Category Archives: Vergeten Vrouwen

Vrouwen die ten onrechte uit ons collectieve geheugen verdwenen

Mentale patronen zijn hardnekkig

Zelfs als je je bewust voorneemt iets te doen met diversiteit, kan het nog gedeeltelijk ”mis” gaan. Dat blijkt onder andere uit de ervaringen van auteurs die vaker vanuit het perspectief van een vrouwelijke hoofdpersoon willen werken, of lezers die meer schrijfsters willen ontdekken. De mentale patronen zijn hardnekkig. Je moet echt willen, want zodra je terugzakt in automatismen steekt de oude mannelijke, blanke canon weer de kop op…

Een mooi en hoopgevend voorbeeld biedt Anne Polkamp, een 29-jarige promovendus in de filosofie. Zij is op dit moment bezig met een papieren wereldreis – fictief ieder continent bezoeken en een roman uit ieder land lezen. Het was nadrukkelijk haar bedoeling de canon van blanke mannelijke auteurs te omzeilen en meer romans te lezen van vrouwen en mensen m/v/x met een gekleurde huid. Dat betekende dat ze per land bewust zocht naar andere stemmen dan de klassieke romans van gevestigde mannelijke auteurs.

Dat bewuste streven zorgde meteen voor verbetering. Oorspronkelijk bevatte haar boekenkast 78% mannelijke auteurs, voor 88% afkomstig uit Europa, Noord-Amerika of Australië en voor 95% blank. Na de eerste etappe van haar wereldreis zag de stapel van 32 gelezen boeken er al heel anders uit. Het aandeel vrouwen verdubbelde, van 22 naar 44%. Ook had ze veel meer werk gelezen van auteurs met een gekleurde huid.

Ondanks de verdubbeling was dat percentage van 44 voor Polak een teleurstelling. Ze had zo gericht gezocht naar schrijfsters, dat ze verwacht had dat ruim de helft van de boeken uit de pen van een vrouw was gevloeid. Nee dus:

Ik telde nog een keer, en nog eens, maar het resultaat bleef hetzelfde. Zou de literatuur zo worden gedomineerd door mannen dat ik zelfs in een project waarin ik nadrukkelijk op zoek ga naar extra veel vrouwen, niet verder kom dan 44%? Waar zijn alle vrouwen uit de wereldliteratuur?

De dominantie van mannen bleek hardnekkig. Daarom stelde ze haar plan bij. Voortaan neemt ze ook non-fictie mee bij haar keuze voor een boek uit een specifiek land. En welk land ze ook aan doet op haar literaire wereldreis, voortaan zal ze louter werk van schrijfsters lezen:

Het punt is niet dat ik mannen wil negeren. Het punt is dat ik vrouwen al bijna dertig jaar negeer. Het is tijd om te horen wat zij te zeggen hebben.

De hardnekkige blanke mannelijke dominantie komt niet alleen voor bij lezers, maar ook bij auteurs zelf. Zo sprak de recent overleden science fiction schrijfster Ursula Le Guin openlijk over haar worsteling om een verhaal te vertellen vanuit een vrouwelijke hoofdpersoon, en bij ‘magiër’ niet volautomatisch een beeld te krijgen van een blanke man. Zeg maar de SF en fantasy variant van ‘de manager is een man’ beeldvorming.

Zo gaf ze de held van de Aardzee-cyclus wél een gekleurde huid, maar de hoofdpersoon bleef een man. Pas in een later geschreven deel krijgt een vrouw een leidende rol in het verhaal. Ook bij De Linkerhand van het Duister viel ze terug op het mannelijke als norm. Ze schiep een androgyne maatschappij, waar buitenaardse wezens het grootste deel van de tijd sekseneutraal leven, maar bleef de personages in die situatie omschrijven met ‘hij’.

Later betreurde ze die taalkundige keuze. Ze werkte aan een gedachte-experiment, legde ze uit in een essay, en hoewel er veel goed ging, erkende ze dat haar roman op dit punt te wensen over laat. Naast de keuze voor ‘hij’,  toont ze de belangrijkste alien ook terwijl hij bezig is met activiteiten die we in onze cultuur associeren met mannen. Hij werkt in de politiek als premier, ontsnapt uit een gevangenis, trekt een slee over een ijsvlakte. De science fiction wereld die ze schept, komt zodoende zeer mannelijk over. Pas op latere leeftijd lukte het Le Guin om zich te ontworstelen aan dit soort oude patronen. Ze creëerde meer vrouwelijke personages en gaf die ook een dragende rol in haar romans en korte verhalen.

Kortom, het vergt een zekere inspanning, maar wie wil, komt er uiteindelijk wel.

Advertenties

Mensen vinden het lastig om vrouwen te vertrouwen

Vrouwen beginnen in de V.S. 30% van de nieuwe ondernemingen, maar investeerders mijden hen. Voor iedere dollar die een investeerder een onderneemster gunt, gaan er 23 naar een mannelijke ondernemer, blijkt uit onderzoek. Dit terwijl de onderneemsters minstens even succesvol zijn als hun mannelijke concullega’s. Het Consumer Financial Protection Bureau (CFPB) wil nader onderzoek doen naar de situatie, maar concludeert nu al dat gender een grote rol speelt. Ja, duh… Investeerders vertrouwen vrouwen minder. En dat geldt niet alleen voor de V.S., maar breed, in allerlei sectoren en in allerlei landen, ook in Nederland.

In je dromen….

Geen investering betekent dat vrouwen op een gegeven moment niet verder komen. Mannelijke ondernemers krijgen kansen, terwijl vrouwen zonder geld en middelen aan de zijlijn blijven staan. Daarbij krijgen vrouwen ook ontmoedigende boodschappen mee van seksistische financiers, tekende het Financieel Dagblad op. Potentiële investeerders hemelen mannelijke ondernemers op, terwijl ze vrouwen op precies dezelfde soort punten een stuk negatiever beoordelen. Zo heeft een jonge mannelijke ondernemer potentieel: hij heeft weinig ervaring maar geef hem een kans, komt goed. Terwijl een even jonge vrouwelijke ondernemer vooral twijfel en afkeuring oplevert – ze heeft te weinig ervaring, dat wordt niks.

Dit gebrek aan gelijke kansen voor vrouwen is een ouwe bekende voor iedereen die zich interesseert in gendervraagstukken. Het begint bij het begin, met het op waarde schatten van het werk en de prestaties van vrouwen. Onderzoek na onderzoek wijst uit dat mensen (de prestaties van) vrouwen als lager/minder beoordelen in vergelijking met mannen. Zelfs als de vrouw een beter product levert, duikelt de waardering omlaag zodra mensen erachter komen dat de producent het vrouwelijk geslacht heeft.

Het gebrek aan waardering blijkt ook uit andere meetbare gegevens. Werkgevers hebben minder salaris over voor een werkneemster. Om de loonkloof te dichten krijgen vrouwen vaak het advies beter te onderhandelen over hun loon en de beter betaalde banen te zoeken. Als degene met de verkeerde sekse hebben vrouwen echter maar beperkt invloed op hun omgeving. Ze kunnen bijvoorbeeld die beter betaalde baan vinden, vaak in sectoren waarin veel mannen werken. Maar als ”teveel” vrouwen dat doen, dalen na verloop van tijd de lonen in dat beroep. Geheel volgens de Wet van Sullerot: hoe meer vrouwen een activiteit ondernemen, hoe lager de status en de lonen worden. Het vrouwelijke heeft geen status…

Als vrouwen in de beoordeling van de buitenwereld slechter werk leveren en in het algemeen inferieur zijn, wordt stap 2 heel makkelijk. Vrouwen niet vertrouwen, niet serieus nemen, niet te steunen en niet in hen te investeren. Ze bakken er immers toch niks van. Als je investeert in hun onderneming, verdwijnt je geld in een zwart gat. Als je hen 100 miljoen dollar geeft voor hun debuutfilm, wordt dat vast een ramp. Beter om te kiezen voor de veilige, betrouwbare optie: een man, liefst blank.

Vrouwen krijgen zodoende nauwelijks kans om door te breken in een bepaald beroep of onderneming. Mannen geven dat af en toe zelf ook openlijk toe. Zo vatte Formule 1 autoriteit Bernie Ecclestone in één compacte paragraaf samen waarom vrouwen geen kans maken in de wereld van autoraces:

If there was somebody that was capable they wouldn’t be taken seriously anyway, so they would never have a car that is capable of competing.

Zo blijven allerlei activiteiten en bezigheden voorbehouden aan mannen, degenen die mensen wél serieus nemen, degenen waarin mensen wél willen investeren, degenen die wél goede autos krijgen om op professioneel niveau te racen, degenen die fouten mogen maken, waarna mensen zeggen ‘maar hij heeft zoveel talent, dus laten we hem nog een kans geven’. Hem, niet haar….

Kortom, die Amerikaanse cijfers over welke ondernemer wel investeringen binnen harkt en wie niet, zijn volstrekt logisch als je een wereldbeeld aanhangt waarbij hij gelijk staat aan goed en hoge kwaliteit, en zij een vreemde eend in de bijt is die er waarschijnlijk toch niks van terecht brengt, want vrouw.

Enfin, hopeloze kwestie en laat maar zitten? Nee. Bovenstaande situatie is mensenwerk. Als mensen willen, kan de situatie radicaal veranderen. Naast vrouwen zelf hebben (blanke) mannen, die vaak op sleutelposities zitten, een belangrijke rol. Zij kunnen hun macht immers aanwenden om de deur dicht te houden, óf om vrouwen kansen te geven. Als deze poortwachters deuren openen gaan de veranderingen extra snel. Duimen maar…..

Schrijfsters en lezeressen streven naar meer diversiteit in romantische verhalen

Miljoenen lezeressen verslinden romantische verhalen, en het uitgeven van romans in dit genre groeide uit tot een massale industrie. In dit feest van lezen en plezier beginnen zowel lezeressen als auteurs meer diversiteit te eisen. Nu de uitgeverijen nog. Want de diversiteit in de groep auteurs daalt gestaag. Onderzoek toont aan dat van de 3.752 romantische boeken, uitgegeven door de 20 toonaangevende uitgeverijen, slechts 6,2 procent geschreven werd door een auteur met een gekleurde huid.

The Ripped Bodice, een in romantische verhalen gespecialiseerde boekhandel, doet sinds twee jaar onderzoek naar de schrijvers van romantiek. Ze richtten zich op traditionele uitgeverijen. Uit hun analyse blijkt dat het percentage auteurs met een gekleurde huid daalt. In 2016 ging het nog om bijna 8 procent, vorig jaar 6,2.

De harde cijfers bevestigden voor getroffenen en geïnteresseerden een gevoel en een geleefde ervaring – nee ze waren niet gek, ze zagen het goed:

“There was a certain amount of relief from members of the community, including authors, bloggers, and readers who had been saying this was an urgent problem for years,” says Leah Koch, “and now have data to underscore their experiences. But ultimately, the numbers were very disheartening for a lot of people.” “The reaction from publishers was…quiet.” added Leah. “We’d like to see more active responses.”

In Nederland verschijnen veel uit het Engels vertaalde romantische boeken, dus de situatie zal hier niet veel anders zijn. Gezien dit gure klimaat is het extra leuk als mensen laten zien hoe het wél kan. Onlangs presenteerde de Drontense schrijfster Marijke Jansen bijvoorbeeld de bundel Brave New Love, met daarin tien liefdesverhalen waarbij diversiteit centraal staat. Sinds vorig jaar beschikt Nederland ook over de eerste uitgeverij die zich specifiek richt op lesbische romantiek. Het betreft Tinteling FEM, een imprint van Tinteling Romance.

