelijks terug in verhalen, of worden geconfronteerd met gaslighting.

Gaslighting is een term voor een vorm van psychologische ondermijning. Door een genderbril bekeken: mannen die vrouwen aan zichzelf laten twijfelen door hen constant te vertellen dat ze niet weten wat ze weten, niet voelen wat ze voelen, dat ze zich dingen inbeelden, overreageren, slechte intenties hebben. Zie voor een Nederlands voorbeeld de SF serie Missie Aarde, waarin haar mannelijke collega’s het enige vrouwelijke bemanningslid van een ruimteschip mentaal door de mangel halen, net zolang totdat ze zelf ook gaat geloven in bepaalde vrouwvijandige mythes.

Sarah Churchwell schrijft in een mooi essay dat mannelijke auteurs in hun romans vaak terugvallen op gaslighting van vrouwen via vrouwelijke personages. Ze definiëren de wereld zoals hen dat als man goed uitkomt en reduceren vrouwen tot hysterische domme karikaturen en/of hulpjes van de man. Hun verwrongen vrouwbeeld steekt in verhevigde mate de kop op tijdens periodes, waarin vrouwen in het openbare leven protesteren tegen hun tweederangs status en meer ruimte opeisen. Dat levert bijvoorbeeld personages op die zichzelf feministisch noemen maar de mannelijke held tegeljkertijd op een vernederende manier dwingen om zittend te plassen, beschrijft Churchwell. Huuuu, enge feministen….

Die literaire traditie levert vooral verliezers op, signaleert Churchwell. Verhalen hebben effecten op mensen. Mannen verliezen iets als ze niet lezen of alleen boeken kiezen van mannen, over stoere mannen die oorlog voeren en sexy vrouwen veroveren. Lezeressen vervallen in een totaal gevoel van vervreemding als ze vooral verhalen lezen waarin ze niet voorkomen, of waarin de enige rol die is van een bordkartonnen hatelijk stereotype. De standaard canon vol boeken van blanke mannen die vrouwen negeren of vertekend weergeven is zodoende vooral een lijst van boeken die geen vrouw zou moeten willen lezen. (Tenzij je als schrijfster een studie van hun seksisme wil maken, om de vrouwenhaat daarna te ontmantelen in je eigen romans).

Daarnaast heeft het ook psychologische effecten op schrijfsters, als onze cultuur de beeldvorming uit de kokers van mannen aanneemt voor neutraal en universeel:

Here’s playwright Alison Croggon on the effect such bias can have on the confidence of a writer: “The woman who begins with talent but who finds herself struggling to gain notice simply because she is a woman, can find her ambitions dwindling, her possibilities shrunken, in a continually amplifying feedback loop. Just as success breeds confidence, so the lack of it breeds uncertainty. If millions of reinforcing signals say a woman’s work is less significant, something will eventually begin to stick. This kind of intensifying feedback, which begins at birth, is very difficult to track and even more difficult to combat.”

Dat verzet is echter broodnodig om de dominante beeldvorming te veranderen. Gelukkig komt de zaak steeds meer in beweging. Onderzoeken zoals VIDA tonen in overduidelijke cijfers aan dat het werk van mannen nog steeds onevenredig veel aandacht krijgt in literaire media. Dat leidt tot bewustwording en debat, met hier en daar een verbetering. Vrouwelijke auteurs zoeken ook steeds vaker zelf hun weg, waarbij internet en sociale media zeer behulpzame kanalen zijn. En er kwamen campagnes zoals Lees Vrouwen. In inspirerende artikelen vertellen lezers hoe ze hun leesgewoonten aanpasten en ruimte maakten voor verhalen  van en vaak ook over vrouwen. Churchwell juicht deze ontwikkelingen toe. Het vormt een noodzakelijk cultureel tegenwicht en biedt mogelijkheden om onszelf anders te laten kijken en denken.

Verder lezen: Zie voor de mannelijke dominantie in de Nederlandse literatuur de bevindingen van de Lezeres des Vaderlands. In haar artikelen duikt ze ook regelmatig in de inhoud van romans en zie je dat vrouwelijke personages er ook in Nederland bekaaid vanaf komen. Zoek je geloofwaardige vrouwelijke personages, dan moet je bij de schrijfsters zijn, want hun mannelijke collega’s blijven steken in slachtoffers of hoeren. Zie verder een artikel over de vooroordelen rond hun werk, waar schrijfsters nog steeds mee geconfronteerd worden. Of deze mooie beschouwing van auteur Niña Weijers, of deze analyse van Sanne van Oosten, of dit artikel over de manier waarop ons literatuuronderwijs vrouwen buiten sluit. Kortom nog genoeg werk te doen….

Vrouwen fileren mannen die tenenkrommend over vrouwen schrijven

Twitter levert op dit moment hilarische satire op mannelijke auteurs die denken dat ze vrouwen authentiek beschrijven. Podcaster Whit Reynolds en auteur Kate Leth vragen vrouwen teksten in te zenden waarbij ze zich voorstellen hoe ze beschreven zouden worden door een mannelijke auteur. Pareltjes zijn het gevolg: ‘veel mannen zouden alleen op haar borsten letten. Maar ik ben een intellectueel. Ik weet wat een vrouw waarlijk aantrekkelijk maakt: de kont”.

Bron: Elle Magazine

De humoristische actie kwam voort uit de klacht van een auteur die vond dat politieke correctheid te ver gaat. Leuk, al die nadruk op diversiteit en oproepen aan vertegenwoordigers van dominante groepen om kritisch op zichzelf te zijn als ze over minderheden schrijven. Maar al die ophef is onnodig want kijk bijvoorbeeld eens hoe authentiek hij als man een vrouwelijk personage beschrijft. Hij deelde passages uit zijn meest recente roman. Het resultaat was voorspelbaar tenenkrommend:

“Pale skin, red lips like I had just devoured a cherry Popsicle covered in gloss, two violet eyes like Elizabeth Taylor’s. Dark hair curled slightly. And, of course, my boobs. I had them propped up all front and center.”

