Category Archives: Geschiedenis

Nieuwsronde: interessante artikelen en essays

Dit weblog linkt mensen graag door naar interessante artikelen, reportages en essays. Deze keer SF auteur Joanna Russ, de genderpolitiek van literaire bijlages, een krachtig opiniestuk van feministe Jessica Valenti, Chinese feministen en hun gebruik van emoji’s, en meer.

  • Wetenschappers analyseerden ruim 10.00o recensies uit de New York Times Book Review, en maakten bijzonder stereotiepe verhoudingen tussen de seksen zichtbaar. Tweederde van alle aandacht ging naar de fictie en non-fictie uit de koker van mannen. Vrouwen kwamen er vooral aan te pas als ze zich hielden aan zaken waar vrouwen zich mee bezig behoren te houden: kinderen, romantiek, poëzie.
  • Dagblad De Morgen prijst de nieuwe plaat van Shabaka Hutchings de hemel in. Deze Londense tenorsaxofonist schreef het album  Your Queen Is A Reptile vol met feministische statements. Hij eert vrouwen met een gekleurde huid in ”een unieke, woeste mix van kleuren en klanken”. Aan bod komen onder andere odes aan Ghanese rebellenleidster Yaa Aantewaa, psychologe Mamie Phipps Clark, burgerrechtenactivist Harriet Tubman en Angela Davis van de Black Panther beweging in de V.S.
  • Wil je je verdiepen in hoe het zit met gender? Bezoek dan de nieuwe website Genderklik. Het Belgische documentatiecentrum Rosa en de Vlaamse overheid lanceerden deze site om iedereen op een toegankelijke en eigentijdse manier te informeren over gender en gendermechanismen. De site moet ook een springplank worden voor vragen en discussies.
  • Je kunt er niet vroeg genoeg bij zijn, want rolpatronen duiken vroeg op. Tussen hun vierde en hun achtste jaar leren kinderen hoe het hoort. Zo blijkt uit onderzoek dat kinderen op die leeftijd banen als kapper al associeren met vrouwen, terwijl ze mannen beter op hun plek achten in banen als dokter en ingenieur. Ook hebben kinderen van zes al geleerd dat genialiteit iets is voor mannen.
  • Vrouwen zijn echter wel degelijk slim, geniaal en inventief. Zo gebruiken Chinese feministes emojis om de staatscensuur te ontlopen.
  • Mooi artikel over wetenschapster Samantha Joye, die al twintig jaar onderzoek doet naar oceanen. Regelmatig maakt ze duiken naar de diepste diepten om inzicht te krijgen in wat er in zee gebeurt.
  • Hetpet. Dat is de naam van een priesteres die 4000 jaar geleden woonde en werkte in het huidige Egypte. Ze diende de godin Hathor en kreeg een rijk versierd graf met bijzondere afbeeldingen van aapjes. The National Geographic wijdde een interessant artikel aan de archeologische vondst, met mooie foto’s natuurlijk.
  • Hoe staat het met Susan Brownmiller in het #metoo tijdperk? Tijdens de tweede feministische golf schreef ze Tegen Onze Wil, een inmiddels klassiek werk over seksueel geweld tegen vrouwen. In een mooi interview met The Guardian staat ze stil bij de huidige betekenis van haar boek, de invloed van geweld op vrouwen, en hedendaagse dilemma’s.
  • TEDx biedt regelmatig mooie presentaties en speeches over vrouwen, gender en zaken waarbij feminisme een rol speelt. Deze site houdt bij wat er op dat gebied nieuw verschijnt en linkt door naar recente TEDx sprekers. Kijk en luister bijvoorbeeld naar Caroline Paul, over het stimuleren van avontuurlijk gedrag bij meisjes, en Stacy Smith over de cijfers achter seksisme in de filmindustrie.
  • SF auteur Joanna Russ had een scherp oog voor de verhoudingen tussen de seksen. Ze stond ook stil bij het effect van ‘de tweede sekse zijn’ op de psychologische gesteldheid van vrouwen. Haar essay over de zogenoemde bibberende zusters en perfecte moeders blijkt jaren na publicatie nog steeds akelig herkenbaar.
  • Feministe Jessica Valenti schreef een kort, krachtig stuk over de beslissing van magazine The Atlantic om een man aan te nemen die vindt dat vrouwen geëxecuteerd moeten worden als ze een zwangerschap afbreken. Aangezien circa een kwart van alle vrouwen dat besluit ooit heeft genomen, komt het standpunt van deze man neer op genocide/femicide. Geen probleem voor de mannelijke bazen van de redactie. Iedereen verdient een tweede kans, kraaien ze. Een argument waar veel andere journalisten, zoals Valenti maar ook vele anderen, korte metten mee maken. De redactie heeft de man inmiddels weer ontslagen. Phew…
Advertenties

De genderpolitiek van de barbecue

Lente en zomer, dat betekent onder andere dat we met ons allen weer overspoeld worden door artikelen en beelden van mannen rond de barbecue. Deze mannen voelen zich mannelijk en sexy achter de barbecue en gooien “vanuit hun oergevoel “grote lappen vlees op het vuur. Maar deze overtuiging gaat veel verder dan dat, betoogt Carol J. Adams in haar klassieker ‘The Sexual Politics of Meat’. Deze macho mannelijke vleeseter heeft een grote, veelal negatieve invloed op de positie van vrouwen en dieren, betoogt ze.

Toen Adams haar boek over vlees eten en gender publiceerde, sloeg haar theorie in als een bom. In een patriarchale cultuur waarin mannen de baas zijn en het beste eten krijgen, te weten vlees, nemen vrouwen en dieren nagenoeg dezelfde plek in, signaleert ze. Het zijn beiden inferieure wezens die je kunt reduceren tot een al dan niet geseksualiseerd ding, een consumptiegoed.

Beiden worden daarbij gereduceerd tot onderdelen. Dieren veranderen in kippenvleugels en sukadelapjes, soms als vrouwelijk voorgesteld. Vrouwen veranderen in sexy torso’s zonder hoofd, losse billen en benen, en worden regelmatig geassocieerd met het dierlijke.

Deze fragmentatie en reductie tot consumptiegoed gaat vaak gepaard met agressie. Als vrouwen en dieren veranderd zijn in een ding, kun je doen met ze wat je wil. Vastzetten, doden, verkrachten, mishandelen, maakt niet uit. Omgekeerd wen je door jagen en dieren doden aan het opjagen en doden van mensen, zag Adams terug bij het gedachtengoed van feministen uit de tijd van de Eerste Wereldoorlog. Het slachten van dieren gaat over in het slachten van mensen, onder het toeziend oog van agressieve viriele patriarchen.

Adams wijst erop dat opvallend veel proto-feministen dit verband zagen, tussen mannelijke macht, viriele agressie en de tweederangs status van dieren en henzelf. Naast vrouwenrechten streden ze regelmatig ook voor het dierenwelzijn.Nog steeds houden veel meer vrouwen dan mannen zich bezig met dierenrechten. Daarnaast stonden opvallend veel feministische denkers een vegetarische levensstijl voor: ze wilden als vrouw niet geëxploiteerd worden en wilden op hun beurt geen dieren exploiteren.

Ruim 25 jaar later sturen lezers Adams nog steeds krantenknipsels, foto’s en reclames die haar theorie illustreren, schrijft ze in de jubileumuitgave van haar klassieker. Propaganda die stelt dat vegetarisch leven iets is waar je je als man verre van wilt houden. Echte mannen eten vlees, drinken bier, scheuren rond in grote auto’s, geven scores aan de borsten en billen van vrouwen, doen wat ze willen, lekker stoer, boys will be boys, zonder nare betutteling van bitcherige schooljuffen.

Mensen stuurden ook foto’s van reclameposters waarop grote garnalen met benen, hoge hakken en tuitende lipjes klanten verleidelijk aankijken en vragen om opgegeten te worden. Omgekeerd veranderen vrouwen regelmatig in prooidieren die na de ‘jacht’ klaar liggen voor mannelijke consumptie.

Niet verassend borrelt die man = vlees cultuur extra opvallend op in het barbecue seizoen. De praktijk rond de barbecue draait om vlees, bevestigt een stereotiep beeld van mannelijkheid en versterkt oude rolpatronen. In 2014 en 2016 hield Trendbox bijvoorbeeld een nationaal BBQ onderzoek en kwam tot de volgende conclusies. Vrouwen doen de boodschappen en maken de salades. Mannen braden het vlees op de barbecue. Meer dan de helft van de mannen vindt dat mannen beter zijn in het grillen dan vrouwen. De meeste ondervraagden vinden het schoonmaken en opruimen na afloop een vervelend karweitje. Vervolgens blijkt dat mannen zich massaal aan dat nare werk onttrekken en het opruimen en schoonmaken overlaten aan vrouwen.

NRC Handelsblad recenseerde The Sexual Politics of Meat ten tijde van de publicatie voornamelijk positief:

Dat er in de hoofden van mensen, zowel bij daders als slachtoffers, altijd verband is geweest tussen de schending van de integriteit van dieren en die van vermeende tweederangs mensen, in het bijzonder vrouwen, maakt Adams volgens mij aannemelijk. De historische en literaire beelden en volkse uitdrukkingen die slaan op zowel dieren als vrouwen, en die beide categorieen wezens plegen voor te stellen als consumeerbare en exploiteerbare objecten, zijn onmiskenbaar legio. Volgens Adams autoriseert en legitimeert de dominante patriarchale cultuur niet alleen de symbolische consumptie van vrouwen, maar ook de letterlijke consumptie van dieren. Het is allemaal verrassend en uitdagend leesvoer.

Warm aanbevolen, dit boek. En wat de barbecue betreft: vrouwen, claim je plek achter de barbecue. Leg er eens iets vegetarisch op. Mannen, maak die salade lekker zelf en druk je niet als het tijd wordt om schoon te maken. Andere rolpatronen beginnen bij jezelf, in kleine stapjes. Succes!

Winnie Mandela leed onder vooroordelen

Zeg ‘Winnie Mandela’ en vaak volgen dan instinctieve negatieve waardeoordelen over een moordzuchtige enge vrouw. Nelson, de held. Winnie, de Lady Macbeth. Nelson, de president, Winnie, de oorlogszuchtige feeks. Hij de majestueuze Nobelprijswinnaar. Zij de gevallen vrouw. Nelson de heilige. Winnie de zondares. Opvallend, die scherpe scheiden tussen Hij is Goed en Zij is Slecht. De negativiteit neemt in de media zulke vormen aan dat allerlei groepen en personen in Zuid Afrika inmiddels luid protesteren tegen de berichtgeving rond haar overlijden op 81-jarige leeftijd.

Deze beeldvorming treft sowieso opvallend veel vrouwen die invloed en/of macht krijgen en zich niet houden aan de drie K’s (Kinderen, Keuken, Kerk). Andere voorbeelden zijn Keizerin Cixi, die werd afgeschilderd als een seksbeluste moordenares, en Hillary Clinton, routinematig neergesabeld als een kille carrierebitch, veelal door mannelijke journalisten die daarna in de #metoo beweging ontmaskerd werden als seksistische aanranders.