Ook in de V.S. komt de situatie langzamerhand in beweging. Volgens de New York Times beraden Harlequin en Avon, twee grote uitgeverijen, zich op maatregelen om de auteursgroep minder blank te krijgen. Het onderwerp stond onlangs ook hoog op de agenda van een congres van de Romance Writers of America, in Denver. Fans van het genre doen er ondertussen alles aan om boeken aan te bevelen die meer diversiteit bieden, en auteurs als Jeannie Lin en Beverly Jenkins te promoten. Een site als Smart Bitches, Trashy Books neemt diversiteit standaard mee in recensies, en geeft verhalen een lagere score als ze racistische en seksistische elementen bevatten.

Stapje voor stapje komt zo de vooruitgang tot stand. Want gebrek aan diversiteit is een probleem van mensen, en mensen kunnen er iets aan doen. Zo is het onderzoek van Ripped Bodice vol lof over Crimson, onderdeel van uitgeverij Simon & Schuster. Deze imprint slaagde er in 2017 in om maar liefst 29.3% van de gepubliceerde romans te laten schrijven door een auteur met een gekleurde huid. Zie je? Het kan best. Moge veel uitgeverijen dat goede voorbeeld volgen.

Kwart WW1 gedichten kwam van een vrouw

Engelstalige vrouwen schreven een kwart van de gedichten in en over de Eerste Wereldoorlog in Engeland. Wow, dat wist ik niet. Zoals zovelen dacht ik bij Engelse poëzie over die Grote Oorlog automatisch aan mannen zoals Wilfred Owen. Maar zoals de BBC benadrukt, vertegenwoordigden deze mannelijke militairen een minderheid. Ze kwamen niet verder dan 20% van de ‘productie’. Dat hun werk desondanks zo dominant is, komt door de manier waarop de canon tot stand kwam.

Dichteres Charlotte Mew

Canon-vorming komt tot stand op basis van status en macht. Zo ook hier. Militairen, zeker vanuit de hogere rangen zoals officier, stonden zeer hoog in aanzien in het Engeland van rond 1914. Zelfs als ze, zoals Owen, nauwelijks bekend waren als dichter in hun eigen tijd, kregen ze daarna alsnog een podium. De literaire elite hees de militaire mannen op een schild, onder andere door hun gedichten te bundelen en te publiceren. Vrouwen kregen geen plek in die prestigieuze overzichten.

Dus voilà, wie op school gedichten krijgt uit en over de Eerste Wereldoorlog, krijgt Wilfred Owen en collega’s voorgeschoteld. Engelse (maar ook Nederlandse) leerlingen horen of lezen niks van bijvoorbeeld Evelyn Underhill, die in haar gedicht ‘Non-combatants’ stelde: “Never of us be said/We had no war to wage.” Of Charlotte Mew, die net zo goed als Owen de vernietigende effecten van oorlog beschreef.

Langzamerhand beginnen mensen te morrelen aan dat beeld van ‘oorlogspoëzie = mannen zoals Owen’. Website Allpoetry zette een aantal dichteressen op een rijtje, met  links naar hun gedichten. De universiteit van Leicester publiceerde een speciale paper, om aandacht te vestigen op de stem van vrouwen. Volgens de universiteit

We are engaged in a process foreseen in 1918 by Eleanor Farjeon: ”Men will begin to judge the thing that’s past As men will judge it in a hundred years.” The quotation chosen to head this Bookmark may seem to be deliberately provocative, but even the most diligent reader of the poetry of the period would be hard-pressed to find any popular anthology that includes the work of a single female poet and might be tempted therefore to add to the quotation used, ‘or cared what they wrote’.

Tegenwoordig raken mensen zelfs een beetje los van het Westelijk front. De Eerste Wereldoorlog speelde zich op zeer veel fronten af, in allerlei andere landen dan België/Frankrijk/Duitsland. De gedichten die uit de koloniën en andere verder weggelegen fronten komen, beginnen ook aandacht te krijgen.

Het gaat niet snel, dat bijsturen en verbreden van de klassieke canon, maar het gebeurt. Vooruitgang!

Weldenkende mensen pleiten voor diversiteit in computerspelletjes

Vrouwelijke personages in computerspelletjes lijken slechts één verschijningsvorm te hebben: superlank, maar wel sexy en met grote borsten. Aanranding in games is geen probleem of wordt zelfs aangemoedigd. Je zou hopen dat deze situatie anno 2018 verdwenen was, maar nee. Hoogstwaarschijnlijk omdat uit onderzoek blijkt dat de dominante bedrijven die games produceren, het domein zijn van blanke en in mindere mate Aziatische mannen. De urgentie ontbreekt zodoende. Wil je verandering, dan moet dat van buitenaf komen. Van andere bedrijven, en van spelers, waaronder steeds meer vrouwen.

Eerst wat feiten. Een analyse van nieuwe ”grote” games gepresenteerd op vakbeurs E3, wijst uit dat slechts 8% een vrouwelijke hoofdpersoon kent. Dit percentage schommelde in de voorgaande jaren ook al tussen de 7 en 9 procent, oftewel de boel stagneert al tijden. De enige reden daarvoor is angst, gebaseerd op vooroordelen. Een beetje zoals de mythe dat een vrouwelijke hoofdpersoon in een film vergif is voor succes in de bioscoop, grondig onderuit gehaald als je feiten bekijkt – sterker nog, cijfers tonen aan dat films met vrouwen in de hoofdrollen juist meer succes hebben.

Met mannelijke hoofdpersonen hebben bedrijven geen probleem. Een kwart, 24%, van de games draait om een man en geeft de speler geen keuze in sekse. De enige lichte verbetering zit bij de games die de speler laten kiezen of ze een mannelijk of vrouwelijk personage als held/in nemen. In trailers laten grote ontwikkelaars zoals Ubisoft steeds vaker naast de man ook het vrouwelijke personage zien. Dat vergroot de kans dat een speler inderdaad voor de vrouwelijke variant kiest, want de meesten doen dat niet. Bij Mass Effect koos bijvoorbeeld slechts 18% van de spelers voor de vrouwelijke hoofdpersoon.

Waar de dominante bedrijven vrolijk door gaan met blanke mannen voorop stellen, komt diversiteit van buiten- en van onderaf. Zogenaamde indie-bedrijven, kleinere ontwikkelaars die buiten de paar dominante kolossen opereren, kennen meer diversiteit in hun personeelsbestand en maken games die ook veel diverser zijn. Sterker nog, soms zijn de games ronduit activistisch. Zoals Hair Nah, een game waarbij je een zwarte vrouw speelt die moet voorkomen dat wildvreemde mensen aan haar haar zitten:

The web game, created by designer Momo Pixel, went viral in November, and allows users, as a black woman named Aeva, to fend off a swarm of incoming white hands trying to touch her hair. As Pixel told Newsweek in November, “It’s literally happened to every black girl I’ve met….Working on this game was such a breath of fresh air because finally I get to tell you, ‘No, stop touching me,’ before it happens—and in the most fun, chill, hilarious way.”

Een ander, iets ouder voorbeeld, is Decisions that Matter, eveneens gemaakt door een vrouwelijke ontwerper. Deze game gaat in op seksueel geweld en beschikt over een knop waarmee je spelsituaties direct kunt stopzetten als het te dichtbij komt voor een speler.

Ook vrouwen algemeen roeren zich meer en meer om te pleiten voor diversiteit.  Eén van de vrouwen die al jaren aan de weg timmert op dat gebied is Anita Sarkeesian van Feminist Frequency. In haar Youtube video’s analyseert ze haarscherp wat er gebeurt met vrouwen in games en pleit voor meer diversiteit:

Daarnaast hield organisatie Women in Games in juli 2018 een succesvol congres in Italië om zich te beraden op de situatie.

Beeldvorming lijkt triviaal, maar dat is het niet. Wat je keer op keer herhaalt ziet in fictie en fantasie, heeft effect op mensen:

The ultimate takeaway is that the lack of diverse body types isn’t just a wasted artistic opportunity, but an actively dangerous reinforcement of the idea that women become less valuable if they’re larger, older, or simply different from this template.

Dat geldt dubbel voor jongeren die nog verder moeten opgroeien en al doende en ziend leren wat ‘normaal’ is en wat niet – zie dit onderzoek, bijvoorbeeld. Van seksobjecten op het scherm en mannelijke hoofdpersonen dominant in de marketing, is het vervolgens maar een kleine stap om meisjes en vrouwen in de echte wereld vijandig te behandelen. Zo wijst onderzoek uit dat eenderde van de vrouwelijke gamers discriminatie tegenkomt en dat 32% te maken kreeg met seksuele intimidatie.

Als games stelselmatig één bevolkingsgroep voorrang geven en alles inrichten zodat hun fantasie wordt geprikkeld, ga je daar aan wennen. Als een ontwikkelaar vervolgens vrouwen een grotere rol laat spelen, is het gejank niet van de lucht. Zo schoten jongens en mannen massaal in een kramp toen Battlefield V vrouwelijke militairen toonde – geheel accuraat, want vrouwen speelden altijd een rol in veldslagen en oorlogen.

Ontwikkelaar DICE gaf geen krimp en liet dit deel van de fans weten dat de vrouwelijke militairen blijven:

“The Battlefield sandbox has always been about playing the way you want,” he concludes. This sometimes means offering fantastical experiences that are neither realistic nor historically accurate, “like attempting to fit three players on a galloping horse, with flamethrowers,” writes Gabrielson. “With BFV you also get the chance to play as who you want. This is #everyonesbattlefield.”

Dat is een houding waar meer ontwikkelaars een voorbeeld aan kunnen nemen. Natuurlijk gaan mensen met onverdiende privileges protesteren als hun speeltje afgepakt wordt en ze moeten delen met andere mensen. Dat heet volwassen worden en daar moeten deze mensen mee leren dealen. Verandering gaat in kleine stapjes, maar ze komen er. Als we maar blijven duwen, trekken, bekritiseren, belonen en goede voorbeelden geven.

Mooie artikelen van Literary Hub

Als feministe en lezeres geniet ik iedere keer opnieuw van het aanbod van Literary Hub. Deze site publiceert recensies en artikelen over literatuur, het boekenvak, schrijven en verhalen vertellen in de breedste zin van het woord. Daarbij komen allerlei thema’s aan bod, maar wat ik zo fijn vind is dat de site regelmatig aandacht besteedt aan gender, feminisme en de situatie van vrouwen. Graag link ik volgers van dit weblog door naar deze site en naar een aantal artikelen die mijn aandacht trokken. Hopelijk lees jij ze ook met evenveel plezier!