Schrijfster Gwen Katz zag het bericht, las de passages en lag in een deuk. Ze publiceerde het proza zonder de naam van de man te noemen, om hem zoveel mogelijk te beschermen. Het moest gaan over de inhoud, niet de persoon. Vervolgens kwam de oproep van Reynolds en Leth om als vrouw je eigen versie in te zenden van dit type proza. De reacties stroomden in een sneltreinvaart binnen. Volgens site The Mary Sue toont de stortvloed aan hoe bekend vrouwen zijn met dit fenomeen:

That it’s so easy for Twitter users to chime in with their guy-writer descriptions demonstrates how widespread this sort of writing is. The focus of male writers when turning their gaze on women is something that most of have read so many times that we could produce these in our sleep.

Disclaimer voordat allerlei gepikeerde mannen boze geluiden maken: nee, niet alle mannen doen dit. Ja, er zijn auteurs die geweldige vrouwelijke personages scheppen. Mag ik de roman Nora Webster aanraden, van de mannelijke auteur Colm Tóibín? Een prachtig portret van een vrouw die weduwe wordt en daarna moeite heeft om met haar twee zoontjes een nieuw bestaan op te bouwen. Eén van de meest ontroerende boeken die ik ooit las.

Maar helaas gaat het vaak mis. Auteurs die alle vrouwen in hun boek beschrijven in termen van hoe aantrekkelijk ze is en hoe graag de hoofdpersoon met haar naar bed wil. De obsessie met borsten en billen, waardoor een vrouw verandert in een verzameling lichaamsdelen gerangschikt naar ‘wil ik het met haar doen of niet’. Brrrrrrrrrr!!!

Veel vrouwen namen dan ook de uitnodiging aan om dit soort prozaproducenten genadeloos te fileren. Een greep uit de berg:

“Her breasts entered the room before her far less interesting face, decidedly maternal hips and rounded thighs. He found her voice unpleasantly audible. As his gaze dropped from her mouth (still talking!) to her cleavage, he wondered why feminists were so angry all the time.”

“I had big honking teeters, just enormous bosoms, and I thought about them constantly as I walked down the street, using my legs (thick, with big shapely calves), but never not thinking about my enormo honkers.”

“Her body was an hourglass meant for taking his time, but her mohawk concerned him. She had a lesbian look, & too many tattoos, in languages he couldn’t pronounce. Still, she’d written a stack of books. It was time for him to weigh in with his high school knowledge of Beowulf.”

Zie er de zonzijde van in, moedigt website Electric Lit gevestigde en aankomende auteurs aan. Al die voorbeelden bieden je een uitgelezen kans om feedback te krijgen op je werk. Als je als mannelijke auteur goed luistert en nauwkeurig meeleest, kun je je eigen roman sterk verbeteren. Want echt, het ís mogelijk fatsoenlijke vrouwelijke personages te scheppen in je verhalen. Of lees een jaar lang alleen romans van vrouwelijke auteurs. Helpt ook.

TOEGIFT: de manier waarop mannen over vrouwen praten, en hoe het zou klinken als je de situatie omkeert. De resultaten zijn even schokkend als hilarisch.

Winnie Mandela leed onder vooroordelen

Zeg ‘Winnie Mandela’ en vaak volgen dan instinctieve negatieve waardeoordelen over een moordzuchtige enge vrouw. Nelson, de held. Winnie, de Lady Macbeth. Nelson, de president, Winnie, de oorlogszuchtige feeks. Hij de majestueuze Nobelprijswinnaar. Zij de gevallen vrouw. Nelson de heilige. Winnie de zondares. Opvallend, die scherpe scheiden tussen Hij is Goed en Zij is Slecht. De negativiteit neemt in de media zulke vormen aan dat allerlei groepen en personen in Zuid Afrika inmiddels luid protesteren tegen de berichtgeving rond haar overlijden op 81-jarige leeftijd.

Deze beeldvorming treft sowieso opvallend veel vrouwen die invloed en/of macht krijgen en zich niet houden aan de drie K’s (Kinderen, Keuken, Kerk). Andere voorbeelden zijn Keizerin Cixi, die werd afgeschilderd als een seksbeluste moordenares, en Hillary Clinton, routinematig neergesabeld als een kille carrierebitch, veelal door mannelijke journalisten die daarna in de #metoo beweging ontmaskerd werden als seksistische aanranders.

Winnie Mandela heeft als bijkomende handicap haar huidskleur. Als Winnie blank was geweest, zou haar persoon niet ter discussie staan, vat Afua Hirsch dit laatste punt samen:

We are tolerant about people who regarded the working classes as an abomination (Wellington), the transatlantic slave trade as a good idea (Nelson) or Indians as repulsive (Churchill), because we think the ends – defeating Napoleon or Hitler – justified the means. Winnie Madikizela-Mandela, as the press coverage of her death this week shows, is not entitled to the same rose-tinted eulogy as our white British men. She is “controversial” and a “bully”.

Winnie opereerde niet alleen in een racistische omgeving, maar ook in een patriarchale. Afropolitan noemt seksisme de achilleshiel van het land, en Winnie leed daaronder. Ze had stil thuis moeten zitten als de vrouw van, in plaats van kritiek te uiten en de belangen van de arme zwarte bevolking te verdedigen. Ze protesteerde en oefende politieke invloed uit. Documentairemaakster Pascale Lamche probeerde haar onlangs nog eerherstel te geven, omdat de activiste naar haar mening straf kreeg voor deze openbare rol. In haar film Winnie belicht ze allerlei kanten die anders verdwijnen in de golf van hatelijke kritiek.