Winnie Mandela heeft als bijkomende handicap haar huidskleur. Als Winnie blank was geweest, zou haar persoon niet ter discussie staan, vat Afua Hirsch dit laatste punt samen:

We are tolerant about people who regarded the working classes as an abomination (Wellington), the transatlantic slave trade as a good idea (Nelson) or Indians as repulsive (Churchill), because we think the ends – defeating Napoleon or Hitler – justified the means. Winnie Madikizela-Mandela, as the press coverage of her death this week shows, is not entitled to the same rose-tinted eulogy as our white British men. She is “controversial” and a “bully”.

Winnie opereerde niet alleen in een racistische omgeving, maar ook in een patriarchale. Afropolitan noemt seksisme de achilleshiel van het land, en Winnie leed daaronder. Ze had stil thuis moeten zitten als de vrouw van, in plaats van kritiek te uiten en de belangen van de arme zwarte bevolking te verdedigen. Ze protesteerde en oefende politieke invloed uit. Documentairemaakster Pascale Lamche probeerde haar onlangs nog eerherstel te geven, omdat de activiste naar haar mening straf kreeg voor deze openbare rol. In haar film Winnie belicht ze allerlei kanten die anders verdwijnen in de golf van hatelijke kritiek.

Kortom, lees je de overlijdensberichten, let dan even kritisch op wie kritiek heeft en waarop ze die kritiek baseren. Schrijven ze aantijgingen uit de tijd van het Apartheidsregime over, of hebben ze het over bewezen feiten? Als er een bewezen feit is, zou een mannelijke vrijheidsstrijder net zoveel kritiek krijgen? Als er woorden vallen zoals bloeddorstig, bitcherig, ex-vrouw van, en varianten op ‘huuuuu eng’, dan weet je zéker dat je van doen hebt met iemand die sterke vrouwen terug in hun hok wil knuppelen. Maar zoals Hirsch schrijft:

Peaceful protest did not end apartheid: it took revolutionaries. And it shouldn’t be difficult to choose between a system of racial supremacy and a person who helped overthrow it.

Winnie Mandela krijgt op 4 april een staatsbegrafenis.

New York Times eert vergeten vrouwen

Wat hebben dichteres Sylvia Plath, schrijfster Charlotte Brontë en mesnenrechtenactiviste Ida B. Wells met elkaar gemeen? Alledrie leverden grote prestaties, maar geen van hen kreeg een overlijdensbericht van de redactie van de New York Times (NYT). In de geschiedenis van de krant kwamen vrouwen nooit verder dan 15 tot 20% van het totale aantal. Hoog tijd om die bevooroordeelde blik bij te sturen, vond NYT-journaliste Amisha Padnani. Zij zette Overlooked op, een project om vergeten vrouwen alsnog een plek in de krantenkolommen te gunnen.

The New York Times is een grote, gezaghebbende landelijke krant in de V.S. Dat betekent dat keuzes die de redactie maakt, een grote invloed hebben. Als de redactie je een officieel overlijdensbericht gunt, heb je het gemaakt. Je leven en werk waren en zij  zo belangrijk, dat journalisten tijd en moeite steken in een artikel over je bestaan. Je behoort tot de canon.

En, verrassing (niet), die canon ziet er zeer blank en zeer mannelijk uit, berekende de redactie. In 1858, het eerste jaar waarin de New York Times artikelen op een systematische manier registreerde, haalden 24 overleden mannen de krant, tegen drie vrouwen. Tussen 1926 en 1936 ging 90% van de ruimte naar blanke mannen. Vanaf 1936 nam het aantal officiële overlijdensberichten enorm toe, maar mannen kregen nog steeds 80 tot 85% van de aandacht, aldus de NYT redactie.

De mannelijke dominantie treft zelfs sectoren waar vooral vrouwen werken, zoals het bibliotheekwezen. In de negentiende eeuw was bibliothecaresse één van de weinige geaccepteerde beroepen voor (ongetrouwde) vrouwen. Anno nu bekleden vrouwen 85% van alle posities in bibliotheken. Ondanks dat numerieke overwicht ging de aandacht ook hier uit naar mannen. Met hun circa 15% namen ze 64% van alle overlijdensberichten van de NYT in beslag.

Padnani werd alert op deze onbalans toen ze toetrad tot de Overlijdensredactie – ja, bij de NYT heb je daar gespecialiseerde journalisten voor – en een artikel wilde schrijven over tennispionier Mary Ewing Outerbridge:

I wondered if she had received a Times obituary when she died in 1886. I checked our digital newspaper archives. She had not. After that, anytime I came across an interesting person who died years ago, I searched our archives for an obit. Those who didn’t get one were, not surprisingly, largely women and people of color. I started talking about my research with colleagues, friends and relatives, all of whom began sending me more names.

Padnani stapte met haar signaal naar Jessica Bennett, kersvers aangenomen als de eerste gender-redacteur van de NYT. Bennett zag onmiddellijk een kans om twee dingen te doen: de bewustwording vergroten rond processen die ervoor zorgen dat we vrouwen en mensen met een gekleurde huid over het hoofd zien, én tegelijkertijd de balans te herstellen door vrouwen alsnog een redactioneel overlijdensbericht te geven. De twee vrouwen leiden nu project Overlooked, ”over het hoofd gezien”,  een initiatief om vergeten vrouwen alsnog een officieel overlijdensbericht in de krant te geven.

Het initiatief slaat enorm aan. De krant nodigde lezers bij de start uit om namen in te sturen van vrouwen die alsnog een overlijdensbericht zouden moeten krijgen. In een paar dagen tijd kwamen 1400 inzendingen binnen. Lezers dragen onder andere hun oma’s en overgrootmoeders voor. Het gaat om vrouwen die in hun tijd, de negentiende en begin twintigste eeuw, allerlei sociale barrières doorbraken en prestaties neerzetten, maar daar indertijd weinig erkenning voor kregen. Zo schreef een lezer over haar oma, Dr. Marguerite Rush Lerner (1924-1987):

My grandpa Aaron B. Lerner received a New York Times obituary in 2007, but my grandma never received similar recognition, though they worked as a team and she had incredible achievements in her own right. I think their relationship dynamic is what allowed both to achieve great things together.

Je seksistische, racistische verleden opbiechten en met daden laten zien dat je de situatie wil verbeteren, kan op de complimenten en goedkeuring rekenen van allerlei journalisten, opiniemakers en media. Andere media, zoals The Intercept, zijn kritisch. The Intercept signaleert dat de NYToverlijdensberichten nog steeds voor 88% uit de koker van mannen komen, omdat de redactie diversiteit mist. Deze mannelijke journalisten schrijven vooral over overleden mannen. Daarnaast kreeg The Intercept van de NYT redactie te horen dat de krant vasthoudt aan de staande criteria wat nieuwswaardig is en wat niet – precies de criteria die leiden tot 85% aandacht voor blanke mannen:

“You have to do the people who really demand to be done. If you get a United States senator who’s a white man, but he was a United States senator and he, you know, enacted or proposed legislation that affected people’s lives, you have to do that obit and if you don’t do that obit, you will be criticized.” That may have been the logic behind the Times obit last week of former Alabama Rep. John H. Buchanan. One might say a Southern member of Congress with an unmemorable record isn’t worth the resources, especially considering the people the Times has missed — not in the distant past, but in the last year. Days before Buchanan’s obit was published, University of California, Berkeley professor and groundbreaking Muslim feminist scholar Saba Mahmood died, but no obituary appeared for her in the Times.

Kortom het blijft zoeken, uitproberen en moeizaam toewerken naar meer diversiteit. Hoe dan ook biedt project Overlooked nieuwe kansen. De reeks leidt tot het problematiseren van de status quo en zet andere mensen aan tot nadenken. En bewijst sommige overleden vrouwen alsnog de eer die hen toekomt.

Van Inuit, sieraden en de tulpen die vergaan

Komt dat zien, komt dat zien. Drie prachtige exposities die volop werk van vrouwen tonen. Ik maak je graag enthousiast voor  de expositie Canadese Inuit Kunst in het Museum Volkenkunde in Leiden, de expositie over sieraden in datzelfde museum, en een tentoonstelling rond het thema tulpen in MIJ, museum IJsselstein. Alledrie prachtig, op verschillende manieren.

INUIT. De Inuit kunst tentoonstelling haalde vorig jaar de media omdat het Koninklijk Huis er aan meewerkte. Prinses Margriet, van oorsprong Canadese, leende een deel van de privécollectie van haar en haar man uit aan het museum. Waaronder haar lievelingsstuk. Dat kunstwerk kun je hierboven op de foto zien: helemaal links in een vitrine, een klein stenen beeldje van een watervogel.

Het betreft een roodkeelduiker, en voor de Inuit heeft dit dier een spirituele betekenis. Deze soort duikt namelijk onder water, leeft óp het water maar ook op het land. Het diertje verenigt zo drie verschillende werelden in zich. De kunstenaar verbeeldde het dier in vloeiende lijnen en sneed in de rug een menselijk gezicht uit, de beschermgeest van de duiker. Ik bleef zeker tien minuten ademloos voor dit beeldje staan. Zo mooi, zo verfijnd. Geen wonder dat dit het lievelingswerk van Prinses Margriet is. Alleen al dit beeldje maakt de gang naar de expositie de moeite meer dan waard.

Maar je kunt meer zien dan beeldjes van dieren. Inuit kunstenaars schuwen de actualiteit niet. Zo tonen de eerste grafische werken aan de wand de impact van toerisme op het volk, en de snelle veranderingen in hun levenswijze. Een drieluik toont bijvoorbeeld in het eerste paneel een traditioneel beeld met sledehonden en Iglo’s. In het tweede beeld duiken lege olievaten op in het landschap. Het derde deel toont geen mensen of dieren meer, alleen strakke rechthoekige huizen in een landschap vol elektriciteitsdraden.

Ook aan het einde van de galerij loodst de collectie je tussen alle dansende ijsberen en liggende zeehonden de moderne tijd in. Kenojuak Ashevak brak in de jaren zestig door met haar iconische werk Enchanted Owl, een half abstracte zeefdruk van een uil. Ashevak is inmiddels ruim tachtig maar experimenteert vrolijk door. Je hebt nu de kans om in Nederland een ander, nieuw werk van haar in deze expositie te zien: een uil staande op twee rupsen, opnieuw in een half abstracte, zwierige stijl.

Een invloedrijke documentaire sluit de tentoonstelling af. Alethea Arnaquq-Baril maakte een documentaire over de gevolgen van een jachtverbod op haar gemeenschap. Van de ene op de andere dag mochten de mensen niet meer op zeehonden jagen, terwijl dat duizenden jaren lang een hoeksteen was van hun cultuur en leefwijze. Haar film, Angry Inuk, begint langzaam de publieke opinie te beïnvloeden. Heej, misschien zit er toch een verschil tussen commerciële bedrijven die huilers op het ijs doodknuppelen, en Inuit die overleven door af en toe een zeehond te verschalken…. Komt dat zien, tot 1 juli 2018.