  • Feministe en auteur Rebecca Solnit levert regelmatig een bijdrage aan Literary Hub. Zij benadrukt onder andere dat wiens verhalen we vertellen, wiens perspectief centraal staat, een intens politieke kwestie is. Het zegt iets over machtsverhoudingen, over wat we als cultuur belangrijk vinden, wiens land het is en wie te gast is en zich aan moet passen aan de dominante groep. Daarnaast schreef ze de afgelopen tijd een paar belangrijke analyses over geweld tegen vrouwen, de toegeeflijke houding ten opzichte van agressieve mannen en #metoo.
  • Literary Hub doet erg haar best om blank westerse bubbels te vermijden of, als je daar toch in belandt, er weer zo snel mogelijk uit te stappen. Het aanbod is breed: Pakistaanse vrouwen op de arbeidsmarkt, het haar en de kapsels van zwarte vrouwen, of de polemische sluier, en vooral de politieke en sociale betekenis van zulke haar- en kledingdrachten, Cleopatra en hedendaagse vrouwelijke leiders, het werk van Audre Lorde en Clara Hale, de positie van ”buitenlandse schrijfsters” op de engelstalige markt (hint: hun werk wordt veel minder vertaald in het Engels dan dat van hun mannelijke collega’s), enzovoorts. Lees ook dit stuk van Rumaan Alam over haar schrijverschap.
  • Fiona Alison Duncan publiceerde een mooi artikel over het werk van onze eigen Nederlandse Etty Hillesum. Haar dagboeken zijn vertaald in het Engels, maar in tegenstelling tot de dagboeken van Anne Frank is haar werk niet heel bekend buiten een selecte kring van deskundigen en studenten: ”“I am accomplished in bed,” she writes. This is why, it’s been suggested, Etty Hillesum’s diaries aren’t, like those of her younger neighbor, part of the Holocaust canon.”
  • Linnea Hartsuyker gaat in op de orale verhalen en klassieke literatuur van de Vikingen. En hoe die verhalen en sages doorwerken in het leven van de mensen van nu, afstammelinge van die cultuur. De erfenis bestaat onder andere uit conflicterende emoties en ideeën rond vrouwelijkheid.
  • Dankzij Literary Hub hoorde ik voor het eerst van Moderata Fonte, een vrouw uit Venetië die in 1592 een feministische klassieker publiceerde. In De verdiensten van de vrouw gebruikt ze de literaire vorm van de dialoog om de positie van vrouwen in haar maatschappij te behandelen. Daarbij lanceert ze het nog steeds revolutionaire idee dat mannen en vrouwen gelijkwaardig zijn, maar dat mannen zo opgaan in de overtuiging dat zij superieur aan vrouwen zijn, dat ze dit fundamentele beginsel vergeten en onrecht begaan. Fontana hoort thuis in het rijtje van mensen zoals Christine de Pizan (1405/1410) en Mary Wollstonecraft’s Vindication of the Rights of Women (1792).
  • Literary Hub linkt je ook graag door naar vijf andere schrijfsters die feministische heldinnen zouden moeten zijn. Of tien fantasievolle feministische romans die creatief verzet kunnen bevorderen. Of, als dat verzet mislukt, dertig dystopische romans, geschreven door vrouwen of met vrouwen in de hoofdrol (op één na).
  • Lucinda Rosenfeld schreef een mooie analyse van het genre Chicklit. Ze noemt het ‘het genre dat beter verdiende‘. En speculeert dat het genre doorontwikkelt in iets nieuws: ”Instead of women searching for sex and love with the opposite sex, perhaps the genre might revolve around women simply trying to survive the opposite sex. Settings in a dystopian near future would be optional.
  • Hoe is het om als vrouw Oud-Griekse klassiekers te lezen en te studeren? Madeleine Miller kwam erachter dat ze dat alleen kon doen door zichzelf heel bewust af te sluiten voor de talloze keren dat deze literatuur haar confronteert met vrouwenhaat en seksisme. In het bijzonder de behandeling van de tovenares Circe in de Odyssee trof haar onaangenaam. Ze is machtig en slim, maar Odysseus hoeft alleen maar een zwaard te trekken en ze knielt huilend voor hem neer? Het leidde ertoe dat ze zelf, in een roman, een alternatief biedt: ”It took me 25 years from that first frustration to work out a reply, which turned into my second novel, Circe. In it, I got to write my own version of that scene, from Circe’s perspective. She still yields to Odysseus’s trick, that is a piece of the plot. But she does not kneel.”
  • Daniel Pryce dacht dat hij een hele goede science fiction roman had geschreven, met veel aandacht voor de vrouwelijke personages. Veel lezers stuurden inderdaad positieve reacties. Maar een vocale minderheid wees hem op seksistische elementen, en uiteindelijk moest de schrijver toegeven dat hij een paar dingen over het hoofd had gezien: ”The mistakes I’d made weren’t huge, but they weren’t new either. Most female readers have already seen them a thousand times before in a thousand other books. And therein lies the anger.” Hij nam de kritiek serieus en werd er een betere schrijver door. Eind goed, al goed.

Uiteraard hebben we ook in het Nederlandstalige gebied goede literaire websites. Zoals Tzum, één van de weinige sites die probeert schrijfsters en vrouwelijke recensenten evenredig aan bod te laten komen. Neem ook eens een kijkje bij Hebban.nl en hun overzicht van beste boekenbloggers van 2017, of hun analyse van de net uitgekomen Vrij Nederland detective- en thrillergids. Veel leesplezier!

Star Wars heeft het moeilijk met vrouwen

Nu Solo in de bioscopen draait leek het me mooi wat zaken op een rij te zetten rond vrouwen en vrouwelijke personages rond StarWars. De franchise is op de goede weg en geeft vrouwelijke personages steeds meer ruimte. Maar achter de schermen blijft het een drama. Zo heeft Maureen Ryan onderzocht dat de films de afgelopen 41 jaar voor 96% uit de koker van mannen komen. Ze domineren zo de populaire cultuur en de verbeelding rond StarWars.

Eerst het goede nieuws: per film geeft Star Wars vrouwelijke personages meer ruimte. Rebecca Harisson van de universiteit van Glasgow nam alle vrouwelijke personages mee die spreektijd in het scenario krijgen. Daaronder niet alleen menselijke figuren, maar ook als vrouwelijk voorgestelde robots en buitenaardse wezens. Als je alles bij elkaar neemt komen vrouwelijke personages in de allereerste film, A New Hope uit 1977, niet verder dan 15% van de beschikbare ruimte. The Last Jedi kwam vorig jaar uit op 43%. Het totale overzicht:

43% Last Jedi
37% Force Awakens
35% Rogue One
23% Return of the Jedi
22% Empire Strikes Back
20% Phantom Menace
18% Attack of the Clones
17% Revenge of the Sith
15% A New Hope

Zojuist kwam Han Solo, A Star Wars Story uit. Voor zover ik kon achterhalen heeft nog niemand het percentage speeltijd voor vrouwelijke personages berekend. Ik gok een kwart. Dat is best aardig en komt onder andere doordat de film drie vrouwelijke personages telt, en een belangrijke vrouwelijke rebel in een bijrolletje.

Verschillende feministische critici signaleren echter dat het scenario van Solo zich geen raad lijkt te weten met hen. De allereerste vrouwelijke Android die de franchise biedt begint fantastisch, maar eindigt in een nachtmerrie die alles waar ze voor staat ondermijnt en nietig verklaart. Twee van de drie belangrijkste vrouwelijke personages sneuvelen bovendien verdacht snel, en het lijkt er ook verdacht veel op dat dit voornamelijk gebeurt om de mannelijke personages meer ruimte en emotionele diepgang te geven:

By the end of Solo, all of its female characters remain trapped in the systems that define them, shackled by the constraints of technology or some shadowy control or plot dictates about their deaths adding to male characters’ pain.

Dat laatste heet fridging en onder andere ikzelf haat dat. Het reduceert vrouwelijke personages tot een soort kanonnenvoer, terwijl het wel en wee van de mannelijke personages centraal blijft staan.

Net als de criticus van website Hello Giggles vind ik het lastig dit soort uitglijders los te zien van een mannelijke dominantie achter de schermen. Die is enorm. Ryan analyseerde de 17 films die in de loop van 41 jaar in de bioscopen draaiden. Ze bekeek welke mensen op creatief gebied de leiding hadden. Denk aan scenarioschrijvers en de regisseurs. Van de 24 werknemers die dat soort inhoudelijke sleutelposities bekleedden, waren 23 van het mannelijke geslacht. Dat betekent dat mannen 96% van de macht hadden en hebben. Mannen besloten Leia in een slavinnenkostuum te hijsen. Mannen zadelden Nathalie Portman op met een draak van een rol en een roemloos einde, stervend om niks in het kraambed. Enz, enz.

Als meer vrouwen creatieve eindverantwoordelijkheid hadden gehad, zou er wellicht meer discussie zijn ontstaan en hadden scenarioschrijvers en regisseurs dit soort seksisme kunnen afzwakken of voorkomen. Neem Padme. Goh, dus het Star Wars universum kan allerlei technologische hoogstandjes herbergen, maar een echo of een bezoekje aan een verloskundige was niet mogelijk? En daarna sterf je omdat de wil tot leven je verlaten heeft? Wie verzint zoiets? Dat soort dingen.

Het ziet er niet naar uit dat het monopolie van blanke mannen snel verdwijnt. Er staan drie nieuwe StarWars films op de rol, en producent Disney geeft de baan van schrijver en regisseur aan… jawel…. twee blanke mannen, David Benioff en D.B. Weiss. Dat betekent dat de gehele groep creatieve poortwachters blank blijft, en circa 98 procent mannelijk. Vrouwen en mensen met een gekleurde huid m/v komen er niet aan te pas. Dit in een tijd waarin vrouwen en mensen met een gekleurde huid allang lieten zien dat ze grote blockbusters aan kunnen. Denk aan Wonder Woman regisseur Pat Jenkins. Of Ava DuVernay, die Selma regisseerde, en A Wrinkle in Time.

Samengevat: ja er is vooruitgang, ja vrouwen krijgen meer te doen in Star Wars films, maar dat laat onverlet dat mannen deze culturele Juggernaut vormgeven en te vaak blind blijven voor seksisme en marginalisering van vrouwelijke personages. Werk aan de winkel. Disney, laat die blanke mannen eens zitten en geef talent uit andere groepen een kans!

Verbeter je vak in een uurtje per week

Een uurtje per week. Dat is alles wat er voor nodig is om je vak sterk te verbeteren, ontdekte journalist Ed Young van magazine The Atlantic. Hij merkte dat hij in zijn artikelen over ontwikkelingen in de wetenschap vooral mannen aan het woord liet komen. Met een uurtje per week extra kwam hij echter zonder veel problemen op een 50-50 man/vrouw verhouding.

Met een groter aandeel vrouwen boorde hij niet alleen nieuwe bronnen aan. Deze vrouwen boden ook nieuwe inzichten, andere invalshoeken, andere uitgangspunten. Kortom ze verrijkten zijn stukken en gaven de lezer meer diversiteit en meer kennis.

Achteraf constateert Young zelf ook met enige verbazing hoe makkelijk het was om de uitoefening van zijn beroep te verbeteren. Het enige wat hij deed was beter opletten, en vaardigheden inzetten die hij toch al had. Zo vroeg hij mensen die hij interviewde gericht naar vrouwen die ook iets over het onderwerp konden zeggen – een gangbare journalistieke methode. Daarnaast belde hij een paar minuten langer rond op zoek naar bronnen. Zo kreeg hij meer vrouwen aan de telefoon dan wanneer hij snel snel zijn geijkte contactpersonen raadpleegde en gedachteloos zijn verhaal begon te tikken.

Een andere man, Jesse Davis, schreef een programma om diversiteit binnen zijn Twittergedrag onder de loep te nemen. Uit zijn eigen analyse bleek dat hij in een mannenreservaat opereerde. Zelf volgde hij vooral mannen (72%) en ook zijn volgers bleken merendeels man (83%). Als man versterkte hij vooral de standpunten van mannen, door hun tweets breder zichtbaar te maken en/of hun uitspraken te retweeten.

Davis is niet de enige die in een Twitter-mannenbubbel zit, en dat heeft grote gevolgen. Zo bleek tijdens de afgelopen Engelse verkiezingen dat mensen de opinies van mannelijke journalisten bijna vijf keer vaker retweetten dan opinies van vrouwelijke journalisten (gecorrigeerd voor allerlei factoren). De mannen kregen zodoende een veel groter podium met de bijbehorende invloed en autoriteit. Zodoende kregen ze ook meer macht in het publieke debat – ze domineerden de discussies.

