Category Archives: Geschiedenis

Anti abortus activisten vormen een verstrengeld groepje

Als je kijkt wie achter anti-abortus campagnes zit, komen sommige namen steeds terug. VBOK (Verenging ter Bescherming van het Ongeboren Kind). Namen van de politieke partijen SGP en Christen-Unie. En verbanden die inzichtelijk maken hoe zo op het oog neutrale partijen, zoals verzekeraar Zilveren Kruis, christelijke anti abortus takken onder zich hebben. Belangrijk om hier wat meer zicht op te krijgen, nu voorstanders van de baarplicht in november alle huishoudens ongevraagd een anti abortus folder toe willen sturen om hun standpunten kracht bij te zetten. Als je een folder wil, kun je beter hier kijken.

De folderactie maakt onderdeel uit van de zogenaamde Week van het Leven, een initiatief van platform Zorg om Leven. Voor de duidelijkheid: wie het leven lief heeft, is voor het recht van vrouwen om een ongewenste zwangerschap af te breken. Verbied je dit, dan stopt abortus niet, maar krijg je in plaats daarvan dode en verminkte meisjes en vrouwen, ”moeders” van 11 jaar oud, en loop je het risico dat vrouwen na een miskraam jaren de gevangenis in gaan omdat ze van abortus verdacht worden. Met liefde voor het leven heeft dat niets te maken, het aantal doden, gewonden en gekwetsten stijgt alleen maar.

Geen wonder dat de folderactie omstreden is. De PvdA wil een debat om te bespreken of zoiets kan, mag en wenselijk is. De ChristenUnie noemde dat debat meteen ‘doodeng’, want stel je voor dat we kritisch bespreken wat Christelijke partijen doen. Zo heeft de SGP banden met platform Zorg voor Leven. Kijk maar naar het beleidsplan 2019 van de stichting. Per 13 februari heeft het platform de volgende kerndeelnemers:

  • Guido de Brès-Stichting Studiecentrum SGP
  • Juristenvereniging Pro Vita
  • Nederlands Artsenverbond
  • Nederlandse Patiënten Vereniging
  • Pro Life Verzekeringen
  • Prof. dr. G.A. Lindeboominstituut
  • Stichting Recht Zonder Onderscheid
  • Reformatorisch Maatschappelijke Unie

Op de webpagina waar het platform aandacht besteedt aan de campagne Week van het Leven staat ook de Christenunie vermeldt, evenals organisaties zoals CMF, Helpende Handen, Stirezo Pro Life en Schreeuw om Leven.

Kijk je wat beter naar de diverse deelnemers, dan valt op dat daar een verzekeraar tussen zit. Pro Life Verzekeringen blijkt onderdeel te zijn van het Zilveren Kruis. Daarnaast komt het Christelijke Lindeboominstituut terug in informatie over de adviesraad van Pro Life Verzekeringen:

Welke vergoedingen zijn christelijk verantwoord? En welke nieuwe ontwikkelingen passen daar wel of niet bij? Deze vragen beantwoordde het Lindeboom Instituut voor ons in het het rapport: Naar een christelijk-ethisch kader voor een verantwoord zorgverzekeringspakket. Het rapport is de basis van onze verzekeringen.

In de raad van de verzekeringsmaatschappij zitten mensen zoals de heer H.J. van der Ven, directeur uitvaartverzekeraar, oud- directeur VBOK en Katholiek Nieuwsblad, S. Groenewoud, gezondheidswetenschapper en ethicus bij IQ healthcare, Radboudumc te Nijmegen, oud-directeur van het Prof. Dr. G.A. Lindeboominstituut (heeeej, daar heb je Lindeboom weer), of de heer A.A. Teeuw, theoloog, specialist ouderengeneeskunde bij verpleeghuis Salem.

Een andere actieve deelnemer aan de anti abortus campagne is CMF. Dat staat voor Christian Medical Fellowship. Op haar site omschrijft de organisatie zichzelf als ”de vereniging van artsen en geneeskundestudenten die vanuit hun christelijke overtuiging hun medisch denken en handelen vorm willen geven”. De voorzitter, secretaris en penningmeester zijn allen witte mannen, waaronder anesthesioloog Paul Lieverse. Lieverse komt terug op de website van Pro Life Verzekeringen. De zorgverzekeraar nam namelijk het initiatief voor een onderscheiding, de Christelijke Zorg Award:

Met De Christelijke Zorg Award bedanken wij een persoon of een organisatie.  De winnaar heeft zich op een bijzondere manier nuttig gemaakt voor christelijke zorg in Nederland. Op een manier die tot duidelijke positieve resultaten heeft geleid. De persoon of organisatie werkt vanuit Bijbelse normen en waarden.

Lieverse won ‘m in 2014.

Zo verstrengeld zit het allemaal in elkaar. Dezelfde namen en organisaties komen steeds terug, en regelmatig duiken SGP en ChristenUnie op, of aan deze twee politieke partijen verbonden denktanks zoals Guido de Brès-Stichting Studiecentrum SGP. In eerdere artikelen had ik ook al aandacht besteed aan de innige banden die SGP en ChristenUnie onderhouden met de VBOK en zogenaamd neutrale hulporganisatie Siriz. Beide anti-keuze organisaties waren tot voor kort verbonden aan de campagne Week van het Leven en het platform, maar trokken zich begin dit jaar terug. Wat niet wil zeggen dat ze nu opeens het recht van baas in eigen buik omarmen.

Gezien deze politieke verstrengeling met allerhande anti abortus organisaties en verzekeringsinstanties, is het heel goed dat de PvdA een debat wil over bijvoorbeeld die dubieuze folderactie. Vrouwen en artsen hebben jarenlang felle strijd gevoerd om abortus te legaliseren. We willen niet terug naar de tijd van de kleerhangers en totaal vermijdbare sterfgevallen.

Bergen data leggen seksistische patronen bloot

Amerikaanse partijprogramma’s bevatten gemiddeld slechts 3% tekst specifiek over vrouwen. Kledingvoorschriften op school zijn vooral tegen meisjes gericht en seksualiseren hun lichaam. Wij mensen staan bevooroordeeld tegenover boeken van schrijfsters, en beoordelen hun werk stelselmatig als minder literarair en minder belangrijk dan het werk van schrijvers. Hoe weten we dat? Omdat mensen open data en grote bergen gegevens kunnen analyseren met behulp van computers. Die bergen data leggen seksistische patronen genadeloos bloot. Wetenschappers en sites zoals The Pudding doen leuke dingen met de verzamelde inzichten.

Open data en het analyseren van grote hoeveelheden onderzoeksgegevens rukken op. Het CBS omschrijft open data als ‘vrij toegankelijke datasets die eenvoudig door computers verwerkt kunnen worden’. Daarnaast verzamelen wetenschappers grote hoeveelheden informatie, waar ze daarna software op los laten. Beide methodes maken inzichtelijk hoe wij mensen denken en handelen. De resultaten zijn, als het gaat om gender, meestal niet fraai. Maar hoe confronterend ook, ze helpen wel om zichtbaar te maken wat er gebeurt, en bevorderen het bewustzijn. Daarna kun je er hopelijk iets aan doen….

Voorbeelden? Neem taalkundige Corina Koolen. Zij onderzocht met behulp van computers de oordelen die lezers geven over de literaire kwaliteit van romans. In een heel interessant artikel legt ze de methode uit, en zet ze een aantal uitkomsten op een rijtje. Zo kan software bepaalde woorden herkennen, die vaak samen voorkomen in de context van een beter of minder goed beoordeelde roman. Koolen: ” ‘mobiele telefoon’ is meer typisch voor romans met een lage score, ‘de oorlog’ voor romans met een hoge score. Los doen deze elementen niet altijd veel, maar opgeteld kunnen ze aardig de gemiddelde scoren voorspellen.”

Kijk je op die manier naar een dataset, dan blijkt al snel dat auteurs veel overeenkomsten vertonen. Een los stuk tekst geeft geen enkel inzicht in de sekse van de auteur. Maar als de naam van de auteur bekend is bij de lezer, zodat die weet of het een man of een vrouw is, beoordelen lezers het werk van die vrouwelijke auteur prompt als lager, minder:

Uit de computeranalyses blijkt dat de stijl van een tekst veel meer wordt bepaald door het genre, dialoog en narratief dan door het gender van de auteur. ‘Het gaat dus vooral om perceptie: vrouwelijke auteurs zijn geen andere soort, zij schrijven – net als mannelijke auteurs – in de stijl van het genre dat zij beoefenen. Er wordt vaak een ‘idee van vrouwelijkheid’ in teksten van vrouwelijke auteurs gelegd. Bovendien kunnen lezers niet uitleggen waarom ‘vrouwelijk’ gelijk staat aan laag-literair en ‘mannelijk’ niet. Een man die op zoek is naar zichzelf, is het onderwerp van een bildungsroman. Een roman over een vrouw die dat doet, is in de perceptie van de lezer sneller een ‘vrouwenboek’. Het is allemaal heel subtiel en alle lezers doen er – vaak onbewust – aan mee. Blijkbaar haakt de lezer bij het beoordelen van de tekst onbewust te veel in op die elementen die stereotypen bevestigen.’

Wat Corina Koolen doet met literair onderzoek, verheft een site als The Pudding tot grote hoogte. De mensen achter deze Amerikaanse website benutten open data, zoals verkiezingsprogramma’s van politieke partijen in de V.S., of kledingvoorschriften op scholen, om er vervolgens visuele essays van te maken. Zo bleek uit de analyse van de teksten van verkiezingsprogramma’s dat Amerikaanse partijen specifieke vrouwenkwesties compleet negeren. Zelfs in jaren waarin je zou mogen verwachten dat er aandacht voor is, zoals tijdens de Seneca Falls conferentie, de strijd voor het kiesrecht, campagnes om vrouwen naar de fabriek te lokken tijdens de tweede wereld oorlog, en de strijd voor legale abortus, schitteren vrouwenkwesties door afwezigheid. Zie ook de youtube video van The Pudding hierboven in de tekst.

The Pudding heeft nog veel meer van dit soort mooie producties. Hoe zit het bijvoorbeeld met die kledingvoorschriften? In de meeste gevallen blijken de ge- en verboden meisjes harder te treffen dan jongens. En brengen veel scholen een seksistisch verband aan tussen het sexy uiterlijk van meisjes, en het schaden van de concentratie van mannelijke leerlingen en docenten met hun  te sexy aanwezigheid. Bedek jezelf, slet, anders leid je mannen af van hun Belangrijke Taken! Geen boodschap die je een elfjarige wil geven, maar het gebeurt. En meisjes pikken die boodschap op en gaan zich schamen voor hun lijf. Niet goed.

Andere interessante en leuke visuele essays die de moeite waard zijn om te bekijken: Het lijkt erop alsof mannen met hogere stemmen zingen dan vroeger. Klopt dat? LGBTQ mensen trokken vaak naar steden om te ontsnappen aan strikte sociale controle in kleine dorpen. Welke rol speelt gender in de keuze voor een stadswijk? Onder andere de loonkloof – doordat vrouwen minder inkomen verdienen, zijn lesbische stellen veroordeeld tot de goedkopere buurten. Homoseksuele stellen concentreren zich in exclusievere wijken. Lees verder in Mannen zijn van Chelsea, Vrouwen zijn van Park Slope. En hoe lang moet een vrouw gemiddeld reizen om in de V.S. een abortuskliniek te bereiken? Die vorm van medische zorg blijkt steeds ontoegankelijker te worden…

The Pudding, van harte aanbevolen.

Warhammer neemt vrouwen steeds serieuzer

”Ik moet even een potje verf kopen”. Zo begon een middagje shoppen met een goede vriendin. Er ging een wereld voor mij open. Want wat bleek? ‘Verf’ betrof geen pot verf om in huis een muur te schilderen, maar een piepklein potje verf voor modelbouw. De te beschilderen modellen bleken figuren te zijn van stoere krijgers met enorme geweren, of draken, of een soort gothic tankachtige fantasievoertuigen. En de plek waar je dat allemaal aantreft is een Warhammer speciaalzaak. Met nadruk op Warhammer 40k. Een game kolos die op de een of andere manier de afgelopen vijftien jaar totaal aan mijn aandacht was ontsnapt. Ja, inderdaad, ik leefde onder een steen…

Door een genderlens bekeken beleefde ik een interessante tijd. Allereerst de winkel en de medewerkers. Mijn eerste indruk was mannelijke spierbundels, mannenfiguren, een boekenkast met Warhammer romans over mannen, man man man, en achter de toonbank alleen mannelijke medewerkers.

Als je zo’n omgeving betreedt weten veel vrouwen, waaronder ik, feilloos eventuele neerbuigende ‘o ja het vrouwtje wil ook iets’ ondertonen te herkennen. Ervaring te over. Maar niet in deze winkel. We werden vriendelijk aangesproken, mijn shoppingmaatje legde uit wat ze nodig had, en een van de medewerkers hielp en adviseerde haar vervolgens deskundig en enthousiast. Hij was duidelijk blij om een leuke hobby te delen met iemand die daar ook actief mee bezig is.

Daarna ging ik grasduinen op internet en trof drie rode draden aan. Het spel begon in 1987 nogal macho. De belangrijkste groep vrouwelijke strijders, een leger oorlogsnonnen, waren lange tijd duur en in omvang en spelmogelijkheden beperkter dan de dominante mannen-of onzijdige legers. Maar: Warhammer begint iets te doen met kritiek en feedback van spelers en begint vrouwen eindelijk serieuzer te nemen. Met een aantal concrete acties, ze doen echt iets.