SIERADEN Al deze pracht heb je in een uur, twee uurtjes gezien, maar als je daarna een kop koffie drinkt en even pauzeert ben je weer helemaal klaar voor de expositie Sieraden, Makers en Dragers in hetzelfde museum (tot 3 juni 2018). Een lust voor het oog en een indrukwekkend overzicht van alle sieraden die het museum in de loop der tijd verzamelde. Tussen sieraden uit het soms verre verleden ligt ook modern werk van hedendaagse kunstenaars. Zo zie je stukken van Bibi van der Velden, die de schildjes van kevers in haar sieraden verwerkt. Evenals creaties van Karin Herwegh, Esther Brinkmann, Felieke van der Leest en Azza Fahmy, de eerste Egyptische die in Cairo werd opgeleid door de meestergoudsmeden van de souk Khan el Khalil. Ze leidt nu in haar werkplaats zelf jonge edelsmeden op, om het ambacht door te geven aan een volgende generatie.

Mary A. Waters

Tot slot TULPEN. MIJ, het verzelfstandigde stadsmuseum van IJsselstein, gaf gastcuratoren Bob Negryn en Mary Waters alle ruimte om werk te selecteren voor de expositie Tulpenmanie. Hun keuze bevat veel werk van kunstenaressen. Complimenten! Tot 3 juni kun je bijvoorbeeld kennis maken met de grote fotocompilaties van Luzia Simons. De curatoren kozen haar werk omdat bij haar de vergankelijkheid van de tulp centraal staat. ”Terwijl menig kunstenaar zich focust op de schoonheid van de bloeiende tulp, concentreert zij zich juist op het verval”, meldt de website.

Maar er vallen genoeg prachtige bloemen te zien, naast dit verval. Linda Nieuwstad brak door met grote sculpturen van bloemen, uitgevoerd in materialen zoals dekzeil, pvc, wol en fluweel. Ook prachtig zijn de schilderijen die gastcurator Mary Waters uitleende aan het museum. Ze liet zich in het verleden inspireren door de Hollandse meesters die in de Gouden Eeuw secure bloemstillevens schilderden. Net als zij bouwt Waters haar werken op in talloze laagjes verf en vernis. Met sobere grijstinten en een opvallende kleur rood laat ze tulpen in vazen stralen.

Mis zoveel schoonheid niet en breng eens een bezoekje aan deze musea. Veel plezier gewenst!

Uitgeverij Chaos en nieuwe boeken rond feminisme

Nederland is een feministische uitgeverij rijker: Chaos. Op internationale vrouwendag, geen toevallig moment natuurlijk, publiceerden ze hun eerste uitgave. Een nieuwe Nederlandse vertaling van een feministische klassieker van Virginia Woolf, Een Kamer voor Jezelf. Later dit jaar volgen nog twee verhalenbundels en in maart 2019 een vertaling van een roman van Zora Neale Hurston. Mooi nieuws want voor de vorige expliciet feministische uitgeverij moeten we dertig jaar terug in de tijd.

 

Op haar website stelt Uitgeverij Chaos zichzelf voor als een samenwerking tussen drie vrouwen, te weten Sayonara Stutgard, Thalia Ostendorf en Yael van der Wouden. Ze willen ”chaos creëren op elk feestje!” Door ”ongehoorde verhalen uit de marges te halen en het aan de lezers te bieden die de verhalen verdienen”.

De uitgeverij wil interactioneel werken. Dat is een moeilijk woord voor breder kijken dan je neus lang is: vrouwen hebben te maken met discriminatie, maar mensen met een gekleurde huid ook, en mensen uit ”lagere klassen” (niet Ons Soort Mensen) ook, en je moet daar rekening mee houden. Het gaat om diverse soorten machtsverschillen en verschillende posities in de samenleving, die maken dat je soms extra je best moet doen om een gelijk speelveld te krijgen. Zie daarvoor ook mijn artikel over interactioneel feminisme, met alle verdere uitleg en details.

De drie vrouwen konden het zelf bijna niet geloven dat Nederland zo’n dertig jaar lang geen enkele feministische uitgeverij kende. De vorige, Uitgeverij Sara, ontstond midden in de tweede feministische golf, in 1977. Tien jaar later ging Sara failliet en kocht Uitgeverij Van Gennep hen over.

Dat het in de tussentijd niet helemaal een hopeloze woestenij werd, danken we aan initiatieven zoals de oprichting van Artemis. Geen nadrukkelijk feministische organisatie, maar wel een imprint die zich richtten op boeken van schrijfsters. In 2014 besloot Ambo/Anthos de imprint op te heffen, en verdween Artemis weer van het toneel.

En nu dus Chaos. Ik wens ze een mooie tijd toe en dat ze maar decennia lang mooie feministische boeken uit mogen geven.

Meer feminisme? Monika Triest publiceerde bij Uitgeverij Vrijdag ‘Wat zoudt gij zonder ’t vrouwvolk zijn?’,  een geschiedenis van het feminisme in België. Ze laat je onder andere kennis maken met Isabelle Gatti de Gamond (1839-1905), pedagoge, socialiste, vrijdenkster en de eerste Belgische feministe. Een andere recente uitgave is Alleen Ja Telt van Liesbeth Kennes. Deze pedagoge en auteur gaat in op de seksuele mores en de verkrachtingscultuur. In België, maar wat ze schrijft geldt net zo goed voor Nederland, Duitsland, de V.S., enz. enz.

Nederland zag vorig jaar twee belangrijke publicaties voor een groot publiek. Linda Duits gaat in Dolle Mythes in op allerlei vooroordelen en aannames rondom feminisme. En onze eigen Anja Meulenbelt neemt de lezer mee op een reis langs allerlei feministische ideeën en de aard van de feministische golven. Beide vrouwen constateren dat het feminisme in Nederland stagneert: er gebeurt wel vanalles, maar tot een massalere beweging komt het niet en vrouwen met een gekleurde huid blijven te vaak in de marge staan. Beiden hebben ook ideeën hoe het beter kan. Kortom super interessant leesvoer!

 

Internationale vrouwendag: verzet, vrijheid, vreugde

Donderdag is het 8 maart, internationale vrouwendag. Tijd om samen in vrijheid  feest te vieren. En tijd om kritisch te blijven, te leren van de geschiedenis, en door te gaan met het gevecht om vrouwen gelijke kansen te geven. Een greep uit hopelijk inspirerende artikelen en essays:

  • Kenniscentrum Atria duikt in de geschiedenis van Internationale Vrouwendag, evenals Historiek. Vrouwen stonden aan de basis: de socialistische politica Clara Zetkin, en textielarbeidsters die staakten voor betere lonen. Atria houdt 8 maart ook speciale tours over Aletta Jacobs.
  • Overal in Nederland vinden activiteiten plaats. Zie hier voor een overzicht van allerlei feestjes, lezingen, workshops enz.
  • BBC radio zendt 8 maart vooral muziek uit van vrouwelijke componisten. Het hele programma vind je hier
  • Feminisme is ook voor mannen! Op 8 maart houdt organisatie Free Press een mars in Amsterdam onder de noemer Men4Women.
  • Tivoli Vredenburg zorgt voor een concert waarin vrouwen en hun muziek centraal staan. It’s a Woman’s World biedt een avond vol afwisseling, met bijvoorbeeld een muzikale combinatie van Hildegard von Bingen (12e eeuw) en Beyoncé (21e eeuw).
  • Bij de vorige internationale vrouwendag publiceerde Stellingdames een mooi artikel over die eeuwige waarom-vraag. Waarom een vrouwendag? Is dat nou nodig? Ja dus.
  • Anja Meulenbelt besteedt op haar weblog aandacht aan intersectionaliteit. Want naast je sekse spelen ook zaken als huidskleur, inkomensgroep en sociale klasse een rol bij discriminatie en ongelijkheid
  • Elle Magazine pleit voor 365 dagen per jaar internationale vrouwendag. Hier hun suggesties met wat je van dag tot dag kunt doen om de geest van inspiratie en blijmoedige kritiek levend te houden. Vervang Ren Hangs expositie in fotomuseum FOAM (laatste kans!) door de expositie van Rosa Loy in het Drents Museum (laatste kans!), en je bent weer helemaal 2018 proof.
  • VIVA zet op een rijtje waar vechten voor onze rechten allemaal toe heeft geleid. Stemrecht! Verkrachting binnen het huwelijk officieel strafbaar! Gehuwde vrouwen handelingsbekwaam! (Sinds 1956, daarvoor waren we juridisch gezien onmondige kinderen die mannelijk toezicht nodig hadden.) Enzovoorts.
  • Harper’s Bazaar (Nederland) houdt 6 maart een feministische top in het Amsterdamse DeLaMar Theater. Het blad linkt iedereen ook graag door naar een prijswinnende feministische podcast van de Australische komiek en schrijver Deborah Frances-White, genaamd Guilty Feminist. Geniet ervan!
  • Roermond besteedt in een speciale expositie aandacht aan een eeuw vrouwenstrijd in de stad. Dat geeft je de kans om kennis te maken met lokale feministes zoals Mathilde Haan, Tiny Imkamp (in 1936 de eerste vrouwelijke huisarts in Roermond), en de activiteiten van de plaatselijke Vrouwenraad.
  • In de Engelstalige media veel analyses over feminisme rond internationale vrouwendag. Ik link je graag door naar interessante artikelen: hier, Jill Filipovic over politiek feminisme in de V.S., hier over de manieren waarop anti-feminisme het mondiale beleid beïnvloedt, hier, over Marlène Schiappa, de Franse minister voor Gender, en hier, over het toenemende verzet van Latijns-Amerikaanse vrouwen tegen femicide.
  • Internationale Vrouwendag blijft het doelwit van weerstand. Zo kreeg vrouwenplatform Ankara te maken met politiegeweld toen vrouwen in de hoofdstad wilde demonstreren. Achttien vrouwenactivisten belandden in de cel – ze zijn inmiddels weer op vrije voeten. Ironie ten top: met hun actie wilden vrouwen demonstreren tegen geweld tegen vrouwen. Een groot probleem in Turkije, waar mannen naar schatting 338 vrouwen per jaar vermoorden (huiselijk geweld enz.)
  • Tot slot: vlak voor internationale vrouwendag kwamen in Nederland cijfers in de openbaarheid over de beschamende schaarste aan vrouwen in de top. Dat probleem is beslist niet uniek voor Nederland. Zie hier een pleidooi uit Canada – wil het beter gaan met vrouwen in het bedrijfsleven, dan moeten de poortwachters zich bewust worden van hun vooroordelen. Hint voor Nederland: pak eindelijk de discriminatie van zwangere vrouwen aan, want de helft van de werkgevers werkt vrouwen op dat moment de deur uit zodat ze hun inkomen verliezen en hun loopbaan stagneert. Het loont ook om werkende vrouwen serieus te nemen en de loonkloof te dichten. Nu nemen mannen overal meer geld mee naar huis en krijgen vrouwen het zoveelste signaal dat ze minderwaardig zijn.