Als je deze blinde vlek eenmaal in beeld hebt, kun je de onbalans makkelijk aanpassen. Ga gericht op zoek naar twitteraccounts van vrouwen en voeg ze toe aan je lijstje te volgen accounts. Zo verbreed je je horizon en hoor je eens wat anders. Retweet vaker berichten van vrouwen. Of benut Twitter om seksisme en discriminatie aan te pakken. Zo heb je Man Who Has It All, een slimme parodie op de manier waarover we als cultuur over vrouwen praten: ”Dad with a career? Beat stress by snacking on veggies, teaming up with other dads & dressing for your face shape”.

Wat dit alles duidelijk maakt is dat de wil om te veranderen de basis vormt. Die wil ontbreekt nogal eens, blijkt uit onderzoek van Donya Ahmadi van de TU Delft. Zij achterhaalde dat bijvoorbeeld ambtenaren zelf denken dat ze goed om gaan met diversiteit, maar in hun taal racistische termen gebruikten en het vooral bij slogans en goede voornemens hielden. Dat loste de problemen uiteraard niet op.

Als je écht meer diversiteit wil, krijg je het echter. Zelfs in sectoren waarvan mensen denken dat het niet kan, zoals de advocatuur met z’n 24 uur per dag bereikbaarheidsnorm. Zo kent advocatenkantoor Jones Day een voor deze sector uitstekende balans: de Amsterdamse vestiging bestaat uit 26 mannelijke en 19 vrouwelijke advocaten. Internationaal gezien leiden vrouwen 16 van de in totaal 44 kantoren. Het bedrijf ziet zelf in dat er nog ruimte is voor verbetering. Zo heeft het Amsterdamse kantoor vijftien partners, waaronder slechts vier vrouwen. Dat kan en moet beter, oordeelt de onderneming in de openbaarheid.

Kortom, geen woorden maar daden. Echt willen. En aandacht voor gender en diversiteit veranderen van extra taak (zucht, moeilijk, werkdruk) tot een structureel element van je dagelijkse routine, iets wat normaal is en wat er gewoon bij hoort. Dan is het zo gepiept.

Mannenliteratuur vertekent het vrouwbeeld

Onderzoek op basis van duizenden romans over een periode van 200 jaar wijst uit, dat mannelijke auteurs vrouwen meestal niet zien staan. Ze geven vrouwelijke personages maximaal dertig procent van de ruimte – meestal minder. Er zit geen vooruitgang in: mannelijke auteurs uit de Victoriaanse tijd schreven zelfs vaker over vrouwen dan nu. Dit draagt bij aan beeldvorming waarbij we de wereld zien door de ogen van mannen. Slecht nieuws voor vrouwen. Die zien zichzelf nauwelijks terug in verhalen, of worden geconfronteerd met gaslighting.

Gaslighting is een term voor een vorm van psychologische ondermijning. Door een genderbril bekeken: mannen die vrouwen aan zichzelf laten twijfelen door hen constant te vertellen dat ze niet weten wat ze weten, niet voelen wat ze voelen, dat ze zich dingen inbeelden, overreageren, slechte intenties hebben. Zie voor een Nederlands voorbeeld de SF serie Missie Aarde, waarin haar mannelijke collega’s het enige vrouwelijke bemanningslid van een ruimteschip mentaal door de mangel halen, net zolang totdat ze zelf ook gaat geloven in bepaalde vrouwvijandige mythes.

Sarah Churchwell schrijft in een mooi essay dat mannelijke auteurs in hun romans vaak terugvallen op gaslighting van vrouwen via vrouwelijke personages. Ze definiëren de wereld zoals hen dat als man goed uitkomt en reduceren vrouwen tot hysterische domme karikaturen en/of hulpjes van de man. Hun verwrongen vrouwbeeld steekt in verhevigde mate de kop op tijdens periodes, waarin vrouwen in het openbare leven protesteren tegen hun tweederangs status en meer ruimte opeisen. Dat levert bijvoorbeeld personages op die zichzelf feministisch noemen maar de mannelijke held tegeljkertijd op een vernederende manier dwingen om zittend te plassen, beschrijft Churchwell. Huuuu, enge feministen….

Die literaire traditie levert vooral verliezers op, signaleert Churchwell. Verhalen hebben effecten op mensen. Mannen verliezen iets als ze niet lezen of alleen boeken kiezen van mannen, over stoere mannen die oorlog voeren en sexy vrouwen veroveren. Lezeressen vervallen in een totaal gevoel van vervreemding als ze vooral verhalen lezen waarin ze niet voorkomen, of waarin de enige rol die is van een bordkartonnen hatelijk stereotype. De standaard canon vol boeken van blanke mannen die vrouwen negeren of vertekend weergeven is zodoende vooral een lijst van boeken die geen vrouw zou moeten willen lezen. (Tenzij je als schrijfster een studie van hun seksisme wil maken, om de vrouwenhaat daarna te ontmantelen in je eigen romans).

Daarnaast heeft het ook psychologische effecten op schrijfsters, als onze cultuur de beeldvorming uit de kokers van mannen aanneemt voor neutraal en universeel:

Here’s playwright Alison Croggon on the effect such bias can have on the confidence of a writer: “The woman who begins with talent but who finds herself struggling to gain notice simply because she is a woman, can find her ambitions dwindling, her possibilities shrunken, in a continually amplifying feedback loop. Just as success breeds confidence, so the lack of it breeds uncertainty. If millions of reinforcing signals say a woman’s work is less significant, something will eventually begin to stick. This kind of intensifying feedback, which begins at birth, is very difficult to track and even more difficult to combat.”

Dat verzet is echter broodnodig om de dominante beeldvorming te veranderen. Gelukkig komt de zaak steeds meer in beweging. Onderzoeken zoals VIDA tonen in overduidelijke cijfers aan dat het werk van mannen nog steeds onevenredig veel aandacht krijgt in literaire media. Dat leidt tot bewustwording en debat, met hier en daar een verbetering. Vrouwelijke auteurs zoeken ook steeds vaker zelf hun weg, waarbij internet en sociale media zeer behulpzame kanalen zijn. En er kwamen campagnes zoals Lees Vrouwen. In inspirerende artikelen vertellen lezers hoe ze hun leesgewoonten aanpasten en ruimte maakten voor verhalen  van en vaak ook over vrouwen. Churchwell juicht deze ontwikkelingen toe. Het vormt een noodzakelijk cultureel tegenwicht en biedt mogelijkheden om onszelf anders te laten kijken en denken.

Verder lezen: Zie voor de mannelijke dominantie in de Nederlandse literatuur de bevindingen van de Lezeres des Vaderlands. In haar artikelen duikt ze ook regelmatig in de inhoud van romans en zie je dat vrouwelijke personages er ook in Nederland bekaaid vanaf komen. Zoek je geloofwaardige vrouwelijke personages, dan moet je bij de schrijfsters zijn, want hun mannelijke collega’s blijven steken in slachtoffers of hoeren. Zie verder een artikel over de vooroordelen rond hun werk, waar schrijfsters nog steeds mee geconfronteerd worden. Of deze mooie beschouwing van auteur Niña Weijers, of deze analyse van Sanne van Oosten, of dit artikel over de manier waarop ons literatuuronderwijs vrouwen buiten sluit. Kortom nog genoeg werk te doen….

New York Times eert vergeten vrouwen

Wat hebben dichteres Sylvia Plath, schrijfster Charlotte Brontë en mesnenrechtenactiviste Ida B. Wells met elkaar gemeen? Alledrie leverden grote prestaties, maar geen van hen kreeg een overlijdensbericht van de redactie van de New York Times (NYT). In de geschiedenis van de krant kwamen vrouwen nooit verder dan 15 tot 20% van het totale aantal. Hoog tijd om die bevooroordeelde blik bij te sturen, vond NYT-journaliste Amisha Padnani. Zij zette Overlooked op, een project om vergeten vrouwen alsnog een plek in de krantenkolommen te gunnen.

The New York Times is een grote, gezaghebbende landelijke krant in de V.S. Dat betekent dat keuzes die de redactie maakt, een grote invloed hebben. Als de redactie je een officieel overlijdensbericht gunt, heb je het gemaakt. Je leven en werk waren en zij  zo belangrijk, dat journalisten tijd en moeite steken in een artikel over je bestaan. Je behoort tot de canon.

En, verrassing (niet), die canon ziet er zeer blank en zeer mannelijk uit, berekende de redactie. In 1858, het eerste jaar waarin de New York Times artikelen op een systematische manier registreerde, haalden 24 overleden mannen de krant, tegen drie vrouwen. Tussen 1926 en 1936 ging 90% van de ruimte naar blanke mannen. Vanaf 1936 nam het aantal officiële overlijdensberichten enorm toe, maar mannen kregen nog steeds 80 tot 85% van de aandacht, aldus de NYT redactie.

De mannelijke dominantie treft zelfs sectoren waar vooral vrouwen werken, zoals het bibliotheekwezen. In de negentiende eeuw was bibliothecaresse één van de weinige geaccepteerde beroepen voor (ongetrouwde) vrouwen. Anno nu bekleden vrouwen 85% van alle posities in bibliotheken. Ondanks dat numerieke overwicht ging de aandacht ook hier uit naar mannen. Met hun circa 15% namen ze 64% van alle overlijdensberichten van de NYT in beslag.

Padnani werd alert op deze onbalans toen ze toetrad tot de Overlijdensredactie – ja, bij de NYT heb je daar gespecialiseerde journalisten voor – en een artikel wilde schrijven over tennispionier Mary Ewing Outerbridge:

I wondered if she had received a Times obituary when she died in 1886. I checked our digital newspaper archives. She had not. After that, anytime I came across an interesting person who died years ago, I searched our archives for an obit. Those who didn’t get one were, not surprisingly, largely women and people of color. I started talking about my research with colleagues, friends and relatives, all of whom began sending me more names.

Padnani stapte met haar signaal naar Jessica Bennett, kersvers aangenomen als de eerste gender-redacteur van de NYT. Bennett zag onmiddellijk een kans om twee dingen te doen: de bewustwording vergroten rond processen die ervoor zorgen dat we vrouwen en mensen met een gekleurde huid over het hoofd zien, én tegelijkertijd de balans te herstellen door vrouwen alsnog een redactioneel overlijdensbericht te geven. De twee vrouwen leiden nu project Overlooked, ”over het hoofd gezien”,  een initiatief om vergeten vrouwen alsnog een officieel overlijdensbericht in de krant te geven.

Het initiatief slaat enorm aan. De krant nodigde lezers bij de start uit om namen in te sturen van vrouwen die alsnog een overlijdensbericht zouden moeten krijgen. In een paar dagen tijd kwamen 1400 inzendingen binnen. Lezers dragen onder andere hun oma’s en overgrootmoeders voor. Het gaat om vrouwen die in hun tijd, de negentiende en begin twintigste eeuw, allerlei sociale barrières doorbraken en prestaties neerzetten, maar daar indertijd weinig erkenning voor kregen. Zo schreef een lezer over haar oma, Dr. Marguerite Rush Lerner (1924-1987):

My grandpa Aaron B. Lerner received a New York Times obituary in 2007, but my grandma never received similar recognition, though they worked as a team and she had incredible achievements in her own right. I think their relationship dynamic is what allowed both to achieve great things together.