Kortom, lees je de overlijdensberichten, let dan even kritisch op wie kritiek heeft en waarop ze die kritiek baseren. Schrijven ze aantijgingen uit de tijd van het Apartheidsregime over, of hebben ze het over bewezen feiten? Als er een bewezen feit is, zou een mannelijke vrijheidsstrijder net zoveel kritiek krijgen? Als er woorden vallen zoals bloeddorstig, bitcherig, ex-vrouw van, en varianten op ‘huuuuu eng’, dan weet je zéker dat je van doen hebt met iemand die sterke vrouwen terug in hun hok wil knuppelen. Maar zoals Hirsch schrijft:

Peaceful protest did not end apartheid: it took revolutionaries. And it shouldn’t be difficult to choose between a system of racial supremacy and a person who helped overthrow it.

Winnie Mandela krijgt op 4 april een staatsbegrafenis.

Gereedschapskist: The Male Glance

Filmcritica Laura Mulvey introduceerde in 1975 het begrip de male gaze. Een geseksualiseerde manier van kijken die mannen macht geeft en vrouwen reduceert tot seksobjecten. Nu heeft die term een broertje gekregen: de Male Glance. Geen geobsedeerde blik, maar een zijdelings vluchtig kijken, wegwuiven op basis van vooroordelen, en dan snel verder naar iets belangrijkers, aldus auteur en recensente Lili Loofbourow. Mijn toevoeging: kijken heeft te maken met macht, en nu vrouwen steeds meer macht opeisen, begint de mannelijke dominante blik af te kalven. Dus er is hoop….

Loofbourow werkt onder andere voor VQR, een literatuurmagazine. Zij benutte het lentenummer 2018 voor een uitgebreid essay over de manier waarop culturen mensen leren kijken en oordelen. We denken vaak dat dit een neutrale bezigheid is, maar met vele feministen zeg ook ik dat oordelen over talent en kwaliteit niet neutraal zijn. Het is subjectief.

Zo analyseerde Mulvey diverse films en signaleerde dat de camera niet neutraal is. De beelden slepen de kijker mee in een bepaalde subjectieve blik, namelijk die van een heteroseksuele man die vrouwen visueel bepoteld. Zie voor een recent voorbeeld de film Justice Legue, waar de camera pijnlijk vaak en langdurig blijft hangen bij de borsten en billen van actrice Gal Gadot. Die geseksualiseerde manier van kijken leidt de aandacht af van de persoonlijkheid en prestaties van een vrouwelijk personage. Ze bestaat alleen bij de gratie van haar uiterlijk en hoe plezierig dat uiterlijk is voor een heteroseksuele man.

Loofbourow bouwt voort op het idee van de Male Gaze en breidt het idee uit met de male glance. In plaats van een geobsedeerd staren naar borsten en billen gaat het hier om een vluchtige, minachtende mannelijke blik:

The male glance is the opposite of the male gaze. Rather than linger lovingly on the parts it wants most to penetrate, it looks, assumes, and moves on. It is, above all else, quick. […] The male glance is how comedies about women become chick flicks. It’s how discussions of serious movies with female protagonists consign them to the unappealing stable of “strong female characters.” [..] It tricks us into pronouncing mothers intrinsically boring […] Generations of forgetting to zoom into female experience aren’t easily shrugged off, however noble our intentions, and the upshot is that we still don’t expect female texts to have universal things to say. We imagine them as small and careful, or petty and domestic, or vain, or sassy, or confessional.

Deze blik reduceert romans van schrijfsters tot chicklit en maakt dat we enorm veel vrouwelijk talent over het hoofd zien, signaleert Loofbourow. Getroffen door de male glance blijven werken van vrouwen onbegrepen, obscuur, marginaal, terwijl werken van mannen op een voetstuk gehesen worden. De veelal negatieve waarde-oordelen rond onbegrepen werk van vrouwen komen voort uit het feit dat wij als cultuur kijken vanuit een mannelijk standpunt en alles over mannen het voordeel van de twijfel gunnen, terwijl we vrouwen en het vrouwelijke minachten en terzijde schuiven, stelt ze.

Voorbeelden te over. Neem de routinematige manier waarop mensen alles wat jonge meiden leuk vinden afdoen als triviaal, van slechte kwaliteit, iets waar je je voor moet schamen. Zo van als meisjes het leuk vinden, kan het niks zijn. Loofborouw neemt als voorbeeld auteur Elizabeth Gilbert. In haar eerste boeken stonden mannen centraal. Ze kreeg lovende kritieken. Toen ze echter over over vrouwen en vrouwelijke ervaringen begon te schrijven, sloegen de kritieken om. Opeens vonden critici er niks meer aan. Mensen stopten met lezen en begonnen met snelle oordelen. Na alle negatieve kritiek wilde je nog niet dood gevonden worden met Eat, Pray, Love in je handen:

I still haven’t read it. Here’s why: It’s too much mental work, because it would mean reading the book as me and also reading the book as we. The awful thing about internalizing the we—if you have—is that you have to fight it like a boss if you disagree with its verdict. What if I like Eat, Pray, Love? Do I want to take on the we—whose powers of discernment I’m too insecure to fully dismiss—in order to justify my liking? Will I feel embarrassed by my pleasure, ashamed for falling for what the we so cleverly saw through?  This is not a defense of Eat, Pray, Love. I’ll repeat: I still have not read it. But that’s precisely why it’s useful as an example: This is how ambient culture works. These streams of derision and praise are what determine what gets read (or watched) and what doesn’t. These are the currents that eventually confer greatness.