Wat knelpunt één betreft, de macho start, vond ik een aantal gebruikelijke rode vlaggen. Zo kan de belangrijkste groep, de ruimtemariniers, alleen mannelijk zijn. Sorry vrouwtjes. Het spel heeft daar uiteraard een verklaring voor die binnen de wereld van het spel logisch lijkt. Je hoort dit argument vaker. Ja, dokter Who kan in allerlei vormen reïncarneren, maar toevallig zag die vorm er twaalf keer altijd wit en mannelijk uit en liggen vrouwelijke incarnaties moeilijk. Ja een game gaat over magie en mythische moordenaars, maar ‘we willen authentiek blijven voor wat betreft de historische periode’, dus vrouwen spelen geen rol. Als alles faalt beroepen makers zich op techniek: vrouwenfiguren programmeren, zoooooooo moeilijk….

Zelfs als het historisch gezien aantoonbaar zeer verantwoord is, leveren vrouwenfiguren weerstand op. Zoals bij Battlefield V, met allerlei speelscenario’s uit de tweede wereldoorlog. Onderstaande situatie is geen enkel probleem voor gamers:

Maar vrouwelijke soldaten als speelbaar game-figuur? Huuuuu, neeee, ga weg, je verpest alles!!!!!!!

Maar laten we wel wezen: het is fantasie. Bordspel Warhammer speelt zich af in exotische werelden met magie en draken en trollen en elven en onsterfelijke zombiesoldaten en weet ik veel wat er allemaal over het speelterrein kan duikelen. Er is echt geen enkele reden waarom de dominantste groep in het spel alleen man kan zijn. Zeggen dat het zo is omdat het in de spelwereld nou eenmaal zo is, is een cirkelredenering. Zie ook het vermakelijke boek Crimes Against Logic.

Doordat de ruimtemariniers zo dominant en mannelijk zijn, kom je ook in de knel bij veel omringende aspecten van Warhammer. De romans, comics en andere publicaties, samengevat de Zwarte Bibliotheek, richten zich ook grotendeels op mannen en de avonturen van mannelijke personages.

Deze man als norm aanpak vloeit voort uit het feit dat de fantasie vooral uit de kokers van mannen komt. Een fan die uitploos wie waar bij betrokken was bij een Warhammer genre, de Chaos periode, telde en turfde en kwam op ruim zestig mensen, waarvan acht vrouwen en de rest mannen. De vrouwen waren niet betrokken bij het schrijven, illustreren of ontwerpen. De romans over het chaos tijdperk bevatten nauwelijks vrouwen. Als vrouwelijke personages al voorkomen, zijn ze slachtoffer of een middel om het verhaal van een man meer kleur te geven. Gezien het enorme Warhammer universum zijn er natuurlijk romans waar vrouwelijke personages een grotere rol spelen. Maar je moet goed zoeken.

Wat me bij twee brengt, de oorlogsnonnen. Bij al die mannelijke spierballen toestanden vormen zij de belangrijkste uitzondering. Lange tijd was het nonnenleger echter alleen verkrijgbaar in metaal en in een verpakking met minder aantal stuks. Kortom, deze figuurtjes waren zwaarder en duurder dan de gewone figuurtjes, die van plastic zijn. Op het veld kan een speler ze goed gebruiken, maar ze hebben wat minder mogelijkheden dan de andere legers. En de nonnen oude stijl droegen een raar sexy soort borsten-borstplaat. Brrrr. Ik kwam dan ook allerlei oproepen tegen, oud en recent, om hier aub iets aan te doen. Meer vrouwenfiguren, meer, andere en makkelijker toegankelijke oorlogsnonnen, meer spelmogelijkheden, minder dominantie van die alom tegenwoordige ruimtemariniers. ‘Warhammer, hallo, willen jullie je vrouwelijke fans aub serieus nemen?’

Wat me tot het punt drie en het voorlopige slot brengt: het lijkt erop dat Warhammer naar deze feedback luistert. Dit jaar lanceerde het spel een hele nieuwe reeks oorlogsnonnen. Daarmee speelt het bedrijf in op al die oproepen en pleidooien van fans. Daarnaast introduceerde Warhammer begin 2019 een nieuw leidersfiguur, Severina Raine. Naast het te beschilderen figuurtje om mee te spelen, heeft dit personage ook de hoofdrol in een nieuwe roman in de Warhammer reeks. Het verhaal komt uit de koker van een schrijfster, Rachel Harrison, die Raine eerder al opvoerde in een aantal korte verhalen. Dat zijn dus twee vliegen in één klap: meer vrouwelijke auteurs en meer vrouwelijke personages in de Zwarte Bibliotheek.

Tot slot weten steeds meer vrouwen zichtbaar hun plek op te eisen in het fancircuit. Magazine Vice publiceerde onlangs een aantal portretten van vrouwen die al jaren meedraaien met de Warhammer games. De een kwam wel seksisme tegen, de andere niet, maar allemaal hebben ze lol en maken ze mooie kunstwerken van de plastic figuren. En zo zijn er meer. Zoals die goeie vriendin met haar potje verf. Zij is ook met veel plezier aan het modelbouwen geslagen, met te beschilderen figuurtjes en een verpakking met plukjes gras om een realistisch veld te maken waar het figuurtje op komt te staan. Superleuk.

Rock and Roll: vrouwen van het eerste uur

Waar het schrijven van een scriptie al niet toe kan leiden. Van een onderzoek naar muzikantes in de Rock&Roll, naar een uitgebreide website met database op internet waar je zo uren zoet bent als je ergens op begint te klikken. De scriptieschrijfster: Leah Branstetter, die haar studie voor musicologe afsloot met een onderzoek naar Rock and Roll artiesten uit de jaren vijftig. De site: Women in Rock.

Branstetter kwam tot haar thema nadat ze haar hele leven gehoord had dat vrouwen niet actief waren in Rock and Roll. Het zouden alleen mannen zijn geweest, die in de jaren vijftig de basis legden voor dit genre. Het probleem ligt diep en is structureel. Over welke periode je ook spreekt, vrouwen komen er niet aan te pas. Zo telt de beroemde Amerikaanse Hall of Fame waar het Rock and Roll betreft niet meer dan circa 8% vrouwelijke artiesten.

Branstetter geloofde er niets van, dat vrouwen geen deel uit zouden maken van de Rock and Roll. Ze dook de geschiedenis in en trof honderden artiesten aan, die in de beginjaren van het muziekgenre stevig aan de weg timmerden. Breed, als artiest en muzikante, maar ook in allerlei andere rollen, zoals songwriter:

And many more participated in other ways: writing songs, owning or working for record labels, working as session or touring musicians,designing stage wear, dancing, or managing talent—to give just a few examples. It is true that women’s careers didn’t always resemble those of their more famous male counterparts. Some female performers were well known and performed nationally as stars, while others had more influence regionally or only in one tiny club. Some made the pop charts, but even more had impact through live performance.

Branstetter ging gedegen te werk. Magazines willen nog wel eens op de proppen komen met lijstjes vrouwen die opgenomen zouden moeten worden in overzichtswerken en Hall of Fame lijstjes. Branstetter doet dit ook, maar neemt een indrukwekkende bronnenlijst mee. Wie de Engelse taal beheerst vindt daar allerlei interessante boektitels, onderzoeken en andere bronnen. Handig voor mensen die zelf aan de slag willen of zelf ander onderzoek willen doen naar gender en muziek.

Het hart van de site vormen uiteraard de biografieën van allerlei min of meer vergeten vrouwen, die in de jaren vijftig impact hadden op de Rock and Roll scene. Regelmatig komt er weer een portret van een artieste bij, dus het loont de moeite om regelmatig een kijkje te nemen. Women in Rock voorziet ook in interviews met artiesten. Tot nu toe staan er gesprekken op de site met mensen zoals Beverly Ross, Wanda Jackson, Linda Gail Lewis en Laura Lee Perkins. Branstetter stelde ook een Spotify lijst samen, zodat mensen de muziek kunnen beluisteren.

Branstetter’s site werd zeer lovend ontvangen. Voor meer over haar werk, zie bijvoorbeeld: Open Culture over de lancering van de site, of Far Out Magazine over de betekenis van deze vroege pioniersters.

Moordenaars vertonen opvallend vaak vrouwenhaat

En weer pakt een witte man een wapen en schiet om zich heen. Deze keer in de Amerikaanse stad El Paso. En kort daarop een andere witte man, nu in de stad Dayton, in de staat Ohio. Daders van dit soort slachtpartijen in het openbaar hebben allerlei motieven, zoals religieus-extremisme, psychische problemen en racisme. Maar wie ze allemaal naast elkaar zet, ziet een link die opvallend vaak terugkeert: bijna alle moordenaars hebben een geschiedenis van vrouwenhaat. Weerzin tegen vrouwen lijkt een overkoepelend motief, los van religie, politieke overtuiging of andere -ismen.

Bij de meest recente moordpartijen moet het uitzoekwerk nog beginnen. Maar daags na de schietpartij in Dayton is al duidelijk dat de dader onder andere zijn jongere zusje neerschoot. Daarnaast werd hij twee keer van school gestuurd, wegens het opstellen van een lijst met mensen die hij wilde vermoorden, en een lijst namen van mede studentes, die hij wilde verkrachten. Hij mocht in dat laatste geval terugkeren op voorwaarde dat hij een excuusbrief schreef naar de meisjes uit de lijst, melden diverse klasgenoten.

Magazine Mother Jones analyseerde 22 eerdere moordpartijen uit de reeks van de afgelopen acht jaar tot in de details. Van die groep daders bleek dat 86% zich eerder schuldig had gemaakt aan huiselijk geweld. 32% had voor zijn moordpartij vrouwen gestalkt of op andere manieren lastig gevallen. 50% richtte zich op vrouwen – ze doodden ook mannen en kinderen die in de weg liepen, maar verklaarden in manifesten voor of verhoren na hun misdaad dat ze vooral vrouwen wilden raken.

Het patroon geldt voor Amerika, waar massaal wapenbezit moordpartijen in de hand werkt, maar is ook duidelijk zichtbaar in Europa. Veel daders van aanslagen in Engeland, Frankrijk en Duitsland mishandelden eerst hun “eigen” vrouwen voordat ze op straat mensen begonnen te vermoorden uit naam van ras of religie. Anderen gaven op andere manieren blijk van vrouwenhaat, bijvoorbeeld door seksueel geweld, stalking of het publiceren van hatelijke tirades. De link is zo sterk dat huiselijk geweld en andere agressie tegen vrouwen mag gelden als een voorspellend signaal voor latere terreurdaden in de openbaarheid.

Daarnaast onderschrijven de daders bewust of onbewust een bepaalt soort giftige mannelijkheid: willen domineren, macho zijn, spanningen en problemen oplossen met agressie, de glamour van de krachtige man met een groot geweer in zijn handen. De ene keer is die giftige mannelijkheid religieus getint, andere keren hangt het samen met racisme. Bijvoorbeeld als witte man gekleurde mensen doden om je witte vrouwen te beschermen, zodat zij in alle rust zoveel mogelijk witte baby’s kunnen baren en zo de westerse beschaving redden. Een deel van de witte vrouwen in de V.S. omhelst die ideologie trouwens enthousiast. Ze rekenen erop dat hun mannen sterk en stoer zijn en met geweld het blanke ras verdedigen.

Het lijkt erop dat de dader van El Paso ook tot die stroming behoort. Op internet verklaarde hij het op Latijns Amerikanen gemunt te hebben, omdat die Texas onder de voet lopen. Ook maakte hij een foto van het woord Trump, met wapens neergelegd in de vorm van de letters, en publiceerde hij op een extreem rechts forum, waar hij andere mensen kon vinden die net als hij het blanke ras menen te moeten verdedigen tegen een invasie van gekleurde anderen. Desnoods met geweld jegens die gekleurde anderen, en met verplicht baren voor ‘hun’ ‘eigen’ vrouwen. Een giftige mix van racisme en seksisme.

Het erge is: dit wisten we al in de jaren tachtig. Voor haar recente boek Home Grown dook Joan Smith in het vrouwenhatende karakter van dit soort moordenaars:

The book begins with a quote from Nazir Afzal, former Chief Crown Prosecutor for the North West of England: “There was research in the 1980s…the number one finding was that the first victim of an extremist or terrorist is the woman in his own home. We’ve forgotten that. We haven’t built on that.” “Home Grown” provides irrefutable evidence based on researching the histories of many mass killers, that the men who commit public atrocities have very probably practised their terrorism at home first. It also suggests that the lessons that should have been learned in the 1980s are still being resisted today.

Dat we nog steeds weerstand bieden aan het recht in de ogen kijken van mannelijke agressie, kan wellicht verklaard worden uit het femomeen van hempathie, een term bedacht door filosofe Kate Manne. In een patriarchale samenleving vertonen veel mannen en vrouwen de neiging om mannen in bescherming te nemen. Hij bedoelde het niet zo. Het was een grapje. Ja, hij schoot dertig mensen dood, maar hij was een onbegrepen, eenzame ziel met problemen. Of nee wacht, hij was nog jong en dan zijn je hersenen nog niet helemaal uitontwikkeld, zodat het lastig is onder druk goede beslissingen te nemen. Hoe witter de man, hoe sterker de neiging hem zoveel mogelijk uit de wind te houden, wat hij ook deed.

Daarnaast hebben zeker vrouwen domweg teveel te verliezen als ze agressie van mannen aan de kaak proberen te stellen. Vrouwen worden niet geloofd, of krijgen (sociale) straf – roddel en achterklap, het stuklopen van je relatie, waarna je als vrouw meestal in armoede vervalt terwijl de man vrolijk door gaat. Als cultuur oefenen we grote druk uit op vrouwen om te blijven zwijgen. En mannen spreken mede-mannen vaak niet aan omdat zij niet het doelwit van agressie zijn, het probleem niet zien, of zich (meestal onterecht) persoonlijk aangevallen voelen en hun kont tegen de krib gooien. Zo kan mannelijke agressie door etteren. En blijven overheden, instanties en denktanks in vruchteloze rondjes doordraaien.