Je seksistische, racistische verleden opbiechten en met daden laten zien dat je de situatie wil verbeteren, kan op de complimenten en goedkeuring rekenen van allerlei journalisten, opiniemakers en media. Andere media, zoals The Intercept, zijn kritisch. The Intercept signaleert dat de NYToverlijdensberichten nog steeds voor 88% uit de koker van mannen komen, omdat de redactie diversiteit mist. Deze mannelijke journalisten schrijven vooral over overleden mannen. Daarnaast kreeg The Intercept van de NYT redactie te horen dat de krant vasthoudt aan de staande criteria wat nieuwswaardig is en wat niet – precies de criteria die leiden tot 85% aandacht voor blanke mannen:

“You have to do the people who really demand to be done. If you get a United States senator who’s a white man, but he was a United States senator and he, you know, enacted or proposed legislation that affected people’s lives, you have to do that obit and if you don’t do that obit, you will be criticized.” That may have been the logic behind the Times obit last week of former Alabama Rep. John H. Buchanan. One might say a Southern member of Congress with an unmemorable record isn’t worth the resources, especially considering the people the Times has missed — not in the distant past, but in the last year. Days before Buchanan’s obit was published, University of California, Berkeley professor and groundbreaking Muslim feminist scholar Saba Mahmood died, but no obituary appeared for her in the Times.

Kortom het blijft zoeken, uitproberen en moeizaam toewerken naar meer diversiteit. Hoe dan ook biedt project Overlooked nieuwe kansen. De reeks leidt tot het problematiseren van de status quo en zet andere mensen aan tot nadenken. En bewijst sommige overleden vrouwen alsnog de eer die hen toekomt.

Van Inuit, sieraden en de tulpen die vergaan

Komt dat zien, komt dat zien. Drie prachtige exposities die volop werk van vrouwen tonen. Ik maak je graag enthousiast voor  de expositie Canadese Inuit Kunst in het Museum Volkenkunde in Leiden, de expositie over sieraden in datzelfde museum, en een tentoonstelling rond het thema tulpen in MIJ, museum IJsselstein. Alledrie prachtig, op verschillende manieren.

INUIT. De Inuit kunst tentoonstelling haalde vorig jaar de media omdat het Koninklijk Huis er aan meewerkte. Prinses Margriet, van oorsprong Canadese, leende een deel van de privécollectie van haar en haar man uit aan het museum. Waaronder haar lievelingsstuk. Dat kunstwerk kun je hierboven op de foto zien: helemaal links in een vitrine, een klein stenen beeldje van een watervogel.

Het betreft een roodkeelduiker, en voor de Inuit heeft dit dier een spirituele betekenis. Deze soort duikt namelijk onder water, leeft óp het water maar ook op het land. Het diertje verenigt zo drie verschillende werelden in zich. De kunstenaar verbeeldde het dier in vloeiende lijnen en sneed in de rug een menselijk gezicht uit, de beschermgeest van de duiker. Ik bleef zeker tien minuten ademloos voor dit beeldje staan. Zo mooi, zo verfijnd. Geen wonder dat dit het lievelingswerk van Prinses Margriet is. Alleen al dit beeldje maakt de gang naar de expositie de moeite meer dan waard.

Maar je kunt meer zien dan beeldjes van dieren. Inuit kunstenaars schuwen de actualiteit niet. Zo tonen de eerste grafische werken aan de wand de impact van toerisme op het volk, en de snelle veranderingen in hun levenswijze. Een drieluik toont bijvoorbeeld in het eerste paneel een traditioneel beeld met sledehonden en Iglo’s. In het tweede beeld duiken lege olievaten op in het landschap. Het derde deel toont geen mensen of dieren meer, alleen strakke rechthoekige huizen in een landschap vol elektriciteitsdraden.

Ook aan het einde van de galerij loodst de collectie je tussen alle dansende ijsberen en liggende zeehonden de moderne tijd in. Kenojuak Ashevak brak in de jaren zestig door met haar iconische werk Enchanted Owl, een half abstracte zeefdruk van een uil. Ashevak is inmiddels ruim tachtig maar experimenteert vrolijk door. Je hebt nu de kans om in Nederland een ander, nieuw werk van haar in deze expositie te zien: een uil staande op twee rupsen, opnieuw in een half abstracte, zwierige stijl.

Een invloedrijke documentaire sluit de tentoonstelling af. Alethea Arnaquq-Baril maakte een documentaire over de gevolgen van een jachtverbod op haar gemeenschap. Van de ene op de andere dag mochten de mensen niet meer op zeehonden jagen, terwijl dat duizenden jaren lang een hoeksteen was van hun cultuur en leefwijze. Haar film, Angry Inuk, begint langzaam de publieke opinie te beïnvloeden. Heej, misschien zit er toch een verschil tussen commerciële bedrijven die huilers op het ijs doodknuppelen, en Inuit die overleven door af en toe een zeehond te verschalken…. Komt dat zien, tot 1 juli 2018.

SIERADEN Al deze pracht heb je in een uur, twee uurtjes gezien, maar als je daarna een kop koffie drinkt en even pauzeert ben je weer helemaal klaar voor de expositie Sieraden, Makers en Dragers in hetzelfde museum (tot 3 juni 2018). Een lust voor het oog en een indrukwekkend overzicht van alle sieraden die het museum in de loop der tijd verzamelde. Tussen sieraden uit het soms verre verleden ligt ook modern werk van hedendaagse kunstenaars. Zo zie je stukken van Bibi van der Velden, die de schildjes van kevers in haar sieraden verwerkt. Evenals creaties van Karin Herwegh, Esther Brinkmann, Felieke van der Leest en Azza Fahmy, de eerste Egyptische die in Cairo werd opgeleid door de meestergoudsmeden van de souk Khan el Khalil. Ze leidt nu in haar werkplaats zelf jonge edelsmeden op, om het ambacht door te geven aan een volgende generatie.

Mary A. Waters

Tot slot TULPEN. MIJ, het verzelfstandigde stadsmuseum van IJsselstein, gaf gastcuratoren Bob Negryn en Mary Waters alle ruimte om werk te selecteren voor de expositie Tulpenmanie. Hun keuze bevat veel werk van kunstenaressen. Complimenten! Tot 3 juni kun je bijvoorbeeld kennis maken met de grote fotocompilaties van Luzia Simons. De curatoren kozen haar werk omdat bij haar de vergankelijkheid van de tulp centraal staat. ”Terwijl menig kunstenaar zich focust op de schoonheid van de bloeiende tulp, concentreert zij zich juist op het verval”, meldt de website.

Maar er vallen genoeg prachtige bloemen te zien, naast dit verval. Linda Nieuwstad brak door met grote sculpturen van bloemen, uitgevoerd in materialen zoals dekzeil, pvc, wol en fluweel. Ook prachtig zijn de schilderijen die gastcurator Mary Waters uitleende aan het museum. Ze liet zich in het verleden inspireren door de Hollandse meesters die in de Gouden Eeuw secure bloemstillevens schilderden. Net als zij bouwt Waters haar werken op in talloze laagjes verf en vernis. Met sobere grijstinten en een opvallende kleur rood laat ze tulpen in vazen stralen.

Mis zoveel schoonheid niet en breng eens een bezoekje aan deze musea. Veel plezier gewenst!

Gereedschapskist: The Male Glance

Filmcritica Laura Mulvey introduceerde in 1975 het begrip de male gaze. Een geseksualiseerde manier van kijken die mannen macht geeft en vrouwen reduceert tot seksobjecten. Nu heeft die term een broertje gekregen: de Male Glance. Geen geobsedeerde blik, maar een zijdelings vluchtig kijken, wegwuiven op basis van vooroordelen, en dan snel verder naar iets belangrijkers, aldus auteur en recensente Lili Loofbourow. Mijn toevoeging: kijken heeft te maken met macht, en nu vrouwen steeds meer macht opeisen, begint de mannelijke dominante blik af te kalven. Dus er is hoop….

Loofbourow werkt onder andere voor VQR, een literatuurmagazine. Zij benutte het lentenummer 2018 voor een uitgebreid essay over de manier waarop culturen mensen leren kijken en oordelen. We denken vaak dat dit een neutrale bezigheid is, maar met vele feministen zeg ook ik dat oordelen over talent en kwaliteit niet neutraal zijn. Het is subjectief.

Zo analyseerde Mulvey diverse films en signaleerde dat de camera niet neutraal is. De beelden slepen de kijker mee in een bepaalde subjectieve blik, namelijk die van een heteroseksuele man die vrouwen visueel bepoteld. Zie voor een recent voorbeeld de film Justice Legue, waar de camera pijnlijk vaak en langdurig blijft hangen bij de borsten en billen van actrice Gal Gadot. Die geseksualiseerde manier van kijken leidt de aandacht af van de persoonlijkheid en prestaties van een vrouwelijk personage. Ze bestaat alleen bij de gratie van haar uiterlijk en hoe plezierig dat uiterlijk is voor een heteroseksuele man.

Loofbourow bouwt voort op het idee van de Male Gaze en breidt het idee uit met de male glance. In plaats van een geobsedeerd staren naar borsten en billen gaat het hier om een vluchtige, minachtende mannelijke blik:

The male glance is the opposite of the male gaze. Rather than linger lovingly on the parts it wants most to penetrate, it looks, assumes, and moves on. It is, above all else, quick. […] The male glance is how comedies about women become chick flicks. It’s how discussions of serious movies with female protagonists consign them to the unappealing stable of “strong female characters.” [..] It tricks us into pronouncing mothers intrinsically boring […] Generations of forgetting to zoom into female experience aren’t easily shrugged off, however noble our intentions, and the upshot is that we still don’t expect female texts to have universal things to say. We imagine them as small and careful, or petty and domestic, or vain, or sassy, or confessional.

Deze blik reduceert romans van schrijfsters tot chicklit en maakt dat we enorm veel vrouwelijk talent over het hoofd zien, signaleert Loofbourow. Getroffen door de male glance blijven werken van vrouwen onbegrepen, obscuur, marginaal, terwijl werken van mannen op een voetstuk gehesen worden. De veelal negatieve waarde-oordelen rond onbegrepen werk van vrouwen komen voort uit het feit dat wij als cultuur kijken vanuit een mannelijk standpunt en alles over mannen het voordeel van de twijfel gunnen, terwijl we vrouwen en het vrouwelijke minachten en terzijde schuiven, stelt ze.

Voorbeelden te over. Neem de routinematige manier waarop mensen alles wat jonge meiden leuk vinden afdoen als triviaal, van slechte kwaliteit, iets waar je je voor moet schamen. Zo van als meisjes het leuk vinden, kan het niks zijn. Loofborouw neemt als voorbeeld auteur Elizabeth Gilbert. In haar eerste boeken stonden mannen centraal. Ze kreeg lovende kritieken. Toen ze echter over over vrouwen en vrouwelijke ervaringen begon te schrijven, sloegen de kritieken om. Opeens vonden critici er niks meer aan. Mensen stopten met lezen en begonnen met snelle oordelen. Na alle negatieve kritiek wilde je nog niet dood gevonden worden met Eat, Pray, Love in je handen:

I still haven’t read it. Here’s why: It’s too much mental work, because it would mean reading the book as me and also reading the book as we. The awful thing about internalizing the we—if you have—is that you have to fight it like a boss if you disagree with its verdict. What if I like Eat, Pray, Love? Do I want to take on the we—whose powers of discernment I’m too insecure to fully dismiss—in order to justify my liking? Will I feel embarrassed by my pleasure, ashamed for falling for what the we so cleverly saw through?  This is not a defense of Eat, Pray, Love. I’ll repeat: I still have not read it. But that’s precisely why it’s useful as an example: This is how ambient culture works. These streams of derision and praise are what determine what gets read (or watched) and what doesn’t. These are the currents that eventually confer greatness.

Enfin, lees vooral haar hele essay.