Enfin, lees vooral haar hele essay.

Is de situatie hopeloos? Nee. In haar analyse laat Loofborouw machtsverhoudingen buiten beschouwing. Maar die zijn cruciaal. Mannen domineerden het openbare leven eeuwenlang, maar sinds vrouwen stemrecht kregen, vanaf 1956 juridisch handelingsbekwaam geacht werden, reproductieve rechten veroverden en anno nu steeds vaker hun eigen geld verdienen, kunnen ze vaker hun eigen weg bewandelen en ruimte opeisen voor hun verhalen. Zo vindt op dit moment een vrouwelijke revolutie plaats in de Amerikaanse televisiewereld, met series waarin de vrouwelijke ervaring centraal staat.

Ook Loofbourows essay is een teken van vooruitgang. Situaties die vrouwen eeuwenlang moesten slikken, worden problematisch. Vrouwen analyseren in het openbaar wat er gebeurt, publiceren hun mening, doen onderzoek, zetten theorieën op en zorgen voor discussie en debat. Te beginnen met namen geven aan wat er gebeurt. Niet ‘wat een man thuis doet met zijn vrouw is privé’ maar huiselijk geweld, verkrachting binnen het huwelijk. Niet ‘o tienermeiden vinden het leuk, dan is het niet serieus’ maar The Male Glance. Stapje voor stapje komen we zo dichterbij een gelijkwaardig speelveld, waarin we het werk en de ervaringen van vrouwen serieuzer nemen. Vooruitgang….

UPDATE De Huffington Post refereert aan het essay van Loofbourow in een recensie over een onsamenhangende, seksistische debuutroman van acteur Sean Penn:

As I read Bob Honey, I couldn’t stop thinking of Lili Loofbourow’s recent, brilliant Virginia Quarterly Review essay, “The Male Glance,” which argues that we refuse to read genius, or even artistic intentionality, into works by women. The flip side is that we do readily presume those things in the works of men. […] Penn’s already been offered more benefit of the doubt than he’s earned, and more than any equivalent actress would receive. He joins a select crew of successful white male actors who think they have very literary things to say, and who have therefore been offered hardcover book deals with blurbs by Salman Rushdie.

“De Macht” maakt deel uit van een nieuwe vrouwenopstand

Hoera, de prijswinnende SF roman van Naomi Alderman is in het Nederlands vertaald onder de titel De Macht. Voor het eerst in tijden kunnen mensen weer eens kennis maken met vrouwelijke personages die geweld gebruiken om een einde te maken aan agressie van mannen. Dat komt niet vaak voor in feministische utopieën of dystopische romans, signaleert literatuurcritica Elaine Showalter.

Als dit fenomeen de kop opsteekt in boeken, is dat meestal omdat er iets broeit in de samenleving:

Despite the infinite possibilities of imagination, most feminist speculative fiction could display the humane tagline: “No men were harmed in the writing of these books.” Rage and the desire for revenge against male oppressors, however, has emerged in women’s dystopian writing during periods of feminist protest and uprising.

Showalter signaleert dat vrouwen, van Margaret Cavendish in 1666 tot aan moderne grootheden zoals LeGuin en Atwood, meestal opvallend vredig denken over revoluties. Vrouwelijke personages zijn het lijdend voorwerp of strijden met woorden, argumenten, ideeën. Regelmatig bereiken ze hun utopie alleen door zich terug te trekken in samenlevingen zonder mannen. Zo stelde Christine de Pizan zich al circa 1405 een Stad der Vrouwen voor, waarin vrouwen veilig zijn voor hatelijke mannen.

De voorbeelden van auteurs die vrouwelijke personages expliciete agressie tegen mannen laten gebruiken, zijn schaars. Zo staat Atwood’s  roman Het Verhaal van de Dienstmaagd bol van het geweld, maar het is meestal geweld tegen vrouwen. Als vrouwen persoonlijk een man aanvallen en/of vermoorden, gebeurt dat bij wijze van genade, ziet Showalter. Een verzetsman valt in handen van het theocratische regime dat vrouwen reduceert tot broedkippen. De overheid veroordeelt hem tot een openbare lynchpartij in een stadium, met vrouwen als beulen. Een vrouw die banden heeft met het verzet, zorgt dat ze als eerste bij hem is en vermoordt hem snel en relatief pijnloos. Ze bespaart hem zodoende een marteling.

Uitzonderingen steken de kop op als vrouwen een emancipatiegolf vormen. Neem bijvoorbeeld auteur Joanna Russ. In haar romans van eind jaren zeventig, begin jaren tachtig, tijdens de tweede feministische golf, vechten vrouwen soms met een man. Ze gebruiken wapens. En winnen.

In De Macht, originele titel The Power, schrijft Alderman over een maatschappij waarin jonge vrouwen tijdens hun puberteit een lichamelijke verandering doormaken. Daardoor kunnen ze elektrische schokken uitdelen. Van een fijne tinteling tot een zodanig heftige schok dat mensen sterven. Meisjes blijken deze gave wakker te kunnen maken in oudere vrouwen, zodat al snel iedere vrouw de mogelijkheid heeft iemand met één klap te doden. Mannen worden bang voor vrouwen: wangedrag kan hen fataal worden. De macht leidt tot grote veranderingen. Slachtoffers van mensenhandel vermoorden mensenhandelaars, huisvrouwen doden de partner die hen slaat, en meiden slaan terug als ze geconfronteerd worden met straatintimidatie.