Het is geen toeval dat bijna alle daders van massale moordpartijen mannen zijn. Het is geen toeval dat de overgrote meerderheid van de daders andere -ismen en problemen vermengen met een fikse dosis vrouwenhaat. Het wordt hoog tijd dat we deze dodelijke problematiek door een genderlens gaan bekijken, en vroege signalen serieus nemen.

Mannen kunnen vrouwen straffeloos verkrachten

Wil je als man de opwinding voelen van het plegen van een misdaad, maar heb je geen zin in celstraf? Verkracht dan een vrouw. Geen haan die daar naar kraait, ontdekten onderzoekers uit Engeland en de V.S. In Engeland haalt nog geen 1,5 (één komma vijf) procent van de zaken een aanklacht bij een rechter. In de V.S. wandelen per 50 verkrachtingen 49 daders ongestraft weg. Nederland heeft geen volledig betrouwbare cijfers beschikbaar, maar op basis van wat we wél weten kun je stellen dat de situatie hier hetzelfde is.

Magazine The Atlantic dook in de situatie en komt net als Engelse collega’s tot de conclusie dat er een epidemie van ongeloof heerst. Zodra een vrouw aangifte wil doen, treden bij de autoriteiten allerlei scripts in werking. Vaak onbewust. De vrouw liegt. Ze overdrijft. Ze wílde seks, maar daarna toch niet, en roept nu verkrachting om de man in kwestie dwars te zitten. En hoe zit het met die vrouw? Had ze alcohol op, wat voor kleding droeg ze, gaf ze aanleiding voor ‘misverstanden’?

Vanuit dat epidemische ongeloof gaat het snel bergafwaarts. Voor de V.S. omschrijven deskundigen de situatie als volgt:

Police may try to discourage the victim from filing a report. If she insists on pursuing a case, it may not be assigned to a detective. If her case is assigned to a detective, it will likely close with little investigation and no arrest. If an arrest is made, the prosecutor may decline to bring charges: no trial, no conviction, no punishment. […] in 49 out of every 50 rape cases, the alleged assailant goes free—often, we now know, to assault again. Which means that rape—more than murder, more than robbery or assault—is by far the easiest violent crime to get away with.

Het gebrek aan actie als een vrouw een verkrachting wil melden, is niet alleen zichtbaar in dramatisch lage vervolgingspercentages. Het is ook zichtbaar in bergen niet onderzocht bewijsmateriaal. Vrouwen kunnen een zogenaamde ‘rape kit‘ laten maken. Dat betekent dat medisch personeel kledingresten met bloed en/of sperma, en soortgelijke sporen op en in het lichaam, op de correcte manier verzamelt als bewijsmateriaal. Nog steeds liggen tienduizenden van dit soort pakketjes bewijsmateriaal ongeopend op planken te verstoffen. Pas onder president Obama kwamen fondsen vrij om alsnog te kijken welke DNA sporen de rape kits bevatten, en maken agenten een begin met daders zoeken. Nog steeds liggen echter naar schatting 250.000 rape kits op de plank:

“I believe fundamentally there was a gender bias at issue,” Vance said of the backlog at a press conference. “A crime mostly involving women was simply not viewed as important to solve.”

In Engeland zie je hetzelfde mechanisme van ongeloof en vrouwen afwimpelen zonder fatsoenlijk onderzoek te verrichten. Slechts één op de 65 zaken komt in het stadium van aanklacht, de andere 64 zaken sneuvelen. Ook hier constateren onderzoekers een hindernisbaan waardoor steeds meer zaken afvallen, vergelijkbaar met de beschrijving hierboven. Ook hier begint het bij ongeloof en wantrouwen jegens vrouwen die aangifte willen doen. Weet ze dat wel zeker? Weet ze wel welke straf er staat op het doen van een valse aangifte? Het proces is zo wreed dat slachtoffers regelmatig verzuchtten dat ze wensten dat ze nooit door hadden gezet:

“If I could do it again I would not do it. What it did to my mental health, it was not worth it.”

In Nederland zijn écht betrouwbare cijfers schaars, wegens versnippering, veranderende definities, onbetrouwbare ICT en ander gedoe. Het lijkt er echter sterk op dat ons land met dezelfde situatie kampt als Engeland en de V.S. In Nederland wil slechts 13 procent van de vrouwen aangifte doen, meldt De Volkskrant. Daarna volgt een ‘informatief gesprek’ bij de politie. Dat gesprek zorgt ervoor dat ruim de helft, 59 procent, van de meldingen afvalt. Van de aangiftes die dan nog overblijven, haakt het OM bij 57 procent van de gevallen af, vaak wegens allerlei problemen rond de bewijsvoering. Zoals dagblad Trouw het samenvat: zedenzaken zijn langdurig (gemiddeld duren ze twee jaar), pijnlijk, en leiden zelden tot een veroordeling.

Goed onderzoek doen en daders veroordelen loont echter. Omdat slachtoffers recht wordt gedaan, maar ook omdat straf daders wel degelijk tegenhoudt. Van de in Nederland veroordeelde mannen (en nogmaals, veroordeling en celstraf zijn een enorme uitzondering op de regel) gaat een kwart daarna gewoon weer in de fout. Maar celstraf zorgt er ook voor dat de andere 75% de boodschap begrijpt en stopt met verkrachten. Het heeft dus zin om misdaad aan te pakken. Wow!

Daarnaast leveren fatsoenlijk onderzochte zaken een schat aan informatie op. De Amerikaanse politie behandelt tot nu toe iedere verkrachtingszaak als een op zichzelf staand geval. Daar moeten ze echter snel mee stoppen, want op basis van DNA sporen uit rape kits blijkt dat één op de vijf verkrachters serieverkrachters zijn en slachtoffer na slachtoffer maken. Ze hebben geen herkenbare aanpak: ze verkrachten als de gelegenheid zich voordoet, en hun slachtoffers zijn vrouwen die ze kennen, maar ook totaal onbekende vrouwen die toevallig voorhanden waren.

De daders stapelen zich op nu de Amerikaanse politie eindelijk serieus aan het werk gaat met rape kits. Nathan Loebe verkrachtte zeven vrouwen in een periode van 12 jaar. Dandre Shabazz verkrachtte minstens vijftien meisjes en vrouwen tussen december 2001 en mei 2005. Gary Clair belandde achter de tralies nadat hij in 2010 drie vrouwen verkrachtte, maar na onderzoek van rape kits steeg het aantal slachtoffers naar vier. In al deze gevallen had de politie de kans gekregen om deze mannen na hun eerste misdaad op te pakken. Dat gebeurde niet, en dus gingen ze door en verpestten de levens van nog meer meisjes en vrouwen.

Het wordt hoog tijd dat de overheid seksueel geweld tegen vrouwen serieus neemt. Dat aangiftes geaccepteerd worden zonder dat slachtoffers als dader behandeld worden en door tien brandende hoepels moeten springen. Dat in Nederland de wetgeving rond verkrachting eindelijk gaat voldoen aan het verdrag van Istanbul, een door Nederland ondertekend verdrag van de Raad van Europa, dat gericht is op het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en van huiselijk geweld. Het probleem is té groot en treft té veel vrouwen.

Eerste man op de maan had een vrouw moeten zijn

In een rechtvaardige wereld was de eerste man op de maan een vrouw geweest. Amerikaanse astronautes die vijftig jaar geleden voor de missie trainden, onder de noemer Mercury 13, vertoonden een fysiek betere conditie, presteerden beter, en toonden zich stressbestendiger. Toch gaf NASA de voorkeur aan witte mannen, die minder goed presteerden. De reden bleef vaag. In 1962 sleepten de betrokken vrouwen NASA voor de rechter wegens discriminatie, maar toen maakte het al niet meer uit. Hun droom om ooit op de maan te staan, was voor altijd in rook opgegaan.

Eén van de deelnemers aan Mercury 13 was Jerrie Cobb. Cobb werd geboren in 1931 en speelde bij softballteam Oklahoma City Queens. Maar haar echte passie lag bij vliegen. Ze spaarde haar prijzengeld op en kocht op haar zestiende een vliegtuigje. Daarna was er geen houden meer aan. Ze ontwikkelde zich tot een goede pilote en vloog onder andere in de prestigieuze luchtshow van Parijs.

Haar prestaties brachten haar in contact met wetenschappers van een particuliere organisatie, die testen ontwikkelden voor potentiële astronauten. Terwijl NASA in een officieel alleen voor mannen programma de mannen testten, ondergingen Cobb en twaalf andere vrouwen van de Mercury 13 dezelfde testen. Al snel bleek dat de vrouwen beter waren. Maar daar stopte het. De particuliere organisatie ontving geen fondsen om het programma voort te zetten. NASA concentreerde zich op de mannenploeg en stuurde een man naar de maan. Tot groot verdriet van de vrouwen:

The pilots’ lingering disappointment over the lack of support from NASA and Congress is still evident more than half a century later. “It was a good old boy network, and there was no such thing as a good old girl network,” Funk tells her interviewer. Ratley’s voice cracks as she recounts the story. Bob Steadman is clearly still irritated with the male astronauts who testified that women couldn’t possibly go to space; he thinks they didn’t want the Mercury 13 as colleagues because they feared being overshadowed. “One beautiful woman as an astronaut would have just dominated the news,” he argues.

Pas vanaf 1978 gaf NASA vrouwen een plek in het astronautenprogramma, waarna vijf jaar later Sally Ride de eerste Amerikaanse vrouw op de maan werd. Tegen die tijd had Rusland allang een vrouw naar de maan gestuurd: Valentina Tereshkova. Niks mis met haar, maar ze had minder ervaring dan Jerrie Cobb destijds. Nog een aanwijzing dat NASA in die tijd echt oogkleppen op had. (Sterker: zelfs de juiste sekse was niet genoeg, je moest ook de juiste huidskleur hebben. Zo was zwarte man Ed Dwight een serieuze kandidaat voor latere maanmissies, maar NASA schoof ook hem terzijde. Hij nam in de jaren zestig ontslag omdat hij door had dat zijn ambities geen ruimte kregen.)

Kortom, als je juichverhalen hoort over Neil Armstrong en consorten, weet dan dat hij en zijn maten alleen op de maan konden staan omdat NASA alle vrouwen en zwarte mannen zorgvuldig buiten boord hield. In een rechtvaardige wereld zou hij het niet gered hebben.

Verder kijken en meer weten? De documentaire Mercury 13 is te zien op Netflix

Tweede sekse begon circa 8000 jaar geleden

Archeologen in Spanje onderzochten ruim 500 graven uit het neolithische tijdperk, en kwamen erachter dat er aanwijzingen zijn voor een beginnende dominantie van mannen. Mannen kregen anderhalf keer vaker een formeel graf dan vrouwen en kinderen. Vaak vertoonden hun skeletten tekenen van geweld en kregen ze wapens mee in hun graf. Ook komen mannelijke figuren in dit tijdvak vaker voor op grotschilderingen dan vrouwelijke figuren. Opnieuw meestal in verband met oorlog voeren of jagen. De archeologen zien hiervoor bewijs dat de dominantie van mannen samenhangt met maatschappelijke ontwikkelingen, niet met genen, en dat die dominantie ook weer teruggedrongen kan worden.

Het onderzoek werd uitgevoerd door Marta Cintas-Peña en Leonardo García Sanjuán, archeologen van de Universiteit van Seville. De mannelijke dominantie in Spanje was in het neolithische tijdperk, 8000 jaar voor Christus, nog niet heel sterk, merkten ze. De meest rijkelijk versierde graven met mooie giften bevatten zowel skeletten van mannen als vrouwen, dus als het gaat om een hoge sociale status konden vrouwen ook sterke posities innemen en een formeel graf ”winnen”.  Maar de eerste signalen voor de tweede sekse zijn daar, bij de Spaanse graven, signaleren Cintas-Peña en García Sanjuán. Niet vastgelegd in teksten, maar zichtbaar gemaakt in de fysieke overblijfselen van een prehistorische beschaving

Bij hun onderzoek borduurden Cintas-Peña en García Sanjuán voort op werk van Gerda Lerner. Deze Amerikaanse historica zette vrouwengeschiedenis in de V.S. op de kaart en deed onder andere onderzoek naar vertaalde kleitabletten uit samenlevingen van 2000 jaar geleden, zoals Mesopotamië.

De teksten van kleitabletten gaan vaak over wetgeving en handel. Ze maken duidelijk dat de sociale positie van vrouwen gestaag verslechterde. De vroegste kleitabletten tonen aan dat vrouwen handel konden drijven op de markt, een sterke positie hadden in huwelijken, en als priesteres leidersrollen in de maatschappij op zich konden nemen, ontdekte Lerner. Naarmate de tijd vorderde verdwenenen echter steeds meer rechten en werden vrouwen steeds vaker willoze instrumenten in handen van mannen.

In haar boek The Creation of Patriarchy legt Lerner onder andere de link met oorlog, waardoor mannen steeds meer macht kregen (iets wat ook de Spaanse archeologen signaleren). In Mesopotamië leidde oorlog ook tot de komst van slavinnen en concubines. De tweederangs status van die vrouwen tastte de algemene status van vrouwen steeds verder aan. Dit gebeurde in een tijdvak waarin de samenleving steeds gelaagder werd, met een steeds duidelijker verschil tussen arm en rijk. De rijkdom en de slaven kwamen steeds vaker terecht bij een mannelijke elite en vrouwen verloren steeds meer terrein. Uiteindelijk konden alleen priesteressen nog een beetje zeggenschap houden over hun eigen leven. Zelfs dat brokkelde af toen mannelijke goden de plek van godinnen innamen.