Is de situatie hopeloos? Nee. In haar analyse laat Loofborouw machtsverhoudingen buiten beschouwing. Maar die zijn cruciaal. Mannen domineerden het openbare leven eeuwenlang, maar sinds vrouwen stemrecht kregen, vanaf 1956 juridisch handelingsbekwaam geacht werden, reproductieve rechten veroverden en anno nu steeds vaker hun eigen geld verdienen, kunnen ze vaker hun eigen weg bewandelen en ruimte opeisen voor hun verhalen. Zo vindt op dit moment een vrouwelijke revolutie plaats in de Amerikaanse televisiewereld, met series waarin de vrouwelijke ervaring centraal staat.

Ook Loofbourows essay is een teken van vooruitgang. Situaties die vrouwen eeuwenlang moesten slikken, worden problematisch. Vrouwen analyseren in het openbaar wat er gebeurt, publiceren hun mening, doen onderzoek, zetten theorieën op en zorgen voor discussie en debat. Te beginnen met namen geven aan wat er gebeurt. Niet ‘wat een man thuis doet met zijn vrouw is privé’ maar huiselijk geweld, verkrachting binnen het huwelijk. Niet ‘o tienermeiden vinden het leuk, dan is het niet serieus’ maar The Male Glance. Stapje voor stapje komen we zo dichterbij een gelijkwaardig speelveld, waarin we het werk en de ervaringen van vrouwen serieuzer nemen. Vooruitgang….

UPDATE De Huffington Post refereert aan het essay van Loofbourow in een recensie over een onsamenhangende, seksistische debuutroman van acteur Sean Penn:

As I read Bob Honey, I couldn’t stop thinking of Lili Loofbourow’s recent, brilliant Virginia Quarterly Review essay, “The Male Glance,” which argues that we refuse to read genius, or even artistic intentionality, into works by women. The flip side is that we do readily presume those things in the works of men. […] Penn’s already been offered more benefit of the doubt than he’s earned, and more than any equivalent actress would receive. He joins a select crew of successful white male actors who think they have very literary things to say, and who have therefore been offered hardcover book deals with blurbs by Salman Rushdie.

Uitgeverij Chaos en nieuwe boeken rond feminisme

Nederland is een feministische uitgeverij rijker: Chaos. Op internationale vrouwendag, geen toevallig moment natuurlijk, publiceerden ze hun eerste uitgave. Een nieuwe Nederlandse vertaling van een feministische klassieker van Virginia Woolf, Een Kamer voor Jezelf. Later dit jaar volgen nog twee verhalenbundels en in maart 2019 een vertaling van een roman van Zora Neale Hurston. Mooi nieuws want voor de vorige expliciet feministische uitgeverij moeten we dertig jaar terug in de tijd.

 

Op haar website stelt Uitgeverij Chaos zichzelf voor als een samenwerking tussen drie vrouwen, te weten Sayonara Stutgard, Thalia Ostendorf en Yael van der Wouden. Ze willen ”chaos creëren op elk feestje!” Door ”ongehoorde verhalen uit de marges te halen en het aan de lezers te bieden die de verhalen verdienen”.

De uitgeverij wil interactioneel werken. Dat is een moeilijk woord voor breder kijken dan je neus lang is: vrouwen hebben te maken met discriminatie, maar mensen met een gekleurde huid ook, en mensen uit ”lagere klassen” (niet Ons Soort Mensen) ook, en je moet daar rekening mee houden. Het gaat om diverse soorten machtsverschillen en verschillende posities in de samenleving, die maken dat je soms extra je best moet doen om een gelijk speelveld te krijgen. Zie daarvoor ook mijn artikel over interactioneel feminisme, met alle verdere uitleg en details.

De drie vrouwen konden het zelf bijna niet geloven dat Nederland zo’n dertig jaar lang geen enkele feministische uitgeverij kende. De vorige, Uitgeverij Sara, ontstond midden in de tweede feministische golf, in 1977. Tien jaar later ging Sara failliet en kocht Uitgeverij Van Gennep hen over.

Dat het in de tussentijd niet helemaal een hopeloze woestenij werd, danken we aan initiatieven zoals de oprichting van Artemis. Geen nadrukkelijk feministische organisatie, maar wel een imprint die zich richtten op boeken van schrijfsters. In 2014 besloot Ambo/Anthos de imprint op te heffen, en verdween Artemis weer van het toneel.

En nu dus Chaos. Ik wens ze een mooie tijd toe en dat ze maar decennia lang mooie feministische boeken uit mogen geven.

Meer feminisme? Monika Triest publiceerde bij Uitgeverij Vrijdag ‘Wat zoudt gij zonder ’t vrouwvolk zijn?’,  een geschiedenis van het feminisme in België. Ze laat je onder andere kennis maken met Isabelle Gatti de Gamond (1839-1905), pedagoge, socialiste, vrijdenkster en de eerste Belgische feministe. Een andere recente uitgave is Alleen Ja Telt van Liesbeth Kennes. Deze pedagoge en auteur gaat in op de seksuele mores en de verkrachtingscultuur. In België, maar wat ze schrijft geldt net zo goed voor Nederland, Duitsland, de V.S., enz. enz.

Nederland zag vorig jaar twee belangrijke publicaties voor een groot publiek. Linda Duits gaat in Dolle Mythes in op allerlei vooroordelen en aannames rondom feminisme. En onze eigen Anja Meulenbelt neemt de lezer mee op een reis langs allerlei feministische ideeën en de aard van de feministische golven. Beide vrouwen constateren dat het feminisme in Nederland stagneert: er gebeurt wel vanalles, maar tot een massalere beweging komt het niet en vrouwen met een gekleurde huid blijven te vaak in de marge staan. Beiden hebben ook ideeën hoe het beter kan. Kortom super interessant leesvoer!

 

Black Panther geeft vrouwen de ruimte

De zwarte superheldenfilm Black Panther breekt allerlei records. Net zoals destijds bij Wonder Woman vrouwen spontaan tranen in hun ogen kregen toen de heldin haar krachten voor het eerst openlijk toonde, zo zijn mensen met een gekleurde huid enthousiast dat zij zichzelf eindelijk op het witte doek terug zien als superheld. En het mooiste van alles: de film geeft diverse complexe vrouwen met hun eigen verhaal alle ruimte. Bijvoorbeeld in de vorm van het personage Shuri, wetenschapster, uitvindster en strijdster. Tekst gaat verder onder de foto en bevat spoilers. Dus heb je de film nog niet gezien, doe dat eerst….

Zoals magazine Vice ons in herinnering brengt, is het voor mensen van levensbelang dat ze zichzelf terugzien in de media:

“Minderheden realiseren zich – ondersteund door onderzoek – dat media niet alleen invloed hebben op hoe anderen naar hen kijken, maar ook op hoe zij zichzelf zien.”

Je hebt voorbeelden nodig, rolmodellen, bronnen van inspiratie. Tot nu toe zagen vooral blanke jongens en mannen zichzelf weerspiegeld in de populaire cultuur. De ene na de andere superheld, opvallend vaak gespeeld door acteurs genaamd Chris, bevolkten de bioscopen. De andere driekwart van de mensheid – iedereen met een gekleurde huid m/v, en vrouwen – moesten het doen met de kruimels. Ze worden symbolisch vernietigd in de populaire cultuur, en dat leidt tot een gevoel van minderwaardigheid. Je bent onzichtbaar, je bent onbelangrijk, alleen blanke jongens en mannen tellen mee. Daarom is het ernstig dat je voor de laatste film met zwarte superhelden twintig jaar terug in de tijd moet. Dat was Blade, en die film kwam er alleen omdat hoofdrolspeler Wesley Snipes de boel zelf produceerde.

Black Panther heeft opnieuw een man als centrale held. Maar de film geeft complexe, krachtige vrouwelijke personages alle ruimte, zodat het eindresultaat toch een stuk evenwichtiger is dan voorgaande rolprenten. Het geheel heeft een bevrijdende effect voor mensen met een gekleurde huid en voor vrouwen. Ga maar na:  een film over een fictief land waar blanke kolonisten nooit de macht kregen. Waar een Afrikaanse identiteit de norm is en geen afgeleide van iets anders, verwrongen en uit z’n verband gerukt. En waar mensen vrouwen serieus nemen. Vrouwen leiden stammen, vrouwen zitten in de hoogste raad, vrouwen waren in het verleden de Black Panther. Ze tellen mee, maken hun eigen ontwikkeling door en nemen op verschillende momenten in de film cruciale beslissingen.

De film zegt kritische dingen over gender en de ervaringen van afro-Amerikanen in de VS. De ”schurk” van het verhaal werd als jongen wees en moest zien te overleven in de achterbuurt van een grote stad. Hij verhardde. Hij gebruikt vrouwen maar zodra ze voor hem geen nut meer hebben, schiet hij ze neer. Hij claimt de troon om als patriarchale alleenheerser met geweld zijn ideale wereld te scheppen. Dit is een kritische verwijzing naar een realiteit waarin zwarte mannen onder invloed van patriarchale ideeën rechtvaardigheid eisen – voor zichzelf. Vrouwen moeten nog steeds zwijgen en mannen onderdanig ondersteunen. Dit soort seksisme ondermijnde ook de Black Panther partij, stellen historici.

Hoe anders in het fictieve land Wakanda. Ja, de held is een man, maar hij omringt zich met vrouwen die hun eigen ambities en bezigheden hebben. Dat wordt meteen duidelijk in het begin, als de kersverse koning zijn ex Nakia terughaalt van een missie, omdat hij niet gekroond wil worden zonder haar erbij. Nakia blijkt dezelfde kant uit de willen als de schurk van de film. Terwijl de koning het bestaan van het land geheim wil houden, pleit zij ervoor dat Wakanda uit haar zelfgekozen isolement stapt en kansarmen in de wereld helpt. Alleen wil zij dat geweldloos doen, door middel van hulpverlening en het delen van kennis, terwijl de schurk een gewapende opstand wil die moet leiden tot een rijk waar de zon nooit onder gaat. Onder andere de recensenten van Bitch Media zien Nakia als de ware revolutionaire van het verhaal, samen met haar metgezellinnen.

Dan heb je de Dora Milaje, een volledig uit vrouwen samengestelde groep krijgers die de troon beschermt. Hun generaal Okoye neemt beslissingen die cruciaal zijn voor de toekomst van haar land. Ze heeft een op zich liefdevolle relatie met een man, maar als die de koning verraadt verslaat ze hem. Dieren houden van haar. En ze vecht fantastisch. Kortom swooooooon. Ook dit verwijst naar de realiteit: een soortgelijke vrouwelijke gevechtsmacht rond de troon bestond echt, in het huidige Benin. Daar heetten ze de Dahomey, en Franse militairen waren in de negentiende eeuw als de dood voor deze professionele vechtjassen. UPDATE: er komt een film over deze vrouwen!

Een derde krachtige vrouw is Shuri, een genie. Als één van de weinigen is ze in staat om te werken met Vibranium, een mysterieus edelmetaal waar Wakanda z’n macht aan ontleent. Niet alleen ontwikkelt ze allerlei handige apparaten en wapens, ze geneest ook mensen en speelt een beslissende rol in de strijd om de troon. Sterker, ook zij kan Black Panther worden. In ieder geval in de stripboeken, en misschien ook in een vervolgfilm. Ze staat in zekere zin symbool voor wat de zwarte NASA wetenschapsters uit de jaren zestig hadden kunnen worden, als mensen hen destijds serieus hadden genomen en hadden voorzien van macht, mensen, faciliteiten en geld.

Met een goed verhaal en zoveel vrouwelijke personages die belangrijke rollen spelen, is het niet zo gek dat Black Panther veel succes heeft. Zowel voor vrouwen als voor zwarte mannen biedt de film wensvervulling, een rolmodel, een weerspiegeling van zichzelf op het grote doek. Dit alles begeleidt door een fantastische soundtrack. Wat wil een mens nog meer?