Showalter stelt dat Alderman in haar science fiction boek de huidige woede kanaliseert, die vrouwen verenigt in campagnes zoals #metoo en #yesallwomen:

So why this fantasy now? Alderman is reflecting and channeling the anger of a young generation of feminists who will not forgive, excuse, cover up, and accept male abuse. […]  Women are willing to use their public power to destroy men’s careers, to break up their marriages, even send them to prison. […]  If, as Lindy West wrote recently, “feminism is the collective manifestation of women’s anger,” this feminist wave is a tsunami. Alderman sees herself as part of that wave.

Met haar roman stelt Alderman de huidige machtsongelijkheid tussen de seksen aan de kaak, zwengelt ze het debat aan over agressie, en laat ze mensen speculeren wat er zou kunnen gebeuren als vrouwen opeens ongestraft terug kunnen slaan.

Het boek geeft mannen ook de kans om hun empathische vermogens verder te ontwikkelen. Vrouwen hebben te maken met massale agressie van mannen, zowel psychologisch als fysiek, en veel vrouwen zijn bang, als ze eerlijk zijn en die nare emotie toestaan. We blijven tot het uiterste lief voor mannen, want we vrezen wat er kan gebeuren als mannen kwaad worden – huiselijk geweld, aanranding en verkrachting, of zelfs moord en schietpartijen. Wat als mannen zich zorgen moeten maken over vrouwelijke agressie? Wat als mannen tot het uiterste lief en beleefd moeten blijven tegen vrouwen, omdat situaties anders razendsnel kunnen escaleren? Alderman maakt die belevingswereld invoelbaar. Mannen, doe er je voordeel mee! En behandel vrouwen daarna wat vriendelijker. Je weet wel, als mensen met gevoel en verstand….

Het citaat: middeleeuwen en nu

”Maar het zien van dit boek […] had mij toch op een nieuwe gedachte gebracht, die gevoelens van grote verbazing bij me opwekte, als ik me afvroeg wat toch de oorzaak kon zijn, dat zoveel verschillende mannen, geleerde klerken en anderen, zozeer geneigd waren en het nóg zijn, om in woord en geschrift zoveel duivelse dingen over vrouwen te zeggen en uiting te geven aan hun afkeuring voor de vrouw en het vrouw-zijn. En niet een of twee […] maar in het algemeen bijna in alle verhandelingen van filosofen en dichters en van alle redenaars – het opsommen van hun namen zou een lange lijst vormen – lijkt het of allen met dezelfde mond spreken en of ze allemaal tot dezelfde conclusie komen, namelijk dat de vrouwelijke zeden vol ondeugd zijn en de vrouw tot ondeugd is geneigd.”

Christine de Pisan, Het Boek van de Stad der Vrouwen, circa 1405/1410

“What matters is not which guys said it: What matters is that, when you put their statements side-by-side, they all sound like the exact same guy.  And when you look at what they’re saying, how similar these slurs and insults and threats we get actually are, they always sound like they’re speaking to the exact same woman. When men are using the same insults and sentiments to shut down women and “feminine” people, across the board, then we know what’s going on. And we know that it’s not about us; it’s about gender.

Sady Doyle, The #MenCallMeThings Round-Up, november 2011

Vaarwel Ursula Le Guin

Wat een manier om het nieuwe jaar te beginnen: SF grootheid Ursula Le Guin is overleden. Ok, ze was 88 jaar oud. Het moet een keer gebeuren. Niemand heeft het eeuwige leven. Maar toch. Als je haar boeken, essays, speeches en overpeinzingen graag las, komt het hard aan dat de huidige omvang van haar werk zo blijft. Er zal nooit meer iets bij komen. Lavinia geldt voor altijd als haar allerlaatste roman, en No Time to Spare haar laatste collectie artikelen. Diepe, diepe zucht…

Ik weet niet meer precies wanneer ik voor het eerst iets van Le Guin las, maar het moet in mijn puberteit zijn geweest. Waarschijnlijk de Aardzee trilogie, al vroeg in het Nederlands vertaald en beschikbaar in de bibliotheek, waar ik vaak kwam. Ik vond het gewéldige boeken. Spannend, sprookjesachtig, ontroerend. Als tiener snapte ik lang niet alle diepere lagen in het verhaal, maar dat maakte het des te leuker deze romans op latere leeftijd opnieuw te lezen.

Na Aardzee adviseerde een neef De Linkerhand van het Duister, een baanbrekend werk waarin Le Guin speelt met opvattingen over gender, mannelijkheid en vrouwelijkheid. Het verhaal speelt zich namelijk af op een planeet waar de bewoners (de buitenaardse wezens) geen geslacht hebben, tenzij de periode van Kemmer aanbreekt. Ze ontwikkelen dan genitaliën en kunnen zich voortplanten. Je weet echter nooit of je deze keer het ”mannetje” of het ”vrouwtje” wordt. Alles loopt door elkaar.

Dat door elkaar lopen, dat doorbreken van rigide structuren, vat magazine Knack samen als ‘schrijfster die de verbeelding van haar lezers wilde trainen‘. In de verbeelding kan en mag alles. Geen dogma’s, geen zwart-wit situaties, geen wetten. Juist in je fantasie staat het menselijke voorop en mogen situaties complex zijn, zonder eenduidige antwoorden. Le Guin vond haar plek in de SF en fantasy, een genre waar alles draait om een rijke fantasie, maar het duurde jaren voordat mensen doorkregen hoe bijzonder haar bijdragen waren:

Le Guin hasn’t always been recognized for her contributions. She struggled until her 30s to publish her fiction, and after she’d found a home in science fiction and fantasy, fought what she saw as bias in the literary establishment toward women and “genre writers.” Reviewers weren’t sure what to do with her stories, slippery and idiosyncratic as they are. Now the gatekeepers have caught up.