Maar nogmaals, deze ontwikkeling was sociaal, het gaat hier niet om een biologische vanzelfsprekendheid. Dit blijkt ook uit ander archeologisch onderzoek. Zo kende het gebied wat nu delen van midden en zuid-Duitsland omvat, de zogenaamde Hallstadt cultuur. Tussen 750 en 450 jaar voor Christus troffen archeologen in de mooiste graven met de meest indrukwekkende grafgiften alleen mannelijke skeletten aan. In de periode daarna, vanaf circa 480 tot circa 380 voor Christus sloeg dat echter radicaal om. De mannen verdwenen en in alle elite graven van die tijd lagen opeens vrouwelijke skeletten.

Je ziet ook opvallende verschillen per gebied. Zo beschrijft James Whitley de situatie in Griekenland in de ijzertijd. In de meeste gebieden krijgen mannelijke krijgers alle aandacht, met specifieke vormen van begraven, wapens als grafgift, en opvallende tekens in het landschap, zoals grafheuvels. Daarnaast troffen archeologen vooral skeletten van kinderen aan. In het symbolische landschap (zie de link, pagina 220) hebben vrouwen geen eigen plek, alleen als een soort onbeduidende tussencategorie, tussen de mannelijke krijger en kinderen in.

Behalve de stadstaat Athene. Daar vinden wetenschappers in diezelfde periode wel degelijk vrouwengraven, met tekenen van een goed ontwikkelde ”vrouwelijke” symboliek. Sterker nog, lange tijd waren de vrouwengraven uit de tiende en negende eeuw voor Christus spectaculairder dan de mannengraven – uitgebreidere versieringen, rijkere grafgiften, mooiere locaties voor de laatste rustplaats, signaleert Whitley (pagina 221 en verder).

De graven blijven bestaan tot de achtste eeuw voor Christus. Dan verdwijnen ook in Athene de rijkelijk versierde elite graven voor vrouwen en blijven alleen de macho mannen en de kinderen over als zichtbare vertegenwoordigers van de gemeenschap in het hiernamaals. Vrouwen komen alleen nog voor op geschilderde of gebeeldhouwde taferelen, als rouwende figuur of als monster. Pas vanaf de zesde eeuw komen archeologen weer vrouwengraven tegen, en dan betreft het vooral jonge vrouwen, wellicht maagden (p. 229-230).

Kortom, de status van vrouwen veranderde, verschilde per tijdvak, en was lange tijd, in jagers-verzamelaarsculturen, gelijk aan die van mannen:

A study has shown that in contemporary hunter-gatherer tribes, men and women tend to have equal influence on where their group lives and who they live with. The findings challenge the idea that sexual equality is a recent invention, suggesting that it has been the norm for humans for most of our evolutionary history. Mark Dyble, an anthropologist who led the study at University College London, said: “There is still this wider perception that hunter-gatherers are more macho or male-dominated. We’d argue it was only with the emergence of agriculture, when people could start to accumulate resources, that inequality emerged.” Dyble says the latest findings suggest that equality between the sexes may have been a survival advantage and played an important role in shaping human society and evolution. “Sexual equality is one of a important suite of changes to social organisation, including things like pair-bonding, our big, social brains, and language, that distinguishes humans,” he said. “It’s an important one that hasn’t really been highlighted before.”

Dus mocht je zo’n Mars of Venus type spreken, of iemand die in biologisch/genetische absoluten spreekt om mannelijke overheersing te ”verklaren”, dan mag je die persoon gerust negeren. Of een goed boek te lezen geven.

Vergeten vrouwen komen terug in beeld

Decennia lang stonden de vrouwen anoniem op foto’s van opgravingen van het prehistorische dorp Skara Brae. Het waren toeristen, heette het. Dagjesmensen die het leuk vonden om de beroemde archeoloog Gordon Childe aan het werk te zien.  Nu pas, anno 2019, krijgen de vrouwen een naam. En blijkt dat zij net als Childe archeoloog waren, en als professionals meewerkten aan de opgravingen.

Professor Dan Hicks, van de universiteit van Oxford, gebruikte social media om de vrouwen op de foto’s een identiteit te geven. Via Twitter vroeg hij of iemand de vrouwen herkende. Dat beroep op collectieve wijsheid werkte. Familieleden gaven de namen: Margaret Simpson, die genoemd wordt door Childe in zijn verslag van het onderzoek naar Skara Brae, Margaret Mitchell en Mary Kennedy, afgestudeerde archeologen, en Dame Margaret Cole, die als archeologe werkte voordat ze begon aan een carrière als schrijfster van misdaadromans.

Dat de vrouwen weggezet werden als toeristen is opmerkelijk, omdat de foto’s duidelijke aanwijzingen geven dat ze aan het werk waren. Verblind door de overtuiging dat alleen mannen als archeoloog meewerkten aan de opgravingen van 1929, zag iedereen over het hoofd dat een van de vrouwen gereedschap vasthoudt. En dat er een laag modder op hun stevige schoenen zit, zodanig dat ze overduidelijk dag in dag uit in de kuil hadden gestaan.

Dit geval van ziende blind zijn staat helaas niet op zichzelf. Zo gingen archeologen er decennia lang klakkeloos vanuit dat het skelet in een Vikinggraf van een man moest zijn, als er een zwaard bij lag. Zwaard = man, duidelijk. Pas toen jaren later serieus onderzoek plaats vond naar de skeletten, bleek ongeveer de helft van de graven met zwaard van een vrouw te zijn. Opeens kantelde het beeld – de helft van de stoere Vikingkrijgers was vrouw. Vrouwen deden gewoon mee aan invasies.

Hetzelfde gebeurde in versterkte mate met een beroemde vondst uit Zweden. In de late negentiende eeuw vonden archeologen het graf van een overduidelijk belangrijk persoon. Het skelet lag begraven met twee paarden, prachtig bewerkte schilden, een strijdbijl, zwaarden, pijl en boog. Dit moest wel een grootse Vikingleider (m) zijn geweest. Rond 1970 vond botonderzoek plaats en ontstond voor de eerste keer twijfel. Misschien was het een vrouw. Dat kon niet:

But the grave goods! Forget the physical characteristics of the skeleton itself, the occupant had to be male.

Het duurde tot 2017 voordat verder onderzoek onomstotelijk bewees dat deze Vikingkrijger een krijgster was. Met grote krantenkoppen tot gevolg.

Je vraagt je af hoeveel andere vrouwen de geschiedenis uitgeschreven zijn. Wie kent Gwerful Mechain nog? Deze dichteres uit Wales schreef in circa 1480 een ode aan de vagina, en componeerde een poëtische vloek om vrouwenmishandelaars schrik aan te jagen:

A dagger through your heart’s ire—on a slant
To reach your breast bone
May your knee break, your hand wither
And your weapons go to your enemies.

Je kunt zó de lijn doortrekken van de middeleeuwen naar de Vagina Monologen van Eve Ensler, en werken over mannelijke agressie en (seksueel) geweld tegen vrouwen van de eerste, tweede, derde, vierde, vijfde feministische golf. Zolang de situatie niet fundamenteel verandert, blijven vrouwen protesteren tegen misstanden en minachting. We hebben wat dat betreft een zeer lange geschiedenis van verzet en revolutie.

In ieder geval zorgt de huidige generatie ervoor dat steeds meer vergeten vrouwen terug in beeld komen. Ook in Nederland. Dankzij historica Els Kloek en collega’s beschikken we nu over een overzicht van 1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis. Superhandig als een straatnamen commissie voor de zoveelste keer niet verder komt dan oude witte mannen – het percentage van slechts 12% straten vernoemd naar een vrouw kan probleemloos stijgen naar 50%. Kijk maar in het boek van 1001 vrouwen en het vervolg, 1001 vrouwen uit de twintigste eeuw. Zo krijgen vrouwen opnieuw een gezicht, herinneren we hun namen weer. Els Kloek:

“Vrouwen waren betrokken bij grote gebeurtenissen zoals de kiesrechtstrijd, de Tweede Wereldoorlog, de wederopbouw en de jeugdrevolte. Maar ook minder bekende gebeurtenissen komen aan bod. Zo weten weinig mensen dat Beatrix de Rijk als eerste Nederlandse vrouw in 1911 een vliegbrevet haalde en dat vanaf 1958 een vrouw, Jakoba Mulder, als directrice van de Dienst Publieke Werken jarenlang alle stedenbouwkundige beslissingen in Amsterdam nam.”

Ook in andere landen schrikken mensen wakker. Zo kreeg de Amerikaanse krant New York Times kritiek omdat de door de redactie geschreven overlijdensberichten – in de V.S. een gezaghebbend genre journalistiek – zich voornamelijk op mannen richtte. Alsof vrouwen niks betekenden.

De redactie begon daarop project Overlooked – over het hoofd gezien. Lezers konden kandidaten aandragen voor een postuum bericht over hun leven en werk, en de redactie dook in de eigen archieven. Nu, een jaar later, blijkt dat de rubriek een belangrijke rol speelt in de bewustwording. Mensen zijn alerter op de prestaties van vrouwen, aandacht voor hun rol verbreed je horizon, en het project vergroot de betrokkenheid van lezers bij de krant. Win-win-win. Dat er nog maar vele ontdekkingen mogen volgen.

Maya Dusenbery breekt lans voor goede zorg aan vrouwen

Na het lezen van Doing Harm, van journaliste Maya Dusenbery, ben ik extra blij dat Women Inc en mensen zoals hartspecialist Angela Maas in Nederland actie voeren om vrouwen beter medisch te behandelen. Dusenbery boog zich over de behandeling die vrouwen ten deel valt in de spreekkamers van artsen. Zodra onduidelijk is of klachten een lichamelijke oorzaak hebben, zal het wel tussen de oortjes zitten. En omdat er zo weinig onderzoek plaats vind naar ‘typische vrouwenziektes’, zijn er volop leegtes waar artsen zulke vooroordelen in kunnen gieten. Zo ontstaat een vicieuze cirkel.

Dusenbery richtte Feministing.com op, een grote feministische website in de V.S. Alles verliep op rolletjes totdat ze opeens klachten kreeg en terecht kwam in een medisch circuit, gekenmerkt door artsen die geen onderzoek deden, steeds zieker worden, andere artsen opzoeken, weer weggewuifd worden, totdat uiteindelijk de diagnose reumatische artritis volgde en artsen haar eindelijk serieus namen. Die ervaring leidde tot het doen van onderzoek, het interviewen van artsen en patiënten, en een duik in de archieven. En tot de publicatie van het lovend ontvangen boek Doing Harm.

Dusenbery bleek geen uitzondering – wat haar overkwam,  geldt als routine voor talloze vrouwen. Die vicieuze cirkel van weinig kennis en dan geen extra onderzoek doen, maar terugvallen op vijandige stereotypen over vrouwen, leidt tot veel schade. De ondertitel van het boek vat dat prima samen. Vrij vertaald: ‘hoe slechte medicijnen en luie wetenschap vrouwen ziek achter laat, met misdiagnoses en onterechte afwijzingen’. (Als een uitgeverij zorgt voor een goede Nederlandse vertaling komt een professional vast tot een betere zin.)

Dat niet serieus nemen, niet herkennen, klachten op stress of hysterie gooien, kost letterlijk levens. En een moeizaam bestaan vol ziekteverzuim, pijn en een drastische vermindering van levensgeluk. Zie voor veel meer informatie Women Inc. en campagnesite van Behandel me als een dame. Of interviews met hoogleraar cardiologie Angela Maas.

Toch biedt het boek van Dusenbery hoop, naast allerlei veelbetekenende inzichten. Wat ik er uit meeneem:

  • Dusenbery ziet het wegwuiven van vrouwen als een autoriteitskwestie:

This is a crisis of authority, Dusenbery argues. Women are regarded as unreliable narrators who can’t even be trusted to speak for themselves or to testify to their own pain. In “Doing Harm,” this cultural distrust of women — ancient and ingrained — is shown to govern quality of care at every stage of treatment. Women with abdominal pain wait in emergency rooms for 65 minutes compared with 49 minutes for men, and young women are seven times more likely to be sent home from a hospital while in the middle of a heart attack.