Het citaat: Jozefien Daelemans

Jozefien Daelemans schreef over de rel rond rapper Boefje voor Charlie magazine:

Je moet weten: vrouwen lopen vandaag met een heel vol emmertje rond. Een druppel is genoeg om die te doen overlopen. Hun heftige reacties zijn dan ook volledig begrijpelijk. Gasten, wij willen gewoon eens een week doorkomen zonder dat iemand ons beledigt, aanrandt of stalkt. Hoe moeilijk kan dat zijn?

Lees vooral haar gehele artikel, maar deze uitspraak trof me vanwege feministe Andrea Dworkin. In 1983 hield ze een toespraak voor een zaal vol mannen. Ze vroeg om een korte wapenstilstand, 24 uur zonder verkrachting. Een etmaal waarin mannen geen vrouwen verkrachten, hoe moeilijk kan dat zijn? Die lijn kun je helemaal terugvoeren tot minstens de auteur Christine de Pizan, die mensen (mannen) in 1405 al opriep vrouwen met meer respect te behandelen en af te zien van agressie en geweld. Hoe moeilijk kan dat zijn?

Toegift:

Val McDermid eert voorgangster Susan Ferrier

”Susan Ferrier verdient beter”, aldus de Schotse schrijfster Val McDermid. Susan wie? Inderdaad. Bijna niemand kent deze 19e eeuwse auteur meer. McDermid eert haar nu met een speciaal artistiek project ter gelegenheid van een cultureel festival in Edinburgh. Aan de hand van aanwijzingen die ze ontvangen via een app kunnen deelnemers door de stad wandelen. Op verschillende locaties beleven ze vervolgens iets theatraal en spannends, met de verhalen en het leven van Ferrier als leidraad.

Susan Ferrier publiceerde haar romans anoniem. Lezers schreven de boeken in eerste instantie toe aan bekende mannelijke tijdgenoten zoals Walter Scott, totdat haar echte identiteit bekend werd. Zelf bleef ze tot haar dood haar auteurschap ontkennen.

Ferrier had veel succes in haar tijd. Haar debuut, Het Huwelijk (1818), raakte in zes maanden tijd uitverkocht en beleefde herdrukken. Ook de boeken die ze daarna schreef, De Erfenis (1824) en Het Lot (1832) verkochten prima. Ferrier verwekte de Schotse taal en dialecten in haar verhalen en nam het klassensysteem op de hak. Lezers smulden ervan.

Ondanks dat succes raakte ze na haar overlijden in 1854 echter snel in vergetelheid. McDermid heeft het vieze vermoeden dat haar sekse daarbij een veel grotere rol speelde dan we zouden willen erkennen:

”…I do think there was a feeling around then that if we already have one famous female author in Jane Austen, we don’t need any more,” said McDermid. “That, after all, is why the Brontës and George Eliot had to write as men. Yet she earned significantly more substantial publisher advances than Jane Austen. And now almost nobody knows her name. Susan Ferrier deserves better than this.”

McDermid haalt hier een bekend patroon aan. Feministen noemen dat het fenomeen van ‘er kan er maar een zijn’, naar de Highlander films met als slogan There Can be Only One. De term slaat op de neiging van onze seksistische cultuur om één vrouw op een belangrijke positie tandenknarsend te accepteren, maar meerdere vrouwen stuit op weerstand. Eentje is genoeg.

Je komt dat ‘eentje is genoeg’ fenomeen op allerlei plekken tegen. Zo ontdekten wetenschappers dat Canadese partijen terughoudend zijn om meerdere vrouwen te nomineren als hoofdkandidaat voor een politieke positie. Zodoende blijven mannen domineren en zie je wel mannen die met een andere man een verkiezingscampagne voeren, maar nooit twee vrouwen. Dit patroon treedt ook op in de populaire cultuur – er kan bijvoorbeeld maar één vrouwelijke superster zijn, dus als er een andere zangeres komt die aan dat criterium dreigt te voldoen is het CATFIGHT!!! Totdat er eentje ‘wint’.

McDermid wil met haar artistieke project die vergetelheid doorbreken. Als vrouw promoot ze het werk van een andere vrouw en wil ze de belangstelling voor Ferrier en haar werk nieuw leven inblazen. Haar culturele project in Edinburgh heeft wat dat betreft al resultaat. Uitgeverij Virago brengt een nieuwe editie uit van Ferrier’s debuut Het Huwelijk. McDermid raadt iedereen aan die roman eens te proberen. Daarnaast beveelt ze nog meer schrijfsters aan, zoals Muriel Spark en J.K. Rowling.

VERDER LEZEN: Val McDermid is niet de enige vrouw die omziet naar andere vrouwen. Zo spande auteur Alice Walker zich in om het graf van Zora Neal Hurston terug te vinden. Hurston stierf in armoede en vergetelheid en kreeg een anoniem graf zonder steen. Walker zorgde ervoor dat er alsnog een grafsteen kwam, zodat mensen haar laatste rustplaats terug kunnen vinden, en raadde haar boeken aan bij haar lezers. Walker zorgde zodoende eigenhandig voor de herontdekking van het werk van Hurston. Een andere actieveling op dit gebied is Margaret Busby. Zij redigeerde een bundel gewijd aan het werk van bekende én vergeten schrijfsters met een Afrikaanse achtergrond. Of neem Shelley DeWees. Ze dook de archieven in om het werk af te stoffen van zeven schrijfsters die actief waren in de tijd van Jane Austen.

Voor Nederland: Maarten ’t Hart gebruikte zijn status om de aandacht te vestigen op schrijfster Ida Simons en haar vergeten roman ‘Een Dwaze Maagd‘. Dat leidde tot een heruitgave van deze roman en een hernieuwde aandacht voor deze auteur. Daarnaast graven vrouwen de geschiedenis op. Zo bracht Orlanda Lie Nederlandse schrijfsters uit de middeleeuwen in kaart, deed Lia van Gemert hetzelfde voor schrijfsters uit de zeventiende en achttiende eeuw, en bogen Maaike Meijer en Lisa Kuitert zich over de negentiende eeuw, enzovoorts. Zoals de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren concludeert:

Nu de inhaalbeweging van vrouwen in de Nederlandse literatuur haar laatste stadium is ingegaan, lijken de schaarse sporen van de eerste literaire vrouwen steeds meer betekenis te krijgen. Velen hebben nog altijd de status van ‘zo goed als vergeten’. In de dbnl duiken steeds meer van deze vergeten schrijfsters op, die allemaal een eigen verhaal blijken te vertellen.[…] De veelstemmigheid van de vergeten Nederlandse schrijfsters zal de komende tijd in deze bibliotheek steeds beter hoorbaar worden.

 

Choucair, de vrouw die op haar 97ste door brak in de kunst

Vrouw, Libanese, abstracte kunstenares  – Saloua Raouda Choucair moest aardig wat hindernissen overwinnen om door te breken in de ”officiële” Westerse kunstwereld. Maar het lukte. Ze kreeg haar allereerste individuele, grote overzichtsexpositie in het Tate museum voor moderne kunst in Londen, toen ze al dik in de negentig was. Toen ze begin 2017 overleed had ze inmiddels genoeg bekendheid gekregen om een necrologie in landelijke dagbladen los te peuteren.

Zoals wel vaker het geval is, denken mensen bij ‘grote abstracte kunstenaars’ vaak aan mannen. Zo praten mensen elkaar na dat Kandinsky de eerste abstracte schilder zou zijn. Maar nee. Ten eerste grossieren talloze oude culturen in abstractie. Maar als je je per se tot de Westerse culturele canon wil beperken, waren vrouwen het eerst. De eerste kunstenaar die bewust abstract schilderde was een Zweedse, Hilma af Kint. Ze maakte haar eerste abstracte werk in 1906, vijf jaar eerder dan Kandinsky, die pas in 1911 met zijn eerste abstracte werk op de proppen kwam.

Vrouwen hadden moeite om door te breken als kunstenares, onder andere vanwege institutionele barrières. Ze konden zich bijvoorbeeld eeuwenlang niet inschrijven bij academies of naakten schilderen aan de hand van een levend model – dat zou onfatsoenlijk zijn. Zweden liep voorop in het slechten van dat soort hindernissen. Zodoende kon Af Kimt zich in 1882 al inschrijven bij de Royal Academy of Fine Arts in Stockholm. Haar seksegenoten in Frankrijk, Duitsland en Nederland moesten langer wachten. De formele opleiding die Af Kimt kon volgen, gaf haar de kennis, kunde en status om zich te vestigen als kunstenares en haar eigen stijl te ontwikkelen. Eentje die van figuratief steeds meer de kant van abstractie op ging.

Choucair viel niet alleen buiten de officiële Westerse canon die talenten zoals Af Kimt opleverde, maar had ook haar afkomst tegen. Libanon gold niet als een centrum voor kunst en de decennia durende oorlogen gooiden ook regelmatig roet in het eten. Dat het haar toch lukte om zich te ontwikkelen tot een belangrijke kunstenares, kwam onder andere door haar ouders. Die vonden dat meisjes net zo goed een gedegen opleiding moesten krijgen als jongens, en investeerden in hun dochter. Choucair studeerde aan universiteiten en vertrok in 1948 naar Parijs en de École Nationale Supérieure des Beaux-Arts.

Het was in die tijd dat ze twee artistieke ontwikkelingen met elkaar combineerde. Ze groeide uit tot een abstracte kunstenares, en koppelde dat aan haar Arabische achtergrond. In 1951 publiceerde ze een manifest over de manier waarop Arabische mensen omgaan met visuele kunsten, los van allerlei oriëntaalse theorieën met vaak een racistische achtergrond. Dit vormde de basis voor haar kunst, waarbij ze abstract geometrisch werk maakte met duidelijke invloeden van traditionele Arabische motieven en technieken. Ze botste daarmee met verwachtingen van anderen, signaleert dagblad The Guardian:

Her Paris show had been visited by the Lebanese ambassador to France. “Your work is curious, Miss Raouda,” he had purred. “Have you not got any Lebanese paintings for us?” By this he meant paintings that looked as a European might imagine Lebanese art should. Most Lebanese people felt the same way. Undeterred, Choucair went on making work that was both modern and Arabic, her particular interest lying in interlocking forms.

Terug in eigen land werkte ze decennia lang in een flatje in Beirut. Vaak onder zeer gevaarlijke omstandigheden. De stad verkeerde vanaf 1975 in staat van oorlog. Eén van de schilderijen die bezoekers van het Tate een paar jaar geleden konden zien, was geraakt door glasscherven van een explosie. Galerieën waar ze haar werk had kunnen exposeren, sloten door het geweld. Ook verkocht ze geen enkel werk.

Ze ging echter door, anoniem, alleen, zonder mogelijkheden haar werken aan een breder publiek te tonen. Choucair begon naast schilderen ook te beeldhouwen. Een deel van die sculpturen kon ze zelf uitvoeren, maar van andere, grotere ontwerpen kon ze alleen een prototype maken. Dat betrof sculpturen voor buiten op straat, maar de oorlog zorgde ervoor dat niemand een biet gaf om kunst in de openbare ruimte. Het bleef dus bij voorstudies.

Pas op zeer late leeftijd ontdekten curatoren het bestaan van Choucair en haalden ze haar kunst naar ‘het Westen’. Op 97-jarige leeftijd kreeg ze een podium van het Tate, zodat Europeanen kennis konden maken met haar werk. Het betekende haar doorbraak in de Westerse kunst-canon. Drie jaar later overleed ze.