Le Guin zelf leerde ook bij. Zo keek ze achteraf met enige spijt terug op haar keuze om alle wezens in De Linkerhand van het Duister met ‘hij’ aan te duiden. Daardoor ontstaat onbedoeld de indruk dat de wezens eigenlijk toch mannelijk zijn en alleen af en toe in een vrouw veranderen. Le Guin schreef het boek eind jaren zestig, toen mannen het openbare leven nog volledig domoineerden, en ze geeft toe dat die mannelijke overheersing haar sterker beïnvloedde dan ze op dat moment kon zien.

Ze ging bij zichzelf te rade welke vanzelfsprekende patronen ze nog meer automatisch volgde en ontwikkelde zich in de jaren tachtig tot een voluit feministische auteur. Keer op keer pleitte ze voor de vrijheid voor vrouwen om de wereld een eigen vorm te geven en te leven op hun eigen voorwaarden:

In a 1983 address at Mills College in California, she told graduates: “Why should a free woman with a college education either fight Machoman or serve him? Why should she live her life on his terms? … I hope you live without the need to dominate, and without the need to be dominated.”

Ze benutte dit thema ook in korte verhalen zoals She Unnames Them, waarin Eva alle namen die Adam uitdeelde, weer intrekt. Dat gaat niet zonder slag of stoot. Zo vinden de Yaks hun naam fijn en passend. Maar alle dieren besluiten uiteindelijk dat Eva gelijk heeft. Ze hebben die namen niet nodig. Ook Eva geeft haar naam terug. Daarna knijpt ze er tussenuit. Ze laat Adam achter om een ander bestaan te zoeken, vrij van etiketten en labels.

Le Guin was er van overtuigd dat vrouwen op die manier onherroepelijk voor revoluties zorgen. Gewoon, door hun ervaringen te delen en te zijn wie ze zijn:

I know that many men and even women are afraid and angry when women do speak, because in this barbaric society, when women speak truly they speak subversively – they can’t help it: if you’re underneath, if you’re kept down, you break out, you subvert. We are volcanoes. When we women offer our experience as our truth, as human truth, all the maps change. There are new mountains.

Die strijd om vrijheid en drang naar revolutie komen, breder, ook terug in De Ontheemde. Dit boek las ik pas als volwassene, en dat is maar goed ook. Ik denk niet dat ik als tiener de aantrekkingskracht van dit meesterwerk zou hebben begrepen. De Ontheemde begint met een muur. Geen hoge muur, sterker nog, hier en daar is de muur nauwelijks zichtbaar en op andere plekken is het een afbrokkelende laag stenen waar je zo overheen kunt stappen. Maar het is een muur, en die muur doet iets.

Wat, dat ontdek je op allerlei manieren in de roman. Die gaat onder andere over muren tussen mensen, muren tussen culturen, scheidingen tussen politieke systemen en manieren van leven. Het gaat over de risico’s van een kapitalistische samenleving waar alles draait om winst, rangen en standen. Maar ook zogenaamde anarchistische, collectieve manieren van leven hebben hun duistere kanten. Ook die systemen lopen het risico gekaapt te worden door kleine groepjes die de macht opeisen.

Mocht dit droog en analytisch klinken, vrees niet. Opnieuw staan mensen en het menselijke voorop. Le Guin gebruikt humor, ontroering en dood in haar verhaal. Dat typeert haar. Le Guin hield zich met veel onderwerpen bezig, maar bovenal was ze een rasechte verhalenverteller. Ze inspireerde mensen, bracht hen op nieuwe ideeën, liet hen lachen en huilen en nagelbijten van de spanning, en zorgde ervoor dat je aan het eind, als je de laatste bladzijde omsloeg, meteen weer opnieuw zou willen beginnen met lezen, gewoon, omdat haar verhalen zo rijk en fantasievol zijn.

Heel jammer dat ze er niet meer is. Gelukkig leven haar woorden voort….

You cannot buy the revolution. You cannot make the revolution. You can only be the revolution. It is in your spirit, or it is nowhere.

Vaarwel, Ursula Le Guin…

Vrouw stoft Odyssee af in nieuwe Engelse vertaling

Grote opwinding: voor het eerst vertaalde een vrouw de Odyssee van Homerus in het Engels. Na zo’n 60 veelal blanke mannen kreeg classicus Emily Wilson, van de Universiteit van Pennsylvania, de primeur. In Nederland gebeurde dat al eerder. Onze eigen Imme Dros leverde in 1991 een succesvolle vertaling in het Nederlands van de Odyssee. Ze zorgde in 2015 ook voor een nieuwe vertaling van de Ilias.

Mannen vallen Penelope lastig terwijl ze wacht op de terugkeer van haar echtgenoot.

Vrouwen mochten eeuwenlang niet studeren aan universiteiten. De enige vrouwen die soms de kans kregen om Grieks en Latijns te leren, waren nonnen of vrouwen uit zeer rijke families, die een privé leraar kregen. Sporadisch duikt zodoende tóch een officiële, door vrouwen vertaalde Odyssee of Ilias op.  Zo schreef Anne Dacier in 1699 een vertaling in het Frans van de Ilias. Maar zij was de uitzondering die de regel bevestigde.

Ook in Engeland waagden een paar vrouwen uit de rijkste milieu’s zich aan vertalingen, maar zij deden dat voor eigen gebruik. Hun versies kwamen niet verder dan een kring van naaste familieleden. Dat veranderde volgens Wilson pas de laatste tien, twintig jaar. In een essay voor dagblad The Guardian somt ze een rits vrouwen op die voor uitgeverijen recente vertalingen afleverden van klassieken uit de Oud Griekse -en Romeinse wereld. Deze voorgangsters maakten de weg vrij voor haar vertaling van De Odyssee.