  • Artsen zagen onbekende vrouwenziektes in eerste instantie vaak als ‘typisch iets voor gefrustreerde, hysterische blanke middenklasse dames’ die teveel energie steken in onvrouwelijke activiteiten zoals een carrière. Maar dat is het paard achter de wagen spannen. Alleen vrouwen die de tijd, de middelen en het geld hadden om door te zetten totdat iemand serieus onderzoek deed naar hun klachten, konden uiteindelijk een goede diagnose en correcte behandeling bevechten. Dat waren inderdaad witte vrouwen uit gegoede milieus. Nader onderzoek wijst altijd uit dat de aandoening ook, of juist vaker, voorkomt bij vrouwen met een gekleurde huid en uit armere lagen van de bevolking.
  • Verschillende aandoeningen werden, voordat er feitelijke diagnoses gesteld konden worden, gezien als ziektes van hysterische vrouwen die zich niet aan wilden passen aan ‘de vrouwelijke rol’. Vrouwen moesten zich gewoon schikken in een slecht huwelijk, of een kind baren, dan zouden de klachten verdwijnen als sneeuw voor de zon. De ‘het zit tussen je oortjes’ misdiagnose kent zodoende een duistere, vrouwenhatende ondertoon: terug in je hok, vrouw.
  • Zodra vrouwen voet aan de grond kregen in de medische wereld, kwam er meer aandacht voor ziektebeelden die vaker bij vrouwen voorkomen dan bij mannen. Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw gaat er eindelijk geld naar onderzoek, en komen er betere diagnoses en behandelingen.
  • Internet was een zegen. Patiënten van onbegrepen aandoeningen vonden elkaar op internet, wisselden symptomen uit zodat uit die berg een patroon naar voren kwam, verwezen elkaar naar artsen die de klachten wél serieus namen, wapenden zich met kennis en dwongen goede behandelingen af. Dusenbery erkent dat het idioot is dat je als patiënt beter geïnformeerd moet zijn over je ziekte dan de arts, maar totdat de medische wereld bij is en evenveel over vrouwenlijven weet als over mannenlijven, blijven patientenverenigingen cruciaal
  • Onder druk van patientenverenigingen nemen ook de investeringen in onderzoek toe. Vervolgens zijn het vaak vrouwelijke wetenschappers die ‘vrouwenziektes’ onder de loep nemen.
  • Zelfs als alles eindelijk goed geregeld is, blijft de situatie helaas moeizaam. Zo heette migraine een hysterisch vrouwending te zijn, totdat goed onderzoek uitwees dat het een hersenaandoening is. Het label hysterisch is er vanaf: artsen weten wat het is, kunnen de diagnose stellen, en er zijn medicijnen die helpen. Toch geldt migraine in onderzoeksland als een suf thema waar geen eer aan te behalen valt, want het is een wijvending, ontdekte Dusenbery.
  • En opnieuw zie je dat vooral vrouwen alsnog aan de slag gaan met dit soort ‘status-loze’ onderwerpen. Bij het Leids Universitair Medisch Centrum en de Erasmus Universiteit doet bijvoorbeeld een team vrouwelijke neurologen, artsen en farmacologen onderzoek naar de link tussen hormonen en migraine bij vrouwen. Vrouwen weten uit ervaring allang dat die link bestaat, maar er is geen feitelijk bewijs, en dat bewijs ontbreekt omdat er nooit officieel, volgens de regelen der kunst, onderzoek naar is gedaan. Waardoor er geen goede behandelingen komen en artsen moeten experimenteren met pillen die eigenlijk voor andere aandoeningen bedoeld zijn. Nu komt er onderzoek, en hopelijk helpt dat in de toekomst talloze migrainepatiënten om de kwaliteit van leven te verbeteren.

Enfin, kennis is macht. Leve internet – als groep optrekken voorkomt dat je als hysterisch individu weggewuifd kunt worden. Als vrouwen doordringen tot mannenbolwerken, kunnen ze op een gegeven moment de agenda mede bepalen en aandacht opeisen voor ‘vrouwendingen’. Er is hoop!

Verder lezen: behalve Doing Harm kwamen er in de V.S. bijna tegelijkertijd nog twee andere boeken uit over de crisis in goede gezondheidszorg aan vrouwen, te weten “Ask Me About My Uterus,” geschreven door by Abby Norman, en “Invisible,” van Michele Lent Hirsch.

Vaarwel, Vonda McIntyre….

Ai, wat jammer. Vonda McIntyre, SF auteur en winnares van de Hugo en Nebula Award, overleed eerder deze week op 70-jarige leeftijd. Nederlandse uitgeverijen brachten vertalingen op de markt van haar romans en verhalen Droomslang, Kamp Schroefkop en De Banneling. Daarnaast is ze bekend van StarWars verhaal De Kristallen Ster, en de romanversie van Star Trek film De Wraak van Khan. Maar ze schreef veel meer, dus wie de Engelse taal beheerst kan haar lol op en prachtige romans ontdekken. Vlak voor haar dood voltooide ze nog een laatste roman, Curve of the World.

Dat is het nadeel als je SF begint te lezen in de jaren tachtig: de grootheden die destijds indruk maakten, bereiken nu allemaal de leeftijd waarop ze langzamerhand komen te overlijden. Ik schreef eerder al over leven en werk van Joanna Russ. Sheri Tepper , Octavia Butler en Ursula LeGuin, andere auteurs wiens werk me raakte. En nu dus Vonda McIntyre.

Ik ontdekte haar in de jaren tachtig, zoals zo vaak tijdens bezoekjes aan plekken waar ze tweedehands boeken verkochten. Ik deed mijn voordeel met wat ik toevallig aantrof. En omdat ik in die tijd mijn feministische bewustzijn ontwikkelde, was ik misschien extra gevoelig voor schrijfsters die afweken van traditionele SF met witte mannen in de hoofdrol en vrouwen alleen aanwezig als klapvee, slachtoffer of liefje van. Lees bijvoorbeeld dit verslag van een journalist die de ‘klassieken’ herlas. De verhalen komen anno nu (2015) schokkend seksistisch en racistisch over. Je zou het genre bijna in de prullenbak gooien:

It was the repeated emphasis of the relative powerlessness of women, their status of objects or things to be won, that almost makes me want to write off the whole genre as a lost cause. […] There was also the utter lack of imagination when it came to putting women in danger. While male characters were faced with death (which, is a pretty good motivating force for anyone) there were so many books where to put a woman in danger was to have her raped,  threatened with rape or threatened some other sort of sexual servitude.

Daarom was en is het werk van schrijfsters zo belangrijk: ze ondermijnden of doorbraken het witte man als held- stereotype, sloegen nieuwe wegen in, dachten na over rolpatronen en gaven ons complexe heldinnen die hun eigen verhalen vertelden.

Vonda McIntyre las in haar jeugd veel science fiction en begon al op jonge leeftijd haar eigen verhalen te schrijven. In 1971 richtte ze een schrijversgroep op, Clarion West Writer’s Workshop. Het korte verhaal Of Mist, and Grass, and Sand ontstond een jaar later naar aanleiding van een schrijfopdracht van deze Clarion West schrijversgroep. Deelnemers kregen willekeurig gekozen woorden uit twee categorieën, landbouw en techniek, en moesten op basis daarvan een kort verhaal schrijven. McIntyre kreeg de woorden ‘slang’ en ‘cow/’koe’  en wist in eerste instantie niet goed wat ze met die termen aan moest:

Now, I don’t know how I ended up with what I would assume to be two pastoral words, unless for some reason Avram thought “snake” was a technological word; but that’s what I ended up with. And a friend of mine said, “Ha ha ha, why don’t you write a story with a protagonist named Snake?” And I said, “Oooh-kay.” I went back to my room and started thinking about the story, and I couldn’t figure out how to use the word “cow” until I figured out that you could use it as a verb, as in “frighten.” And that’s where the beginning of the story started.

Uiteindelijk leidde dat tot een verhaal waarmee ze een Nebula won. Het verhaal veranderde later ook in het eerste hoofdstuk van de roman Droomslang, waarmee ze in 1979 een Hugo Award won.

Destijds was McIntyre pas de derde vrouw die onderscheiden werd met een Hugo, en Droomslang was een omstreden winnaar. In die tijd hikten veel lezers aan tegen de verwijzingen naar kindermisbruik in het verhaal, en de manier waarop McIntyre over seks schreef. Verkrachting vanuit een mannelijk perspectief beschreven vonden mensen lange tijd prima, zie hierboven, maar een vrouw die vanuit vrouwelijk perspectief over seks schrijft? En terloops duidelijk maakt dat vrouwen hun vruchtbaarheid kunnen reguleren, zodat de daad voor hen vrij blijft van stress en het gevaar van ongewenste zwangerschappen? Huuuuuuuuu!

McIntyre bleef een succesvolle auteur, speelde een actieve rol in de sf schrijversgemeenschap, stimuleerde vrouwen om verhalen te vertellen en geldt als een van de groten in feministische SF. Met haar romans uit het StarWars en Star Trek universum won ze vele nieuwe fans. Onder andere de StarTrek fanclub reageerde dan ook met verdriet op haar overlijden. Benieuwd wat ze ons nog gaat brengen met Curve of the World. Nog één keertje genieten van haar schrijftalent….

Fonkelend van woede aan het lezen slaan

Hoera, Nederland is een boek rijker over woede, en dat kunnen we in tijden van de Woman’s March en 100 jaar stemrecht voor vrouwen goed gebruiken. Een week of wat geleden schreef ik over een drietal boeken over woede, en zei ik dat uitgeverijen die maar snel in het Nederlands moesten vertalen. Welnu, dat was al aan de gang toen ik schreef, want vanaf 16 april ligt Fonkelend van Woede in de boekwinkels.

Uitgeverij De Geus zorgde ervoor dat we in de vertaling van Patricia Piolon kennis kunnen nemen van een scherp, helder betoog van feministische auteur Soraya Chemaly. De andere twee boeken die ik noemde, Good and Mad van Rebecca Traister, en Eloquent Rage van Brittney Cooper, zijn vooralsnog alleen in het Engels te lezen.

En Nederland? Over een paar dagen, 20 maart, lanceert critica en columniste Marja Pruis een nieuwe feministische leeslijst. Want wat is feminisme eigenlijk? Met ‘eerlijk delen en niet slaan’, de definitie van Anja Meulenbelt, kom je een heel eind. Maar de praktijk is natuurlijk weerbarstiger, diverser en complexer dan dat. Das Mag kondigt de leeslijst aan als ”een essaybundel over oude en nieuwe helden, radicale denkers, zachte eenlingen en dromers en drammers als Sylvia Plath, Maggie Nelson, Clarice Lispector, Renate Dorrestein en Audre Lorde”. Ik ben benieuwd!

In België zorgt uitgeverij Houtekiet voor twee nieuwe titels waar het feminisme centraal staat. Dit voorjaar verschijnt bij deze uitgeverij een bundel van  Dirk Verhofstadt. Hij stelde met veertien vrouwelijke auteurs een boek samen over evenveel beroemde feministes. Griet Vandermassen buigt zich over het feminisme en de evolutietheorie.

100 jaar stemrecht voor vrouwen levert ook nieuwe titels op waar feminisme duidelijk een rol speelt – dat isme was immers dé kracht die ervoor zorgde dat vrouwen eindelijk democratische rechten wisten te veroveren. In De Hoogste Tijd geven Jantine Oldersma, Kees Niemöller en Monique Leyenaar een indringend beeld van deze lange, taaie strijd.

Als lezer kun je zelf oog in oog staan met die geschiedenis. Aletta Jacobs en Frederike S. van Balen-Klaar schreven eind negentiende eeuw een pamflet om te pleiten voor vrouwenkiesrecht, en dat betoog is digitaal beschikbaar voor iedereen die het wil lezen. Zeer geduldig en ontzettend beleefd behandelen beide vrouwen de redenen die mensen aanvoeren m vrouwen uit de stemlokalen te weren, en verwerpen ze naar de prullenbak als kul, hypocriet geneuzel en domheid. Je kunt hun strijdbare betoog lezen met dank aan Gutenberg.org, een organisatie die rechtenvrije werken publiceert en ook andere geschriften van Aletta Jacobs beschikbaar maakte voor een breed publiek. (Voor Nederland: zie Atria, die het archief van de vrouwenbeweging beheert en een schat aan boeken, vaandels, pamfletten, voorwerpen en andere materialen bewaart.)

Enfin, zomaar een greep uit de nieuwe lading boeken die uitgeverijen rond deze tijd publiceren. En waarom lezen? Nou, om even terug te keren naar Das Mag en de feministische leeslijst van Marja Pruis:

Je kunt een leven lang over feminisme nadenken, feminist zíjn, maar toch telkens opnieuw uitgedaagd worden om te bedenken wat het nou precies is. Vooral als er een nieuwe generatie feministen aan de deur klopt, speelt die vraag weer op. Wat Marja Pruis helpt bij het vinden van een antwoord? Boeken.

Veel leesplezier! En stem 20 maart op een vrouw, he.

Groepen mannen jagen vrouwen op

Er komt meer en meer aandacht voor een oud fenomeen: mannen verenigen zich in groepen en gaan op vrouwen jagen. Hun doelwitten zijn onder andere schrijfsters en journalistes, maar ook fictieve personages en de actrices die hen uitbeelden. Steeds opnieuw betreft het mannen die kwaad zijn omdat een vrouw bestaat, en/of omdat ze iets doet of zegt waar de heren het niet mee eens zijn. Meest recente voorbeelden: de structurele pesterijen van mannelijke journalisten in Frankrijk tegen hun vrouwelijke collega’s, Hallie Rubenhold (die een boek schreef over de vijf vrouwen die Jack the Ripper waarschijnlijk vermoordde) en de hetze tegen Captain Marvel (actrice Brie Larson).

Nee, niet alle mannen slaan om zich heen zodra ze vinden dat fictieve of echte vrouwen teveel ruimte innemen. Maar alle vrouwen hebben er wel een keer mee te maken gehad. Voordat je het weet ontstaat er groepsgedrag. Mannen geven dat zelf ook expliciet aan, door een naam voor hun kudde te verzinnen. Zoals Incels, Ripperologen, Sad Puppies, Wolvenroedel, of Ligue du Lol. Het eindresultaat blijft hetzelfde: een heksenjacht op meisjes en vrouwen, besmette boeken en films, leed alom.

Laten we de voorbeelden wat nader bekijken. Hallie Rubenhold was het zat dat Engelse historici verlekkerd schreven over Jack the Ripper, inclusief uitgebreide beschrijvingen van wat hij allemaal deed met de prostituees die hij tot slachtoffer maakte. Ze besloot de levens van de vijf gedode vrouwen onder de loep te nemen. Waren dat inderdaad prostituees, zoals ook Nederlandse geschiedenissites klakkeloos blijven beweren? Hoe kwamen ze eigenlijk op straat terecht? Hoe zag hun jeugd eruit, waar woonden ze, wat gebeurde er met hen?