“De Macht” maakt deel uit van een nieuwe vrouwenopstand

Hoera, de prijswinnende SF roman van Naomi Alderman is in het Nederlands vertaald onder de titel De Macht. Voor het eerst in tijden kunnen mensen weer eens kennis maken met vrouwelijke personages die geweld gebruiken om een einde te maken aan agressie van mannen. Dat komt niet vaak voor in feministische utopieën of dystopische romans, signaleert literatuurcritica Elaine Showalter.

Als dit fenomeen de kop opsteekt in boeken, is dat meestal omdat er iets broeit in de samenleving:

Despite the infinite possibilities of imagination, most feminist speculative fiction could display the humane tagline: “No men were harmed in the writing of these books.” Rage and the desire for revenge against male oppressors, however, has emerged in women’s dystopian writing during periods of feminist protest and uprising.

Showalter signaleert dat vrouwen, van Margaret Cavendish in 1666 tot aan moderne grootheden zoals LeGuin en Atwood, meestal opvallend vredig denken over revoluties. Vrouwelijke personages zijn het lijdend voorwerp of strijden met woorden, argumenten, ideeën. Regelmatig bereiken ze hun utopie alleen door zich terug te trekken in samenlevingen zonder mannen. Zo stelde Christine de Pizan zich al circa 1405 een Stad der Vrouwen voor, waarin vrouwen veilig zijn voor hatelijke mannen.

De voorbeelden van auteurs die vrouwelijke personages expliciete agressie tegen mannen laten gebruiken, zijn schaars. Zo staat Atwood’s  roman Het Verhaal van de Dienstmaagd bol van het geweld, maar het is meestal geweld tegen vrouwen. Als vrouwen persoonlijk een man aanvallen en/of vermoorden, gebeurt dat bij wijze van genade, ziet Showalter. Een verzetsman valt in handen van het theocratische regime dat vrouwen reduceert tot broedkippen. De overheid veroordeelt hem tot een openbare lynchpartij in een stadium, met vrouwen als beulen. Een vrouw die banden heeft met het verzet, zorgt dat ze als eerste bij hem is en vermoordt hem snel en relatief pijnloos. Ze bespaart hem zodoende een marteling.

Uitzonderingen steken de kop op als vrouwen een emancipatiegolf vormen. Neem bijvoorbeeld auteur Joanna Russ. In haar romans van eind jaren zeventig, begin jaren tachtig, tijdens de tweede feministische golf, vechten vrouwen soms met een man. Ze gebruiken wapens. En winnen.

In De Macht, originele titel The Power, schrijft Alderman over een maatschappij waarin jonge vrouwen tijdens hun puberteit een lichamelijke verandering doormaken. Daardoor kunnen ze elektrische schokken uitdelen. Van een fijne tinteling tot een zodanig heftige schok dat mensen sterven. Meisjes blijken deze gave wakker te kunnen maken in oudere vrouwen, zodat al snel iedere vrouw de mogelijkheid heeft iemand met één klap te doden. Mannen worden bang voor vrouwen: wangedrag kan hen fataal worden. De macht leidt tot grote veranderingen. Slachtoffers van mensenhandel vermoorden mensenhandelaars, huisvrouwen doden de partner die hen slaat, en meiden slaan terug als ze geconfronteerd worden met straatintimidatie.

Showalter stelt dat Alderman in haar science fiction boek de huidige woede kanaliseert, die vrouwen verenigt in campagnes zoals #metoo en #yesallwomen:

So why this fantasy now? Alderman is reflecting and channeling the anger of a young generation of feminists who will not forgive, excuse, cover up, and accept male abuse. […]  Women are willing to use their public power to destroy men’s careers, to break up their marriages, even send them to prison. […]  If, as Lindy West wrote recently, “feminism is the collective manifestation of women’s anger,” this feminist wave is a tsunami. Alderman sees herself as part of that wave.

Met haar roman stelt Alderman de huidige machtsongelijkheid tussen de seksen aan de kaak, zwengelt ze het debat aan over agressie, en laat ze mensen speculeren wat er zou kunnen gebeuren als vrouwen opeens ongestraft terug kunnen slaan.

Het boek geeft mannen ook de kans om hun empathische vermogens verder te ontwikkelen. Vrouwen hebben te maken met massale agressie van mannen, zowel psychologisch als fysiek, en veel vrouwen zijn bang, als ze eerlijk zijn en die nare emotie toestaan. We blijven tot het uiterste lief voor mannen, want we vrezen wat er kan gebeuren als mannen kwaad worden – huiselijk geweld, aanranding en verkrachting, of zelfs moord en schietpartijen. Wat als mannen zich zorgen moeten maken over vrouwelijke agressie? Wat als mannen tot het uiterste lief en beleefd moeten blijven tegen vrouwen, omdat situaties anders razendsnel kunnen escaleren? Alderman maakt die belevingswereld invoelbaar. Mannen, doe er je voordeel mee! En behandel vrouwen daarna wat vriendelijker. Je weet wel, als mensen met gevoel en verstand….

Het citaat: middeleeuwen en nu

”Maar het zien van dit boek […] had mij toch op een nieuwe gedachte gebracht, die gevoelens van grote verbazing bij me opwekte, als ik me afvroeg wat toch de oorzaak kon zijn, dat zoveel verschillende mannen, geleerde klerken en anderen, zozeer geneigd waren en het nóg zijn, om in woord en geschrift zoveel duivelse dingen over vrouwen te zeggen en uiting te geven aan hun afkeuring voor de vrouw en het vrouw-zijn. En niet een of twee […] maar in het algemeen bijna in alle verhandelingen van filosofen en dichters en van alle redenaars – het opsommen van hun namen zou een lange lijst vormen – lijkt het of allen met dezelfde mond spreken en of ze allemaal tot dezelfde conclusie komen, namelijk dat de vrouwelijke zeden vol ondeugd zijn en de vrouw tot ondeugd is geneigd.”

Christine de Pisan, Het Boek van de Stad der Vrouwen, circa 1405/1410

“What matters is not which guys said it: What matters is that, when you put their statements side-by-side, they all sound like the exact same guy.  And when you look at what they’re saying, how similar these slurs and insults and threats we get actually are, they always sound like they’re speaking to the exact same woman. When men are using the same insults and sentiments to shut down women and “feminine” people, across the board, then we know what’s going on. And we know that it’s not about us; it’s about gender.

Sady Doyle, The #MenCallMeThings Round-Up, november 2011

Ierse vrouwen maken eindelijk kans op baas in eigen buik

Eén van de meest fundamentele mensenrechten is het recht om over je eigen lijf te beschikken. Kan dat niet, dan sterven vrouwen of komen ze ernstig in de problemen. Daarom is het goed nieuws dat Ierse politici eindelijk luisteren naar vrouwen. Ieren mogen over enkele maanden naar de stembus voor een referendum over abortus. Als een meerderheid instemt, krijgen vrouwen meer rechten en mogelijkheden een ongewenste zwangerschap af te breken. Vrouwen dwongen deze stap af. Hulde!

Foto: The Independent. Demonstratie in Dublin voor baas in eigen buik.

Vorig jaar kondigde de Ierse premier Varadkar de volksstemming al aan, maar het Parlement moest nog toestemming geven. Dat deden de leden deze week. Het referendum komt nadat met name vrouwen in het algemeen, en feministische groepen in het bijzonder, jarenlang campagne voerden voor het recht van baas in eigen buik. Het land vormt daarmee opnieuw een bevestiging van een Duitse studie, die aantoonde dat de kracht van de vrouwenbeweging bepaalt of onderwerpen zoals abortus of huiselijk geweld op de agenda komen. En of het daaropvolgende debat leidt tot meer rechten voor vrouwen.

In Ierland won de vrouwenbeweging steeds meer aan kracht, onder andere omdat de situatie rond abortus onmenselijk wordt. Ierland heeft in de grondwet opgenomen dat het leven van een vrouw en het leven van een foetus gelijk zijn. In de praktijk betekent dit dat artsen en andere autoriteiten de foetus voorrang geven.

Dit leidde onder andere tot de compleet vermijdbare, schandalige dood van Savita Halappanavar. Haar zwangerschap liep mis in de zeventiende week en ze kreeg bloedvergiftiging. Een abortus had haar kunnen redden, maar artsen deden niets omdat ze meenden dat de foetus nog een hartslag had. Ze stierf. Niet voor niets stelde Amnesty International dat de overheid vrouwen reduceert tot de status van willoze baarmoeder waar een baby uit moet komen, of anders….

De bepaling in de grondwet heeft ook bizarre juridische gevolgen. Stel, een man verkracht een vrouw. Zij wordt ongewenst zwanger en regelt een abortus. Ze kan in dat geval een langere celstraf krijgen dan haar verkrachter. Om nog maar te zwijgen over alle vrouwen die lijden onder het stigma en in de illegaliteit proberen een zwangerschap te beëindigen met pillen of door naar Engeland te reizen, waar abortus wél mogelijk is. Zo’n vierduizend vrouwen maken jaarlijks die reis, maar dat is geen optie voor vrouwen die geen geld hebben.

Na talloze demonstraties, campagnes enzovoorts zijn Ierse politici nu zo ver dat ze een referendum toestaan. De stemming gaat over het al dan niet handhaven van die toevoeging aan de grondwet dat foetussen dezelfde rechten moeten hebben als mensen. Als die bepaling uit de grondwet gaat, wordt het mogelijk vrouwen meer rechten te geven. Volgens peilingen zou 56% van de bevolking abortus tot in de twaalfde week ok vinden. Van de jongeren tot 24 jaar zou zelfs driekwart daar mee instemmen.

Vrouwen strijden tegen de Maffia

Prachtige reportage in The New Yorker. Het blad zoomt in op het werk van Alessandra Cerreti, een openbaar aanklager die de   ’Ndrangheta vervolgt in het zuiden van Italië. Zij was lange tijd één van de weinigen die besefte wat het betekent dat de Maffia de familie gebruikt als basis voor hun cultuur en organisatie. Geen familie zonder vrouwen, en aangezien vrouwen in het traditionele Maffia-milieu een onderdrukt rotleven leiden, zou de kans groot zijn dat sommige vrouwen in ruil voor vrijheid tegen de capo’s wilden getuigen.

Alessandra Cerreti

In het begin van haar loopbaan moest Cerreti al haar overredingskracht gebruiken om haar mannelijke collega’s ervan te overtuigen dat ze zich meer op Maffiavrouwen moesten richten. De New Yorker:

Italian prosecutors conceded that ’Ndrangheta women led tragic lives. But many didn’t consider the women to be of much use in their fight; they were just more victims. “The women don’t matter,” the prosecutors told Cerreti. As a woman working for the Italian state, Cerreti knew something about patriarchies that belittled women even as they relied on them. She believed that many judicial officials missed the importance of ’Ndrangheta women, because most of them were men, and “Italian men underestimate all women,” she said.