VERDER LEZEN: dit mooie artikel over vijf vrouwelijke kunstenaressen (sorry, eigenlijk vier en een groep, de textielkunstenaressen die het tapijt van Bayeaux vervaardigden) die een plekje in de kunstgeschiedenis verdienen. Dit artikel over Arab Women Artists Now, oftewel AWAN, een kunstfestival met Libanese vrouwelijke artiesten. Magazine Aquila zette vijf kunstenaressen op een rijtje, wiens werk zeer in de smaak viel bij de redactie. Kunstenaressen timmeren ook aan de weg in Saudie Arabië. En vanuit Amman reist er sinds juli 2017 tot eind 2018 reist een expositie rond, met werken van 31 kunstenaressen, waaronder Ahaad Al-Amoudi, Sheikha Lulwa Al-Khalifa en Shereen Audi. Na Engeland is tot eind 2018 Noord-Amerika aan de beurt.

Vrouwen worden zichtbaar als je goed kijkt

Women Inc lanceerde onlangs de campagne ‘Beperkt Zicht’. Kern van het verhaal: als je uitgaat van stereotiepe beelden over mannen en vrouwen, sla je vaak de plank mis. Je ziet niet wat er is. Voorbeelden te over. Zo classificeerden archeologen een Vikinggraf bij de Zweedse plaats Birka als de laatste rustplaats van een mannelijke krijger, gezien de zwaarden, paarden en andere ”mannelijke” grafgiften. Onderzoek wijst nu echter uit dat die stoere Vikingman een stoere Vikingvrouw is.

Het graf bij Birka was al bekend sinds 1880. De mensen die destijds betrokken waren bij de vondst, concludeerden dat de aanwezigheid van een zwaard duidde op een man. Niet zomaar een man, maar een groot militair leider. Het graf bevatte namelijk ook andere rijke giften, en de skeletten van twee paarden.

De botten van het lichaam verdwenen in een archief en niemand keek er meer naar. Totdat moderne wetenschappers de ontdekking opnieuw onderzochten en iets vreemds opmerkten aan de botten. Ze waren iets te verfijnd en te dun om toe te behoren aan een man. Na verder onderzoek bleek de belangrijke militaire leider inderdaad het vrouwelijke geslacht te hebben.

Deze her-identificatie past in een breder patroon. Er lopen al langer onderzoeken naar de resten van lichamen in Vikinggraven. In 2014 werd bijvoorbeeld bekend dat het bij graven, waarvan wetenschappers eerst zeiden ‘allemaal mannen’, in de helft van de gevallen ging om een vrouw. Ook in deze gevallen zorgden grafgiften voor verkeerde identificaties. Zwaard = man, luidde de regel. Alleen begroeven de Vikingen vrouwen ook met hun zwaarden.

Zelfs als echter duidelijk is of het graf een vrouw of een man bevat, kan het mis gaan. Zo vonden archeologen twee graven met een identieke opzet. De ene, in Gokstad (Noorwegen) bestond uit een schip met daarin allerlei grafgiften en het lichaam van een man. Dat moest een Vikingleider van ongekende statuur zijn, nam men aan. Twintig jaar later vonden mensen in Osburg een ander scheepsgraf, met daarin de lichamen van twee vrouwen. Nu spraken wetenschappers echter niet van een groot leider. Nee, het zou gaan om een koningin die haar status dankte aan haar huwelijk, en die waarschijnlijk met een slavin begraven was.

Oeps, wetenschap, your bias is showing….

Mooi dat wetenschappers vaker terug naar de tekentafel gaan. Botten opnieuw onderzoeken, feiten achterhalen, en minder snel een aanname doen. Want die schoten uit de heup raken meestal kant noch wal.

Televisie, film en theater: stapje vooruit, stapje achteruit…

Emancipatie is een zaak van de lange adem. Stapje vooruit, stapje achteruit. Dat geldt ook voor visuele kunsten zoals film, televisie en theater. Neem een serie zoals Doctor Who: de hoofdpersoon is een onsterfelijke alien die iedere menselijke vorm aan kan nemen. De fantasie van de makers bleef echter 53 jaar en twaalf Doctors lang stagneren op de vorm van een blanke man. Pas de dertiende Doctor wordt een vrouw: Jodi Whittaker. Eindelijk. Feest! Maar in reactie op dat nieuws publiceerde de Engelse roddelpers meteen naaktfoto’s van de actrice en kregen fans op internet een publiekelijke zenuwinzinking.

De nieuwe Doctor Who is een vrouw….

De structurele discriminatie van alles wat niet blank en mannelijk is, komt behalve in dit soort anekdotes ook steeds terug in onderzoeken. Zo analyseerde de Amerikaanse vakbond Equity alle theaterproducties van 2013 tot 2015. Bij Broadway-stukken, de producties met de hoogste status, krijgen vrouwen en mensen met een gekleurde huid veel minder werk in het theater dan blanke mannen. Vaak kwamen vrouwen niet verder dan 35% van alle rollen op het toneel. Achter de schermen kwam het percentage uit op 37% stagemanagers. Heb je een gekleurde huid, dan hield het nagenoeg op. Slechts vijf (5) van de 226 stage managers had een gekleurde huid. Deze groep kreeg ook slechts 11% van de grote rollen op het toneel.

De dominante positie van blanke mannen komt ook terug in televisieseries. Amerikaanse zenders presenteerden het aanbod voor het seizoen 2017-2018. Vakblad Variety zag meteen dat het wemelde van de shows met blanke mannen in de hoofdrol. Vrouwen kregen bij de 39 nieuwe series 35% van de hoofdrollen, terwijl het wemelt van de actrices en vrouwen de helft van de bevolking uit maken.

Aan de aanbod kant ligt het niet. Eén oorzaak van de achterstand van vrouwen ligt bij de mensen die personeel aannemen. Vaak zijn dat mannen, en vaak kiezen zij voor mannen die ze kennen. Zo koos Chris Carter, de grote man achter de X-files en andere series, voor de X-files doorstart alleen mannelijke schrijvers. Drie daarvan hebben nooit eerder scripts geschreven, maar Carter kent en vertrouwt hen. Zo werkte een van de mannen jarenlang voor hem als zijn persoonlijke assistent. Hij opereert bovendien in een traditie van vrouwen uitsluiten. Weblog Nerdist becijferde dat bij de tot nu toe 202 episodes van de serie, twee X-files films en de reboot van zes afleveringen alles bij elkaar slechts negen keer een schrijfster betrokken was.

Mannen maken de dienst uit bij de serie, en de eenzame schrijfsters merkten dat aan alles:

When you’re in an environment that isn’t like a team-environment, more of a ‘survival-of-the-fittest’ environment, it’s a real challenge … On the day-to-day, you are always feeling like your job is at risk.” All of the women enlisted to write for The X-Files were relatively new in comparison to the male writers who were hired, according to Newton. Each female writer left after only one year working there — “[some] probably happily, and some probably hoping to come back, but [were] not invited back,” said Newton.

Toch komt er gelukkig ook steeds meer goed nieuws. De organisatie die voor de Oscars stemt, nam 774 nieuwe leden op. Van die instromers is 39% vrouw. Dat zorgt er voor dat het totale aandeel vrouwen in totaal op 28% uit komt. Bovendien heeft 30% een gekleurde huid. Die instroom van niet-blanke leden zorgt ervoor dat hun aandeel stijgt van 11 naar 13%. Vooruitgang! 

Bovendien beloont het publiek diversiteit en grote rollen voor vrouwen. Films met een vrouw in de hoofdrol halen bijvoorbeeld meer omzet. Zo liep Wonder Woman blockbuster The Mummy onder de voet – Tom Cruise was nergens in de strijd om de gunst van de bioscoopganger. Mensen omarmden Hidden Figures, een biografische film over de zwarte vrouwelijke wiskundigen van NASA. De musical Wicked staat inmiddels tweede op de lijst van meest succesvolle Broadway producties ooit. Daarnaast nam Netflix de categorie ‘sterke vrouwelijke personages’ op in het rubriceringssysteem, zodat kijkers makkelijker een serie vinden waarin vrouwen duidelijk hoor-en zichtbaar zijn. Kortom, succes, vooruitgang, meer kansen voor vrouwen. Super!

Vrouwen vooruit: waar een wil is, is een weg

Mensen en organisaties die meer diversiteit willen bereiken, kunnen verschillende dingen doen. Twee strategieën hebben hun effectiviteit bewezen: hardop de duidelijke wil uitspreken om meer vrouwen te krijgen, zoals mijnbouwbedrijf Billiton onlangs deed. En sollicitatieprocedures anoniem maken.

Onbetaald werk eerlijk verdelen, helpt ook 😉

Duidelijk de wil uitspreken om meer vrouwen in de gelederen te krijgen, en daar vervolgens gericht aan werken. Het lijkt zo simpel, maar het gebeurt zelden. Zeker bij grote ondernemingen. Billiton nam recent die handschoen op. Het bedrijf heeft op dit moment 17% vrouwen in het personeelsbestand.  In 2025 moet dat 50% zijn. Omdat het bedrijf dan beter zal presteren – iets wat de directeuren goed zien, want diverse onderzoeken tonen dat aan.

Zo’n stevig voornemen is goud waard. Het hielp Steven Weiss, presentator van literatuurprogramma Up Close, om significant meer schrijfsters aan tafel te krijgen. Het helpt organisatoren van congressen en conferenties om meer vrouwelijke sprekers op te nemen in hun programma’s. Het helpt om écht te willen analyseren wat vrouwen tegen houdt en op zoek te gaan naar effectieve maatregelen. Die zijn er:

 Er kan geconcludeerd worden dat drie typen interventies effectief lijken te zijn: (1) interventies die bias in HR-procedures proberen te voorkomen, (2) interventies die de sociale integratie van minderheidsgroepen verbeteren en (3) interventies die de kennis van diversiteit in de organisatie vergroten.

Eén van de manieren om vooroordelen in  procedures te voorkomen, is sollicitatieprocedure anoniem maken. Dat bleek eerder bij Amerikaanse symfonieorkesten, die musici anoniem achter een gordijn auditie lieten doen. Prompt nam het aandeel van vrouwen in orkesten toe van 25 naar 46%.

In als mannelijk gecodeerde beroepen zoals ICT bleek dit effect in nog sterkere mate op te treden. Speak with a Geek, een uitzendbureau voor technisch personeel, stuurde onlangs dezelfde groep werkgevers bij twee verschillende gelegenheden dezelfde CV’s. In het ene geval met alle persoonlijke gegevens erbij, in het andere geval geanonimiseerd.

Wat bleek? Als werkgevers de sekse van de kandidaat kenden, nodigden ze in slechts 5% van de gevallen een vrouw uit. Wisten ze de sekse niet, dan sleepten vrouwen op basis van hun prestaties en kwalificaties opeens 54% van de sollicitatiegesprekken in de wacht. Volgens Speak with a Geek toont dit voor de zoveelste keer aan hoeveel vooroordelen er bestaan tegen vrouwen in technische mannenberoepen:

Removing traces of gender or race may prevent employers from basing interview decisions on a conscious or unconscious bias, Speak With a Geek said. The former would be an outright belief that women, for instance, aren’t as good at coding as men are. The latter would be more subtle and might mean a company picks the man because he better fits that employer’s unexamined idea of who a coder is.

Die vooroordelen bestrijd je echter effectief, door te erkennen dat ze op allerlei manieren, ook onbewust en onzichtbaar vanwege de alledaagse vanzelfsprekendheid, doorwoekeren in je organisatie. En door er vervolgens alles aan te doen, van het veranderen van procedures tot elkaar aanspreken op uitkomsten die discriminatie doen vermoeden, zoals een compleet mannelijke top. Dan boeken we vooruitgang.