Deze vragen waren niet eerder zo indringend gesteld. Haar zoektocht leidde tot een fascinerend boek, The Five, met de levensverhalen van Mary Ann “Polly” Nicholls, Annie Chapman, Catherine Eddowes, Elizabeth Stride en Mary Jane Kelly. Het feit dat ze dit deed kwam haar prompt op hoon en haat van mannen te staan:

She’s been receiving criticism from Ripperologists for the last eight months; one forum thread dedicated to pulling apart her book in advance of its publication extends to more than 100 pages of comments. “It is tantamount to a witchhunt,” she says. “A woman is saying things they don’t like. They think, ‘You can’t write about this or be an authority on this unless you come through us, or talk about our work, you can’t be accepted.’ They’re disparaging me as a person and a book they haven’t read. It is extraordinary.”

Ik maakte ‘a book they haven’t read” even vetgedrukt, omdat dit vaker gebeurt. Niemand uit het gewone publiek heeft bijvoorbeeld Captain Marvel nog gezien. De film kwam pas uit op 8 maart 2019. Toch togen honderden mannen weken daarvoor al naar recensiesites zoals Rotten Tomatoes om de film bij voorbaat de grond in te boren. Hetzelfde gebeurde een paar jaar geleden ook al met de Ghost Busters film uit 2016, waar vrouwen de hoofdrollen vervulden. En met Star Wars, The Last Jedi, omdat Rey de hoofdpersoon was en een bepaalt type man daar niet tegen kon.

De felle groepsreacties maken dat boeken, films of personen een negatieve lading krijgen. StarWars, The Last Jedi geldt als de minst succesvolle film uit de reeks – een controversiële film waar je als criticus niet meer over moet schrijven, want dat leidt maar tot gezanik. Onbegrijpelijk als je kijkt naar de positieve recensies van ”officiële” filmjournalisten, en de omzet van ruim een miljard dollar. Ander voorbeeld: er komt een nieuwe remake van de Ghostbusters. De regisseur verklaarde in het openbaar dat zijn film de 2016 versie zal negeren en dat hij de Ghostbusters ‘terug wil geven aan de fans‘. Fans die geen vrouwelijke wetenschappers willen zien, die om zich heen slaan zodra ze hun zin niet krijgen. Lekker dan!

De haat heeft ook ernstige gevolgen voor de doelwitten. Zo bleken Franse journalisten jarenlang vrouwelijke collega’s aangevallen te hebben. Ze verenigden zich expliciet in een Liga – de ‘Ligue du LOL’, en pestten vrouwen niet alleen online, maar ook in het ‘echte’ leven. Bijvoorbeeld door nep sollicitaties op te zetten en de beelden van een vernederend gesprek daarna te verspreiden. Vrouwen zegden daarop de journalistiek vaarwel, of misten kansen omdat de daders invloed hadden in de mediawereld, en ervoor zorgden dat hun mannenmaten de baan kregen.

Een andere groep mannen besloot zichzelf de Wolvenroedel te noemen – in het Spaans: La Manada de Lobos. De leden, José Ángel Prenda, Jesús Cabezuelo, Jesús Escudero, Ángel Boza en ene A.M.H. vielen als groep een 18-jarig meisje aan om haar te verkrachten. Ze gebruikten WhatsApp om berichten en video’s van de verkrachting te delen.

Of neem de Sad Puppies. Mannelijke auteurs en conservatieve fans verenigden zich onder die noemer uit protest tegen de toenemende aanwezigheid van vrouwen en etnische minderheden in science fiction en fantasy. Ze vielen mensen uit die doelgroepen aan en nomineerden ‘hun’ werken voor de Hugo Awards – romans en verhalen uit de koker van blanke mannen.

Hier en daar proberen mensen deze grimmige dynamiek te stoppen. Zo greep Rotten Tomatoes in om valse recensies te weren. Mensen kunnen vanaf nu pas kritieken uploaden als een film daadwerkelijk in de bioscopen draait, niet eerder. De Franse journalisten die door de mand vielen met hun seksistische pesterijen, kregen hun ontslag of werden op non-actief gesteld. Daaronder zogenaamd progressieve mannen, zoals Vincent Glad, die schrijft voor de krant Libération, en drie journalisten van de Huffington Post. En de Hugo Award organisatoren weigerden prijzen uit te reiken aan door de Sad Puppies voorgedragen werken van uitgeverijen zoals Patriarchy Press. (Ja echt).

De aanvallen leggen ook seksisme bloot, waarna je er stelling tegen kunt nemen. Zo gebruikte actrice Brie Larson haar bekendheid als wapen tegen mensen die vonden dat ze niet genoeg glimlachte in de eerste trailer van Captain Marvel. Ze Photoshopte daarop geforceerde grijnsmonden op mannelijke Marvelfiguren. Want die glimlachen ook niet vaak in hun trailers of op posters, maar daar klaagt niemand over. Het resultaat is voorspelbaar raar en vervreemdend:

Zo krijgen de hatelijke groepen van het type Incel, LOL of Sad Puppy grenzen opgelegd, ondervinden ze negatieve effecten van hun agressie en worden meer mensen zich bewust van de voortwoekerende vrouwenhaat. Hopelijk gebeurt dat steeds vaker, en krijgen groepen mannen die vrouwen haten steeds minder ruimte.

Woede krijgt de eer die het verdient

Nederlandse uitgeverijen opgelet: in de Engelstalige feministische wereld komt boek na boek uit over woede bij vrouwen. Vertaal die aub zo gauw mogelijk in het Nederlands, zodat wij baat kunnen hebben bij hun analyses, geschiedenislessen en adviezen. Concreet: Good and Mad, ‘De Revolutionaire Kracht van Vrouwelijke Woede’ van Rebecca Traister, Soraya Chemaly en haar boek Rage Becomes Her, en Eloquent Rage van Brittney Cooper. Alledrie verschenen kort na elkaar. Waardevol om te lezen, zeker met internationale vrouwendag in het vooruitzicht!

Woedende vrouwen vinden we als cultuur en als samenleving eng, heel eng. Veel mensen, redelijk recent nog schrijfster Sarah Sluimer, constateren dan ook dat we boosheid bij vrouwen zo snel mogelijk onder het tapijt willen vegen, en dat we de boze vrouwen zelf terug in hun hok willen hebben. Sluimer (en met haar vele anderen, en vele feministen) noemt woede bij vrouwen een taboe. Dat is ook de ervaring van journaliste Hasna El Maroudi. Ze kwam er al jong achter dat er bijzonder weinig voor nodig is om schrik- en tut-tut reacties bij de omgeving op te roepen:

‘Meisje, kijk niet zo boos.’ Het moet rond mijn dertiende zijn geweest toen ik het voor het eerst op straat te horen kreeg. Sindsdien is mijn gemoedstoestand geregeld door voorbijgangers – mannen – onder de loep genomen, uitgeplozen en bekritiseerd. Het enige dat ik ervoor hoef te doen is niet lachen. Inmiddels zijn er ook andere variaties op, waaronder ‘kijk niet zo lelijk’ en ‘kijk niet zo serieus’. Het enige dat ik daarvoor hoef te doen is na te denken. Zo heb ik in de supermarkt menig reactie uitgelokt door mijn ik-geloof-dat-de-halfvolle-melk-in-de-koelkast-bijna-op-is blik. Of ik alsjeblieft wat vriendelijker naar het melkschap wil kijken?

Dat taboe geldt zelfs voor fictieve vrouwelijke personages. Als vrouwen in een roman boos zijn of boos dreigen te worden, leidt dat opvallend vaak tot straf, signaleert Emilie Pine in een artikel voor de krant The Guardian. Ondertussen mogen mannen rustig boos worden, stampvoeten, het uitgillen, dat zíj het slachtoffer zijn en grrrrtvrrrrdrie recht hebben op X,Y of Z.

Feministen zien die dubbele moraal zeer scherp. Geen wonder dat wij feministen woede altijd een zeer interessant onderwerp vonden. Woede kan namelijk zorgen voor revolutionaire verandering. En dat willen we graag. Woede gaf ons stemrecht, reproductieve rechten, en ruimte om onze verhalen te vertellen. Maar we zijn er nog lang niet. Woede blijft nodig. En dan blijft het ook noodzakelijk om te bekijken wat er gebeurt als vrouwen boos worden, en hoe we met weerstand tegen boosheid bij vrouwen omgaan.

Recent klommen verschillende feministen in de pen om een nieuwe slinger te geven aan deze aloude strijd om woede te mogen tonen en verandering te eisen. Soraya Chemaly, een feministe en journaliste die ik bewonder en waar ik al eerder over schreef, publiceerde eind vorig jaar Rage Becomes Her. Ze onderzoekt hoe wij als cultuur en samenleving mensen zodanig opvoeden, dat jongens en mannen boos mogen zijn, maar vrouwen niet. En zeker niet vrouwen met een gekleurde huid.

Omdat er zo snel zoveel sociale afkeuring volgt, zodra vrouwen boosheid tonen, leren meisjes al jong hun woede in te slikken. Dat leidt vervolgens tot allerlei lichamelijke en psychische klachten, en maakt vrouwen minder weerbaar omdat het lastig wordt grenzen te stellen als je constant lief, zorgzaam en behulpzaam moet blijven. Chemaly analyseert dit alles en gaat in op manieren om woede te mogen voelen en er constructief mee om te gaan.

Datzelfde doet ook auteur Brittney Cooper, tevens oprichtster van Crunk Feminist Collective, maar dan met een focus op de zwarte gemeenschap in de V.S. en de specifieke hindernissen die vrouwen met een gekleurde huid ondervinden om boos te mogen zijn. Vrouwen krijgen te horen dat anderen hen boos vinden, zelfs als ze zelf geen woede voelen. Vervolgens wordt die woede tegen de zwarte vrouw gebruikt, signaleert Cooper. Zelfs een kalme, diplomatieke First Lady zoals Michelle Obama ontkwam niet aan racistische aanvallen wegens ‘boze zwarte vrouw‘ en moest manieren vinden om dit negatieve etiket te ontkrachten.

Rebecca Traister tenslotte, concentreerde zich in Good and Mad op de lange geschiedenis van vrouwen die woedend werden, de grote maatschappelijke omwentelingen die woedende vrouwen tot stand brachten, en de al even lange geschiedenis om het revolutionaire potentieel van die woede zo snel mogelijk de kop in te drukken. De recensente van Smart Bitches, Trashy Books vat het boek als volgt samen:

Women are and have been furious, and that fury can organize to cause massive changes, and then that fury and the women who carry it are suppressed and undermined because they threaten the dominant power structures. White women’s rage is always treated differently than the rage of women in marginalized communities, too. Lather, rinse, repeat, goddammit.

Boos worden en blijven? Iets constructiefs doen met die woede? Ga dan 9 maart naar de Vrouwenmars in Amsterdam (De Dam). Neem een kijkje bij het Verzetshandboek van advocate Aditi Juneja en collega’s. Of lees Road Map – een boek voor activisten met tips, strategieën en manieren om je punt duidelijk te maken en verandering in gang te zetten. En neem vooral een kijkje bij het werk van Andrea Dworkin, die haar woede om wist te vormen tot vlijmscherpe analyses en prachtige voorbeelden van moed en gedroomde veranderingen. Of bij mensen zoals Audre Lorde en bell hooks.

Wil je even wat anders, kijk dan eens wat er gebeurt als de rollen omgedraaid zijn, zoals in deze negen romans waar vrouwen regeren. Of de macht krijgen dankzij The Power. Of vrouwen die alles hebben – zelfstandigheid, talenten en capaciteiten, en een knappe man of vrouw aan hun zijde, ongehinderd doen wat nodig is. Zoals in Polaris Rising. Of in de Alyx serie van Joanna Russ. Oh, en alles waar vrouwelijke piraten in voorkomen, om maar iets stoers te noemen.

Psychologen: macho mannelijkheid is een ziekte

Mannen die zich laten leiden door klassieke opvattingen over mannelijkheid, hebben een ziekelijke aandoening die hen beschadigt. Dat stelt de American Psychological Association (APA), één van de grootste en belangrijkste vakverenigingen van psychologen in de V.S. De APA heeft voor het eerst in haar geschiedenis richtlijnen opgesteld. Psychologen kunnen die leidraad gebruiken om betere zorg te verlenen aan jongens en mannen. MET UPDATE.

Daar willen we dus vanaf.

UPDATE: hoe fragiel het macho mannelijk ego is, en hoe snel zulke mannen over gaan tot verbaal geweld en vrouwenhaat, blijkt wel uit de ophef rond een nieuwe reclame voor scheermesjes. Een grote groep mannen lijkt er problemen mee te hebben dat mannelijkheid volgens deze reclamespot ook de vorm kan krijgen van goed vaderschap, opkomen voor zwakkeren,  en vrouwen met respect behandelen. Dat je dan juist een held bent, en een voorbeeld voor je kinderen.

Je zou de reclamespot kunnen zien als een ode aan alle mannen die goede mensen willen zijn. Maar nee, er zijn verrassend veel holbewoners die graag ongestoord vrouwen tussen de benen willen grijpen en om zich heen slaan. Iedereen die daar kritiek op heeft, is een mietje en/of een jood (homofobie en antisemitisme gaan goed samen met racisme en seksisme, blijkt).

Waar hebben we het over als je omschrijvingen hanteert als macho mannelijkheid? De APA definieert zulk soort schadelijk mannelijk gedrag als:

a particular constellation of standards that have held sway over large segments of the population, including: anti-femininity, achievement, eschewal of the appearance of weakness, and adventure, risk, and violence.