Wilson is er van overtuigd dat zij als vrouw een werk zoals de Odyssee anders benadert dan haar mannelijke voorgangers. Omdat zij los staat van de door mannen gedomineerde traditie vallen haar andere aspecten op in een tekst, en interpreteert ze bepaalde situaties anders. Ze noemt dat effect vervreemding (alienation):

female translators often stand at a critical distance when approaching authors who are not only male, but also deeply embedded in a canon that has for many centuries been imagined as belonging to men. The inability to take classical texts for granted is a great gift […] the position of being a woman translating one of these dead, white men creates a strange and potentially productive sense of intimate alienation.

Die blik van de buitenstaander stelde Wilson onder andere in staat om aandacht te geven aan de vrouwelijke personages in de Odyssee. In The New Yorker schrijft ze dat voorgangers bijvoorbeeld de neiging hadden Penelope enigszins te idealiseren, als het toonbeeld van de ideale, afwachtende, passieve echtgenote.

De originele tekst spreekt echter duidelijke taal over haar positie. Die is nogal dubbel. Aan de ene kant kan Odysseus doen wat hij wil, terwijl Penelope geen keuzes heeft. Haar leven wordt volledig bepaald door haar status van echtgenote, en zijzelf, als individueel persoon, verdwijnt. Tot twee keer toe verbiedt haar zoon Penelope het spreken. Aan de andere kant maakt ze deel uit van een elite die zwakkeren onderdrukt. Als Odysseus thuis komt, vermoordt hij alle slavinnen. Penelope ontsnapt aan dat geweld, zij leeft en houdt Odysseus niet tegen als hij de lager geplaatste vrouwen uitmoordt.

Wilson merkt ook op dat  haar mannelijke voorgangers dat deel van de tekst, de moord op de dienstmaagden, nogal seksistisch vertaalden. Ze beschreven hen bijvoorbeeld in termen van hoer en slet, terwijl het origineel totaal geen aanleiding geeft om dat soort minachtende termen te gebruiken. Wilson houdt het in de vertaling op termen zoals ‘deze meisjes’, een neutralere woordkeuze die beter recht doet aan de inhoud van de brontekst.

Op die manier doorbreekt Wilson een koers die mannelijke vertalers uitzetten en van elkaar overnamen. Hard nodig, want net zoals mensen op zoek gaan naar Wilson’s ”vrouwelijke” kijk op de tekst, zouden we naar haar mening ook veel meer aandacht moeten besteden aan de ”mannelijke” kijk op de tekst van de vorige vertalers:

…hardly anyone (except me, so far!) seems to ask male classical translators how their gender affects their work. As I show in that piece on Hesiod, unexamined biases can lead to some seriously problematic and questionable choices (such as, in that instance, translating rape as if it were the same as consensual sex). Translators get away with that kind of thing all the time, because there’s an assumption that male translators don’t need to worry about gender, and that a clunky English style guarantees an “authentic,” “accurate” or “unbiased” translation. It’s not OK and it’s not true.

Goed dat vrouwen de kans krijgen aan de slag te gaan met dezelfde originele teksten. De kritieken zijn in ieder geval lovend: lezers zullen voortaan altijd anders tegen De Odyssee aankijken, belooft dagblad The Guardian.

Traditionele verhalenvertellers zorgen voor gelijkwaardigheid

Verhalen vertellen heeft zichtbare effecten, ontdekten wetenschappers Daniel Smith, Andrea Migliano en een team van de University College London (UCL). Ze leefden een tijdje bij de Agta, jagers en verzamelaars in de Fillipijnen. De verhalen die mensen elkaar vertellen, promoten waarden en normen zoals samenwerking en gelijkwaardigheid. Groepen met meerdere traditionele verhalenvertellers bleken hechter en werkten beter samen dan groepen zonder of met maar een enkele verhalenvertellers, bleek uit hun onderzoek.

 

Smith, Migliano en hun mede-onderzoekers woonden verhalen-vertel-sessies bij, noteerden de inhoud van de verhalen en keken daarna naar het functioneren van verschillende groepen Agta. Veel verhalen gaan over samenwerking en gelijkwaardigheid. Een typisch voorbeeld betreft een oorsprongsmythe over de zon en de maan. De als mannelijk gedefinieerde zon en als vrouwelijk gedefinieerde maan maken ruzie over wie de hemel mag verlichten. De ruzie escaleert tot een gevecht, waarbij beiden even sterk blijken te zijn. Het gevecht lost niets op. Uiteindelijk besluiten ze in overleg het werk te verdelen. Ieder neemt de helft van de tijd voor zijn/haar rekening. De zon verlicht de aarde nu overdag, de maan ’s nachts.

Kinderen krijgen zulke verhalen van jongs af aan mee. Migliano:

“A magic moment was when we listened to the stories told by the elders, with all of the children around us laughing and really paying attention,” Migliano told Seeker, still beaming at the recollection.

De verhalenvertellers krijgen indirect een beloning voor hun inspanning om samenwerking en collectiviteit te versterken in de groep waar ze deel van uitmaken. Ze bleken populair en anderen betrekken hen graag bij het verzamelen van voedsel. Die iets hogere bestaanszekerheid leidde er (ook) toe dat verhalenvertellers gemiddeld iets meer kinderen kregen en dat die kinderen ook iets vaker overleefden tot hun volwassenheid. In die zin heeft goed verhalen vertellen een evolutionair voordeel – een grotere kans dat je je genen door kunt geven, aldus Daniel Smith.

Enfin, vandaar dat ik in dit weblog regelmatig aandacht besteed aan de moderne verhalenvertellers – schrijvers, filmmakers, enzovoorts. De verhalen die we vertellen, hebben effecten op ons wereldbeeld en ons groepsgedrag. Het maakt verschil of verhalen het podium aan één beperkte groep geven, ten koste van alle anderen, óf gelijkwaardigheid en samenwerking tonen.