Pas toen ze een standplaats kreeg in Calabria trof ze mannelijke collega’s aan die vrouwen serieus wilden nemen. Gesteund door haar leidinggevenden begon Cerruti gericht op zoek te gaan naar vrouwen die rijp waren voor rekrutering.

Dat was uiteraard niet makkelijk. Het tragische in de vrouwenlevens zit ‘m vooral in het feit dat ze traditioneel maar twee dingen mogen: trouwen en kinderen krijgen. Veel meisjes trouwen jong, bijvoorbeeld op hun vijftiende, en krijgen al snel kinderen. Ze moeten hun zonen opvoeden tot goede maffialeden en hun dochters klaarstomen voor het bestaan van moeder de huisvrouw. Daarbij staan ze constant onder bewaking van broers, ooms, hun echtgenoot, en andere familieleden, uit angst dat vrouwen een misstap begaan en schande over de familie brengen.

Tegelijkertijd nemen vrouwen allerlei ondersteunende klussen op zich om de ’Ndrangheta draaiende te houden. Ze smokkelen bijvoorbeeld berichten door als hun mannen in de gevangenis zitten. Sommige vrouwen zijn betrokken bij het witwassen van geld. Een enkeling neemt een leiderschapsrol op zich als de mannelijke aanvoerders gearresteerd zijn of doodgeschoten worden door concurrenten. Op die manier leren vrouwen hoe de organisatie in elkaar steekt, hoe geldstromen lopen, wie betrokken is bij de drugshandel en welke bedrijven in handen zijn van de Maffia.

Sommige vrouwen belandden in de gevangenis vanwege hun betrokkenheid bij de maffia. Op dat moment staan ze minder onder de directe controle van hun families. Ideaal voor een openbaar aanklager die criminele netwerken op wil rollen. Na veel diplomatiek zoekwerk, gesprekken en voorzichtige toenaderingspogingen tot vrouwen die in de gevangenis zaten, lukte het Cerreti om informantes te krijgen, waaronder Giuseppina Pesce. Zij wilde haar vrijheid terug en ze wilde voorkomen dat haar kinderen opgeslokt zouden worden door de georganiseerde misdaad. Cerreti en Pesce slaagden er rond 2014 in een enorme slag te slaan: de arrestatie van 42 maffialeden, waaronder enkele bazen, en de inbeslagname van allerlei bedrijven en bankrekeningen met een totale waarde van circa 260 miljoen dollar.

Alles kan als je vrouwen serieus neemt….

VERDER LEZEN: Mediabedrijf All3media America wil een dramaserie maken over het leven en werk van Cerreti. Geschiedenis: als mensen beter hadden opgelet, zouden ze geweten hebben dat vrouwen de sleutel vormen tot het aanpakken van de Maffia. Zo verenigden vrouwen zich in 1992 in Palermo en voerden actie om het geweld in hun stad te stoppen – een directe aanval op de mafia, grootleverancier van moordpartijen. Bijna een kwart eeuw later zocht fotograaf Francesco Francaviglia hen op en schreef een boek over hun protest. Tot slot: Vice magazine interviewde Anna Carrino, die naar de autoriteiten stapte om de mafia in Napels aan te pakken.

Vaarwel Ursula Le Guin

Wat een manier om het nieuwe jaar te beginnen: SF grootheid Ursula Le Guin is overleden. Ok, ze was 88 jaar oud. Het moet een keer gebeuren. Niemand heeft het eeuwige leven. Maar toch. Als je haar boeken, essays, speeches en overpeinzingen graag las, komt het hard aan dat de huidige omvang van haar werk zo blijft. Er zal nooit meer iets bij komen. Lavinia geldt voor altijd als haar allerlaatste roman, en No Time to Spare haar laatste collectie artikelen. Diepe, diepe zucht…

Ik weet niet meer precies wanneer ik voor het eerst iets van Le Guin las, maar het moet in mijn puberteit zijn geweest. Waarschijnlijk de Aardzee trilogie, al vroeg in het Nederlands vertaald en beschikbaar in de bibliotheek, waar ik vaak kwam. Ik vond het gewéldige boeken. Spannend, sprookjesachtig, ontroerend. Als tiener snapte ik lang niet alle diepere lagen in het verhaal, maar dat maakte het des te leuker deze romans op latere leeftijd opnieuw te lezen.

Na Aardzee adviseerde een neef De Linkerhand van het Duister, een baanbrekend werk waarin Le Guin speelt met opvattingen over gender, mannelijkheid en vrouwelijkheid. Het verhaal speelt zich namelijk af op een planeet waar de bewoners (de buitenaardse wezens) geen geslacht hebben, tenzij de periode van Kemmer aanbreekt. Ze ontwikkelen dan genitaliën en kunnen zich voortplanten. Je weet echter nooit of je deze keer het ”mannetje” of het ”vrouwtje” wordt. Alles loopt door elkaar.

Dat door elkaar lopen, dat doorbreken van rigide structuren, vat magazine Knack samen als ‘schrijfster die de verbeelding van haar lezers wilde trainen‘. In de verbeelding kan en mag alles. Geen dogma’s, geen zwart-wit situaties, geen wetten. Juist in je fantasie staat het menselijke voorop en mogen situaties complex zijn, zonder eenduidige antwoorden. Le Guin vond haar plek in de SF en fantasy, een genre waar alles draait om een rijke fantasie, maar het duurde jaren voordat mensen doorkregen hoe bijzonder haar bijdragen waren:

Le Guin hasn’t always been recognized for her contributions. She struggled until her 30s to publish her fiction, and after she’d found a home in science fiction and fantasy, fought what she saw as bias in the literary establishment toward women and “genre writers.” Reviewers weren’t sure what to do with her stories, slippery and idiosyncratic as they are. Now the gatekeepers have caught up.

Le Guin zelf leerde ook bij. Zo keek ze achteraf met enige spijt terug op haar keuze om alle wezens in De Linkerhand van het Duister met ‘hij’ aan te duiden. Daardoor ontstaat onbedoeld de indruk dat de wezens eigenlijk toch mannelijk zijn en alleen af en toe in een vrouw veranderen. Le Guin schreef het boek eind jaren zestig, toen mannen het openbare leven nog volledig domoineerden, en ze geeft toe dat die mannelijke overheersing haar sterker beïnvloedde dan ze op dat moment kon zien.

Ze ging bij zichzelf te rade welke vanzelfsprekende patronen ze nog meer automatisch volgde en ontwikkelde zich in de jaren tachtig tot een voluit feministische auteur. Keer op keer pleitte ze voor de vrijheid voor vrouwen om de wereld een eigen vorm te geven en te leven op hun eigen voorwaarden:

In a 1983 address at Mills College in California, she told graduates: “Why should a free woman with a college education either fight Machoman or serve him? Why should she live her life on his terms? … I hope you live without the need to dominate, and without the need to be dominated.”

Ze benutte dit thema ook in korte verhalen zoals She Unnames Them, waarin Eva alle namen die Adam uitdeelde, weer intrekt. Dat gaat niet zonder slag of stoot. Zo vinden de Yaks hun naam fijn en passend. Maar alle dieren besluiten uiteindelijk dat Eva gelijk heeft. Ze hebben die namen niet nodig. Ook Eva geeft haar naam terug. Daarna knijpt ze er tussenuit. Ze laat Adam achter om een ander bestaan te zoeken, vrij van etiketten en labels.

Le Guin was er van overtuigd dat vrouwen op die manier onherroepelijk voor revoluties zorgen. Gewoon, door hun ervaringen te delen en te zijn wie ze zijn:

I know that many men and even women are afraid and angry when women do speak, because in this barbaric society, when women speak truly they speak subversively – they can’t help it: if you’re underneath, if you’re kept down, you break out, you subvert. We are volcanoes. When we women offer our experience as our truth, as human truth, all the maps change. There are new mountains.

Die strijd om vrijheid en drang naar revolutie komen, breder, ook terug in De Ontheemde. Dit boek las ik pas als volwassene, en dat is maar goed ook. Ik denk niet dat ik als tiener de aantrekkingskracht van dit meesterwerk zou hebben begrepen. De Ontheemde begint met een muur. Geen hoge muur, sterker nog, hier en daar is de muur nauwelijks zichtbaar en op andere plekken is het een afbrokkelende laag stenen waar je zo overheen kunt stappen. Maar het is een muur, en die muur doet iets.

Wat, dat ontdek je op allerlei manieren in de roman. Die gaat onder andere over muren tussen mensen, muren tussen culturen, scheidingen tussen politieke systemen en manieren van leven. Het gaat over de risico’s van een kapitalistische samenleving waar alles draait om winst, rangen en standen. Maar ook zogenaamde anarchistische, collectieve manieren van leven hebben hun duistere kanten. Ook die systemen lopen het risico gekaapt te worden door kleine groepjes die de macht opeisen.

Mocht dit droog en analytisch klinken, vrees niet. Opnieuw staan mensen en het menselijke voorop. Le Guin gebruikt humor, ontroering en dood in haar verhaal. Dat typeert haar. Le Guin hield zich met veel onderwerpen bezig, maar bovenal was ze een rasechte verhalenverteller. Ze inspireerde mensen, bracht hen op nieuwe ideeën, liet hen lachen en huilen en nagelbijten van de spanning, en zorgde ervoor dat je aan het eind, als je de laatste bladzijde omsloeg, meteen weer opnieuw zou willen beginnen met lezen, gewoon, omdat haar verhalen zo rijk en fantasievol zijn.

Heel jammer dat ze er niet meer is. Gelukkig leven haar woorden voort….

You cannot buy the revolution. You cannot make the revolution. You can only be the revolution. It is in your spirit, or it is nowhere.

Vaarwel, Ursula Le Guin…

Het citaat: Jozefien Daelemans

Jozefien Daelemans schreef over de rel rond rapper Boefje voor Charlie magazine:

Je moet weten: vrouwen lopen vandaag met een heel vol emmertje rond. Een druppel is genoeg om die te doen overlopen. Hun heftige reacties zijn dan ook volledig begrijpelijk. Gasten, wij willen gewoon eens een week doorkomen zonder dat iemand ons beledigt, aanrandt of stalkt. Hoe moeilijk kan dat zijn?

Lees vooral haar gehele artikel, maar deze uitspraak trof me vanwege feministe Andrea Dworkin. In 1983 hield ze een toespraak voor een zaal vol mannen. Ze vroeg om een korte wapenstilstand, 24 uur zonder verkrachting. Een etmaal waarin mannen geen vrouwen verkrachten, hoe moeilijk kan dat zijn? Die lijn kun je helemaal terugvoeren tot minstens de auteur Christine de Pizan, die mensen (mannen) in 1405 al opriep vrouwen met meer respect te behandelen en af te zien van agressie en geweld. Hoe moeilijk kan dat zijn?

Toegift:

Vrouw stoft Odyssee af in nieuwe Engelse vertaling

Grote opwinding: voor het eerst vertaalde een vrouw de Odyssee van Homerus in het Engels. Na zo’n 60 veelal blanke mannen kreeg classicus Emily Wilson, van de Universiteit van Pennsylvania, de primeur. In Nederland gebeurde dat al eerder. Onze eigen Imme Dros leverde in 1991 een succesvolle vertaling in het Nederlands van de Odyssee. Ze zorgde in 2015 ook voor een nieuwe vertaling van de Ilias.