Mannen die zich gedragen volgens deze macho opvattingen lopen een groter risico op verwondingen door roekeloos gedrag, hebben een grotere kans om zelfmoord te plegen en kunnen zichzelf in gevaar brengen omdat ze veel te laat medische of psychologische zorg vragen. De APA baseert definitie en richtlijn op veertig jaar wetenschappelijk onderzoek naar gender en de (schadelijke) effecten van opvattingen over gender, mannelijkheid en vrouwelijkheid.

Ik zou bijna zeggen ”uiteraard” is wat de APA doet voor feministen niets nieuws. Feministen bekritiseren de oude rolpatronen al eeuwenlang omdat dit gender keurslijf schadelijk is voor zowel vrouwen áls mannen. We gaven er woorden aan, zoals toxic masculinity/giftige mannelijkheid. We brachten in kaart wat die vorm van macho mannelijkheid teweeg brengt, zowel bij mannen als bij vrouwen die met zulke macho mannen in aanraking komen. We zeggen dat feminisme voor iedereen is, en steeds meer mannen beginnen zelf ook in te zien dat ze baat hebben bij meer feminisme.

Bij het ontmantelen van macho mannelijkheid hoort ook dat mannen in moeten zien dat ze niet beter of belangrijker zijn dan vrouwen. Zo sprak Gerda Lerner, een historica die vrouwengeschiedenis op de kaart zette in de V.S., over het schadelijke effect op jongens van een geschiedenis waar alleen mannelijke heersers macht hebben. Jongens worden op die manier arrogante, over het paard getilde betweters die neerkijken op meisjes en alles wat riekt naar ”vrouwelijkheid”:

The effect on men has been very bad too, of the omission of women’s history, because men have been given the impression that they’re much more important in the world than they actually are, and that’s not a good way to become a human being. It has fostered illusions of grandeur in every man that are unwarranted. If you can think, as a man, that everything great in the world and in civilization was created by men, then naturally you have to look down on women, and naturally you have to have different aspirations for your sons than for your daughters, and I don’t think that’s good for men either.

Maar het is fijn dat wat feministen al decennia bestuderen en bevechten, nu een officiële plek heeft gekregen in de psychologie. Meer disciplines zouden er beter op worden als ze inzichten uit de feministische wetenschap integreren. Zo vertonen economische theorieën over de toenemende kloof tussen arm en rijk mankementen, doordat ze gender buiten beeld houden. Onderzoekers denken dat ze neutrale, abstracte standpunten innemen, maar gebruiken eigenlijk witte mannen als standaard. Die blinde vlek zorgt ervoor dat hun probleemanalyse eenzijdig blijft en dat ze een deel van de oorzaak van de toenemende ongelijkheid missen. Zodoende missen ze ook een deel van de oplossingen.

Top daarom, dat onder andere psychologen oog krijgen voor de schade die mannen oplopen als ze zich willen houden aan opvattingen waarin mannen agressieve wezens zijn die geen zwakheden mogen tonen. Mannen zijn gewoon mensen, zeggen feministen. Misschien kunnen psychologen jongens en mannen met de nieuwe leidraad helpen om zichzelf evenwichtiger te ontwikkelen. Dan wordt het voor hen makkelijker hulp te vragen als er iets is, kunnen ze vrijere beroepskeuzes maken (de verpleging, kinderzorg, ook prima beroepen voor mannen), en het ‘vrouwelijke’ in zichzelf respecteren. Dan worden ze hopelijk ook verlost van de stress van een fragiele mannelijkheid, met een ego wat al in elkaar klapt als ze één keer de wc schrobben.

Videogames geven ruim baan aan seksisme

Videogames zijn een paradijs voor mannen die vrouwen haten. Het meest recente voorbeeld biedt Red Dead Redemption 2. Het verhaal speelt zich af in het Wilde Westen rond 1900, en toont in een bepaald deel van het spel vrouwen die strijden voor het kiesrecht. Spelers blijken zo’n activiste te kunnen benaderen, slaan en vermoorden – en doen dat ook. Filmpjes op Youtube trekken inmiddels miljoenen kijkers, die wel eens willen zien op welke creatieve manieren een spelersavatar een einde kan maken aan het leven van een feministisch personage.

Fijn feministen meppen in videospelletjes!

De open spelstructuur van Red Dead Redemption biedt daarvoor alle ruimte. Op Youtube filmpjes is te zien hoe speler Shirrako een strijdster voor vrouwenkiesrecht slaat, met een lasso vastbindt en in een mijnschacht gooit. Titel: Dropping feminist to hell and killing the devil. In een ander filmpje voert hij de feministe aan een alligator. Opgewonden en blij volgen andere spelers dat voorbeeld en uploaden hun eigen filmpjes vol moord en doodslag:

Given that Red Dead Redemption 2 is the biggest video game of the year and that much of video game culture is ensconced in blatant misogyny, it’s not surprising but still upsetting that some players are delighted that the game lets them beat, abuse, and kill these characters.

Producent Rock Star Games bood mensen eerder ook al alle ruimte om hun haat jegens vrouwen symbolisch uit te leven. Red Dead Redemption 1 schetste een zeer, zeer vijandig beeld van vrouwen. Als speler kwam je vrouwelijke personages vooral tegen als zeur en/of liegbeest. Het spel bood je alle mogelijkheden om een vrouw vast te binden aan spoorrails en toe te kijken terwijl ze wordt overreden door de trein. Met eerdere producties, zoals de Grand Theft Auto serie, liet de producent ook al zien dat vrouwelijke personages stukken vlees zijn. Spelers konden daar seks hebben met hoeren, en de vrouwen daarna vermoorden om hun geld terug te pakken.

Bij dit alles is het belangrijk om te beseffen dat wat we in onze fantasie doen, ook iets zegt over hoe het er in de werkelijkheid aan toe gaat. Videogames zijn door mensen verzonnen verhalen. Wat die verhalen wel en niet bieden, en de manier waarop mensen reageren op aangeboden personages, is geworteld in onze cultuur, normen en waarden. Daarom is het verontrustend dat grote spellen met een hoge status spelers ruimte geven voor allerlei seksistische moordzucht. Via het spel borrelen opeens zichtbaar mannen op die het geweldig lachen vinden om vrouwen te slaan en te vernietigen:

“I killed that lady too,” user Joker Productions, a channel with over 120,000 subscribers, wrote. “Every time I went to the tailor right there I had to listen to her yapping. Got fed up so I took her to lunch… except the only thing served was buckshot.” “You could take this small portion of the game, stretch it to full AAA game length, charge me $60 for it, and I’d pre-order it with a season pass,” a user named Silly Goose wrote.

Een videogame waarin dit kan, versterkt andere culturele patronen waarbij vrouwen symbolisch of echt vernietigd worden. Zoals feministe Anita Sarkeesian, die het doelwit werd van trollen, doodsbedreigingen ontving en een tijdje onder moest duiken omdat ze seksisme in videospelletjes aan de kaak stelde. Eén van de trollen ontwierp een game waarin je haar gezicht bont en blauw kon meppen, ter versterking van de haatcampagne tegen haar.

Dit soort vijandige fantasieën versterken ook patronen rond het uitgummen van vrouwen, een andere vorm van al dan niet symbolische vernietiging. In veel gevallen komen vrouwen domweg niet in het verhaal voor, of alleen in stereotype rollen in de marge. Alles draait om veelal witte mannen, hun avonturen, hun lof en eer. Dit gebeurt in het echt ook. Tik ‘vergeten vrouwen’ in op een zoekmachine, en het wemelt van de overzichten van ondergewaardeerde en gemarginaliseerde kunstenaressen, outlaws, schrijfsters, geleerden, politici, enzovoorts.

De uitwassen rond Red Dead Redemption 2 laten zien dat we nog een lange weg te gaan hebben….

 

 

Mentale patronen zijn hardnekkig

Zelfs als je je bewust voorneemt iets te doen met diversiteit, kan het nog gedeeltelijk ”mis” gaan. Dat blijkt onder andere uit de ervaringen van auteurs die vaker vanuit het perspectief van een vrouwelijke hoofdpersoon willen werken, of lezers die meer schrijfsters willen ontdekken. De mentale patronen zijn hardnekkig. Je moet echt willen, want zodra je terugzakt in automatismen steekt de oude mannelijke, blanke canon weer de kop op…

Een mooi en hoopgevend voorbeeld biedt Anne Polkamp, een 29-jarige promovendus in de filosofie. Zij is op dit moment bezig met een papieren wereldreis – fictief ieder continent bezoeken en een roman uit ieder land lezen. Het was nadrukkelijk haar bedoeling de canon van blanke mannelijke auteurs te omzeilen en meer romans te lezen van vrouwen en mensen m/v/x met een gekleurde huid. Dat betekende dat ze per land bewust zocht naar andere stemmen dan de klassieke romans van gevestigde mannelijke auteurs.

Dat bewuste streven zorgde meteen voor verbetering. Oorspronkelijk bevatte haar boekenkast 78% mannelijke auteurs, voor 88% afkomstig uit Europa, Noord-Amerika of Australië en voor 95% blank. Na de eerste etappe van haar wereldreis zag de stapel van 32 gelezen boeken er al heel anders uit. Het aandeel vrouwen verdubbelde, van 22 naar 44%. Ook had ze veel meer werk gelezen van auteurs met een gekleurde huid.

Ondanks de verdubbeling was dat percentage van 44 voor Polak een teleurstelling. Ze had zo gericht gezocht naar schrijfsters, dat ze verwacht had dat ruim de helft van de boeken uit de pen van een vrouw was gevloeid. Nee dus:

Ik telde nog een keer, en nog eens, maar het resultaat bleef hetzelfde. Zou de literatuur zo worden gedomineerd door mannen dat ik zelfs in een project waarin ik nadrukkelijk op zoek ga naar extra veel vrouwen, niet verder kom dan 44%? Waar zijn alle vrouwen uit de wereldliteratuur?

De dominantie van mannen bleek hardnekkig. Daarom stelde ze haar plan bij. Voortaan neemt ze ook non-fictie mee bij haar keuze voor een boek uit een specifiek land. En welk land ze ook aan doet op haar literaire wereldreis, voortaan zal ze louter werk van schrijfsters lezen:

Het punt is niet dat ik mannen wil negeren. Het punt is dat ik vrouwen al bijna dertig jaar negeer. Het is tijd om te horen wat zij te zeggen hebben.

De hardnekkige blanke mannelijke dominantie komt niet alleen voor bij lezers, maar ook bij auteurs zelf. Zo sprak de recent overleden science fiction schrijfster Ursula Le Guin openlijk over haar worsteling om een verhaal te vertellen vanuit een vrouwelijke hoofdpersoon, en bij ‘magiër’ niet volautomatisch een beeld te krijgen van een blanke man. Zeg maar de SF en fantasy variant van ‘de manager is een man’ beeldvorming.

Zo gaf ze de held van de Aardzee-cyclus wél een gekleurde huid, maar de hoofdpersoon bleef een man. Pas in een later geschreven deel krijgt een vrouw een leidende rol in het verhaal. Ook bij De Linkerhand van het Duister viel ze terug op het mannelijke als norm. Ze schiep een androgyne maatschappij, waar buitenaardse wezens het grootste deel van de tijd sekseneutraal leven, maar bleef de personages in die situatie omschrijven met ‘hij’.

Later betreurde ze die taalkundige keuze. Ze werkte aan een gedachte-experiment, legde ze uit in een essay, en hoewel er veel goed ging, erkende ze dat haar roman op dit punt te wensen over laat. Naast de keuze voor ‘hij’,  toont ze de belangrijkste alien ook terwijl hij bezig is met activiteiten die we in onze cultuur associeren met mannen. Hij werkt in de politiek als premier, ontsnapt uit een gevangenis, trekt een slee over een ijsvlakte. De science fiction wereld die ze schept, komt zodoende zeer mannelijk over. Pas op latere leeftijd lukte het Le Guin om zich te ontworstelen aan dit soort oude patronen. Ze creëerde meer vrouwelijke personages en gaf die ook een dragende rol in haar romans en korte verhalen.

Kortom, het vergt een zekere inspanning, maar wie wil, komt er uiteindelijk wel.

Politie laat vrouwen in de steek bij verkrachting

Zedenrechercheurs hebben grote moeite met aangiften van verkrachting. Ze zijn, net als de rest van Nederland, zo wantrouwend en alert op leugens, dat ze veel veel zaken weigeren te onderzoeken. Op die manier verdwijnen talloze waarachtige verkrachtingszaken in een la, en krijgen slachtoffers zo’n agressieve behandeling dat ze zich getraumatiseerd terugtrekken. Het uiteindelijke gevolg: daders blijven onbestraft en slachtoffers krijgen geen enkele vorm van gerechtigheid. Dat concludeert rechtspsycholoog en wetenschapper André De Zutter.

Eerst een feit van het type de aarde is rond: het overgrote deel van de daders van verkrachting, 98%, is man. Deze mannen – niet alle mannen, maar nogmaals, de meeste daders zijn man – verkrachten mannen, vrouwen, jongens, meisjes. Zeer vaak blijft dit geweld buiten beeld. Het veroordelingspercentage ligt tussen de drie en zes procent. Seksueel geweld is daarmee één van de ”veiligste” misdaden, met de grootste kans dat je er ongestraft mee weg komt.