Val McDermid eert voorgangster Susan Ferrier

”Susan Ferrier verdient beter”, aldus de Schotse schrijfster Val McDermid. Susan wie? Inderdaad. Bijna niemand kent deze 19e eeuwse auteur meer. McDermid eert haar nu met een speciaal artistiek project ter gelegenheid van een cultureel festival in Edinburgh. Aan de hand van aanwijzingen die ze ontvangen via een app kunnen deelnemers door de stad wandelen. Op verschillende locaties beleven ze vervolgens iets theatraal en spannends, met de verhalen en het leven van Ferrier als leidraad.

Susan Ferrier publiceerde haar romans anoniem. Lezers schreven de boeken in eerste instantie toe aan bekende mannelijke tijdgenoten zoals Walter Scott, totdat haar echte identiteit bekend werd. Zelf bleef ze tot haar dood haar auteurschap ontkennen.

Ferrier had veel succes in haar tijd. Haar debuut, Het Huwelijk (1818), raakte in zes maanden tijd uitverkocht en beleefde herdrukken. Ook de boeken die ze daarna schreef, De Erfenis (1824) en Het Lot (1832) verkochten prima. Ferrier verwekte de Schotse taal en dialecten in haar verhalen en nam het klassensysteem op de hak. Lezers smulden ervan.

Ondanks dat succes raakte ze na haar overlijden in 1854 echter snel in vergetelheid. McDermid heeft het vieze vermoeden dat haar sekse daarbij een veel grotere rol speelde dan we zouden willen erkennen:

”…I do think there was a feeling around then that if we already have one famous female author in Jane Austen, we don’t need any more,” said McDermid. “That, after all, is why the Brontës and George Eliot had to write as men. Yet she earned significantly more substantial publisher advances than Jane Austen. And now almost nobody knows her name. Susan Ferrier deserves better than this.”

McDermid haalt hier een bekend patroon aan. Feministen noemen dat het fenomeen van ‘er kan er maar een zijn’, naar de Highlander films met als slogan There Can be Only One. De term slaat op de neiging van onze seksistische cultuur om één vrouw op een belangrijke positie tandenknarsend te accepteren, maar meerdere vrouwen stuit op weerstand. Eentje is genoeg.

Je komt dat ‘eentje is genoeg’ fenomeen op allerlei plekken tegen. Zo ontdekten wetenschappers dat Canadese partijen terughoudend zijn om meerdere vrouwen te nomineren als hoofdkandidaat voor een politieke positie. Zodoende blijven mannen domineren en zie je wel mannen die met een andere man een verkiezingscampagne voeren, maar nooit twee vrouwen. Dit patroon treedt ook op in de populaire cultuur – er kan bijvoorbeeld maar één vrouwelijke superster zijn, dus als er een andere zangeres komt die aan dat criterium dreigt te voldoen is het CATFIGHT!!! Totdat er eentje ‘wint’.

McDermid wil met haar artistieke project die vergetelheid doorbreken. Als vrouw promoot ze het werk van een andere vrouw en wil ze de belangstelling voor Ferrier en haar werk nieuw leven inblazen. Haar culturele project in Edinburgh heeft wat dat betreft al resultaat. Uitgeverij Virago brengt een nieuwe editie uit van Ferrier’s debuut Het Huwelijk. McDermid raadt iedereen aan die roman eens te proberen. Daarnaast beveelt ze nog meer schrijfsters aan, zoals Muriel Spark en J.K. Rowling.

VERDER LEZEN: Val McDermid is niet de enige vrouw die omziet naar andere vrouwen. Zo spande auteur Alice Walker zich in om het graf van Zora Neal Hurston terug te vinden. Hurston stierf in armoede en vergetelheid en kreeg een anoniem graf zonder steen. Walker zorgde ervoor dat er alsnog een grafsteen kwam, zodat mensen haar laatste rustplaats terug kunnen vinden, en raadde haar boeken aan bij haar lezers. Walker zorgde zodoende eigenhandig voor de herontdekking van het werk van Hurston. Een andere actieveling op dit gebied is Margaret Busby. Zij redigeerde een bundel gewijd aan het werk van bekende én vergeten schrijfsters met een Afrikaanse achtergrond. Of neem Shelley DeWees. Ze dook de archieven in om het werk af te stoffen van zeven schrijfsters die actief waren in de tijd van Jane Austen.

Voor Nederland: Maarten ’t Hart gebruikte zijn status om de aandacht te vestigen op schrijfster Ida Simons en haar vergeten roman ‘Een Dwaze Maagd‘. Dat leidde tot een heruitgave van deze roman en een hernieuwde aandacht voor deze auteur. Daarnaast graven vrouwen de geschiedenis op. Zo bracht Orlanda Lie Nederlandse schrijfsters uit de middeleeuwen in kaart, deed Lia van Gemert hetzelfde voor schrijfsters uit de zeventiende en achttiende eeuw, en bogen Maaike Meijer en Lisa Kuitert zich over de negentiende eeuw, enzovoorts. Zoals de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren concludeert:

Nu de inhaalbeweging van vrouwen in de Nederlandse literatuur haar laatste stadium is ingegaan, lijken de schaarse sporen van de eerste literaire vrouwen steeds meer betekenis te krijgen. Velen hebben nog altijd de status van ‘zo goed als vergeten’. In de dbnl duiken steeds meer van deze vergeten schrijfsters op, die allemaal een eigen verhaal blijken te vertellen.[…] De veelstemmigheid van de vergeten Nederlandse schrijfsters zal de komende tijd in deze bibliotheek steeds beter hoorbaar worden.