Mannen vallen Penelope lastig terwijl ze wacht op de terugkeer van haar echtgenoot.

Vrouwen mochten eeuwenlang niet studeren aan universiteiten. De enige vrouwen die soms de kans kregen om Grieks en Latijns te leren, waren nonnen of vrouwen uit zeer rijke families, die een privé leraar kregen. Sporadisch duikt zodoende tóch een officiële, door vrouwen vertaalde Odyssee of Ilias op.  Zo schreef Anne Dacier in 1699 een vertaling in het Frans van de Ilias. Maar zij was de uitzondering die de regel bevestigde.

Ook in Engeland waagden een paar vrouwen uit de rijkste milieu’s zich aan vertalingen, maar zij deden dat voor eigen gebruik. Hun versies kwamen niet verder dan een kring van naaste familieleden. Dat veranderde volgens Wilson pas de laatste tien, twintig jaar. In een essay voor dagblad The Guardian somt ze een rits vrouwen op die voor uitgeverijen recente vertalingen afleverden van klassieken uit de Oud Griekse -en Romeinse wereld. Deze voorgangsters maakten de weg vrij voor haar vertaling van De Odyssee.

Wilson is er van overtuigd dat zij als vrouw een werk zoals de Odyssee anders benadert dan haar mannelijke voorgangers. Omdat zij los staat van de door mannen gedomineerde traditie vallen haar andere aspecten op in een tekst, en interpreteert ze bepaalde situaties anders. Ze noemt dat effect vervreemding (alienation):

female translators often stand at a critical distance when approaching authors who are not only male, but also deeply embedded in a canon that has for many centuries been imagined as belonging to men. The inability to take classical texts for granted is a great gift […] the position of being a woman translating one of these dead, white men creates a strange and potentially productive sense of intimate alienation.

Die blik van de buitenstaander stelde Wilson onder andere in staat om aandacht te geven aan de vrouwelijke personages in de Odyssee. In The New Yorker schrijft ze dat voorgangers bijvoorbeeld de neiging hadden Penelope enigszins te idealiseren, als het toonbeeld van de ideale, afwachtende, passieve echtgenote.

De originele tekst spreekt echter duidelijke taal over haar positie. Die is nogal dubbel. Aan de ene kant kan Odysseus doen wat hij wil, terwijl Penelope geen keuzes heeft. Haar leven wordt volledig bepaald door haar status van echtgenote, en zijzelf, als individueel persoon, verdwijnt. Tot twee keer toe verbiedt haar zoon Penelope het spreken. Aan de andere kant maakt ze deel uit van een elite die zwakkeren onderdrukt. Als Odysseus thuis komt, vermoordt hij alle slavinnen. Penelope ontsnapt aan dat geweld, zij leeft en houdt Odysseus niet tegen als hij de lager geplaatste vrouwen uitmoordt.

Wilson merkt ook op dat  haar mannelijke voorgangers dat deel van de tekst, de moord op de dienstmaagden, nogal seksistisch vertaalden. Ze beschreven hen bijvoorbeeld in termen van hoer en slet, terwijl het origineel totaal geen aanleiding geeft om dat soort minachtende termen te gebruiken. Wilson houdt het in de vertaling op termen zoals ‘deze meisjes’, een neutralere woordkeuze die beter recht doet aan de inhoud van de brontekst.

Op die manier doorbreekt Wilson een koers die mannelijke vertalers uitzetten en van elkaar overnamen. Hard nodig, want net zoals mensen op zoek gaan naar Wilson’s ”vrouwelijke” kijk op de tekst, zouden we naar haar mening ook veel meer aandacht moeten besteden aan de ”mannelijke” kijk op de tekst van de vorige vertalers:

…hardly anyone (except me, so far!) seems to ask male classical translators how their gender affects their work. As I show in that piece on Hesiod, unexamined biases can lead to some seriously problematic and questionable choices (such as, in that instance, translating rape as if it were the same as consensual sex). Translators get away with that kind of thing all the time, because there’s an assumption that male translators don’t need to worry about gender, and that a clunky English style guarantees an “authentic,” “accurate” or “unbiased” translation. It’s not OK and it’s not true.

Goed dat vrouwen de kans krijgen aan de slag te gaan met dezelfde originele teksten. De kritieken zijn in ieder geval lovend: lezers zullen voortaan altijd anders tegen De Odyssee aankijken, belooft dagblad The Guardian.

Traditionele verhalenvertellers zorgen voor gelijkwaardigheid

Verhalen vertellen heeft zichtbare effecten, ontdekten wetenschappers Daniel Smith, Andrea Migliano en een team van de University College London (UCL). Ze leefden een tijdje bij de Agta, jagers en verzamelaars in de Fillipijnen. De verhalen die mensen elkaar vertellen, promoten waarden en normen zoals samenwerking en gelijkwaardigheid. Groepen met meerdere traditionele verhalenvertellers bleken hechter en werkten beter samen dan groepen zonder of met maar een enkele verhalenvertellers, bleek uit hun onderzoek.

 

Smith, Migliano en hun mede-onderzoekers woonden verhalen-vertel-sessies bij, noteerden de inhoud van de verhalen en keken daarna naar het functioneren van verschillende groepen Agta. Veel verhalen gaan over samenwerking en gelijkwaardigheid. Een typisch voorbeeld betreft een oorsprongsmythe over de zon en de maan. De als mannelijk gedefinieerde zon en als vrouwelijk gedefinieerde maan maken ruzie over wie de hemel mag verlichten. De ruzie escaleert tot een gevecht, waarbij beiden even sterk blijken te zijn. Het gevecht lost niets op. Uiteindelijk besluiten ze in overleg het werk te verdelen. Ieder neemt de helft van de tijd voor zijn/haar rekening. De zon verlicht de aarde nu overdag, de maan ’s nachts.

Kinderen krijgen zulke verhalen van jongs af aan mee. Migliano:

“A magic moment was when we listened to the stories told by the elders, with all of the children around us laughing and really paying attention,” Migliano told Seeker, still beaming at the recollection.

De verhalenvertellers krijgen indirect een beloning voor hun inspanning om samenwerking en collectiviteit te versterken in de groep waar ze deel van uitmaken. Ze bleken populair en anderen betrekken hen graag bij het verzamelen van voedsel. Die iets hogere bestaanszekerheid leidde er (ook) toe dat verhalenvertellers gemiddeld iets meer kinderen kregen en dat die kinderen ook iets vaker overleefden tot hun volwassenheid. In die zin heeft goed verhalen vertellen een evolutionair voordeel – een grotere kans dat je je genen door kunt geven, aldus Daniel Smith.

Enfin, vandaar dat ik in dit weblog regelmatig aandacht besteed aan de moderne verhalenvertellers – schrijvers, filmmakers, enzovoorts. De verhalen die we vertellen, hebben effecten op ons wereldbeeld en ons groepsgedrag. Het maakt verschil of verhalen het podium aan één beperkte groep geven, ten koste van alle anderen, óf gelijkwaardigheid en samenwerking tonen.

Val McDermid eert voorgangster Susan Ferrier

”Susan Ferrier verdient beter”, aldus de Schotse schrijfster Val McDermid. Susan wie? Inderdaad. Bijna niemand kent deze 19e eeuwse auteur meer. McDermid eert haar nu met een speciaal artistiek project ter gelegenheid van een cultureel festival in Edinburgh. Aan de hand van aanwijzingen die ze ontvangen via een app kunnen deelnemers door de stad wandelen. Op verschillende locaties beleven ze vervolgens iets theatraal en spannends, met de verhalen en het leven van Ferrier als leidraad.

Susan Ferrier publiceerde haar romans anoniem. Lezers schreven de boeken in eerste instantie toe aan bekende mannelijke tijdgenoten zoals Walter Scott, totdat haar echte identiteit bekend werd. Zelf bleef ze tot haar dood haar auteurschap ontkennen.

Ferrier had veel succes in haar tijd. Haar debuut, Het Huwelijk (1818), raakte in zes maanden tijd uitverkocht en beleefde herdrukken. Ook de boeken die ze daarna schreef, De Erfenis (1824) en Het Lot (1832) verkochten prima. Ferrier verwekte de Schotse taal en dialecten in haar verhalen en nam het klassensysteem op de hak. Lezers smulden ervan.

Ondanks dat succes raakte ze na haar overlijden in 1854 echter snel in vergetelheid. McDermid heeft het vieze vermoeden dat haar sekse daarbij een veel grotere rol speelde dan we zouden willen erkennen:

”…I do think there was a feeling around then that if we already have one famous female author in Jane Austen, we don’t need any more,” said McDermid. “That, after all, is why the Brontës and George Eliot had to write as men. Yet she earned significantly more substantial publisher advances than Jane Austen. And now almost nobody knows her name. Susan Ferrier deserves better than this.”

McDermid haalt hier een bekend patroon aan. Feministen noemen dat het fenomeen van ‘er kan er maar een zijn’, naar de Highlander films met als slogan There Can be Only One. De term slaat op de neiging van onze seksistische cultuur om één vrouw op een belangrijke positie tandenknarsend te accepteren, maar meerdere vrouwen stuit op weerstand. Eentje is genoeg.

Je komt dat ‘eentje is genoeg’ fenomeen op allerlei plekken tegen. Zo ontdekten wetenschappers dat Canadese partijen terughoudend zijn om meerdere vrouwen te nomineren als hoofdkandidaat voor een politieke positie. Zodoende blijven mannen domineren en zie je wel mannen die met een andere man een verkiezingscampagne voeren, maar nooit twee vrouwen. Dit patroon treedt ook op in de populaire cultuur – er kan bijvoorbeeld maar één vrouwelijke superster zijn, dus als er een andere zangeres komt die aan dat criterium dreigt te voldoen is het CATFIGHT!!! Totdat er eentje ‘wint’.

McDermid wil met haar artistieke project die vergetelheid doorbreken. Als vrouw promoot ze het werk van een andere vrouw en wil ze de belangstelling voor Ferrier en haar werk nieuw leven inblazen. Haar culturele project in Edinburgh heeft wat dat betreft al resultaat. Uitgeverij Virago brengt een nieuwe editie uit van Ferrier’s debuut Het Huwelijk. McDermid raadt iedereen aan die roman eens te proberen. Daarnaast beveelt ze nog meer schrijfsters aan, zoals Muriel Spark en J.K. Rowling.

VERDER LEZEN: Val McDermid is niet de enige vrouw die omziet naar andere vrouwen. Zo spande auteur Alice Walker zich in om het graf van Zora Neal Hurston terug te vinden. Hurston stierf in armoede en vergetelheid en kreeg een anoniem graf zonder steen. Walker zorgde ervoor dat er alsnog een grafsteen kwam, zodat mensen haar laatste rustplaats terug kunnen vinden, en raadde haar boeken aan bij haar lezers. Walker zorgde zodoende eigenhandig voor de herontdekking van het werk van Hurston. Een andere actieveling op dit gebied is Margaret Busby. Zij redigeerde een bundel gewijd aan het werk van bekende én vergeten schrijfsters met een Afrikaanse achtergrond. Of neem Shelley DeWees. Ze dook de archieven in om het werk af te stoffen van zeven schrijfsters die actief waren in de tijd van Jane Austen.