De politie speelt helaas een vervelende rol in het onderbelicht en ononderzocht blijven van onder andere verkrachtingszaken. De Zutter onderzocht de situatie en komt tot zeer duidelijke conclusies:

Ik heb respect voor het werk van zedenrechercheurs. Zij worden net zo goed geleid door een mentale representatie van verkrachting. Dat is een idee, een beeld, niet de werkelijkheid. Ze hebben te maken met dezelfde psychologische mechanismen als valse aangevers. Dat maakt hen te wantrouwend tegenover echte slachtoffers en te goedgelovig bij valse aangiftes. We hebben slachtoffers van verkrachting gesproken voor wie de ondervraging zo’n vreselijke ervaring was dat ze liever geen aangifte hadden gedaan.

Wat De Zutter meldt is absoluut niet nieuw. Vrouwen wisten dit al eeuwenlang, aangezien zij er vanuit de kansel, de politiek en de wetenschap van langs kregen. Vrouwen? Hysterische, leugenachtige heksen die aandacht willen en mannen te gronde willen richten met hun gevaarlijke, duivelse seksualiteit. Pas vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw wisten vrouwen voldoende macht te krijgen om écht iets terug te zeggen. De tweede feministische golf koos seksueel geweld uit als één van de kernthema’s. Vrouwen voerden campagne, richtten Blijf van mijn Lijf huizen op, deden onderzoek, publiceerden boeken, klaagden de situatie aan en dwongen in 1991 veranderingen in de rechtspraak af, zodat de politie meer mogelijkheden kreeg om verkrachtingszaken in behandeling te nemen en justitie meer ruimte kreeg voor de vervolging en veroordeling.

Recent wezen ook andere onderzoeken op misstanden rond het werk van de politie. Zo onderzocht de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen de situatie in 2015 en kwam tot de conclusie dat de politie de aangiftes van tieners veel te snel afdoet als liegen. Agenten stellen zich zo vooringenomen en vijandig op, dat meiden tussen de 12 en 18 bang zijn om aangifte te doen. Ze zien er bij voorbaat al vanaf omdat ze denken dat de politie hun verhaal niet serieus zal nemen – en die angst bleek terecht, volgens de onderzoekers voor de Nationaal Rapporteur.

Op gezette tijden kunnen mensen uit de media vernemen wat deze conclusies van De Zutter en de Nationaal Rapporteur in de praktijk betekenen. Zo kreeg De Volkskrant eerder dit jaar een excuusbrief van de politie in handen. Uit de zaak bleek dat twee zedenrechercheurs een getraumatiseerde, 23-jarige verkrachte vrouw ruim zes uur lang op een zodanig agressieve, wantrouwige manier verhoorden, dat ze volkomen overstuur uit het verhoor kwam en bijna ging denken dat ze zelf gek en/of de dader was. De transcripties liegen er niet om:

‘Als blijkt dat iets niet klopt in je verhaal, dan ben ik bang dat dat echt consequenties heeft voor jou, maar ook voor het onderzoek.’ (…) ‘Dat is niet zo’, zegt Susanne tot drie keer toe. ‘Maar het is vaak warrig in mijn hoofd, ik weet de volgorde niet goed.’ ‘Soms is dit ook een schreeuw om aandacht’, zegt de rechercheur. ‘Of dat er geestelijk iets aan de hand is. Of dat er andere dingen zijn gebeurd. Of dat er iets is fout gegaan.’ (…)  ‘Het is niet zo’, zegt Susanne. ‘Het is niet zo.’ ‘Ik wil het toch gezegd hebben’, stelt de rechercheur. Even later: ‘Wat voor ervaring heb je met pijpen?’ Ze gaan in op het geslachtsdeel van de man. ‘Je zegt dat de penis slap was, maar je gaat toch kokhalzen’, stelt de rechercheur. ‘Doe eens voor? Hoe kokhals je dan?’ De rechercheurs blijven maar vragen of ze haar aangifte wil doorzetten. Susanne: ‘Ja, want het is echt gebeurd.’

Als je zo onder druk wordt gezet, is het volkomen begrijpelijk dat vrouwen bang worden om aangifte te doen. Alles kan tegen je worden gebruikt. Ook black outs vanwege een trauma, of vanwege bevriezing. Dat is een volkomen natuurlijke reactie als je in een levensgevaarlijke situatie belandt, naast vechten en vluchten. Maar zelfs de politie herkent dit niet altijd en meent dan dat een vrouw instemde omdat ze zich niet actief genoeg verweerde.

Dit alles gebeurt in een situatie waarbij volgens De Zutter hooguit vijf procent van de aangiftes vals is. Voor Engeland komt wetenschapster Joanna Bourke zelfs tot hooguit 3%. Ieder vals beschuldigde persoon is er natuurlijk één te veel, maar juist daarom is het in dit geval erg belangrijk om te blijven beseffen dat 95% tot 97% van de vrouwen daadwerkelijk verkracht is. Zij verdienen een fatsoenlijk interview, een gedegen onderzoek, en gerechtigheid. De daders verdienen vervolging, een grondig verhoor, en celstraf. Anders blijven ze namelijk ongestoord nieuwe slachtoffers maken. En dat kan echt niet.

Slachtoffer van seksueel geweld en hulp nodig? Neem dan contact op met een van de Centra voor Seksueel Geweld in Nederland, telefoonnummer 0800-0188, 24 uur per dag bereikbaar.

Kwart WW1 gedichten kwam van een vrouw

Engelstalige vrouwen schreven een kwart van de gedichten in en over de Eerste Wereldoorlog in Engeland. Wow, dat wist ik niet. Zoals zovelen dacht ik bij Engelse poëzie over die Grote Oorlog automatisch aan mannen zoals Wilfred Owen. Maar zoals de BBC benadrukt, vertegenwoordigden deze mannelijke militairen een minderheid. Ze kwamen niet verder dan 20% van de ‘productie’. Dat hun werk desondanks zo dominant is, komt door de manier waarop de canon tot stand kwam.

Dichteres Charlotte Mew

Canon-vorming komt tot stand op basis van status en macht. Zo ook hier. Militairen, zeker vanuit de hogere rangen zoals officier, stonden zeer hoog in aanzien in het Engeland van rond 1914. Zelfs als ze, zoals Owen, nauwelijks bekend waren als dichter in hun eigen tijd, kregen ze daarna alsnog een podium. De literaire elite hees de militaire mannen op een schild, onder andere door hun gedichten te bundelen en te publiceren. Vrouwen kregen geen plek in die prestigieuze overzichten.

Dus voilà, wie op school gedichten krijgt uit en over de Eerste Wereldoorlog, krijgt Wilfred Owen en collega’s voorgeschoteld. Engelse (maar ook Nederlandse) leerlingen horen of lezen niks van bijvoorbeeld Evelyn Underhill, die in haar gedicht ‘Non-combatants’ stelde: “Never of us be said/We had no war to wage.” Of Charlotte Mew, die net zo goed als Owen de vernietigende effecten van oorlog beschreef.

Langzamerhand beginnen mensen te morrelen aan dat beeld van ‘oorlogspoëzie = mannen zoals Owen’. Website Allpoetry zette een aantal dichteressen op een rijtje, met  links naar hun gedichten. De universiteit van Leicester publiceerde een speciale paper, om aandacht te vestigen op de stem van vrouwen. Volgens de universiteit

We are engaged in a process foreseen in 1918 by Eleanor Farjeon: ”Men will begin to judge the thing that’s past As men will judge it in a hundred years.” The quotation chosen to head this Bookmark may seem to be deliberately provocative, but even the most diligent reader of the poetry of the period would be hard-pressed to find any popular anthology that includes the work of a single female poet and might be tempted therefore to add to the quotation used, ‘or cared what they wrote’.

Tegenwoordig raken mensen zelfs een beetje los van het Westelijk front. De Eerste Wereldoorlog speelde zich op zeer veel fronten af, in allerlei andere landen dan België/Frankrijk/Duitsland. De gedichten die uit de koloniën en andere verder weggelegen fronten komen, beginnen ook aandacht te krijgen.

Het gaat niet snel, dat bijsturen en verbreden van de klassieke canon, maar het gebeurt. Vooruitgang!

Boeken! En nog meer boeken!

Lezen, heerlijk… In de zomervakantie heeft iedereen hopelijk wat meer tijd om in andere werelden te duiken. En het leukste is dat je daarna boekentips kunt delen met andere lezers. Hieronder de mijne…

Maria Dermoût

Nog Pas Gisteren, Maria Dermoût. Bij een afgeschreven-boeken-verkoop in de bibliotheek trof ik een bundel aan met haar verzamelde werk. Ik had nog nooit van deze Nederlands-Indische schrijfster gehoord. Dat zegt vooral iets over mijzelf en mijn ouwe docent Nederlands, die alleen de selecte club universelen interessant vond en verschrikt opkeek toen ik een boek van Helen Knopper op mijn leeslijst zette – hij had nog nooit van haar gehoord, terwijl ze ook destijds al verschillende werken had geschreven.

Ook Dermoût hoorde duidelijk niet bij het standaard curriculum, wat een gemis in mijn opvoeding was. Want ik heb nog een aantal verhalen en romans te gaan, maar de novelle Nog Pas Gisteren smaakte al zeker naar meer. In krap negentig pagina’s schetst Dermoût door de ogen van een jong meisje een beklemmende koloniale wereld, die op instorten staat. Dermoût maakt optimaal gebruik van het verschil in kennis, ervaring en inzicht tussen het jonge meisje en jij, de volwassen lezer.

Het meisje gist naar het waarom van de houding van familieleden ten opzichte van elkaar. Als lezer moet je ook een beetje gissen, maar kun je een heel eind komen – verboden relaties, overspel, huwelijken die net als de bredere situatie op instorten staan. De hoofdpersoon snapt niet precies waarom vertrouwde inheemse mensen opeens kil doen en vertrekken. Als lezer snap je het wel: de politieke situatie verandert en mensen zijn het zat om voor blanke plantagehouders te werken.

Bij Nog Pas Gisteren had ik dezelfde leeservaring als bij Een Dwaze Maagd van Ida Simons: het verhaal besluipt je van achteren. Het begint klein en onschuldig. Je denkt tralalala, valt wel mee. Om vervolgens in de laatste pagina’s WHAM een emotionele uppercut te krijgen van heb ik jou daar.

In Trainwreck analyseert feministe en journaliste Sady Doyle het fenomeen van de Gevallen Vrouwelijke Beroemdheid. Zij ziet in de tragedies rondom Marilyn Monroe, Britney Spears en Amy Winehouse de manier waarop de samenleving vrouwen afstraft als ze het wagen de openbaarheid op te zoeken. Magazine The Atlantic publiceerde een lovende bespreking van dit boek en put hoop uit het feit dat de gang van zaken rond huidige beroemdheden wijzen op een verandering ten goede:

the female celebrities who are ascendant today are dominant precisely because they have studiously avoided, for the most part, the Spearsian style of public downfall. Beyoncé, Taylor, Rihanna, Angelina, Shonda—these women are, for the most part, deeply in control of their own stories and images. […] …they serve less as icons of fallen femininity than of what may well be the new regime: one in which women set their own agendas.

Ingetogen en mooi: The sister : a novel based on the life of Alice James van Lynne Alexander. Kun je een mooi boek schrijven over een 19e-eeuwse vrouw die, vanwege pijnlijke zware menstruaties en andere aandoeningen het grootste deel van de tijd op bed ligt? Ja, bewijst Alexander. Ze kruipt helemaal in de fictieve denkwereld van de echt bestaande Alice en geeft zo een inkijkje in het bestaan van iemand die niet bekend werd, zoals haar schrijvende broers, maar die een zeer rijk innerlijk leven leidde en zich staande hield, ondanks al dat op bed moeten liggen. Lastig te beschrijven boek, lees het 😉

De Ancillary trilogie, van Ann Leckie… Mooie, spannende boeken, waar ik eerder al aandacht aan besteedde. Tijdschrift Vileine noemt ze een instant classic en gelijk hebben ze.

En de winnaars van het beste Groninger boek 2018 zijn… twee winnaressen, te weten Nhung Dam en Karin Sitalsing! Dam is theatermaakster en deed onlangs nog met een productie mee aan Oerol. In Duizend Vaders, haar literaire debuut, schrijft ze hoe een 11-jarig vluchtelingenkind zich probeert te handhaven in een nieuw land, Groningen. Sitalsing ging in haar non-fictieboek Boeroes op zoek naar de levens van de ‘gewone’ blanke Surinamers. Geen rijke plantagehouders, maar arme sappelaars die in de negentiende eeuw naar Suriname reisden in de hoop op een beter leven – en dat meestal niet vonden.

Tot slot een inspirerend idee. Anne stond voor haar boekenkast en telde, onder andere geïnspireerd door de Lezeres des Vaderlands, het aantal vrouwen, mannen en nationaliteiten dat op de planken stond. Dat bleek bedroevend weinig. Haar collectie was 78% man en 95% blank. Dus besloot ze op wereldreis te gaan:

Ik zal dwars door Afrika trekken, kriskras door Azië en eilandhoppend door Oceanië. Niets bijzonders, zou je denken, behalve dan dat mijn vervoermiddel geen vliegtuig maar papier zal zijn en mijn gids geen Lonely Planet maar een schrijver uit elk land ter wereld. Ik ga op reis door de wereldliteratuur.

Per land zoekt ze mooie romans uit – zie hier de lijst tot nu toe. Daarbij werd al snel duidelijk dat een Nederlandse lezer die meer wil dan standaard, er soms bekaaid vanaf komt. Zo verscheen haar keuze voor het Afrikaanse land Gabon, een roman geschreven door Angèle Rawiri, alleen in het Frans en in een Engelse vertaling. Fijn dus dat ze een weblog bijhoudt over haar literaire avontuur, dan weten we in ieder geval van het bestaan van een titel en kun je daarna makkelijker zelf iets zoeken en vinden.