Voor Nederland: Maarten ’t Hart gebruikte zijn status om de aandacht te vestigen op schrijfster Ida Simons en haar vergeten roman ‘Een Dwaze Maagd‘. Dat leidde tot een heruitgave van deze roman en een hernieuwde aandacht voor deze auteur. Daarnaast graven vrouwen de geschiedenis op. Zo bracht Orlanda Lie Nederlandse schrijfsters uit de middeleeuwen in kaart, deed Lia van Gemert hetzelfde voor schrijfsters uit de zeventiende en achttiende eeuw, en bogen Maaike Meijer en Lisa Kuitert zich over de negentiende eeuw, enzovoorts. Zoals de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren concludeert:

Nu de inhaalbeweging van vrouwen in de Nederlandse literatuur haar laatste stadium is ingegaan, lijken de schaarse sporen van de eerste literaire vrouwen steeds meer betekenis te krijgen. Velen hebben nog altijd de status van ‘zo goed als vergeten’. In de dbnl duiken steeds meer van deze vergeten schrijfsters op, die allemaal een eigen verhaal blijken te vertellen.[…] De veelstemmigheid van de vergeten Nederlandse schrijfsters zal de komende tijd in deze bibliotheek steeds beter hoorbaar worden.

 

Trump versterkt belangstelling voor feministische analyse

Sinds de Amerikaanse president Trump Twitter gebruikte om op te scheppen over de omvang van zijn nucleaire knop, herleeft de belangstelling voor een bijna twintig jaar oud artikel. In 1987 publiceerde wetenschapster Carol Cohn een analyse van het taalgebruik en de manier van denken van de bijna geheel mannelijke groep nucleaire specialisten. Haar analyse deed mij denken aan een analyse die nog verder teruggaat, namelijk naar de manier van spreken en denken van de Oude Grieken. Ga mee op tijdreis, en huiver.

Eerst Trump. Die twitterde in de Nederlandse vertaling:

Kan iemand van zijn uitgeputte en verhongerde regime tegen hem zeggen dat ook ik zo’n nucleaire knop heb. Maar die van mij is veel groter en veroorzaakt veel meer schade, en bovendien werkt mijn knop wel!

Critici waren er (terecht) snel bij om te wijzen op het belachelijke, macho gehalte van deze uitspraak, een variant op ‘de mijne is groter’ en ‘ik kan verder plassen dan jij’.

Carol Cohn ontdekte dit soort macho taal en de bijbehorende manier van denken ook al in 1987, toen ze een jaar lang mee liep met de exclusief mannelijke specialisten die het nucleaire arsenaal van de V.S. beheerden.  In haar fascinerende verslag – serieus, lees haar volledige artikel in feministisch magazine Signs – vertelt ze hoe ze struikelde over dit soort taalgebruik, waarbij landen hard worden, de ene raket nog dieper kan penetreren dan de andere en je met het nieuwste wapen orgastische explosies kunt bereiken.

Maar ze gaat een stapje verder. Achter die eerste laag van macho taalgebruik ontdekte ze een tweede laag. Ze ontdekte dat de betrokken mannen ook beelden van huiselijkheid en vaderschap gebruiken. Raketten liggen onder een kerstboom, je kunt ze aaien alsof het onschuldige huisdiertjes zijn, in plaats van dodelijke wapens die miljoenen mensen kunnen doden. Daarnaast krijgen bommen van hun trotse pappies namen zoals Little Boy, die met hun explosie een nieuwe wereld inluiden.

Wat Cohn ontdekte was dat de wetenschappers en specialisten het scheppen van nieuw leven en het creëren van een nieuwe wereld met zulk taalgebruik symbolisch van vrouwen afpakten en zich toe eigenden. De mannen verwekken jongetjes zoals Little Boy en samen gebruiken ze agressie en vernietigingsmacht om over een als vrouwelijk geldende natuur te heersen – zo gaven de bij de kernproeven rond het atol Bikini betrokkenen mannen iedere krater een vrouwennaam, signaleert Cohn.

Op dat niveau van vaderschap en het domineren van de natuur ontstond een derde laag. Er sluipen religieuze beelden in het taalgebruik, merkte Cohn. De eerste kernproef kreeg bijvoorbeeld de naam van de Drie Eenheid, de mannelijke scheppende trits van God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest (NB mensen doen moeite om de heilige geest vrouwelijk te maken, maar de katholieke dogma’s moeten hier niets van hebben. Het is allemaal God en God is mannelijk dus de heilige geest is ook mannelijk.) Daarnaast spraken de mannen over zichzelf als priesters, The Priesthood. Zo krijgt de mannelijke kracht om te baren en die gevaarlijke vrouwen en Moeder Aarde te bedwingen religieuze ondersteuning.

Deze manier van denken – dat mannen mannelijk nageslacht voortbrengen en over het inferieure vrouwelijke heersen, desnoods met geweld – kent een zeer lange geschiedenis. Precies diezelfde gedachtengang en die manier van denken vind je bijvoorbeeld terug bij de Oude Grieken, ontdekte wetenschapster Vigdis Songe-Møller in haar klassieker Filosofie Zonder Vrouwen.

Dat boek verscheen in 1999, dus Cohn kon hier onmogelijk aan refereren toen ze haar wetenschappelijke artikel publiceerde. Maar toen ik haar originele artikel las, moest ik meteen aan de bevindingen van Songe-Møller denken.

Zij analyseerde gedichten en verhandelingen van Griekse denkers zoals Plato, Parmenides, Hesiod en Socrates, en ontdekte twee scholen die een tijdje naast elkaar bestonden. De ene betreft de hier boven beschreven macho gedachtengang. Maar er bleek ook een andere denkrichting, Eentje die er van uit gaat dat je tegengestelden hebt. Dag en nacht, nat en droog, mannelijk en vrouwelijk. Het ene is niet beter dan het andere, beiden zijn nodig en moeten in balans blijven.

Die manier van denken verdween echter uit het zicht toen mensen zoals Plato dominant werden. Plato en zijn medestanders onderschreven een ideaal wereldbeeld waarin vrouwen gemankeerde mannen zijn, mannen creatief en leven-gevend zijn en de geestelijk vader worden van allerlei zonen, die het goede werk van de mannen voortzetten en heersen over de chaotische natuur en al die passieve, enge vrouwen.

Deze denkers grepen daarbij terug op botanische metaforen. Ze zagen mannen als perfecte mensen die, net als planten, een scheut vormen. Die plantenscheut groeit uit tot een nieuwe man, een evenbeeld, uniform, heel, perfect. De ene perfecte man brengt de andere voort zonder dat er een vrouw aan te pas komt die de boel kan verzieken met haar lekkende, inferieure, dood-brengende lijf.

Die gedachtengang tref je later ook aan bij de auteurs van de Bijbel, waar God de Vader is en Sem Arpaksad verwekte, en Arpaksad verwekte Selach, en Selach verwekte Eber, man na man die mannen verwekt zonder dat er een vrouw in beeld komt. De oude kerkvaders gingen met hun hand op de Bijbel vrolijk door met het claimen van leven scheppende vermogens voor superieure mannen en het neersabelen van vrouwen.

Anno nu hebben we de nucleaire specialisten en kerngeleerden, die alles wat macho mannelijk is de hemel inprijzen en Little Boys verwekken. In dit wereldbeeld handelen en scheppen de macho mannen met goddelijke goedkeuring. Ze kunnen penetreren en de grootste hebben en andere, zwakkere mensen of landen hun wil opleggen met hun machtige fallus..eh.. raketten. Ze kunnen, zoals Trump, opscheppen dat zij de grootste (knop) hebben, eentje die wél werkt, lekker puh.

Zo’n Tweet van Trump lijkt onschuldig, maar is bij nader inzien het topje van een smerige ijsberg. En los even van die hele vrouwenhatende geschiedenis gaat het bij dit incident met Trump niet om twee jongetjes en een wedstrijdje ver-plassen, maar om mannen met macht, een president die een andere heerser wil  tonen hoe macho mannelijk hij wel niet is. Eentje die daarbij de optie heeft om de wereld in de as te leggen en miljarden mensen de dood in te jagen, op basis van zijn seksisme en zijn ‘ik als stoere macho man kan alles maken’ wereldbeeld. Laat dat even op je inwerken.

Roy voert lezer mee in betoverend labyrint

De nieuwste roman van Arundhati Roy, The Ministry of Utmost Happiness (vertaald door uitgeverij Prometheus en inmiddels ook in het Nederlands verkrijgbaar als Het Ministerie van Opperst Geluk) is een Roman met hoofdletter R. Met trefzekere passen en aan de hand van een prachtige, beeldende taal voert Roy haar lezers mee in een betoverend labyrint. ZO MIN MOGELIJK SPOILERS dus ga gerust verder….

Literaire critici, zoals Kerryn Goldsworthy van de Australian Book Review, waarschuwen terecht dat Roy’s keuzes als auteur niet bij iedereen in de smaak zullen vallen. Wie op zoek is naar een strak verhaal met een eenduidig plot en een duidelijke Held kan beter een ander boek uitzoeken. Als je het wél aandurft, maakt de losse wijdlopige structuur van The Ministry niets meer uit. Sterker nog, je zou kunnen begrijpen dat breuklijnen, mensen als geïsoleerde eilandjes en het algemene gebrek aan verbinding juist een van Roy’s hoofdthema’s vormen.

Aan de hand van de levensverhalen van Anjum, een hermafrodiet (Hijra), en Tilo, een vrouw die een relatie begint met een strijder uit Kasjmir, schetst Roy een caleidoscopisch beeld van India en de voortdurende strijd tussen Moslims en Hindu’s, tussen de staat India en gebieden zoals Kasjmir, tussen inheemse volkeren en multinationals, tussen sociale normen en waarden en mensen die daar buiten vallen, en nog veel meer. Het gaat over vergeten en herinneren, manieren hoe je kunt leven en overleven, de aard van een grote stad zoals Delhi, enz….

Roy is daarbij een auteur die iets laat gebeuren op (bij wijze van spreken) pagina 50, en dat terug laat komen op pagina 350, met andere personages en in een geheel andere situatie. Ik vind dat prachtig. Voor mij is dat een teken dat de auteur precies weet wat ze doet en dat ze de lezer vertrouwt. Ze gaat er vanuit dat je onthoudt wat je leest, zodat je honderden pagina’s later de waarde en de betekenis van eenzelfde gebeurtenis begrijpt, ook als de personages in het verhaal dat op dat moment niet begrijpen. Daarnaast heeft deze aanpak een functie. Bij alle versplintering vorm je als lezer zelf de verbinding tussen schijnbaar losstaande voorvallen.

Een tweede wapen in de strijd tegen versplintering is taal, inclusief gedichten, songteksten en religieuze mantra’s. Die poëzie helpt om tegenstellingen en ongelijkheden samen te laten gaan, zonder dat ze elkaar uitvlakken. Zo ontstaat er op een gegeven moment een conflict tussen Anjum en een mannelijke autoriteitspersoon. Voordat de situatie uit de hand kan lopen grijpt een andere Hijra in. Met een dans en een passende liedtekst weet ze tegelijkertijd een oorlogsverklaring én een vredesaanbod af te geven, een grens te stellen én een oplossing te bieden.

Diezelfde rijkdom en gelaagdheid komen inhoudelijk terug in de politieke thema’s die door het boek heen lopen. Roy is zich scherp bewust van de aard van conflicten, van de manieren waarop mensen proberen te overleven. Niemand is zwart-wit de slechterik, (ook al heeft de auteur terecht weinig op met sadistische moordenaars die in oorlogssituaties een vrijbrief zien om gevangenen te martelen), en niemand is zwart-wit het slachtoffer.

Zelfs de kleinste slachtoffertjes schitteren heel even. Zo voeren soldaten een gevangene af in een boot. Onderweg, midden op een meer, treft een van hen in de borstzak van het hemd van de gevangene een kitten aan. De soldaat pleurt het katje zonder pardon overboord en ze verdwijnt onherroepelijk in de diepte. Maar voordat ze kopje onder gaat, zeilt ze een ogenblik door de lucht, nagels uit, snijtandjes ontbloot, luid miauwend, klaar om het hele Indiase leger in haar eentje te lijf te gaan. Het is dat moment van strijdbaarheid waar Roy de nadruk op legt – dat ene moment van al dan niet gedoemde glorie, van léven. Je ziet het, of je ziet het niet. Je onthoudt het, of je onthoudt het niet. Maar het is er.

VERDER LEZEN: NRC Handelsblad interviewde Roy over haar nieuwe roman, evenals dagblad Trouw. Gender en de positie van vrouwen staan centraal in dit interview met Roy van Outlook India. Aan de Huffington Post vertelde Roy dat ze zichzelf als een feministe identificeert. Ze vindt het dan ook behoorlijk jammer dat bekende Indiase Bollywoodactrices hun platform gebruiken om zich te distantieren van deze beweging – India heeft meer feminisme nodig, niet minder, zoals ze ook schreef in haar bijdrage aan de bundel Beyond Burkas and Botox.

Toegift – lees het boek en je weet waarom:

Choucair, de vrouw die op haar 97ste door brak in de kunst

Vrouw, Libanese, abstracte kunstenares  – Saloua Raouda Choucair moest aardig wat hindernissen overwinnen om door te breken in de ”officiële” Westerse kunstwereld. Maar het lukte. Ze kreeg haar allereerste individuele, grote overzichtsexpositie in het Tate museum voor moderne kunst in Londen, toen ze al dik in de negentig was. Toen ze begin 2017 overleed had ze inmiddels genoeg bekendheid gekregen om een necrologie in landelijke dagbladen los te peuteren.

Zoals wel vaker het geval is, denken mensen bij ‘grote abstracte kunstenaars’ vaak aan mannen. Zo praten mensen elkaar na dat Kandinsky de eerste abstracte schilder zou zijn. Maar nee. Ten eerste grossieren talloze oude culturen in abstractie. Maar als je je per se tot de Westerse culturele canon wil beperken, waren vrouwen het eerst. De eerste kunstenaar die bewust abstract schilderde was een Zweedse, Hilma af Kint. Ze maakte haar eerste abstracte werk in 1906, vijf jaar eerder dan Kandinsky, die pas in 1911 met zijn eerste abstracte werk op de proppen kwam.

Vrouwen hadden moeite om door te breken als kunstenares, onder andere vanwege institutionele barrières. Ze konden zich bijvoorbeeld eeuwenlang niet inschrijven bij academies of naakten schilderen aan de hand van een levend model – dat zou onfatsoenlijk zijn. Zweden liep voorop in het slechten van dat soort hindernissen. Zodoende kon Af Kimt zich in 1882 al inschrijven bij de Royal Academy of Fine Arts in Stockholm. Haar seksegenoten in Frankrijk, Duitsland en Nederland moesten langer wachten. De formele opleiding die Af Kimt kon volgen, gaf haar de kennis, kunde en status om zich te vestigen als kunstenares en haar eigen stijl te ontwikkelen. Eentje die van figuratief steeds meer de kant van abstractie op ging.

Choucair viel niet alleen buiten de officiële Westerse canon die talenten zoals Af Kimt opleverde, maar had ook haar afkomst tegen. Libanon gold niet als een centrum voor kunst en de decennia durende oorlogen gooiden ook regelmatig roet in het eten. Dat het haar toch lukte om zich te ontwikkelen tot een belangrijke kunstenares, kwam onder andere door haar ouders. Die vonden dat meisjes net zo goed een gedegen opleiding moesten krijgen als jongens, en investeerden in hun dochter. Choucair studeerde aan universiteiten en vertrok in 1948 naar Parijs en de École Nationale Supérieure des Beaux-Arts.

Het was in die tijd dat ze twee artistieke ontwikkelingen met elkaar combineerde. Ze groeide uit tot een abstracte kunstenares, en koppelde dat aan haar Arabische achtergrond. In 1951 publiceerde ze een manifest over de manier waarop Arabische mensen omgaan met visuele kunsten, los van allerlei oriëntaalse theorieën met vaak een racistische achtergrond. Dit vormde de basis voor haar kunst, waarbij ze abstract geometrisch werk maakte met duidelijke invloeden van traditionele Arabische motieven en technieken. Ze botste daarmee met verwachtingen van anderen, signaleert dagblad The Guardian:

Her Paris show had been visited by the Lebanese ambassador to France. “Your work is curious, Miss Raouda,” he had purred. “Have you not got any Lebanese paintings for us?” By this he meant paintings that looked as a European might imagine Lebanese art should. Most Lebanese people felt the same way. Undeterred, Choucair went on making work that was both modern and Arabic, her particular interest lying in interlocking forms.

Terug in eigen land werkte ze decennia lang in een flatje in Beirut. Vaak onder zeer gevaarlijke omstandigheden. De stad verkeerde vanaf 1975 in staat van oorlog. Eén van de schilderijen die bezoekers van het Tate een paar jaar geleden konden zien, was geraakt door glasscherven van een explosie. Galerieën waar ze haar werk had kunnen exposeren, sloten door het geweld. Ook verkocht ze geen enkel werk.

Ze ging echter door, anoniem, alleen, zonder mogelijkheden haar werken aan een breder publiek te tonen. Choucair begon naast schilderen ook te beeldhouwen. Een deel van die sculpturen kon ze zelf uitvoeren, maar van andere, grotere ontwerpen kon ze alleen een prototype maken. Dat betrof sculpturen voor buiten op straat, maar de oorlog zorgde ervoor dat niemand een biet gaf om kunst in de openbare ruimte. Het bleef dus bij voorstudies.

Pas op zeer late leeftijd ontdekten curatoren het bestaan van Choucair en haalden ze haar kunst naar ‘het Westen’. Op 97-jarige leeftijd kreeg ze een podium van het Tate, zodat Europeanen kennis konden maken met haar werk. Het betekende haar doorbraak in de Westerse kunst-canon. Drie jaar later overleed ze.

VERDER LEZEN: dit mooie artikel over vijf vrouwelijke kunstenaressen (sorry, eigenlijk vier en een groep, de textielkunstenaressen die het tapijt van Bayeaux vervaardigden) die een plekje in de kunstgeschiedenis verdienen. Dit artikel over Arab Women Artists Now, oftewel AWAN, een kunstfestival met Libanese vrouwelijke artiesten. Magazine Aquila zette vijf kunstenaressen op een rijtje, wiens werk zeer in de smaak viel bij de redactie. Kunstenaressen timmeren ook aan de weg in Saudie Arabië. En vanuit Amman reist er sinds juli 2017 tot eind 2018 reist een expositie rond, met werken van 31 kunstenaressen, waaronder Ahaad Al-Amoudi, Sheikha Lulwa Al-Khalifa en Shereen Audi. Na Engeland is tot eind 2018 Noord-Amerika aan de beurt.

Vrouwen worden zichtbaar als je goed kijkt

Women Inc lanceerde onlangs de campagne ‘Beperkt Zicht’. Kern van het verhaal: als je uitgaat van stereotiepe beelden over mannen en vrouwen, sla je vaak de plank mis. Je ziet niet wat er is. Voorbeelden te over. Zo classificeerden archeologen een Vikinggraf bij de Zweedse plaats Birka als de laatste rustplaats van een mannelijke krijger, gezien de zwaarden, paarden en andere ”mannelijke” grafgiften. Onderzoek wijst nu echter uit dat die stoere Vikingman een stoere Vikingvrouw is.

Het graf bij Birka was al bekend sinds 1880. De mensen die destijds betrokken waren bij de vondst, concludeerden dat de aanwezigheid van een zwaard duidde op een man. Niet zomaar een man, maar een groot militair leider. Het graf bevatte namelijk ook andere rijke giften, en de skeletten van twee paarden.

De botten van het lichaam verdwenen in een archief en niemand keek er meer naar. Totdat moderne wetenschappers de ontdekking opnieuw onderzochten en iets vreemds opmerkten aan de botten. Ze waren iets te verfijnd en te dun om toe te behoren aan een man. Na verder onderzoek bleek de belangrijke militaire leider inderdaad het vrouwelijke geslacht te hebben.

Deze her-identificatie past in een breder patroon. Er lopen al langer onderzoeken naar de resten van lichamen in Vikinggraven. In 2014 werd bijvoorbeeld bekend dat het bij graven, waarvan wetenschappers eerst zeiden ‘allemaal mannen’, in de helft van de gevallen ging om een vrouw. Ook in deze gevallen zorgden grafgiften voor verkeerde identificaties. Zwaard = man, luidde de regel. Alleen begroeven de Vikingen vrouwen ook met hun zwaarden.

Zelfs als echter duidelijk is of het graf een vrouw of een man bevat, kan het mis gaan. Zo vonden archeologen twee graven met een identieke opzet. De ene, in Gokstad (Noorwegen) bestond uit een schip met daarin allerlei grafgiften en het lichaam van een man. Dat moest een Vikingleider van ongekende statuur zijn, nam men aan. Twintig jaar later vonden mensen in Osburg een ander scheepsgraf, met daarin de lichamen van twee vrouwen. Nu spraken wetenschappers echter niet van een groot leider. Nee, het zou gaan om een koningin die haar status dankte aan haar huwelijk, en die waarschijnlijk met een slavin begraven was.

Oeps, wetenschap, your bias is showing….

Mooi dat wetenschappers vaker terug naar de tekentafel gaan. Botten opnieuw onderzoeken, feiten achterhalen, en minder snel een aanname doen. Want die schoten uit de heup raken meestal kant noch wal.